vrijdag 7 mei 2010

Trendsetter

Het is gebeurd. Ik heb iets gekocht en het zonder er iets over te zeggen in mijn kledingkast gelegd. Zo zie je maar weer dat je nooit weet wat het leven allemaal voor je in petto heeft.

Menig vriendinnetje vertelde me verhalen over alle kleding die ze kocht en het gezeur dat ze daarover van manlief te verduren kreeg. Bélachelijk vond ik het! Je wilt toch geen relatie waarin je man je mag vertellen wat je wel en niet van je (eigen, zuurverdiende) geld koopt? Mij niet gezien hoor. Dat zou me nooit overkomen. Ik ben de baas over mijn eigen portemonnee en al helemaal over mijn eigen klerenkast.

Natuurlijk ging het de vriendjes van de vriendinnetjes minder om wát ze kochten en meer over hoeveel ze kochten. In mijn geval ligt het ietsje anders. Maar het gevoel, toen ik met mijn tasje naar boven sloop en mijn nieuwe aanwinst tussen de oudere aanwinsten in de kast legde, moet ongeveer hetzelfde zijn geweest. Sneaky me....

Geen trots, geen modeshow in de kamer en al helemaal geen bewonderende blikken en complimentjes van X. Gewoon húp de kast in. Ik word er bijna droevig van. Want het gaat hier niet om het geld dat ik uitgeef. Het gaat om mijn karakter, mijn identiteit, mijn IK. En ergens heb ik dus het idee gekregen dat ik dit prachtige exemplaar beter linea recta naar boven kan verhuizen om er vervolgens, op een geschikt moment, achteloos mee de kamer in te lopen en hopelijk de show alsnog te stelen. Misschien ook wel omdat ik mijn blijdschap niet wilde laten verprutsen door een frons of een opgetrokken neus van X. Als ik er nu over nadenk, leek het me waarschijnlijk beter om het niet op een haakje te tonen, maar met mijn stralende hoofd er boven en de juiste accesoires erom heen. Zoiets...

Het mag dan wel zo zijn dat mijn trendsettende inspanningen als kloon van Nel Veerkamp eindelijk hun vruchten hebben afgeworpen... De modeindustrie erkent de dierenprint gelukkig als waar fashionitem, maar ik vrees dat manlief toch ietwat moeite zal hebben met een shirtje in panterprint met een glitter-doodshoofd erop. Maar het zou natuurlijk zo kunnen zijn dat ik me vergis. Ach wel nee.... ;-)

maandag 3 mei 2010

Het is mij: de hinde

Met een blij, oververhit hoofd, stap ik naar de zon in. De stoep en de straat op, tussen het winkelende en verveeld kijkende publiek. Normaalgesproken übertuttig en té bewust van mijn omgeving. Maar nu? Twee verschillende kleuren sportschoenen - zwart en wit - met grijze sokken onder een zwarte legging met een tuniekje. Geen porem, geen gezicht, niet hip, niet fris....maar oooh, wat voel ik me fruitig.

Jaar in jaar uit fietste ik langs deze route de stad in en werd ik keer op keer geconfronteerd met mijn heimelijke jaloezie. Met mijn afgunst ten opzichte van al die atletisch gebouwde, soepel bewegende mensen die een rondje om de gracht zo uit hun mouw leken te schudden. Wat wilde ik graag zijn zoals zij. Sportief, flitsend en fruitig tot en met. Als je sportschoenen moest laten aanmeten en uitproberen, dan moest je iets goed doen in het leven.

En moet je me nu zien gaan! Zonder blikken of blozen doe ik een rondje om de gracht. En dus is de enige conclusie: ik doe iets goed in het leven! Ik voel me stoer en trots. Zo trots dat ik die avond zelfs mijn nieuwe hardloopschoenen meeneem om aan mijn ouders te laten zien. Ik zou er het liefst, net als vroeger met de bruine enkellaarsjes van Sinterklaas, mee gaan slapen.

Eindelijk kan ik harlopen met plezier, zonder kop als een boei en nare bloedsmaak. Lopen als een hinde. Wie had dat gedacht!

maandag 26 april 2010

De Houdini van de Lage Landen

Daar zit hij. Zo van de achterkant ziet hij er gewoon uit als anders. Een kaal hoofd met een keurig getrimd grijs randje haar. Even denk ik nog dat ze het allemaal een beetje hebben overdreven, dat het wel meevalt. Maar terwijl mijn voeten me dichterbij zijn voorkant brengen, zet mijn binnenste zich toch maar een beetje schrap. En niet voor niets, blijkt zodra ik durf te kijken naar zijn gezicht.

Het is dat ik zijn achterkant en zijn te hoog opgetrokken broek meteen herken, maar anders had het iedereen behalve mijn pake kunnen zijn. Mijn pake heeft geen negerlippen, mijn pake kan gewoon zijn ogen opendoen. Mijn pake brabbelt niet, maar spreekt gewoon volzinnen en mijn pake is niet bont en blauw en bedekt met schaafwonden.

Maar het is wel mijn pake. Mijn pake die voor de tweede keer is ontsnapt uit het verzorgingscentrum voor Alzheimerpatienten. Dit keer uit Nieuw Mellens, hij woonde er net een dag. We hoopten dat het een thuis voor hem zou zijn, maar daar dacht hij duidelijk anders over. En dus liep hij weg. Verward en bang zwierf hij meerdere uren door de stad die hij ooit zo goed kende en die hem nu vast vreemd voor zal hebben gekomen. Om tenslotte, zwaargewond te eindigen in een ambulance.

Hoe en wat er is gebeurd zullen we nooit precies weten. Hij kan het ons niet vertellen want hij weet het niet meer. Misschien is hij gewoon heel ongelukkig gevallen. Misschien is het erger. Feit blijft dat hij nu heel veel pijn heeft, geopereerd moet worden en misschien wel nooit meer zo wordt als hij was. Feit blijft dat Nieuw Mellens niet goed op hem gepast heeft.

Want pake woont niet meer bij beppe, woont niet meer in zijn geliefde huis, omdat hij telkens ontsnapt. Omdat het te onveilig voor hem was dat wij op hem pasten, vroegen we het aan anderen. Aan mensen die dat goed kunnen, aan mensen die daar geld voor krijgen. En die mensen, lieten hem, wetende dat hij de Houdini van de Lage Landen was, gewoon ontsnappen. En dus ben ik boos en verdrietig.

Want pake heeft pijn, pake kan niet meer kijken, pake kan niet meer praten. Pake is niet meer pake. En hij weet niet eens waar hij is, hoe het komt en wanneer het overgaat. Niet alleen opgesloten in zijn hoofd, ook nog opgesloten in zijn lichaam... Ik ben boos, verdrietig en heb medelijden. En ik vraag me alleen maar af of de deur deze keer wel goed op slot zit.

Berlijn

Niet alleen de vogels vlogen van Oost naar West Berlijn omdat ze soms in het oosten, soms ook in het westen willen zijn. Nee, deze fladderaar vloog ook, van west naar oost, van oost naar west, zonder te weten wanneer ze zich nou precies in oost of in west bevond. Gewoon omdat het kon, gewoon omdat het leuk was. Maar tegelijk met een besef dat er, iedere keer dat een stukje muur opdoemde, keihard inhakte. Tot twintig jaar geleden konden de Duitse Femmes niet heen en weer, of op en neer lopen waneer ze maar wilden. Tot twintig jaar geleden werden mensen teruggevloten en zelfs neergeschoten als ze een poging deden van oost naar west of andersom te reizen.

Berlijn. Wat een stad. Ik slenter met mijn lief over de Kürfurstendam, drink een bakje koffie onder de TV zendmast, bezoek de Alexanderplatz, sta stil bij de Gedächtniskirche en voel me stil in de Berliner Dom. Ik geniet van de Duitse zon die mijn gezicht verwarmt en neurie telkens weer het liedje van Klein Orkest. 'Over de Muur, over het IJzeren gordijn...'.

Ik zit met mijn lief in de dubbeldekkerbus die ons langs de schatten van de stad rijdt. Met de wind door mijn haren luister ik naar de Vlaamse mevrouw die door de koptelefoon vertelt dat een bekende dichter nog voor de oorlogen over Berlijn zei: Het is een stad die gedoemd is altijd te 'worden' en nooit gewoon te 'zijn'. En ik denk aan de tekst die me zo dierbaar is: 'Happiness is a journey, not a destination' om me vervolgens te beseffen dat Berlijn en ik best veel gemeen hebben.

Altijd op weg naar wat we kunnen zijn. Altijd 'under construction'. Maar het geluk zit hem in de weg, en niet in de bestemming. En dat voelde ik, daar in die prachtige stad Berlijn, op de gelukkigste dag van mijn volwassen leven.

maandag 12 april 2010

Stom

Een woord zwart maken om het te benadrukken, terwijl de achtergrond al zwart is * bijwerkingen * Je huissleutels in de deur laten zitten, welkom inbrekers! * Wilfred Genee * Een jurk kopen die voor geen meter staat en hem vervolgens ook nog aan doen omdat ie zo duur was * Het gas laten branden en aan het eind van de dag thuis komen in een heel warm huis * Je stretcher weggooien en vervolgens verlangen naar een middagje op de stretcher in de zon * Denken dat je alles al weetVerwachten dat je man liever naar jou kijkt dan naar voetbal * Met je cambuursjaal op de foto (wat bezielde me?) * Jennifer Aniston * Iedere nieuwe hardlooppoging vergeten dat die ene schoen voor blaren zorgt * Slap vel * Je boodschappen twee uur lang midden op straat laten staan * Buren die niet even zeggen dat je boodschappen midden op straat staan * Heidi Montag * De zakenclub van Cambuur (dacht even dat ik geteleporteerd was naar een buurtcentrum in een achterstandswijk) * Spuiten en Slikken * pukkels *  Wildersstemmers * dat Martijn Krabbe niet bij mijn moeder voor de deur stond met koffer 14 en een miljoen erin * de arrogante manier waarop Peter R een reportage in elkaar knutselt * een lege pinpas * piercings * dat mijn haar sneller groeit dan ik zin heb om het te verven zodat ik elke keer met zo'n Poolse streep over straat moet * regen op het moment dat ik naar huis moet * Veertig dagen zonder jou van de EO * Angelina Jolie *

donderdag 8 april 2010

Vraagje

Waarom zeggen - ook niet de meest domme - mensen dingen als:

"Ik ga even kijken als Eva er al aankomt."

Terwijl ze dan echt niet bedoelen dat ze pas gaan kijken als Eva eraan komt, maar gewoon even gaan kijken óf ze er al aankomt.

???

Tijdmachine

Wanneer was het? Waar was het? Ik heb het niet gemerkt, maar kennelijk heb ik ergens, op enig moment de tijdmachine weer geactiveerd. De tijdmachine waarvan ik dacht dat ik hem achter de dikste deur, met het dikste slot had opgeborgen. De tijdmachine die me al zo vaak had meegenomen uit het nu, terug naar momenten van toen. Terug naar de gevoelens van toen, alsof die gewoon nog bij het nu hoorden.

Ik dacht dat dat ding inmiddels wel onder een dikke laag stof zou liggen en dat ergens wel een relais zou zijn doorgebrand, waardoor hij het nooit meer zou doen. De batterijen leeg ofzo... Maar nee hoor, iets of iemand heeft hem weer tevoorschijn gehaald, opgelapt en ik ben de Sjaak. Iets anders kan ik er niet van maken.

Als ik niet beter zou weten was het hooguit een paar weken geleden dat ik daar, in dat huis, rondliep alsof het ook een beetje mijn thuis was. Als ik niet beter zou weten fietste ik na mijn werk gewoon weer die kant op. Als ik niet beter zou weten hing zijn huissleutel gewoon nog aan mijn bos. Het voelt alsof het verleden mijn binnenste heeft overvallen en gegijzeld houdt. Mijn hart klopt het gespannen ritme van toen. Mijn hoofd voelt weer net zo zwaar van alle zorgen. En mijn ogen…de spiegel bevestigt wat ik al voelde, ze zijn net zo dik en opgezet als toen.

Ik voel weer hoe het was. Hoe mooi, heel soms. En hoe lelijk, te vaak. Goed om me dat te beseffen. Dat wel….maar zo zwaar. Kan iemand mij misschien vertellen hoe die tijdmachine werkt en hoe ik hem uitzet?!

dinsdag 30 maart 2010

Op zoek

Het had wat voeten in de aarde voordat vriendin S zich op het internet-daten durfde te storten. Zo moest er eerst gezocht worden naar een gunstige foto. Dat had ongeveer twee maanden nodig, of kwam dat soms doordat het grote internet zo eng leek? Nou ja, toen moest er natuurlijk nog een wervelende tekst onder dat - overigens nauwelijks zichtbare - plaatje van 2 bij 3 centimeter geschreven worden. En dat was ook nog een hele toer. Uiteindelijk mocht ik lezen wat het geworden was. Vol verwachting klopte mijn hart. Na zoveel tijd en moeite moest het wel iets moois zijn geworden. Iets bijzonders, dat meteen in het oog zou springen. Dat de mannen bij bosjes haar kant op zou trekken.

Niks bleek minder waar. Het was gewoon een leuke opsomming van haar karaktertrekken en wensen. Meer niet. Niks geks, niks extreems. Het had onder honderden foto's gepast. Maar vriendin S was er blij mee en de inhoud klopte op zich wel. Ik zou denken dat je zo'n tekst - zeker gelet op het feit dat taal haar werk is - in no time hebt verzonnen….maar misschien was de inhoud niet zozeer de moeilijkheid, maar ging het ook hier weer om koud-water-vrees. Gelukkig is S zo dat als ze iets dan toch éindelijk besloten heeft, ze wel lekker doorpakt. Dus mevrouw had zich meteen op meerdere sites aangemeld.

En dus kon het grote gluren beginnen. Hordes mannen scrolden onder onze muis en onze ogen door. Het leuke van die sites is dat ze matches voor je zoeken. Minder leuk is het als je een rijtje 'matches' onder elkaar ziet en moet constateren dat het allemaal vrij sneue figuren zijn. Tussen de DennisDeVikings en SimonSchatje's stikt het van de suffe foto's en vooral van de taalfouten. Wat is bijvoorbeeld een "vlote jongen"? Is dat een type dat een hele scheepsvloot tot zijn beschikking heeft of gaat het dan toch om een dyslexiepatiëntje? We vielen van de ene verbazing in de andere. Zo zijn er mannen die een 'businessclass-lady' zoeken. Waar vriendinnetje S dan weer fijntjes van vond dat ik zo'n typetje ben; en bedankt! Maar er zijn ook mannen die op de foto staan in één of ander beduimeld appartementje waar de rookaanslag van de muur afslaat en het nodig vinden om te vermelden dat ze heerlijk wonen in hun mooie koophuis. Met de nadruk op koop. Ook zijn er types die zichzelf omschrijven vanuit het perspectief van hun kind. Zeker gelezen dat mannen achter een kinderwagen extra sex-appeal hebben ofzo. We lachen, we sputteren, we twijfelen aan de echtheid van een goddelijke foto. Datingsites zijn schitterend. Een en al vertier. Ook voor mij. Toch fijn dat ik zelf niet meer hoef te zoeken…want het is niet zo makkelijk.

We willen immers helemaal geen koophuis, we willen geen kind van een andere moeder, we willen geen roker, we willen geen ondernemertje dat een vrouwtje zoekt om mee te pronken. We willen gewoon een heerlijke, lieve, gezellige leuke man. Nog eentje maar….voor S.

vrijdag 26 maart 2010

K** Kanker

Kanker. De ziekte die altijd een ver van mijn bed show leek, rukt steeds verder op mijn veilige wereldje in. Een tante die haar borsten moet missen en nu voor de tigste keer in het ziekenhuis ligt. De vriendin van X die de strijd op 31-jarige leeftijd al heeft verloren. Een rij prachtige jonge mensen op televisie die aan Yvon Jaspers vertellen dat ze dood gaan. Ik kijk elke week en elke week zit ik weer met tranen in mijn ogen.

Door de verhalen op tv realiseer ik me ineens wat X en zijn vrienden hebben gezien toen ze hun vriendin verloren. De vertwijfeling, de angst, het doorzettingsvermogen, de machteloosheid, de overgave en de achteruitgang. Ze was 31 toen ze stierf. Toen ze net zo oud was als ik nu ben, droomde ze gewoon over vakanties, over moeder worden. En een jaar later was er die ziekte al. Nooit zou ze moeder worden. Haar moeder zou haar overleven.

Ik laat mijn gedachten los en kijk weer naar Yvon Jaspers. Ze zit bij de danseres op de bank. De danseres met enorme littekens op haar buik en een bol gezichtje van de Prednison. Ze krijgt geen kinderen meer. En dat is erg. Niet voor haar hoor, zegt ze sterk. Maar als ze vertelt dat ze het zo erg vindt dat ze haar ouders geen opa en oma gaat maken, breekt ze. En ik breek mee... Vooral omdat haar vriend zo lief en dapper over haar been aait. Ik zie hem sterk zijn en weet hoe zijn leven zal worden zonder haar. De beste vriend van X maakt het allemaal door. De eerste weken alleen, de roes die verandert in een steeds normaler leven. De verandering van 'de man van' in de gewoon 'de man zonder'. Het besef dat je haar stem niet meer kunt herinneren. Het schuldgevoel omdat je verder gaat. En dat allemaal zo jong en zo zinloos.

Ik heb me maar aangemeld om te collecteren. Naast geld geven is er verder niet zoveel wat ik kan doen. Behalve stiekem bidden dat mij en mijn dierbaren dergelijk vreselijk leed bespaard zal blijven. En dat er ooit een medicijn wordt uitgevonden om een einde te maken aan die akelige K** Kanker.

Meneer de Haas

Ik stuur mijn auto (of hetgeen daar nog voor door moet gaan na twee botsinkjes in korte tijd) de bocht om. Mijn koplampen verlichten de verlaten straat. Ineens beweegt er iets voor me. Even denk ik nog dat het een frivole kat is die dartel over de weg danst. Maar als ik beter kijk zie ik dat het een haasje is dat de weg al hippend, sierlijk oversteekt. Een haasje! Aan de rand van mijn buurt zie ik af en toe een stel fazanten dat me het schijngevoel van wonen in de natuur bezorgt, maar een haas! Hier in mijn straat...tussen huizen, asfalt, klinkers, keurige gazonnetjes, ladingen grind en strakke bloemperken. Geen velden te bekennen tussen al deze wegen.

Het haasje rept zich voor me uit. Verder de straat in. Ik minder vaart en kijk vol medelijden toe hoe hij de afslag naar de natuur zoekt. Hij kan hem niet vinden. Want die afslag is hier niet. Nou ja, tenzij hij de ploemp in wil. Maar bij mijn weten kiest hij liever het hazenpad dan een duik in het water te nemen. Plotseling staat het haasje stil, recht voor mijn auto. Hij kijkt achterom, alsof hij mij om de weg wil vragen. Dan springt hij weg....recht voor me uit, verder en verder de straat in. Steeds verder de verkeerde kant op.

Ik parkeer mijn auto. Doof mijn lichten en blijf kijken tot ik het haasje niet meer kan zien. Ik voel me verdrietig over onze ontmoeting. En ik vraag me af waar het haasje vandaan komt. Woonde hij hier al voordat Vinex zijn intrek nam op zijn stukje land? Is hij gewoon telkens een beetje verhuisd als er weer een nieuw stuk beton werd opgetrokken. Werd zijn stukje groen steeds grijzer totdat hij het op een avond niet meer aankon en zijn spullen pakte om ervandoor te gaan? Op zoek naar een nieuw thuis? En was dat net het moment dat ik thuis kwam, niet in mijn buurt maar eigenlijk in zijn buurt... Meneer de Haas ik hoop dat je een mooi plekje hebt gevonden. En anders ben je welkom in onze tuin. Gras genoeg....en je mag er best een legertje in graven.

woensdag 24 maart 2010

Waar hij niet wil zijn

Acht uur 's morgens. Een gemiste oproep van mijn moeder. Meteen schiet door mijn hoofd dat er iets ergs moet zijn gebeurd. Ik denk aan pake. Hij is vast dood. Als ik terugbel is mama in gesprek. Geen goed teken, flitst er door mijn hoofd. Dan krijg ik haar te pakken en blijkt dat pake niet dood is. Gelukkig. Maar mama is verdrietig. Want pake is er vandoor gegaan. Midden in de nacht. Helemaal alleen.

Hij woont juist in de crisisopvang omdat hij er thuis iedere keer tussenuit piepte en het gevaarlijk werd. Maar als een ware Houdini heeft hij ook zijn uitvlucht uit die zwaarbeveiligde vesting gevonden. Hoe is het mogelijk? Zou hij alle deuren hebben gecontroleerd in de hoop dat er eentje per ongeluk niet goed afgesloten was? En had hij toevallig geluk? Wat zal hij een euforie hebben gevoeld toen hij de vrijheid tegemoet wandelde.

Ik probeer me voor te stellen hoe het moet voelen voor pake. Zijn verstand laat hem volledig in de steek, maar ergens in zijn hoofd zit continu het besef dat hij op een vreemde plaats is en dat hij naar huis moet. Wat een onrust. Toen hij tegen zijn nieuw gemaakte vriend zei dat die gewoon het gebouw uit moest lopen, lachten we erom. We wisten zeker dat pake zoiets nooit zou doen. Maar toch is hij vertrokken. Op weg naar beppe. Want hij miste haar zo, zei hij tegen de agenten die hem gelukkig hebben gevonden.

Ik moet een beetje lachen en voel me stiekem ook een beetje trots. Wilskracht zit kennelijk in de familie. Maar tegelijk zit er toch ook een klein steentje in mijn maag. Wat had er wel niet allemaal kunnen gebeuren? En wat zal er toch in pake zijn omgegaan toen hij ineens, in het donker, zonder jas, in wildvreemde omgeving rondschuifelde? Om nog maar niet te denken aan de enorme teleurstelling die hij zal hebben gevoeld toen ze hem niet naar beppe brachten. Terug naar de plaats waar hij niet wil zijn.

EMDR

Piepjes. Elke maandagavond luister ik anderhalf uur naar piepjes. Omdat ze zeggen dat het helpt doe ik het. Maar ik snap er niks van. Hoe kunnen piepjes de stenen uit mijn rugzak halen? Hoe kunnen piepjes de tranen van mijn wangen vegen? Hoe kunnen piepjes het nu weer nu maken en toen écht toen?

Vraag niet hoe het kan, profiteer ervan! Dat is hoe ik er inmiddels tegenaan kijk. Oké, het is loeizwaar om iedere week het luikje naar de nare herinneringen open te trekken en alles te voelen wat ik toen niet aankon. Maar het werkt! Na maanden stug doorzetten voel ik ineens dat mijn rugzak iets makkelijker te dragen wordt. Voel ik ineens weer wie ik ben en besef ik beter hoe het hier en nu in elkaar zit. Niet elke nare herinnering sleept me meteen terug naar toen. Niet elk liedje van toen tovert een knoop in mijn maag. Niet elke gedachte aan een nare gebeurtenis brengt me tot tranen. Ik slik gewoon even, en ben weer in het nu.

En wat voor nu! Een nu waarin ik mezelf langzaam terugvind en ontdek dat ik eigenlijk helemaal niet zo'n druktemaker ben als ik dacht. Een nu waarin ik mezelf mag zijn, ook als ik even onuitstaanbaar ben. Een nu waarin ik niet meer bang ben. Onvoorstelbaar dat het kan. Niet bang zijn, gewoon voor niks. Vertrouwen voelen als ik nadenk over de toekomst. Zekerheid, veiligheid, maar nooit saai. Een prachtige combi.

Maandag weer naar de piepjes. Maandag weer even terug naar toen, maar de rest van de week ben ik gewoon weer FeM.
FEM - PTTS = BLIJ.

woensdag 17 maart 2010

Milly

Ik wilde een stukje schrijven over Milly. Maar het lukt niet. Soms zijn er gewoon geen woorden voor de wreedheid van de mens en voor het gemis van een kind. Dus zwijgen mijn vingers op het toetsenbord en denk ik aan Milly, hopend dat haar laatste uren gelukkig waren en dat haar dood plotseling kwam, zonder pijn.

vrijdag 12 maart 2010

Meisjes

Ik zie haar zitten en zeg zacht tegen de televisie; "Och meisje toch". Ze laat zien hoe ze elke nacht aan een zak met voeding vastzit via een slangetje in haar borst. Dapper trekt ze haar jurk omhoog en toont ze haar stoma, met daarnaast een jaap in haar buik van boven tot onder. Ietwat cynisch zegt ze dat haar lichaam altijd haar instrument was en dat ze eigenlijk een prachtige buik had. Tja, die zou ze wel heel graag terug willen hebben. Ze zegt het met berusting. Want een strak buikje is wel het laatste waar ze zich druk om maankt. Ze gaat toch dood. Darmkanker.

Ik zie haar zitten aan de andere kant van mijn tafel en denk af en toe: "Och, meisje toch". Amper vijftig kilo, het lichaam van een kind. Maar officieel volwassen. En ze zegt het niet, maar ik weet dat ze in haar korte leven al meer nare dingen heeft gezien dan de meeste mensen in een heel leven. Ze kent hier niemand en daarom wilde ze mij leren kennen. Om meisjesdingen te doen. Lekker shoppen of gewoon samen eten. Later, als alles beter is, wil ze advocaat worden. Nu maakt ze zich vooral zorgen om haar veiligheid.

"Och meisje toch." Denk ik als ik in de spiegel kijk. Wat ben je toch een akelige tuttebol! Altijd maar zeuren over de lellende vellen op je buik. Altijd maar rondzeulen met de gevolgen van een nare tijd. Tuurlijk, ieders eigen pakje draagt het zwaarst. Maar er zijn zoveel meisjes die het 1000 maal slechter hebben dan ik. En het is heel erg goed om daar van doordrongen te zijn.

"Meisje, meisje, tel je zegeningen".... Zoiets zou mijn oma zeggen.

donderdag 11 maart 2010

Het eind van de wereld

Ik klik van de een naar de ander en kom opeens op een profiel van iemand terecht die met grote stelligheid beweert dat onze aarde op 12 juni 2012 zal vergaan. Ik moet lachen en kijk nieuwsgierig even rond om te lezen van deze persoon allemaal beweert. Hij of zij (wil anoniem blijven kennelijk) komt nogal boos en geïrriteerd over. Hij (laten we voor het gemak spreken van een hij) vindt vooral mensen die werken om geld te verdienen  nogal stom, geloof ik. En beweert dus dat vooral die mensen het niet lang meer zullen maken. O jee! Kennelijk vergaat de wereld in zijn optiek maar half, want als ik het goed begrijp mogen "zij die het begrijpen" blijven leven. Wat we dan zouden moeten begrijpen, wordt me niet helemaal duidelijk, dus ik lees - niet gehinderd door enige kennis en verrast door zoveel lariekoek - vrolijk verder. Totdat het me te gortig wordt en vooral te negatief en ik gewoon weer op het volgende profiel klik.

Maar nu zit ik hier, al kauwend op een tzatziki salade met teveel knoflook, en begin ik me ineens toch van alles af te vragen. Ten eerste of X de knoflook nog zal ruiken als hij over vier uurtjes thuiskomt... Maar ook wat ik zou doen als ik zeker wist dat de wereld over twee jaar zou vergaan, of als ik daar in ieder geval heilig in zou geloven. Een moeilijke vraag. Maar één ding is zeker; ik zou me niet meer bezighouden met hyves. En ik zou ook zeker niet aan de hele wereld vertellen dat het zo is. Ten eerste omdat ik wel kan bedenken dat iedereen me dan voor gek zou verklaren. Maar ook omdat het wel handig is om alleen over die kennis te beschikken. Als iedereen het immers zou weten, zouden ze natuurlijk hetzelfde briljante plan als ik kunnen hebben. Want wat zou ik doen? Meteen stoppen met werken en een enorme lening bij de bank afsluiten om de laatste twee jaar van mijn leven lekker luxe van te kunnen leven. Terugbetalen hoeft tenslotte niet als we met zijn allen de pijp uit gaan. Ik zou reizen met X, van oost naar west en van noord naar zuid. Overal kijken waar de mooiste plek is om te sterven. Ik zou bootjevaren tot ik er genoeg van had. Ik zou elke avond dat ik thuis was op een (nep) berenvelletje voor de superdeluxe haard (die ik ook van het geleende geld zou kopen) liggen knabbelen aan heerlijke gerechtjes die we allemaal zouden laten brengen. Ik zou geen dag meer nadenken over de lijn of andere triviale uiterlijkheden, want dit lichaam hoeft toch geen veertig jaar meer mee, en hoeveel kan een mens aankomen in twee jaar?

Maar dat doe ik allemaal niet, omdat ik gewoon geloof dat ik nog wel vijftig jaar meega. En omdat ik geen zin heb om mijn leven door angst te laten beïnvloeden. Ik geniet gewoon. Ook van de dingen die 'moeten'. En dat bootje varen, reizen en haardvuurtje? Dat komt allemaal wel. Gelukkig heb ik nog genoeg leven voor me om hard te werken, genoeg geld te verdienen en vooral hard te genieten.

Maar misschien is het besef dat ik meteen zou stoppen met hyven wel een reden om daar ook gewoon nu eens van af te zien. Eigenlijk is er geen einde van de wereld voor nodig om je prioriteiten weer eens goed te bepalen.

dinsdag 9 maart 2010

Foetus

Terwijl mijn hoofd op knieën rust en ik tussen mijn benen door naar mijn roze-gelakte teennagels staar, voel ik het warme water van de douche over mijn rug stromen. Mijn hoofd draait op volle toeren. Eerst bedenk ik me dat het eigenlijk heel lekker zit zo, in deze houding. Ik vraag me af hoe het zou komen dat ik vroeger nooit lekker zat als ik mijn knieën optrok. Zou het komen doordat er minder vet om mijn botten zit? Of is het juist doordat ik eindelijk eens wat spieren ontwikkel? Zou ik toch nog eens een elastiekje worden?

Dan bedenk ik me dat dit natuurlijk de foetus-houding wordt genoemd en herinner ik me collega W die ooit - na een semi-kwetsende opmerking van een ander - opmerkte dat ik die avond wel weer in foetus-houding onder de douche zou eindigen. Haar opmerking had een beetje hetzelfde effect als de vaste grap van pake dat wij als kleinkinderen al het eten onder onze neus stopten. Jaren heb ik naar die opmerking geluisterd en beelden voor me gezien van mij en mijn neefjes en nichtjes die eten tegen de onderkant van onze neuzen aanduwden. Totdat ik op een dag, na de honderdste keer pake te hebben aangehoord, eens goed om me heen keek en me besefte dat mijn mond NATUURLIJK onder mijn neus zat. Ik weet nog dat ik het toen uitriep en iedereen me verbaasd aankeek. Zij bleken het allang door te hebben. Zelden voelde ik me zo dom. En terwijl ik hier zo onder de douche zit - in foetushouding - realiseer ik me dat ik weer een "eten onder de neus" ervaring heb gehad. Toen collega W het zei zag ik mezelf liggend op mijn zij, met opgetrokken knietjes, onder de douche liggen en bedacht ik me meteen dat dat echt niet zou passen in mijn douchebak en dat ik dan vast water in mijn oren zou krijgen. Vol overtuiging riep ik toen dat ik zoiets nooit deed en voelde ik me op dat moment alles behalve zielig.

Maar nu zit ik hier dus. Zoals bijna elke dag. In foetus-houding. En mijn hoofd vertelt me ineens dat het best gek is dat ik altijd onder de douche wil zitten. Mijn lijf vertelt me dat het helemaal niet gek is. Ik ben gewoon te moe. En ineens weet ik dat het klopt. Ik doe dit immers pas sinds ik de minder mooie kanten van het leven heb leren kennen. Kennelijk kan ik gewoon niet meer op mijn benen staan. Dan bedenk ik dat ik vast gauw weer opsta en dat er tijden komen dat ik nooit meer onder de douche wil zitten. Benoem ik het douchen gewoon als mijn manier om mijn dag te verwerken en tot rust te komen voor de nacht.

Mijn gedachten dwalen al weer af als ik mijn rode vingernagels zie. Hmm, best mooi, maar ik krijg er wel oude handen van. Handen van een dertiger…. Ach, het is tijd om op te staan, de kraan dicht te draaien en ook mijn gedachtenstroom te stoppen. Genoeg gedoucht en gedacht voor vandaag. Morgen toch maar eens proberen te staan.

Diepgang

Vaak lees ik over wetenschappelijke onderzoeken en vraag ik me af; wat is hiervan in vredesnaam het nut en waarom geven we daar zoveel geld aan uit?! Maar vandaag niet. Vandaag las ik over de uitkomst van een wetenschappelijk onderzoek dat weer een klein hoekje van mijn karakter oppoetste. Niks geldverspilling, niks nutteloos. Precies wat ik wilde lezen.

Waar ging het over? Over oppervlakkige gesprekken. Die maken ongelukkig. De hele dag over koetjes en kalfjes en je kunt naar de slachtbank. Nee, mensen die in een conversatie veel van zichzelf leggen zijn over het algemeen gelukkiger. Komt dat even goed uit! Vanaf nu dus nooit meer de neiging om een vuist in mijn mond te stoppen om de onuitputtelijke woordenstroom over de meest intieme onderwerpen af te breken. Vanaf nu dus nooit meer de aandrang om mijn eigen tong af te bijten nadat ik weer eens een minder sterke kant van mezelf naar voren heb gebracht. Nooit meer naar huis fietsen en mezelf onderweg voor het hoofd slaan omdat ik weer eens het achterste van die - nog steeds niet afgebeten - tong heb laten zien aan mensen die ik amper ken.

Ook het zinnetje in het onderzoeksrapport dat "mensen die veel met anderen converseren gelukkiger zijn dan mensen die meer op zichzelf zijn" sprak mij erg aan. Laat die collega's en vriendinnen maar roepen dat ik nooit "uit sta" en dat ik een kletskont, kwebbelkous, praatjesmaakster, flapuit, of ratel ben. Ik ben gewoon heel erg goed in mezelf gelukkig maken. En als de rest van de wereld dat nou ook eens zou zijn?!

Dan zou ik nooit meer verlangen naar een achtergrond muziekje in de wachtkamer van de tandarts, dan zou ik nooit meer een pijnlijke stilte ervaren als ik met wildvreemde mensen zat te wachten tot een cursus begon en zouden de bus- en treinritjes een stuk sneller voorbij gaan. Praten, converseren en écht leren kennen tot je niet meer gelukkiger kan worden. Maar misschien moeten ze dan nog wel even onderzoeken of anderen wel op mijn diepgang zitten te wachten….

zondag 7 maart 2010

Onderweg

Happiness is a journey, not a destination. Geluk is een reis, geen bestemming.
Een prachtige tekst, afkomstig van Bhoeddisten. Ik kreeg hem ooit van een niet nader te noemen persoon voor mijn verjaardag. Lange tijd hing de tekst aan de muur, maar door mijn nieuwe start was er geen ruimte meer in mijn huis, hoofd en hart voor herinneringen aan de gever van de tekst. Dus nu ligt hij ergens op zolder achter een deurtje. Gelukkig zijn sommige dingen sterker dan zolders en deurtjes. Sommige dingen nestelen zich vast in je hoofd.

Zo nu en dan danst de zin ineens weer door mijn gedachten. En voel ik de zon van het moment dat ik de tekst kreeg en hoe ik me toen, ondanks de schoonheid van het kado, doodongelukkig voelde. Ik weet nog dat ik toen hoopte dat ik ooit het goede reisschema zou vinden en me los kon maken van de verkeerde reisgenoot. Ik weet nog dat de tekst me hoop gaf, maar tegelijk ook lastig voor me was. Want als de reis geluk moest brengen, was ik niet goed bezig. Ik hoopte juist dat geluk hetgene was dat me wachtte als ik maar even doorzette, nog heel even volhield.

Vandaag komt de zin ineens weer naar bovendrijven op de zee van mijn gedachten. Niet omdat ik nog steeds hoop dat de reis eindelijk eens wat leuker wordt. Nee, juist omdat het voelt alsof ik mijn bestemming heb bereikt. Voor het eerst begrijp ik de zin beter, of anders. Voor het eerst merk ik dat ik echt op reis ben. Het kwartje valt. Natuurlijk is geluk niet de bestemming. Dat zou immers betekenen dat het leven op enig moment een stilstaand geheel moet worden. En het leven is alles behalve een stilstaand geheel. Ja, in theorie zou ik tot in de eeuwigheid hier in huis kunnen blijven. Maar ook dan zou alles veranderen. Die prachtige film is straks niet meer op televisie. De geur van mijn pasgebakken taart zal langzaam vervliegen. Het vol verwachting op X wachten zal veranderen in blijdschap zodra hij thuiskomt. En dit stukje is straks geschreven. Mijn gedachten zullen afdwalen en de radiator zal automatisch uitgaan. De zon zal ondergaan en ik zal op enig moment vast wel weer eens moeten plassen. Dus niets blijft zoals het is, zelfs de kleinste dingen kun je niet vastzetten. Het leven is de reis. En ik ben een hele gelukkige reiziger.

Natuurlijk zal ik onderweg wel weer eens in een verkeerde taxi stappen of een hotel boeken waar de ontvangst minder hartelijk is. Natuurlijk zal ik wel weer eens een afslag missen en het gevoel krijgen dat ik verdwaald ben. Maar zolang ik de goede reisgenoot heb en kan bouwen op de goede gidsen die mijn ouders altijd zijn geweest, zal geluk met mij zijn en de reis veraangenamen. 

donderdag 4 maart 2010

Reclame

We rijden in het donker. Het licht van de lantaarnpalen valt naar binnen in de auto. Van paal naar paal, lamp aan, lamp uit. Het is bijna hypnotiserend. Het is al laat en ik voel me rozig. Geen auto's om ons heen. Ik staar voor me uit. Dan vangt een reclamebord mijn blik. Ik zie in een flits een mager meisje met een mooi gezichtje. Haar lichaam is gehuld in een suterige, vale spijkerbroek met een suffig blauw-wit gestreept truitje dat me doet denken aan de marine-mode van de jaren tachtig. Ze heeft haar lichaam in een houding gemanouvreerd die ik nog nooit heb aangenomen (als je de keren dat ik met de fiets onderuit ging buiten beschouwing laat).
Rozig, maar onverwacht scherp, vraag ik me ineens af hoe het toch kan dat ze zulke lelijke kleren op een reclamebord gooien. Oké, in de flits zag ik nog wel dat het allemaal geen drol kostte (zoals trouwens alles bij mijn vrienden Hennes en Maurits), maar dat maakt natuurlijk nog niet dat ik in een apepakkie wil gaan lopen. Het model kon het hebben, maar die zou er nog goddelijk uitzien in een vuilniszak (en dat geldt echt niet voor iedereen, weet ik sinds ik een keer bij gebrek aan een regenpak een vuilniszak heb omgeknipt tot jas).
Voordat ik al mijn gedachten over zoveel lelijkheid op een reclamebord heb kunnen ordenen, doemt een nog veel groter bord op. Ik zie Frans Bouwer en een meiske met een onbestemde etnische achtergrond. Net als ik dacht dat de kleren van H&M het toppunt van slechte smaak waren, realiseer ik me dat de ruitjesblouse van Frans, in wit, oranje, paars en blauw, alle verbeelding tart. Het arme, rasloze (of multiraciale) meiske staat er zelfs bij in een oversized oranje fleece-jack. En dan wil ik het nog niet eens hebben over haar merkwaardige kapsel of over de bleke - en inmiddels ook weer dikke - kop van Frans. Het geheel is qua kleding al schrikbarend genoeg.
Terwijl X de auto weer onder een rij lantaarnpalen doorstuurt, blijven mijn gedachten bij reclameborden en lelijkheid. Het is een wereld die mij totaal onbekend is. Ik dacht nog dat het in reclame altijd ging om het weergeven van de mooiste kant van het leven en van mensen. Het aanspreken van de potentiele kopers. Kennelijk heb ik het mis. Ik probeer de achterliggende psychologie te doorgronden en kijk inmiddels wat bewuster om me heen, zoekend naar een nieuw reclamebord. En dan ineens, staat daar het bord met de aanplakbiljetten voor de gemeenteraadsverkiezingen. Geen reclame voor een product of dienst, maar voor een idee. Voor een gevoel, een smaak, een stroming. Ik lees in een flits: "Stem Homme.....Verdomme".
Ik knipper met mijn ogen. Staat het er echt? Het staat er echt!!! En dan weet ik zeker dat ik reclame al lang niet meer begrijp. Om me ineens ook het spotje voor een hoestdrankje herinner waarin een meisje achtereenvolgens de hoest van haar vader nadoet en die van haarzelf speelt. Ik hoor totaal geen verschil en erger me telkens weer aan de suffe moeder die bloedserieus het middeltje aansmeert. Zouden mensen het echt meer gaan kopen nu? Zouden mensen ook op Homme hebben gestemd? Ver*****, waar zijn we mee bezig?

dinsdag 2 maart 2010

Dood

En toen ging het ineens over de dood. Een woord waarbij ik bijna geneigd ben om het met hoofdletters te schrijven vanwege de zwaarte van de betekenis. De dood. Het is onvermijdelijk voor ons allemaal. De een is er bang voor. De ander hoopt er eeuwige rust in te vinden. Ik weet nog niet bij welk kamp ik hoor. Ik ben er niet bang voor, maar dat is vooral omdat het nog zover weg lijkt. Ooit komt Magere Hein me halen (en dat kan dan ook gewoon zijn voor een skivakantie, aangezien mijn liefste broer zo heet...maar mager is ie geloof ik niet echt). Zoveel is zeker. En tja, dood is dan gewoon dood. Dan is er niks meer aan te doen en zullen we wel zien of ik in de hemel komt, of dat ik mijn hele leven voor niks naar boven heb gekeken en gepraat in de veronderstelling dat er een hemel is.

Maar bij de dood hoort nog iets anders. Namelijk waar laat je het lijk? Mijn hele leven weet ik al dat ik begraven wil worden. Zelfs voordat ik ooit voet in een crematorium had gezet, leek begraven me de beste optie. Want cremeren vind ik zo'n vreselijke bedoening. Ten eerste het idee dat je al moet branden voordat ook maar sprake kan zijn van een vagevuur. Ten tweede de vraag of je wel echt verbrand wordt en niet stiekem op transport naar snijgrage geneeskunde-studenten wordt gezet. Maar erger dan dat is de manier waarop. Stel je nou toch voor dat je aan het eind van een groots en meeslepend leven in een kist terecht komt en dat ze die kist dan rijden naar een plaats zoals het crematorium in Goutum. Dan lig je daar met je goeie gedrag in een ruimte die zo ontieglijk treurniswekkend is dat zelfs de mensen die je stiekem vreselijk vonden de tranen in de ogen springen. Bakstenen muren die een beetje zijn opgeleukt met gekleurde houten panelen (in oranje en paars!!!!). Spuuglelijke stoeltjes die vreselijk zitten en nergens, werkelijk nergens iets moois te zien. Niets dat je aandacht kan trekken, zoals in een katholieke kerk. Gewoon totaal sjeu-loos. Nou, ik wil niet na een sjeu-vol leven sjeu-leus afscheid nemen. Want in een crematorium lijken zelfs de meest gloedvolle afscheidsredes saai en klinkt de muziek altijd schel en gevoelloos. In een crematorium bekruipt mij altijd het gevoel van: Is dit het nou? Heb je het hier nou voor gedaan? Ik kan dan maar aan één woord denken: Anti-climax.

Nou, bij mij geen anti-climax. Gewoon door bling-blingen na de dood. Dat is mijn devies. Dus ik hoop dat mijn nabestaanden tegen die tijd lekker naar een katholieke kerk togen en zich tijdens de afscheiddienst vergapen aan alle prachtige glas in loodramen, onderwijl luisterend naar schitterende muziek, kijkend naar stralende kaarsen en denkend aan hun krasse oma die tuttig is gebleven tot het eind. Even twijfelde ik over begraven. Want de deksel van menig kist bezwijkt binnen luttele seconden na het begraven onder het gewicht van de modder. En dan lig je daar dus in je goeie goed tussen de drek. En het beeld van oma in de kist, nu koud in de grond, laat me ook maar moeilijk los. Maar ik ben er wel uit. Want het feit dat ik elke dag langs de begraafplaats kan fietsen en dan in gedachten altijd even naar mijn lieve omaatje zwaai bezorgt me altijd een tevreden glimlach om mijn mond. En ik wil niks liever dan dat mijn nabestaande tegen die tijd ook een plaatsje hebben om zich te bezinnen op het leven en mij een beetje te gedenken. Dan maar met mijn goede goed in de drek. Of gewoon in een stalen kist.