zondag 24 juli 2011

Sneak preview

Amy

Terwijl mijn hand nog lam is van het schrijven van de adressen op onze trouwkaarten, scroll ik met de muis over het beeldscherm en lees ik tot mijn schrik dat Amy Winehouse is overleden. In gedachten ga ik terug naar tijden waarin mijn hand geen pijn deed, maar mijn hart des te meer.

Ik zie mezelf zitten op de koude tegelvloer, tussen de openstaande kastdeurtjes van mijn tv- en stereokast. Keihard zong Amy dat ze terug zou gaan naar zwart en dat haar tranen vanzelf weer eens zouden drogen. Het rauwe randje aan haar stem, sneed scheurtjes in mijn trommelvlies en hoe hoger het volume, hoe zekerder ik wist dat mijn tranen ook wel weer eens zouden drogen.

Amy had gelijk. Mijn tranen zijn gedroogd en het leven lacht me weer toe. Nu luister ik liedjes die gespeeld zullen worden op de mooiste dag waarop ik met de liefde van mijn leven ga trouwen. Nooit zit ik meer tussen de kastdeurtjes mee te blèren met Amy. Ten eerste omdat die kast is gesneuveld dankzij een onhandige schoonvader toen ik ging samenwonen met X, maar vooral omdat de kleine verdrietjes die nu af en toe op mijn levenspad komen geen koude billen en zere oren meer nodig hebben.

Ik red het wel zonder Amy. Maar Amy heeft het niet gered. En dat stemt me droevig. Met dat grote haar, die zwarte ogen en al die plakplaatjes leek ze zo taai, zo sterk. En ze wist zo goed wat ik moest doen om er bovenop te komen. Maar ze was dus gewoon vier jaar jonger dan ik en ze had geen zangeres die háár er bovenop zong. Ze had de drank en de drugs nodig om dit leven te leiden of lijden. En nu is het voorbij.

Vandaag draag ik zwart en denk ik aan Amy. Back to black.

woensdag 20 juli 2011

Dag pake

Een maand geleden zag ik zijn witte gelaat - dat een week daarvoor nog zo ontzettend rood van alle kleine adertjes in zijn wangen was geweest - en voelde ik zijn koude, verstilde handen - die een week geleden nog zo warm en handig een bordje warm eten wegwerkten alsof het niets was.

De tijd vloog met hem. En de tijd vliegt ook zonder hem vrolijk verder. Het is een gekke gewaarwording. Alles is nog hetzelfde, maar mijn moeder heeft haar vader niet meer. Het einde van een tijdperk. Het einde van een leven. Een leven dat zich niet laat omschrijven als prachtig of geweldig. Een man die zich niet laat omschrijven als makkelijk en warm. En dat vervult me op momenten dat ik alleen ben, en me bewust wordt van de eindigheid der dingen, met een treurig gevoel. Tegelijkertijd leert het me veel.

Lessen over onvoorwaardelijke liefde van een kind voor zijn of haar vader. Mijn pake was niet altijd geliefd maar er werd altijd van hem gehouden. En hij wordt gemist door alle drie zijn kinderen en door al zijn kleinkinderen. Ondanks alles. En dankzij alles. Lessen over hoe ik het niet moet doen in het leven, over wat onbelangrijk is en over waar ik echt voor zou moeten gaan.

Ik realiseer me dat zelfs de lastigste pake een belangrijk deel van mijn leven is, een belangrijk deel van mijn persoonlijkheid heeft bepaald. En ik ben verdrietig omdat er een einde aan het tijdperk is gekomen waarin ik nog van hem kon leren terwijl hij naast me zat. Nu leer ik terwijl ik in gedachten naar hem kijk. En dan zie ik een man die uit angst en teleurstelling niet goed van het leven kon genieten. Zijn woorden spraken niet van liefde. Maar zijn daden wel. Jammer dat hij eerst moest sterven om me dat te realiseren.

Rust zacht lieve, bijzondere pake.

dinsdag 19 juli 2011

Plopperdeplop

Vriendlief (en bijna manlief) snurkt wel eens wat. En dat is soms gezellig, maar meestal hoogst irritant. Dus wat doe je dan? Apart slapen? Nee, natuurlijk niet. Daar beginnen we niet aan. Een por geven als het te erg is, dat werkt ook niet want twee tellen later ligt hij weer op zijn rug. Lief vragen of hij op zijn zij wil gaan liggen, dat werkte tot voor kort nog wel aardig. Inmiddels is ook die methode achterhaald, want meneer draait niet meer zijn hele lijf op de zij, nee in al zijn slaperige wijsheid draait hij nu alleen nog maar zijn hoofd een slagje. En dat maakt qua decibellen dus geen enkel verschil.

Gelukkig zijn er oordopjes. De hemel zij geprezen voor de uitvinding van die dingen. Tenminste, zo dacht ik er tot voor kort over. Tot voor kort was tot vorige week. Tot het plopperdeplop-moment. Stel je het volgende voor: ik zit in mijn pyamaatje, met een handdoek om mijn haar, op de rand van het bed en pak de oordopjes uit de la van mijn nachtkastje. Het zijn van die oranje sponsachtige dingen, die je even een stukje inknijpt zodat ze in je oor weer uit kunnen zetten en al het gesnurk buiten sluiten. Een prachtsysteem in al haar eenvoud. Ik pak het dopje tussen duim en wijsvinger, knijp er in en duw het in mijn oor. En dan ineens voel ik: PLOP.

Mijn hart last een kleine pauze in tussen twee slagen om goed vast te kunnen stellen dat ik echt PLOP voelde. En ja, het was een plop. Een plop van het soort: oei oei oei nu zit het dopje wat te diep. Toen mijn hart weer rustig verder sloeg ben ik daarom heel kordaat - zonder mijn oor te bewegen - naar mijn toilettasje gelopen, heb ik mijn pincet gepakt, ben ik weer op de rand van het bed gaan zitten en zou ik dit varkentje wel eens even snel wassen. Dus hup dat pincet in mijn oor, de pootjes om het dopje en trekken maar.... Daar komt ie! Niet. Een stukje oranje spons zit pietepeuterig tussen het pincet, maar het dopje blijft waar hij zit. Nog een keer. Shit! Hetzelfde verhaal. Nog een keer, en nog een keer en nog een keer.... Op het bed liggen inmiddels al een paar oranje minisponsjes. Maar geen dopje. Bij elke poging brokkelt mijn masker van uiterlijke kalmte verder af en nader ik het stadium van paniek. Ik doe nog een hele goede en zeer pijnlijke poging, maar dat ding zit muur- en dan ook echt muurvast.

De dokterswacht wil het niet proberen. Ik moet maar gaan slapen en de volgende dag naar de KNO arts. Als de paniek wat is gezakt, lukt het me zowaar om te gaan slapen. Om de volgende dag wakker te worden met een pijn! Niet te geloven. Ik kon wel naar de dokter kruipen. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Eerst bellen, dan verwijzing en dan eindelijk die stofzuiger in mijn oor.... Dat werkte ook niet. Toen een haak....weer geen succes. Maar dan: de grote tang... ik verga van de pijn, maar voel dat er beweging in de dop komt. En dan: engelen beginnen te zingen, de zon breekt door, mijn hart vervult zich met warmte: HIJ IS ER UIT!!!

Mensen neem een momentje de tijd om je bewust te worden van het heerlijke gevoel van lege, vrije gehoorgangen. We nemen het allemaal maar voor vanzelfsprekend aan. Maar dat is het niet meer als je een plopperdeplop moment hebt meegemaakt.

Get a life

Het hoosde en ik was al laat voor een belangrijke dag op het werk. Zo'n dag waarop je niet met de mascara tot op de knietjes en de miss-wet-tshirt-look op de tietjes op je werk kunt verschijnen. Bij wijze van uitzondering sprong ik dus in mijn dikke Chevy (Matiz) en reed ik dankzij mijn autorisatie om mijn scootertje te parkeren, de parkeerkelder van kantoor in. Plaats genoeg en ik koos er lukraak eentje uit met het idee dat er in de vakantietijd altijd plaats genoeg is.

Tien minuten later zat ik - voldaan over mijn slimme actie - met droge knietjes (en andere lichaamsdelen) in de zaal te luisteren naar de belangrijke dingen die daar werden besproken tot opeens een tekst onder in mijn beeldscherm oplichtte: "Ben je levensmoe ofzo? Je staat op de plek van X".
O mijn god!!! De plek van X. Ik weet zeker dat de aanwezigen in de zaal het spiertje dat spontaan nerveus onder mijn oog begon te trillen, niet hebben gezien. Maar mijn stokkende ademhaling was tot in de uithoeken van het gebouw te horen. Hoe stom kon ik zijn!?

Misschien is hier enige toelichting over collega X nodig om te begrijpen waar mijn angsthazen-reactie vandaan kwam. Collega X is van het soort; dieren zijn liever en beter dan mensen. Collega X is van het soort; is dat al goedgekeurd door de OR? Collega X is van het soort: iedereen is naar en heeft het slecht met me voor. Collega X is van een soort negativiteit en klagerigheid die tegenwoordig niet meer gemaakt wordt (gelukkig).

En uitgerekend op de plek van die sikkeneurige, boze vrouw, parkeer ik op goed geluk mijn auto. En dan zijn de rapen dus gaar. Ieder ander zou zeggen: niet meer doen, het is irritant. En dan zou ik mijn excuses maken en zeggen dat ze gelijk hebben. Maar niet collega X. Zij stormt bij mijn collega naar binnen en vraagt hem om mij te leren me normaal te gedragen. Zij schreeuwt over de gang scheldwoorden gevolgd door mijn naam en maakt op die manier haar ongenoegen kenbaar bij een ieder. Maar niet bij mij. Nee, ik moet het via via vernemen van collega's die haar woede naspelen en me gekscherend bang proberen te maken. Met als klap op de vuurpijl dat collega X er nu werk van maakt dat mijn autorisatie om mijn scootertje in de kelder te parkeren, wordt ingetrokken.

Nu zul je misschien denken dat ik moet lachen om zoveel gekkigheid. Maar nee, dat lukt me niet. Ik voel me geintimideerd en wordt nerveus van zoveel onaardigheid. Helemaal nu mijn excuses niet hielpen en ze het feit dat ik haar aansprak op het gescheld, betitelde als "zuigen". Ik was - naief als ik kennelijk ben - in de veronderstelling dat "zuigen" een term is die 14-jarige pubers tegen elkaar bezigen als ze het hebben over de 5 voor Engels. Vind het niet echt een term voor vrouwen van over de 50 die (over het algemeen) een goed stel hersens lijken te hebben. Dus ja, wat moet je daar dan nog op zeggen? Geen idee... feit is dat er nu dus een collega is die mijn bloed wel kan drinken. En waarom? Volgens mij niet om die parkeerplaats... als psycholoog van de koude grond maak ik er maar van dat er meer achter zit. Geen idee wat, maar het gaat er bij mij niet in dat iemand zich dagen achtereen druk kan maken over zo'n futiliteit. Get a life!, zou ik bijna puberaal willen zeggen. En dan een gekke bek erbij trekken...misschien communiceren we dan wel op hetzelfde niveau.

donderdag 14 april 2011

The bright side of life

Een drup valt op het dossier. Ik laat mijn haar om mijn hoofd hangen en hoop dat mijn collega het vallen van mijn traan niet heeft gehoord. Ik snif eens wat en knipper snel mijn ogen droog. Doordacht wend ik voor dat ik chagerijnig wordt van wat ik lees. Ik zet mijn gezicht in de best mogelijke frons die ik kan faken.

Dan vraagt ie wat ik er van denk. Shit, knak, jank. Ik stamel wat excuses en probeer me na een dipsessie met wat tissues meteen weer als een harde op te stellen. Stuntelig probeer ik mijn emoties weg te lachen onder het mom van: "Het is mijn dag niet, het zijn de hormonen" en ander zwak geneuzel wat alleen maar duidelijker maakt dat ik me even totaal geen raad weet met de situatie.

We hebben het er nooit over, die collega en ik, maar hij weet dat me ooit iets naars is overkomen. En hij heeft een paar keer van me gehoord dat het goed met me gaat en dat ik er helemaal van genezen ben. En nu zit ik hier te grienen door de letters op het papier. Door de woorden van een vrouw en een man die een soortgelijke relatie hadden als ik heb gehad. Volslagen onbekenden die op een zelfde manier met elkaar omgingen als ik en mijn ex. Ziekelijk, koud, hard en hartverscheurend.

Ik lees vaker over ongelukkige liefdes en de nare consequenties die daarmee gepaard kunnen gaan. Nooit betrek ik het op mezelf, want het gaat niet over mezelf. Maar zij zegt de dingen die ik had kunnen zeggen en omschrijft een man, waarvan ik bijna zou denken dat ik naast hém lag toen ik mezelf in slaap huilde.

Op weg naar huis blijven de tranen branden. Maar huilen op de fiets, achter een dikke zonnebril, dat heb ik in mijn leven wel genoeg gedaan. Ik slik en hoor een piepje in mijn zak. Een sms van mijn collega. Always look on the bright side of life.... Ik fluit het bijbehorende riedeltje en laat met elke duw tegen de trappers mijn verleden weer een stukje verder achter me.

dinsdag 12 april 2011

Blauwe ogen

Ik kijk naar zijn ogen. Dat is het enige wat ze me laten zien. Hij wil niet dat we weten hoe hij er uit ziet. Ik begrijp het niet. Hij heeft toch levenslang? Wat maakt het uit dat ik weet hoe hij er uit ziet. Er is nou niet bepaald een risico aanwezig dat ik hem ooit op straat zal tegenkomen en dat ik mijn vriendin of moeder dan aan zal stoten en achter zijn rug zal fluisteren; "Zie je die man daar, die heeft ooit drie mensen neergeschoten."

Zijn ogen. Ze zijn blauw, met een beetje groen. Ze doen me denken aan de kleur van zeeën waar ik graag in zwem. Het lijken vriendelijke ogen. Ook een beetje verdrietig. En dat is natuurlijk niet gek, want hij vertelt dat het voelt alsof iedereen om hem heen ooit een keer de loterij wint, behalve hij. Iedereen komt een keer vrij, behalve hij. Want dat is de realiteit bij levenslang.

Nooit dacht ik er langer over na dan een paar seconden. Nooit vroeg ik me af hoe een leven er uit ziet als er alleen nog levenslang over is. Als je tussen bewakers moet leven die na je corvee tegen je zeggen; Goed gedaan jongen, jij mag blijven. Nooit vroeg ik me af wat je doet met je tijd, hoe je de dagen doorkomt. Nu wel. Nu bedenk ik me dat je weinig anders kunt dan lezen, sporten, mailen en langzaamaan sterven. Iedere dag een beetje dichter bij het einde van je straf.

Hij knippert met zijn ogen en het valt me op dat de huid tussen zijn wimpers zo mooi glanst. Zou hij cremetjes gebruiken? Maar waarom zou je cremetjes gebruiken als je nooit weer een voet buiten die vier muren zal zetten. Vier muren, zes plankjes. Wat is het verschil? Het enige verschil is dat je tussen die vier muren je ogen nog open hebt. Die ogen die me doen denken aan een zee waarin hij nooit meer zal zwemmen.

zondag 6 februari 2011

De geschiedenis van mijn angst

Je hand zoekt de mijne. De mijne vindt de jouwe. Samen liggen ze, innig verstrengeld op mijn schoot. Jouw warmte verwarmt mijn koude vingers, mijn bovenbeen en mijn hart. Om ons heen is het donker, de lichten van tegemoet komende auto's en ver weg liggende steden zorgen voor een bijna romantisch schouwspel. Ik voel me rustig, tevreden en gelukkig. De kilometers snelweg vliegen onder ons door en brengen me opeens even terug bij een andere hand, terug naar een ander gevoel.

De vorige hand voelde zo anders. Kouder, dat zowiezo. Maar niet alleen in graden Celsius. Ook een ander soort koud. De kou die je voelt als je aan iets naars denkt. Een soort angstige, koude rilling. En terwijl ik stil sta bij de angst die ik voeldetoen ik die hand krampachtig vasthield, realiseer ik me ineens dat ik me al heel lang niet meer zo gevoeld heb. De angst lijkt verdwenen. Maar dat kan bijna niet, dus ik doe mijn best om iets te bedenken waarvoor ik vrees. Buiten de standaard dingen, zoals het verliezen van dierbaren of de angst om voor een grote groep mensen te spreken, komt er niets bij me op. Er is geen verlammende angst op de achtergrond aanwezig waartegen ik dag in dag uit een keiharde strijd moet leveren.

Ik begin bijna aan mezelf te twijfelen. Want 'bang' is bijna synoniem aan mijn voornaam. Ik kan me niet anders herinneren of ik was wel ergens bang voor. Het begon met het poedeltje van oma, daarna kwamen de enge katten, het wakker liggen omdat papa en mama toch eens dood zouden gaan, de angst om van mijn fiets gesleurd te worden, de angst voor inbrekers, het bang zijn voor het einde van mijn eerste relatie, de angst voor presentaties, en uiteindelijk de allesomvattende angst die mijn leven de laatste jaren heeft gedomineerd. De angst die samenhangt met een vernietigende liefde, de schade die een fatale liefde toebrengt. Angst van het ergste soort.

Ooit vertelde iemand met verstand van zaken me dat ik mezelf niet moest toestaan om vaker dan één keer per dag bang te zijn. Zijn advies bleek lange tijd uitvoerbaar. Maar niet meer op het moment dat ik de hand met de lange, slanke vingers en de droge velletjes om zijn nagels in de mijne hield en de tranen voelde branden omdat ik niet wist wat voor hart het bloed door die vingers pompte. Omdat ik door die hand niet de liefde terugkreeg die ik met mijn beide handen en heel mijn hart voor hem over had.

En nu zit ik hier met jouw hand in de mijne. Ik voel je hartslag, die jouw liefde een weg laat banen richting mijn handen. Die me jouw gelukkige glimlach laat voelen, zonder dat ik naar links hoef te kijken om in het licht van het dashboard vast te stellen dat je inderdaad zo gelukkig straalt. En opeens hoor ik je brommerige stem heel zachtjes en voorzichtig meezingen met Adele en weet ik dat ik nooit meer echt bang hoef te zijn.

donderdag 27 januari 2011

Boos

Ik ben boos. Gewoon boos, geirriteerd, prikkelbaar. En ik moet niet eens ongesteld worden. En toch zit er een gigantische frons tussen mijn wenkbrauwen en hangen mijn mondhoeken bijna voorbij mijn kaaklijn. Wanneer is het begonnen? Waar komt die boosheid vandaan? Is het iets tijdelijks, een oprisping van het vluchtige soort of gaat het om een sluimerende woede die al langer in mijn huist en nu ineens zijn weg naar mijn gezicht, mijn onderbuikgevoel en mijn bloeddruk heeft gevonden?

Ik hoop het eerste maar vrees het laatste. Ik ben boos over Jan Kooijman die op televisie zit te verkondigen dat hij een baby krijgt nadat ik eerst de 12-weken echo van één of andere suffe soapacteur heb zitten bekijken. Boos omdat vriendinnetje W al zo ontzettend lang, zo ontzettend graag een kindje hoopt te krijgen en maar nooit een keer geluk heeft. Ik ben boos omdat Mirko dood is. Natuurlijk kon ik op mijn vingers natellen dat hij niet ineens weer bij zijn ouders op de stoep zou staan en natuurlijk heb ik de afgelopen dagen niet telkens aan hem gedacht. Maar dat er één of andere vader! in Duitsland is geweest die het arme, prachtige jongetje heeft gedood en daarna ook nog eens zo stom is om de auto waarin hij destijds reed in Nederland te verkopen, dat maakt me zo boos. Mijn bloed kolkt bijna als ik dan ook nog denk aan Sahar. Dat mooie meisje uit het asielzoekerscentrum dat heel kort heeft gedacht dat ze gewoon kon blijven voetballen in Nederland en niet terughoefde naar een voetballoos Afghanistan, maar nu weer tussen hoop en vrees moet leven omdat minister Leers het nodig vindt om in hoger beroep te gaan tegen de verleende verblijfsvergunning. Ik wordt misselijk van kwaadheid als ik nadenk over alle tijd en geld die al in de politiemissie naar het geboorteland van Sahar is gestoken, zonder dat er ook maar één agent voet op zanderige bodem heeft gezet. En terwijl ik dit typ bijt ik mijn onderlip bijna stuk van frustratie als ik nadenk over het verband tussen het hoger beroep van Leers en de discussie over politie in Afghanistan. Hallo Den Haag!!! Als we het te link vinden om onze politiemannen met wapens naar dat land te sturen, dan kunnen we toch niet serieus vinden dat een totaal ingeburgerd 14-jarig meisje na 8 jaar weer terugmoet naar die woestijn vol bermbommen? Ben ik nou zo slim of zijn jullie nou zo dom?

En dan kijk ik even omhoog naar de televisie en zie ik een fragment van La vita é bella en spontaan klaart de frons een beetje op en betrap ik mezelf op een minuscuul barstje in mijn schild van boosheid. Een film die ik niet kan zien zonder voortdurend te glimlachen om vervolgens de zoute tranen van ontroering en verdriet van mijn wangen te vegen. Een film die zó boos zou kunnen maken, maar dat toch niet doet. Omdat de liefde van de vader voor de zoon dwars door alles heen gaat. Omdat de moed en het optimisme overtuigend en aanstekelijk zijn. En opeens, door mijn boosheid heen, voel ik het nu ook. Dat glimpje zon dat altijd weer om de wolken heen weet te piepen. Dat straaltje warmte dat de kilte in mijn hart een stukje ontdooit. Vriendin W is geen moeder, maar heeft een liefdevol huwelijk. Mirko is niet meer en dat is ruk. Maar er is ontzettend veel van hem gehouden. Sahar zit in onzekerheid, maar haar hele school leeft met haar mee. De politiemensen moeten misschien tegen wil en dank naar Afghanistan, maar ze zullen gemist worden. En hoe boos of chagerijnig ik ook ben... X houdt altijd nog wel een heel klein beetje van me.

zondag 23 januari 2011

Op de eigenzinnigheid

"Op jou! En op de eigenzinnigheid!" Het is niet nu en ik ben niet ik. Ik ben een rechter, werk in Groningen en zit na een dag op kantoor even voor een afzakkertje met mijn collega in de kroeg. Hij was er aan toe. Vandaag kwam de gehele vaderlandse pers naar het noorden van het land door zijn beslissing. Hij belde me om te vragen of ik zin had om ons samen te verstoppen voor de cameras. En natuurlijk zei ik daar geen nee tegen. Niemand anders zou me op dit moment meer kunnen boeien dan hij. Op dit moment is hij even mijn held.
Nee, had hij er absoluut niet voor gekozen om vreemdelingenrechter te worden. Daar kiest geen mens voor nu de wet door Cohen en Verdonk zo is dichtgetimmerd dat je er als rechter niks maar dan ook niks meer mee kunt. Een vreemdelingenrechter is niets anders meer dan een stempelmachine. Een machine die zelden tot nooit "JA" stempelt. Toch was hij op die gevreesde stoel terecht gekomen en op een dag was daar Sahar. Een meisje uit het AZC in Sint Annaparochie dat naar het gymnasium in Leeuwarden gaat. Een meisje dat op foto's staat in oranje shirt terwijl zij samen met haar hollandse vriendinnetjes het Nederlands elftal aanmoedigt. Een meisje dat goed kan leren en vloeiend Nederlands spreekt. Een meisje dat al ruim acht jaren in Nederland woont. Meer dan de helft van haar leven. Een meisje dat houdt van voetbal en zeilen en dat doen meisjes niet in Afghanistan.
En hij draaide in zijn stoel en las haar dossier. Hij krabde op zijn hoofd en zuchtte eens diep. Hij kroop 's nachts tegen zijn vrouw aan en vroeg haar wat hij er mee aan moest. Zijn vrouw wist het ook niet en fluisterde zacht: "Ga nou maar slapen lieverd, het komt allemaal wel goed. Het geeft niet dat Hart van Nederland komt filmen. Je bent hartstikke mooi op beeld." Mopperend had hij zich omgedraaid. Hart van Nederland was wel het laatste waar hij over inzat. Nee, minister Leers en de PVV-ers hielden hem van zijn schaarse nachtrust.
En nu zitten we hier. Hij heeft zijn hart laten spreken, dwars door alle regeltjes in het wetboek heen. Dwars tegen de rechtse stroming in. Sahar mag blijven als het aan hem ligt. En als het aan mij ligt ook. Dwars en trots toasten we op zijn moed en eigenzinnigheid. Nu maar afwachten wat Leers en zijn IND doen. Hij heeft in ieder geval een signaal afgegeven. Een signaal waar we niet omheen kunnen. En ik hoop ooit ook zo eigenzinnig te durven zijn en net zo te stralen in de camera van Hart van Nederland, ondanks de slapeloze nachten die soms horen bij het vak van rechter. Proost, op Sahar.

maandag 10 januari 2011

Grootse plannen

2011 zou het jaar van de grote verandering worden. Rondom de jaarwisseling realiseerde ik me ineens dat als ik wat wilde, het nú moest zijn. Gewoon alle zekerheden overboord gooien en een compleet nieuw leven beginnen. Een andere omgeving, een andere cultuur, een andere taal en een andere rol. Ik ben nu immers nog jong en ongebonden. Geen kindermondjes om te voeden en af te vegen. Geen hondjes die uitgelaten moeten worden en zelfs geen hypotheek die betaald moet worden. Dit is hét moment om het roer eens goed om te gooien.

Maar waar moest dat roer me dan naar toe sturen? Wat is op dit moment zo'n beetje het meest onbekende dat ik kan bedenken? Ik bedacht al snel dat ik dan in de Arabisch wereld terecht moest komen. Ik spreek de taal niet, snap hun letters niet, zal in no-time vergeten dat ik van rechts naar links moet lezen/schrijven en niet andersom en ik ben al helemaal niet gewend aan zand tussen mijn tanden. Dus mijn plan werd om ergens in het Midden Oosten terecht te komen. Flexibel als ik ben, liet ik het over aan het Lot en bepaalde Ezeltje Prik op de wereldkaart, dat Iran mijn bestemming moest worden. Ideaal, het contrast kon ook qua staatsvorm en vrijheid van meningsuiting niet groter zijn. En dat was immers wat ik wilde. Een grote verandering.

Het ticket was al bijna geboekt. Maar ik moest nog één vraag beantwoorden. Wat zou ik in Iran moeten doen? Ook daar zocht ik de tegenstelling met mijn huidige levensstijl en ik kon niet anders dan vaststellen dat ik dan terug zou moeten naar de schoolbanken, naar het vrije en ongebonden studentenleven. Niet meer voorr dag en dauw braaf in mijn boodschappenwagentje, al filerijdend, mijn Vinex-wijk verlaten voor en brave, degelijke baan in het centrum van de stad. Nee, uitslapen, omhangen, nieuwe mensen ontmoeten, nieuwe dingen leren. Handige bijkomstigheid leek het me dat ik dan ook de taal wat zou leren. Dus het moest een studie Arabisch aan een Iraanse universiteit worden. Briljant! Zo zou mijn leven er in 2011 uit gaan zien.

Maar het gaat niet door. Nu.nl vertelt me net dat ze de regels aan de universiteit hebben aangescherpt. Geverfde haren, lange nagels, geëpileerde wenkbrauwen, een laagje make-up en strakke spijkerbroeken worden niet langer getolereerd. En laat dat nou net alles zijn waardoor ik nog een beetje appetijtelijk voor de dag kan komen. Dus ik blijf thuis. Tja, ik ga natuurlijk niet een partij voor joker lopen als ik nieuwe mensen wil leren en de wereld wil veroveren. Ik stap morgen gewoon weer in mijn auto en rijd gewoon weer naar mijn werk. Met make-up, lange nagels, geblondeerd haar en een veel te strakke spijkerbroek. Ze weten niet wat ze missen, daar in Iran.

Bijna gewoon

Ze vertelt dat hij haar leuk vindt. Ik grijns en stoot wat kirrende geluidjes uit. Ik weet nog net een hysterisch gejuich als van een zestienjarige bakvis te onderdrukken. Vooral omdat zij hem ook zo leuk vindt. Ik ben blij dat ze verliefd is. Na een paar jaar totaal manloos vroeg ik me af of het er ooit nog van zou komen. En ik gun het haar zo. Ze is een leuke meid, vrolijk en spontaan. En een goede vriendin, door dik en dun.

En nu is het er dan eindelijk eens van gekomen. Een kerel aan de haak. Maar er is een maar. Er is altijd een maar. Zodra je de magische grens van dertig gepasseerd bent en je kansen waagt op de liefdesmarkt, kom je geen ongeschonden exemplaren zonder enorme rugzak meer tegen. Heeft hij niet een of ander jeugdtrauma, dan komt ie wel net uit een relatie en weet hij nog niet zo goed wat hij echt wil. Hij heeft kinderen, of juist een knoopje laten aanleggen om dat te voorkomen. En er zijn natuurlijk ook de exemplaren die nog niet helemaal officieel op de liefdesmarkt beschikbaar zijn. Zo ook dit exempaar. Je zou kunnen zeggen dat hij van het soort is dat geen oude schoenen weggooit voordat hij nieuwe heeft. Maar je zou het ook wat rooskleuriger kunnen omschrijven. En dat doen we natuurlijk, blij als we zijn met haar recente ontwikkelingen op liefdesgebied. Dus zeggen we dat zij zo bijzonder is dat ze zijn ogen geopend heeft en hem heeft doen inzien dat zijn relatie niet goed zit.

En waarschijnlijk is dat ook zo. Maar het gemak waarmee we het constateren en de luchtigheid die we tentoonspreiden op het moment dat we fantaseren over een toekomst voor die twee... het zet me aan het denken. Waar is de tijd gebleven dat ik mensen die hun geliefden bedrogen nog veroordeelde? En waar is de tijd dat ik het vreselijk vond voor de kleine kindjes die er bij betrokken zouden raken? Het lijkt een eeuwigheid geleden. Het lijkt wel over een andere Fem te gaan. De pre-hysterische Fem. Zou het komen doordat ik zelf eens de liefde ontdekte terwijl ik nog niet de stoute schoenen had durven aantrekken om mijn relatie te beëindigen? Of komt het doordat X zijn relatie pas op de juiste waarde wist te schatten nadat hij als een blok voor mij was gevallen (logisch ;-))? Als het ons kan overkomen, dan geldt dat toch voor iedereen? Maar die kindjes dan? Maakt dat dan geen verschil? Waarom stap ik daar zo gemakkelijk over heen? Misschien is het uit liefde voor mijn vriendin, die ik het allerbeste gun. Maar misschien komt het wel door iets anders.

Het leven is niet meer zo simpel als toen ik klein was. Toen waren we nog zó verbaasd dat de buurman en buurvrouw gingen scheiden, tegelijk met de ouders van een klasgenootje dat we er meteen de verklaring voor bedachten dat de buurman dan wel iets met de moeder van het klasgenootje moest hebben. Scheiden was een zeldzaamheid en we bleken het qua aanleiding ook nog bij het juiste eind te hebben. Tegenwoordig stikt het van de "Te Koop" bordjes in de vinexwijken. Een teken van een relatiebreuk, soms maar een paar maanden nadat de tuin nog werd opgesierd door een dikke ooievaar. Ongemerkt is het gewoon geworden. Het idee van samengestelde gezinnen, tweede of zelfs derde leggen en stiefmoeders en - vaders is zelfs in mijn romantische, ietwat naieve denkwereld gewoner geworden. Zo gewoon dat ik me bijna niet kan voorstellen dat ik, net als mijn ouders, een levenlang gelukkig kan blijven met de toekomstige vader van mijn kindjes. Maar gelukkig net niet gewoon genoeg om er niet alles aan te blijven doen om samen de eindstreep te halen. Een eindstreep waar we hand in hand, achter onze rollator, gevolgd door een horde kleinkinderen over heen zullen strompelen, als het aan mij ligt.

dinsdag 28 december 2010

Alles weten maakt niet gelukkig

Ik verveelde me. En hoewel psyhologen beweren dat het goed voor je is, vond ik er niks aan. Wat een saaie boel als de tijd niet voorbij wil en er niks anders op lijkt te zitten dan vroeg mijn bedje in te duiken. In plaats van dat laatste zocht ik wat vermaak op het wereldwijde web. En natuurlijk kwam ik toen ook even terecht bij mijn oude vriend; Hyves.

Mocht ik vergeten zijn waarom ik ookal weer van Hyves was gegaan, dan is dat me nu weer duidelijk. Wat ik daar zag, maakte de verveling misschien wat kleiner, maar mijn verbazing groter. Volwassen mannen die op filmpjes vertellen over de intergalactische wijsheid van de strijd tegen de illusie van angst terwijl ze in kleermakerzit op een paars geschilderde zolderkamer zitten en steentjes in bijzondere patronen in zand leggen (ik ben niet bepaald dom, maar dit ging me volledig boven de pet), volwassen meiden die hele verhalen over de diarree en hun eigen 'loopjes naar de wc' de ether inslingeren, ooit o zo fruitige dames die nu alleen nog maar foto's van hun kroost aan de wereld willen tonen omdat van hun mooie looks weinig meer is overgebleven dan een puddinkje met vettig haar in een joggingbroek en op nep-Uggs. De trouwfoto's in combinatie met de vakantiefoto's van na de eerste bevalling tonen een pijnlijk voor en na scenario. Zo'n scenario waardoor je zelf bijna af wilt zien van het voortbrengen van nageslacht... helemaal als er dan ook nog bij ge-wie-wat-waart wordt dat de hele diarree-familie weer is opgeknapt en morgen afreist naar Plopsa-land. Is dat mijn voorland?

No way hosee. Ik hyve dan misschien niet meer over mijn geweldige-fantastische-flitsende (ahum) leventje. Eén ding is zeker...als er kleine FeMmetjes komen, ligt moeders keurig gemake-uped en opgepoetst in het kraambed. Oké Uggs zullen aan mijn voeten pronken, maar daaronder zitten dan wel mooi rood gelakte teennageltjes. En net als vriendinnetje M, zal ik met mijn blubberbuikje (keurig opgevouwen in de correctiehempjes van de Hema) stralen als nooit tevoren en met prachtig gemanicuurde vingertjes mijn kroost aan mijn (hopelijk dan weer goed gevulde) boezem vleien. En mocht ik eens last krijgen van diarree, dan blijft dat iets tussen mij en de wc-pot. Sommige dingen wil ik niet weten, sommige dingen willen jullie niet weten. Want alles weten maakt niet gelukkig. Maar niet meer hyven wel.

dinsdag 21 december 2010

Klokhuisvragen

Bij een aantal van mijn vriendinnen sta ik inmiddels bekend om mijn Klokhuisvragen. Want ik zit vol met dringende levensvragen die ik graag zou willen stellen maar waarvan ik weet dat menig bevraagde zijn wenkbrauwen zou fronsen. En dus stel ik ze niet. En natuurlijk schrijf ik al helemaal geen brief naar Klokhuis, want ik denk niet dat ze daadwerkelijk een item zouden willen besteden aan de dingen die ik me afvraag over de laatste schaamhaartrends en de hygiënische aspecten daarvan. Ik denk ook niet dat ze daadwerkelijk een gynaecoloog zullen vragen wat hij/zij wenselijk vindt ten aanzien van hoogzwangere, dikbuikige dames die liggen te baren. Maar ik vraag me zulke dingen dus wel af.

Gelukkig is er de sauna. Een belangrijk deel van mijn levensvragen wordt daar proefondervindelijk beantwoord. Zo weet ik inmiddels dat mensen met teveel buik ook vaak teveel haargroei hebben en ik vermoed dat daar een praktisch verband tussen bestaat....ze kunnen er waarschijnlijk niet goed bij of ze zien niet hoe weinig florisant hun tuintje erbij staat. Ook weet ik dat een keurig gemaaid plantsoentje niet alleen iets is van mijn leeftijdscategorie, maar ook wordt gewaardeerd door dames en heren die ouder zijn dan mijn ouders.

En dat brengt me ineens op een heel andere gedachte. Een gedachte die zo spoedig mogelijk uitgebannen moet worden. Pap en mam zijn - as i write - in het zuiden des lands neergestreken voor een paar dagen Thermen en andere geneugten des levens. Ineens ben ik gelukkig dat vaderlief te beknepen was om naar de naakte-mensen-sauna te gaan en gewoon keurig zijn zwembroekje aantrekt. Want als één Klokhuisvraag wat mij betreft nooit beantwoord hoeft te worden, dan is het wel die naar de trends in buiktuintjes onder ouders (en dan bedoel ik niet de buiktuintjes die ze in Den Haag gebruiken om aan te duiden dat iemand is gaan hemelen). Alles weten maakt niet gelukkig...

zondag 12 december 2010

Moeder en zoon

Je denkt er niet bij na, maar ook grote mannen van twee meter hebben een moeder. En hoe stoer of dapper ze zich ook voordoen, op het moment dat die moeder dan ter sprake komt, gebeurt er iets. Ze worden zachter, sommigen bijna week. Als ze vertellen over hun moeder, is alle bravoure verdwenen en voel je de liefde uit hun hart, doorklinken in hun stem.

Niet alleen kleine jongetjes met een schaafwond op hun knie hebben hun moeder nodig. Ook grote mannen van twee meter, die zich de laatste schaafwond niet eens meer kunnen herinneren, hebben hun moeder nodig. Sommigen voor hele basale dingen, zoals het doen van hun vieze stinkwas. Anderen omdat ze na de zoveelste verbroken relatie weer even een logeerbed nodig hebben. Maar moeders zijn er ook voor een warme hap en voor goede raad aangaande partnerkeuze. Zo vertelde vriend M laatst dat zijn moeder altijd goed kijkt wie hij nu weer aan de haak slaat. En het is niet gauw goed. 'Wanneer neem je nou eens een normaal meiske mee naar huis?', vroeg ze hem. Aan de meesten mankeerde wel wat. Hadden ze geen problemen, dan leken ze wel weer een type uit de Murkstraat.

Het is mooi om te zien hoe grote mannen van twee meter omgaan met hun moeder. Hoe ze weer even kleine jongetjes worden als moeders in de buurt is. Oké, er zijn uitzonderingen op de mooie band tussen moeder en zoon. Soms draaft moeders wat door en creëert ze al doende een Frankenstein-achtig exemplaar... Maar meestal is het mooi, de liefde van een zoon voor zijn moeder en van een moeder voor haar zoon. X moet dat allemaal missen. Maar ook hij, met zijn 36 lentes jong, zou nog veel moeder hebben kunnen gebruiken. Gewoon voor het portie onvoorwaardelijke liefde, het warme prakje en het thuisgevoel, dat ieder mens zo nodig heeft. Hij mist het, soms zonder het te weten. Ze heeft een leegte geslagen, een leegte die ik nooit kan opvullen. Want ik ben zijn moeder niet. En zijn vader is zijn moeder ook niet. Er is maar één je moeder, en dat is altijd de liefste van de wereld. Wat had ik hem gegund dat hij vol warmte en liefde over zijn moeder kon spreken. Dat hij een moeder had die hem vertelde wie hij was en waar hij heen moest. Dat hij geen verdriet had om haar gemis. Dat hij altijd een plek had om naar terug te gaan...

donderdag 25 november 2010

En natuurlijk ook een nieuwe: STOM!

* dat het makkelijker is om stomme dingen te bedenken dan leuke * gladheid * dat MTV elke ochtend dezelfde liedjes uitzendt als ik me aankleedt * dat ze kipfiletjes opgepoetst in een pakje doen en ik toch elke keer weer de wereld aan bloed en pezen tegenkom bij het uitpakken * liegen * dat één chocopinda nooit genoeg is * dat je gepaste kleding zelf moet terughangen bij de WE - weet ik veel waar ik alles vandaan heb? * afgebladderde nagellak * dolfijnentattoos * valse bescheidenheid * Sonja Bakker die in de Linda intellectueel doet * dunne meisjes die zichzelf dik vinden * mensen die ze achter de ellebogen hebben * dat het parket zo koud is aan mijn blote voetjes * de nieuwe clip van 'Sterretje'* MARLIES DEKKERS * dat ik mijn hele leven al een hondje wil en hem nog steeds niet heb * stappen om het zuipen * dat de zwaartekracht mijn lichaam niet met rust laat * Wilfred Genee * reclames over 'ongewenst goud' * rimpels * verkopers die nepaardig zijn * wantrouwen * regen op de heenweg * dat tien chocopinda's nooit genoeg zijn * dat Wesley en Yolanthe niet gewoon betalen * sleehakkenblote ruggen in de winter * nagelbijten * dat de foto's op Twitter zo klein zijn dat ik mensen niet herken * houdbaarheidsdata * mensen die indruk willen maken met moeilijke woorden * lekkere trek * drugsdat ik nu dit typ en niet aan het rennen ben * dat Oudjaarsavond altijd tegenvalt * mensen die altijd stinken * brillenkoordjes * BONT * dat de kantinejuf steeds moppert dat ik teveel sla pak * dat de knopen op mijn nieuwe, veel te dure jas, niet goed vast zitten * dat ik geen liedjes meer kan downloaden op mijn telefoon * jeugdpuistjes op je dertigste * dat ik niet kan zingen * x-benen * aanrechtdoekjes * dat een handje vol chocopinda's pas het begin is *

Een nieuwe: Leuk!

* dat P zegt dat ik ren als een hinde * Will&Grace * chocopinda's * twee ovens * dat ik qua werk helemaal weet wat ik wil * henneprooidagen * een dansende X * dat ik me een fluoriscerende lolly voel als ik ren * lachen * dansen alsof niemand kijkt * het gevoel dat de Sint Pieter me gaf * Rihanna * verrassingen * dat ik me 12 keer kan opdrukken * de daadkracht van X * gekte * dat P&K gaan trouwen * dat Suus een baby krijgt en W ook!!! * dat ik tegenwoordig blij word van de spiegel * schilderen * Fuck You * mijn collega's * PANTERPRINTJES * dat mijn tennismattie ook mijn mattie is zonder tennis * nieuwe mensen leren kennen * de retro-bel op mijn fiets * de reünie van Take That * Rome * dat broerlief zo lekker gitaar speelt * rode teennagels (natuurlijk!) * scheisse aan alles * het buikspier-kwartier * Linda * 'de dokter' * dat mijn ouders nog zo blij met elkaar zijn * The New Kids (ik snap ook niet dat ik telkens weer lach om het stukknijpen van een gevukd blikje bier) * een dertiende maand * dat beppe leert genieten zonder pake * flauwe grappen over Feyenoord * Albert-Heijn reclame * America's Next Topmodel * dat erwtensoep eindelijk weer bij de tijd van het jaar past * opgetild worden * de handdans * korting * kerstborrels Twitteren * puzzeltjes * Spongebob squarepants *een schitterende sterrenhemel * strandwandelingen bij avond * twinkeloogjes * jacuzzi's in de tuin (wil ik ook!) * een telefoon die alles kan * oude vriendschappen vernieuwen * TVOH * samen zingen in de auto * de 4 mijl van Groningen * winterbanden * de post ptss fase * John Mayer met Alicia Keys * pindakaas * Veertje (poes) die languit op zijn rug ligt te snurken * nep Uggs * Dennis Weening * Jokertjede woordgrappen van X * hihihi *

dinsdag 23 november 2010

Loca loca loca

Shakira, dat elastiekje uit Colombia, nooit was ik echt fan haar. Kreeg hooguit pijntjes op plaatsen in mijn lichaam waarvan ik het bestaan niet kende, als ik haar op het scherm zag kronkelen, terwijl zij onbegrijpelijke teksten zong met haar - in mijn ogen - vreselijke accent. Om dan nog maar te zwijgen van dat beknepen stemgeluid.

Maar nu zingt ze "I'm crazy but you like it". En opeens die houterige heupen van mij worden in gang gezet alsof ze een slang in een mandje zijn waar een slangenbezweerder zijn kunsten op loslaat. Niet alleen om het deuntje, maar vooral om de tekst. Loca loca loca. Ergens voel ik me erdoor aangesproken.

Misschien is dat omdat ik de laatste tijd toch officieel een beetje gestoord was. Ik zat tenslotte niet voor niks elke week bij een psychotherapeut. Maar ik denk toch at het vooral is omdat ik altijd een beetje anders dan anders ben geweest. Vroeger baalde ik daarvan. Voelde ik me raar en had ik het gevoel nergens bij te horen. En dat gevoel is er af en toe nog wel eens. Maar het is niet meer zo vervelend. Ik vind het eigenlijk best fijn dat ik afwijk. Dat ik een beetje 'gek' ben. Soms maak ik mezelf wijs dat ik bijzonder ben. Maar nu vind ik "Loca loca loca" ook wel een goede omschrijving.

Ik hoorde Hedy D'Ancona ooit zeggen dat ze een rijk geestelijk leven had. En toen heb ik mezelf beloofd dat ook te willen en te krijgen. En volgens mij is dat gelukt. In mijn hoofd gebeurt zoveel, ik hoef me nooit te vervelen. De rare gedachtensprongetjes - die ik volgens velen schijn te maken - zorgen voor een permanente voorziening aan binnenpretjes en voor een rijk geestelijk leven. Misschien is dat gek. Maar: Loca loca lucky...that's me.

zondag 21 november 2010

PPTSS

Eerst was er Fem. Toen was er Fem met een PTSS. En nu is er Fem met een PPTSS. Een post posttraumatische stress stoornis. Iemand met verstand van zaken zei ooit; een PTSS legt een waas over je persoonlijkheid. En ik snapte niet precies wat ze bedoelde, want ik voelde geen waas en ik zag hem ook niet. Maar nu de waas weg is, snap ik ineens wat ze bedoelde.

De waas is weg en ik ben terug. Gewoon Fem in vol ornaat. Zonder fratsen, zonder schaduw, zonder sluier, gewoon weer "what you see is what you get". Ik had nooit gedacht dat ik ooit zou kunnen merken dat het over was. Dat ik genezen was. Maar nu merk ik het. Sterker nog, ik weet het zeker. Want toen ik de aanstichter van het leed weer zag, voelde ik niets. Gewoon niks, nakkes, nada. Een wonder. En ik bevind me dus ineens in de post ptss. Een fase waarin het gewoon wennen is om weer mezelf te zijn. Die ptss heeft mijn persoon, mijn leven, toch een flink aantal jaren beheerst en bepaald. Ik mis het bijna, zo gewoon was het geworden. Dus nu moet ik op zoek. Op zoek naar wie ik ookal weer ben. Hoe ik ookal weer ben. Of beter gezegd; hoe ik ben geworden.

Een mooie ontdekkingsreis. Vol verrassingen. Was ooit mijn motto dat de mens het meest lijdt, door het lijden dat hij vreest... Inmiddels is het geworden: NO GUTS NO GLORY. En dus maakt het niet uit wat ik ga vinden achter de volgende deur, na de volgende bocht. Mijn levenspad was hobbelig, en zal dat vast blijven. Maar ik kan het aan, en alles komt altijd wel weer eens goed. Post PTSS en Pre AWKG (alles wat komen gaat).

Het begint gewoon bij 30!

donderdag 18 november 2010

Fix You

Om de tijd even te doden zoek ik mijn favoriete nummer aller tijde op. Daar staat Chris Martin van Coldplay ineens op mijn scherm. Kwetsbaar staart hij in de lens en nog kwetsbaarder zingt hij hoe erg het is om van iemand te houden en het toch niet lukt samen. Hij zingt over het licht, dat je naar huis zal leiden en je hart zal verlichten. En hij zingt dat hij me zal proberen te fixen, helen.

Ooit sprongen de tranen spontaan in mijn ogen en had ik een brok van hier tot gunder in mijn keel. Chris zong over mij en troostte me. En dat voelde goed, maar ook verdrietig. En nu luister ik weer naar hem. En nog steeds is het nummer even prachtig. Maar mijn keel blijft leeg en mijn wangen droog.

Oké, kwetsbaar ben ik nog steeds. En dat zal ik vast altijd blijven. Maar de meeste barsten in mijn ziel zijn weer aan elkaar gelijmd. Er hoeft even niks gefixt te worden. Ik heb het gewoon gefixt, veel lijmen, veel tranen plengen en nu is het goed.

Als ik Chris nu hoor, denk ik aan mijn broer, die me bij het concert van Chris en consorten optilde om te zorgen dat ik het goed kon zien. Ik denk aan de warme band die ik met hem heb. Een broer die voor altijd een veilige thuishaven zal zijn. Ook als er weer een barstje bijkomt. En dat is een troostende gedachte, een rijkdom, waar ik dan toch wel weer een brok van in mijn keel krijg.