Ik zit weer eens even alleen in het design-huis van X. Opeens overvalt me een gelukzalig gevoel van tevredenheid, rust en stilte. Ik realiseer me opeens dat dit is hoe het moet zijn. Geluk zit hem in de kleine, alledaagse dingen. En ik heb het gevonden. Terwijl ik me de laatste keer dat ik me gewóón gelukkig voelde bijna niet kan herinneren. Ruim een jaar geleden leefde ik zelfs in de overtuiging dat ik dit nooit meer mee zou maken. Ik maakte mezelf toen nog wijs dat ik groot en meeslepend wilde leven, dat pieken en dalen het leven de mooite waard maakten.
Mooi gedacht natuurlijk. Vooral omdat mijn leven er toen ook uitzag als een achtbaan. Ik had geen keus en probeerde mezelf voor de gek te houden met gezwets over passie.
Passie is geweldig. Maar het zit niet in aantrekken en afstoten, het zit niet in ruzie en goedmaken. Passie zit hem in jezelf. Het is de kunst om je kracht uit het alledaagse te kunnen halen. De kunst om te genieten van de gewone dingen des levens. En ik heb dat kunstje dus eindelijk weer onder de knie!
Dat blijkt vandaag wel. Lekker uitgeslapen, in mijn pyjama met een aangeklede X taarten gebakken, ondertussen koffie gedronken met mijn moeder en broer en daarna genoten van een leuke voetbalwedstrijd van Heerenveen met een lief vriendinnetje. En nu zit ik tussen kaarsjes en slingers te wachten tot X terugkomt van de wedstrijd van zijn cluppie en voel ik me dus heerlijk. Blij, kalm en vol verwachting. Om hem, om de liefde en om alle lieve mensen die er morgen zullen zijn. Wat is het leven toch mooi, ook bij mij komt na regen dus gewoon heel veel zonneschijn!!!
Femme fatale ('fatale vrouw'): een vrouw die haar schoonheid en seksualiteit gebruikt om mannen te verleiden. Een femme fatale is stijlvol, sterk, seksueel onafhankelijk en intelligent. Ze zal er alles aan doen om de situatie onder controle te houden. Fem Fataal: een brokkenpiloot met een zonnige kijk op het leven die veel lacht, zich vaak verbaast, mannen buitengewoon interessante wezens vindt, de liefde niet begrijpt en voor altijd naief zal blijven.
zaterdag 31 oktober 2009
vrijdag 30 oktober 2009
Jarig
Hij is bijna jarig. De eerste verjaardag die ik met hem beleef. Het is zijn 35ste al. Ik wil er een bijzondere dag van maken. Wil dat hij zich bijzonder voelt. Echt jarig. Hij wil niks bijzonders. Vind het al genoeg dat ik er ben. En dat meent hij ook nog.
Zo sentimenteel als ik altijd word rondom mijn eigen verjaardag, zo nuchter ben ik nu. Maar toch merk ik dat mijn gedachten het afgelopen jaar in vogelvlucht beschouwen. Vorig jaar was ik niet bij hem op zijn verjaardag. Toen was het nog te pril, was ik nog een beetje geheim. Ik vond het maar niets. Wilde hem verwennen, vertroetelen en overladen met kadootjes, maar vooral met liefde. Maar hij was daar en ik was hier. Toch heb ik hem natuurlijk een mooi kado gegeven, althans, dat moet haast wel. Maar wat? Geen idee meer, ik zal het hem eens vragen...
Gelukkig kan ik me de rest van het jaar wat beter herinneren. 365 dagen geleden was ik nog geheim en moet je ons nu zien. Ik hoor er al helemaal bij in zijn familie. Zijn vrienden beginnen zowaar wat aan me te wennen...En zondag zit het huis vol met een mengelmoes van zijn vrienden en familie en mijn vrienden en familie. En dan drinken we er eentje.
Op het vinden van de liefde van je leven. Op een roerig jaar. Op toekomstdromen. En op nog heel veel verjaardagen samen!
Zo sentimenteel als ik altijd word rondom mijn eigen verjaardag, zo nuchter ben ik nu. Maar toch merk ik dat mijn gedachten het afgelopen jaar in vogelvlucht beschouwen. Vorig jaar was ik niet bij hem op zijn verjaardag. Toen was het nog te pril, was ik nog een beetje geheim. Ik vond het maar niets. Wilde hem verwennen, vertroetelen en overladen met kadootjes, maar vooral met liefde. Maar hij was daar en ik was hier. Toch heb ik hem natuurlijk een mooi kado gegeven, althans, dat moet haast wel. Maar wat? Geen idee meer, ik zal het hem eens vragen...
Gelukkig kan ik me de rest van het jaar wat beter herinneren. 365 dagen geleden was ik nog geheim en moet je ons nu zien. Ik hoor er al helemaal bij in zijn familie. Zijn vrienden beginnen zowaar wat aan me te wennen...En zondag zit het huis vol met een mengelmoes van zijn vrienden en familie en mijn vrienden en familie. En dan drinken we er eentje.
Op het vinden van de liefde van je leven. Op een roerig jaar. Op toekomstdromen. En op nog heel veel verjaardagen samen!
donderdag 29 oktober 2009
Man - vrouw - vriendschap
Ik wist het altijd zeker. Vriendschap tussen een man en een vrouw - kansloos. Dat kan gewoon niet zonder enige bijgeluiden richting relatie, onderlinge spanning, aantrekkingskracht, noem het maar. En dat was tot dat moment ook mijn ervaring. Die paar keer dat ik had geprobeerd gewoon vrienden te zijn met een mens van het andere geslacht mislukte dat jammerlijk omdat er altijd wel het punt kwam waarop moest worden gesproken over 'meer'.
Maar toen kwam X. En X had een vriendin. Gewoon een vriendin zonder bijsmaak zeg maar. Nou, ik geloofde er helemaal niets van. Maar X hield vol en ik kan niet anders dan hem geloven. Anders had ie tenslotte niets met mij en wel iets met haar. De vraag of zij er net als hij over denkt speelt nog wel eens door mijn hoofd (vooral toen ze langs kwam en totaal langs me heen keek, sprak en deed) maar dat geheel ter zijde.
In de voetsporen van X dacht ik dat ik best vriendschappelijk om kon gaan met een niet nader te noemen persoon (van het mannelijk geslacht dus). Ik was duidelijk over de liefde voor X (mijn huis staat nota bene te koop om bij hem in te trekken, hoe duidelijk kan het zijn?!) en wekte geen enkele keer de indruk dat er meer in zat. En we hadden het gezellig. We spraken zelfs vooral over zijn ex en over hoe hij haar nog miste. Keurig, niets aan de hand. Ik dacht nog: 'goh, zou X dan toch gelijk hebben? Kan het toch?'. Tot de niet nader te noemen persoon later smste: 'Vond het gezellig. Helaas moet het daar bij blijven.'
Scheisse. Wat moet ik dáááár nou weer mee? Wat bedoelt ie? Waar moet het bij blijven? En waarom helaas?
Ik zag het al voor me. Gewoon een leuke vriend erbij. Ik mag hem graag, kan om hem lachen, best leuk met hem praten. En ik ken hem al jaren en onze ouders kennen elkaar ook nog een beetje. X en hij zouden het ook best met elkaar kunnen vinden. Wat wil je nog meer? Als vriend dan. Want meer dan dat zit er echt niet in. Overduidelijk. Wat mij betreft dan. Maar wat bedoelt ie nou weer met zijn smsje? Vriendinnen zeggen dat je heus wel vrienden kunt zijn. Ook als één van de twee misschien meer zou willen. Heus wel. Als je maar duidelijk bent.
Nou mooi niet. Duidelijker kan ik niet worden en ik heb geen zin in zulk gehannes en ge-emmer. Ik wil helemaal niet hoeven praten over zulke dingen. Het is duidelijk of het is dat niet. Maar geen gedoe. Dat heb ik met vriendinnen ook niet. Dus meer dan vage kennissen zal er wel niet in zitten, helaas dus... Ik had dus weer gelijk (dat is dan wel weer lekker).
Maar toen kwam X. En X had een vriendin. Gewoon een vriendin zonder bijsmaak zeg maar. Nou, ik geloofde er helemaal niets van. Maar X hield vol en ik kan niet anders dan hem geloven. Anders had ie tenslotte niets met mij en wel iets met haar. De vraag of zij er net als hij over denkt speelt nog wel eens door mijn hoofd (vooral toen ze langs kwam en totaal langs me heen keek, sprak en deed) maar dat geheel ter zijde.
In de voetsporen van X dacht ik dat ik best vriendschappelijk om kon gaan met een niet nader te noemen persoon (van het mannelijk geslacht dus). Ik was duidelijk over de liefde voor X (mijn huis staat nota bene te koop om bij hem in te trekken, hoe duidelijk kan het zijn?!) en wekte geen enkele keer de indruk dat er meer in zat. En we hadden het gezellig. We spraken zelfs vooral over zijn ex en over hoe hij haar nog miste. Keurig, niets aan de hand. Ik dacht nog: 'goh, zou X dan toch gelijk hebben? Kan het toch?'. Tot de niet nader te noemen persoon later smste: 'Vond het gezellig. Helaas moet het daar bij blijven.'
Scheisse. Wat moet ik dáááár nou weer mee? Wat bedoelt ie? Waar moet het bij blijven? En waarom helaas?
Ik zag het al voor me. Gewoon een leuke vriend erbij. Ik mag hem graag, kan om hem lachen, best leuk met hem praten. En ik ken hem al jaren en onze ouders kennen elkaar ook nog een beetje. X en hij zouden het ook best met elkaar kunnen vinden. Wat wil je nog meer? Als vriend dan. Want meer dan dat zit er echt niet in. Overduidelijk. Wat mij betreft dan. Maar wat bedoelt ie nou weer met zijn smsje? Vriendinnen zeggen dat je heus wel vrienden kunt zijn. Ook als één van de twee misschien meer zou willen. Heus wel. Als je maar duidelijk bent.
Nou mooi niet. Duidelijker kan ik niet worden en ik heb geen zin in zulk gehannes en ge-emmer. Ik wil helemaal niet hoeven praten over zulke dingen. Het is duidelijk of het is dat niet. Maar geen gedoe. Dat heb ik met vriendinnen ook niet. Dus meer dan vage kennissen zal er wel niet in zitten, helaas dus... Ik had dus weer gelijk (dat is dan wel weer lekker).
dinsdag 27 oktober 2009
Huis te koop
Ik scroll met de muis door mijn huis. De woonkamer, de keuken, de wc, de slaapkamer, mijn schilderkamer, mijn zolder, langs de wasmachine, de badkamer en het kamertje waar ik niets in doe. Ik neem een kijkje in de tuin, zie het nieuwe schilderwerk, schuil onder de carport en scroll met de muis weer omhoog. Naar de tekst van de makelaar. De tekst waarmee hij mijn huis wil verkopen.
Ineens is mijn thuis, mijn paleisje, mijn veilige haven, mijn trots, niets meer dan een advertentie. Als ik de foto's zo bekijk kan ik me bijna niet voorstellen dat het ooit niet meer van mij is. Dat ik de schilderijtjes van de muur zal halen. Dat ik de foto's voorzichtig in dozen stop, dat ik mijn douchegordijn in de container gooi, mijn boeken voorzichtig opberg. Dat ik mijn sloffen niet meer richting de kapstok schop, mijn knuffeltje niet meer achter het bed vandaan vis, niet meer voorzichtig een sprongetje maak van het gladde afstapje in de douche, niet meer zittend in de douchebak kan douchen, dat ik niet meer in de badjas de container bij de weg zet en niet meer 15 keer moet insteken om mijn scootertje in de schuur te zetten. Er komt een dag waarop ik de deur voor het laatst achter me dichttrek. Dan draai ik de zoveelste kromgebogen sleutel om en loop ik weg, om nooit meer terug te keren.
Die dag lijkt nog ver weg. Maar als ik goed naar de foto's kijk en bedenk dat er niets aan mijn huis hoeft te gebeuren, vrees ik dat het ook snel kan gaan. Die gedachte beangstigt me enigszins.
Afscheid nemen, veranderingen doormaken, het zijn nooit mijn sterkste kanten geweest.
Maar gelukkig heb ik ook een andere kant. De kant van 'no guts no glory', de kant van doorzetten, positief zijn en ergens voor gaan. En gelukkig heb ik nu ook echt iets om voor te gaan. Want de andere kant van afscheid is een nieuw begin. En waar ik de deur sluit van mijn eigen huuske, open ik de deur naar een toekomst met X in zijn mooie huis. Een huis waar ik me ongetwijfeld thuis ga voelen. Waar ik in bad kan zitten, mijn sloffen ergens anders naar toe kan schoppen, mijn knuffeltje niet meer nodig heb, mijn scootertje met gemak in de garage kan parkeren en heerlijk kan kokerellen in de prachtige keuken. Maar vooral het huis waarin we samen zullen zijn. Aan de toekomst gaan bouwen, gaan lachen, huilen, gek doen, serieuze gesprekken gaan hebben, suf op de bank gaan hangen, hard in de tuin gaan werken, wijntjes zullen drinken, sinaasappels zullen persen, dansjes zullen doen, zullen leven - met een rotgang. Waar we misschien wel heel oud gaan worden, of misschien maar kort wonen. We zien het wel. Ik ben er klaar voor, hoe dan ook.
Ineens is mijn thuis, mijn paleisje, mijn veilige haven, mijn trots, niets meer dan een advertentie. Als ik de foto's zo bekijk kan ik me bijna niet voorstellen dat het ooit niet meer van mij is. Dat ik de schilderijtjes van de muur zal halen. Dat ik de foto's voorzichtig in dozen stop, dat ik mijn douchegordijn in de container gooi, mijn boeken voorzichtig opberg. Dat ik mijn sloffen niet meer richting de kapstok schop, mijn knuffeltje niet meer achter het bed vandaan vis, niet meer voorzichtig een sprongetje maak van het gladde afstapje in de douche, niet meer zittend in de douchebak kan douchen, dat ik niet meer in de badjas de container bij de weg zet en niet meer 15 keer moet insteken om mijn scootertje in de schuur te zetten. Er komt een dag waarop ik de deur voor het laatst achter me dichttrek. Dan draai ik de zoveelste kromgebogen sleutel om en loop ik weg, om nooit meer terug te keren.
Die dag lijkt nog ver weg. Maar als ik goed naar de foto's kijk en bedenk dat er niets aan mijn huis hoeft te gebeuren, vrees ik dat het ook snel kan gaan. Die gedachte beangstigt me enigszins.
Afscheid nemen, veranderingen doormaken, het zijn nooit mijn sterkste kanten geweest.
Maar gelukkig heb ik ook een andere kant. De kant van 'no guts no glory', de kant van doorzetten, positief zijn en ergens voor gaan. En gelukkig heb ik nu ook echt iets om voor te gaan. Want de andere kant van afscheid is een nieuw begin. En waar ik de deur sluit van mijn eigen huuske, open ik de deur naar een toekomst met X in zijn mooie huis. Een huis waar ik me ongetwijfeld thuis ga voelen. Waar ik in bad kan zitten, mijn sloffen ergens anders naar toe kan schoppen, mijn knuffeltje niet meer nodig heb, mijn scootertje met gemak in de garage kan parkeren en heerlijk kan kokerellen in de prachtige keuken. Maar vooral het huis waarin we samen zullen zijn. Aan de toekomst gaan bouwen, gaan lachen, huilen, gek doen, serieuze gesprekken gaan hebben, suf op de bank gaan hangen, hard in de tuin gaan werken, wijntjes zullen drinken, sinaasappels zullen persen, dansjes zullen doen, zullen leven - met een rotgang. Waar we misschien wel heel oud gaan worden, of misschien maar kort wonen. We zien het wel. Ik ben er klaar voor, hoe dan ook.
zaterdag 24 oktober 2009
De vlaggetjesweek
Ik heb het nooit willen weten en ik zal het live ook nooit toegeven... Maar ik ben een vreselijke versie van mezelf als het weer rode vlaggetjesweek is.
En nee, dan doel ik niet op de kortingsaktie van de C&A. Ik heb het over het maandelijkse ongenoegen dat menstruatie heet. Maar je kunt natuurlijk ook spreken over ongesteldheid, de rode feestweek, het hebben van een rode poes (ja er zijn dus gewoon echt mensen die zoiets denigrerends zeggen), de maandstonde, en weet ik wat nog meer. Ik kies voor de rode vlaggetjesweek, het is tenslotte al ellendig genoeg, daar hoef ik dan niet ook nog eens een naam aan te geven waar je nekharen spontaan van overeind gaan staan. En met rode vlaggetjesweek kan ik toch net doen of het totaal niet ongemakkelijk, pijnlijk en vervelend is. Om van de emotionele ongein nog maar te zwijgen.
Het is dus geen vlaggetjesweek en al helemaal geen feestje. En ik schrijf het nu één keer op om het daarna voor altijd te ontkennen. Ik ben een draak van een meid als de hormonen door mijn lijf gieren. Ik wordt nog wispelturiger dan anders. Chagerijnig op een manier waar je U tegen zegt. Ik jank om niks en om alles. Vind mezelf zielig en klaag over buikpijn. Ik heb zo'n kort lontje dat ik spontaan vlam vat. Vind mezelf ineens vreselijk dik en lelijk en denk iedere maand weer dat ik helemaal niks leuks in de kast heb. Ik wil chocolade om vervolgens te mekkeren over de kilo's en de puistjes. Ik zeur. En tot overmaat van ramp heb ik altijd pas door hoeveel de hormonen met me doen op het moment dat ik alle akelige kanten van mezelf - zonder enige nuttige aanleiding - aan mijn lief heb getoond.
Kortom, de vlaggetjes wapperen niet alleen tot mijn irritatie, het is ook rampzalig voor de man in mijn leven. Dus die heeft zich nu veilig terug getrokken met een boek aan de andere kant van de, gelukkig grote, woonkamer. Hij hult zich in stilzwijgen en wacht rustig af tot het over gaat. Want hoe vervelend het ook is, het gaat gelukkig altijd weer over. Om volgende maand in volle hevigheid terug te keren. Ik weet het, hij weet het. Maar we spreken het niet uit, ik waarschuw hem niet van te voren met een soort PMS-alert en hij wijst mij niet op mijn narigheid. Allemaal om te voorkomen dat de hormonale duivel in mij ontwaakt en haar staart roert. Gelukkig is er één voordeel, ook voor mij, het is niet besmettelijk!
En nee, dan doel ik niet op de kortingsaktie van de C&A. Ik heb het over het maandelijkse ongenoegen dat menstruatie heet. Maar je kunt natuurlijk ook spreken over ongesteldheid, de rode feestweek, het hebben van een rode poes (ja er zijn dus gewoon echt mensen die zoiets denigrerends zeggen), de maandstonde, en weet ik wat nog meer. Ik kies voor de rode vlaggetjesweek, het is tenslotte al ellendig genoeg, daar hoef ik dan niet ook nog eens een naam aan te geven waar je nekharen spontaan van overeind gaan staan. En met rode vlaggetjesweek kan ik toch net doen of het totaal niet ongemakkelijk, pijnlijk en vervelend is. Om van de emotionele ongein nog maar te zwijgen.
Het is dus geen vlaggetjesweek en al helemaal geen feestje. En ik schrijf het nu één keer op om het daarna voor altijd te ontkennen. Ik ben een draak van een meid als de hormonen door mijn lijf gieren. Ik wordt nog wispelturiger dan anders. Chagerijnig op een manier waar je U tegen zegt. Ik jank om niks en om alles. Vind mezelf zielig en klaag over buikpijn. Ik heb zo'n kort lontje dat ik spontaan vlam vat. Vind mezelf ineens vreselijk dik en lelijk en denk iedere maand weer dat ik helemaal niks leuks in de kast heb. Ik wil chocolade om vervolgens te mekkeren over de kilo's en de puistjes. Ik zeur. En tot overmaat van ramp heb ik altijd pas door hoeveel de hormonen met me doen op het moment dat ik alle akelige kanten van mezelf - zonder enige nuttige aanleiding - aan mijn lief heb getoond.
Kortom, de vlaggetjes wapperen niet alleen tot mijn irritatie, het is ook rampzalig voor de man in mijn leven. Dus die heeft zich nu veilig terug getrokken met een boek aan de andere kant van de, gelukkig grote, woonkamer. Hij hult zich in stilzwijgen en wacht rustig af tot het over gaat. Want hoe vervelend het ook is, het gaat gelukkig altijd weer over. Om volgende maand in volle hevigheid terug te keren. Ik weet het, hij weet het. Maar we spreken het niet uit, ik waarschuw hem niet van te voren met een soort PMS-alert en hij wijst mij niet op mijn narigheid. Allemaal om te voorkomen dat de hormonale duivel in mij ontwaakt en haar staart roert. Gelukkig is er één voordeel, ook voor mij, het is niet besmettelijk!
Oohoo cherie!
Het is zover, ik begin een ouwe doos te worden.
Opeens zie ik doembeelden voor me van mezelf als sherry-teutende-leutende troelala op de bank met een tijdschrift op schoot of met As the world turns op tv. En leken die doembeelden vorige week nog onrealistisch of op zijn minst ver weg... Inmiddels ben ik me er van bewust dat het een realiteit is die ik binnen nu en een minuut zou kunnen creëeren. Zonder enig schuldgevoel of enige gene. Ik kan nu opstaan, drie stappen zetten, de kurkentrekker tevoorschijn toveren, het glas oppoetsen, de fles ontkurken en een sherrietje voor mezelf inschenken. De Linda ligt op tafel...dus ik kan mijn gevreesde toekomst in no time omzetten in keiharde (in dit geval mierzoete, tongstrelend zachte) realiteit.
Vandaag heb ik mijn eerste flesje sherry (van ongetwijfeld vele volgende) gekocht.
Maar ik kan het niet helpen. H en G hebben het gedaan, mij verpest... Vorige week, na een heerlijk maaltje boden ze me een drankje aan. Niet wetende dat het om het ouwe-vrijsters-die-graag-een-sjekkie-roken-vocht ging, stonk ik er met open ogen in.
Zelden een vloeibaar goedje met zo'n goddelijke smaak geproefd. De engeltjes piesten op mijn tong. Ik kon een zachte kreun van genot nog net onderdrukken toen ik vroeg wat voor zaligs dit was....om me bijna in het tweede slokje te verslikken toen ik hoorde dat het om sherry ging.
Na van de eerste schrik te zijn bekomen liet ik mij graag nog eens bijschenken en zette ik me al snel over de naam van het beestje heen. Zoiets lekkers laat ik niet lopen vanwege een imago-probleempje of eigen vooroordelen. Ik moest en zou er meer van hebben.
Dus vandaag, met de naam in mijn hoofd - Pedro Ximenez zong het in mijn brein - de wijnhandel binnengestapt en toegeslagen. En nu ben ik dus officieel een sherry liefhebber. Alleen de zoete natuurlijk...maar het is toch echt sherry. Sherry, mon cherie. Ach, wat zit ik hier nog!??? Ik schenk eens in. Je leeft maar één keer. En dan liever als sherrytroel dan als appelsaptut. Proost!
Opeens zie ik doembeelden voor me van mezelf als sherry-teutende-leutende troelala op de bank met een tijdschrift op schoot of met As the world turns op tv. En leken die doembeelden vorige week nog onrealistisch of op zijn minst ver weg... Inmiddels ben ik me er van bewust dat het een realiteit is die ik binnen nu en een minuut zou kunnen creëeren. Zonder enig schuldgevoel of enige gene. Ik kan nu opstaan, drie stappen zetten, de kurkentrekker tevoorschijn toveren, het glas oppoetsen, de fles ontkurken en een sherrietje voor mezelf inschenken. De Linda ligt op tafel...dus ik kan mijn gevreesde toekomst in no time omzetten in keiharde (in dit geval mierzoete, tongstrelend zachte) realiteit.
Vandaag heb ik mijn eerste flesje sherry (van ongetwijfeld vele volgende) gekocht.
Maar ik kan het niet helpen. H en G hebben het gedaan, mij verpest... Vorige week, na een heerlijk maaltje boden ze me een drankje aan. Niet wetende dat het om het ouwe-vrijsters-die-graag-een-sjekkie-roken-vocht ging, stonk ik er met open ogen in.
Zelden een vloeibaar goedje met zo'n goddelijke smaak geproefd. De engeltjes piesten op mijn tong. Ik kon een zachte kreun van genot nog net onderdrukken toen ik vroeg wat voor zaligs dit was....om me bijna in het tweede slokje te verslikken toen ik hoorde dat het om sherry ging.
Na van de eerste schrik te zijn bekomen liet ik mij graag nog eens bijschenken en zette ik me al snel over de naam van het beestje heen. Zoiets lekkers laat ik niet lopen vanwege een imago-probleempje of eigen vooroordelen. Ik moest en zou er meer van hebben.
Dus vandaag, met de naam in mijn hoofd - Pedro Ximenez zong het in mijn brein - de wijnhandel binnengestapt en toegeslagen. En nu ben ik dus officieel een sherry liefhebber. Alleen de zoete natuurlijk...maar het is toch echt sherry. Sherry, mon cherie. Ach, wat zit ik hier nog!??? Ik schenk eens in. Je leeft maar één keer. En dan liever als sherrytroel dan als appelsaptut. Proost!
vrijdag 9 oktober 2009
Die-zijn-thuis
Ik nip aan mijn revolution-thee van een speciaalzaakje in de stad uit een designkopje terwijl mijn billen rusten op een designstoel die ik bij de aanblik van het prijskaartje meteen voorbij zou zijn gelopen, laat staan dat ik er 6! van zou hebben gekocht. Ondertussen schalt mijn favoriiete muziek uit de mediabox van de veel te grote televisie en worden mijn blote voetjes verwarmd door de zon die binnenvalt door de grote openslaande deuren. Mjn vingers glijden onwennig over het toetsenbord (vandaar de tikfouten) van de minilaptop (met draadloos internet natuurlijk) en opeens vraag ik me af hoe ik hier terecht ben gekomen. Hier in de grote keuken met kookeiland en allerlei designspullen, waaronder zelfs een design-messenset....(Hoe verzinnen ze het? Elke keer zoek ik weer in de la om de messen om ze vervolgens uit een obscuur plastic mannetje te moeten trekken.)
Anderhalf jaar geleden dacht ik nog jaren in mijn eigen kneuterige huis te zullen wonen. Mijn huis, waar geen designmeubel, designkopje, laat staan designmes te vinden is. Mijn huis met de paneeldeurtjes in de keuken, met het nep-wedgewood servies, met de douchebak waarin ik bij gebrek aan een bad menig douchebeurt zittend in heb doorgebracht (hier kun je met zijn tweetjes riant in bad zitten en in je eentje bijna verzuipen bij gebrek aan houvast), met de enorme computer met nul tempo, met de wc-brillen die je boos nog lekker hard naar beneden kunt smijten (hier hebben ze vertraging), met de barokke badkamerspiegel van de Xenos die je gewoon met een haal van je hand schoonveegt als ie beslagen is (hier is dat niet nodig, want de spiegel is natuurlijk verwarmd, duh!), waar ik gewoon zelf de ramen doe terwijl hier elke twee maanden een mannetje langkomt... Wat heb ik daar toch een hoop beleefd. Van glimmend trotse eigenaar op mijn 22ste via uit te kopen en uitkledende ex naar veilige thuishaven in roerige tijden. Van thuiskomen op mijn fietsje en me bij de aanblik van mijn thuis vol verbazing realiseren dat dat hele huis gewoon van mij was tot midden in de nacht in tranen mijn auto onder de carport parkeren en me weer eventjes veilig te voelen.
En nu zit ik hier, dat meisje in haar Hema-pyjama met het warrige haar en de slaap nog in de ogen, dat zich nog nooit voor design had geïnteresseerd en zich nu helemaal thuis én veilig voelt tussen al die overbodige luxe. Niet om de luxe, maar om hem. Waar hij woont is mijn thuis.
Anderhalf jaar geleden dacht ik nog jaren in mijn eigen kneuterige huis te zullen wonen. Mijn huis, waar geen designmeubel, designkopje, laat staan designmes te vinden is. Mijn huis met de paneeldeurtjes in de keuken, met het nep-wedgewood servies, met de douchebak waarin ik bij gebrek aan een bad menig douchebeurt zittend in heb doorgebracht (hier kun je met zijn tweetjes riant in bad zitten en in je eentje bijna verzuipen bij gebrek aan houvast), met de enorme computer met nul tempo, met de wc-brillen die je boos nog lekker hard naar beneden kunt smijten (hier hebben ze vertraging), met de barokke badkamerspiegel van de Xenos die je gewoon met een haal van je hand schoonveegt als ie beslagen is (hier is dat niet nodig, want de spiegel is natuurlijk verwarmd, duh!), waar ik gewoon zelf de ramen doe terwijl hier elke twee maanden een mannetje langkomt... Wat heb ik daar toch een hoop beleefd. Van glimmend trotse eigenaar op mijn 22ste via uit te kopen en uitkledende ex naar veilige thuishaven in roerige tijden. Van thuiskomen op mijn fietsje en me bij de aanblik van mijn thuis vol verbazing realiseren dat dat hele huis gewoon van mij was tot midden in de nacht in tranen mijn auto onder de carport parkeren en me weer eventjes veilig te voelen.
En nu zit ik hier, dat meisje in haar Hema-pyjama met het warrige haar en de slaap nog in de ogen, dat zich nog nooit voor design had geïnteresseerd en zich nu helemaal thuis én veilig voelt tussen al die overbodige luxe. Niet om de luxe, maar om hem. Waar hij woont is mijn thuis.
donderdag 8 oktober 2009
Gemengde signalen
Normaal gesproken durf ik toch wel te stellen dat ik over een flinke dosis mensenkennis beschik. De mensen die mij (denken te) kennen (hihi, ik trek even een mysterieus rookgordijntje op) trekken nu hun wenkbrauw omhoog omdat ze weten dat ik met tenminste één keer behoorlijk vergist heb (gedurende 2,5 jaar... dat wel). Fouten maken is menselijk, zeg ik dan.
Ook nu raak ik nog wel eens in de war. Weet ik het gewoon even niet.
Zoals gisteren. Ineens was ik omringd door drie mannen die allemaal mijn vader hadden kunnen zijn en kon ik geen van hen duiden. Ik kreeg zoveel gemengde signalen dat mijn mensenkennisradar op tilt sloeg.
Man 1 had ooit een leidinggevende functie maar deed nu gewoon weer mee met de rest van het intellectuele gepeupel binnen de organisatie. Vanwege gezondheid en omdat de inhoud zo leuk is. Hij riep continu dat hij al 35 jaar gelukkig getrouwd was (waarom doet iemand dat, na 1x snap ik ook wel dat hij dan toch echt dik ouder dan mijn vader is) en gaf tegelijkertijd aan dat trouwen zo'n beetje het domste is wat je kunt doen. "Marriage is a prison", had ie zelfs op een kaartje gezet voor een collega die ging trouwen. Nee, hij wist niets van relatieproblemen en zijn vrouw vond alles prima. Maar toch belde ze op een gegeven moment waar hij bleef. Lekker huwelijk heb je dan, als je niet even aan je vrouw doorgeeft dat je niet komt eten maar lekker uren in de kroeg gaat hangen. Dat dacht ik dan weer wel. Maar de man doorgronden? Niks daarvan.
Man 2 was net gescheiden maar het ging zo goed met hem, zei hij. Oké, hij had eindelijk weer wat vet op de botten doordat ie elke dag bij zijn moeder at, maar om nou te zeggen dat ik hem geloofde... Hij wilde volgens mij zelf heel graag geloven dat het goed met hem ging. Maar ik twijfelde en wederom liet mijn menselijke radar me in de steek.
Man 3 was helemaal een bijzonder exemplaar. Twintig jaar ouder dan ik, maar dat zou je hem niet geven. Een topbaan in mijn richting én daarnaast ook nog gewoon een enorme titel op een totaal ander vlak. Hij heeft de baan die ik wil en switcht nu naar de baan die me ook fantastisch lijkt, maar die onbereikbaar is (tenzij ik nog minstens 10 jaar de boeken induik, no thank you). Maar hij was niet gelukkig en kon het nergens vinden in het leven. En neem van mij aan dat ie óveral gezocht heeft. Letterlijk. Tja, ik snapte er helemaal niks meer van.
Gooi er dan nog twee wijntjes in en mijn x-ray eyes laten het afweten en ik snap niks meer van de medemens. Heerlijk verwarrend en stof tot nadenken.
Zou ik ook zo mysterieus lijken, of heb ik dat verprutst door vol enthousiasme de foto's op mijn telefoon met mijn hele levensverhaal te tonen?
Ook nu raak ik nog wel eens in de war. Weet ik het gewoon even niet.
Zoals gisteren. Ineens was ik omringd door drie mannen die allemaal mijn vader hadden kunnen zijn en kon ik geen van hen duiden. Ik kreeg zoveel gemengde signalen dat mijn mensenkennisradar op tilt sloeg.
Man 1 had ooit een leidinggevende functie maar deed nu gewoon weer mee met de rest van het intellectuele gepeupel binnen de organisatie. Vanwege gezondheid en omdat de inhoud zo leuk is. Hij riep continu dat hij al 35 jaar gelukkig getrouwd was (waarom doet iemand dat, na 1x snap ik ook wel dat hij dan toch echt dik ouder dan mijn vader is) en gaf tegelijkertijd aan dat trouwen zo'n beetje het domste is wat je kunt doen. "Marriage is a prison", had ie zelfs op een kaartje gezet voor een collega die ging trouwen. Nee, hij wist niets van relatieproblemen en zijn vrouw vond alles prima. Maar toch belde ze op een gegeven moment waar hij bleef. Lekker huwelijk heb je dan, als je niet even aan je vrouw doorgeeft dat je niet komt eten maar lekker uren in de kroeg gaat hangen. Dat dacht ik dan weer wel. Maar de man doorgronden? Niks daarvan.
Man 2 was net gescheiden maar het ging zo goed met hem, zei hij. Oké, hij had eindelijk weer wat vet op de botten doordat ie elke dag bij zijn moeder at, maar om nou te zeggen dat ik hem geloofde... Hij wilde volgens mij zelf heel graag geloven dat het goed met hem ging. Maar ik twijfelde en wederom liet mijn menselijke radar me in de steek.
Man 3 was helemaal een bijzonder exemplaar. Twintig jaar ouder dan ik, maar dat zou je hem niet geven. Een topbaan in mijn richting én daarnaast ook nog gewoon een enorme titel op een totaal ander vlak. Hij heeft de baan die ik wil en switcht nu naar de baan die me ook fantastisch lijkt, maar die onbereikbaar is (tenzij ik nog minstens 10 jaar de boeken induik, no thank you). Maar hij was niet gelukkig en kon het nergens vinden in het leven. En neem van mij aan dat ie óveral gezocht heeft. Letterlijk. Tja, ik snapte er helemaal niks meer van.
Gooi er dan nog twee wijntjes in en mijn x-ray eyes laten het afweten en ik snap niks meer van de medemens. Heerlijk verwarrend en stof tot nadenken.
Zou ik ook zo mysterieus lijken, of heb ik dat verprutst door vol enthousiasme de foto's op mijn telefoon met mijn hele levensverhaal te tonen?
woensdag 7 oktober 2009
Assertlief
Assertief; zelfbewust, zelfverzekerd.
Assertief zijn houdt in dat iemand zijn eigen mening respecteert en voor zichzelf opkomt.
Lijkt me een mooie omschrijving die op al mijn vriendinnen van toepassing is.
Althans, dat dacht ik tot vandaag. Zelf denken ze daar anders over.
Dat bleek toen ik zag wie deelnamen aan de cursus. Stuk voor stuk - in mijn beleving - hele zelfbewuste meiden die voor zichzelf opkomen en hun eigen mening respecteren.
Maar, zeiden ze, we komen wel voor onszelf op, maar vragen ons daarna altijd nog af of hoe men over ons denkt en of ze ons dan nog wel mogen.
Tja, dat herken ik wel. Zodra je voor jezelf op moet komen houdt dat natuurlijk in dat iemand anders te weinig met jouw belangen rekening heeft gehouden en dat hij (meestal een hij natuurlijk) daarop aangesproken moet worden. En dat vind niemand leuk. Op 'fouten' aangesproken te worden. Zou je denken.
Maar de meeste mensen houden toch gewoon van duidelijkheid en beschikken wel over enige redelijkheid. Dus die denken hooguit; wat een zeur, wat een bitch. Om vervolgens over te gaan tot de orde van de dag en zich realiseren dat je best wel gelijk had. En je dus geen bitch meer te vinden.
En wat doen mijn assert-lieve vriendinnen? Die blijven malen over de vraag of ze het wel goed hebben aangepakt. Das dan weer niet zo zelfverzekerd. Maar wel lief. Assert-lief. En daarom zijn ze mijn vriendinnetjes.
Assertief zijn houdt in dat iemand zijn eigen mening respecteert en voor zichzelf opkomt.
Lijkt me een mooie omschrijving die op al mijn vriendinnen van toepassing is.
Althans, dat dacht ik tot vandaag. Zelf denken ze daar anders over.
Dat bleek toen ik zag wie deelnamen aan de cursus. Stuk voor stuk - in mijn beleving - hele zelfbewuste meiden die voor zichzelf opkomen en hun eigen mening respecteren.
Maar, zeiden ze, we komen wel voor onszelf op, maar vragen ons daarna altijd nog af of hoe men over ons denkt en of ze ons dan nog wel mogen.
Tja, dat herken ik wel. Zodra je voor jezelf op moet komen houdt dat natuurlijk in dat iemand anders te weinig met jouw belangen rekening heeft gehouden en dat hij (meestal een hij natuurlijk) daarop aangesproken moet worden. En dat vind niemand leuk. Op 'fouten' aangesproken te worden. Zou je denken.
Maar de meeste mensen houden toch gewoon van duidelijkheid en beschikken wel over enige redelijkheid. Dus die denken hooguit; wat een zeur, wat een bitch. Om vervolgens over te gaan tot de orde van de dag en zich realiseren dat je best wel gelijk had. En je dus geen bitch meer te vinden.
En wat doen mijn assert-lieve vriendinnen? Die blijven malen over de vraag of ze het wel goed hebben aangepakt. Das dan weer niet zo zelfverzekerd. Maar wel lief. Assert-lief. En daarom zijn ze mijn vriendinnetjes.
maandag 5 oktober 2009
Zo ist maar net
Maak je niet druk om de mensen uit je verleden
Er bestaat een goede reden waarom ze je toekomst niet gehaald hebben
Er bestaat een goede reden waarom ze je toekomst niet gehaald hebben
Valkuil
Er zijn van die uitspraken, waarvan je op het moment dat je ze doet al weet dat het ooit tegen je gebruikt gaat worden. Of niet ooit, maar heel erg vaak.
Ook ik trap wel eens in die valkuil. En ja, als je dan een X hebt, dan kun je je vingers er op natellen dat hij daar wel raad mee weet.
Het ging zo.
Ik zing graag en veel. Vooral in de auto. Dus toen we een lange rit naar Roosendaal maakten kon ik los. En dat deed ik. Mijn repertoire is namelijk nogal breed, dus wat er ook voorbij komt, ik kan zowiezo het refrein meeblèèèren, maar een coupletje kan er ook meestal wel af. Op de terugweg, toen we al bijna thuis waren (dus na ruim 4 uren van mijn prachtige gezang), stonden we voor de brug te wachten terwijl ik weer even losging op een niet nader te noemen nummer. X draaide zich naar me toe, keek me lief aan en zei: 'jij kunt echt niet zingen hè meis". Dat was het eerste moment dat me duidelijk werd dat manlief niet geheel enthousiast was over mijn riedeltjes (en dat ie errug verdraagzaam was). Helaas voor X zit het zingen er nu eenmaal ingebakken en ging ik ook daarna vrolijk door (zij het met een iets lager volume).
Maar eerlijk is eerlijk. Ik zing niet alleen voor mezelf, maar ook omdat ik het toch wel erg leuk vind om te bewijzen dat ik de songteksten allemaal woord voor woord kan onthouden (tja, je wordt er niet rijk mee, maar het is toch best knap, toch?!). Dus toen X weer eens begon te morrelen over mijn keelcapriolen zonder enig respect te tonen voor mijn extreem goede (teiltje!) geheugen voor liedjes, viel ik in de valkuil. En naar later bleek viel ik hard, diep én plat op mijn gezichtje. "Anything you say can ánd will be used against you...."
Ik zei namelijk dat als X van me af wilde zijn, hij alleen maar hoefde op te merken dat ik de tekst goed kende. Tja, sindsdien heb ik dat natuurlijk menig maal gehoord.
Maar de klap op de vuurpijl was dit weekend. We lagen zaterdagochtend nog wat duf in bed en ik vertelde over het bedrijfsfeestje van die avond daarvoor. Do had voor ons gezongen. Je weet wel, Do, van dat liedje van Brian Adams, Do die eigenlijk gewoon Dominique heet, die verder geen noemenswaardige hits heeft gezongen en alleen maar covers van anderen deed, die Do dus. Om mijn verhaal enige luister bij te zetten, begon ik...
"Ooohoooo, once in you life you find someone..." En ik deed echt mijn best richting de rug van X die nog op zijn zij lag (oké misschien was de timing beroerd, de man was nét wakker, maar je bent jong en je wilt wat). Zonder beweging bromde hij met zijn nog niet gesmeerde ochtendstem; "Wat ken je de tekst toch goed, poppie". Geen ironie, geen glimlach in zijn stem. Gewoon gortdroog. Ik kreeg het punt. Stoppen, mond dicht, ssssst. En heeeeel hard lachen. Om mijn altijd adremme en scherpe X (met wie ik overigens ga samenwonen als mijn huis verkocht is!!!!)
Ook ik trap wel eens in die valkuil. En ja, als je dan een X hebt, dan kun je je vingers er op natellen dat hij daar wel raad mee weet.
Het ging zo.
Ik zing graag en veel. Vooral in de auto. Dus toen we een lange rit naar Roosendaal maakten kon ik los. En dat deed ik. Mijn repertoire is namelijk nogal breed, dus wat er ook voorbij komt, ik kan zowiezo het refrein meeblèèèren, maar een coupletje kan er ook meestal wel af. Op de terugweg, toen we al bijna thuis waren (dus na ruim 4 uren van mijn prachtige gezang), stonden we voor de brug te wachten terwijl ik weer even losging op een niet nader te noemen nummer. X draaide zich naar me toe, keek me lief aan en zei: 'jij kunt echt niet zingen hè meis". Dat was het eerste moment dat me duidelijk werd dat manlief niet geheel enthousiast was over mijn riedeltjes (en dat ie errug verdraagzaam was). Helaas voor X zit het zingen er nu eenmaal ingebakken en ging ik ook daarna vrolijk door (zij het met een iets lager volume).
Maar eerlijk is eerlijk. Ik zing niet alleen voor mezelf, maar ook omdat ik het toch wel erg leuk vind om te bewijzen dat ik de songteksten allemaal woord voor woord kan onthouden (tja, je wordt er niet rijk mee, maar het is toch best knap, toch?!). Dus toen X weer eens begon te morrelen over mijn keelcapriolen zonder enig respect te tonen voor mijn extreem goede (teiltje!) geheugen voor liedjes, viel ik in de valkuil. En naar later bleek viel ik hard, diep én plat op mijn gezichtje. "Anything you say can ánd will be used against you...."
Ik zei namelijk dat als X van me af wilde zijn, hij alleen maar hoefde op te merken dat ik de tekst goed kende. Tja, sindsdien heb ik dat natuurlijk menig maal gehoord.
Maar de klap op de vuurpijl was dit weekend. We lagen zaterdagochtend nog wat duf in bed en ik vertelde over het bedrijfsfeestje van die avond daarvoor. Do had voor ons gezongen. Je weet wel, Do, van dat liedje van Brian Adams, Do die eigenlijk gewoon Dominique heet, die verder geen noemenswaardige hits heeft gezongen en alleen maar covers van anderen deed, die Do dus. Om mijn verhaal enige luister bij te zetten, begon ik...
"Ooohoooo, once in you life you find someone..." En ik deed echt mijn best richting de rug van X die nog op zijn zij lag (oké misschien was de timing beroerd, de man was nét wakker, maar je bent jong en je wilt wat). Zonder beweging bromde hij met zijn nog niet gesmeerde ochtendstem; "Wat ken je de tekst toch goed, poppie". Geen ironie, geen glimlach in zijn stem. Gewoon gortdroog. Ik kreeg het punt. Stoppen, mond dicht, ssssst. En heeeeel hard lachen. Om mijn altijd adremme en scherpe X (met wie ik overigens ga samenwonen als mijn huis verkocht is!!!!)
vrijdag 25 september 2009
Ik ben het zat
Ik ben het zat. In één week worden er zoveel proefballonnetjes opgelaten door Wilde Wilders, dat ik het niet meer kan en ook niet meer wíl bolwerken. Het is gewoon te idioot voor woorden geworden.
Belasting over hoofddoekjes.
Een avondklok voor moslims rondom het Suikerfeest.
En nu weer ge-emmer over een kinderprogramma van Teleac dat aandacht besteed aan de Islam. Dat heet ineens Islam-propaganda.
Telkens als je denkt dat het niet gekker kan worden, wordt het nóg véél gekker met onze geperoxideerde vriend. Zelf ben ik ook aardig van de bleek en zodra ik eens iets doms doe of zeg, roep ik wel eens dat de peroxide naar binnen is geslagen en de nodige schade heeft aangericht.
Tot vandaag dacht ik dat ik gewoon een leuk grapje had bedacht. Nooit geweten dat ik zo dicht bij de waarheid zat. Ik kan echt geen andere verklaring voor zoveel achterlijkheid en enge discriminatie bedenken dan dat zijn kapper iets te scheutig is geweest met het bleekmiddel.
En ik ben het nu gewoon zat.
Hoe komt zo'n enge man zo ver? Gaan we straks in grote getale op hem stemmen en ons land om zeep helpen? Waarom wordt niet eens wat vaker getrokken met een andere man met enge ideeën die in de vorige eeuw een grote stempel op de Europese geschiedenis heeft gedrukt? Gaan we straks ook aparte bussen en treinstellen voor moslims krijgen, mogen ze straks nog wel naar dezelfde restaurants als wij? Moeten we straks allemaal blonderen om ons te onderscheiden? Je kunt het zo gek niet bedenken of Wilders komt er mee. Ik houd mijn hart vast. Maar ik ben het wel heel erg zat. Laat zijn kapper alsjeblieft nog eens uitschieten, maar dan met iets anders...
Belasting over hoofddoekjes.
Een avondklok voor moslims rondom het Suikerfeest.
En nu weer ge-emmer over een kinderprogramma van Teleac dat aandacht besteed aan de Islam. Dat heet ineens Islam-propaganda.
Telkens als je denkt dat het niet gekker kan worden, wordt het nóg véél gekker met onze geperoxideerde vriend. Zelf ben ik ook aardig van de bleek en zodra ik eens iets doms doe of zeg, roep ik wel eens dat de peroxide naar binnen is geslagen en de nodige schade heeft aangericht.
Tot vandaag dacht ik dat ik gewoon een leuk grapje had bedacht. Nooit geweten dat ik zo dicht bij de waarheid zat. Ik kan echt geen andere verklaring voor zoveel achterlijkheid en enge discriminatie bedenken dan dat zijn kapper iets te scheutig is geweest met het bleekmiddel.
En ik ben het nu gewoon zat.
Hoe komt zo'n enge man zo ver? Gaan we straks in grote getale op hem stemmen en ons land om zeep helpen? Waarom wordt niet eens wat vaker getrokken met een andere man met enge ideeën die in de vorige eeuw een grote stempel op de Europese geschiedenis heeft gedrukt? Gaan we straks ook aparte bussen en treinstellen voor moslims krijgen, mogen ze straks nog wel naar dezelfde restaurants als wij? Moeten we straks allemaal blonderen om ons te onderscheiden? Je kunt het zo gek niet bedenken of Wilders komt er mee. Ik houd mijn hart vast. Maar ik ben het wel heel erg zat. Laat zijn kapper alsjeblieft nog eens uitschieten, maar dan met iets anders...
vrijdag 11 september 2009
30
Morgen wordt ze dertig. En ze vindt er niks aan.
Ik snap het. Negenentwintig worden was al lastig. Ik dacht daarbij aan alle dingen die ik nog niet had gedaan en niet had bereikt, terwijl ik dat vroeger toch echt allemaal al lang in de planning had. Dus ik stelde haar gerust door te zeggen dat ze trots kon zijn op alles wat ze al heeft gedaan en bereikt.
Maar zij denkt niet aan wat ze allemaal niet heeft of had moeten hebben. Zij baalt dat ze alles al heeft verwezenlijk wat een beetje wezenlijk leek. Ze heeft prachtige kids, een leuke man, een trouwring. Ze is klaar. Dus is dertig worden ineens: dus dit is het.
"Jij hebt tenminste nog van alles om naar toe te leven" tettert ze in de telefoon. "Ik heb alles al!".
Tja, zo had ik het nog niet bekeken.
Beetje van het glas is half vol of half leeg.
Voor mij is het glas half leeg omdat ik het idee heb achter de feiten aan te hobbelen. Voor haar is het glas juist half leeg omdat ze al mijn fictie al tot feiten heeft gemaakt.
Troela's, dat zijn we. Elkaar een beetje benijden om hetgeen de ander heeft of doet. Toch lekker om er eens door elkaars ogen naar te kijken.
Mijn glas is nu echt wel half vol! Ik heb alles gewoon nog lekker in het vooruitzicht en ach, het is ook weer niet zo dat ik tot nu toe mijn tijd heb zitten verklooien.
Ik zeg: Proost! Op de jarige!
Ik snap het. Negenentwintig worden was al lastig. Ik dacht daarbij aan alle dingen die ik nog niet had gedaan en niet had bereikt, terwijl ik dat vroeger toch echt allemaal al lang in de planning had. Dus ik stelde haar gerust door te zeggen dat ze trots kon zijn op alles wat ze al heeft gedaan en bereikt.
Maar zij denkt niet aan wat ze allemaal niet heeft of had moeten hebben. Zij baalt dat ze alles al heeft verwezenlijk wat een beetje wezenlijk leek. Ze heeft prachtige kids, een leuke man, een trouwring. Ze is klaar. Dus is dertig worden ineens: dus dit is het.
"Jij hebt tenminste nog van alles om naar toe te leven" tettert ze in de telefoon. "Ik heb alles al!".
Tja, zo had ik het nog niet bekeken.
Beetje van het glas is half vol of half leeg.
Voor mij is het glas half leeg omdat ik het idee heb achter de feiten aan te hobbelen. Voor haar is het glas juist half leeg omdat ze al mijn fictie al tot feiten heeft gemaakt.
Troela's, dat zijn we. Elkaar een beetje benijden om hetgeen de ander heeft of doet. Toch lekker om er eens door elkaars ogen naar te kijken.
Mijn glas is nu echt wel half vol! Ik heb alles gewoon nog lekker in het vooruitzicht en ach, het is ook weer niet zo dat ik tot nu toe mijn tijd heb zitten verklooien.
Ik zeg: Proost! Op de jarige!
Acht jaar
Vandaag is het acht jaar geleden dat er mensen van tientallen meters hoogte uit gebouwen sprongen. Acht jaar geleden hoorde ik het geluid van hun lichamen die te pletter vielen op het glazen dak van waaronder werd gefilmd. Acht jaar geleden zat ik gebiologeerd naar de televisie te kijken terwijl de tranen over mijn gezicht stroomden door dat geluid.
Terrorisme was tot acht jaar geleden voor mij zo nu en dan eens een berichtje over een aanslag van de IRA of de ETA. Ook met doden tot gevolg en dramatisch. Maar vergeleken met 9/11 was dat kinderspel. De IRA en ETA lijken bijna brei- en punnikclubjes vergeleken met de moslimterroristen die tegenwoordig bijna standaard onderdeel uitmaken van de dagelijkse nieuwsbulletins.
Acht jaar later is The War on Terror nog niet gewonnen en is Bush geen president meer. Misschien bestaat die War niet eens meer en vechten we nog gewoon in Irak en Aghanistan omdat daar nou eenmaal veel olie in de grond zit. Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat moslims nog altijd een aparte groep vormen in ons land. Wat ik ook weet is dat acht jaar na zo'n vreselijk drama in Nederland wordt gediscusseerd over de vraag wat een Turk of Marrokaan kost.
Ik ben geen Turk of Marrokaan, ik ben geen moslim, maar ik ben wel een mens. Een logisch denkend mens.
Denk eens met me mee. Wanneer verzet jij je tegen de rest? Op de momenten dat 'de rest' jou apart zet. Zodra mensen mij raar vinden of anders, voel ik me anders. Voel ik me buitengesloten. Dan is de wil om nog redelijk met de ander te praten ineens ver te zoeken, al ben ik nog zo'n redelijk mens. Dan verzet ik me, dan vind ik de ander ineens minder leuk of aardig. Dan ontstaat strijd. En dan gaat het bij mij over kleine dingen als de verkeerde kleren, de verkeerde mening over Gerard Joling of het meisje van 13 dat wil zeilen. Bij moslims gaat het over hun zijn. Over hun geloof, opvattingen, levenshouding. Zo elementair, geen wonder dat een aantal van hen zich heftiger afzetten tegen 'de rest'. En helemaal geen wonder dat er geen open, constructieve dialoog tot stand komt met de niet-extremisten.
We moeten, met de beelden van acht jaar geleden in ons hoofd, misschien eens proberen iets minder te denken in 'wij' en 'zij'. Natuurlijk zeg ik daarmee niets nieuws, maar iets vaak horen, maakt misschien toch dat het beter blijft hangen. Zodat we ooit met zijn allen, moslims en niet-moslims, de oorlog tegen de terroristen kunnen aangaan. En winnen.
Terrorisme was tot acht jaar geleden voor mij zo nu en dan eens een berichtje over een aanslag van de IRA of de ETA. Ook met doden tot gevolg en dramatisch. Maar vergeleken met 9/11 was dat kinderspel. De IRA en ETA lijken bijna brei- en punnikclubjes vergeleken met de moslimterroristen die tegenwoordig bijna standaard onderdeel uitmaken van de dagelijkse nieuwsbulletins.
Acht jaar later is The War on Terror nog niet gewonnen en is Bush geen president meer. Misschien bestaat die War niet eens meer en vechten we nog gewoon in Irak en Aghanistan omdat daar nou eenmaal veel olie in de grond zit. Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat moslims nog altijd een aparte groep vormen in ons land. Wat ik ook weet is dat acht jaar na zo'n vreselijk drama in Nederland wordt gediscusseerd over de vraag wat een Turk of Marrokaan kost.
Ik ben geen Turk of Marrokaan, ik ben geen moslim, maar ik ben wel een mens. Een logisch denkend mens.
Denk eens met me mee. Wanneer verzet jij je tegen de rest? Op de momenten dat 'de rest' jou apart zet. Zodra mensen mij raar vinden of anders, voel ik me anders. Voel ik me buitengesloten. Dan is de wil om nog redelijk met de ander te praten ineens ver te zoeken, al ben ik nog zo'n redelijk mens. Dan verzet ik me, dan vind ik de ander ineens minder leuk of aardig. Dan ontstaat strijd. En dan gaat het bij mij over kleine dingen als de verkeerde kleren, de verkeerde mening over Gerard Joling of het meisje van 13 dat wil zeilen. Bij moslims gaat het over hun zijn. Over hun geloof, opvattingen, levenshouding. Zo elementair, geen wonder dat een aantal van hen zich heftiger afzetten tegen 'de rest'. En helemaal geen wonder dat er geen open, constructieve dialoog tot stand komt met de niet-extremisten.
We moeten, met de beelden van acht jaar geleden in ons hoofd, misschien eens proberen iets minder te denken in 'wij' en 'zij'. Natuurlijk zeg ik daarmee niets nieuws, maar iets vaak horen, maakt misschien toch dat het beter blijft hangen. Zodat we ooit met zijn allen, moslims en niet-moslims, de oorlog tegen de terroristen kunnen aangaan. En winnen.
65.000 mensen
65.000 mensen om me heen. Het kunnen een paar meer of minder zijn geweest.
Maar Coldplay zong voor mij. Fix you. Recht mijn hart in. Het liedje dat me de afgelopen jaren troost biedt, waar ik vaak op meeblèèèr, soms om huil of gewoon heerlijk rustig naar luister.
Ik klom op de rug van mijn broer om het te kunnen zien. Terwijl ik mijn armen stevig om zijn nek hield en mijn benen om zijn zij klemde, probeerde ik uit alle macht de mannen van Coldplay te zien terwijl ze mijn liedje speelden. Dat was nog niet zo makkelijk. Er stonden ongeveer 65.000 mensen voor. Maar de muziek horen, dat was geen probleem. Keihard kwam het binnen en het raakte me diep. Met trillende stem brulde ik mee. Diep geluk, diep geroerd. Hopend dat het moment nooit zou stoppen.
Vervuld van de muziek en van zoveel talent stond ik daar. Alleen tussen 65.000 mensen. Helemaal trots op mijn grote, sterke broertje. Want op hem kan ik altijd rekenen. Hij is er altijd. Soms mopperig, maar altijd zoals ik hem ken. Altijd vertrouwd. Als niemand me fixt en ik mezelf even niet kan fixen, dan is hij er altijd nog. En dat is een fijn besef.
Maar Coldplay zong voor mij. Fix you. Recht mijn hart in. Het liedje dat me de afgelopen jaren troost biedt, waar ik vaak op meeblèèèr, soms om huil of gewoon heerlijk rustig naar luister.
Ik klom op de rug van mijn broer om het te kunnen zien. Terwijl ik mijn armen stevig om zijn nek hield en mijn benen om zijn zij klemde, probeerde ik uit alle macht de mannen van Coldplay te zien terwijl ze mijn liedje speelden. Dat was nog niet zo makkelijk. Er stonden ongeveer 65.000 mensen voor. Maar de muziek horen, dat was geen probleem. Keihard kwam het binnen en het raakte me diep. Met trillende stem brulde ik mee. Diep geluk, diep geroerd. Hopend dat het moment nooit zou stoppen.
Vervuld van de muziek en van zoveel talent stond ik daar. Alleen tussen 65.000 mensen. Helemaal trots op mijn grote, sterke broertje. Want op hem kan ik altijd rekenen. Hij is er altijd. Soms mopperig, maar altijd zoals ik hem ken. Altijd vertrouwd. Als niemand me fixt en ik mezelf even niet kan fixen, dan is hij er altijd nog. En dat is een fijn besef.
dinsdag 8 september 2009
Ego
Hoe groot moet je ego zijn om aan te kunnen wat ik gisteravond heb doorstaan?
Fris en fruitig stapte ik in mijn autootje om naar de tennisbaan te gaan. Mijn beste tennis-outfit aangetrokken, mijn haar leuk, lipjes gestift, zweetbandjes om de polsen. Gewoon goed bezig en best leuk voor het oog. Ook een beetje nerveus, maar ja, in mijn enthousiasme had ik me opgegeven voor drie avonden clubkampioenschappen, dus ik moest er aan geloven.
Mijn tegenstander bleek Brechtje te heten. Hier en daar een jeugdpuistje, mooi lang blond haar en net iets teveel mascara. Ze leek een beetje ongeïnteresseerd en alsof ze er helemaal geen zin in had.
Ik vroeg of ze al lang tenniste. Maar dat was niet zo. Een half jaartje maar, en daar voor een jaar of twee vanaf haar zesde.
Gerustgesteld liep ik naar het slagveld. Oké, ze had meer getennist, maar dat was al weer zo lang geleden. Oké ze zag er fit uit, maar ik had geoefend. Dit moest goedkomen.
En daar leek het ook wel op. In het begin dan. De eerste set was voor mij. Maar toen ging ze los. Iedere keer de bal precies waar ik niet was. Dus ze won.
En niet in de laatste plaats door de psychologische oorlogvoering van de schat.
Telkens vlak voor het servicevak gaan staan als ik opsloeg, zo van; "ach, die zachte balletjes, scheelt me weer een loopje". En tot overmaat van ramp tussen neus en lippen vertellen dat ze 13 was. DERTIEN!!! Iedere gewonnen punt voelde ineens als een soort treurige overwinning. Stond ik daar als 29-jaar oude troela te juichen omdat een meisje van 13 de bal uitsloeg. Ik zat waarschijnlijk in de Toog toen zij werd geboren. Hoeveel kan een mens aan.
Als je 13 bent is het helemaal niet lang geleden dat je op je 8ste tenniste. Als je 13 bent, kun je gewoon nog ontdekt worden als tennistalent. Als je 13 bent zit je in de tweede van de middelbare school. Als je 13 bent, heb je ook gewoon jeugdpuistjes, want je bent jeugd. Als je 13 bent, kijk je inderdaad ongeinteresseerd, want je bent een puber. Lord, wat had ik het zwaar. Twee uren heeft ze me heen en weer laten rennen. En toen was ik gebroken. Lichamelijk en psychisch. Ingemaakt door een meisje van dertien. Hopelijk wint mijn ego vanavond van het meisje van 17.
Fris en fruitig stapte ik in mijn autootje om naar de tennisbaan te gaan. Mijn beste tennis-outfit aangetrokken, mijn haar leuk, lipjes gestift, zweetbandjes om de polsen. Gewoon goed bezig en best leuk voor het oog. Ook een beetje nerveus, maar ja, in mijn enthousiasme had ik me opgegeven voor drie avonden clubkampioenschappen, dus ik moest er aan geloven.
Mijn tegenstander bleek Brechtje te heten. Hier en daar een jeugdpuistje, mooi lang blond haar en net iets teveel mascara. Ze leek een beetje ongeïnteresseerd en alsof ze er helemaal geen zin in had.
Ik vroeg of ze al lang tenniste. Maar dat was niet zo. Een half jaartje maar, en daar voor een jaar of twee vanaf haar zesde.
Gerustgesteld liep ik naar het slagveld. Oké, ze had meer getennist, maar dat was al weer zo lang geleden. Oké ze zag er fit uit, maar ik had geoefend. Dit moest goedkomen.
En daar leek het ook wel op. In het begin dan. De eerste set was voor mij. Maar toen ging ze los. Iedere keer de bal precies waar ik niet was. Dus ze won.
En niet in de laatste plaats door de psychologische oorlogvoering van de schat.
Telkens vlak voor het servicevak gaan staan als ik opsloeg, zo van; "ach, die zachte balletjes, scheelt me weer een loopje". En tot overmaat van ramp tussen neus en lippen vertellen dat ze 13 was. DERTIEN!!! Iedere gewonnen punt voelde ineens als een soort treurige overwinning. Stond ik daar als 29-jaar oude troela te juichen omdat een meisje van 13 de bal uitsloeg. Ik zat waarschijnlijk in de Toog toen zij werd geboren. Hoeveel kan een mens aan.
Als je 13 bent is het helemaal niet lang geleden dat je op je 8ste tenniste. Als je 13 bent, kun je gewoon nog ontdekt worden als tennistalent. Als je 13 bent zit je in de tweede van de middelbare school. Als je 13 bent, heb je ook gewoon jeugdpuistjes, want je bent jeugd. Als je 13 bent, kijk je inderdaad ongeinteresseerd, want je bent een puber. Lord, wat had ik het zwaar. Twee uren heeft ze me heen en weer laten rennen. En toen was ik gebroken. Lichamelijk en psychisch. Ingemaakt door een meisje van dertien. Hopelijk wint mijn ego vanavond van het meisje van 17.
Missie
Boem. En toen was er weer een soldaat gesneuveld in Afghanistan. Nummer 22.
In het nieuws werd een foto getoond van een man met een baard. Waarschijnlijk vader van een paar leuke tieners.
En daarna werd een dringend beroep gedaan op de Nederlandse bevolking om ten behoeve van de soldaten en hun familie de missie in Afghanistan te blijven steunen.
Ik stond mijn haar te föhnen. En steunde de missie niet. Maar realiseerde me, terwijl mijn haar warm om mijn hoofd danste, en mijn vader gewoon lekker in zijn Mercedes op weg was naar zijn bedrijf, dat sterven voor een missie waar niemand het nut van inziet, pas echt erg is. Dus wilde ik de missie steunen. Maar het lukte me niet.Onder het tandenpoetsen wist ik waarom. De Nederlandse overheid heeft me voor het lapje gehouden. Dat idee heb ik bij Afghanistan. We zitten daar om het land op te bouwen, maar er wordt helemaal niets opgebouwd. Het is daar gewoon oorlog. En als mensen me voor het lapje houden, of beter gezegd, doen alsof ik dom ben, steun ik ze niet zo gemakkelijk.Helemaal omdat ik me onder het aankleden realiseerde dat ik het nut van die hele missie niet inzie. Wat hebben wij er nou aan? We sturen een zooitje veel te jonge jongens met namen als Wesley, Nicky en Joey naar een oorlogsgebied, verliezen onderweg een paar van die schatten, en er verandert helemaal niets. Daar niet en hier niet. Behalve dan voor die gezinnen die hun zoon, hun broer, hun vriend en hun vader moeten missen. Voor Nederland maakt het geen fluit uit of het wel of niet oorlog is in Afghanistan. Het kost alleen een hoop levens en een nog grotere hoop geld. Dus laat ze elkaar daar lekker pijn doen. Dacht ik terwijl ik mezelf eens kritisch bekeek in de spiegel. Het kon er mee door voor vandaag.
Toen ik mijn schoenen aan trok, zag ik ineens een lichtpuntje. Ze sterven daar niet bij bosjes voor helemaal niets. Hè gelukkig! Als het er in Nederland net zo aan toe ging als in de woestijn die Afghanistan heet, dan zou ik toch dolgelukkig zijn als de Afghanen hier kwamen om me te helpen, om me te bevrijden van de onderdrukker. Dan zou ik nooit vergeten dat totaal onbekende mannen en vrouwen, hun leven wilden geven voor een beter leven voor ons. En dat klinkt bekend. Hoeveel Amerikanen liggen niet in ons land begraven? Jongens die niet eens wisten waar Nederland lag, voordat ze er in WOII naar toe trokken en er uiteindelijk stierven.
Laten we hopen dat over een paar jaar in Afghanistan vrede heerst en dat de Afghanen kransen leggen bij herdenkingsmonumenten voor al die dappere Nederlanders die zich in hebben gezet voor vrijheid. Net als wij doen op 5 mei.
Ik steun de missie. En ik steun al die helden die daar hun best doen en hun families die ze uitlenen aan defensie.
In het nieuws werd een foto getoond van een man met een baard. Waarschijnlijk vader van een paar leuke tieners.
En daarna werd een dringend beroep gedaan op de Nederlandse bevolking om ten behoeve van de soldaten en hun familie de missie in Afghanistan te blijven steunen.
Ik stond mijn haar te föhnen. En steunde de missie niet. Maar realiseerde me, terwijl mijn haar warm om mijn hoofd danste, en mijn vader gewoon lekker in zijn Mercedes op weg was naar zijn bedrijf, dat sterven voor een missie waar niemand het nut van inziet, pas echt erg is. Dus wilde ik de missie steunen. Maar het lukte me niet.Onder het tandenpoetsen wist ik waarom. De Nederlandse overheid heeft me voor het lapje gehouden. Dat idee heb ik bij Afghanistan. We zitten daar om het land op te bouwen, maar er wordt helemaal niets opgebouwd. Het is daar gewoon oorlog. En als mensen me voor het lapje houden, of beter gezegd, doen alsof ik dom ben, steun ik ze niet zo gemakkelijk.Helemaal omdat ik me onder het aankleden realiseerde dat ik het nut van die hele missie niet inzie. Wat hebben wij er nou aan? We sturen een zooitje veel te jonge jongens met namen als Wesley, Nicky en Joey naar een oorlogsgebied, verliezen onderweg een paar van die schatten, en er verandert helemaal niets. Daar niet en hier niet. Behalve dan voor die gezinnen die hun zoon, hun broer, hun vriend en hun vader moeten missen. Voor Nederland maakt het geen fluit uit of het wel of niet oorlog is in Afghanistan. Het kost alleen een hoop levens en een nog grotere hoop geld. Dus laat ze elkaar daar lekker pijn doen. Dacht ik terwijl ik mezelf eens kritisch bekeek in de spiegel. Het kon er mee door voor vandaag.
Toen ik mijn schoenen aan trok, zag ik ineens een lichtpuntje. Ze sterven daar niet bij bosjes voor helemaal niets. Hè gelukkig! Als het er in Nederland net zo aan toe ging als in de woestijn die Afghanistan heet, dan zou ik toch dolgelukkig zijn als de Afghanen hier kwamen om me te helpen, om me te bevrijden van de onderdrukker. Dan zou ik nooit vergeten dat totaal onbekende mannen en vrouwen, hun leven wilden geven voor een beter leven voor ons. En dat klinkt bekend. Hoeveel Amerikanen liggen niet in ons land begraven? Jongens die niet eens wisten waar Nederland lag, voordat ze er in WOII naar toe trokken en er uiteindelijk stierven.
Laten we hopen dat over een paar jaar in Afghanistan vrede heerst en dat de Afghanen kransen leggen bij herdenkingsmonumenten voor al die dappere Nederlanders die zich in hebben gezet voor vrijheid. Net als wij doen op 5 mei.
Ik steun de missie. En ik steun al die helden die daar hun best doen en hun families die ze uitlenen aan defensie.
Rechtdoor
De regen stroomt over mijn gezicht
Verbergt mijn tranen
Met opgeheven hoofd
Maar van binnen geknakt
Fiets ik naar veiligheid
Bij de rotonde links
Niet wetend dat rechtdoor
De weg naar jou was
Naar echte veiligheid
Nu stromen tranen over mijn gezicht
En droogt de zon ze op
Verdriet omdat ik de weg kwijt was
Geluk nu ik hem heb gevonden
Verbergt mijn tranen
Met opgeheven hoofd
Maar van binnen geknakt
Fiets ik naar veiligheid
Bij de rotonde links
Niet wetend dat rechtdoor
De weg naar jou was
Naar echte veiligheid
Nu stromen tranen over mijn gezicht
En droogt de zon ze op
Verdriet omdat ik de weg kwijt was
Geluk nu ik hem heb gevonden
vrijdag 4 september 2009
Mijn kleine engeltje
Hij is mijn kleine engeltje.
Dat zegt de moeder van Chris Brown over haar schatje-popje-liefje. Je weet wel Chris Brown, die zanger die bekender is van de gratis facelift die hij zijn liefste Rihanna gaf, dan van zijn muzikale talenten. Die. Het kleine engeltje van zijn moeder.
De schat. Ik heb de foto van het verbouwde snoetje van Rihanna nog levendig voor de geest. Het was dat haar haar nog hetzelfde zat als anders, dat ik wist dat zij het was. Maar van haar bevallige gezichtje was even niet zoveel meer over. Daar was niet één voorzichtig, onhandig, onschuldig tikje op terecht gekomen. Nee, daar had het kleine engeltje van zijn moeder hardhandig op om staan timmeren. Hij had haar zelfs gebéten!
Maar volgens zijn moeder is hij niet gewelddadig. Nee, moeder, ik denk het ook niet. Hij is niet geweldadig. Hij slaat en bijt alleen af en toe. Doet ie anders nóóit hoor.
Doet me denken aan een moeder die me ooit vertelde dat haar zoon het allemaal zo ontzettend goed bedoelde en dat hij zo zijn best deed. Een moeder die haar eigen zoon op handen droeg en werkelijk geen benul had van zijn ware aard. Want tegen zijn moeder was hij natuurlijk poeslief, voorkomend, ronduit braaf. Geen wonder ook, want moeders was om het voorzichtig te zeggen, nogal dominant. Misschien is bazig, controlerend, overheersend, dictatoriaal toch een iets betere kwalficatie, maar daar wil ik af zijn.
De eerste vraag die een kennis, psychologe, me ooit stelde toen ik vertelde over de eigenaardigheden van de desbetreffende persoon, was of hij een ziekelijke relatie met zijn moeder had. En daar moest ik aan denken toen ik las dat mama Brown haar zoon een klein engeltje noemde. Zou het zo zijn dat mannen die hun liefjes niet met woorden, maar met daden de les lezen, stiekem een beetje bang zijn voor hun moeder? Zouden ze allemaal van die moeders hebben die totaal niet weten dat hun oogappeltje behoort tot het slijk der aarde en zelfs denken dat ze eigenhandig een kind van God hebben gebaard?
Ik denk het wel. En ik denk dat hun kleine engeltjes doordat zij voortdurend door hun moeder de hemel in worden geprezen, onmogelijke mannen worden voor hun toekomstige liefjes. Van de kleine engeltjes met hele harde vleugels zeg maar. En een hele trieste geest.
Dat zegt de moeder van Chris Brown over haar schatje-popje-liefje. Je weet wel Chris Brown, die zanger die bekender is van de gratis facelift die hij zijn liefste Rihanna gaf, dan van zijn muzikale talenten. Die. Het kleine engeltje van zijn moeder.
De schat. Ik heb de foto van het verbouwde snoetje van Rihanna nog levendig voor de geest. Het was dat haar haar nog hetzelfde zat als anders, dat ik wist dat zij het was. Maar van haar bevallige gezichtje was even niet zoveel meer over. Daar was niet één voorzichtig, onhandig, onschuldig tikje op terecht gekomen. Nee, daar had het kleine engeltje van zijn moeder hardhandig op om staan timmeren. Hij had haar zelfs gebéten!
Maar volgens zijn moeder is hij niet gewelddadig. Nee, moeder, ik denk het ook niet. Hij is niet geweldadig. Hij slaat en bijt alleen af en toe. Doet ie anders nóóit hoor.
Doet me denken aan een moeder die me ooit vertelde dat haar zoon het allemaal zo ontzettend goed bedoelde en dat hij zo zijn best deed. Een moeder die haar eigen zoon op handen droeg en werkelijk geen benul had van zijn ware aard. Want tegen zijn moeder was hij natuurlijk poeslief, voorkomend, ronduit braaf. Geen wonder ook, want moeders was om het voorzichtig te zeggen, nogal dominant. Misschien is bazig, controlerend, overheersend, dictatoriaal toch een iets betere kwalficatie, maar daar wil ik af zijn.
De eerste vraag die een kennis, psychologe, me ooit stelde toen ik vertelde over de eigenaardigheden van de desbetreffende persoon, was of hij een ziekelijke relatie met zijn moeder had. En daar moest ik aan denken toen ik las dat mama Brown haar zoon een klein engeltje noemde. Zou het zo zijn dat mannen die hun liefjes niet met woorden, maar met daden de les lezen, stiekem een beetje bang zijn voor hun moeder? Zouden ze allemaal van die moeders hebben die totaal niet weten dat hun oogappeltje behoort tot het slijk der aarde en zelfs denken dat ze eigenhandig een kind van God hebben gebaard?
Ik denk het wel. En ik denk dat hun kleine engeltjes doordat zij voortdurend door hun moeder de hemel in worden geprezen, onmogelijke mannen worden voor hun toekomstige liefjes. Van de kleine engeltjes met hele harde vleugels zeg maar. En een hele trieste geest.
dinsdag 1 september 2009
Mooi mooi mooi van Don Henley
I got the call today, I didnt wanna hear
But I knew that it would come
An old, true friend of ours was talkin on the phone
She said youd found someone
And I thought of all the bad luck,
And the struggles we went through
And how I lost me and you lost you
What are these voices outside loves open door
Make us throw off our contentment
And beg for something more?
Im learning to live without you now
But I miss you sometimes
The more I know, the less I understand
All the things I thought I knew, Im learning again
Ive been tryin to get down
To the heart of the matter
But my will gets weak
And my thoughts seem to scatter
But I think its about forgiveness
Forgiveness
Even if, even if you dont love me anymore
These times are so uncertain
Theres a yearning undefined
And people filled with rage
We all need a little tenderness
How can love survive in such a graceless age?
The trust and self-assurance that lead to happiness
Theyre the very things - we kill I guess
Pride and competition
Cannot fill these empty arms
And the work I put between us
You know it doesnt keep me warm
Im learning to live without you now
But I miss you, baby
And the more I know, the less I understand
All the things I thought Id figured out
I have to learn again
Ive been trying to get down
To the heart of the matter
But everything changes
And my friends seem to scatter
But I think its about forgiveness
Forgiveness
Even if, even if you dont love me anymore
There are people in your life whove come and gone
They let you down you know they hurt your pride
You better put it all behind you baby; life goes on
You keep carryin that anger; itll eat you up inside, baby
Ive been trying to get down
To the heart of the matter
But my will gets weak
And my thought seem to scatter
But I think its about forgiveness
Forgiveness
Even if, even if you dont love me
Ive been tryin to get down
To the heart of the matter
Because the flesh will get weak
And the ashes will scatter
So Im thinkin about forgiveness
Forgiveness
Even if, even if you dont love me anymore
But I knew that it would come
An old, true friend of ours was talkin on the phone
She said youd found someone
And I thought of all the bad luck,
And the struggles we went through
And how I lost me and you lost you
What are these voices outside loves open door
Make us throw off our contentment
And beg for something more?
Im learning to live without you now
But I miss you sometimes
The more I know, the less I understand
All the things I thought I knew, Im learning again
Ive been tryin to get down
To the heart of the matter
But my will gets weak
And my thoughts seem to scatter
But I think its about forgiveness
Forgiveness
Even if, even if you dont love me anymore
These times are so uncertain
Theres a yearning undefined
And people filled with rage
We all need a little tenderness
How can love survive in such a graceless age?
The trust and self-assurance that lead to happiness
Theyre the very things - we kill I guess
Pride and competition
Cannot fill these empty arms
And the work I put between us
You know it doesnt keep me warm
Im learning to live without you now
But I miss you, baby
And the more I know, the less I understand
All the things I thought Id figured out
I have to learn again
Ive been trying to get down
To the heart of the matter
But everything changes
And my friends seem to scatter
But I think its about forgiveness
Forgiveness
Even if, even if you dont love me anymore
There are people in your life whove come and gone
They let you down you know they hurt your pride
You better put it all behind you baby; life goes on
You keep carryin that anger; itll eat you up inside, baby
Ive been trying to get down
To the heart of the matter
But my will gets weak
And my thought seem to scatter
But I think its about forgiveness
Forgiveness
Even if, even if you dont love me
Ive been tryin to get down
To the heart of the matter
Because the flesh will get weak
And the ashes will scatter
So Im thinkin about forgiveness
Forgiveness
Even if, even if you dont love me anymore
Abonneren op:
Posts (Atom)