Sinds vriendlief niet wist dat Tinky Winky van de Teletubbies geen Tinky Winky heet en hem/haar/homo/hetero/lesbo standaard Stinky Winky noemt komt de term Stinky Winky meteen in me op zodra ik met iets onwelriekends geconfronteerd word. En dat is eigenlijk best wel vaak....Vraag me niet waarom ik van X weet hoe hij de Teletubbies noemt, ik kan niet meer terughalen hoe we ooit op dat intellectueel hoogdravende onderwerp zijn gekomen, maar dat geheel terzijde.
De lift is bij uitstek de plaats waar Stinky Winky regelmatig bij me op komt. Want als je ergens met je neus op de dampende feiten wordt gedrukt - letterlijk wel te verstaan - is het wel in de lift naar het rokershok. Daar stikt het dus van de Stinky Winky's. En heeft de klank van die benaming nog iets schattigs over zich, fe geur heeft dat totaal niet! De rokers bij mij op het werk zijn alles behalve schattig. Niet alleen de rookdampen van hun net beëindigde bezoek aan het rokershol dragen ze bij zich. Neehee!!! Ook de rookdampen van weken geleden als je het mij vraagt. Sommige Stinky Winky's ruiken niet alleen alsof ze niet weten hoe hun wasmachine werkt, ze zien er ook zo uit. Muf, verkreukeld en verkleurd. En dan heb ik het niet alleen over hun kleren.
Maar als het nou alleen bij rookdampen zou blijven... Niks is minder waar. Op zich is het opmerkelijk en - als het niet zo vies zou zijn - hoogst interessant dat het menselijk lichaam zoveel Stinky Winky in zich bergt. Nog los van de met scheten en boeren gepaard gaande tijdelijke verstoringen van mijn neusharmonie, presteren mensen het om te stinken op allerlei manieren. Zo is er de Opper Stinky Winky van de schoonmaak. Hij lijkt alles schoon te maken, behalve zichzelf. Als hij de gang door is geweest kun je plakken snijden van de geur van oud zweet. Héél oud zweet. Maar niet alleen zweet kan onaangename gevolgen voor de volksgezondheid hebben. Er zijn ook Stinky Winky's met de eigenschappen van een beerput. En het lijkt wel of ik in een volle lift altijd net tegenover zo'n exemplaar terecht kom. En ja, die moet dus standaard in gesprek gaan met anderen in de lift en mij bedwelmen met de lucht van napalm in de morgen of zijn het de spruitjes van drie dagen geleden?
Overal waar ik ga of sta kom ik Stinky Winky tegen. We zijn vanaf nu onafscheidelijk, vrees ik. Of Den Haag moet deodorant, tandpasta en wasmiddel op willen nemen in het basispakket. Ik ben voor!
Femme fatale ('fatale vrouw'): een vrouw die haar schoonheid en seksualiteit gebruikt om mannen te verleiden. Een femme fatale is stijlvol, sterk, seksueel onafhankelijk en intelligent. Ze zal er alles aan doen om de situatie onder controle te houden. Fem Fataal: een brokkenpiloot met een zonnige kijk op het leven die veel lacht, zich vaak verbaast, mannen buitengewoon interessante wezens vindt, de liefde niet begrijpt en voor altijd naief zal blijven.
dinsdag 9 februari 2010
maandag 8 februari 2010
Ennnn.....cut!
Een van de pijnlijkste scènes uit de film van mijn leven is die van mezelf op mijn opoefietsje. Stralend in het licht van de lantaarnpalen bij de spoorwegovergang, 's avonds laat. Met een blij hoofd, in mijn beleving zelfs met rozige blosjes op de wangen, en een fietsmand volgepropt met mijn zilveren bloemetjes-tas. Vol verwachting en dus extra hard fietsend, onderweg naar hem.
Niks pijnlijks aan het moment van toen natuurlijk. Toen was alles prachtig en leek mijn blikveld permanent omlijst te worden met een roze waas. Smoorverliefd en vol vertrouwen. Overtuigd dat een schitterende toekomst voor me lag. Helemaal geen pijnlijke scène. Integendeel, destijds zou je er met de kennis van toen (zie hier een prachtige Balkenende-move) een vrolijk muziekje onder hebben gezet. "I feel like dancin', romàààncing" of ziets. Als het maar hoogtonig en zoetsappig was, ieder liefdesliedje had perfect gepast.
En toch heeft het me lange tijd tot tranen geroerd als ik terugdacht aan dat moment. Want met de kennis van nu past er toch beter een muziekje onder als "Those were the days" en dan in de versie van George Michael en Lisa Stansfield.
Net als het liedje staat die scène staat symbool voor alles wat ik toen was. En voor alles wat ik dacht te zijn kwijtgeraakt in mezelf. Ik was blij, vrolijk, heerlijk naief, lief, groen als gras, vol vertrouwen in hem en in de hele wereld. Gewoon een onbeschreven blad dat geen enkel idee had wat er allemaal bijgeschreven zou worden op haar blaadje als ze door bleef fietsen. En dus fietste ik door. En dus volgden er jaren waarin ik dingen zou zien, horen en meemaken die mijn blaadje overvol maakten en me het idee gaven dat er niets meer over was van dat meisje met haar bloemetjestas in haar fietsmandje.
Zaterdag sluit ik de deur van mijn huis voorgoed achter me. Pak ik mijn fiets, met mandje, til ik mijn zilveren bloemetjestas erin en fiets ik, harder dan ooit, de toekomst tegemoet. Weer vol vertrouwen, dit keer geheel terecht. Maar ook vol liefde en met een intens gelukkig gevoel. Oké, misschien iets minder naief...maar nog net zo lief (en met een superstoere bel). De eerste scène van mijn prachtige, nieuwe (romantische) film.
Ennnn....Cut!
Niks pijnlijks aan het moment van toen natuurlijk. Toen was alles prachtig en leek mijn blikveld permanent omlijst te worden met een roze waas. Smoorverliefd en vol vertrouwen. Overtuigd dat een schitterende toekomst voor me lag. Helemaal geen pijnlijke scène. Integendeel, destijds zou je er met de kennis van toen (zie hier een prachtige Balkenende-move) een vrolijk muziekje onder hebben gezet. "I feel like dancin', romàààncing" of ziets. Als het maar hoogtonig en zoetsappig was, ieder liefdesliedje had perfect gepast.
En toch heeft het me lange tijd tot tranen geroerd als ik terugdacht aan dat moment. Want met de kennis van nu past er toch beter een muziekje onder als "Those were the days" en dan in de versie van George Michael en Lisa Stansfield.
Net als het liedje staat die scène staat symbool voor alles wat ik toen was. En voor alles wat ik dacht te zijn kwijtgeraakt in mezelf. Ik was blij, vrolijk, heerlijk naief, lief, groen als gras, vol vertrouwen in hem en in de hele wereld. Gewoon een onbeschreven blad dat geen enkel idee had wat er allemaal bijgeschreven zou worden op haar blaadje als ze door bleef fietsen. En dus fietste ik door. En dus volgden er jaren waarin ik dingen zou zien, horen en meemaken die mijn blaadje overvol maakten en me het idee gaven dat er niets meer over was van dat meisje met haar bloemetjestas in haar fietsmandje.
Zaterdag sluit ik de deur van mijn huis voorgoed achter me. Pak ik mijn fiets, met mandje, til ik mijn zilveren bloemetjestas erin en fiets ik, harder dan ooit, de toekomst tegemoet. Weer vol vertrouwen, dit keer geheel terecht. Maar ook vol liefde en met een intens gelukkig gevoel. Oké, misschien iets minder naief...maar nog net zo lief (en met een superstoere bel). De eerste scène van mijn prachtige, nieuwe (romantische) film.
Ennnn....Cut!
Samenwonen
Dachten we eerst nog dat Erik van der Hoff eraan te pas moesten komen als wij ooit zouden gaan samenwonen, inmiddels is de kogel door de kerk en is Erik in geen velden of wegen te bekennen. En dat hoeft ook niet. We blijken Erik helemaal niet nodig te hebben (behalve als opleuker van Wie is de Mol?!).
Mijn nep-Wedgewood servies van de Hema past prima achter de deurtjes van jouw designkeukenkastjes. Mijn antieke tegeltjes blijken juist prachtig uit te komen bij jouw poepiedure Sinaasappelschil-stoeltjes. Mijn studieboeken vinden het erg gezellig om bij jouw intellectualiteiten in de boekenkast te worden opgenomen. Zelfs onze fotoboeken en bijbehorende geschiedenissen staan harmonieus, rug aan rug, in mijn meidenkastje uit het jaar nul. Maar ook mijn bling bling vazen doen het leuk voor jouw ramen. Mijn foto's passen prima in jouw lijstjes. Mijn kroonluchter staat enig boven jouw bed. Mijn rommel lijkt prachtig in jouw garage. Mijn bloemen fleuren harder bij jouw voordeur. En alles matcht als een dolle met elkaar.
Tuttig meets modern. Knussig meets strak. Fem meets X.
Het bewijs dat 1 + 1 gewoon 3 kan zijn. En niet alleen in spullen. Maar ook in gevoel. Samen met jou in één huis maakt 1 + 1 een dikke 11!!!
Mijn nep-Wedgewood servies van de Hema past prima achter de deurtjes van jouw designkeukenkastjes. Mijn antieke tegeltjes blijken juist prachtig uit te komen bij jouw poepiedure Sinaasappelschil-stoeltjes. Mijn studieboeken vinden het erg gezellig om bij jouw intellectualiteiten in de boekenkast te worden opgenomen. Zelfs onze fotoboeken en bijbehorende geschiedenissen staan harmonieus, rug aan rug, in mijn meidenkastje uit het jaar nul. Maar ook mijn bling bling vazen doen het leuk voor jouw ramen. Mijn foto's passen prima in jouw lijstjes. Mijn kroonluchter staat enig boven jouw bed. Mijn rommel lijkt prachtig in jouw garage. Mijn bloemen fleuren harder bij jouw voordeur. En alles matcht als een dolle met elkaar.
Tuttig meets modern. Knussig meets strak. Fem meets X.
Het bewijs dat 1 + 1 gewoon 3 kan zijn. En niet alleen in spullen. Maar ook in gevoel. Samen met jou in één huis maakt 1 + 1 een dikke 11!!!
vrijdag 5 februari 2010
Lieve oma,
Ineens voelde ik de behoefte om je te schrijven oma. Niet omdat het vandaag een bijzondere dag is ofzo. Het had zich denk ik al een beetje opgebouwd toen ik mijn oude agenda tegenkwam onder het verhuizen en zag wanneer je stierf en begraven werd en me ineens alle ellende van die tijd herinnerde. Maar eigenlijk kwam het nu vooral door Dinand. Ik had zijn cd in de speler gedaan en op play gedrukt. En toen, terwijl hij gevoelig begon te zingen dat er geen overgave is, viel mijn oog op jouw foto en voelde ik een enorm gemis en tegelijk zoveel liefde voor jou. Het is die foto waarop je in de rolstoel bij papa en mama in de tuin zit. Je weet wel, die waarop je die mooie grijze omslagdoek draagt en een bosje veldbloemen in je op schoot gevleide handen geklemd houdt. Je ziet er zo lief en breekbaar uit op die foto oma. Als ik naar die foto kijk, zie ik hoe je was op het laatst. Maar gelukkig hebben mijn hart en hoofd niet alleen dat deel van jou opgeslagen. Gelukkig weten ze ook nog hoe ontzettend sterk en pittig je gedurende je hele leven bent geweest. Een warme, exentrieke en geweldige oma.
Ik vertel X wel eens over je, omdat ik het zo jammer vind dat jullie elkaar nooit hebben ontmoet. Ik wil zo graag dat hij weet hoe je was. Dus ik vertel hem dat hij geen GVD mag zeggen omdat je dan eigenlijk God vraagt om je te verdoemen. En ik vertel hem dat ik dat van jou geleerd heb. Ik kan het me nog zo goed herinneren dat je op ons paste en dat we hadden gegeten en dat broerlief zich perongeluk iets van dergelijke onchristelijke strekking liet ontvallen. Je liet het aanrechtdoekje meteen vallen en kroop met schort en al weer aan tafel terwijl je ons vermanend toesprak. Diep beschaamd en doordrongen van de ernst van de zaak staarde ik naar de bloemetjes op het tafelzeil. Ik zie ze nog voor me. Sindsdien heb ik nog zelden gevloekt hoor oma. Ineens voelde dat heel naar en moest ik daarbij altijd aan bloemetjes op de tafel denken.
Maar niet vloeken is natuurlijk niet het enige dat ik van je geleerd heb. Als ik alles op zou schrijven, zou ik veel te veel papier nodig hebben, dus dat doe ik maar niet. Maar dankzij jou weet ik in ieder geval waar het om draait in het leven. Om liefde voor je naasten en gulheid. Om karakter en niet om uiterlijkheden. Om verdraagzaamheid, nieuwsgierigheid, begrip en zorgen. Wat heb je veel gezorgd, voor ons, voor je kinderen, voor iedereen die je zorg maar nodig had. Ik heb maar een streven in mijn leven en dat is dat ik ooit, als ik oud en grijs ben, een kleindochter heb die net zo gek op mij is, als ik voor altijd op jou zal zijn.
Lieve oma, ik hoop dat het goed met je gaat daarboven en dat je het fijn hebt met opa. Ik hoop dat je nog heel lang over mij en mij dierbaren waakt. En ik blijf je voor altijd dankbaar dat je X een duwtje hebt gegeven zodat hij op mijn pad kwam.
Al mijn liefs, met heel mijn hart.
Kus Fem
Ik vertel X wel eens over je, omdat ik het zo jammer vind dat jullie elkaar nooit hebben ontmoet. Ik wil zo graag dat hij weet hoe je was. Dus ik vertel hem dat hij geen GVD mag zeggen omdat je dan eigenlijk God vraagt om je te verdoemen. En ik vertel hem dat ik dat van jou geleerd heb. Ik kan het me nog zo goed herinneren dat je op ons paste en dat we hadden gegeten en dat broerlief zich perongeluk iets van dergelijke onchristelijke strekking liet ontvallen. Je liet het aanrechtdoekje meteen vallen en kroop met schort en al weer aan tafel terwijl je ons vermanend toesprak. Diep beschaamd en doordrongen van de ernst van de zaak staarde ik naar de bloemetjes op het tafelzeil. Ik zie ze nog voor me. Sindsdien heb ik nog zelden gevloekt hoor oma. Ineens voelde dat heel naar en moest ik daarbij altijd aan bloemetjes op de tafel denken.
Maar niet vloeken is natuurlijk niet het enige dat ik van je geleerd heb. Als ik alles op zou schrijven, zou ik veel te veel papier nodig hebben, dus dat doe ik maar niet. Maar dankzij jou weet ik in ieder geval waar het om draait in het leven. Om liefde voor je naasten en gulheid. Om karakter en niet om uiterlijkheden. Om verdraagzaamheid, nieuwsgierigheid, begrip en zorgen. Wat heb je veel gezorgd, voor ons, voor je kinderen, voor iedereen die je zorg maar nodig had. Ik heb maar een streven in mijn leven en dat is dat ik ooit, als ik oud en grijs ben, een kleindochter heb die net zo gek op mij is, als ik voor altijd op jou zal zijn.
Lieve oma, ik hoop dat het goed met je gaat daarboven en dat je het fijn hebt met opa. Ik hoop dat je nog heel lang over mij en mij dierbaren waakt. En ik blijf je voor altijd dankbaar dat je X een duwtje hebt gegeven zodat hij op mijn pad kwam.
Al mijn liefs, met heel mijn hart.
Kus Fem
Nieuw
Alles om me heen is nieuw. Heerlijk, zou je zeggen. Nou, mooi niet! De nieuwe wasbak zat al na een paar dagen klussen onder de onverklaarbare ernstige krassen die nu telkens een doorn in het oog zijn en visioenen oproepen van Fem met een schuursponsje die de hele bak wel even zal matteren. De nieuwe tafel lijkt ons elke dag een nieuwe beschadiging te willen aanwijzen. De nieuw geverfde muren schreeuwen me toe vanaf de plaatsen waar een smerige vingertast of akelig kattengekrab te vinden is. De zenuwen gieren door mijn lijf als er iets opgehangen moet worden en dus een gat in die prachtige, egale muur gemaakt moet worden. Om nog maar niet te spreken van de vloer. "Laminaat kan álles hebben, zo praktisch!". Ik hoor het de woonwinkel-meneer nog zeggen... Waarom is het dan, dat ik vanaf hier zo drie plekken kan aanwijzen waar krassen zitten doordat ik een lullig doosje heb verschoven?
Een nieuwe badkamer. Ook zo heerlijk. De eerste kalkvlekjes rond het doucheputje doen pijn aan mijn ogen en leiden ertoe dat douchen ineens een schoonmaakexercitie is geworden, en dan heb ik het dus niet over het schoonmaken van mijn eigen lichaam. Iedere blonde haar op de badkamervloer verstoort het VT-wonen imago van het geheel en dus kruip ik na elke föhn-beurt zoekend over de vloer. En die blinkende kranen noodzaken mij om na iedere douchebeurt in de weer te gaan met een droogdoek om te voorkomen dat er kalkvlekken en matheid ontstaan.
Het is mooi hoor, nieuw, maar ook ver-slaaf-end want je wilt het nieuwe zo lang mogelijk nieuw houden. En dus poets je, smeer je, werk je bij en sta je om de haverklap je vinger met spuug over een potentiële nieuwe kras te halen, in de hoop dat het alleen maar een kras léék en niet is.
Geef mij maar ouwe meuk. Vol krassen en vol leven. Schoonheid door karakter. Pracht en praal met een verhaal. Veel gevoel maar geen schuldgevoel.
Een nieuwe badkamer. Ook zo heerlijk. De eerste kalkvlekjes rond het doucheputje doen pijn aan mijn ogen en leiden ertoe dat douchen ineens een schoonmaakexercitie is geworden, en dan heb ik het dus niet over het schoonmaken van mijn eigen lichaam. Iedere blonde haar op de badkamervloer verstoort het VT-wonen imago van het geheel en dus kruip ik na elke föhn-beurt zoekend over de vloer. En die blinkende kranen noodzaken mij om na iedere douchebeurt in de weer te gaan met een droogdoek om te voorkomen dat er kalkvlekken en matheid ontstaan.
Het is mooi hoor, nieuw, maar ook ver-slaaf-end want je wilt het nieuwe zo lang mogelijk nieuw houden. En dus poets je, smeer je, werk je bij en sta je om de haverklap je vinger met spuug over een potentiële nieuwe kras te halen, in de hoop dat het alleen maar een kras léék en niet is.
Geef mij maar ouwe meuk. Vol krassen en vol leven. Schoonheid door karakter. Pracht en praal met een verhaal. Veel gevoel maar geen schuldgevoel.
Energie
Daar komt hij voorrijden. Ik ken hem niet, maar zijn auto verraadt dat hij het moet zijn. Een grote Zweed op hoge poten. Type PC Hooft-tractor. Hij stapt uit, mapje onder zijn arm, jasje nonchalant open. Daadkrachtig schudt hij mijn hand en lacht hij zijn frisse gezicht bloot. Hij meet even wat dingetjes op en zegt dat het makkelijk moet kunnen. Dan maakt hij nog wat conversatie, zoals het hoort. Stukje klantenbinding, doet ie leuk.
Als hij weg is, weet ik dat er een raam mag komen waar nu een deur zit. Ik zou blij moeten zijn dat hetgeen ik bedacht heb ook praktisch uitvoerbaar is. Ik zou me kunnen verheugen op een nog prettiger huis. Maar ik ben leeg. Gesloopt. En hij is geen vijf minuten binnen geweest.
Het komt niet door hem. Het is zijn energie. Twee-en-half jaar van mijn leven heb ik doorgebracht met iemand met dezelfde baan, dezelfde dikke bak, dezelfde handige maniertjes, en dezelfde map onder zijn arm. En nee, natuurlijk stond niet hij hier in de kamer. Maar even leek hij heel dichtbij. Als communicerende vaten nam zijn energie toe en daalde die van mij tot rond het vriespunt.
Een paar uurtjes, wat filmpjes van de New Kids, een potje tennis, een blauwe kont (thanks mattie) en een diepe zucht later schuifel ik in ons nieuwe huis de trap op naar X. Hij ligt al lekker in bed en ik kruip in mijn tenniskloffie lekker tegen hem aan. De nare energie is nergens meer te bekennen. Ik kus zijn gezicht plat, stop hem lekker in en sluip weer naar beneden. Vervuld van bakken positieve energie, van hoop, liefde en bergen geluk. Even waaide er een koud briesje uit het verleden door mijn huis en hart, maar nu voelt het gelukkig weer alsof het hartje zomer is.
Als hij weg is, weet ik dat er een raam mag komen waar nu een deur zit. Ik zou blij moeten zijn dat hetgeen ik bedacht heb ook praktisch uitvoerbaar is. Ik zou me kunnen verheugen op een nog prettiger huis. Maar ik ben leeg. Gesloopt. En hij is geen vijf minuten binnen geweest.
Het komt niet door hem. Het is zijn energie. Twee-en-half jaar van mijn leven heb ik doorgebracht met iemand met dezelfde baan, dezelfde dikke bak, dezelfde handige maniertjes, en dezelfde map onder zijn arm. En nee, natuurlijk stond niet hij hier in de kamer. Maar even leek hij heel dichtbij. Als communicerende vaten nam zijn energie toe en daalde die van mij tot rond het vriespunt.
Een paar uurtjes, wat filmpjes van de New Kids, een potje tennis, een blauwe kont (thanks mattie) en een diepe zucht later schuifel ik in ons nieuwe huis de trap op naar X. Hij ligt al lekker in bed en ik kruip in mijn tenniskloffie lekker tegen hem aan. De nare energie is nergens meer te bekennen. Ik kus zijn gezicht plat, stop hem lekker in en sluip weer naar beneden. Vervuld van bakken positieve energie, van hoop, liefde en bergen geluk. Even waaide er een koud briesje uit het verleden door mijn huis en hart, maar nu voelt het gelukkig weer alsof het hartje zomer is.
woensdag 3 februari 2010
Vier jaar
Hij zegt dat hij stiekem nog wel eens hoopt dat er post van haar komt. Ik zeg dat post niet vier jaar onderweg is en voel me gemeen. Iets zeggen wat hij natuurlijk ook wel weet is hard in deze context. Maar ik zeg het niet om hem pijn te doen. Ik zeg het om de stilte te doorbreken, om hem te troosten. Maar ook omdat ik de woorden niet kan vinden om de pijn te verzachten.
Vier jaar geleden stierf zijn moeder. Niet door een nare ziekte, niet door een ongeluk, maar omdat ze dat zelf wilde.
Sindsdien wacht hij op post. Een brief waarin ze vertelt waarom ze niet meer verder kon. Een brief waarin ze schrijft dat het niet aan hem lag en dat ze van hem houdt en trots op hem is. Natuurlijk zit hij niet meer elke dag vol verwachting op de postbode te wachten. Maar net na haar dood was hij er van overtuigd dat die brief zou komen.
Maar die brief kwam niet. En die brief zal ook niet meer komen. Nooit zal hij precies weten wat er in haar omging. Hij heeft zich zoveel afgevraagd, zoveel verklaringen bedacht. Zoveel verzachtende omstandigheden aangedragen. Want de gedachte dat je moeder zo ongelukkig was dat ze niet meer verder kon is verschrikkelijk. Het is een last die hij en zijn zus altijd zullen blijven dragen. Dag in dag uit.
Maar als er dan weer een jaar voorbij is, doet het even extra pijn. Weer een jaar voorbij waarin hij van alles heeft beleefd dat hij niet met haar kon delen. Weer de herinneringen aan die dag van toen. Weer de beelden in je hoofd van haar, zoals je haar kende, mama, zoals ze vroeger was.
Ik slik. Voel de pijn, maar toch ook niet. Ik heb niet de illusie dat ik weet wat het met je doet als je dit meemaakt. Maar ik zie het aan hem en ik weet het van zijn zus.
Ik kende haar niet, maar heel soms ben ik een beetje boos op haar, snap ik er niets van als ik naar X zijn verdriet kijk. Er was zoveel om voor te blijven of op zijn minst voor te schrijven.
Vier jaar geleden stierf zijn moeder. Niet door een nare ziekte, niet door een ongeluk, maar omdat ze dat zelf wilde.
Sindsdien wacht hij op post. Een brief waarin ze vertelt waarom ze niet meer verder kon. Een brief waarin ze schrijft dat het niet aan hem lag en dat ze van hem houdt en trots op hem is. Natuurlijk zit hij niet meer elke dag vol verwachting op de postbode te wachten. Maar net na haar dood was hij er van overtuigd dat die brief zou komen.
Maar die brief kwam niet. En die brief zal ook niet meer komen. Nooit zal hij precies weten wat er in haar omging. Hij heeft zich zoveel afgevraagd, zoveel verklaringen bedacht. Zoveel verzachtende omstandigheden aangedragen. Want de gedachte dat je moeder zo ongelukkig was dat ze niet meer verder kon is verschrikkelijk. Het is een last die hij en zijn zus altijd zullen blijven dragen. Dag in dag uit.
Maar als er dan weer een jaar voorbij is, doet het even extra pijn. Weer een jaar voorbij waarin hij van alles heeft beleefd dat hij niet met haar kon delen. Weer de herinneringen aan die dag van toen. Weer de beelden in je hoofd van haar, zoals je haar kende, mama, zoals ze vroeger was.
Ik slik. Voel de pijn, maar toch ook niet. Ik heb niet de illusie dat ik weet wat het met je doet als je dit meemaakt. Maar ik zie het aan hem en ik weet het van zijn zus.
Ik kende haar niet, maar heel soms ben ik een beetje boos op haar, snap ik er niets van als ik naar X zijn verdriet kijk. Er was zoveel om voor te blijven of op zijn minst voor te schrijven.
Verdraagzaamheid
Ik rijd in mijn auto - met deuk - achter een grijskleurige stationcar. Zo'n typische familiebak. Aan de kinderzitjes te zien is het ook echt een familiebak. We moeten wachten voor het stoplicht en ik staar wat voor me uit, tot mijn oog valt op een sticker achterop de familiebak.
Het is een sticker die me al veel vaker is opgevallen, op allerlei soorten auto's. Een sticker die bij mij zoveel vragen oproept. Maar ook vooroordelen.
Het is de sticker waarbij een grote stoere haai een klein visje op gaat eten. Het Ichtus visje dat Christenen op hun auto plakken. Het Ichtus visje waarvan ik vroeger dacht dat het gebruikt werd door mensen die graag gingen vissen. Maar gelukkig weten moeders meer dan kinderen en leerde ik al snel dat het te maken had met een tijd waarin Christenen vervolgd werden. Ze gebruikten dit teken om te zien of een ander ook christen was. ICHTHUS betekent letterlijk 'vis'. De I staat voor Jezus, de CH voor Christus, de T voor THeou, de U voor Uios, de S voor Soter. Dit is een ruwe vertaling voor Jezus Christus Gods Zoon Verlosser.
Best leuk allemaal, maar bij mijn weten is het wel behoorlijk gedaan met de vervolging van Christenen in ons koude kikkerlandje en was dat ook al zo toen de eerste auto's de fabriek uit rolden. Dus vraag ik me vaak af waarom een Christen wil laten zien waar hij voor staat als hij in de auto zit. Mogen we er vanuit gaan dat hij zich netjes gedraagt in het verkeer? De Heer in het verkeer, zeg maar? Of wil de Christen daarmee zeggen dat hij hoe dan ook veilig op pad is omdat God over hem waakt onderweg? Ik weet het niet. Maar het zit kennelijk diep. Anders ga je toch niet speciaal naar de winkel om zo'n sticker te kopen? Of krijg je die gratis als je je jaarlijkse bijdrage aan de kerk stort? Zou Halfords ook van die stickers verkopen, of kun je daarvoor alleen bij speciaalzaken terecht? Vragen, vragen, vragen. Maar het geeft niet, al ben ik sinds de ex-schoonfamilie soms best anti-gerefo, van mij mogen de Christenen plakken wat ze willen. Ze doen er tenslotte niemand kwaad mee.
Maar een ander verhaal vind ik de man in de familiebak met de sticker van de haai die het Ichtus-visje opeet. Het is namelijk niet een lief, leuk, schattig natuurplaatje. Het is gewoon een agressief geheel. Wil de familieman daarmee zeggen dat hij niet zo fan is van Christenen? Of zegt hij eigenlijk dat hij ze het liefst wil verorberen, en is het een nieuw staaltje van Christenvervolging, zodat de Christenen een nieuw plaatje moeten bedenken om herkenbaar te zijn voor elkaar? Je moet er als familieman ook nog enige moeite voor doen om zo'n sticker te bemachtigen. Dat en het feit dat je je auto een beetje verminkt, wekt de indruk dat het je aan het hart gaat, familieman. Wil je zo graag je afschuw van het Christendom laten zien dat je er geld, tijd en moeite voor over hebt?
Ik vraag me af of de kindertjes in de kinderzitjes in de familiebak met sticker een lieve papa hebben. En ik denk aan het woord verdraagzaamheid. En stiekem denk ik zeker te weten dat papa op de PVV stemt.
Het is een sticker die me al veel vaker is opgevallen, op allerlei soorten auto's. Een sticker die bij mij zoveel vragen oproept. Maar ook vooroordelen.
Het is de sticker waarbij een grote stoere haai een klein visje op gaat eten. Het Ichtus visje dat Christenen op hun auto plakken. Het Ichtus visje waarvan ik vroeger dacht dat het gebruikt werd door mensen die graag gingen vissen. Maar gelukkig weten moeders meer dan kinderen en leerde ik al snel dat het te maken had met een tijd waarin Christenen vervolgd werden. Ze gebruikten dit teken om te zien of een ander ook christen was. ICHTHUS betekent letterlijk 'vis'. De I staat voor Jezus, de CH voor Christus, de T voor THeou, de U voor Uios, de S voor Soter. Dit is een ruwe vertaling voor Jezus Christus Gods Zoon Verlosser.
Best leuk allemaal, maar bij mijn weten is het wel behoorlijk gedaan met de vervolging van Christenen in ons koude kikkerlandje en was dat ook al zo toen de eerste auto's de fabriek uit rolden. Dus vraag ik me vaak af waarom een Christen wil laten zien waar hij voor staat als hij in de auto zit. Mogen we er vanuit gaan dat hij zich netjes gedraagt in het verkeer? De Heer in het verkeer, zeg maar? Of wil de Christen daarmee zeggen dat hij hoe dan ook veilig op pad is omdat God over hem waakt onderweg? Ik weet het niet. Maar het zit kennelijk diep. Anders ga je toch niet speciaal naar de winkel om zo'n sticker te kopen? Of krijg je die gratis als je je jaarlijkse bijdrage aan de kerk stort? Zou Halfords ook van die stickers verkopen, of kun je daarvoor alleen bij speciaalzaken terecht? Vragen, vragen, vragen. Maar het geeft niet, al ben ik sinds de ex-schoonfamilie soms best anti-gerefo, van mij mogen de Christenen plakken wat ze willen. Ze doen er tenslotte niemand kwaad mee.
Maar een ander verhaal vind ik de man in de familiebak met de sticker van de haai die het Ichtus-visje opeet. Het is namelijk niet een lief, leuk, schattig natuurplaatje. Het is gewoon een agressief geheel. Wil de familieman daarmee zeggen dat hij niet zo fan is van Christenen? Of zegt hij eigenlijk dat hij ze het liefst wil verorberen, en is het een nieuw staaltje van Christenvervolging, zodat de Christenen een nieuw plaatje moeten bedenken om herkenbaar te zijn voor elkaar? Je moet er als familieman ook nog enige moeite voor doen om zo'n sticker te bemachtigen. Dat en het feit dat je je auto een beetje verminkt, wekt de indruk dat het je aan het hart gaat, familieman. Wil je zo graag je afschuw van het Christendom laten zien dat je er geld, tijd en moeite voor over hebt?
Ik vraag me af of de kindertjes in de kinderzitjes in de familiebak met sticker een lieve papa hebben. En ik denk aan het woord verdraagzaamheid. En stiekem denk ik zeker te weten dat papa op de PVV stemt.
dinsdag 2 februari 2010
Jaloers maar toch ook niet
Ik wilde niet kijken, maar ja, het kwam meteen na de Reünie, dus ik zat er toch al voor. En dus kreeg ik te zien hoe Yo - volledig gemake-upt en gekapt - op haar dure Uggjes in haar prachtig glanzende jurkje door haar schitterend, door Erik Kusters ingerichte, appartement in Milaan hobbelde. Onderweg even achteloos een deur open te gooiend naar haar kleedkamer vol met schoenen in alle kleuren en vormen. AU! Gelukkig zei Ivo dat hij het woongedeelte wilde zien en verdween de droom van iedere vrouw (ze staan niet voor niets zo te gillen in die bierreclame) snel weer uit beeld.
Om vervolgens de mooie woon- en eetkamer te tonen. Vol met de prachtigste foto's van Yo. Yo met het kind van Wes, Yo met haar vriendinnen, Yo met Wes. Alles in zwart-wit en alles even stralend en jaloersmakend. En jaloers werd ik ook. Had ik onlangs nog uren zitten zoeken naar een knappe foto van X en mij om een verhuiskaartje van te maken, zij leek met gemak te kunnen kwartetten met al haar mooie kiekjes. Mag ik in de categorie stralende lach, Wes en Yo op het strand van jou?
Wes kwam ook nog even langs. In zijn trainingspak. En hij was helemaal niet zo dom en leeghoofdig als je zou denken. Hij was zelfs schattig en een beetje nerveus. En rijk. Schathemeltje rijk. Zo rijk dat ie zijn meissie en al hun familie met oudjaar naar Dubai had gevlogen in een gehuurd vliegtuig met hoofdbekleding waarop stond: Yo en Wes partytours (of zoiets). Dus humor had die kleine kabouter (zoals X hem altijd omschreef) ook nog.
En wat waren ze verliefd en wat leek het haar allemaal makkelijk af te gaan. Niks geen verdriet over de breuk met Jan, geen snik in haar stem over de dood van haar vader. Gewoon geweldig gelukkig. Zo leek het. Ik pakte nog maar een chocopinda, wensend dat ik ooit zo mooi op de foto zou staan als zij. Wensend dat ik ooit zo luchtig door het leven zo fladderen als zij. En godsgruwelijk geïrriteerd dat ik niet één negatief puntje over Wes en Yo kon verzinnen. Ze zijn gewoon heel leuk.
Maar X en ik ook...lekker puh. Zonder honderden mooie foto's aan de muur, zonder visagiste, zonder kapper, zonder dure kleren, dure schoenen, dure reisjes en camera op onze snoet. Gewoon geweldig en ook heel erg vaak gelukkig.
Om vervolgens de mooie woon- en eetkamer te tonen. Vol met de prachtigste foto's van Yo. Yo met het kind van Wes, Yo met haar vriendinnen, Yo met Wes. Alles in zwart-wit en alles even stralend en jaloersmakend. En jaloers werd ik ook. Had ik onlangs nog uren zitten zoeken naar een knappe foto van X en mij om een verhuiskaartje van te maken, zij leek met gemak te kunnen kwartetten met al haar mooie kiekjes. Mag ik in de categorie stralende lach, Wes en Yo op het strand van jou?
Wes kwam ook nog even langs. In zijn trainingspak. En hij was helemaal niet zo dom en leeghoofdig als je zou denken. Hij was zelfs schattig en een beetje nerveus. En rijk. Schathemeltje rijk. Zo rijk dat ie zijn meissie en al hun familie met oudjaar naar Dubai had gevlogen in een gehuurd vliegtuig met hoofdbekleding waarop stond: Yo en Wes partytours (of zoiets). Dus humor had die kleine kabouter (zoals X hem altijd omschreef) ook nog.
En wat waren ze verliefd en wat leek het haar allemaal makkelijk af te gaan. Niks geen verdriet over de breuk met Jan, geen snik in haar stem over de dood van haar vader. Gewoon geweldig gelukkig. Zo leek het. Ik pakte nog maar een chocopinda, wensend dat ik ooit zo mooi op de foto zou staan als zij. Wensend dat ik ooit zo luchtig door het leven zo fladderen als zij. En godsgruwelijk geïrriteerd dat ik niet één negatief puntje over Wes en Yo kon verzinnen. Ze zijn gewoon heel leuk.
Maar X en ik ook...lekker puh. Zonder honderden mooie foto's aan de muur, zonder visagiste, zonder kapper, zonder dure kleren, dure schoenen, dure reisjes en camera op onze snoet. Gewoon geweldig en ook heel erg vaak gelukkig.
Poezenvrouw
Elke maandag zie ik haar. Ze komt nooit bij mij, ik ga altijd naar haar toe. Dan zitten we samen aan tafel tussen haar oranje en paarse muren en honderden boeken en praten we. Over van alles, maar vooral over mij. Of over haar poezen. Vier stuks. Dat ze er gek op is, hoeft ze me niet te vertellen. Dat veraden de enorme krabpaal, de vele nepmuisjes op de vloer en allerlei soorten voerbakjes al. Om nog maar niet te spreken van het plastieken speleding met een balletje erin ter waarde van vijfendertig keiharde euro's.
Vol liefde vertelt ze over de vier die er zijn. Over hun gekkigheden en hoe lief en zacht ze wel niet zijn.
Ik vraag me stiekem af of ze ook zoveel van mensen houdt.
Ze vertelt over haar overleden katten. Een hele rij. De helft is doodgereden. Ze vertelt hoe vreselijk ze het iedere keer weer vindt. En ik zie dat ze het er nog moeilijk mee kan hebben. Maar ze heeft de oplossing, vertelt ze verheugd. Straks, in haar nieuwe huis, maakt ze schrikdraad om haar tuin en gaan ze er nooit meer vandoor. Het wordt één groot poezenparadijs. Zonder platte poezen.
En dan gaat er ineens eentje van haar jonkies vandoor. Om niet meer terug te komen. Ze wilde niet wachten op het poezenparadijs. Ze wilde de wijde wereld in. Op ontdekkingsreis. Maar wat of wie ze ontdekt heeft, we weten het niet. En dus is het gissen. Misschien is ze in een schuur gekropen. Misschien hebben bejaarde mensen haar gezellig binnengelaten. Misschien, o nee toch, misschien is ze onder het ijs gegleden en bevroren.
Ze heeft de flyers al gemaakt. Maar wil er nog niet echt aan om ze uit te delen.
Ik probeer haar op te vrolijken. Zeg dat ik er een goed gevoel over heb en dat ze vast weer terug komt. Ze wil er niet aan. Wil zichzelf niet voor de gek houden en zegt dat ze er juist een slecht gevoel over heeft. Ik slik en weet niet wat ik moet zeggen. Toen mijn Veertje een paar uurtjes van de aardbodem was verdwenen knikten mijn knietjes al...dus wat weet ik er van?
Als het een slimme poes is komt ze in ieder geval terug, want zo'n lief poezenvrouwtje als zij vindt ze nooit meer.
Vol liefde vertelt ze over de vier die er zijn. Over hun gekkigheden en hoe lief en zacht ze wel niet zijn.
Ik vraag me stiekem af of ze ook zoveel van mensen houdt.
Ze vertelt over haar overleden katten. Een hele rij. De helft is doodgereden. Ze vertelt hoe vreselijk ze het iedere keer weer vindt. En ik zie dat ze het er nog moeilijk mee kan hebben. Maar ze heeft de oplossing, vertelt ze verheugd. Straks, in haar nieuwe huis, maakt ze schrikdraad om haar tuin en gaan ze er nooit meer vandoor. Het wordt één groot poezenparadijs. Zonder platte poezen.
En dan gaat er ineens eentje van haar jonkies vandoor. Om niet meer terug te komen. Ze wilde niet wachten op het poezenparadijs. Ze wilde de wijde wereld in. Op ontdekkingsreis. Maar wat of wie ze ontdekt heeft, we weten het niet. En dus is het gissen. Misschien is ze in een schuur gekropen. Misschien hebben bejaarde mensen haar gezellig binnengelaten. Misschien, o nee toch, misschien is ze onder het ijs gegleden en bevroren.
Ze heeft de flyers al gemaakt. Maar wil er nog niet echt aan om ze uit te delen.
Ik probeer haar op te vrolijken. Zeg dat ik er een goed gevoel over heb en dat ze vast weer terug komt. Ze wil er niet aan. Wil zichzelf niet voor de gek houden en zegt dat ze er juist een slecht gevoel over heeft. Ik slik en weet niet wat ik moet zeggen. Toen mijn Veertje een paar uurtjes van de aardbodem was verdwenen knikten mijn knietjes al...dus wat weet ik er van?
Als het een slimme poes is komt ze in ieder geval terug, want zo'n lief poezenvrouwtje als zij vindt ze nooit meer.
maandag 1 februari 2010
Paniek
Voor D
Als een dief in de nacht sluipt ze naar binnen. Door het kleinste gaatje in mijn verdedigingslinie dringt zij langzaam door tot ze boven me hangt. Ik voel haar aanwezigheid, mijn hart gaat sneller, mijn hoofd draait op volle toeren. Even lijkt er niets meer te bestaan dan alleen zij en ik. Ik wil dit niet. Hoe biedt ik hier weerstand aan, hoe krijg ik haar naar buitengewerkt? Ik weet het niet dus duik ik in jouw sterke armen en hoop ik dat ze weggaat. Maar jouw aaiende armen helpen niet. En ik voel hoe ze langzaam bezit van me neemt. Er is geen ontkomen meer aan...ik moet het ondergaan en wachten tot ze er genoeg van heeft en weggaat. Tot ze weer een ander op zoekt. Hoe naar het ook is, sinds ik weet dat ze niet alleen mij opzoekt is het draaglijker...weet ik dat ik niet echt gek ben, hooguit prettig gestoord. Net als jij.
Als een dief in de nacht sluipt ze naar binnen. Door het kleinste gaatje in mijn verdedigingslinie dringt zij langzaam door tot ze boven me hangt. Ik voel haar aanwezigheid, mijn hart gaat sneller, mijn hoofd draait op volle toeren. Even lijkt er niets meer te bestaan dan alleen zij en ik. Ik wil dit niet. Hoe biedt ik hier weerstand aan, hoe krijg ik haar naar buitengewerkt? Ik weet het niet dus duik ik in jouw sterke armen en hoop ik dat ze weggaat. Maar jouw aaiende armen helpen niet. En ik voel hoe ze langzaam bezit van me neemt. Er is geen ontkomen meer aan...ik moet het ondergaan en wachten tot ze er genoeg van heeft en weggaat. Tot ze weer een ander op zoekt. Hoe naar het ook is, sinds ik weet dat ze niet alleen mij opzoekt is het draaglijker...weet ik dat ik niet echt gek ben, hooguit prettig gestoord. Net als jij.
Nacht
Het is al zo lang geleden. Maar ineens ben je er weer. En je bent zoals ik zou willen dat je was. Zoals ik had bedacht dat je was, voordat ik ontdekte dat mijn mensenkennis me totaal in de steek had gelaten. Je begrijpt me ineens. Je bent eerlijk en zegt dat het niet erg is. Dat jij het zo verkeerd had ingeschat en dat je daar nog iedere dag spijt van hebt. We omhelzen elkaar. Het is goed zoals het is. Jij hebt een nieuw en ander leven. En ik ook. We wilden het ooit zo graag, maar de wil is weg. We weten dat we niet bij elkaar pasten en dat is niet de schuld van één van ons. We nemen afscheid, met een klein steekje in ons hart. We wensen elkaar het allerbeste. Ik voel me gelukkig en loop weg... op weg naar waar ik hoor, op weg naar X.
Dan doe ik mijn ogen open. Verdorie, moet ik alweer plassen?!
Ik loop slaapdronken naar de badkamer en voel me verward. Het was net echt, alsof ik hem een paar seconden geleden nog zag, voelde, rook en hoorde. En nu zit ik hier met halfdichte ogen te plassen in mijn nieuwe huis, met mijn lief in diepe slaap op tien stappen afstand. Hoe kan dat nou? Waarom kwam je ineens tevoorschijn? Waarom nu?
Dromen zijn bedrog. Dat wist ik al voordat Marco B daarover zong. Maar ze hebben natuurlijk wel een functie. Ik voel de laatste tijd al meer en meer dat ik het verleden heel langzaam achter me begin te laten. Dat het leven weer meer om nu draait en minder om toen. Misschien kwam je gewoon even afscheid nemen... Misschien helpt mijn droom me met verwerken. Ik hoop het...nu meer dan ooit. Want het heden is zo leuk... Een heden waarin al mijn meisjesdromen stuk voor stuk uitkomen... Dus ach, als je 's nachts nog eens een stukje droom nodig hebt. Prima...overdag heb ik echt geen plek meer voor je.
Dan doe ik mijn ogen open. Verdorie, moet ik alweer plassen?!
Ik loop slaapdronken naar de badkamer en voel me verward. Het was net echt, alsof ik hem een paar seconden geleden nog zag, voelde, rook en hoorde. En nu zit ik hier met halfdichte ogen te plassen in mijn nieuwe huis, met mijn lief in diepe slaap op tien stappen afstand. Hoe kan dat nou? Waarom kwam je ineens tevoorschijn? Waarom nu?
Dromen zijn bedrog. Dat wist ik al voordat Marco B daarover zong. Maar ze hebben natuurlijk wel een functie. Ik voel de laatste tijd al meer en meer dat ik het verleden heel langzaam achter me begin te laten. Dat het leven weer meer om nu draait en minder om toen. Misschien kwam je gewoon even afscheid nemen... Misschien helpt mijn droom me met verwerken. Ik hoop het...nu meer dan ooit. Want het heden is zo leuk... Een heden waarin al mijn meisjesdromen stuk voor stuk uitkomen... Dus ach, als je 's nachts nog eens een stukje droom nodig hebt. Prima...overdag heb ik echt geen plek meer voor je.
Bank
Zo was het.
Ooit zocht ik je uit bij de Trendhopper, samen met de ex en met mijn moeder. Je was één van de eerste grote investeringen die ik moest doen nadat het huis helemaal van mij alleen was. Ik vond het spannend maar ging ervoor. Het duurde langer om jou te krijgen dan de gemiddelde nieuwe auto op zich laat wachten. Maar na twaalf lange weken mocht ik me dan toch in jouw aanwezigheid verheugen. En daar stond je dan. Midden in de kamer. En ik was trots! Mijn eerste, eigenste, echte bank. Helemaal zoals ik hem wilde en niemand anders.
En wat hebben we veel meegemaakt! Ik heb op je liggen slapen, ik heb op je zitten gieren van het lachen, maar ook gierend op je zitten blèèèren. Ik heb ruzie op je gemaakt... maar gelukkig vaker het andere uiterste op de schaal van haat----liefde op je beleefd...hihi.
Ik moest en zou je meenemen. Míjn bank! Er was vast nog wel een plekje over in dat grote, lege huis in het zuidelijkste zuiden. Maar bij nader inzien was dat ietwat overmoedig. Je bent niet grijs, je bent niet superstrak. Je bent gewoon een enorme bank die misschien niet eens door het trapgat past. En dus zette ik je op Marktplaats.
Niet alleen ik zag je schoonheid, binnen twee dagen stonden je nieuwe eigenaars al op de stoep. Met een stapel bankbiljetten en een aanhangwagen. Ze hadden een hoekbank en zaten daardoor nooit meer dichtbij elkaar. Dat kon zo niet langer, hadden ze bedacht. En zo kon het dus gebeuren dat ik je ineens mijn straat uit zag rijden. Weg van mij, weg van het verleden.
Samen, maar apart van elkaar, naar een nieuw begin. Jij gaat mensen dichterbij elkaar brengen. Ik ga dichterbij zijn.
woensdag 27 januari 2010
Wijze raad
Ik zit weer lekker onderuitgezakt in de stoel bij mijn ouders. Papa ligt net als vroeger even languit op de bank voor de televisie. Mama is in de weer met kopjes thee. Ik ben thuis.
Papa vraagt hoe het met me is en ik leg uit dat de dokter me zo goed doorzag toen hij vaststelde dat ik stabiliteit waarschijnlijk nooit zo mijn sterkste punt is geweest. Onder de indruk van zoveel mensenkennis, vertel ik over het gesprek. Hoe kon die man toch weten dat bij mij de pieken tot de hemel rijken en de dalen gitzwart en eindeloos kunnen voelen gedurende een paar minuten? Hoe kon die man weten dat het bij mij nooit kabbelt, maar altijd intens is? Of zou hij slechts gedoeld hebben op het feit dat ik nooit zonder zijwieltjes kon en in die zin ook al de nodige stabiliteit ontbeerde in mijn jonge(re) jaren?
Papa was nooit zo'n prater over gevoelsdingen. Als hij vroeg; "Hoe is het met je?" Beantwoorde hij de vraag altijd al in dezelfde ademtocht met: "Goed natuurlijk!" Niet omdat het hem niets kon schelen hoe het werkelijk met me ging, dat niet. Het was gewoon zelfbescherming, want volgens mij kan mijn vader er helemaal niet tegen als het eens even ietsje minder goed gaat met zijn meissie. Heel lief dus. Het maakte me ook nooit zoveel uit dat hij er niet dieper op in ging. Ik snapte het wel en speelde het spel wel eens mee. Wilde hem niet bezorgd maken en hield me groot op sommige momenten. Uit liefde en omdat ik er ook niet tegen kan als het met hem niet zo goed gaat. Ik snap het.
Nu maakte hij weer even zo'n move door mijn karakter van extremen te omschrijven als: Soms ben je gewoon heel erg vrolijk en op de andere momenten ben je gewoon vrolijk. Mijn moeder lacht als ik reageer door te zeggen dat ik soms ook wel eens heeeeeeel verdrietig ben. Papa fronst.
Maar papa gaat met zijn tijd mee. En hij heeft nagedacht over de dingen die spelen in mijn leven. Over hoe ik in elkaar zit. En als er eentje is die mij kan snappen, dan is hij het wel. Volgens mij lijken we ontzettend op elkaar, alleen is hij er al iets beter in getraind om aan de buitenkant superstabiel te lijken. En hij is er een ster in om zijn leven zodanig in te delen dat er weinig dingen op zijn pad komen die voor instabiliteit zorgen. Vakantie? Altijd naar hetzelfde plekje... Vissen? Altijd op hetzelfde stekje... Net als ik, creëert hij zijn eigen veiligheid.
Nu gaat hij ineens zomaar wat dieper op het onderwerp in. Hij legt me uit dat hij denkt dat ik moet leren accepteren dat ik niet alles (aan)kan. Het gaat om acceptatie. Dat zegt hij. Een zin die ik nooit had verwacht uit zijn mond te horen, maar juist daarom geloof ik hem.
Accepteren dat ik van Himmelhoch jauchztent bis zum Toten Betrübt (als je dat zo schrijft) ga is gelukkig niet zo moeilijk. De Himmel is namelijk wel heel erg hoog en ook heel erg vaak aanwezig de laatste tijd. En ach, dat Betrübte gedoe, dat hoort erbij en kan ook binnen vijf minuten over zijn. Het geeft het leven sjeu...maakt er een woeste wildwaterbaan van en geen saai kabbelend beekje. X houdt van raften... dat komt goed uit.
Papa vraagt hoe het met me is en ik leg uit dat de dokter me zo goed doorzag toen hij vaststelde dat ik stabiliteit waarschijnlijk nooit zo mijn sterkste punt is geweest. Onder de indruk van zoveel mensenkennis, vertel ik over het gesprek. Hoe kon die man toch weten dat bij mij de pieken tot de hemel rijken en de dalen gitzwart en eindeloos kunnen voelen gedurende een paar minuten? Hoe kon die man weten dat het bij mij nooit kabbelt, maar altijd intens is? Of zou hij slechts gedoeld hebben op het feit dat ik nooit zonder zijwieltjes kon en in die zin ook al de nodige stabiliteit ontbeerde in mijn jonge(re) jaren?
Papa was nooit zo'n prater over gevoelsdingen. Als hij vroeg; "Hoe is het met je?" Beantwoorde hij de vraag altijd al in dezelfde ademtocht met: "Goed natuurlijk!" Niet omdat het hem niets kon schelen hoe het werkelijk met me ging, dat niet. Het was gewoon zelfbescherming, want volgens mij kan mijn vader er helemaal niet tegen als het eens even ietsje minder goed gaat met zijn meissie. Heel lief dus. Het maakte me ook nooit zoveel uit dat hij er niet dieper op in ging. Ik snapte het wel en speelde het spel wel eens mee. Wilde hem niet bezorgd maken en hield me groot op sommige momenten. Uit liefde en omdat ik er ook niet tegen kan als het met hem niet zo goed gaat. Ik snap het.
Nu maakte hij weer even zo'n move door mijn karakter van extremen te omschrijven als: Soms ben je gewoon heel erg vrolijk en op de andere momenten ben je gewoon vrolijk. Mijn moeder lacht als ik reageer door te zeggen dat ik soms ook wel eens heeeeeeel verdrietig ben. Papa fronst.
Maar papa gaat met zijn tijd mee. En hij heeft nagedacht over de dingen die spelen in mijn leven. Over hoe ik in elkaar zit. En als er eentje is die mij kan snappen, dan is hij het wel. Volgens mij lijken we ontzettend op elkaar, alleen is hij er al iets beter in getraind om aan de buitenkant superstabiel te lijken. En hij is er een ster in om zijn leven zodanig in te delen dat er weinig dingen op zijn pad komen die voor instabiliteit zorgen. Vakantie? Altijd naar hetzelfde plekje... Vissen? Altijd op hetzelfde stekje... Net als ik, creëert hij zijn eigen veiligheid.
Nu gaat hij ineens zomaar wat dieper op het onderwerp in. Hij legt me uit dat hij denkt dat ik moet leren accepteren dat ik niet alles (aan)kan. Het gaat om acceptatie. Dat zegt hij. Een zin die ik nooit had verwacht uit zijn mond te horen, maar juist daarom geloof ik hem.
Accepteren dat ik van Himmelhoch jauchztent bis zum Toten Betrübt (als je dat zo schrijft) ga is gelukkig niet zo moeilijk. De Himmel is namelijk wel heel erg hoog en ook heel erg vaak aanwezig de laatste tijd. En ach, dat Betrübte gedoe, dat hoort erbij en kan ook binnen vijf minuten over zijn. Het geeft het leven sjeu...maakt er een woeste wildwaterbaan van en geen saai kabbelend beekje. X houdt van raften... dat komt goed uit.
dinsdag 26 januari 2010
Relatietest
Ze zeggen het. Als je samen een kast van onze bekende Zweedse vrienden in elkaar kunt zetten, dan zit het wel goed. Of nee, eigenlijk zeggen ze, wanneer je vertelt van je voornemen om weer eens een Billy in elkaar te knutselen, dat je het wel kunt vergeten met je relatie.
Eigenwijs als wij zijn waagden we toch een poging. Alhoewel, eigenlijk ging het zo. Ik begon rustig aan het kastje te knutselen. Totaal onder de indruk en overweldigd over de enorme hoeveelheid planken en schroeven (alsof het feit dat de kast in 2! loeizware dozen zat, niet al een aanwijzing was voor de hoeveelheid ellende die eruit zou komen), legde ik alles keurig op het bed. Soort bij soort, plank bij plank. Een goede voorbereiding is immers het halve werk. Ik las zelfs de gebruiksaanwijzing verder door dan alleen de eerste pagina. En toen ging ik van start. Opeens dook X op, hij wilde wel helpen.
Ik fronste. Ik sputterde. De woorden van de kenners nog vers in mijn geheugen. Ik wilde er graag een leuke zondag van maken en geen herrie in de kast hebben. Na lang wikken en wegen zei ik, dat het wel goed was om het samen te doen, maar dat één van ons dan de leiding moest nemen. Om de zin te vervolgen met: 'dat jij dan zeg maar doet wat ik zeg dat moet gebeuren'. X moest lachen. 'Ja baas!' was zijn reactie. Dus gingen we van start. Vervolgens nam X de rol van ondergeschikte met verve aan en wachtte hij constant op orders van 'de baas'. Het werd zelfs een beetje gezellig door zijn jolige bui. We gingen compleet op in onze rol en ondertussen vorderde het kastje als een tierelier. X ging helemaal op in zijn rol en tekende tussen neus en lippen even op dat de baas natuurlijk de eindverantwoordelijke was voor de kast. Ook moest hij nog even roepen, terwijl ik de spijkertjes keihard in het achterbord mepte, dat het nadeel van die Zweedse kasten is, dat je ze nooit weer uit elkaar kunt halen door al die spijkers.
En alsof hij een vooruitziende blik had, zit deze 'baas' nu met een kast die half af is. Want de baas vond het nodig om de achterkant van de kast op de voorkant te timmeren. En nu zit de baas dus met allemaal spijkertjes die allemaal gaatjes hebben gemaakt in de voorkant van de kast en die daar niet meer uit te krijgen zijn. Zodat de voorkant dichtzit en niet meer open wordt, laat staan mooi. En ja, de baas is eindverantwoordelijk. Gelukkig had de baas de kast zelf gekocht. En gelukkig bleef de sfeer die zondag geweldig. Maar wel jammer van die kast.
Volgende keer is X 'de baas'.
Eigenwijs als wij zijn waagden we toch een poging. Alhoewel, eigenlijk ging het zo. Ik begon rustig aan het kastje te knutselen. Totaal onder de indruk en overweldigd over de enorme hoeveelheid planken en schroeven (alsof het feit dat de kast in 2! loeizware dozen zat, niet al een aanwijzing was voor de hoeveelheid ellende die eruit zou komen), legde ik alles keurig op het bed. Soort bij soort, plank bij plank. Een goede voorbereiding is immers het halve werk. Ik las zelfs de gebruiksaanwijzing verder door dan alleen de eerste pagina. En toen ging ik van start. Opeens dook X op, hij wilde wel helpen.
Ik fronste. Ik sputterde. De woorden van de kenners nog vers in mijn geheugen. Ik wilde er graag een leuke zondag van maken en geen herrie in de kast hebben. Na lang wikken en wegen zei ik, dat het wel goed was om het samen te doen, maar dat één van ons dan de leiding moest nemen. Om de zin te vervolgen met: 'dat jij dan zeg maar doet wat ik zeg dat moet gebeuren'. X moest lachen. 'Ja baas!' was zijn reactie. Dus gingen we van start. Vervolgens nam X de rol van ondergeschikte met verve aan en wachtte hij constant op orders van 'de baas'. Het werd zelfs een beetje gezellig door zijn jolige bui. We gingen compleet op in onze rol en ondertussen vorderde het kastje als een tierelier. X ging helemaal op in zijn rol en tekende tussen neus en lippen even op dat de baas natuurlijk de eindverantwoordelijke was voor de kast. Ook moest hij nog even roepen, terwijl ik de spijkertjes keihard in het achterbord mepte, dat het nadeel van die Zweedse kasten is, dat je ze nooit weer uit elkaar kunt halen door al die spijkers.
En alsof hij een vooruitziende blik had, zit deze 'baas' nu met een kast die half af is. Want de baas vond het nodig om de achterkant van de kast op de voorkant te timmeren. En nu zit de baas dus met allemaal spijkertjes die allemaal gaatjes hebben gemaakt in de voorkant van de kast en die daar niet meer uit te krijgen zijn. Zodat de voorkant dichtzit en niet meer open wordt, laat staan mooi. En ja, de baas is eindverantwoordelijk. Gelukkig had de baas de kast zelf gekocht. En gelukkig bleef de sfeer die zondag geweldig. Maar wel jammer van die kast.
Volgende keer is X 'de baas'.
NU
Er is weer een grote stap gezet. Op de dag dat ik nog even kort de waterlanders op voelde borrelen over dingen van vroeger, maak ik een enorme sprong richting toekomst. Verleden en toekomst lopen zovaak door elkaar, dat ik af en toe vergeet dat er ook nog een nu is.
Mijn NU is nu dat ik me net heb ingeschreven op zijn adres. Offiicieel woon ik niet meer op mijn stekkie in Westeinde. Officieel ben ik nu een burger van het Zuidelijkste Zuiden. Als ik er diep over nadenk, dwalen mijn gedachten weer af naar vroeger. Wat was ik trots op jou, mijn mooie huisje. Zelfs toen je innerlijk nog niet de enorme make-over had gehad die jou van een lelijk eendje (waarom heten het eendjes, als ze altijd met zijn tweetjes zijn?) in een prachtige zwaan veranderde. Zelfs toen je nog nooit een borstel door je haren had gehaald en je tanden schots en scheef en ongepoetst in je mond stonden vond ik je prachtig, zag ik de potentie. Zelfs toen je nog nooit had hoeven dienen als vluchtheuvel, als mijn veilige thuishaven, voelde ik me thuis bij jou. Als ik aan kwam fietsen overviel me bij jouw aanblik een gevoel van trots en verliefdheid. Dat ik, dat gewone meisje, zoiets moois bezat. Je was me zo dierbaar.
En nu, nu heeft de toekomst het gewonnen in mijn hoofd en in mijn hart. Ineens gaan mijn gedachten minder naar je uit. Zie ik ook je gebreken. Je bent oud geworden. Het nieuwe is eraf. Het is niet meer spannend. We hebben geen toekomst. Dus ik laat je gaan. Maar niet met wrok in mijn hart, zeker niet. Ik zal altijd met warme gevoelens aan je terug blijven denken. Jij was mijn eerste liefde en ik hoop dat het je goed zal vergaan. Dat er weer iemand vol bewondering naar je zal kijken. Dat er weer iemand in je investeert, tijd en moeite aan je besteedt. Om het beste uit je te halen, om van je te genieten. Zodat je weer die veilige haven kunt zijn, die vriend in mooie en moeilijke tijden. Maar niet voor mij...niet meer.
Toekomst en verleden, dansen door elkaar. Maar NU ga ik X mailen dat ik bij hem woon. En dat het goed is. Toen, nu en later.
Mijn NU is nu dat ik me net heb ingeschreven op zijn adres. Offiicieel woon ik niet meer op mijn stekkie in Westeinde. Officieel ben ik nu een burger van het Zuidelijkste Zuiden. Als ik er diep over nadenk, dwalen mijn gedachten weer af naar vroeger. Wat was ik trots op jou, mijn mooie huisje. Zelfs toen je innerlijk nog niet de enorme make-over had gehad die jou van een lelijk eendje (waarom heten het eendjes, als ze altijd met zijn tweetjes zijn?) in een prachtige zwaan veranderde. Zelfs toen je nog nooit een borstel door je haren had gehaald en je tanden schots en scheef en ongepoetst in je mond stonden vond ik je prachtig, zag ik de potentie. Zelfs toen je nog nooit had hoeven dienen als vluchtheuvel, als mijn veilige thuishaven, voelde ik me thuis bij jou. Als ik aan kwam fietsen overviel me bij jouw aanblik een gevoel van trots en verliefdheid. Dat ik, dat gewone meisje, zoiets moois bezat. Je was me zo dierbaar.
En nu, nu heeft de toekomst het gewonnen in mijn hoofd en in mijn hart. Ineens gaan mijn gedachten minder naar je uit. Zie ik ook je gebreken. Je bent oud geworden. Het nieuwe is eraf. Het is niet meer spannend. We hebben geen toekomst. Dus ik laat je gaan. Maar niet met wrok in mijn hart, zeker niet. Ik zal altijd met warme gevoelens aan je terug blijven denken. Jij was mijn eerste liefde en ik hoop dat het je goed zal vergaan. Dat er weer iemand vol bewondering naar je zal kijken. Dat er weer iemand in je investeert, tijd en moeite aan je besteedt. Om het beste uit je te halen, om van je te genieten. Zodat je weer die veilige haven kunt zijn, die vriend in mooie en moeilijke tijden. Maar niet voor mij...niet meer.
Toekomst en verleden, dansen door elkaar. Maar NU ga ik X mailen dat ik bij hem woon. En dat het goed is. Toen, nu en later.
maandag 18 januari 2010
Kinderwens
Je ziet haar zo voor je, achter een (überhippe) kinderwagen, met een luiertas van Oilily om het handvat (als je die tenminste nog ergens kunt krijgen) en een enorme glimlach op haar gezicht. Het is geen moedertje om te zien, maar wel echt een moeder die je je zou wensen. Maar ze loopt niet achter een kinderwagen. En ze heeft ook geen dikke buik. Niet omdat ze niet zou willen hoor, het is haar hartewens. Maar het lukt gewoon (nog) niet.
De medische molen heeft ze overleefd, er is niets aan te wijzen waardoor het niet lukt. Maar toch. Geen klein meisje of mannetje dat straks bij haar door haar nieuwbouwhuis aan de rand van de stad scharrelt. Althans nog niet. Want ze houdt natuurlijk hoop. Maar tegelijk zie ik de vertwijfeling. De angst voor als het misschien toch niet lukt en wat dan? En de frustratie omdat het iedereen in de Vinex-wijk om haar heen wel lijkt te lukken. Ze wordt dagelijks omgeven door ooievaars-achtersten die bij buren door de ramen zijn gevlogen. Door ooievaars in het formaat van de Hulk die luid loeiend voor de huizen worden opgeblazen. Door blijde mededelingen voor de ramen: Hoera een meisje, hoera een jongetje.
Vol afgunst en met rammelende eierstokken kijkt ze toe. Waarom zij wel??? En waarom wij niet? Waarom kan iedere halve zool een kind krijgen? Waarom worden meisjes van dertien al zwanger? Waarom zijn er mensen die zo'n mooi geschenk krijgen en het niet weten te waarderen?
Ze lacht en blijft dapper. Ze geeft niet op. Ik kus haar gedag en ze loopt kittig weer naar haar werk. Terwijl ik wegloop hoop ik zo dat ze, de volgende keer dat ik haar zie, goed nieuws zal hebben. Het is haar zo gegund! Terwijl zij wegloopt wordt ze weer eens geconfronteerd met de keiharde werkelijkheid. Een oud-collega die haar in geen eeuwen heeft gezien vraagt na twee tellen: "En ben je nou al eens zwanger?!". Voor het eerst dient ze zo iemand stevig van repliek en geeft ze aan dat het hoogst onbeleefd is om zoiets te vragen. Ze verbergt haar verlangen en houdt haar kin omhoog terwijl er nog wat koetjes en kalfjes de revue passeren. Eenmaal achter haar bureau belt ze me. We wisselen onze verontwaardiging uit en eindigen het gesprek met een lach. Maar ik weet zeker dat ze vanavond in bed nog verdriet heeft over (alweer) zoveel lompigheid.
O, laat het leven voor één keertje wel eerlijk zijn en maak deze lieve, leuke meid een geweldige moeder!
De medische molen heeft ze overleefd, er is niets aan te wijzen waardoor het niet lukt. Maar toch. Geen klein meisje of mannetje dat straks bij haar door haar nieuwbouwhuis aan de rand van de stad scharrelt. Althans nog niet. Want ze houdt natuurlijk hoop. Maar tegelijk zie ik de vertwijfeling. De angst voor als het misschien toch niet lukt en wat dan? En de frustratie omdat het iedereen in de Vinex-wijk om haar heen wel lijkt te lukken. Ze wordt dagelijks omgeven door ooievaars-achtersten die bij buren door de ramen zijn gevlogen. Door ooievaars in het formaat van de Hulk die luid loeiend voor de huizen worden opgeblazen. Door blijde mededelingen voor de ramen: Hoera een meisje, hoera een jongetje.
Vol afgunst en met rammelende eierstokken kijkt ze toe. Waarom zij wel??? En waarom wij niet? Waarom kan iedere halve zool een kind krijgen? Waarom worden meisjes van dertien al zwanger? Waarom zijn er mensen die zo'n mooi geschenk krijgen en het niet weten te waarderen?
Ze lacht en blijft dapper. Ze geeft niet op. Ik kus haar gedag en ze loopt kittig weer naar haar werk. Terwijl ik wegloop hoop ik zo dat ze, de volgende keer dat ik haar zie, goed nieuws zal hebben. Het is haar zo gegund! Terwijl zij wegloopt wordt ze weer eens geconfronteerd met de keiharde werkelijkheid. Een oud-collega die haar in geen eeuwen heeft gezien vraagt na twee tellen: "En ben je nou al eens zwanger?!". Voor het eerst dient ze zo iemand stevig van repliek en geeft ze aan dat het hoogst onbeleefd is om zoiets te vragen. Ze verbergt haar verlangen en houdt haar kin omhoog terwijl er nog wat koetjes en kalfjes de revue passeren. Eenmaal achter haar bureau belt ze me. We wisselen onze verontwaardiging uit en eindigen het gesprek met een lach. Maar ik weet zeker dat ze vanavond in bed nog verdriet heeft over (alweer) zoveel lompigheid.
O, laat het leven voor één keertje wel eerlijk zijn en maak deze lieve, leuke meid een geweldige moeder!
vrijdag 15 januari 2010
Wandeling door de Herrinneringenweg
We trokken de fotoboeken maar eens uit de kast. Opeens was er zo'n collectief verlangen naar vroeger. Misschien omdat we net aan pake hadden gezien dat vroeger echt vroeger is. Misschien omdat we oma misten bij de verjaardag van mijn moeder. Of gewoon om, zoals mijn moeder mijn tante over de telefoon uitlegde: "X weet niets van onze geschiedenis, en dat kan natuurlijk niet!".
Ik zag pake als jonge blakende man. Beppe met ongeverfde haren. En ik zag oma. Met soepjurken in alle soorten en maten. Met haar stevige benen die mijn broer en mij zo goed konden dragen op schoot. Met haar flinke armen, die ons zo heerlijk omhelsden terwijl ze een boek vasthield en voorlas. Met haar veel te grote bril, haar warrige krullen die nog nooit een verfje hadden gezien. Met haar liefdevolle gloed, haar oma-uitstraling. Ik zag mijn vader, nog met snor, als jonge man. Als trotse vader die zijn kleine kindertjes mee in bad nam, mee nam om kievitseieren te zoeken, met ze in het gras zat te vissen. Ik zag mijn moeder als jong meisje met ravenzwart haar en zonder een rimpeltje in haar gezicht. Ik zag mijn broer(tje) als rozige baby met knalblauwe oogjes. Ik zag hem met zijn zelfgeknipte en op zijn gezicht geplakte ridderhelm. Ik zag een bruin interieur en bloemetjesjurken, roezeltjes en witte gebreide (prikkel)sokken bij korte broekjes.
Ik zag mijn jeugd en voelde me melancholisch. Wat heb ik het toch altijd heerlijk gehad. Alle voorwaarden voor een heerlijk, gezegend leven werden geschapen. En even stak het. Want ik heb altijd gezien hoe het moest en kon het op een gegeven moment zelf niet goed nadoen. Maakte er even een zooitje van. Wat zal dat toch pijn hebben gedaan bij de moeder in het roze badpak in Sporthuiscentrum (want zo heette dat toen nog), bij de broer die altijd een oogje in mijn zeil houdt en bij de vader die zich met zijn kinderen verkleedde in oorlogstenue. Liefde was wat ik voelde toen ik naar huis ging. En ik knipperde snel met mijn ogen, maar gelukkig zorgde mijn vader, stoer en grappig, zorgzaam en lief als altijd, voor afleiding en een lach. Een klein sneeuwballengevechtje met X kon best nog even!
Ik zag pake als jonge blakende man. Beppe met ongeverfde haren. En ik zag oma. Met soepjurken in alle soorten en maten. Met haar stevige benen die mijn broer en mij zo goed konden dragen op schoot. Met haar flinke armen, die ons zo heerlijk omhelsden terwijl ze een boek vasthield en voorlas. Met haar veel te grote bril, haar warrige krullen die nog nooit een verfje hadden gezien. Met haar liefdevolle gloed, haar oma-uitstraling. Ik zag mijn vader, nog met snor, als jonge man. Als trotse vader die zijn kleine kindertjes mee in bad nam, mee nam om kievitseieren te zoeken, met ze in het gras zat te vissen. Ik zag mijn moeder als jong meisje met ravenzwart haar en zonder een rimpeltje in haar gezicht. Ik zag mijn broer(tje) als rozige baby met knalblauwe oogjes. Ik zag hem met zijn zelfgeknipte en op zijn gezicht geplakte ridderhelm. Ik zag een bruin interieur en bloemetjesjurken, roezeltjes en witte gebreide (prikkel)sokken bij korte broekjes.
Ik zag mijn jeugd en voelde me melancholisch. Wat heb ik het toch altijd heerlijk gehad. Alle voorwaarden voor een heerlijk, gezegend leven werden geschapen. En even stak het. Want ik heb altijd gezien hoe het moest en kon het op een gegeven moment zelf niet goed nadoen. Maakte er even een zooitje van. Wat zal dat toch pijn hebben gedaan bij de moeder in het roze badpak in Sporthuiscentrum (want zo heette dat toen nog), bij de broer die altijd een oogje in mijn zeil houdt en bij de vader die zich met zijn kinderen verkleedde in oorlogstenue. Liefde was wat ik voelde toen ik naar huis ging. En ik knipperde snel met mijn ogen, maar gelukkig zorgde mijn vader, stoer en grappig, zorgzaam en lief als altijd, voor afleiding en een lach. Een klein sneeuwballengevechtje met X kon best nog even!
Ping Ping
He Ping Ping. Dat stond in het RTL-ontbijtnieuws in het oranje balkje onder zijn hoofd. Hij kwam in het nieuws omdat hij de kleinste man van de wereld is met zijn 75 centimeter. Dus dan ben je de kleinste en heet je ook nog eens He Ping Ping. Toen hij antwoordde op de vragen van de journalist kwam er een heel schattig baby-geluidje uit Ping Ping. Alsof ie Ping Ping Ping Ping Ping Pong zei.
Ik vond Ping Ping stoer. Piepklein, met een muizenstemmetje en totaal niet gezegend met 'the looks' stond hij daar, groots te zijn naast de grootste man van de wereld van 246 cm lang. En wat maakte Ping Ping stoer?
Zijn zwarte glitter pak(je) en zijn kuif(je)/lok(je). Ping Ping had namelijk een pluk haar op zijn overigens kaalgeschoren hoofdje. En die pluk had hij rood geverfd.
Ik vond het skitterend. Het getuigt van zoveel levenskracht. Deze man (mannetje zou beter zijn, maar dat ie klein is, is nu geloof ik wel duidelijk) maakt er wat van. Dat zag je aan alles.
En wat doe ik af en toe? Voor de spiegel staan en mopperen op mijn slappe velletje. Balen van mijn pukkelgezicht. Zeuren over mijn te dikke benen. Over mijn lelijke knieën.
En waarom? Mijn lichaam is toch gezond? Mijn lelijke knieën en te dikke benen brengen me toch overal waar ik wil gaan? Ping Ping maakte een hoop duidelijk. En ik voelde me ineens een beetje dom en oppervlakkig.
1 meter meer lengte, maar 1.75 meter minder wijsheid.
Ik vond Ping Ping stoer. Piepklein, met een muizenstemmetje en totaal niet gezegend met 'the looks' stond hij daar, groots te zijn naast de grootste man van de wereld van 246 cm lang. En wat maakte Ping Ping stoer?
Zijn zwarte glitter pak(je) en zijn kuif(je)/lok(je). Ping Ping had namelijk een pluk haar op zijn overigens kaalgeschoren hoofdje. En die pluk had hij rood geverfd.
Ik vond het skitterend. Het getuigt van zoveel levenskracht. Deze man (mannetje zou beter zijn, maar dat ie klein is, is nu geloof ik wel duidelijk) maakt er wat van. Dat zag je aan alles.
En wat doe ik af en toe? Voor de spiegel staan en mopperen op mijn slappe velletje. Balen van mijn pukkelgezicht. Zeuren over mijn te dikke benen. Over mijn lelijke knieën.
En waarom? Mijn lichaam is toch gezond? Mijn lelijke knieën en te dikke benen brengen me toch overal waar ik wil gaan? Ping Ping maakte een hoop duidelijk. En ik voelde me ineens een beetje dom en oppervlakkig.
1 meter meer lengte, maar 1.75 meter minder wijsheid.
maandag 11 januari 2010
Super-sauna-man
Het is een feit. Ik heb de leukste man van de wereld aan de haak geslagen. Sorry dames, het is niet anders. Er lopen vast wel heel veel goede 'op-één-na-leukste mannen' voor jullie op deze aardkloot rond. Maar de leukste heb ik dus definitief ingepikt.
Ik wist natuurlijk al dat ie leuk was. Maar dit weekend toonde hij een zuiver staaltje van: 'zie mij eens de leukste zijn'. Het begon op vrijdagavond met een briefje op mijn mat (waar ik achteloos overheen stapte omdat ik haast had hem te begroeten) waarop hij had geschreven (vergezeld door mooie plaatjes van al het lekkers dat mij wachtte) dat ik vanwege de pech van de laatste tijd wel eens wat leuks had verdiend en dat hij daarom een heerlijk dagje voor me had geregeld. Een dagje sauna welteverstaan. En dat is toch wel uniek te noemen aangezien meneer tot op heden altijd vol angst en beven over een bezoek aan de sauna sprak. Iedereen in zijn nakie, dat leek hem maar niets! En nu dan toch. Als dat geen liefde is?! Ik vond het zo ontzettend geweldig dat hij zomaar zoiets voor me geregeld had. Dat was natuurlijk al een behoorlijke aanwijzing richting het 'leukste-man-van-de-wereld-schap'. Maar op de dag zelf, bleek toch echt van zijn winnaarskwaliteiten.
Ik heb genoten van de verbaasde blik toen tijdens onze rondleiding door de sauna een man poedeltje nakend voor hem opdook. Lachen moest ik toen hij concludeerde dat 'die man daar in het dagelijks leven een nudist moest zijn', omdat hij zonder badjas van de sauna naar het bubbelbad liep. Allemaal veel te vrij in de ogen van mijn lief... Heerlijk was het om te zien hoe hij ongeveer 60 keer op één dag checkte of zijn badjas wel goed zat en zijn zaakje niet in beeld hing. En toen hij stijl achterover sloeg van het feit dat mensen gewoon in hun blote tokus door de sneeuw liepen, vond ik hem überschattig. Wat is het toch heerlijk om met een man te zijn die nog van dingen onder de indruk kan raken. Die helemaal onrustig is en de hele tijd grapjes maakt om te verbergen dat hij een beetje nerveus is voor de naaktloperij in een sauna. Een genot om naast iemand te staan die niet alles al heeft gezien en gedaan. Gewoon samen, hand in hand de wereld verkennen. Ik heb er zin in en weet zeker dat mijn huis verkopen en samenwonen met X het beste is wat ik kan doen. Waar zo'n dagje sauna al niet goed voor is ;-).
Ik wist natuurlijk al dat ie leuk was. Maar dit weekend toonde hij een zuiver staaltje van: 'zie mij eens de leukste zijn'. Het begon op vrijdagavond met een briefje op mijn mat (waar ik achteloos overheen stapte omdat ik haast had hem te begroeten) waarop hij had geschreven (vergezeld door mooie plaatjes van al het lekkers dat mij wachtte) dat ik vanwege de pech van de laatste tijd wel eens wat leuks had verdiend en dat hij daarom een heerlijk dagje voor me had geregeld. Een dagje sauna welteverstaan. En dat is toch wel uniek te noemen aangezien meneer tot op heden altijd vol angst en beven over een bezoek aan de sauna sprak. Iedereen in zijn nakie, dat leek hem maar niets! En nu dan toch. Als dat geen liefde is?! Ik vond het zo ontzettend geweldig dat hij zomaar zoiets voor me geregeld had. Dat was natuurlijk al een behoorlijke aanwijzing richting het 'leukste-man-van-de-wereld-schap'. Maar op de dag zelf, bleek toch echt van zijn winnaarskwaliteiten.
Ik heb genoten van de verbaasde blik toen tijdens onze rondleiding door de sauna een man poedeltje nakend voor hem opdook. Lachen moest ik toen hij concludeerde dat 'die man daar in het dagelijks leven een nudist moest zijn', omdat hij zonder badjas van de sauna naar het bubbelbad liep. Allemaal veel te vrij in de ogen van mijn lief... Heerlijk was het om te zien hoe hij ongeveer 60 keer op één dag checkte of zijn badjas wel goed zat en zijn zaakje niet in beeld hing. En toen hij stijl achterover sloeg van het feit dat mensen gewoon in hun blote tokus door de sneeuw liepen, vond ik hem überschattig. Wat is het toch heerlijk om met een man te zijn die nog van dingen onder de indruk kan raken. Die helemaal onrustig is en de hele tijd grapjes maakt om te verbergen dat hij een beetje nerveus is voor de naaktloperij in een sauna. Een genot om naast iemand te staan die niet alles al heeft gezien en gedaan. Gewoon samen, hand in hand de wereld verkennen. Ik heb er zin in en weet zeker dat mijn huis verkopen en samenwonen met X het beste is wat ik kan doen. Waar zo'n dagje sauna al niet goed voor is ;-).
Abonneren op:
Posts (Atom)
