Ik kijk stiekem even naar hem. Om te kijken of ik zie wat zij over hem zeggen. En is zie het. Helaas.
Zijn oogleden zijn een beetje naar beneden gezakt en hij staart glazig naar de televisie. Hij heeft rode blosjes. Zijn handen liggen ineen gevouwen op zijn schoot. Als ik hem vragend vertel dat hij gisteren bij zijn zoon is geweest, antwoordt hij dat hij dat echt niet meer weet en lacht hij er een beetje bij. Beppe zegt lief: "Ach, jongen, dat kun je ook niet allemaal onthouden". Hij lijkt gerustgesteld en verzinkt weer in gedachten.
Als gedachten flarden van herinneringen worden. Als een doelbewuste pas een voorzichtige schuifeling wordt. Als scherpte vaagheid wordt. Dan worden al zijn angsten werkelijkheid.
En ik kan niks doen. Niemand. We kunnen alleen maar toekijken. Toekijken hoe het leven hem al zijn vaardigheden en waardigheden ontneemt. Een voor een. Stukje bij beetje, terug bij af.
Ik denk aan het liedje van John Mayer. Stop this train.
Mijn pake was conducteur. Ik weet zeker dat hij de trein stil had willen zetten als hij wist dat Alzheimer het volgende station was geweest.
Stop this train. I want to get off and go home again.
I'm so scared of getting older, I'm only good in being young.
Femme fatale ('fatale vrouw'): een vrouw die haar schoonheid en seksualiteit gebruikt om mannen te verleiden. Een femme fatale is stijlvol, sterk, seksueel onafhankelijk en intelligent. Ze zal er alles aan doen om de situatie onder controle te houden. Fem Fataal: een brokkenpiloot met een zonnige kijk op het leven die veel lacht, zich vaak verbaast, mannen buitengewoon interessante wezens vindt, de liefde niet begrijpt en voor altijd naief zal blijven.
dinsdag 29 december 2009
maandag 28 december 2009
Ik word oud
Een beetje kromgebogen schuifel ik in mijn badjas naar de wastafel. Mijn haar plakt aan alle kanten aan mijn bezwete, grieperige hoofd. Ik schrik zodra ik in de spiegel kijk. Allemaal vouwen en kreukels. Er is geen ontkennen meer aan. Ik word oud. Het doet me denken aan vorige week. Midden in Oostenrijk. Ik heb me nog nooit zoooo oud gevoeld als daar.
Nou had ik dat heil wel een beetje over mezelf afgeroepen door me te omringen met hoofdzakelijk jongere ski-leraren. Maar ja, wist ik veel!? In mijn hoofd ben ik niet veel veranderd ten opzichte van, pak em beet, tien jaar geleden.
Maar als je dan een week lang wordt omringd door mensen die zich zorgen maken over het opmaken van hun beltegoed, die in een restaurant alleen maar vragen wat het goedkoopste is en die continu, 24/7, praten over seks...tja. Dan is is geen ontkennen meer aan. Ik realiseerde me ineens dat ik wel degelijk ben veranderd ten opzichte van tien jaar geleden. Nee, niet alleen mijn verantwoordelijkheden zijn veranderd. Ik ben ook veranderd. Ik denk na vier uurtjes in den après ski bar aan mijn bedje en aan lekker in mijn boek lezen, terwijl anderen zich afvragen in welke bar ze het feestje zullen voortzetten. Ik maak me zorgen om een kater, terwijl zij zonder kater het gevoel hebben dat ze iets verkeerd hebben gedaan op de voorgaande avond.
Maar een lol dat we hadden. Zo nu en dan kon ik de pijn van het ouder worden even loslaten en gewoon meegaan met de 'flow'. Niet moraliserend doen over het feit dat een van de jongens een foto van de borsten van zijn meisje aan iedereen liet zien. Gewoon concluderen dat dat heel logisch is aangezien ze ook een paar tieten had om trots op te zijn. Dat soort werk. Ik voelde me zowaar weer heerlijk puberaal.
Totdat skileraar J het presteerde om me een MILF te noemen. AU!!! Gelukkig ben ik dan nog wel zodanig bij de tijd dat ik weet wat een MILF is (met dank aan Christina Curry, die haar moeder liefkozend zo omschreef). Maar ik zou dus wel de eerste MILF zonder kinderen zijn!!! Kennelijk ben ik wel oud genoeg om zo te worden beschouwd door een jongen van 20.
Ik ben maar zo snel als mijn snowboots me na een dag skiën konden dragen, door de sneeuw naar mijn kamer geschuifeld, en heb maar weer een boek opengeslagen... Ik word oud!
Nou had ik dat heil wel een beetje over mezelf afgeroepen door me te omringen met hoofdzakelijk jongere ski-leraren. Maar ja, wist ik veel!? In mijn hoofd ben ik niet veel veranderd ten opzichte van, pak em beet, tien jaar geleden.
Maar als je dan een week lang wordt omringd door mensen die zich zorgen maken over het opmaken van hun beltegoed, die in een restaurant alleen maar vragen wat het goedkoopste is en die continu, 24/7, praten over seks...tja. Dan is is geen ontkennen meer aan. Ik realiseerde me ineens dat ik wel degelijk ben veranderd ten opzichte van tien jaar geleden. Nee, niet alleen mijn verantwoordelijkheden zijn veranderd. Ik ben ook veranderd. Ik denk na vier uurtjes in den après ski bar aan mijn bedje en aan lekker in mijn boek lezen, terwijl anderen zich afvragen in welke bar ze het feestje zullen voortzetten. Ik maak me zorgen om een kater, terwijl zij zonder kater het gevoel hebben dat ze iets verkeerd hebben gedaan op de voorgaande avond.
Maar een lol dat we hadden. Zo nu en dan kon ik de pijn van het ouder worden even loslaten en gewoon meegaan met de 'flow'. Niet moraliserend doen over het feit dat een van de jongens een foto van de borsten van zijn meisje aan iedereen liet zien. Gewoon concluderen dat dat heel logisch is aangezien ze ook een paar tieten had om trots op te zijn. Dat soort werk. Ik voelde me zowaar weer heerlijk puberaal.
Totdat skileraar J het presteerde om me een MILF te noemen. AU!!! Gelukkig ben ik dan nog wel zodanig bij de tijd dat ik weet wat een MILF is (met dank aan Christina Curry, die haar moeder liefkozend zo omschreef). Maar ik zou dus wel de eerste MILF zonder kinderen zijn!!! Kennelijk ben ik wel oud genoeg om zo te worden beschouwd door een jongen van 20.
Ik ben maar zo snel als mijn snowboots me na een dag skiën konden dragen, door de sneeuw naar mijn kamer geschuifeld, en heb maar weer een boek opengeslagen... Ik word oud!
vrijdag 11 december 2009
Flink
Hij staat een beetje vertwijfeld te wachten. Met een bosje bloemen en een ballon in zijn hand. Lieve ogen, zachte wangen die nog niet zijn aangetast door de puberteit. Zodra ik hem zie, heb ik met hem te doen. Alsof ik meteen aanvoel hoe hij zich voelt. Best een beetje gek, aangezien er een televisiescherm tussen ons in zit en misschien ook wel maanden in de tijd.
Hij vertelt dat hij twaalf jaar is en dat hij op zijn vader staat te wachten. En dat hij gek is op Lego. Hij heeft wel twaalf dozen vol. Hij kiest altijd een poppetje en dat is hij dan zelf. Dat poppetje is nooit eenzaam, want hij heeft ook een hondje van Lego. De tranen beginnen langzaam te prikken achter mijn ogen.
Hij vertelt dat zijn vader naar Canada is geweest en dat hij daar waarschijnlijk gaat werken. Hij wil best emigreren naar Canada. Het lijkt hem leuk. Dan wordt duidelijk waarom ik voel wat ik voel. Hij wordt vaak gepest. Door de kinderen op school. Hij zegt dat hij te snel huilt. Ja, natuurlijk niet zomaar, maar omdat hij niet goed tegen de dingen kan die andere kinderen tegen hem zeggen. En dat die kinderen hem dan weer pesten omdat hij huilt.
Terwijl hij vecht tegen zijn tranen, stromen ze bij mij al lang over mijn wangen. Hij zegt dat hij hoopt dat de kinderen in Canada hem niet zullen pesten en dat hij hoopt dat hij daar dan wel gelukkig wordt. Terwijl ik mijn wangen droog, constateert hij vol trots dat hij deze keer niet gehuild heeft. Ik constateer dat ik even baal van de wereld waarin ik leef. Een wereld waarin kleine jongetjes van twaalf het liefst naar het andere eind van de wereld verhuizen omdat ze hier gepest worden door andere kinderen van twaalf.
Tegelijk voel ik me blij. Omdat hij niet gehuild heeft en zichzelf nu heel flink vindt. Omdat ik hem heel flink vind dat hij zijn verhaal vertelt. En omdat ik weet dat hij heel gelukkig gaat worden. Hier of in Canada. Zo'n lieve, stoere, flinke jongen vindt zijn weg wel.
Hij vertelt dat hij twaalf jaar is en dat hij op zijn vader staat te wachten. En dat hij gek is op Lego. Hij heeft wel twaalf dozen vol. Hij kiest altijd een poppetje en dat is hij dan zelf. Dat poppetje is nooit eenzaam, want hij heeft ook een hondje van Lego. De tranen beginnen langzaam te prikken achter mijn ogen.
Hij vertelt dat zijn vader naar Canada is geweest en dat hij daar waarschijnlijk gaat werken. Hij wil best emigreren naar Canada. Het lijkt hem leuk. Dan wordt duidelijk waarom ik voel wat ik voel. Hij wordt vaak gepest. Door de kinderen op school. Hij zegt dat hij te snel huilt. Ja, natuurlijk niet zomaar, maar omdat hij niet goed tegen de dingen kan die andere kinderen tegen hem zeggen. En dat die kinderen hem dan weer pesten omdat hij huilt.
Terwijl hij vecht tegen zijn tranen, stromen ze bij mij al lang over mijn wangen. Hij zegt dat hij hoopt dat de kinderen in Canada hem niet zullen pesten en dat hij hoopt dat hij daar dan wel gelukkig wordt. Terwijl ik mijn wangen droog, constateert hij vol trots dat hij deze keer niet gehuild heeft. Ik constateer dat ik even baal van de wereld waarin ik leef. Een wereld waarin kleine jongetjes van twaalf het liefst naar het andere eind van de wereld verhuizen omdat ze hier gepest worden door andere kinderen van twaalf.
Tegelijk voel ik me blij. Omdat hij niet gehuild heeft en zichzelf nu heel flink vindt. Omdat ik hem heel flink vind dat hij zijn verhaal vertelt. En omdat ik weet dat hij heel gelukkig gaat worden. Hier of in Canada. Zo'n lieve, stoere, flinke jongen vindt zijn weg wel.
zondag 6 december 2009
Inspiratiebron
Een blog-schrijver met een writers-block hoeft voor inspiratie niet in een depressie te raken of liefdesverdriet te ervaren. Ik weet het tovermiddel... Een bezoekje aan de sauna.
Afgelopen vrijdag was het zover. En niet om inspiratie op te doen, maar gewoon om lekker te tutten, te zweten en bij te komen. Heerlijk! Maar ja, als je daar dan toch bent, dient het inspirerende materiaal zich aan op een presenteerblaadje.
Zal ik gaan schrijven over alle situaties in je leven waar je beter niet teveel bij na kunt denken? Ik kwam zomaar op dat onderwerp toen ik mezelf aantrof in een Turks stoombad tussen allemaal (oude) naakte mensen die zichzelf (en ook ongevraagd anderen) insmeerden met Bildtse klei (die de overbuurman van de sauna-mevrouw van zijn boerenland haalde) en daarbij nét iets te dicht bij mijn nakende lichaam in de buurt kwamen.
Of zal ik het eens gaan hebben over gène? Of het gebrek daaraan? Toen een naakte vrouw met ongeveer 20 kilogram teveel aan lichaamsgewicht zich op nog geen 2 meter afstand zo diep bukte om een vriendin plagerig door het koude doorloopbad te loodsen dat ik haar amandelen bijna kon zien zitten terwijl ze me echt niet aankeek... werd ik me des te bewuster van mijn eige huivering bij het uittrekken van mijn badjas. Genant en ongegeneerd. Interessante woorden om eens nader op in te gaan... wie weet komt het er nog eens van in een volgend blogje.
Een onderwerp van heel andere orde zou kunnen zijn; schaamhaar. Altijd al een onderwerp dat me in meer of mindere mate heeft geboeid. En na mijn laatste sauna-bezoek vraag ik me daarover toch weer het een en ander af. Vooral omdat een vrouw, met de engste schaamhaar-dracht aller tijden, het ineens nodig vond om pardoes mijn gezichtsveld in te lopen terwijl ik rozig in een bubbelbadje hing. Ik kon er niet omheen... en vraag me nu toch echt af of je ook last van haaruitval kunt hebben in de schaamstreek. Wie het weet, mag het zeggen.
Tja, om dan nog maar te zwijgen over het interieur van deze sauna. Zelden een plaats gezien waar ik zo ontzettend graag mijn badjas áán had willen houden. Hoe verzin je het, overal spiegels!?
Ach, het was een heerlijk uitje. Met genoeg stof tot nadenken. En misschien stof tot schrijven...
Afgelopen vrijdag was het zover. En niet om inspiratie op te doen, maar gewoon om lekker te tutten, te zweten en bij te komen. Heerlijk! Maar ja, als je daar dan toch bent, dient het inspirerende materiaal zich aan op een presenteerblaadje.
Zal ik gaan schrijven over alle situaties in je leven waar je beter niet teveel bij na kunt denken? Ik kwam zomaar op dat onderwerp toen ik mezelf aantrof in een Turks stoombad tussen allemaal (oude) naakte mensen die zichzelf (en ook ongevraagd anderen) insmeerden met Bildtse klei (die de overbuurman van de sauna-mevrouw van zijn boerenland haalde) en daarbij nét iets te dicht bij mijn nakende lichaam in de buurt kwamen.
Of zal ik het eens gaan hebben over gène? Of het gebrek daaraan? Toen een naakte vrouw met ongeveer 20 kilogram teveel aan lichaamsgewicht zich op nog geen 2 meter afstand zo diep bukte om een vriendin plagerig door het koude doorloopbad te loodsen dat ik haar amandelen bijna kon zien zitten terwijl ze me echt niet aankeek... werd ik me des te bewuster van mijn eige huivering bij het uittrekken van mijn badjas. Genant en ongegeneerd. Interessante woorden om eens nader op in te gaan... wie weet komt het er nog eens van in een volgend blogje.
Een onderwerp van heel andere orde zou kunnen zijn; schaamhaar. Altijd al een onderwerp dat me in meer of mindere mate heeft geboeid. En na mijn laatste sauna-bezoek vraag ik me daarover toch weer het een en ander af. Vooral omdat een vrouw, met de engste schaamhaar-dracht aller tijden, het ineens nodig vond om pardoes mijn gezichtsveld in te lopen terwijl ik rozig in een bubbelbadje hing. Ik kon er niet omheen... en vraag me nu toch echt af of je ook last van haaruitval kunt hebben in de schaamstreek. Wie het weet, mag het zeggen.
Tja, om dan nog maar te zwijgen over het interieur van deze sauna. Zelden een plaats gezien waar ik zo ontzettend graag mijn badjas áán had willen houden. Hoe verzin je het, overal spiegels!?
Ach, het was een heerlijk uitje. Met genoeg stof tot nadenken. En misschien stof tot schrijven...
vrijdag 4 december 2009
Er is hoop
Bij de titel van deze blog weet ik zeker dat je niet verwacht dat mijn hoop bestaat in de persoon van: Patricia Paay.
Tot voor kort had ik zelf ook nooit gedacht dat Patries mij hoop zou kunnen bezorgen. Het leek een contradictio interminae. Onmogelijk: Hoop en Patries in één zin. Behalve als het woord hoop een hele andere, ietwat minder positieve en bruine betekenis zou krijgen en het zou gaan over de bak ellende die Patries na haar scheiding van Adam over zich heen kreeg. Maar dat geheel terzijde.
Patries geeft mij hoop. Zij komt tenslotte met haar zestigjarige lichaam in de Playboy. ZESTIG JAAR! Toen mijn oma zestig jaar was, was ik al veertien! Ik kan me niet anders herinneren dan dat zij altijd al een seksloos wezen is geweest. Een oma. Gewoon oud, grijs, met suffe kleren, te zwarte thee en antimakassertjes op haar stoelen. Een oma die mij op mijn dertiende een cassettebandje op mijn verjaardag gaf met het liedje: "Meisjes van dertien". Niet bepaald de tophit van die tijd, maar wist zij veel. Mijn oma is niet hip, nooit geweest ook. En ze houdt niet van popmuziek, laat staan dat ze met haar blote borsten in een boekje zou poseren.
Maar terug naar Patries. Want zij doet dat dus gewoon lekker wel! En wat kan haar het schelen? Volgens mij kan ze het hebben. Haar benen heb ik al vaak kunnen zien (Patries houdt kennelijk van korte rokjes) en daar mankeerde niets aan. Inmiddels weet ook de gehele natie al dat haar tietjes (nou ja, -tjes....) nog pront genoeg zijn. Die hingen immers bijna geheel uit haar jurkje toen ze vorige week op de bank van Jensen plaatsnam. Waarbij ik ten overvloede even wil opmerken dat deze blog gaat over de hoop die haar uiterlijk geeft en ab-so-luut niet over de 'hoop' stront die zij uitstorte over haar ex. Sjezus Patries, wat verloor je daar je waardigheid! Maar ook dat geheel terzijde.
Terug naar de Playboy. Zelfs voor mij, met mijn 29 lentes, is het een utopie om te denken dat ik ooit door Jan Heemskerk himself wordt gebeld met de vraag of ik nakend in zijn boekje wil. De vaste lezers van mijn hersenkronkels zijn er inmiddels van op de hoogte dat ik mijn uiterlijk ook niet zodanig beoordeel als dat het geschikt zou zijn om te eindigen met een nietje in mijn buik op de bodem van de kattenbak. Alhoewel, een echt nietje hier en daar, zou misschien best een positief effect op mijn zelfbeeld kunnen hebben, maar zover zou ik toch niet willen gaan voor mijn 15 minutes of fame.
Maarrrrr, er is dus gewoon nog hoop!!! Ik heb nog 31 jaar om me suf te trainen, om de boel op te poetsen en wel in de Playboy te komen!!! Ik ben nog niet eens op de helft. En lord!!! Als ik uitga van de vooruitgang die ik de laatste 5 jaar al heb geboekt op het uiterlijke vlak.... Patries, eat your heart out.
ps. Jan H, als je mijn nummer nodig hebt....reageer gerust ;-)
Tot voor kort had ik zelf ook nooit gedacht dat Patries mij hoop zou kunnen bezorgen. Het leek een contradictio interminae. Onmogelijk: Hoop en Patries in één zin. Behalve als het woord hoop een hele andere, ietwat minder positieve en bruine betekenis zou krijgen en het zou gaan over de bak ellende die Patries na haar scheiding van Adam over zich heen kreeg. Maar dat geheel terzijde.
Patries geeft mij hoop. Zij komt tenslotte met haar zestigjarige lichaam in de Playboy. ZESTIG JAAR! Toen mijn oma zestig jaar was, was ik al veertien! Ik kan me niet anders herinneren dan dat zij altijd al een seksloos wezen is geweest. Een oma. Gewoon oud, grijs, met suffe kleren, te zwarte thee en antimakassertjes op haar stoelen. Een oma die mij op mijn dertiende een cassettebandje op mijn verjaardag gaf met het liedje: "Meisjes van dertien". Niet bepaald de tophit van die tijd, maar wist zij veel. Mijn oma is niet hip, nooit geweest ook. En ze houdt niet van popmuziek, laat staan dat ze met haar blote borsten in een boekje zou poseren.
Maar terug naar Patries. Want zij doet dat dus gewoon lekker wel! En wat kan haar het schelen? Volgens mij kan ze het hebben. Haar benen heb ik al vaak kunnen zien (Patries houdt kennelijk van korte rokjes) en daar mankeerde niets aan. Inmiddels weet ook de gehele natie al dat haar tietjes (nou ja, -tjes....) nog pront genoeg zijn. Die hingen immers bijna geheel uit haar jurkje toen ze vorige week op de bank van Jensen plaatsnam. Waarbij ik ten overvloede even wil opmerken dat deze blog gaat over de hoop die haar uiterlijk geeft en ab-so-luut niet over de 'hoop' stront die zij uitstorte over haar ex. Sjezus Patries, wat verloor je daar je waardigheid! Maar ook dat geheel terzijde.
Terug naar de Playboy. Zelfs voor mij, met mijn 29 lentes, is het een utopie om te denken dat ik ooit door Jan Heemskerk himself wordt gebeld met de vraag of ik nakend in zijn boekje wil. De vaste lezers van mijn hersenkronkels zijn er inmiddels van op de hoogte dat ik mijn uiterlijk ook niet zodanig beoordeel als dat het geschikt zou zijn om te eindigen met een nietje in mijn buik op de bodem van de kattenbak. Alhoewel, een echt nietje hier en daar, zou misschien best een positief effect op mijn zelfbeeld kunnen hebben, maar zover zou ik toch niet willen gaan voor mijn 15 minutes of fame.
Maarrrrr, er is dus gewoon nog hoop!!! Ik heb nog 31 jaar om me suf te trainen, om de boel op te poetsen en wel in de Playboy te komen!!! Ik ben nog niet eens op de helft. En lord!!! Als ik uitga van de vooruitgang die ik de laatste 5 jaar al heb geboekt op het uiterlijke vlak.... Patries, eat your heart out.
ps. Jan H, als je mijn nummer nodig hebt....reageer gerust ;-)
Allergische reactie
Heel soms gebeurt het me dat ik iemand voor het eerst ontmoet en spontaan een allergische reactie krijg. Dat alle interne alarmbellen bij de aanblik van die persoon al beginnen te rinkelen. Zonder dat ik op dat moment weet waarom. Het zit hem niet in uiterlijk, want het gebeurt bij mooie en minder mooie mensen. Maar waar het nou wel in zit?
Vorige week gebeurde het weer eens. We hadden eenmalig een andere tennisleraar en mijn nekharen sprongen bij de aanblik van het mannetje spontaan overeind. Ik vond hem gewoon meteen stom, onbetrouwbaar en stiekem. Geen idee waarom, want eigenlijk zag hij er juist heel gezellig uit. De eerste dikke tennisleraar van Nederland (hoe kan dat als je zoveel sport???). Net een rozig varkentje eigenlijk. Misschien zat het em in zijn kleine, geniepige varkensoogjes? Geen idee! Ik hield de mogelijkheid dat ik me zwaar vergiste en te vooringenomen was daarom nog keurig open.
Maar wat ik inmiddels weet, is dat die alarmbellen niet voor niets rinkelen. Die nekharen hebben wel degelijk en belangrijke functie. Ik ga ze niet meer negeren. Mijn intuïtie is kennelijk een hele goede raadgever. Want wat bleek? Meneer was ook gewoon stom. Toen hij mijn afkeer totaal niet aanvoelde en zijn varkenstokus op de barkruk naast de mijne parkeerde, kon ik het niet nalaten om de proef op de som te nemen. De voorzet gaf hij zelf door aan te kondigen dat hij een vriendin had. Zijn collega's keken verbaasd en leken dit nieuws voor het eerst te horen. Op eentje na. Die zei; "Ik hoorde dat je ook iets had gedaan om haar een dikke buik te bezorgen".
Kraaloogje lachte trots en sloeg zichzelf, nog net niet roffelend, op de borst toen hij aankondigde dat dit juist was. Hij, de grote, stoere tennisleraar, had iemand bezwangerd!
De barvrouw (die kennelijk al vaker met het bijltje van bijdehande mannen had gehakt) voegde daar droog aan toe; "En wat heeft zij dan gedaan waardoor jij zo'n dikke buik hebt gekregen?"
Ik onderdrukte mijn glimlach, want dik zijn is niet iets om debiel over te doen, en vroeg wanneer de kleine het levenslicht zou zien.
Hij draaide zijn varkenskop naar me toe en knorde doodleuk: "Ze heeft het weg laten halen."
Nou ben ik niet per definitie tegen abortus. Iedereen mag over zijn eigen lijf en leven beslissen. Maar ik was wel verbaasd dat hij dit nogal private feit pardoes in de groep gooide. Ik stamelde voorzichtig; "Goh, eeeeh, eeeh, jeetje. Dat is nogal wat zeg!"
En kraaloogje legde uit dat hij nog maar 23 was en geen vader wilde worden. Ja, zij wel. Zij wilde heel graag kinderen en had het ook best willen houden. Maar kraaloogje had gezegd dat ze hem dan kwijt zou raken en dus had miss P ervoor gekozen haar zwangerschap te beëindigen.
Het was maar goed dat mijn racket op de grond lag, buiten handbereik. Want misschien, heel misschien, had ik het anders tussen zijn kraaloogjes geparkeerd.
In plaats daarvan zweeg ik. Het gebeurt niet vaak, maar ik was sprakeloos. Door zoveel machismo, door zoveel domheid, door zoveel arrogantie en hardheid. En ik vroeg me af of het waar was.
Knorretje had het door. En probeerde er nog een sociaal wenselijke uitleg voor te geven. "Ze hadden het in goed overleg besloten, echt waar hoor". Maar mijn nekharen waren inmiddels al zover overeind gaan staan dat mijn oren bedekt werden. Ik hoorde niets meer. En nam me voor om voortaan uit de buurt te blijven van mensen waar ik allergisch op reageer. Sommige dingen wil je niet weten, en sommige mensen wil je niet kennen.
Vorige week gebeurde het weer eens. We hadden eenmalig een andere tennisleraar en mijn nekharen sprongen bij de aanblik van het mannetje spontaan overeind. Ik vond hem gewoon meteen stom, onbetrouwbaar en stiekem. Geen idee waarom, want eigenlijk zag hij er juist heel gezellig uit. De eerste dikke tennisleraar van Nederland (hoe kan dat als je zoveel sport???). Net een rozig varkentje eigenlijk. Misschien zat het em in zijn kleine, geniepige varkensoogjes? Geen idee! Ik hield de mogelijkheid dat ik me zwaar vergiste en te vooringenomen was daarom nog keurig open.
Maar wat ik inmiddels weet, is dat die alarmbellen niet voor niets rinkelen. Die nekharen hebben wel degelijk en belangrijke functie. Ik ga ze niet meer negeren. Mijn intuïtie is kennelijk een hele goede raadgever. Want wat bleek? Meneer was ook gewoon stom. Toen hij mijn afkeer totaal niet aanvoelde en zijn varkenstokus op de barkruk naast de mijne parkeerde, kon ik het niet nalaten om de proef op de som te nemen. De voorzet gaf hij zelf door aan te kondigen dat hij een vriendin had. Zijn collega's keken verbaasd en leken dit nieuws voor het eerst te horen. Op eentje na. Die zei; "Ik hoorde dat je ook iets had gedaan om haar een dikke buik te bezorgen".
Kraaloogje lachte trots en sloeg zichzelf, nog net niet roffelend, op de borst toen hij aankondigde dat dit juist was. Hij, de grote, stoere tennisleraar, had iemand bezwangerd!
De barvrouw (die kennelijk al vaker met het bijltje van bijdehande mannen had gehakt) voegde daar droog aan toe; "En wat heeft zij dan gedaan waardoor jij zo'n dikke buik hebt gekregen?"
Ik onderdrukte mijn glimlach, want dik zijn is niet iets om debiel over te doen, en vroeg wanneer de kleine het levenslicht zou zien.
Hij draaide zijn varkenskop naar me toe en knorde doodleuk: "Ze heeft het weg laten halen."
Nou ben ik niet per definitie tegen abortus. Iedereen mag over zijn eigen lijf en leven beslissen. Maar ik was wel verbaasd dat hij dit nogal private feit pardoes in de groep gooide. Ik stamelde voorzichtig; "Goh, eeeeh, eeeh, jeetje. Dat is nogal wat zeg!"
En kraaloogje legde uit dat hij nog maar 23 was en geen vader wilde worden. Ja, zij wel. Zij wilde heel graag kinderen en had het ook best willen houden. Maar kraaloogje had gezegd dat ze hem dan kwijt zou raken en dus had miss P ervoor gekozen haar zwangerschap te beëindigen.
Het was maar goed dat mijn racket op de grond lag, buiten handbereik. Want misschien, heel misschien, had ik het anders tussen zijn kraaloogjes geparkeerd.
In plaats daarvan zweeg ik. Het gebeurt niet vaak, maar ik was sprakeloos. Door zoveel machismo, door zoveel domheid, door zoveel arrogantie en hardheid. En ik vroeg me af of het waar was.
Knorretje had het door. En probeerde er nog een sociaal wenselijke uitleg voor te geven. "Ze hadden het in goed overleg besloten, echt waar hoor". Maar mijn nekharen waren inmiddels al zover overeind gaan staan dat mijn oren bedekt werden. Ik hoorde niets meer. En nam me voor om voortaan uit de buurt te blijven van mensen waar ik allergisch op reageer. Sommige dingen wil je niet weten, en sommige mensen wil je niet kennen.
Zelfbeeld
Ik sta voor de spiegel. Irriteer me kapot aan mijn dubbele kin. Probeer de boel met mijn vingers strak te trekken om het resultaat van een verzonnen bezoekje aan de plastisch chirurg in te schatten. En ik zie dat ze hangen (20 kilo afvallen is best leuk, maar réken maar dat het pronte eraf gaat). En dan zakken mijn ogen af naar mijn onderstel. Die knieën! Ineens snap ik wel dat Nicole Kidman wat aan die van haar heeft laten doen. Een kleine 'lipo' zou ook mij niet misstaan. Al weet ik zeker dat die van haar voor de ingreep vast al mooier en bevalliger waren dan die van mij.
De conclusie van mijn kritische evaluatie? Het is niet best. Zeg maar gerust, het is hopeloos. Ik ben lelijk.
Maar tegelijk weet ik dat anderen daar toch een ietwat positievere kijk op hebben. Vriendlief vind me prachtig. En ook vriendinnetje A roept zo nu en dan zoiets. Laatst in de kroeg hoorde ik ze trouwens ook niet klagen. Maar iedereen ziet het verkeerd. Ik ben best dik en ook best lelijk. Misschien ben ik soms handig in het camoufleren. Dat zal het zijn. Of dat mensen gewoon niet te hard voor me willen zijn.
Dus maar weer op dieet. Als er een kilo af is, voel ik me meteen knapper. Goddelijk bijna. En dat is heus niet omdat ik er in het echt zoveel beter uit ben gaan zien. Dat zit van binnen. Naarmate de weegschaal een dalende waarde aangeeft stijgt mijn zelfvertrouwen. Kortom: mijn zelfbeeld is totaal verknipt.
Maar ik ben niet de enige.
Zo ken ik een prachtig meisje. Pronte tieten (ja, zij wel), superslanke benen inclusief móóie knieën, prachtig velletje. En die ogen. Dat kind heeft alles mee. Nou ja, bijna. Ongeveer 25 vierkante centimeter (dat is dus gewoon maar 5 bij 5 centimeter) is iets minder goed gelukt. Vind ze vooral zelf. En dus is ze lelijk. Als je haar over haarzelf hoort praten nemen haar littekens bijna freak-achtige proporties aan. Er is gewoon niets moois aan haar. Mensen vinden haar lelijk. Probeert ze me te overtuigen. Niemand wil iets met haar beginnen. Mannen dan. Zegt ze. Ze heeft al besloten haar 'shot at love' maar gewoon te laten schieten. Ze is toch volkomen kansloos. Om 25 vierkante centimeter! De rest weegt daar écht niet tegen op, verzekert ze me.
Dus daar zitten we dan. Twee prachtige meiden. Maar allebei met het idee dat het niks is en dus ook niks zal worden. En niet denken dat we op ons achterhoofdje gevallen zijn. Nee hoor, er zit ook gewoon nog wel iets van intellectueel vermogen aan de binnenkant. Maar ja, daar koop je geen brood voor. En dat we een leuk karakter hebben, zorgzaam zijn, lol maken en onze zaakjes buitengewoon goed op orde hebben, dat telt natuurlijk niet mee. We willen eigenlijk gewoon de looks hebben om ergens in het midden van de Panorama in een ieniemienie bikini-tje verleidelijk de lezers toe te lachen. En hordes mannen achter ons aan hebben. Not gonna happen! Zolang wij niet blij zijn met onszelf zal een ander dat ook nooit kunnen worden. Uitstraling. Dat is het toverwoord.
De conclusie van mijn kritische evaluatie? Het is niet best. Zeg maar gerust, het is hopeloos. Ik ben lelijk.
Maar tegelijk weet ik dat anderen daar toch een ietwat positievere kijk op hebben. Vriendlief vind me prachtig. En ook vriendinnetje A roept zo nu en dan zoiets. Laatst in de kroeg hoorde ik ze trouwens ook niet klagen. Maar iedereen ziet het verkeerd. Ik ben best dik en ook best lelijk. Misschien ben ik soms handig in het camoufleren. Dat zal het zijn. Of dat mensen gewoon niet te hard voor me willen zijn.
Dus maar weer op dieet. Als er een kilo af is, voel ik me meteen knapper. Goddelijk bijna. En dat is heus niet omdat ik er in het echt zoveel beter uit ben gaan zien. Dat zit van binnen. Naarmate de weegschaal een dalende waarde aangeeft stijgt mijn zelfvertrouwen. Kortom: mijn zelfbeeld is totaal verknipt.
Maar ik ben niet de enige.
Zo ken ik een prachtig meisje. Pronte tieten (ja, zij wel), superslanke benen inclusief móóie knieën, prachtig velletje. En die ogen. Dat kind heeft alles mee. Nou ja, bijna. Ongeveer 25 vierkante centimeter (dat is dus gewoon maar 5 bij 5 centimeter) is iets minder goed gelukt. Vind ze vooral zelf. En dus is ze lelijk. Als je haar over haarzelf hoort praten nemen haar littekens bijna freak-achtige proporties aan. Er is gewoon niets moois aan haar. Mensen vinden haar lelijk. Probeert ze me te overtuigen. Niemand wil iets met haar beginnen. Mannen dan. Zegt ze. Ze heeft al besloten haar 'shot at love' maar gewoon te laten schieten. Ze is toch volkomen kansloos. Om 25 vierkante centimeter! De rest weegt daar écht niet tegen op, verzekert ze me.
Dus daar zitten we dan. Twee prachtige meiden. Maar allebei met het idee dat het niks is en dus ook niks zal worden. En niet denken dat we op ons achterhoofdje gevallen zijn. Nee hoor, er zit ook gewoon nog wel iets van intellectueel vermogen aan de binnenkant. Maar ja, daar koop je geen brood voor. En dat we een leuk karakter hebben, zorgzaam zijn, lol maken en onze zaakjes buitengewoon goed op orde hebben, dat telt natuurlijk niet mee. We willen eigenlijk gewoon de looks hebben om ergens in het midden van de Panorama in een ieniemienie bikini-tje verleidelijk de lezers toe te lachen. En hordes mannen achter ons aan hebben. Not gonna happen! Zolang wij niet blij zijn met onszelf zal een ander dat ook nooit kunnen worden. Uitstraling. Dat is het toverwoord.
donderdag 3 december 2009
Gevoel en verstand
Soms lijkt het net of het leven een eeuwige strijd tussen gevoel en verstand is. En niet alleen mijn leven, ook dat van mijn vriendinnen.
Ons gevoel roept dat we ons volledig in een relatie moeten storten. Ons verstand zegt dat we eerst een appartementje moeten regelen om vervolgens daar nog geen week te slapen en maandelijks een bak geld over de balk te smijten aan woonruimte die we niet gebruiken.
Ons gevoel roept dat we willen gaan samenwonen. Ons verstand zegt dat je dan al je zekerheden kwijt bent en dus beter nog een tijdje kan wachten met de verkoop van ons huis. Om vervolgens maanden in ons huis te wonen met het idee dat we er wel vanaf willen.
Ons gevoel roept dat we weer bij die foute kerel in zijn armen op de bank willen kruipen. Ons verstand schreeuwt dat we dat nooit meer moeten doen omdat we daarmee de beste jaren van ons leven verdoen aan een relatie waar geen heil in zit. Om vervolgens maanden bij ieder liefdesliedje en iedere romantische film weg te zappen zodat we niet jaloers worden op alle liefde in de wereld en onszelf zielig en alleen voelen.
Ons gevoel roept dat het heerlijk zou zijn om een klein baby'tje van onszelf in de armen te houden. Ons verstand roept dat we eerst moeten trouwen, sparen en psychisch 100% stabiel moeten zijn voordat we daadwerkelijk kunnen gaan voortplanten. Om vervolgens bij ieder geboortekaartje of iedere dikke buik een klein steekje van jaloezie te voelen.
Ons gevoel roept dat het heerlijk zou zijn om een eigen koffiehuisje te beginnen en de hele dag taarten te bakken. Ons verstand roept dat we lekker onze baan moeten houden omdat je dan tenminste financiële zekerheid hebt en we tenslotte niet voor niks zo lang gestudeerd hebben.
Ons gevoel schreeuwt dat we die chocoladeletter in één keer moeten verorberen. Ons verstand dwingt ons hele kleine stukjes te nemen en ons vervolgens schuldig en dik te voelen.
Het leven is één grote innerlijke strijd. Maar gelukkig zijn gevoel en verstand het zo nu en dan met elkaar eens. Komen ze bij elkaar en omarmen ze elkaar in een gevoel van tevredenheid. Zoals met X. Gevoel en verstand zijn het er helemaal over eens dat elke sprong in het diepe met hem de juiste is. Dus ach, die andere innerlijke oorlogen maken niet zoveel uit. Misschien maakt dat ons juist wel zo leuk. Zwart-wit, Duo Penotti, nooit saai en altijd in de war!!!
Ons gevoel roept dat we ons volledig in een relatie moeten storten. Ons verstand zegt dat we eerst een appartementje moeten regelen om vervolgens daar nog geen week te slapen en maandelijks een bak geld over de balk te smijten aan woonruimte die we niet gebruiken.
Ons gevoel roept dat we willen gaan samenwonen. Ons verstand zegt dat je dan al je zekerheden kwijt bent en dus beter nog een tijdje kan wachten met de verkoop van ons huis. Om vervolgens maanden in ons huis te wonen met het idee dat we er wel vanaf willen.
Ons gevoel roept dat we weer bij die foute kerel in zijn armen op de bank willen kruipen. Ons verstand schreeuwt dat we dat nooit meer moeten doen omdat we daarmee de beste jaren van ons leven verdoen aan een relatie waar geen heil in zit. Om vervolgens maanden bij ieder liefdesliedje en iedere romantische film weg te zappen zodat we niet jaloers worden op alle liefde in de wereld en onszelf zielig en alleen voelen.
Ons gevoel roept dat het heerlijk zou zijn om een klein baby'tje van onszelf in de armen te houden. Ons verstand roept dat we eerst moeten trouwen, sparen en psychisch 100% stabiel moeten zijn voordat we daadwerkelijk kunnen gaan voortplanten. Om vervolgens bij ieder geboortekaartje of iedere dikke buik een klein steekje van jaloezie te voelen.
Ons gevoel roept dat het heerlijk zou zijn om een eigen koffiehuisje te beginnen en de hele dag taarten te bakken. Ons verstand roept dat we lekker onze baan moeten houden omdat je dan tenminste financiële zekerheid hebt en we tenslotte niet voor niks zo lang gestudeerd hebben.
Ons gevoel schreeuwt dat we die chocoladeletter in één keer moeten verorberen. Ons verstand dwingt ons hele kleine stukjes te nemen en ons vervolgens schuldig en dik te voelen.
Het leven is één grote innerlijke strijd. Maar gelukkig zijn gevoel en verstand het zo nu en dan met elkaar eens. Komen ze bij elkaar en omarmen ze elkaar in een gevoel van tevredenheid. Zoals met X. Gevoel en verstand zijn het er helemaal over eens dat elke sprong in het diepe met hem de juiste is. Dus ach, die andere innerlijke oorlogen maken niet zoveel uit. Misschien maakt dat ons juist wel zo leuk. Zwart-wit, Duo Penotti, nooit saai en altijd in de war!!!
woensdag 2 december 2009
Junk
"Chocoladeverslaving bestaat niet". Het staat voor mijn neus, gedrukt op papier. Ik lees het nog maar eens. Niet? Denk ik terwijl ik mijn wenkbrauwen in opperste staat van paraatheid frons. Het staat er, dus het zal wel waar zijn.
Huh!? Ik als totaal verslavingsongevoelig persoon verkeerde toch echt in de veronderstelling dat ik zwaar verslaafd was aan het bruine goud. Een wijntje doet me niks, de Owasikmaarzolammetjes schreeuwen nooit vanuit hun doosje dat ik ze moet slikken, in mijn hele leven geen sigaret gerookt, laat staan geblowd. Maar chocola! Ik krijg spontaan knikkende knietjes als ik langs het chocolade-schap loop in de supermarkt. Kan geen weerstand bieden aan de bruine gloed die me vanuit de schappen toestraalt en lijkt te roepen: "Koop ons, koop ons!"
En nadat ik de doosjes/zakjes genot uit het winkelwagentje in mijn tas heb geladen en vervolgens in de kast heb gelegd, blijft het roepen: "Eet me, eet me!"
Als er chocola in de kast ligt, ga ik voor de bijl. Vaak sta ik er eerst nog vol wilskracht en pak ik een klein stukje. Onder de belofte dat dit echt het enige is dat ik neem. Om vervolgens binnen een minuut weer naar de keuken te lopen en een nieuw stukje te pakken. Echt het laatste stukje hoor! Waarna het uiteindelijk helemaal gedaan is met de wilskracht en ik als een junk geen weerstand kan bieden aan de behoefte. Het is ook zooooo lekker! De hele verpakking wordt meegesleept naar de bank en vaak helaas ook geheel verorberd. Onder het idee, dat ik het dan morgen niet meer heb en het dus ook niet meer kan eten. Heel vreemd gedacht, maar dat lijkt op dat moment het enige juiste.
Tja en morgen? Morgen loop ik dan weer door de supermarkt en moet ik me wederom schrap zetten. De verleiding weerstaan. Niet toegeven aan mijn impulsen. Geen chocola!
En als het me dan lukt om de schappen te passeren, de kassa te bereiken en dapper alleen avondeten te kopen, liggen die rakkers ineens bij de kassa. Het is tenslotte december. Dan breekt mijn verzet. Voel ik bijna de heerlijke structuur op mijn tong, proef ik de smaak van geluk....
Dus ik gooi achteloos een letter op de loopband en zwicht. Wederom. Wetend dat toch echt niets lekkerder smaakt dan slank zijn. Hoezo, chocoladeverslaving bestaat niet?!!!
Huh!? Ik als totaal verslavingsongevoelig persoon verkeerde toch echt in de veronderstelling dat ik zwaar verslaafd was aan het bruine goud. Een wijntje doet me niks, de Owasikmaarzolammetjes schreeuwen nooit vanuit hun doosje dat ik ze moet slikken, in mijn hele leven geen sigaret gerookt, laat staan geblowd. Maar chocola! Ik krijg spontaan knikkende knietjes als ik langs het chocolade-schap loop in de supermarkt. Kan geen weerstand bieden aan de bruine gloed die me vanuit de schappen toestraalt en lijkt te roepen: "Koop ons, koop ons!"
En nadat ik de doosjes/zakjes genot uit het winkelwagentje in mijn tas heb geladen en vervolgens in de kast heb gelegd, blijft het roepen: "Eet me, eet me!"
Als er chocola in de kast ligt, ga ik voor de bijl. Vaak sta ik er eerst nog vol wilskracht en pak ik een klein stukje. Onder de belofte dat dit echt het enige is dat ik neem. Om vervolgens binnen een minuut weer naar de keuken te lopen en een nieuw stukje te pakken. Echt het laatste stukje hoor! Waarna het uiteindelijk helemaal gedaan is met de wilskracht en ik als een junk geen weerstand kan bieden aan de behoefte. Het is ook zooooo lekker! De hele verpakking wordt meegesleept naar de bank en vaak helaas ook geheel verorberd. Onder het idee, dat ik het dan morgen niet meer heb en het dus ook niet meer kan eten. Heel vreemd gedacht, maar dat lijkt op dat moment het enige juiste.
Tja en morgen? Morgen loop ik dan weer door de supermarkt en moet ik me wederom schrap zetten. De verleiding weerstaan. Niet toegeven aan mijn impulsen. Geen chocola!
En als het me dan lukt om de schappen te passeren, de kassa te bereiken en dapper alleen avondeten te kopen, liggen die rakkers ineens bij de kassa. Het is tenslotte december. Dan breekt mijn verzet. Voel ik bijna de heerlijke structuur op mijn tong, proef ik de smaak van geluk....
Dus ik gooi achteloos een letter op de loopband en zwicht. Wederom. Wetend dat toch echt niets lekkerder smaakt dan slank zijn. Hoezo, chocoladeverslaving bestaat niet?!!!
Bouwkind
Mijn beeldscherm trilt. De vloer lijkt bij elke dreun van de heistelling een sprongetje te maken. Ik voel het binnenin mij. Een doffe dreun, elke 1,5 seconde.
Collega's mopperen, voelen zich afgeleid. Ik geniet. Door het raam zie ik een enorme bouwput, mannen in oranje pakken die de regen trotseren en graven, heien en slopen. Een prachtig gezicht.
Ik zou willen dat ik daar was. Dat ik in die keet zat en meedacht over al dat moois dat uit de grond gestampt moest worden.
Ik ben een bouwkind. Een kind dat haar hele leven aan tafel niets anders heeft gehoord dan verhalen over de bouw. Over de mannen van de bouw, over hun humor, over hun versleten lichamen. Een kind dat altijd heeft gekeken naar de foto's van alle mooie dingen die gemaakt werden. Een kind dat graag rondliep tussen de materialen, dat genoot van de geur van stof, tegels en opkeek tegen de grote bouwmeneren.
Ik ben ook dat kind dat ooit dacht ook in de bouw te kunnen gaan werken en toen werd aangekeken alsof ze gek was. Dat kind dat te slim zou zijn voor zulk werk. En nu doet dat kind dus zogenaamd slim werk. Schrijft ze letter na letter, woord na woord, zin na zin. Maar echt iets wezenlijks komt er niet uit mijn handen. Ik heb nog nooit bijgedragen aan iets dat je op de foto kon zetten. Ik heb nog nooit met de mannen in de keet gezeten en gelachen om hun heerlijke droge humor. Ik heb nog nooit "trippel, trippel, trippel trap" gezongen van een steiger.
En het geeft allemaal niks. Maar zodra ik uit het raam kijk, kriebelt het soms een klein beetje.
Net genoeg om heel erg te hopen dat de bouw vertraging oploopt en ik nog heel lang naar buiten kan kijken en kan dromen van de bouw.
Collega's mopperen, voelen zich afgeleid. Ik geniet. Door het raam zie ik een enorme bouwput, mannen in oranje pakken die de regen trotseren en graven, heien en slopen. Een prachtig gezicht.
Ik zou willen dat ik daar was. Dat ik in die keet zat en meedacht over al dat moois dat uit de grond gestampt moest worden.
Ik ben een bouwkind. Een kind dat haar hele leven aan tafel niets anders heeft gehoord dan verhalen over de bouw. Over de mannen van de bouw, over hun humor, over hun versleten lichamen. Een kind dat altijd heeft gekeken naar de foto's van alle mooie dingen die gemaakt werden. Een kind dat graag rondliep tussen de materialen, dat genoot van de geur van stof, tegels en opkeek tegen de grote bouwmeneren.
Ik ben ook dat kind dat ooit dacht ook in de bouw te kunnen gaan werken en toen werd aangekeken alsof ze gek was. Dat kind dat te slim zou zijn voor zulk werk. En nu doet dat kind dus zogenaamd slim werk. Schrijft ze letter na letter, woord na woord, zin na zin. Maar echt iets wezenlijks komt er niet uit mijn handen. Ik heb nog nooit bijgedragen aan iets dat je op de foto kon zetten. Ik heb nog nooit met de mannen in de keet gezeten en gelachen om hun heerlijke droge humor. Ik heb nog nooit "trippel, trippel, trippel trap" gezongen van een steiger.
En het geeft allemaal niks. Maar zodra ik uit het raam kijk, kriebelt het soms een klein beetje.
Net genoeg om heel erg te hopen dat de bouw vertraging oploopt en ik nog heel lang naar buiten kan kijken en kan dromen van de bouw.
25 jarig
Drie gemiste oproepen van B. Zou er iets ergs zijn? Heel even denk ik dat haar relatie misschien over is, maar die gedachte vervliegt meteen wanneer ik bedenk hoe positief ze over hem sprak. Totdat ik haar stem hoor. Het is over. "En nu ben ik morgen jarig", prevelt ze er achteraan.
25 wordt ze. Het lijkt voor mij alweer een eeuwigheid geleden dat ik mocht vieren dat ik een kwart eeuw op deze aarde rondliep. Toen was alles nog anders. Toen kende ik de ex nog niet. Toen wist ik niet wat paniek was, of angst. Geen idee van ontrouw, leugens, negeren, en alle andere idiote dingen die geliefden elkaar aan kunnen doen. Toen had ik nog geen kennisgemaakt met de gekte van de huidige vrouw van mijn eerste vriendje. Ik werd 25 en had geen idee van wat komen ging.
En nu komt de dertig langzaamaan dichtbij. Ik denk even dat ik graag terug had gewild naar 25. Weet bijna zeker dat het dan anders had gedaan. Zou willen dat ik de tijd terug kon draaien. Maar ik bedenk me. Het is goed zoals het is. Ondanks alles. Ik ben nu waar ik altijd had willen zijn. En ik ga naar waar ik uit wil komen.
Ze wordt 25 en denkt dat het niet meer goed komt. Dat ze haar kans heeft gehad. Als een ouwe taart vertel ik haar dat alles nog openligt. Dat niets kansloos is. Dat ze nog wel honderd keer de ware tegen kan komen. En dat het echt niet erg is als dat nog vijf jaar duurt. Ze luistert en lijkt me te geloven. Ik hoop dat ze dat nog steeds doet bij iedere volgende verjaardag. En dat ze, op haar 30ste, terug kan kijken en kan lachen om haar eigen, gekke zorgen en haar verdriet.
25 wordt ze. Het lijkt voor mij alweer een eeuwigheid geleden dat ik mocht vieren dat ik een kwart eeuw op deze aarde rondliep. Toen was alles nog anders. Toen kende ik de ex nog niet. Toen wist ik niet wat paniek was, of angst. Geen idee van ontrouw, leugens, negeren, en alle andere idiote dingen die geliefden elkaar aan kunnen doen. Toen had ik nog geen kennisgemaakt met de gekte van de huidige vrouw van mijn eerste vriendje. Ik werd 25 en had geen idee van wat komen ging.
En nu komt de dertig langzaamaan dichtbij. Ik denk even dat ik graag terug had gewild naar 25. Weet bijna zeker dat het dan anders had gedaan. Zou willen dat ik de tijd terug kon draaien. Maar ik bedenk me. Het is goed zoals het is. Ondanks alles. Ik ben nu waar ik altijd had willen zijn. En ik ga naar waar ik uit wil komen.
Ze wordt 25 en denkt dat het niet meer goed komt. Dat ze haar kans heeft gehad. Als een ouwe taart vertel ik haar dat alles nog openligt. Dat niets kansloos is. Dat ze nog wel honderd keer de ware tegen kan komen. En dat het echt niet erg is als dat nog vijf jaar duurt. Ze luistert en lijkt me te geloven. Ik hoop dat ze dat nog steeds doet bij iedere volgende verjaardag. En dat ze, op haar 30ste, terug kan kijken en kan lachen om haar eigen, gekke zorgen en haar verdriet.
Kroegtijger
Alleen de muziek is anders. En de barman heeft iets donkerder kringen onder zijn ogen.
Maar verder? Verder is er niets veranderd. Ik zie nog dezelfde mensen, met dezelfde zoekende blik, dezelfde te lage decolletés, dezelfde te foute achterovergesmeerde lange lokken.
Weer sta ik met een overjarige makelaar te praten die thuis vrouw en kinderen heeft, maar mij voor vanavond het meest interessante schepsel op deze aarde lijkt te vinden. Weer worstel ik mij een weg door de warme lichamen richting het toilet. Weer kom ik die restauranteigenaar tegen die het thuis kennelijk niet meer kan vinden. Weer is het buiten gezelliger met alle rokers onder de terrasverwarmers. En weer kijk ik af en toe angstvallig naar de deur of hij niet binnenkomt.
Het is anderhalf jaar geleden dat ik in de kroeg stond. De kringloopwinkel, de occassionhal. Zouden al die wanhopige dames en hitsige mannen inmiddels derdehands zijn geworden in plaats van tweedehands? Zou deze makelaar zijn vrouw wel trouw zijn? Zou de barman echt niets beters kunnen en willen dan dit? Een kroeg roept bij mij zoveel vragen op. Het is net een antropologische studiereis.
En dan komt R binnen. Samen met P. Jongens die ken vanaf de basisschool. Een feest der herkenning. Uiterlijk niet veel veranderd. Innerlijk, zo blijkt wanneer R nog steeds alleen maar over seks kan praten, ook niet. Maar de vader van R is wel dood. En de moeder van P ook.
En ineens realiseer ik me dat het lijkt alsof de tijd heeft stilgestaan terwijl er zoveel schokkende dingen zijn gebeurd. En ook ik ben niet meer dezelfde als toen. Maar in de kroeg pakken we gewoon allemaal onze oude rol weer op. Acteren we mee in het geheel. Spelen we onze glansrol. Vandaar dat het net is als met een soap. Je kunt zo een jaar niet kijken, maar je zit er na één keer weer middenin.
Maar verder? Verder is er niets veranderd. Ik zie nog dezelfde mensen, met dezelfde zoekende blik, dezelfde te lage decolletés, dezelfde te foute achterovergesmeerde lange lokken.
Weer sta ik met een overjarige makelaar te praten die thuis vrouw en kinderen heeft, maar mij voor vanavond het meest interessante schepsel op deze aarde lijkt te vinden. Weer worstel ik mij een weg door de warme lichamen richting het toilet. Weer kom ik die restauranteigenaar tegen die het thuis kennelijk niet meer kan vinden. Weer is het buiten gezelliger met alle rokers onder de terrasverwarmers. En weer kijk ik af en toe angstvallig naar de deur of hij niet binnenkomt.
Het is anderhalf jaar geleden dat ik in de kroeg stond. De kringloopwinkel, de occassionhal. Zouden al die wanhopige dames en hitsige mannen inmiddels derdehands zijn geworden in plaats van tweedehands? Zou deze makelaar zijn vrouw wel trouw zijn? Zou de barman echt niets beters kunnen en willen dan dit? Een kroeg roept bij mij zoveel vragen op. Het is net een antropologische studiereis.
En dan komt R binnen. Samen met P. Jongens die ken vanaf de basisschool. Een feest der herkenning. Uiterlijk niet veel veranderd. Innerlijk, zo blijkt wanneer R nog steeds alleen maar over seks kan praten, ook niet. Maar de vader van R is wel dood. En de moeder van P ook.
En ineens realiseer ik me dat het lijkt alsof de tijd heeft stilgestaan terwijl er zoveel schokkende dingen zijn gebeurd. En ook ik ben niet meer dezelfde als toen. Maar in de kroeg pakken we gewoon allemaal onze oude rol weer op. Acteren we mee in het geheel. Spelen we onze glansrol. Vandaar dat het net is als met een soap. Je kunt zo een jaar niet kijken, maar je zit er na één keer weer middenin.
woensdag 25 november 2009
Gekke, heerlijke wandeling
Madeliefjes in november
Modder aan mijn laarzen
Blosjes op je wangen
Liefde in je blik
Je broekspijpen tuttig omhoog getrokken
Wind waait een lach om mijn mond en tranen in mijn ogen
Haren dansen om mijn hoofd
Dansend voor je uit
Bang voor honden
Veilig in elkaars armen
Modder aan mijn laarzen
Blosjes op je wangen
Liefde in je blik
Je broekspijpen tuttig omhoog getrokken
Wind waait een lach om mijn mond en tranen in mijn ogen
Haren dansen om mijn hoofd
Dansend voor je uit
Bang voor honden
Veilig in elkaars armen
Papa
Papa, ik lijk steeds meer op jou.
Een zin uit een prachtig, en vooral erg gevoelig liedje van Stef Bos. Het komt ineens bij me op als ik aan mijn vader denk. De laatste tijd realiseer ik me steeds meer dat ik niet alleen zijn ogen en scoliose heb geërfd, maar ook een flinke dosis karakter. Als er problemen zijn dan wil ik ze, net als hij, meteen oplossen. Als een dierbare niet helemaal blij is, doe ik net of het meevalt omdat ik het, net als hij, niet aankan en me veel te veel zorgen maak. Hij is rechtlijnig en ook over mij wordt vaak gezegd dat ik geen grijstinten ken. Genoeg voorbeelden van onze gelijkenissen.
Maar gisteravond werd het me toch nog eens extra duidelijk dat ik absoluut niet van de melkboer kan zijn. Mijn vader had duidelijk de riedel in de kont. Voor mensen die de riedel niet kennen; dat houdt ongeveer in dat je even geen rust in je lijf hebt, dat je niet weet wat je moet en dat je in de ogen van anderen onbenullige dingen doet die je zelf op dat moment heel belangrijk vindt. Dat dus. It takes one to know one, en ik knowde wel wat ik zag.
Hij moest en zou wat doen. Deze keer was het noodzakelijk om zijn nieuwe visjas te showen. Inclusief de nieuwe vishandschoenen. Na de modeshow en demonstratie van de capuchon met ingebouwde klep en de handschoentjes met afneembare topjes vanwege gepriegel met vishaakjes, verdween mijn vader even uit het gezichtsveld. We keuvelden rustig verder zonder ons verder af te vragen wat hij deed. Toen hij weer in de kamer kwam zei hij; 'er komt geen zuchtje wind doorheen'. Hij was maar even naar de supermarkt gefietst om het pak te testen. Waarom naar de supermarkt? Niet om iets te kopen, maar omdat het daar meer waaide. Logisch toch? Hij had er over nagedacht. Dat zou ik ook doen. En weg was hij weer. Naar boven. Toen hij weer beneden kwam had hij zijn sjieke pak aangetrokken. Hij moest even testen of het nog wel paste want hij was uitgenodigd voor een kerstdiner. Tja, zulke dingen kun je niet tijdig genoeg doen. Vind ik ook. En ja, dat moet je dan ook even showen natuurlijk. Zou ik ook doen. In je eentje is er niks aan. Logisch allemaal. Wel bij ons thuis.
Toch grappig, toen ik naar huis liep realiseerde ik me dat ik me nergens meer thuis voel dan bij mijn ouders. Omringd door mijn eigen genen. Niet bewust van al onze eigenaardigheden, zelfs een regendans in je blote kont in de tuin kan op een zeker moment heel normaal lijken. Alles zoals het altijd was en zoals het altijd zal zijn. De tekst moet niet zijn: papa ik lijk steeds meer op jou. Nee; "Papa, ik merk steeds meer hoeveel ik op je lijk" is veel toepaslijker. Het is een zinnetje dat me vervult met trots.
Een zin uit een prachtig, en vooral erg gevoelig liedje van Stef Bos. Het komt ineens bij me op als ik aan mijn vader denk. De laatste tijd realiseer ik me steeds meer dat ik niet alleen zijn ogen en scoliose heb geërfd, maar ook een flinke dosis karakter. Als er problemen zijn dan wil ik ze, net als hij, meteen oplossen. Als een dierbare niet helemaal blij is, doe ik net of het meevalt omdat ik het, net als hij, niet aankan en me veel te veel zorgen maak. Hij is rechtlijnig en ook over mij wordt vaak gezegd dat ik geen grijstinten ken. Genoeg voorbeelden van onze gelijkenissen.
Maar gisteravond werd het me toch nog eens extra duidelijk dat ik absoluut niet van de melkboer kan zijn. Mijn vader had duidelijk de riedel in de kont. Voor mensen die de riedel niet kennen; dat houdt ongeveer in dat je even geen rust in je lijf hebt, dat je niet weet wat je moet en dat je in de ogen van anderen onbenullige dingen doet die je zelf op dat moment heel belangrijk vindt. Dat dus. It takes one to know one, en ik knowde wel wat ik zag.
Hij moest en zou wat doen. Deze keer was het noodzakelijk om zijn nieuwe visjas te showen. Inclusief de nieuwe vishandschoenen. Na de modeshow en demonstratie van de capuchon met ingebouwde klep en de handschoentjes met afneembare topjes vanwege gepriegel met vishaakjes, verdween mijn vader even uit het gezichtsveld. We keuvelden rustig verder zonder ons verder af te vragen wat hij deed. Toen hij weer in de kamer kwam zei hij; 'er komt geen zuchtje wind doorheen'. Hij was maar even naar de supermarkt gefietst om het pak te testen. Waarom naar de supermarkt? Niet om iets te kopen, maar omdat het daar meer waaide. Logisch toch? Hij had er over nagedacht. Dat zou ik ook doen. En weg was hij weer. Naar boven. Toen hij weer beneden kwam had hij zijn sjieke pak aangetrokken. Hij moest even testen of het nog wel paste want hij was uitgenodigd voor een kerstdiner. Tja, zulke dingen kun je niet tijdig genoeg doen. Vind ik ook. En ja, dat moet je dan ook even showen natuurlijk. Zou ik ook doen. In je eentje is er niks aan. Logisch allemaal. Wel bij ons thuis.
Toch grappig, toen ik naar huis liep realiseerde ik me dat ik me nergens meer thuis voel dan bij mijn ouders. Omringd door mijn eigen genen. Niet bewust van al onze eigenaardigheden, zelfs een regendans in je blote kont in de tuin kan op een zeker moment heel normaal lijken. Alles zoals het altijd was en zoals het altijd zal zijn. De tekst moet niet zijn: papa ik lijk steeds meer op jou. Nee; "Papa, ik merk steeds meer hoeveel ik op je lijk" is veel toepaslijker. Het is een zinnetje dat me vervult met trots.
dinsdag 24 november 2009
Dirk
Ik had net een paar dagen geleden met open mond en vol verbazing en afschuw naar de documentaire "Sweety, Maja Braderic" gekeken. Het nare gevoel was nog niet helemaal weg. In mijn hoofd en buik bleef het ontredderende idee van 'In wat voor wereld leven wij?' lang hangen. Natuurlijk weet ik als geen ander hoeveel narigheid er in de wereld te koop is en wat mensen elkaar wel niet allemaal aandoen. Ik lees ten slotte al vanaf mijn 10e Baantjer boeken, gevolgd door massa's literaire thrillers, om over mijn werk als verwonderingsbron nog maar niet te spreken. Maar als ik dan zie dat een groepje tieners een meisje van zestien wurgen, in de brand steken en gewoon achterlaten bij een bosje, zonder dat er echt een motief is, dan weet ik het niet meer. Dan voel ik me oud en denk ik, net als oude omaatjes, dat we in een rare wereld leven.
Met het nare gevoel over Maja nog in mijn systeem lees ik ineens iets over Dirk. Dirk uit Urk. Veertien jaar en doodgeslagen met een honkbalknuppel en achtergelaten in een bos. Weer een tiener dood achtergelaten in de natuur. Ik kijk naar zijn foto. Een lieve, bolle toet met roze wangetjes, omlijst door een mooi bos donkere krullen. Duidelijk veertien. Duidelijk nog een kind. Hij kroop vast nog wel eens lekker tegen zijn moeder aan op de bank. En misschien speelde hij stiekem ook nog wel met Lego. En nu is hij er dus niet meer.
Dacht ik eerst nog dat er misschien sprake was van een toevallige moord, één of andere gek die nou net Dirk als slachtoffer koos. Nu lijkt niets minder waar. Er zijn jongetjes van 13 tot 15 jaar aangehouden. Jongetjes van zijn school. De hoofdverdachte was verliefd op het zelfde meisje als Dirk. Dat schrijft de krant. Ik denk aan Maja. Ik denk weer eens dat we toch echt in een rare wereld leven. Ik maak me zorgen. Kan het niet bevatten. Op je 15e iemand doodknuppelen omdat hij met jouw Nellie had afgesproken.
Zou de vader van Dirk over een paar jaar ook op zijn brommertje naar de gedenkplaats in het bos rijden en kusjes geven aan de foto's van Dirk? Kijken we dan weer met een brok in onze keel naar een documentaire over de weerzinwekkende dood van een kind? Vegen we dan ook snel onze tranen weg om over te gaan tot de orde van de dag en de pijn niet te voelen? Houden we onszelf dan ook voor de gek dat zoiets alleen ver weg gebeurt? Of zijn we dan al zo gewend aan kinderen die kinderen vermoorden dat we liever zappen naar Baantjer, CSI of Law and Order?
Met het nare gevoel over Maja nog in mijn systeem lees ik ineens iets over Dirk. Dirk uit Urk. Veertien jaar en doodgeslagen met een honkbalknuppel en achtergelaten in een bos. Weer een tiener dood achtergelaten in de natuur. Ik kijk naar zijn foto. Een lieve, bolle toet met roze wangetjes, omlijst door een mooi bos donkere krullen. Duidelijk veertien. Duidelijk nog een kind. Hij kroop vast nog wel eens lekker tegen zijn moeder aan op de bank. En misschien speelde hij stiekem ook nog wel met Lego. En nu is hij er dus niet meer.
Dacht ik eerst nog dat er misschien sprake was van een toevallige moord, één of andere gek die nou net Dirk als slachtoffer koos. Nu lijkt niets minder waar. Er zijn jongetjes van 13 tot 15 jaar aangehouden. Jongetjes van zijn school. De hoofdverdachte was verliefd op het zelfde meisje als Dirk. Dat schrijft de krant. Ik denk aan Maja. Ik denk weer eens dat we toch echt in een rare wereld leven. Ik maak me zorgen. Kan het niet bevatten. Op je 15e iemand doodknuppelen omdat hij met jouw Nellie had afgesproken.
Zou de vader van Dirk over een paar jaar ook op zijn brommertje naar de gedenkplaats in het bos rijden en kusjes geven aan de foto's van Dirk? Kijken we dan weer met een brok in onze keel naar een documentaire over de weerzinwekkende dood van een kind? Vegen we dan ook snel onze tranen weg om over te gaan tot de orde van de dag en de pijn niet te voelen? Houden we onszelf dan ook voor de gek dat zoiets alleen ver weg gebeurt? Of zijn we dan al zo gewend aan kinderen die kinderen vermoorden dat we liever zappen naar Baantjer, CSI of Law and Order?
donderdag 19 november 2009
Geen meisje meer
Ik sta onder de douche en denk na. Op een of andere manier kan ik onder de douche altijd erg helder denken. Misschien omdat mijn hersenpan dan lekker afgespoeld wordt? Ik denk aan P, ze vindt het liedje Woman van Anouk zo mooi. Ik ook. Heb net nog heerlijk mee zitten blèèèren in de auto. Het doet haar erg denken aan haar eigen situatie. Mijn hersenen draaien op volle toeren en opeens valt me een vreselijk besef in. P is een woman, een vrouw. En ik eigenlijk ook. Ik kijk omlaag naar mijn lijf en moet met enige weemoed constateren dat ik een vrouwenlichaam zie. Niks meisjesachtigs meer aan. Ik heb zwaaiarmen, borsten die al heel lang weten wat zwaartekracht is, rimpelknietjes en stoppeloksels. Scheisse! Wanneer ben ik een vrouw geworden?! Ik heb het niet gemerkt, en nu is het gewoon al zover!
Ik probeer te bedenken wanneer de GROTE VERANDERING is opgetreden. Natuurlijk werd ik al op mijn 15e mevrouw genoemd bij McDonald's en zeggen kleine (netjes opgevoede) kinderen al jaren U tegen me. Maar dat zegt niks. Toen was ik gewoon nog een meisje wanneer het me uitkwam. Maar nu kan ik met goed fatsoen niet meer beweren dat ik écht een meisje ben. Oh, bij X is het natuurlijk geen probleem om op de bank, onder zijn arm te kruipen en me een meisje te voelen. En gelukkig blijf ik bij mijn ouders ook altijd een beetje kind en gewoon lekker papa's meisje. Maar de overgrote meerderheid van de Nederlandse (en ik vrees de wereldbevolking) zal mij inmiddels aanduiden als een vrouw.
Als ik vroeger in de krant las dat een 'vrouw' van achttien om het leven was gekomen, dacht ik altijd...."Een vrouw? dat is toch gewoon nog een meisje!?" Maar als ze mij nu dood in een greppel zouden vinden (bij wijze van spreken, ik word natuurlijk gewoon 96 jaar), zou in de krant staan: VROUW VAN 29 GEVONDEN IN GREPPEL, en ze zouden nog gelijk hebben ook! Er is geen ontkennen meer aan. Maar sinds waneer is dat zo?
Van sommige momenten weet ik nog zeker dat ik een meisje was, zoals op het moment dat ik met mijn bloemetjestas in mijn fietsmandje - midden in de nacht - en vol verwachting naar de ex toefietste. Smoorverliefd en zo groen als gras. Echt nog een meisje. En het moment dat hij me mee uit nam met zijn vrienden en die alles behalve groen als gras bleken. Ook het moment dat ik met een dronken hoofd (ja, eenmalig, iedereen vergist zich wel eens) op mijn knietjes voor de wc van een discotheek hing was een typisch geval van: meisje.
Wanneer het is gebeurd, ach ik heb een flauw vermoeden, maar zeker weten doe ik het natuurlijk niet. Wat ik wel zeker weet is dat ik nu dus een vrouw ben. Tja, misschien voor de buitenwereld. Maar de binnenwereld? Die blijft meisje. Tot haar 96ste!
Ik probeer te bedenken wanneer de GROTE VERANDERING is opgetreden. Natuurlijk werd ik al op mijn 15e mevrouw genoemd bij McDonald's en zeggen kleine (netjes opgevoede) kinderen al jaren U tegen me. Maar dat zegt niks. Toen was ik gewoon nog een meisje wanneer het me uitkwam. Maar nu kan ik met goed fatsoen niet meer beweren dat ik écht een meisje ben. Oh, bij X is het natuurlijk geen probleem om op de bank, onder zijn arm te kruipen en me een meisje te voelen. En gelukkig blijf ik bij mijn ouders ook altijd een beetje kind en gewoon lekker papa's meisje. Maar de overgrote meerderheid van de Nederlandse (en ik vrees de wereldbevolking) zal mij inmiddels aanduiden als een vrouw.
Als ik vroeger in de krant las dat een 'vrouw' van achttien om het leven was gekomen, dacht ik altijd...."Een vrouw? dat is toch gewoon nog een meisje!?" Maar als ze mij nu dood in een greppel zouden vinden (bij wijze van spreken, ik word natuurlijk gewoon 96 jaar), zou in de krant staan: VROUW VAN 29 GEVONDEN IN GREPPEL, en ze zouden nog gelijk hebben ook! Er is geen ontkennen meer aan. Maar sinds waneer is dat zo?
Van sommige momenten weet ik nog zeker dat ik een meisje was, zoals op het moment dat ik met mijn bloemetjestas in mijn fietsmandje - midden in de nacht - en vol verwachting naar de ex toefietste. Smoorverliefd en zo groen als gras. Echt nog een meisje. En het moment dat hij me mee uit nam met zijn vrienden en die alles behalve groen als gras bleken. Ook het moment dat ik met een dronken hoofd (ja, eenmalig, iedereen vergist zich wel eens) op mijn knietjes voor de wc van een discotheek hing was een typisch geval van: meisje.
Wanneer het is gebeurd, ach ik heb een flauw vermoeden, maar zeker weten doe ik het natuurlijk niet. Wat ik wel zeker weet is dat ik nu dus een vrouw ben. Tja, misschien voor de buitenwereld. Maar de binnenwereld? Die blijft meisje. Tot haar 96ste!
maandag 16 november 2009
Wannabe
Hij nodigt me uit om zijn 'vriend' te worden op hyves. Zijn naam komt me niet bekend voor en het fotootje is te klein om hem al dan niet te herkennen. Dus ik bekijk zijn uitnodiging en zie dat hij niet zijn best heeft gedaan er een persoonlijk tintje aan te geven. En er rinkelen nog steeds geen belletjes.
Hij is niet de eerste die me uitnodigt en die ik niet blijk te kennen. Toen ik een groentje was op hyves-gebied accepteerde ik gewoon elke uitnodiging om later pas te ontdekken dat mijn foto en naam in een soort 'sloerie-galerij' terecht waren gekomen. Kennelijk zijn er mannen die er een gewoonte van maken lukraak dames uit te nodigen. Een schot hagel...er is altijd wel eentje raak.
Was ik eerst nog gevleid door dergelijke verzoekjes...dat ging snel over toen ik mocht aanschouwen wat de doelgroep was. Meiden met de voorgevel half uit de blouse, met rokjes die minder stof hebben dan mijn washandjes. Ben ik geblondeerd, daar zag ik dat het vele malen erger kon, als we het hebben over onnatuurlijke haarkleuren. Spierwit gepermanente pruikjes flankeerden opeens mijn met zorg uitgekozen profielfoto. Een foto waar ik voor mijn eigen gevoel natuurlijk erg gunstig op sta. Beetje lief, beetje roze, beetje blij, beetje sjiek. Echt niet ordi, en al zeker niet alsof ik een makkelijke prooi ben. Maar daar heeft het manvolk kennenlijk lak aan. Niet geschoten, altijd mis, zullen ze wel denken.
Laatst werd ik uitgenodigd door iemand die zichzelf trendymodeman noemde. Hoe verzin je het? En weet je wel zeker dat je dan dames moet uitnodigen? Ik zou zijn doelgroep ietsje anders inschatten. Trendymodeman had als achtergrondje een foto van een opengeslagen bed, versierd met rozenblaadjes en een rood lingerie-setje. Op het nachtkastje een fles champagne... Ik twijfelde nog even of ik hem zou accepteren, want dat was natuurlijk errug aanlokkelijk, NOT.
Vandaag kwam de uitnodiging van iemand die zichzelf behoorlijk bloot geeft op het wereldwijde web. Naam, woonplaats, werk, kids, alles passeerde de revue. En ja hoor, wederom een uitgebreide trofeeën galerij met dames van allerlei allooi. Enigzins nieuwsgierig nam ik even een kijkje tussen zijn foto's. Leek het eerst gewoon nog een leuke Fries die zijn levenspad wat onzeker bewandelde, de foto's maakten alles duidelijk. Zat ik bij foto drie vertederd te kijken hoe hij zijn dochtertje lief omarmde, bij foto drie keek ik ineens recht bij een shirtje naar binnen. Borsten met een schattig jong katje en dat alles onder de naam: zo lief en zacht. Treurig hoor. Vooral omdat de foto's van zijn kids zich bleven afwisselen met foto's van dames en blote toestanden. En dan die akelige commentaren erbij. Zielig. Ik kon er geen andere naam voor bedenken.
Gelukkig staat bij elke uitnodiging: 'weiger gerust wannabe friends'. Die keus was dus snel gemaakt. Jammer alleen dat de mensen van hyves zo lief zijn om de wannabe daar geen bericht van te sturen. Anders kreeg meneer nu een mailtje met de boodschap: FemFataal wil geen vrienden met je zijn omdat ze je een wannabe van de bovenste plank vindt.
Hij is niet de eerste die me uitnodigt en die ik niet blijk te kennen. Toen ik een groentje was op hyves-gebied accepteerde ik gewoon elke uitnodiging om later pas te ontdekken dat mijn foto en naam in een soort 'sloerie-galerij' terecht waren gekomen. Kennelijk zijn er mannen die er een gewoonte van maken lukraak dames uit te nodigen. Een schot hagel...er is altijd wel eentje raak.
Was ik eerst nog gevleid door dergelijke verzoekjes...dat ging snel over toen ik mocht aanschouwen wat de doelgroep was. Meiden met de voorgevel half uit de blouse, met rokjes die minder stof hebben dan mijn washandjes. Ben ik geblondeerd, daar zag ik dat het vele malen erger kon, als we het hebben over onnatuurlijke haarkleuren. Spierwit gepermanente pruikjes flankeerden opeens mijn met zorg uitgekozen profielfoto. Een foto waar ik voor mijn eigen gevoel natuurlijk erg gunstig op sta. Beetje lief, beetje roze, beetje blij, beetje sjiek. Echt niet ordi, en al zeker niet alsof ik een makkelijke prooi ben. Maar daar heeft het manvolk kennenlijk lak aan. Niet geschoten, altijd mis, zullen ze wel denken.
Laatst werd ik uitgenodigd door iemand die zichzelf trendymodeman noemde. Hoe verzin je het? En weet je wel zeker dat je dan dames moet uitnodigen? Ik zou zijn doelgroep ietsje anders inschatten. Trendymodeman had als achtergrondje een foto van een opengeslagen bed, versierd met rozenblaadjes en een rood lingerie-setje. Op het nachtkastje een fles champagne... Ik twijfelde nog even of ik hem zou accepteren, want dat was natuurlijk errug aanlokkelijk, NOT.
Vandaag kwam de uitnodiging van iemand die zichzelf behoorlijk bloot geeft op het wereldwijde web. Naam, woonplaats, werk, kids, alles passeerde de revue. En ja hoor, wederom een uitgebreide trofeeën galerij met dames van allerlei allooi. Enigzins nieuwsgierig nam ik even een kijkje tussen zijn foto's. Leek het eerst gewoon nog een leuke Fries die zijn levenspad wat onzeker bewandelde, de foto's maakten alles duidelijk. Zat ik bij foto drie vertederd te kijken hoe hij zijn dochtertje lief omarmde, bij foto drie keek ik ineens recht bij een shirtje naar binnen. Borsten met een schattig jong katje en dat alles onder de naam: zo lief en zacht. Treurig hoor. Vooral omdat de foto's van zijn kids zich bleven afwisselen met foto's van dames en blote toestanden. En dan die akelige commentaren erbij. Zielig. Ik kon er geen andere naam voor bedenken.
Gelukkig staat bij elke uitnodiging: 'weiger gerust wannabe friends'. Die keus was dus snel gemaakt. Jammer alleen dat de mensen van hyves zo lief zijn om de wannabe daar geen bericht van te sturen. Anders kreeg meneer nu een mailtje met de boodschap: FemFataal wil geen vrienden met je zijn omdat ze je een wannabe van de bovenste plank vindt.
vrijdag 13 november 2009
Aorta
Ja, ik ben een voorstander van kneuterigheid. Ik houd van wandelen, lezen in bad, waxine-lichtjes en eten met het bord op schoot voor Everybody loves Raymond. Ik draai mijn hand niet om voor een potje kaarten met mijn ouders, voor zelf kerstkaarten maken of het beschilderen van servies. Ik geniet van pottenbak-les en mag graag stiekem nog eens blokfluit spelen. Maar zelfs voor deze über-kneuteraar zijn er toch nog dingen die te ver gaan op de schaal van Kneuter.
Ik zeg: Domino Day.
Het welbekende, jaarlijks terugkerende kijkcijferkanon van SBS6, gepresenteerd door vedetten als Hans Kraaij jr. (met wie ik ooit heel treurig op het vliegveld van Palma de Mallorca voor een foto heb geposeerd) en Nance (wie heet er nou zo?).
Daar heeft de schaal van Kneuter geen maat voor. Als breien op de bank, wat overigens ontzettend leuk is, 9 punten op de schaal van Kneuter is, is Domino Day 685 punten. En helaas voor Robin Paul Weijers, zo ver gaat de schaal niet. En alles wat buiten deze schaal valt, valt in de categorie SNEU. Ja, met hoofdletters.
De halve natie zit fris gedouchet, in de pyjama en met een plastic bakje vol paprika-chips op schoot toe te kijken hoe Robin Paul Weijers als een bezetene de aorta volgt. De AORTA! Weer zo'n verzinsel van mister Domino himself. Laat die akelige aorta het alsjeblieft begeven! Geef toe, het enige leuke aan dat hele programma is toch te zien hoeveel steentjes blijven staan? Heerlijk als de voice-over meedeelt dat er nu een enorm veld aankomt van 425.000 steentjes in de vorm van de cirkel des levens (jahaa, Robin Peewee bedenkt het liefst de meest hoogdravende thema's voor het spelletje dat wij op ons 5e in de huiskamer speelden uit een kartonnen doos). Het veld móet om, zegt de voice-over, want anders komt het wereldrecord in gevaar. En dan? Dan blijven de blokjes staan. Niks cirkel des levens, gewoon domme domino-steentjes die nergens heen gaan. Heerlijke televisie...in gedachten reken ik al uit hoe moeilijk het wordt om het record te verbreken. Maar helaas is er dan altijd nog die akelige aorta van RPW. "Ik hoor de aorta', zegt de voice-over met lichte hysterie in zijn stem. De cameraman zoemt doortrapt in op de ogen van RPW, die als een bang hertje in de koplampen kijken en koortsachtig de aorta zoeken. Heerlijke televisie, maar dat zei ik al.
X en ik gaan volgend jaar infiltreren. We doen dan net alsof we sneue studentjes zijn die drie maanden van hun leven niets beters hebben te doen dan dag in dag uit in de kreukels liggen op de vloer van het FEC in Leeuwarden. Om vervolgens drie maanden relatief keurig in de pas te lopen en heel veel mooie steentjes neer te zetten. Dat alles om op de dag des oordeels, de dag van de uitzending, heeeeeeeeeeeel per ongeluk drie steentjes tussen de aorta uit te vissen. Net op het moment dat niemand kijkt. Fuck de aorta. Wij zorgen voor een aneurisma!
Ik zeg: Domino Day.
Het welbekende, jaarlijks terugkerende kijkcijferkanon van SBS6, gepresenteerd door vedetten als Hans Kraaij jr. (met wie ik ooit heel treurig op het vliegveld van Palma de Mallorca voor een foto heb geposeerd) en Nance (wie heet er nou zo?).
Daar heeft de schaal van Kneuter geen maat voor. Als breien op de bank, wat overigens ontzettend leuk is, 9 punten op de schaal van Kneuter is, is Domino Day 685 punten. En helaas voor Robin Paul Weijers, zo ver gaat de schaal niet. En alles wat buiten deze schaal valt, valt in de categorie SNEU. Ja, met hoofdletters.
De halve natie zit fris gedouchet, in de pyjama en met een plastic bakje vol paprika-chips op schoot toe te kijken hoe Robin Paul Weijers als een bezetene de aorta volgt. De AORTA! Weer zo'n verzinsel van mister Domino himself. Laat die akelige aorta het alsjeblieft begeven! Geef toe, het enige leuke aan dat hele programma is toch te zien hoeveel steentjes blijven staan? Heerlijk als de voice-over meedeelt dat er nu een enorm veld aankomt van 425.000 steentjes in de vorm van de cirkel des levens (jahaa, Robin Peewee bedenkt het liefst de meest hoogdravende thema's voor het spelletje dat wij op ons 5e in de huiskamer speelden uit een kartonnen doos). Het veld móet om, zegt de voice-over, want anders komt het wereldrecord in gevaar. En dan? Dan blijven de blokjes staan. Niks cirkel des levens, gewoon domme domino-steentjes die nergens heen gaan. Heerlijke televisie...in gedachten reken ik al uit hoe moeilijk het wordt om het record te verbreken. Maar helaas is er dan altijd nog die akelige aorta van RPW. "Ik hoor de aorta', zegt de voice-over met lichte hysterie in zijn stem. De cameraman zoemt doortrapt in op de ogen van RPW, die als een bang hertje in de koplampen kijken en koortsachtig de aorta zoeken. Heerlijke televisie, maar dat zei ik al.
X en ik gaan volgend jaar infiltreren. We doen dan net alsof we sneue studentjes zijn die drie maanden van hun leven niets beters hebben te doen dan dag in dag uit in de kreukels liggen op de vloer van het FEC in Leeuwarden. Om vervolgens drie maanden relatief keurig in de pas te lopen en heel veel mooie steentjes neer te zetten. Dat alles om op de dag des oordeels, de dag van de uitzending, heeeeeeeeeeeel per ongeluk drie steentjes tussen de aorta uit te vissen. Net op het moment dat niemand kijkt. Fuck de aorta. Wij zorgen voor een aneurisma!
Ja of Nee
Er zijn van die dingen waar ik me heel druk om maak. Al heel lang en waarschijnlijk nog heel lang. Echt van die Fem-dingen. Lekker zwart-wit, even geen grijs. Ik noem mijn anti-bont-lobby, die onder andere een brief naar de koningin en een mail naar Mart Visser inhield. Ik noem mijn anti-doodstraf-lobby, die tot meerdere felle discussies/ruzies heeft geleid met voorstanders van dit prehistorische, barbarische, achterlijke fenomeen. En vergeet ook niet mijn gepassioneerde strijd tegen roken, die onder meer inhield dat ik zowel de sigaretten van mijn vader als de pijptabak van de buurman door de plee spoelde. Waarbij ik overigens verheugd ben te melden dat inmiddels zowel mijn vader, als de buurman en gelukkig ook X zijn gestopt met die smerige, kankerverwekkende, hersenverwekende bezigheid.
Op dit moment wordt mijn overschot aan aandacht opgeëist door een postbus51 campagne. Overal zie ik advertenties, aanplakbiljetten en berichten op internet. Voor een zaak waar ik vierkant achtersta. Donorschap.
Dus dit blogje bevat een stichtelijke boodschap. Word allen donor mensen!!!
Tot nu toe heeft mijn passie voor deze goede zaak al tot 2 nieuwe donoren geleid. X en moeders. Maar dat is natuurlijk maar een druppel op een gloeiende plaat. Vooral omdat zij allebei heel erg oud gaan worden en we er op korte termijn niets aan hebben. Dus word allen donor en liefst ook heel oud...Dan spreken we gewoon af dat alleen volslagen onbekenden te jong sterven en hun kersverse orgaantjes afstaan aan anderen.
Om mijn missie wat extra kracht te geven nog even dit. Als je geen donor bent, hoef je ook niet op andermans organen te rekenen wat mij betreft. Dat is immers hetzelfde als met verjaardagen geen kadootjes geven en wel iets leuks verwachten op je eigen verjaardag. Zo werkt het niet.
Dus zeg Ja op JaofNee.nl en word donor! (of had ik dat al gezegd?)
ps. Af en toe bloed geven is ook geen ramp hoor...je krijgt er heerlijke koekjes, soep en andere lekkernijen bij...dus als je rond lunch-tijd gaat scheelt het ook nog bammetjes.
Op dit moment wordt mijn overschot aan aandacht opgeëist door een postbus51 campagne. Overal zie ik advertenties, aanplakbiljetten en berichten op internet. Voor een zaak waar ik vierkant achtersta. Donorschap.
Dus dit blogje bevat een stichtelijke boodschap. Word allen donor mensen!!!
Tot nu toe heeft mijn passie voor deze goede zaak al tot 2 nieuwe donoren geleid. X en moeders. Maar dat is natuurlijk maar een druppel op een gloeiende plaat. Vooral omdat zij allebei heel erg oud gaan worden en we er op korte termijn niets aan hebben. Dus word allen donor en liefst ook heel oud...Dan spreken we gewoon af dat alleen volslagen onbekenden te jong sterven en hun kersverse orgaantjes afstaan aan anderen.
Om mijn missie wat extra kracht te geven nog even dit. Als je geen donor bent, hoef je ook niet op andermans organen te rekenen wat mij betreft. Dat is immers hetzelfde als met verjaardagen geen kadootjes geven en wel iets leuks verwachten op je eigen verjaardag. Zo werkt het niet.
Dus zeg Ja op JaofNee.nl en word donor! (of had ik dat al gezegd?)
ps. Af en toe bloed geven is ook geen ramp hoor...je krijgt er heerlijke koekjes, soep en andere lekkernijen bij...dus als je rond lunch-tijd gaat scheelt het ook nog bammetjes.
woensdag 11 november 2009
Huis te koop
Ik loop naar de voordeur en kijk nog een keertje achterom. Scan met mijn ogen de kamer. Probeer me in te leven in de mensen die hier straks binnenkomen. Geen stoorzenders in mijn gezichtsveld? Check, check, dubbel-check. Met een gerust hart sluit ik de deur achter me en stap ik op de fiets om naar mijn werk te gaan.
Maar er knaagt iets van binnen. Heel klein. Het is het gekke idee dat er straks mensen in mijn huis lopen zonder dat ik er bij ben. Het lot van de verkopende partij treft me ineens.
Het begon met een idee: ik zet mijn huis te koop! Maar toen ik dat idee in de praktijk ging brengen kwamen er allemaal kleine hobbeltjes op de weg. Hobbeltjes in de vorm van gebeurtenissen, gesprekken, handelingen, die ik allemaal niet had voorzien toen ik bedacht dat het heerlijk zou zijn om bij X te wonen.
Was het eerst al raar dat de makelaar mijn paleisje op de foto en op internet ging zetten, nu lopen er al vreemden tussen mijn snuisterijtjes. Zouden ze ook in de koelkast loeren? Vinden ze de zolder wel netjes opgeruimd? Wat zouden ze vinden van mijn meubels? Zien ze wel hoe mooi het eigenlijk is? Houden ze wel van tegels op de vloer? De mooie tegels die mijn broer er hoogstpersoonlijk in heeft gelegd...
Mijn huis wordt langzaamaan steeds minder van mij. Zelfs mijn ex mailde er al over... Het wordt een beetje publiek bezit. En misschien is dat maar goed ook. Want er komt natuurlijk een dag dat mijn moeder vertelt dat 'die nieuwen' een akelige laminaatvloer over die prachtige tegels hebben gelegd. Of dat ze de tuin, die pas is aangelegd, helemaal overhoop hebben gehaald. Misschien hangen er over een tijdje wel afschuwelijke siergordijnen voor mijn ramen. Of zijn het van die paradijsvogels die over het prachtige, witte schilderwerk in de weer gaan met knalkleuren. Je weet het maar nooit.
Het knaagt en het schuurt van binnen. Maar gelukkig niet te hard en niet te vaak. Want mijn spulletjes gaan met me mee, mijn lief wacht op me en zo'n tegelvloer.... Ach, die wil mijn broer er misschien wel weer eens inleggen. ;-)
Maar er knaagt iets van binnen. Heel klein. Het is het gekke idee dat er straks mensen in mijn huis lopen zonder dat ik er bij ben. Het lot van de verkopende partij treft me ineens.
Het begon met een idee: ik zet mijn huis te koop! Maar toen ik dat idee in de praktijk ging brengen kwamen er allemaal kleine hobbeltjes op de weg. Hobbeltjes in de vorm van gebeurtenissen, gesprekken, handelingen, die ik allemaal niet had voorzien toen ik bedacht dat het heerlijk zou zijn om bij X te wonen.
Was het eerst al raar dat de makelaar mijn paleisje op de foto en op internet ging zetten, nu lopen er al vreemden tussen mijn snuisterijtjes. Zouden ze ook in de koelkast loeren? Vinden ze de zolder wel netjes opgeruimd? Wat zouden ze vinden van mijn meubels? Zien ze wel hoe mooi het eigenlijk is? Houden ze wel van tegels op de vloer? De mooie tegels die mijn broer er hoogstpersoonlijk in heeft gelegd...
Mijn huis wordt langzaamaan steeds minder van mij. Zelfs mijn ex mailde er al over... Het wordt een beetje publiek bezit. En misschien is dat maar goed ook. Want er komt natuurlijk een dag dat mijn moeder vertelt dat 'die nieuwen' een akelige laminaatvloer over die prachtige tegels hebben gelegd. Of dat ze de tuin, die pas is aangelegd, helemaal overhoop hebben gehaald. Misschien hangen er over een tijdje wel afschuwelijke siergordijnen voor mijn ramen. Of zijn het van die paradijsvogels die over het prachtige, witte schilderwerk in de weer gaan met knalkleuren. Je weet het maar nooit.
Het knaagt en het schuurt van binnen. Maar gelukkig niet te hard en niet te vaak. Want mijn spulletjes gaan met me mee, mijn lief wacht op me en zo'n tegelvloer.... Ach, die wil mijn broer er misschien wel weer eens inleggen. ;-)
Abonneren op:
Posts (Atom)