woensdag 27 januari 2010

Wijze raad

Ik zit weer lekker onderuitgezakt in de stoel bij mijn ouders. Papa ligt net als vroeger even languit op de bank voor de televisie. Mama is in de weer met kopjes thee. Ik ben thuis.
Papa vraagt hoe het met me is en ik leg uit dat de dokter me zo goed doorzag toen hij vaststelde dat ik stabiliteit waarschijnlijk nooit zo mijn sterkste punt is geweest. Onder de indruk van zoveel mensenkennis, vertel ik over het gesprek. Hoe kon die man toch weten dat bij mij de pieken tot de hemel rijken en de dalen gitzwart en eindeloos kunnen voelen gedurende een paar minuten? Hoe kon die man weten dat het bij mij nooit kabbelt, maar altijd intens is? Of zou hij slechts gedoeld hebben op het feit dat ik nooit zonder zijwieltjes kon en in die zin ook al de nodige stabiliteit ontbeerde in mijn jonge(re) jaren?
Papa was nooit zo'n prater over gevoelsdingen. Als hij vroeg; "Hoe is het met je?" Beantwoorde hij de vraag altijd al in dezelfde ademtocht met: "Goed natuurlijk!" Niet omdat het hem niets kon schelen hoe het werkelijk met me ging, dat niet. Het was gewoon zelfbescherming, want volgens mij kan mijn vader er helemaal niet tegen als het eens even ietsje minder goed gaat met zijn meissie. Heel lief dus. Het maakte me ook nooit zoveel uit dat hij er niet dieper op in ging. Ik snapte het wel en speelde het spel wel eens mee. Wilde hem niet bezorgd maken en hield me groot op sommige momenten. Uit liefde en omdat ik er ook niet tegen kan als het met hem niet zo goed gaat. Ik snap het.
Nu maakte hij weer even zo'n move door mijn karakter van extremen te omschrijven als: Soms ben je gewoon heel erg vrolijk en op de andere momenten ben je gewoon vrolijk. Mijn moeder lacht als ik reageer door te zeggen dat ik soms ook wel eens heeeeeeel verdrietig ben. Papa fronst.
Maar papa gaat met zijn tijd mee. En hij heeft nagedacht over de dingen die spelen in mijn leven. Over hoe ik in elkaar zit. En als er eentje is die mij kan snappen, dan is hij het wel. Volgens mij lijken we ontzettend op elkaar, alleen is hij er al iets beter in getraind om aan de buitenkant superstabiel te lijken. En hij is er een ster in om zijn leven zodanig in te delen dat er weinig dingen op zijn pad komen die voor instabiliteit zorgen. Vakantie? Altijd naar hetzelfde plekje... Vissen? Altijd op hetzelfde stekje... Net als ik, creëert hij zijn eigen veiligheid.
Nu gaat hij ineens zomaar wat dieper op het onderwerp in. Hij legt me uit dat hij denkt dat ik moet leren accepteren dat ik niet alles (aan)kan. Het gaat om acceptatie. Dat zegt hij. Een zin die ik nooit had verwacht uit zijn mond te horen, maar juist daarom geloof ik hem.
Accepteren dat ik van Himmelhoch jauchztent bis zum Toten Betrübt (als je dat zo schrijft) ga is gelukkig niet zo moeilijk. De Himmel is namelijk wel heel erg hoog en ook heel erg vaak aanwezig de laatste tijd. En ach, dat Betrübte gedoe, dat hoort erbij en kan ook binnen vijf minuten over zijn. Het geeft het leven sjeu...maakt er een woeste wildwaterbaan van en geen saai kabbelend beekje. X houdt van raften... dat komt goed uit.

dinsdag 26 januari 2010

Relatietest

Ze zeggen het. Als je samen een kast van onze bekende Zweedse vrienden in elkaar kunt zetten, dan zit het wel goed. Of nee, eigenlijk zeggen ze, wanneer je vertelt van je voornemen om weer eens een Billy in elkaar te knutselen, dat je het wel kunt vergeten met je relatie.

Eigenwijs als wij zijn waagden we toch een poging. Alhoewel, eigenlijk ging het zo. Ik begon rustig aan het kastje te knutselen. Totaal onder de indruk en overweldigd over de enorme hoeveelheid planken  en schroeven (alsof het feit dat de kast in 2! loeizware dozen zat, niet al een aanwijzing was voor de hoeveelheid ellende die eruit zou komen), legde ik alles keurig op het bed. Soort bij soort, plank bij plank. Een goede voorbereiding is immers het halve werk. Ik las zelfs de gebruiksaanwijzing verder door dan alleen de eerste pagina. En toen ging ik van start. Opeens dook X op, hij wilde wel helpen.

Ik fronste. Ik sputterde. De woorden van de kenners nog vers in mijn geheugen. Ik wilde er graag een leuke zondag van maken en geen herrie in de kast hebben. Na lang wikken en wegen zei ik, dat het wel goed was om het samen te doen, maar dat één van ons dan de leiding moest nemen. Om de zin te vervolgen met: 'dat jij dan zeg maar doet wat ik zeg dat moet gebeuren'. X moest lachen. 'Ja baas!' was zijn reactie. Dus gingen we van start. Vervolgens nam X de rol van ondergeschikte met verve aan en wachtte hij constant op orders van 'de baas'. Het werd zelfs een beetje gezellig door zijn jolige bui. We gingen compleet op in onze rol en ondertussen vorderde het kastje als een tierelier. X ging helemaal op in zijn rol en tekende tussen neus en lippen even op dat de baas natuurlijk de eindverantwoordelijke was voor de kast. Ook moest hij nog even roepen, terwijl ik de spijkertjes keihard in het achterbord mepte, dat het nadeel van die Zweedse kasten is, dat je ze nooit weer uit elkaar kunt halen door al die spijkers.

En alsof hij een vooruitziende blik had, zit deze 'baas' nu met een kast die half af is. Want de baas vond het nodig om de achterkant van de kast op de voorkant te timmeren. En nu zit de baas dus met allemaal spijkertjes die allemaal gaatjes hebben gemaakt in de voorkant van de kast en die daar niet meer uit te krijgen zijn. Zodat de voorkant dichtzit en niet meer open wordt, laat staan mooi. En ja, de baas is eindverantwoordelijk. Gelukkig had de baas de kast zelf gekocht. En gelukkig bleef de sfeer die zondag geweldig. Maar wel jammer van die kast.

Volgende keer is X 'de baas'.

NU

Er is weer een grote stap gezet. Op de dag dat ik nog even kort de waterlanders op voelde borrelen over dingen van vroeger, maak ik een enorme sprong richting toekomst. Verleden en toekomst lopen zovaak door elkaar, dat ik af en toe vergeet dat er ook nog een nu is.
Mijn NU is nu dat ik me net heb ingeschreven op zijn adres. Offiicieel woon ik niet meer op mijn stekkie in Westeinde. Officieel ben ik nu een burger van het Zuidelijkste Zuiden. Als ik er diep over nadenk, dwalen mijn gedachten weer af naar vroeger. Wat was ik trots op jou, mijn mooie huisje. Zelfs toen je innerlijk nog niet de enorme make-over had gehad die jou van een lelijk eendje (waarom heten het eendjes, als ze altijd met zijn tweetjes zijn?) in een prachtige zwaan veranderde. Zelfs toen je nog nooit een borstel door je haren had gehaald en je tanden schots en scheef en ongepoetst in je mond stonden vond ik je prachtig, zag ik de potentie. Zelfs toen je nog nooit had hoeven dienen als vluchtheuvel, als mijn veilige thuishaven, voelde ik me thuis bij jou. Als ik aan kwam fietsen overviel me bij jouw aanblik een gevoel van trots en verliefdheid. Dat ik, dat gewone meisje, zoiets moois bezat. Je was me zo dierbaar.
En nu, nu heeft de toekomst het gewonnen in mijn hoofd en in mijn hart. Ineens gaan mijn gedachten minder naar je uit. Zie ik ook je gebreken. Je bent oud geworden. Het nieuwe is eraf. Het is niet meer spannend. We hebben geen toekomst. Dus ik laat je gaan. Maar niet met wrok in mijn hart, zeker niet. Ik zal altijd met warme gevoelens aan je terug blijven denken. Jij was mijn eerste liefde en ik hoop dat het je goed zal vergaan. Dat er weer iemand vol bewondering naar je zal kijken. Dat er weer iemand in je investeert, tijd en moeite aan je besteedt. Om het beste uit je te halen, om van je te genieten. Zodat je weer die veilige haven kunt zijn, die vriend in mooie en moeilijke tijden. Maar niet voor mij...niet meer.
Toekomst en verleden, dansen door elkaar. Maar NU ga ik X mailen dat ik bij hem woon. En dat het goed is. Toen, nu en later.

maandag 18 januari 2010

Kinderwens

Je ziet haar zo voor je, achter een (überhippe) kinderwagen, met een luiertas van Oilily om het handvat (als je die tenminste nog ergens kunt krijgen) en een enorme glimlach op haar gezicht. Het is geen moedertje om te zien, maar wel echt een moeder die je je zou wensen. Maar ze loopt niet achter een kinderwagen. En ze heeft ook geen dikke buik. Niet omdat ze niet zou willen hoor, het is haar hartewens. Maar het lukt gewoon (nog) niet.
De medische molen heeft ze overleefd, er is niets aan te wijzen waardoor het niet lukt. Maar toch. Geen klein meisje of mannetje dat straks bij haar door haar nieuwbouwhuis aan de rand van de stad scharrelt. Althans nog niet. Want ze houdt natuurlijk hoop. Maar tegelijk zie ik de vertwijfeling. De angst voor als het misschien toch niet lukt en wat dan? En de frustratie omdat het iedereen in de Vinex-wijk om haar heen wel lijkt te lukken. Ze wordt dagelijks omgeven door ooievaars-achtersten die bij buren door de ramen zijn gevlogen. Door ooievaars in het formaat van de Hulk die luid loeiend voor de huizen worden opgeblazen. Door blijde mededelingen voor de ramen: Hoera een meisje, hoera een jongetje.
Vol afgunst en met rammelende eierstokken kijkt ze toe. Waarom zij wel??? En waarom wij niet? Waarom kan iedere halve zool een kind krijgen? Waarom worden meisjes van dertien al zwanger? Waarom zijn er mensen die zo'n mooi geschenk krijgen en het niet weten te waarderen?
Ze lacht en blijft dapper. Ze geeft niet op. Ik kus haar gedag en ze loopt kittig weer naar haar werk. Terwijl ik wegloop hoop ik zo dat ze, de volgende keer dat ik haar zie, goed nieuws zal hebben. Het is haar zo gegund! Terwijl zij wegloopt wordt ze weer eens geconfronteerd met de keiharde werkelijkheid. Een oud-collega die haar in geen eeuwen heeft gezien vraagt na twee tellen: "En ben je nou al eens zwanger?!". Voor het eerst dient ze zo iemand stevig van repliek en geeft ze aan dat het hoogst onbeleefd is om zoiets te vragen. Ze verbergt haar verlangen en houdt haar kin omhoog terwijl er nog wat koetjes en kalfjes de revue passeren. Eenmaal achter haar bureau belt ze me. We wisselen onze verontwaardiging uit en eindigen het gesprek met een lach. Maar ik weet zeker dat ze vanavond in bed nog verdriet heeft over (alweer) zoveel lompigheid.

O, laat het leven voor één keertje wel eerlijk zijn en maak deze lieve, leuke meid een geweldige moeder!

vrijdag 15 januari 2010

Wandeling door de Herrinneringenweg

We trokken de fotoboeken maar eens uit de kast. Opeens was er zo'n collectief verlangen naar vroeger. Misschien omdat we net aan pake hadden gezien dat vroeger echt vroeger is. Misschien omdat we oma misten bij de verjaardag van mijn moeder. Of gewoon om, zoals mijn moeder mijn tante over de telefoon uitlegde: "X weet niets van onze geschiedenis, en dat kan natuurlijk niet!".

Ik zag pake als jonge blakende man. Beppe met ongeverfde haren. En ik zag oma. Met soepjurken in alle soorten en maten. Met haar stevige benen die mijn broer en mij zo goed konden dragen op schoot. Met haar flinke armen, die ons zo heerlijk omhelsden terwijl ze een boek vasthield en voorlas. Met haar veel te grote bril, haar warrige krullen die nog nooit een verfje hadden gezien. Met haar liefdevolle gloed, haar oma-uitstraling. Ik zag mijn vader, nog met snor, als jonge man. Als trotse vader die zijn kleine kindertjes mee in bad nam, mee nam om kievitseieren te zoeken, met ze in het gras zat te vissen. Ik zag mijn moeder als jong meisje met ravenzwart haar en zonder een rimpeltje in haar gezicht. Ik zag mijn broer(tje) als rozige baby met knalblauwe oogjes. Ik zag hem met zijn zelfgeknipte en op zijn gezicht geplakte ridderhelm. Ik zag een bruin interieur en bloemetjesjurken, roezeltjes en witte gebreide (prikkel)sokken bij korte broekjes.

Ik zag mijn jeugd en voelde me melancholisch. Wat heb ik het toch altijd heerlijk gehad. Alle voorwaarden voor een heerlijk, gezegend leven werden geschapen. En even stak het. Want ik heb altijd gezien hoe het moest en kon het op een gegeven moment zelf niet goed nadoen. Maakte er even een zooitje van. Wat zal dat toch pijn hebben gedaan bij de moeder in het roze badpak in Sporthuiscentrum (want zo heette dat toen nog), bij de broer die altijd een oogje in mijn zeil houdt en bij de vader die zich met zijn kinderen verkleedde in oorlogstenue. Liefde was wat ik voelde toen ik naar huis ging. En ik knipperde snel met mijn ogen, maar gelukkig zorgde mijn vader, stoer en grappig, zorgzaam en lief als altijd, voor afleiding en een lach. Een klein sneeuwballengevechtje met X kon best nog even!

Ping Ping

He Ping Ping. Dat stond in het RTL-ontbijtnieuws in het oranje balkje onder zijn hoofd. Hij kwam in het nieuws omdat hij de kleinste man van de wereld is met zijn 75 centimeter. Dus dan ben je de kleinste en heet je ook nog eens He Ping Ping. Toen hij antwoordde op de vragen van de journalist kwam er een heel schattig baby-geluidje uit Ping Ping. Alsof ie Ping Ping Ping Ping Ping Pong zei.
Ik vond Ping Ping stoer. Piepklein, met een muizenstemmetje en totaal niet gezegend met 'the looks' stond hij daar, groots te zijn naast de grootste man van de wereld van 246 cm lang. En wat maakte Ping Ping stoer?
Zijn zwarte glitter pak(je) en zijn kuif(je)/lok(je). Ping Ping had namelijk een pluk haar op zijn overigens kaalgeschoren hoofdje. En die pluk had hij rood geverfd.

Ik vond het skitterend. Het getuigt van zoveel levenskracht. Deze man (mannetje zou beter zijn, maar dat ie klein is, is nu geloof ik wel duidelijk) maakt er wat van. Dat zag je aan alles.
En wat doe ik af en toe? Voor de spiegel staan en mopperen op mijn slappe velletje. Balen van mijn pukkelgezicht. Zeuren over mijn te dikke benen. Over mijn lelijke knieën.
En waarom? Mijn lichaam is toch gezond? Mijn lelijke knieën en te dikke benen brengen me toch overal waar ik wil gaan? Ping Ping maakte een hoop duidelijk. En ik voelde me ineens een beetje dom en oppervlakkig.
1 meter meer lengte, maar 1.75 meter minder wijsheid.

maandag 11 januari 2010

Super-sauna-man

Het is een feit. Ik heb de leukste man van de wereld aan de haak geslagen. Sorry dames, het is niet anders. Er lopen vast wel heel veel goede 'op-één-na-leukste mannen' voor jullie op deze aardkloot rond. Maar de leukste heb ik dus definitief ingepikt.
Ik wist natuurlijk al dat ie leuk was. Maar dit weekend toonde hij een zuiver staaltje van: 'zie mij eens de leukste zijn'. Het begon op vrijdagavond met een briefje op mijn mat (waar ik achteloos overheen stapte omdat ik haast had hem te begroeten) waarop hij had geschreven (vergezeld door mooie plaatjes van al het lekkers dat mij wachtte) dat ik vanwege de pech van de laatste tijd wel eens wat leuks had verdiend en dat hij daarom een heerlijk dagje voor me had geregeld. Een dagje sauna welteverstaan. En dat is toch wel uniek te noemen aangezien meneer tot op heden altijd vol angst en beven over een bezoek aan de sauna sprak. Iedereen in zijn nakie, dat leek hem maar niets! En nu dan toch. Als dat geen liefde is?! Ik vond het zo ontzettend geweldig dat hij zomaar zoiets voor me geregeld had. Dat was natuurlijk al een behoorlijke aanwijzing richting het 'leukste-man-van-de-wereld-schap'. Maar op de dag zelf, bleek toch echt van zijn winnaarskwaliteiten.
Ik heb genoten van de verbaasde blik toen tijdens onze rondleiding door de sauna een man poedeltje nakend voor hem opdook. Lachen moest ik toen hij concludeerde dat 'die man daar in het dagelijks leven een nudist moest zijn', omdat hij zonder badjas van de sauna naar het bubbelbad liep. Allemaal veel te vrij in de ogen van mijn lief... Heerlijk was het om te zien hoe hij ongeveer 60 keer op één dag checkte of zijn badjas wel goed zat en zijn zaakje niet in beeld hing. En toen hij stijl achterover sloeg van het feit dat mensen gewoon in hun blote tokus door de sneeuw liepen, vond ik hem überschattig. Wat is het toch heerlijk om met een man te zijn die nog van dingen onder de indruk kan raken. Die helemaal onrustig is en de hele tijd grapjes maakt om te verbergen dat hij een beetje nerveus is voor de naaktloperij in een sauna. Een genot om naast iemand te staan die niet alles al heeft gezien en gedaan. Gewoon samen, hand in hand de wereld verkennen. Ik heb er zin in en weet zeker dat mijn huis verkopen en samenwonen met X het beste is wat ik kan doen. Waar zo'n dagje sauna al niet goed voor is ;-). 

Achterlijk

Achterlijk. Niet het meest mooie woord om als dame je stukje mee te beginnen. But sometimes life leaves a lady no choice. En dat is nu dus het geval. De laatste week ben ik met zoveel achterlijkheden geconfronteerd. Ik moet het even kwijt. Hoofdrolspelers in dit verhaal zijn mister B (of misschien twee mister B-en) en overbuurvrouw T. De B staat in dit verband voor Boef en de T voor Troela (maar TUTHOLA was misschien een betere keuze).
Ten aanzien van T kan ik zeggen dat ik de eerste keer dat ik haar zag, dacht dat ze geestelijk beperkt was, of moet je tegenwoordig zeggen dat ze een geestelijke uitdaging had? Whatever, ze ziet er heeeeeel vreemd (en achterlijk) uit. Toen ze, op de dag dat ik midden in de dozen zat tijdens de verhuizing, aan de deur kwam om kennis te maken en ik aangaf dat ik aan het verhuizen was, zei ze: "Oooow dat maakt niet uit hoor!". Toen ze daarop meteen mijn kersverse huisje inwalste, had ik al in de gaten dat ze het buskruit niet had uitgevonden, danwel niet zoveel olie in het lampke had. Die briljante inschatting mijnerzijds werd deze week maar weer eens bevestigd.
Mister B had een gat in het raam van mijn voordeur gemaakt. Groot genoeg voor mister B om doorheen te klimmen. En overbuurvrouw T zag dat, maar deed niets. Pas toen de politie voor de deur stond vond ze het nodig om even te melden dat ze het allang had gezien (maar niets had gedaan....hallooooo!!!). Oké, op zich was dit al genoeg om mijn bloed te laten koken, maar dat gevoel ebde al snel weg toen ik het veel te druk had om de troep die mister B had achtergelaten, op te ruimen.
Door alle opruimtoestanden, aangiftetoestanden en frustratie over het feit dat mister B zo onzorgvuldig met de doos van mijn Kolonisten van Catan was omgegaan (hij was er gewoon op gaan staan!!! Achterlijk, zeg ik), ontkwam overbuurvrouw T aan de toorn van mijn woede. Maar niet voor lang. En dat lag dus niet aan mijn heetgebakerde karakter. Nee, overbuurvrouw T werkte dit volledig zelf in de hand.
Overbuurvrouw T werkt namelijk bij de supermarkt achter het huis van de mensen die al weken bezig zijn met biedingen op mijn huis. Kennelijk heeft ze net genoeg olie in het lampke om artikelen te scannen en om uit te vogelen wie mijn huis willen kopen. En dus heeft ze, terwijl ze aan het scannen was, in geuren en kleuren aan de potentiele kopers verteld over de inbraak in hun mogelijk toekomstige huis (multitasken lukt haar dus ook nog!). En ja. Dan komt er dus maar één woord bij me op: ACHTERLIJK!!!

dinsdag 29 december 2009

Stop this train

Ik kijk stiekem even naar hem. Om te kijken of ik zie wat zij over hem zeggen. En is zie het. Helaas.
Zijn oogleden zijn een beetje naar beneden gezakt en hij staart glazig naar de televisie. Hij heeft rode blosjes. Zijn handen liggen ineen gevouwen op zijn schoot. Als ik hem vragend vertel dat hij gisteren bij zijn zoon is geweest, antwoordt hij dat hij dat echt niet meer weet en lacht hij er een beetje bij. Beppe zegt lief: "Ach, jongen, dat kun je ook niet allemaal onthouden". Hij lijkt gerustgesteld en verzinkt weer in gedachten.

Als gedachten flarden van herinneringen worden. Als een doelbewuste pas een voorzichtige schuifeling wordt. Als scherpte vaagheid wordt. Dan worden al zijn angsten werkelijkheid.

En ik kan niks doen. Niemand. We kunnen alleen maar toekijken. Toekijken hoe het leven hem al zijn vaardigheden en waardigheden ontneemt. Een voor een. Stukje bij beetje, terug bij af.

Ik denk aan het liedje van John Mayer. Stop this train.

Mijn pake was conducteur. Ik weet zeker dat hij de trein stil had willen zetten als hij wist dat Alzheimer het volgende station was geweest.

Stop this train. I want to get off and go home again.
I'm so scared of getting older, I'm only good in being young.

maandag 28 december 2009

Ik word oud

Een beetje kromgebogen schuifel ik in mijn badjas naar de wastafel. Mijn haar plakt aan alle kanten aan mijn bezwete, grieperige hoofd. Ik schrik zodra ik in de spiegel kijk. Allemaal vouwen en kreukels. Er is geen ontkennen meer aan. Ik word oud. Het doet me denken aan vorige week. Midden in Oostenrijk. Ik heb me nog nooit zoooo oud gevoeld als daar.
Nou had ik dat heil wel een beetje over mezelf afgeroepen door me te omringen met hoofdzakelijk jongere ski-leraren. Maar ja, wist ik veel!? In mijn hoofd ben ik niet veel veranderd ten opzichte van, pak em beet, tien jaar geleden.
Maar als je dan een week lang wordt omringd door mensen die zich zorgen maken over het opmaken van hun beltegoed, die in een restaurant alleen maar vragen wat het goedkoopste is en die continu, 24/7, praten over seks...tja. Dan is is geen ontkennen meer aan. Ik realiseerde me ineens dat ik wel degelijk ben veranderd ten opzichte van tien jaar geleden. Nee, niet alleen mijn verantwoordelijkheden zijn veranderd. Ik ben ook veranderd. Ik denk na vier uurtjes in den après ski bar aan mijn bedje en aan lekker in mijn boek lezen, terwijl anderen zich afvragen in welke bar ze het feestje zullen voortzetten. Ik maak me zorgen om een kater, terwijl zij zonder kater het gevoel hebben dat ze iets verkeerd hebben gedaan op de voorgaande avond.
Maar een lol dat we hadden. Zo nu en dan kon ik de pijn van het ouder worden even loslaten en gewoon meegaan met de 'flow'. Niet moraliserend doen over het feit dat een van de jongens een foto van de borsten van zijn meisje aan iedereen liet zien. Gewoon concluderen dat dat heel logisch is aangezien ze ook een paar tieten had om trots op te zijn. Dat soort werk. Ik voelde me zowaar weer heerlijk puberaal.
Totdat skileraar J het presteerde om me een MILF te noemen. AU!!! Gelukkig ben ik dan nog wel zodanig bij de tijd dat ik weet wat een MILF is (met dank aan Christina Curry, die haar moeder liefkozend zo omschreef). Maar ik zou dus wel de eerste MILF zonder kinderen zijn!!! Kennelijk ben ik  wel oud genoeg om zo te worden beschouwd door een jongen van 20.
Ik ben maar zo snel als mijn snowboots me na een dag skiën konden dragen, door de sneeuw naar mijn kamer geschuifeld, en heb maar weer een boek opengeslagen... Ik word oud!

vrijdag 11 december 2009

Flink

Hij staat een beetje vertwijfeld te wachten. Met een bosje bloemen en een ballon in zijn hand. Lieve ogen, zachte wangen die nog niet zijn aangetast door de puberteit. Zodra ik hem zie, heb ik met hem te doen. Alsof ik meteen aanvoel hoe hij zich voelt. Best een beetje gek, aangezien er een televisiescherm tussen ons in zit en misschien ook wel maanden in de tijd.

Hij vertelt dat hij twaalf jaar is en dat hij op zijn vader staat te wachten. En dat hij gek is op Lego. Hij heeft wel twaalf dozen vol. Hij kiest altijd een poppetje en dat is hij dan zelf. Dat poppetje is nooit eenzaam, want hij heeft ook een hondje van Lego. De tranen beginnen langzaam te prikken achter mijn ogen.

Hij vertelt dat zijn vader naar Canada is geweest en dat hij daar waarschijnlijk gaat werken. Hij wil best emigreren naar Canada. Het lijkt hem leuk. Dan wordt duidelijk waarom ik voel wat ik voel. Hij wordt vaak gepest. Door de kinderen op school. Hij zegt dat hij te snel huilt. Ja, natuurlijk niet zomaar, maar omdat hij niet goed tegen de dingen kan die andere kinderen tegen hem zeggen. En dat die kinderen hem dan weer pesten omdat hij huilt.

Terwijl hij vecht tegen zijn tranen, stromen ze bij mij al lang over mijn wangen. Hij zegt dat hij hoopt dat de kinderen in Canada hem niet zullen pesten en dat hij hoopt dat hij daar dan wel gelukkig wordt. Terwijl ik mijn wangen droog, constateert hij vol trots dat hij deze keer niet gehuild heeft. Ik constateer dat ik even baal van de wereld waarin ik leef. Een wereld waarin kleine jongetjes van twaalf het liefst naar het andere eind van de wereld verhuizen omdat ze hier gepest worden door andere kinderen van twaalf.

Tegelijk voel ik me blij. Omdat hij niet gehuild heeft en zichzelf nu heel flink vindt. Omdat ik hem heel flink vind dat hij zijn verhaal vertelt. En omdat ik weet dat hij heel gelukkig gaat worden. Hier of in Canada. Zo'n lieve, stoere, flinke jongen vindt zijn weg wel.

zondag 6 december 2009

Inspiratiebron

Een blog-schrijver met een writers-block hoeft voor inspiratie niet in een depressie te raken of liefdesverdriet te ervaren. Ik weet het tovermiddel... Een bezoekje aan de sauna.
Afgelopen vrijdag was het zover. En niet om inspiratie op te doen, maar gewoon om lekker te tutten, te zweten en bij te komen. Heerlijk! Maar ja, als je daar dan toch bent, dient het inspirerende materiaal zich aan op een presenteerblaadje.
Zal ik gaan schrijven over alle situaties in je leven waar je beter niet teveel bij na kunt denken? Ik kwam zomaar op dat onderwerp toen ik mezelf aantrof in een Turks stoombad tussen allemaal (oude) naakte mensen die zichzelf (en ook ongevraagd anderen) insmeerden met Bildtse klei (die de overbuurman van de sauna-mevrouw van zijn boerenland haalde) en daarbij nét iets te dicht bij mijn nakende lichaam in de buurt kwamen.
Of zal ik het eens gaan hebben over gène? Of het gebrek daaraan? Toen een naakte vrouw met ongeveer 20 kilogram teveel aan lichaamsgewicht zich op nog geen 2 meter afstand zo diep bukte om een vriendin plagerig door het koude doorloopbad te loodsen dat ik haar amandelen bijna kon zien zitten terwijl ze me echt niet aankeek... werd ik me des te bewuster van mijn eige huivering bij het uittrekken van mijn badjas. Genant en ongegeneerd. Interessante woorden om eens nader op in te gaan... wie weet komt het er nog eens van in een volgend blogje.
Een onderwerp van heel andere orde zou kunnen zijn; schaamhaar. Altijd al een onderwerp dat me in meer of mindere mate heeft geboeid. En na mijn laatste sauna-bezoek vraag ik me daarover toch weer het een en ander af. Vooral omdat een vrouw, met de engste schaamhaar-dracht aller tijden, het ineens nodig vond om pardoes mijn gezichtsveld in te lopen terwijl ik rozig in een bubbelbadje hing. Ik kon er niet omheen... en vraag me nu toch echt af of je ook last van haaruitval kunt hebben in de schaamstreek. Wie het weet, mag het zeggen.
Tja, om dan nog maar te zwijgen over het interieur van deze sauna. Zelden een plaats gezien waar ik zo ontzettend graag mijn badjas áán had willen houden. Hoe verzin je het, overal spiegels!?
Ach, het was een heerlijk uitje. Met genoeg stof tot nadenken. En misschien stof tot schrijven...

vrijdag 4 december 2009

Er is hoop

Bij de titel van deze blog weet ik zeker dat je niet verwacht dat mijn hoop bestaat in de persoon van: Patricia Paay.

Tot voor kort had ik zelf ook nooit gedacht dat Patries mij hoop zou kunnen bezorgen. Het leek een contradictio interminae. Onmogelijk: Hoop en Patries in één zin. Behalve als het woord hoop een hele andere, ietwat minder positieve en bruine betekenis zou krijgen en het zou gaan over de bak ellende die Patries na haar scheiding van Adam over zich heen kreeg. Maar dat geheel terzijde.

Patries geeft mij hoop. Zij komt tenslotte met haar zestigjarige lichaam in de Playboy. ZESTIG JAAR! Toen mijn oma zestig jaar was, was ik al veertien! Ik kan me niet anders herinneren dan dat zij altijd al een seksloos wezen is geweest. Een oma. Gewoon oud, grijs, met suffe kleren, te zwarte thee en antimakassertjes op haar stoelen. Een oma die mij op mijn dertiende een cassettebandje op mijn verjaardag gaf met het liedje: "Meisjes van dertien". Niet bepaald de tophit van die tijd, maar wist zij veel. Mijn oma is niet hip, nooit geweest ook. En ze houdt niet van popmuziek, laat staan dat ze met haar blote borsten in een boekje zou poseren.

Maar terug naar Patries. Want zij doet dat dus gewoon lekker wel! En wat kan haar het schelen? Volgens mij kan ze het hebben. Haar benen heb ik al vaak kunnen zien (Patries houdt kennelijk van korte rokjes) en daar mankeerde niets aan. Inmiddels weet ook de gehele natie al dat haar tietjes (nou ja, -tjes....) nog pront genoeg zijn. Die hingen immers bijna geheel uit haar jurkje toen ze vorige week op de bank van Jensen plaatsnam. Waarbij ik ten overvloede even wil opmerken dat deze blog gaat over de hoop die haar uiterlijk geeft en ab-so-luut niet over de 'hoop' stront die zij uitstorte over haar ex. Sjezus Patries, wat verloor je daar je waardigheid! Maar ook dat geheel terzijde.

Terug naar de Playboy. Zelfs voor mij, met mijn 29 lentes, is het een utopie om te denken dat ik ooit door Jan Heemskerk himself wordt gebeld met de vraag of ik nakend in zijn boekje wil. De vaste lezers van mijn hersenkronkels zijn er inmiddels van op de hoogte dat ik mijn uiterlijk ook niet zodanig beoordeel als dat het geschikt zou zijn om te eindigen met een nietje in mijn buik op de bodem van de kattenbak. Alhoewel, een echt nietje hier en daar, zou misschien best een positief effect op mijn zelfbeeld kunnen hebben, maar zover zou ik toch niet willen gaan voor mijn 15 minutes of fame.

Maarrrrr, er is dus gewoon nog hoop!!! Ik heb nog 31 jaar om me suf te trainen, om de boel op te poetsen en wel in de Playboy te komen!!! Ik ben nog niet eens op de helft. En lord!!! Als ik uitga van de vooruitgang die ik de laatste 5 jaar al heb geboekt op het uiterlijke vlak.... Patries, eat your heart out.

ps. Jan H, als je mijn nummer nodig hebt....reageer gerust ;-)

Allergische reactie

Heel soms gebeurt het me dat ik iemand voor het eerst ontmoet en spontaan een allergische reactie krijg. Dat alle interne alarmbellen bij de aanblik van die persoon al beginnen te rinkelen. Zonder dat ik op dat moment weet waarom. Het zit hem niet in uiterlijk, want het gebeurt bij mooie en minder mooie mensen. Maar waar het nou wel in zit?

Vorige week gebeurde het weer eens. We hadden eenmalig een andere tennisleraar en mijn nekharen sprongen bij de aanblik van het mannetje spontaan overeind. Ik vond hem gewoon meteen stom, onbetrouwbaar en stiekem. Geen idee waarom, want eigenlijk zag hij er juist heel gezellig uit. De eerste dikke tennisleraar van Nederland (hoe kan dat als je zoveel sport???). Net een rozig varkentje eigenlijk. Misschien zat het em in zijn kleine, geniepige varkensoogjes? Geen idee! Ik hield de mogelijkheid dat ik me zwaar vergiste en te vooringenomen was daarom nog keurig open.

Maar wat ik inmiddels weet, is dat die alarmbellen niet voor niets rinkelen. Die nekharen hebben wel degelijk en belangrijke functie. Ik ga ze niet meer negeren. Mijn intuïtie is kennelijk een hele goede raadgever. Want wat bleek? Meneer was ook gewoon stom. Toen hij mijn afkeer totaal niet aanvoelde en zijn varkenstokus op de barkruk naast de mijne parkeerde, kon ik het niet nalaten om de proef op de som te nemen. De voorzet gaf hij zelf door aan te kondigen dat hij een vriendin had. Zijn collega's keken verbaasd en leken dit nieuws voor het eerst te horen. Op eentje na. Die zei; "Ik hoorde dat je ook iets had gedaan om haar een dikke buik te bezorgen".
Kraaloogje lachte trots en sloeg zichzelf, nog net niet roffelend, op de borst toen hij aankondigde dat dit juist was. Hij, de grote, stoere tennisleraar, had iemand bezwangerd!
De barvrouw (die kennelijk al vaker met het bijltje van bijdehande mannen had gehakt) voegde daar droog aan toe; "En wat heeft zij dan gedaan waardoor jij zo'n dikke buik hebt gekregen?"
Ik onderdrukte mijn glimlach, want dik zijn is niet iets om debiel over te doen, en vroeg wanneer de kleine het levenslicht zou zien.
Hij draaide zijn varkenskop naar me toe en knorde doodleuk: "Ze heeft het weg laten halen."
Nou ben ik niet per definitie tegen abortus. Iedereen mag over zijn eigen lijf en leven beslissen. Maar ik was wel verbaasd dat hij dit nogal private feit pardoes in de groep gooide. Ik stamelde voorzichtig; "Goh, eeeeh, eeeh, jeetje. Dat is nogal wat zeg!"
En kraaloogje legde uit dat hij nog maar 23 was en geen vader wilde worden. Ja, zij wel. Zij wilde heel graag kinderen en had het ook best willen houden. Maar kraaloogje had gezegd dat ze hem dan kwijt zou raken en dus had miss P ervoor gekozen haar zwangerschap te beëindigen.
Het was maar goed dat mijn racket op de grond lag, buiten handbereik. Want misschien, heel misschien, had ik het anders tussen zijn kraaloogjes geparkeerd.
In plaats daarvan zweeg ik. Het gebeurt niet vaak, maar ik was sprakeloos. Door zoveel machismo, door zoveel domheid, door zoveel arrogantie en hardheid. En ik vroeg me af of het waar was.

Knorretje had het door. En probeerde er nog een sociaal wenselijke uitleg voor te geven. "Ze hadden het in goed overleg besloten, echt waar hoor". Maar mijn nekharen waren inmiddels al zover overeind gaan staan dat mijn oren bedekt werden. Ik hoorde niets meer. En nam me voor om voortaan uit de buurt te blijven van mensen waar ik allergisch op reageer. Sommige dingen wil je niet weten, en sommige mensen wil je niet kennen.

Zelfbeeld

Ik sta voor de spiegel. Irriteer me kapot aan mijn dubbele kin. Probeer de boel met mijn vingers strak te trekken om het resultaat van een verzonnen bezoekje aan de plastisch chirurg in te schatten. En ik zie dat ze hangen (20 kilo afvallen is best leuk, maar réken maar dat het pronte eraf gaat). En dan zakken mijn ogen af naar mijn onderstel. Die knieën! Ineens snap ik wel dat Nicole Kidman wat aan die van haar heeft laten doen. Een kleine 'lipo' zou ook mij niet misstaan. Al weet ik zeker dat die van haar voor de ingreep vast al mooier en bevalliger waren dan die van mij.
De conclusie van mijn kritische evaluatie? Het is niet best. Zeg maar gerust, het is hopeloos. Ik ben lelijk.
Maar tegelijk weet ik dat anderen daar toch een ietwat positievere kijk op hebben. Vriendlief vind me prachtig. En ook vriendinnetje A roept zo nu en dan zoiets. Laatst in de kroeg hoorde ik ze trouwens ook niet klagen. Maar iedereen ziet het verkeerd. Ik ben best dik en ook best lelijk. Misschien ben ik soms handig in het camoufleren. Dat zal het zijn. Of dat mensen gewoon niet te hard voor me willen zijn.
Dus maar weer op dieet. Als er een kilo af is, voel ik me meteen knapper. Goddelijk bijna. En dat is heus niet omdat ik er in het echt zoveel beter uit ben gaan zien. Dat zit van binnen. Naarmate de weegschaal een dalende waarde aangeeft stijgt mijn zelfvertrouwen. Kortom: mijn zelfbeeld is totaal verknipt.
Maar ik ben niet de enige.
Zo ken ik een prachtig meisje. Pronte tieten (ja, zij wel), superslanke benen inclusief móóie knieën, prachtig velletje. En die ogen. Dat kind heeft alles mee. Nou ja, bijna. Ongeveer 25 vierkante centimeter (dat is dus gewoon maar 5 bij 5 centimeter) is iets minder goed gelukt. Vind ze vooral zelf. En dus is ze lelijk. Als je haar over haarzelf hoort praten nemen haar littekens bijna freak-achtige proporties aan. Er is gewoon niets moois aan haar. Mensen vinden haar lelijk. Probeert ze me te overtuigen. Niemand wil iets met haar beginnen. Mannen dan. Zegt ze. Ze heeft al besloten haar 'shot at love' maar gewoon te laten schieten. Ze is toch volkomen kansloos. Om 25 vierkante centimeter! De rest weegt daar écht niet tegen op, verzekert ze me.
Dus daar zitten we dan. Twee prachtige meiden. Maar allebei met het idee dat het niks is en dus ook niks zal worden. En niet denken dat we op ons achterhoofdje gevallen zijn. Nee hoor, er zit ook gewoon nog wel iets van intellectueel vermogen aan de binnenkant. Maar ja, daar koop je geen brood voor. En dat we een leuk karakter hebben, zorgzaam zijn, lol maken en onze zaakjes buitengewoon goed op orde hebben, dat telt natuurlijk niet mee. We willen eigenlijk gewoon de looks hebben om ergens in het midden van de Panorama in een ieniemienie bikini-tje verleidelijk de lezers toe te lachen. En hordes mannen achter ons aan hebben. Not gonna happen! Zolang wij niet blij zijn met onszelf zal een ander dat ook nooit kunnen worden. Uitstraling. Dat is het toverwoord.

donderdag 3 december 2009

Gevoel en verstand

Soms lijkt het net of het leven een eeuwige strijd tussen gevoel en verstand is. En niet alleen mijn leven, ook dat van mijn vriendinnen.
Ons gevoel roept dat we ons volledig in een relatie moeten storten. Ons verstand zegt dat we eerst een appartementje moeten regelen om vervolgens daar nog geen week te slapen en maandelijks een bak geld over de balk te smijten aan woonruimte die we niet gebruiken.
Ons gevoel roept dat we willen gaan samenwonen. Ons verstand zegt dat je dan al je zekerheden kwijt bent en dus beter nog een tijdje kan wachten met de verkoop van ons huis. Om vervolgens maanden in ons huis te wonen met het idee dat we er wel vanaf willen.
Ons gevoel roept dat we weer bij die foute kerel in zijn armen op de bank willen kruipen. Ons verstand schreeuwt dat we dat nooit meer moeten doen omdat we daarmee de beste jaren van ons leven verdoen aan een relatie waar geen heil in zit. Om vervolgens maanden bij ieder liefdesliedje en iedere romantische film weg te zappen zodat we niet jaloers worden op alle liefde in de wereld en onszelf zielig en alleen voelen.
Ons gevoel roept dat het heerlijk zou zijn om een klein baby'tje van onszelf in de armen te houden. Ons verstand roept dat we eerst moeten trouwen, sparen en psychisch 100% stabiel moeten zijn voordat we daadwerkelijk kunnen gaan voortplanten. Om vervolgens bij ieder geboortekaartje of iedere dikke buik een klein steekje van jaloezie te voelen.
Ons gevoel roept dat het heerlijk zou zijn om een eigen koffiehuisje te beginnen en de hele dag taarten te bakken. Ons verstand roept dat we lekker onze baan moeten houden omdat je dan tenminste financiële zekerheid hebt en we tenslotte niet voor niks zo lang gestudeerd hebben.
Ons gevoel schreeuwt dat we die chocoladeletter in één keer moeten verorberen. Ons verstand dwingt ons hele kleine stukjes te nemen en ons vervolgens schuldig en dik te voelen.
Het leven is één grote innerlijke strijd. Maar gelukkig zijn gevoel en verstand het zo nu en dan met elkaar eens. Komen ze bij elkaar en omarmen ze elkaar in een gevoel van tevredenheid. Zoals met X. Gevoel en verstand zijn het er helemaal over eens dat elke sprong in het diepe met hem de juiste is. Dus ach, die andere innerlijke oorlogen maken niet zoveel uit. Misschien maakt dat ons juist wel zo leuk. Zwart-wit, Duo Penotti, nooit saai en altijd in de war!!!

woensdag 2 december 2009

Junk

"Chocoladeverslaving bestaat niet". Het staat voor mijn neus, gedrukt op papier. Ik lees het nog maar eens. Niet? Denk ik terwijl ik mijn wenkbrauwen in opperste staat van paraatheid frons. Het staat er, dus het zal wel waar zijn.

Huh!? Ik als totaal verslavingsongevoelig persoon verkeerde toch echt in de veronderstelling dat ik zwaar verslaafd was aan het bruine goud. Een wijntje doet me niks, de Owasikmaarzolammetjes schreeuwen nooit vanuit hun doosje dat ik ze moet slikken, in mijn hele leven geen sigaret gerookt, laat staan geblowd. Maar chocola! Ik krijg spontaan knikkende knietjes als ik langs het chocolade-schap loop in de supermarkt. Kan geen weerstand bieden aan de bruine gloed die me vanuit de schappen toestraalt en lijkt te roepen: "Koop ons, koop ons!"
En nadat ik de doosjes/zakjes genot uit het winkelwagentje in mijn tas heb geladen en vervolgens in de kast heb gelegd, blijft het roepen: "Eet me, eet me!"

Als er chocola in de kast ligt, ga ik voor de bijl. Vaak sta ik er eerst nog vol wilskracht en pak ik een klein stukje. Onder de belofte dat dit echt het enige is dat ik neem. Om vervolgens binnen een minuut weer naar de keuken te lopen en een nieuw stukje te pakken. Echt het laatste stukje hoor! Waarna het uiteindelijk helemaal gedaan is met de wilskracht en ik als een junk geen weerstand kan bieden aan de behoefte. Het is ook zooooo lekker! De hele verpakking wordt meegesleept naar de bank en vaak helaas ook geheel verorberd. Onder het idee, dat ik het dan morgen niet meer heb en het dus ook niet meer kan eten. Heel vreemd gedacht, maar dat lijkt op dat moment het enige juiste.

Tja en morgen? Morgen loop ik dan weer door de supermarkt en moet ik me wederom schrap zetten. De verleiding weerstaan. Niet toegeven aan mijn impulsen. Geen chocola!
En als het me dan lukt om de schappen te passeren, de kassa te bereiken en dapper alleen avondeten te kopen, liggen die rakkers ineens bij de kassa. Het is tenslotte december. Dan breekt mijn verzet. Voel ik bijna de heerlijke structuur op mijn tong, proef ik de smaak van geluk....
Dus ik gooi achteloos een letter op de loopband en zwicht. Wederom. Wetend dat toch echt niets lekkerder smaakt dan slank zijn. Hoezo, chocoladeverslaving bestaat niet?!!!

Bouwkind

Mijn beeldscherm trilt. De vloer lijkt bij elke dreun van de heistelling een sprongetje te maken. Ik voel het binnenin mij. Een doffe dreun, elke 1,5 seconde.
Collega's mopperen, voelen zich afgeleid. Ik geniet. Door het raam zie ik een enorme bouwput, mannen in oranje pakken die de regen trotseren en graven, heien en slopen. Een prachtig gezicht.
Ik zou willen dat ik daar was. Dat ik in die keet zat en meedacht over al dat moois dat uit de grond gestampt moest worden.

Ik ben een bouwkind. Een kind dat haar hele leven aan tafel niets anders heeft gehoord dan verhalen over de bouw. Over de mannen van de bouw, over hun humor, over hun versleten lichamen. Een kind dat altijd heeft gekeken naar de foto's van alle mooie dingen die gemaakt werden. Een kind dat graag rondliep tussen de materialen, dat genoot van de geur van stof, tegels en opkeek tegen de grote bouwmeneren.

Ik ben ook dat kind dat ooit dacht ook in de bouw te kunnen gaan werken en toen werd aangekeken alsof ze gek was. Dat kind dat te slim zou zijn voor zulk werk. En nu doet dat kind dus zogenaamd slim werk. Schrijft ze letter na letter, woord na woord, zin na zin. Maar echt iets wezenlijks komt er niet uit mijn handen. Ik heb nog nooit bijgedragen aan iets dat je op de foto kon zetten. Ik heb nog nooit met de mannen in de keet gezeten en gelachen om hun heerlijke droge humor. Ik heb nog nooit "trippel, trippel, trippel trap" gezongen van een steiger.

En het geeft allemaal niks. Maar zodra ik uit het raam kijk, kriebelt het soms een klein beetje.
Net genoeg om heel erg te hopen dat de bouw vertraging oploopt en ik nog heel lang naar buiten kan kijken en kan dromen van de bouw.

25 jarig

Drie gemiste oproepen van B. Zou er iets ergs zijn? Heel even denk ik dat haar relatie misschien over is, maar die gedachte vervliegt meteen wanneer ik bedenk hoe positief ze over hem sprak. Totdat ik haar stem hoor. Het is over. "En nu ben ik morgen jarig", prevelt ze er achteraan.

25 wordt ze. Het lijkt voor mij alweer een eeuwigheid geleden dat ik mocht vieren dat ik een kwart eeuw op deze aarde rondliep. Toen was alles nog anders. Toen kende ik de ex nog niet. Toen wist ik niet wat paniek was, of angst. Geen idee van ontrouw, leugens, negeren, en alle andere idiote dingen die geliefden elkaar aan kunnen doen. Toen had ik nog geen kennisgemaakt met de gekte van de huidige vrouw van mijn eerste vriendje. Ik werd 25 en had geen idee van wat komen ging.

En nu komt de dertig langzaamaan dichtbij. Ik denk even dat ik graag terug had gewild naar 25. Weet bijna zeker dat het dan anders had gedaan. Zou willen dat ik de tijd terug kon draaien. Maar ik bedenk me. Het is goed zoals het is. Ondanks alles. Ik ben nu waar ik altijd had willen zijn. En ik ga naar waar ik uit wil komen.

Ze wordt 25 en denkt dat het niet meer goed komt. Dat ze haar kans heeft gehad. Als een ouwe taart vertel ik haar dat alles nog openligt. Dat niets kansloos is. Dat ze nog wel honderd keer de ware tegen kan komen. En dat het echt niet erg is als dat nog vijf jaar duurt. Ze luistert en lijkt me te geloven. Ik hoop dat ze dat nog steeds doet bij iedere volgende verjaardag. En dat ze, op haar 30ste, terug kan kijken en kan lachen om haar eigen, gekke zorgen en haar verdriet.

Kroegtijger

Alleen de muziek is anders. En de barman heeft iets donkerder kringen onder zijn ogen.
Maar verder? Verder is er niets veranderd. Ik zie nog dezelfde mensen, met dezelfde zoekende blik, dezelfde te lage decolletés, dezelfde te foute achterovergesmeerde lange lokken.
Weer sta ik met een overjarige makelaar te praten die thuis vrouw en kinderen heeft, maar mij voor vanavond het meest interessante schepsel op deze aarde lijkt te vinden. Weer worstel ik mij een weg door de warme lichamen richting het toilet. Weer kom ik die restauranteigenaar tegen die het thuis kennelijk niet meer kan vinden. Weer is het buiten gezelliger met alle rokers onder de terrasverwarmers. En weer kijk ik af en toe angstvallig naar de deur of hij niet binnenkomt.

Het is anderhalf jaar geleden dat ik in de kroeg stond. De kringloopwinkel, de occassionhal. Zouden al die wanhopige dames en hitsige mannen inmiddels derdehands zijn geworden in plaats van tweedehands? Zou deze makelaar zijn vrouw wel trouw zijn? Zou de barman echt niets beters kunnen en willen dan dit? Een kroeg roept bij mij zoveel vragen op. Het is net een antropologische studiereis.

En dan komt R binnen. Samen met P. Jongens die ken vanaf de basisschool. Een feest der herkenning. Uiterlijk niet veel veranderd. Innerlijk, zo blijkt wanneer R nog steeds alleen maar over seks kan praten, ook niet. Maar de vader van R is wel dood. En de moeder van P ook.
En ineens realiseer ik me dat het lijkt alsof de tijd heeft stilgestaan terwijl er zoveel schokkende dingen zijn gebeurd. En ook ik ben niet meer dezelfde als toen. Maar in de kroeg pakken we gewoon allemaal onze oude rol weer op. Acteren we mee in het geheel. Spelen we onze glansrol. Vandaar dat het net is als met een soap. Je kunt zo een jaar niet kijken, maar je zit er na één keer weer middenin.