vrijdag 26 maart 2010

Meneer de Haas

Ik stuur mijn auto (of hetgeen daar nog voor door moet gaan na twee botsinkjes in korte tijd) de bocht om. Mijn koplampen verlichten de verlaten straat. Ineens beweegt er iets voor me. Even denk ik nog dat het een frivole kat is die dartel over de weg danst. Maar als ik beter kijk zie ik dat het een haasje is dat de weg al hippend, sierlijk oversteekt. Een haasje! Aan de rand van mijn buurt zie ik af en toe een stel fazanten dat me het schijngevoel van wonen in de natuur bezorgt, maar een haas! Hier in mijn straat...tussen huizen, asfalt, klinkers, keurige gazonnetjes, ladingen grind en strakke bloemperken. Geen velden te bekennen tussen al deze wegen.

Het haasje rept zich voor me uit. Verder de straat in. Ik minder vaart en kijk vol medelijden toe hoe hij de afslag naar de natuur zoekt. Hij kan hem niet vinden. Want die afslag is hier niet. Nou ja, tenzij hij de ploemp in wil. Maar bij mijn weten kiest hij liever het hazenpad dan een duik in het water te nemen. Plotseling staat het haasje stil, recht voor mijn auto. Hij kijkt achterom, alsof hij mij om de weg wil vragen. Dan springt hij weg....recht voor me uit, verder en verder de straat in. Steeds verder de verkeerde kant op.

Ik parkeer mijn auto. Doof mijn lichten en blijf kijken tot ik het haasje niet meer kan zien. Ik voel me verdrietig over onze ontmoeting. En ik vraag me af waar het haasje vandaan komt. Woonde hij hier al voordat Vinex zijn intrek nam op zijn stukje land? Is hij gewoon telkens een beetje verhuisd als er weer een nieuw stuk beton werd opgetrokken. Werd zijn stukje groen steeds grijzer totdat hij het op een avond niet meer aankon en zijn spullen pakte om ervandoor te gaan? Op zoek naar een nieuw thuis? En was dat net het moment dat ik thuis kwam, niet in mijn buurt maar eigenlijk in zijn buurt... Meneer de Haas ik hoop dat je een mooi plekje hebt gevonden. En anders ben je welkom in onze tuin. Gras genoeg....en je mag er best een legertje in graven.

woensdag 24 maart 2010

Waar hij niet wil zijn

Acht uur 's morgens. Een gemiste oproep van mijn moeder. Meteen schiet door mijn hoofd dat er iets ergs moet zijn gebeurd. Ik denk aan pake. Hij is vast dood. Als ik terugbel is mama in gesprek. Geen goed teken, flitst er door mijn hoofd. Dan krijg ik haar te pakken en blijkt dat pake niet dood is. Gelukkig. Maar mama is verdrietig. Want pake is er vandoor gegaan. Midden in de nacht. Helemaal alleen.

Hij woont juist in de crisisopvang omdat hij er thuis iedere keer tussenuit piepte en het gevaarlijk werd. Maar als een ware Houdini heeft hij ook zijn uitvlucht uit die zwaarbeveiligde vesting gevonden. Hoe is het mogelijk? Zou hij alle deuren hebben gecontroleerd in de hoop dat er eentje per ongeluk niet goed afgesloten was? En had hij toevallig geluk? Wat zal hij een euforie hebben gevoeld toen hij de vrijheid tegemoet wandelde.

Ik probeer me voor te stellen hoe het moet voelen voor pake. Zijn verstand laat hem volledig in de steek, maar ergens in zijn hoofd zit continu het besef dat hij op een vreemde plaats is en dat hij naar huis moet. Wat een onrust. Toen hij tegen zijn nieuw gemaakte vriend zei dat die gewoon het gebouw uit moest lopen, lachten we erom. We wisten zeker dat pake zoiets nooit zou doen. Maar toch is hij vertrokken. Op weg naar beppe. Want hij miste haar zo, zei hij tegen de agenten die hem gelukkig hebben gevonden.

Ik moet een beetje lachen en voel me stiekem ook een beetje trots. Wilskracht zit kennelijk in de familie. Maar tegelijk zit er toch ook een klein steentje in mijn maag. Wat had er wel niet allemaal kunnen gebeuren? En wat zal er toch in pake zijn omgegaan toen hij ineens, in het donker, zonder jas, in wildvreemde omgeving rondschuifelde? Om nog maar niet te denken aan de enorme teleurstelling die hij zal hebben gevoeld toen ze hem niet naar beppe brachten. Terug naar de plaats waar hij niet wil zijn.

EMDR

Piepjes. Elke maandagavond luister ik anderhalf uur naar piepjes. Omdat ze zeggen dat het helpt doe ik het. Maar ik snap er niks van. Hoe kunnen piepjes de stenen uit mijn rugzak halen? Hoe kunnen piepjes de tranen van mijn wangen vegen? Hoe kunnen piepjes het nu weer nu maken en toen écht toen?

Vraag niet hoe het kan, profiteer ervan! Dat is hoe ik er inmiddels tegenaan kijk. Oké, het is loeizwaar om iedere week het luikje naar de nare herinneringen open te trekken en alles te voelen wat ik toen niet aankon. Maar het werkt! Na maanden stug doorzetten voel ik ineens dat mijn rugzak iets makkelijker te dragen wordt. Voel ik ineens weer wie ik ben en besef ik beter hoe het hier en nu in elkaar zit. Niet elke nare herinnering sleept me meteen terug naar toen. Niet elk liedje van toen tovert een knoop in mijn maag. Niet elke gedachte aan een nare gebeurtenis brengt me tot tranen. Ik slik gewoon even, en ben weer in het nu.

En wat voor nu! Een nu waarin ik mezelf langzaam terugvind en ontdek dat ik eigenlijk helemaal niet zo'n druktemaker ben als ik dacht. Een nu waarin ik mezelf mag zijn, ook als ik even onuitstaanbaar ben. Een nu waarin ik niet meer bang ben. Onvoorstelbaar dat het kan. Niet bang zijn, gewoon voor niks. Vertrouwen voelen als ik nadenk over de toekomst. Zekerheid, veiligheid, maar nooit saai. Een prachtige combi.

Maandag weer naar de piepjes. Maandag weer even terug naar toen, maar de rest van de week ben ik gewoon weer FeM.
FEM - PTTS = BLIJ.

woensdag 17 maart 2010

Milly

Ik wilde een stukje schrijven over Milly. Maar het lukt niet. Soms zijn er gewoon geen woorden voor de wreedheid van de mens en voor het gemis van een kind. Dus zwijgen mijn vingers op het toetsenbord en denk ik aan Milly, hopend dat haar laatste uren gelukkig waren en dat haar dood plotseling kwam, zonder pijn.

vrijdag 12 maart 2010

Meisjes

Ik zie haar zitten en zeg zacht tegen de televisie; "Och meisje toch". Ze laat zien hoe ze elke nacht aan een zak met voeding vastzit via een slangetje in haar borst. Dapper trekt ze haar jurk omhoog en toont ze haar stoma, met daarnaast een jaap in haar buik van boven tot onder. Ietwat cynisch zegt ze dat haar lichaam altijd haar instrument was en dat ze eigenlijk een prachtige buik had. Tja, die zou ze wel heel graag terug willen hebben. Ze zegt het met berusting. Want een strak buikje is wel het laatste waar ze zich druk om maankt. Ze gaat toch dood. Darmkanker.

Ik zie haar zitten aan de andere kant van mijn tafel en denk af en toe: "Och, meisje toch". Amper vijftig kilo, het lichaam van een kind. Maar officieel volwassen. En ze zegt het niet, maar ik weet dat ze in haar korte leven al meer nare dingen heeft gezien dan de meeste mensen in een heel leven. Ze kent hier niemand en daarom wilde ze mij leren kennen. Om meisjesdingen te doen. Lekker shoppen of gewoon samen eten. Later, als alles beter is, wil ze advocaat worden. Nu maakt ze zich vooral zorgen om haar veiligheid.

"Och meisje toch." Denk ik als ik in de spiegel kijk. Wat ben je toch een akelige tuttebol! Altijd maar zeuren over de lellende vellen op je buik. Altijd maar rondzeulen met de gevolgen van een nare tijd. Tuurlijk, ieders eigen pakje draagt het zwaarst. Maar er zijn zoveel meisjes die het 1000 maal slechter hebben dan ik. En het is heel erg goed om daar van doordrongen te zijn.

"Meisje, meisje, tel je zegeningen".... Zoiets zou mijn oma zeggen.

donderdag 11 maart 2010

Het eind van de wereld

Ik klik van de een naar de ander en kom opeens op een profiel van iemand terecht die met grote stelligheid beweert dat onze aarde op 12 juni 2012 zal vergaan. Ik moet lachen en kijk nieuwsgierig even rond om te lezen van deze persoon allemaal beweert. Hij of zij (wil anoniem blijven kennelijk) komt nogal boos en geïrriteerd over. Hij (laten we voor het gemak spreken van een hij) vindt vooral mensen die werken om geld te verdienen  nogal stom, geloof ik. En beweert dus dat vooral die mensen het niet lang meer zullen maken. O jee! Kennelijk vergaat de wereld in zijn optiek maar half, want als ik het goed begrijp mogen "zij die het begrijpen" blijven leven. Wat we dan zouden moeten begrijpen, wordt me niet helemaal duidelijk, dus ik lees - niet gehinderd door enige kennis en verrast door zoveel lariekoek - vrolijk verder. Totdat het me te gortig wordt en vooral te negatief en ik gewoon weer op het volgende profiel klik.

Maar nu zit ik hier, al kauwend op een tzatziki salade met teveel knoflook, en begin ik me ineens toch van alles af te vragen. Ten eerste of X de knoflook nog zal ruiken als hij over vier uurtjes thuiskomt... Maar ook wat ik zou doen als ik zeker wist dat de wereld over twee jaar zou vergaan, of als ik daar in ieder geval heilig in zou geloven. Een moeilijke vraag. Maar één ding is zeker; ik zou me niet meer bezighouden met hyves. En ik zou ook zeker niet aan de hele wereld vertellen dat het zo is. Ten eerste omdat ik wel kan bedenken dat iedereen me dan voor gek zou verklaren. Maar ook omdat het wel handig is om alleen over die kennis te beschikken. Als iedereen het immers zou weten, zouden ze natuurlijk hetzelfde briljante plan als ik kunnen hebben. Want wat zou ik doen? Meteen stoppen met werken en een enorme lening bij de bank afsluiten om de laatste twee jaar van mijn leven lekker luxe van te kunnen leven. Terugbetalen hoeft tenslotte niet als we met zijn allen de pijp uit gaan. Ik zou reizen met X, van oost naar west en van noord naar zuid. Overal kijken waar de mooiste plek is om te sterven. Ik zou bootjevaren tot ik er genoeg van had. Ik zou elke avond dat ik thuis was op een (nep) berenvelletje voor de superdeluxe haard (die ik ook van het geleende geld zou kopen) liggen knabbelen aan heerlijke gerechtjes die we allemaal zouden laten brengen. Ik zou geen dag meer nadenken over de lijn of andere triviale uiterlijkheden, want dit lichaam hoeft toch geen veertig jaar meer mee, en hoeveel kan een mens aankomen in twee jaar?

Maar dat doe ik allemaal niet, omdat ik gewoon geloof dat ik nog wel vijftig jaar meega. En omdat ik geen zin heb om mijn leven door angst te laten beïnvloeden. Ik geniet gewoon. Ook van de dingen die 'moeten'. En dat bootje varen, reizen en haardvuurtje? Dat komt allemaal wel. Gelukkig heb ik nog genoeg leven voor me om hard te werken, genoeg geld te verdienen en vooral hard te genieten.

Maar misschien is het besef dat ik meteen zou stoppen met hyven wel een reden om daar ook gewoon nu eens van af te zien. Eigenlijk is er geen einde van de wereld voor nodig om je prioriteiten weer eens goed te bepalen.

dinsdag 9 maart 2010

Foetus

Terwijl mijn hoofd op knieën rust en ik tussen mijn benen door naar mijn roze-gelakte teennagels staar, voel ik het warme water van de douche over mijn rug stromen. Mijn hoofd draait op volle toeren. Eerst bedenk ik me dat het eigenlijk heel lekker zit zo, in deze houding. Ik vraag me af hoe het zou komen dat ik vroeger nooit lekker zat als ik mijn knieën optrok. Zou het komen doordat er minder vet om mijn botten zit? Of is het juist doordat ik eindelijk eens wat spieren ontwikkel? Zou ik toch nog eens een elastiekje worden?

Dan bedenk ik me dat dit natuurlijk de foetus-houding wordt genoemd en herinner ik me collega W die ooit - na een semi-kwetsende opmerking van een ander - opmerkte dat ik die avond wel weer in foetus-houding onder de douche zou eindigen. Haar opmerking had een beetje hetzelfde effect als de vaste grap van pake dat wij als kleinkinderen al het eten onder onze neus stopten. Jaren heb ik naar die opmerking geluisterd en beelden voor me gezien van mij en mijn neefjes en nichtjes die eten tegen de onderkant van onze neuzen aanduwden. Totdat ik op een dag, na de honderdste keer pake te hebben aangehoord, eens goed om me heen keek en me besefte dat mijn mond NATUURLIJK onder mijn neus zat. Ik weet nog dat ik het toen uitriep en iedereen me verbaasd aankeek. Zij bleken het allang door te hebben. Zelden voelde ik me zo dom. En terwijl ik hier zo onder de douche zit - in foetushouding - realiseer ik me dat ik weer een "eten onder de neus" ervaring heb gehad. Toen collega W het zei zag ik mezelf liggend op mijn zij, met opgetrokken knietjes, onder de douche liggen en bedacht ik me meteen dat dat echt niet zou passen in mijn douchebak en dat ik dan vast water in mijn oren zou krijgen. Vol overtuiging riep ik toen dat ik zoiets nooit deed en voelde ik me op dat moment alles behalve zielig.

Maar nu zit ik hier dus. Zoals bijna elke dag. In foetus-houding. En mijn hoofd vertelt me ineens dat het best gek is dat ik altijd onder de douche wil zitten. Mijn lijf vertelt me dat het helemaal niet gek is. Ik ben gewoon te moe. En ineens weet ik dat het klopt. Ik doe dit immers pas sinds ik de minder mooie kanten van het leven heb leren kennen. Kennelijk kan ik gewoon niet meer op mijn benen staan. Dan bedenk ik dat ik vast gauw weer opsta en dat er tijden komen dat ik nooit meer onder de douche wil zitten. Benoem ik het douchen gewoon als mijn manier om mijn dag te verwerken en tot rust te komen voor de nacht.

Mijn gedachten dwalen al weer af als ik mijn rode vingernagels zie. Hmm, best mooi, maar ik krijg er wel oude handen van. Handen van een dertiger…. Ach, het is tijd om op te staan, de kraan dicht te draaien en ook mijn gedachtenstroom te stoppen. Genoeg gedoucht en gedacht voor vandaag. Morgen toch maar eens proberen te staan.

Diepgang

Vaak lees ik over wetenschappelijke onderzoeken en vraag ik me af; wat is hiervan in vredesnaam het nut en waarom geven we daar zoveel geld aan uit?! Maar vandaag niet. Vandaag las ik over de uitkomst van een wetenschappelijk onderzoek dat weer een klein hoekje van mijn karakter oppoetste. Niks geldverspilling, niks nutteloos. Precies wat ik wilde lezen.

Waar ging het over? Over oppervlakkige gesprekken. Die maken ongelukkig. De hele dag over koetjes en kalfjes en je kunt naar de slachtbank. Nee, mensen die in een conversatie veel van zichzelf leggen zijn over het algemeen gelukkiger. Komt dat even goed uit! Vanaf nu dus nooit meer de neiging om een vuist in mijn mond te stoppen om de onuitputtelijke woordenstroom over de meest intieme onderwerpen af te breken. Vanaf nu dus nooit meer de aandrang om mijn eigen tong af te bijten nadat ik weer eens een minder sterke kant van mezelf naar voren heb gebracht. Nooit meer naar huis fietsen en mezelf onderweg voor het hoofd slaan omdat ik weer eens het achterste van die - nog steeds niet afgebeten - tong heb laten zien aan mensen die ik amper ken.

Ook het zinnetje in het onderzoeksrapport dat "mensen die veel met anderen converseren gelukkiger zijn dan mensen die meer op zichzelf zijn" sprak mij erg aan. Laat die collega's en vriendinnen maar roepen dat ik nooit "uit sta" en dat ik een kletskont, kwebbelkous, praatjesmaakster, flapuit, of ratel ben. Ik ben gewoon heel erg goed in mezelf gelukkig maken. En als de rest van de wereld dat nou ook eens zou zijn?!

Dan zou ik nooit meer verlangen naar een achtergrond muziekje in de wachtkamer van de tandarts, dan zou ik nooit meer een pijnlijke stilte ervaren als ik met wildvreemde mensen zat te wachten tot een cursus begon en zouden de bus- en treinritjes een stuk sneller voorbij gaan. Praten, converseren en écht leren kennen tot je niet meer gelukkiger kan worden. Maar misschien moeten ze dan nog wel even onderzoeken of anderen wel op mijn diepgang zitten te wachten….

zondag 7 maart 2010

Onderweg

Happiness is a journey, not a destination. Geluk is een reis, geen bestemming.
Een prachtige tekst, afkomstig van Bhoeddisten. Ik kreeg hem ooit van een niet nader te noemen persoon voor mijn verjaardag. Lange tijd hing de tekst aan de muur, maar door mijn nieuwe start was er geen ruimte meer in mijn huis, hoofd en hart voor herinneringen aan de gever van de tekst. Dus nu ligt hij ergens op zolder achter een deurtje. Gelukkig zijn sommige dingen sterker dan zolders en deurtjes. Sommige dingen nestelen zich vast in je hoofd.

Zo nu en dan danst de zin ineens weer door mijn gedachten. En voel ik de zon van het moment dat ik de tekst kreeg en hoe ik me toen, ondanks de schoonheid van het kado, doodongelukkig voelde. Ik weet nog dat ik toen hoopte dat ik ooit het goede reisschema zou vinden en me los kon maken van de verkeerde reisgenoot. Ik weet nog dat de tekst me hoop gaf, maar tegelijk ook lastig voor me was. Want als de reis geluk moest brengen, was ik niet goed bezig. Ik hoopte juist dat geluk hetgene was dat me wachtte als ik maar even doorzette, nog heel even volhield.

Vandaag komt de zin ineens weer naar bovendrijven op de zee van mijn gedachten. Niet omdat ik nog steeds hoop dat de reis eindelijk eens wat leuker wordt. Nee, juist omdat het voelt alsof ik mijn bestemming heb bereikt. Voor het eerst begrijp ik de zin beter, of anders. Voor het eerst merk ik dat ik echt op reis ben. Het kwartje valt. Natuurlijk is geluk niet de bestemming. Dat zou immers betekenen dat het leven op enig moment een stilstaand geheel moet worden. En het leven is alles behalve een stilstaand geheel. Ja, in theorie zou ik tot in de eeuwigheid hier in huis kunnen blijven. Maar ook dan zou alles veranderen. Die prachtige film is straks niet meer op televisie. De geur van mijn pasgebakken taart zal langzaam vervliegen. Het vol verwachting op X wachten zal veranderen in blijdschap zodra hij thuiskomt. En dit stukje is straks geschreven. Mijn gedachten zullen afdwalen en de radiator zal automatisch uitgaan. De zon zal ondergaan en ik zal op enig moment vast wel weer eens moeten plassen. Dus niets blijft zoals het is, zelfs de kleinste dingen kun je niet vastzetten. Het leven is de reis. En ik ben een hele gelukkige reiziger.

Natuurlijk zal ik onderweg wel weer eens in een verkeerde taxi stappen of een hotel boeken waar de ontvangst minder hartelijk is. Natuurlijk zal ik wel weer eens een afslag missen en het gevoel krijgen dat ik verdwaald ben. Maar zolang ik de goede reisgenoot heb en kan bouwen op de goede gidsen die mijn ouders altijd zijn geweest, zal geluk met mij zijn en de reis veraangenamen. 

donderdag 4 maart 2010

Reclame

We rijden in het donker. Het licht van de lantaarnpalen valt naar binnen in de auto. Van paal naar paal, lamp aan, lamp uit. Het is bijna hypnotiserend. Het is al laat en ik voel me rozig. Geen auto's om ons heen. Ik staar voor me uit. Dan vangt een reclamebord mijn blik. Ik zie in een flits een mager meisje met een mooi gezichtje. Haar lichaam is gehuld in een suterige, vale spijkerbroek met een suffig blauw-wit gestreept truitje dat me doet denken aan de marine-mode van de jaren tachtig. Ze heeft haar lichaam in een houding gemanouvreerd die ik nog nooit heb aangenomen (als je de keren dat ik met de fiets onderuit ging buiten beschouwing laat).
Rozig, maar onverwacht scherp, vraag ik me ineens af hoe het toch kan dat ze zulke lelijke kleren op een reclamebord gooien. Oké, in de flits zag ik nog wel dat het allemaal geen drol kostte (zoals trouwens alles bij mijn vrienden Hennes en Maurits), maar dat maakt natuurlijk nog niet dat ik in een apepakkie wil gaan lopen. Het model kon het hebben, maar die zou er nog goddelijk uitzien in een vuilniszak (en dat geldt echt niet voor iedereen, weet ik sinds ik een keer bij gebrek aan een regenpak een vuilniszak heb omgeknipt tot jas).
Voordat ik al mijn gedachten over zoveel lelijkheid op een reclamebord heb kunnen ordenen, doemt een nog veel groter bord op. Ik zie Frans Bouwer en een meiske met een onbestemde etnische achtergrond. Net als ik dacht dat de kleren van H&M het toppunt van slechte smaak waren, realiseer ik me dat de ruitjesblouse van Frans, in wit, oranje, paars en blauw, alle verbeelding tart. Het arme, rasloze (of multiraciale) meiske staat er zelfs bij in een oversized oranje fleece-jack. En dan wil ik het nog niet eens hebben over haar merkwaardige kapsel of over de bleke - en inmiddels ook weer dikke - kop van Frans. Het geheel is qua kleding al schrikbarend genoeg.
Terwijl X de auto weer onder een rij lantaarnpalen doorstuurt, blijven mijn gedachten bij reclameborden en lelijkheid. Het is een wereld die mij totaal onbekend is. Ik dacht nog dat het in reclame altijd ging om het weergeven van de mooiste kant van het leven en van mensen. Het aanspreken van de potentiele kopers. Kennelijk heb ik het mis. Ik probeer de achterliggende psychologie te doorgronden en kijk inmiddels wat bewuster om me heen, zoekend naar een nieuw reclamebord. En dan ineens, staat daar het bord met de aanplakbiljetten voor de gemeenteraadsverkiezingen. Geen reclame voor een product of dienst, maar voor een idee. Voor een gevoel, een smaak, een stroming. Ik lees in een flits: "Stem Homme.....Verdomme".
Ik knipper met mijn ogen. Staat het er echt? Het staat er echt!!! En dan weet ik zeker dat ik reclame al lang niet meer begrijp. Om me ineens ook het spotje voor een hoestdrankje herinner waarin een meisje achtereenvolgens de hoest van haar vader nadoet en die van haarzelf speelt. Ik hoor totaal geen verschil en erger me telkens weer aan de suffe moeder die bloedserieus het middeltje aansmeert. Zouden mensen het echt meer gaan kopen nu? Zouden mensen ook op Homme hebben gestemd? Ver*****, waar zijn we mee bezig?

dinsdag 2 maart 2010

Dood

En toen ging het ineens over de dood. Een woord waarbij ik bijna geneigd ben om het met hoofdletters te schrijven vanwege de zwaarte van de betekenis. De dood. Het is onvermijdelijk voor ons allemaal. De een is er bang voor. De ander hoopt er eeuwige rust in te vinden. Ik weet nog niet bij welk kamp ik hoor. Ik ben er niet bang voor, maar dat is vooral omdat het nog zover weg lijkt. Ooit komt Magere Hein me halen (en dat kan dan ook gewoon zijn voor een skivakantie, aangezien mijn liefste broer zo heet...maar mager is ie geloof ik niet echt). Zoveel is zeker. En tja, dood is dan gewoon dood. Dan is er niks meer aan te doen en zullen we wel zien of ik in de hemel komt, of dat ik mijn hele leven voor niks naar boven heb gekeken en gepraat in de veronderstelling dat er een hemel is.

Maar bij de dood hoort nog iets anders. Namelijk waar laat je het lijk? Mijn hele leven weet ik al dat ik begraven wil worden. Zelfs voordat ik ooit voet in een crematorium had gezet, leek begraven me de beste optie. Want cremeren vind ik zo'n vreselijke bedoening. Ten eerste het idee dat je al moet branden voordat ook maar sprake kan zijn van een vagevuur. Ten tweede de vraag of je wel echt verbrand wordt en niet stiekem op transport naar snijgrage geneeskunde-studenten wordt gezet. Maar erger dan dat is de manier waarop. Stel je nou toch voor dat je aan het eind van een groots en meeslepend leven in een kist terecht komt en dat ze die kist dan rijden naar een plaats zoals het crematorium in Goutum. Dan lig je daar met je goeie gedrag in een ruimte die zo ontieglijk treurniswekkend is dat zelfs de mensen die je stiekem vreselijk vonden de tranen in de ogen springen. Bakstenen muren die een beetje zijn opgeleukt met gekleurde houten panelen (in oranje en paars!!!!). Spuuglelijke stoeltjes die vreselijk zitten en nergens, werkelijk nergens iets moois te zien. Niets dat je aandacht kan trekken, zoals in een katholieke kerk. Gewoon totaal sjeu-loos. Nou, ik wil niet na een sjeu-vol leven sjeu-leus afscheid nemen. Want in een crematorium lijken zelfs de meest gloedvolle afscheidsredes saai en klinkt de muziek altijd schel en gevoelloos. In een crematorium bekruipt mij altijd het gevoel van: Is dit het nou? Heb je het hier nou voor gedaan? Ik kan dan maar aan één woord denken: Anti-climax.

Nou, bij mij geen anti-climax. Gewoon door bling-blingen na de dood. Dat is mijn devies. Dus ik hoop dat mijn nabestaanden tegen die tijd lekker naar een katholieke kerk togen en zich tijdens de afscheiddienst vergapen aan alle prachtige glas in loodramen, onderwijl luisterend naar schitterende muziek, kijkend naar stralende kaarsen en denkend aan hun krasse oma die tuttig is gebleven tot het eind. Even twijfelde ik over begraven. Want de deksel van menig kist bezwijkt binnen luttele seconden na het begraven onder het gewicht van de modder. En dan lig je daar dus in je goeie goed tussen de drek. En het beeld van oma in de kist, nu koud in de grond, laat me ook maar moeilijk los. Maar ik ben er wel uit. Want het feit dat ik elke dag langs de begraafplaats kan fietsen en dan in gedachten altijd even naar mijn lieve omaatje zwaai bezorgt me altijd een tevreden glimlach om mijn mond. En ik wil niks liever dan dat mijn nabestaande tegen die tijd ook een plaatsje hebben om zich te bezinnen op het leven en mij een beetje te gedenken. Dan maar met mijn goede goed in de drek. Of gewoon in een stalen kist.

zondag 28 februari 2010

Kroegpanter

Ik steek mijn arm door de vrije ruimte en probeer vervolgens de rest van mijn (gelukkig iets kleinere lichaam) tussen de mensenmenigte door te wurmen. Ik vraag me af welke onderdelen mijn onderdelen raken en trek kennelijk een gezicht waaraan valt af te lezen dat ik hier niet zo van houd. Aan het eind van de menselijke tunnel staat me dus ook meteen een grijnzend hoofd op te wachten dat hard zijn best doet mijn (overigens goddelijke) snoetje na te bootsen. Ik zie dat hij daar goed in denkt te slagen en roep van de weeromstuit maar iets gezelligs als: "O jee, morgen ben ik bont en blauw!". Het gezicht lacht om  me en ik schuifel door naar de volgende menselijke draaikolk. Ik ben weer eens in de kroeg. Het is lang geleden.  De kroeg en ik,  geen match made in heaven. Eerder een haat-liefde verhouding. Terwijl ik hier sta met de cola spetters op en in mijn nieuwe laarzen en de nicotine-dampen in mijn neus en ogen (ik las ergens dat er een rookverbod geldt, zie je wel dat je de media niet kunt vertrouwen?!) weet ik weer waarom.

De liefde bestond uit het vooruitzicht van een lekker avondje dansen met mijn lieve vriendinnetje I. Uit het idee dat ik vast weer allemaal leuk, grappige gesprekken zou hebben en uit de verwachting met een dikke ego-boost naar huis te gaan. En toen kwam de realiteit en vervormde de liefde langzaamaan om naar haat. Een beetje zoals bij die ex die je eerst heel erg mist, totdat je hem ziet en je realiseert dat het een dikke eikel is in plaats van die leukerd die hij in je hoofd was geworden. Zo sta ik hier met mijn haren volgepompt met haarlak en mijn ogen volgesmeerd met make-up. Zo sta ik hier in mijn leuke nieuwe kleren, die morgen de badkamer zullen uitdrijven op de rookdampen die ik nu sta te vangen. En vraag ik me af waarom ik al die moeite heb gedaan... Ik ben geen kroegtijger. Hooguit een kroegpanter. En dat is dan ook alleen maar omdat ik een sjaal met panterprintje heb.

Wat is het toch dat de kroeg en ik elkaar niet zo liggen? Vroeger was de reden dat ik in de kroeg altijd meteen weer wist dat ik de minst aantrekkelijke was van mijn prachtige vriendinnetjes en dat ik het vooral van mijn karakter moest hebben. Een karakter waar de meeste mede-kroeggangers totaal geen boodschap aan hadden aangezien het niet zat ingepakt in een lekkere strakke spijkerbroek en een even strak pukkelloos gezichtje. Nu sta ik hier met de gewenste buitenkant, maar matcht mijn binnenkant niet meer zo lekker met de omgeving. Als ik om me heen kijk zie ik jongens van 22 die mij even scannen en voel ik me een ouwe taart. Zouden ze zien dat ik al bijna naar de brugklas ging toen zij uit de buik van hun moeder kwamen? Ik zie meisjes met naveltruitjes in de winter en baal dat ik daar nooit de buik voor heb gehad maar denk meteen: blaasontsteking!!!. Ik zie blozende roze wangetjes en besef me dat ik die alleen nog maar uit een potje kan krijgen. Ik voel me te oud en te serieus.

De kroeg en ik. We maken levensfases door die niet zo lekker op elkaar aansluiten. En dus zitten we niet op dezelfde golflengte. Maar dan knalt "Sax on fire" uit de boxen en wordt de ruimte gevuld met rook. Ik sluit mijn ogen en dans dat het een lieve lust is. Geen uiterlijk, geen innerlijk, gewoon de muziek en ik. En even wil ik hier voor altijd blijven. Om me bij het volgende trance-nummer meteen weer een 'kak-troela' te voelen en te verlangen naar een potje line-dancen met X in de kamer.

donderdag 25 februari 2010

Stoelen

Ik maak me druk over de rimpels die langzaamaan oprukken en proberen te verraden dat de dertig heel dichtbij komt. Ik stoor me aan de lellende vellen die het enige bewijs vormen dat ik ooit tjokvolle vetcellen had. Ik mopper over de blauwe kleur van de stoeltjes die X ooit heeft uitgezocht. Ik pruttel over krassen op de tafel.

En dan loop ik in Nieuw Toutenburg tussen de demente bejaarden. Ik kijk naar pake en zie ineens dat hij één van hen is. Een demente, verwarde, oude man. Geen seconde sta ik stil bij rimpels, lellende vellen of wat voor uiterlijkheden dan ook. Het enige wat ik doe is me afvragen wat er toch in zijn hoofd zou omgaan. Snapt hij wel waar hij is, waarom we zijn verjaardag niet thuis vieren, maar in dit troosteloze oord? Weet hij nog wel wie ik ben? Voelt hij zich verraden als we straks allemaal naar ons fijne huis gaan en hij wordt opgesloten in de kamer met het plasticken bed, samen met een volslagen onbekende man en  vooral zonder beppe? Zonder de vrouw waar hij 55 jaar lang, nacht in nacht uit, naast heeft liggen snurken, slapen, dromen, piekeren.

In de auto naar huis ben ik stil. Het is een zeldzaamheid, maar soms heb ook ik even geen teksten meer. Het enige wat ik me bedenk is dat je je hele leven nog  zo hard kunt werken en nog zo je best kunt doen om op de mooiste stoelen te kunnen zitten, als je dement wordt zit je gewoon op stoelen met een geplastificeerd zitvlak. Geen sjeu, geen design, geen kleur. Gewoon oude meuk. Treurnis op de vierkante centimeter. Enkel opgefleurd door tekeningen van kleinkinderen van andere demente bejaarden die misschien al jaren dood zijn.

Broerlief doorbreekt de stilte. Hij vat ons onbestemde gevoel samen door te zeggen dat hij alles uit het leven wil halen wat er in zit. Hij bedenkt dat het niet zinloos is om op mooie stoelen te zitten. Je moet het juist doen zolang het kan. Ik kan niet anders dan hem gelijk geven. En bedenken dat ik heel veel rimpels hoop te krijgen en daar nog heel lang naar te mogen kijken in de spiegel... Onderwijl lachend naar mezelf en om mezelf. Hopend dat ik nét voor de laatste halte de trein kan verlaten.

The winner takes it all

Hoor ik het nou goed? Zegt ze nou dat zij de kostWINNAAR is? Huh? Dat is de tweede keer al deze week, dat ik een hoogopgeleide tante hoor vertellen dat zij het geld in het laatje brengt en niet hij. Maar ook de tweede keer al dat zo'n hoogopgeleide vrouw het verkeerd zegt. Het is toch gewoon kostwinner? Of ben ik nou mis?

Het maakt in ieder geval allerlei gedachten bij me los. Zoals dat ze zich misschien gewoon een winnaar voelen omdat ze de emancipatie tot in het ultieme hebben doorgevoerd. Niet zelf afhankelijk zijn, maar een man afhankelijk van ze laten zijn. En daar dus ook totaal geen moeite mee hebben.
Ik weet niet of ik me een winnaar zou voelen als ik het geld moest verdienen en mijn man zich meer bezighield met zorgtaken en het huishouden. Of zou ik me dan juist een Winnaar voelen omdat hij de loser is? Maar dan is het weer beter om van een Winner te spreken, want dan zijn we toch al in de engelse termen beland. Niet dat ik nou alle mannen die geen kostwinner zijn een loser vind, maar ik geef gewoon eerlijk toe dat ik op het emancipatiefront nog niet tot de winnaars behoor. Ik vind emancipatie helemaal niet zo tof. Oké ik vind dat ik volkomen gelijkwaardig ben aan een man. Maar ik ben absoluut niet gelijk aan een man. Ik kan gewoon beter strijken, schoonmaken, winkelen en baby's baren dan hij. En dat vind ik ook gewoon leuk (dat zal bij dat laatste wel een beetje anders zijn, verwacht ik). Maar als het aankomt op de poen in het laatje, op de veel te lange werkweken en de commerciële kant vind ik het meer dan prima dat hij de kost wint. Dat ik net iets minder kost win en dus geen winnaar ben. Maar me juist een winnaar voel omdat ik altijd kan opkijken tegen mijn stoere man. Mijn winnaar die de kost wint.
Maar hoe zit het dan met 'The winner takes it all'. Abba zong het al. En mijn werkervaring leert mij dat het er bij een scheiding inderdaad vaak op neerkomt dat de kostwinner de winnaar wordt. Hij heeft immers de stabiele financiële basis. En heeft het meest betaald en mag dus ook het meeste meenemen. Tja, toch een reden om niet de hele dag in de pyjama te lopen en wel mijn eigen kostje te winnen en bij een eventuele relatiebreuk niet als loser uit de bus te komen. Zouden die slimme tantes zichzelf daarom een winnaar noemen? Nooit afhankelijk van de grillen van de man?

Wikipedia helpt me uit de droom. KostWinnaar blijkt ook gewoon te kunnen. En dus zijn al mijn hersenkronkels voor niets. Zijn die hoogopgeleide tantes dus gewoon slim en weten ze wat ze zijn en doen. En heeft dat niets met hun trots te maken. Misschien hadden zij ook wel liever een winnaar op de bank waar ze de koffie voor zetten en de aardappels voor koken. En voelen ze zich dus misschien geen winnaar, maar roepen ze het gewoon af en toe ter compensatie. Maar misschien hoeft hun man helemaal niet stoer te zijn omdat hij ook al zonder de kost te winnen geweldig is. Ach, we zijn gewoon allemaal winnaars.

woensdag 24 februari 2010

De laatste halte

Daar staat hij. In de kamer van hun mooie appartement. Zoals altijd in zijn geruite colbertje met zijn saaie grijze broek. Die broek die hij de laatste tijd steeds hoger optrekt, zodat je af en toe zijn beige sokken ziet. Dat colbertje wat net iets vaker in de was zou mogen, maar wat hij geen dag kan missen. Ze zegt tegen hem dat hij even opgenomen moet worden in het ziekenhuis, voor onderzoek. Maar dat het gewone ziekenhuis vol is en hij daarom wordt opgenomen in een dependance. Hij weet al een jaar niet meer wat waar en niet waar is en gelooft dus wat ze zegt. Hij zegt dat hij zijn best zal doen om snel beter te worden. En hij breekt haar hart daarmee, zonder dat hij het zelf doorheeft.

Ze pakken zijn spulletjes en zetten hem naast zijn schoonzoon voor in de auto. Dan kan hij lekker om zich heen kijken terwijl ze een rit van minstens veertig kilometer moeten maken. Met een zwaar gemoed en tranen die achter haar ogen branden stapt zijn dochter dapper achterin. Naast haar moeder. Ze knijpen elkaar onderweg even in de hand en proberen niet aan hem te laten merken dat ze op dat moment met zijn allen een enorme stap aan het zetten zijn. De stap naar zijn laatste halte.

Ze vertellen hem niet dat hij vannacht zijn laatste nachtje thuis heeft doorgebracht en dat hij daar nooit meer terug zal komen. Ze vertellen hem niet dat hij nooit meer een nacht naast zijn vrouw zal slapen. Nee, ze praten onderweg over het weer. En over dat het zo'n mooi stille auto is. Hij zegt dat hij de nieuwe Skoda van zijn oudste kleinzoon zo mooi vindt en dat hij erover prakkiseert om zelf ook eentje te kopen. Normaal zouden ze het irritant vinden dat hij voor de honderdduizendste keer weer over die auto begint, maar nu wordt de brok in hun keel er alleen maar groter van. Hun man, papa, mijn pake zal nooit meer auto rijden. Zal misschien zelfs nooit meer fietsen. Zal nooit meer door zijn eigen huis scharrelen en nooit meer midden in de nacht de bekende route naar zijn keuken schuifelen om ontbijt te maken omdat hij denkt dat het ochtend is en hij naar zijn werk moet. Zal zijn - waarschijnlijk laatste - verjaardag morgen niet thuis vieren, maar tussen wildvreemde mensen op een plek waar niemand zijn verjaardag zou willen vieren.

Hij gaat naar zijn laatste halte. Eindstation Alzheimer. Wilt u bij het uistappen niet vergeten uw bagage mee te nemen? Voor een voormalig conducteur zijn het bekende begrippen. Maar gelukkig begrijpt hij er nu even niets van. Gelukkig beseft hij niet dat er geen weg terug is. De trein stopt hier.

donderdag 18 februari 2010

Nikkelen Neelie

Ik heb een idool. Nee, het is niet Beyoncé of Lady Gaga. Nee, het is niet één of ander prachtig poppetje met heeeeeeeel veel geld en een hele mooie man. Het is Neelie. Vroeger nog Neelie Smit-Kroes. Nu gewoon Neelie Kroes. (Waar is Smit gebleven? Was dat niet ééntje van die Baggerbroers die over de hele wereld geld als water verdienen door drek uit water te trekken? En was Neelie dan ooit wel een poppetje met een hele rijke man?)

Maar goed, Neelie dus. Neelie is geen hottie. Integendeel misschien. Ze is de dertig in ieder geval al jaren gepasseerd. Misschien heeft ze haar 2x30 jarige bestaan zelfs al gevierd. Het doet er niet toe. Ik vind Neelie prachtig. Met haar vuurrood gelakte nagels aan haar met ouderdomsvlekken en rimpels getooide vingers, waaraan overigens een skitterende, knoert van een ring bungelt. Met haar keurig gemake-upte gezicht en prachtig gekapte en geverfde coupe. En ondanks het feit dat haar gezicht uit afzonderlijk van elkaar, in tegengestelde richting, bewegende delen lijkt te bestaan, haar ogen ongelijk knipperen en de invloed van de zwaartekracht zelfs met La Prairie niet meer weg te poetsen valt. Neelie rocks.

Zoals Neelie iedere keer met twinkelende oogjes Mathijs van Nieuwkerk te woord staat en immer keurig, weloverwogen en welbespraakt blijft, zonder ook maar één moment warrig, onduidelijk of hoogdravend te lijken. Ik zou er mijn petje, als ik een petje had, voor afnemen. Maar aangezien ik geen petje heb, zit ik iedere keer vol bewondering te kijken naar Neelie. Keer op keer herhalend hoe stoer ik haar vind en hoe graag ik zo zou worden als zij. Want Neelie doet serieuze dingen in Brussel. Dingen die ik niet persé zou willen doen, maar ze doet ze met glans. Met een broche in de vorm van een glinsterend vraagteken komt ze naar de hoorzitting om zichzelf te verkopen voor een nieuwe functie terwijl ze in haar oude portefeuille de sterren van de hemel heeft gewerkt en alle groten der aarde heeft afgestraft voor hun kartelpraktijken. Met een glimlach legt ze uit dat het knap is dat iemand met twee hersencellen (zoals ze volgens Sarkozy zou hebben) in staat is het werk te doen wat zij doet. Neelie heeft gewoon sjeu. Ze maakt Europa interessanter dan ooit. Ze maakt dat ik mijn biezen meteen zou pakken als ze me zou vragen in Brussel te komen om als haar rechterhand te werken. En voor een meisje dat haar wortels kilometers diep heeft groeien in de Friese klei is dat heel wat.

Voor het eerst in mijn leven ben ik fan van iemand.
Zijn er al posters van Neelie? Ik wil er wel eentje boven mijn bed.

Erika, Erika, Erika toch

Met twee vochtige ogen loert ze tussen haar wimperharen ins Blaue hinein. Lispelend met dubbele tong probeert ze te vertellen dat ze nog bij het snowboarden gaat kijken en roept ze net iets te hard dat ze de radio-meneren GE-WEL-DIG vindt. Ik dacht: "duidelijk een gevalletje Hero Brinkman". En dat dacht de rest van de wereld waarschijnlijk ook. Maar niet het NOC*NSF. Die dachten wat ik met de beste wil van de wereld niet kon denken, namelijk dat ze gewoon heel erg moe was. Héél erg moe.

Nou ben ik wel eens moe geweest. Maar dat was dan van een hele dag sjouwen met huisraad, of van een hele dag op een ladder staan schilderen. Of van een heel weekend stappen en twee nachten achter elkaar bij het ochtendgloren vanuit de stad naar huis fietsen in plaats van uit bed naar het werk. Dat was niet na een feestje bij de 500 meter schaatsen en een etentje met Wim-Lex en Maxima. Nee, ik denk niet dat ik daar héél erg moe van zou worden. Maar wie weet, Erika is tenslotte al iets ouder.... Mijn vermoeidheid leidde er in ieder geval nooit toe dat ik van voren niet meer wist wat ik van achteren deed. Maar goed, Erika lag nog te slapen, dus moe was ze misschien toch en we moesten dus maar afwachten tot ze wakker genoeg was om er zelf iets over te zeggen.

En dat deed ze. Ja, het NOC*NSF had wel gelijk. Ze was zo óntzettend moe geweest van alle leuke dingen in Vancouver. En ja, dan kan één glaasje wijn natuurlijk perongeluk wel he-le-maal verkeerd vallen. Één glaasje wijn. Erika, kom op nou. Ik ben het! Je hebt het hier niet tegen Neelie Kroes (die volgens Sarkozy maar twee hersencellen heeft). Je hebt het hier tegen een vrouw van de wereld. Een vrouw van de wereld die echt niet zo vaak wijn drinkt, maar werkelijk nog nooit na één wijntje ging lopen lallen op een manier waar  LaLaLaLaura uit Pittige Tijden een puntje aan kon zuigen.

De boodschap vol onderschatting van de verstandelijke vermogens van het gehele volk, deed me denken aan vriendinnetje K. Zij kon er ook wat van. Zij het op iets kleinere schaal. Zij onderschatte alleen mij en vriendinnetje N. Na de gehele nacht roseetjes uit plastic bekertjes te hebben getankt (ik zeg getankt, want het had echt niets meer van drinken) en half loops achter een overjarige motormuis uit Zeeland te hebben aangezwalkt, zat ze onderuit gezakt op de achterbank terwijl we door het ochtendgloren richting huis reden. Onderweg bereikten N en mij al wat onrustbarende geluiden van achter ons totdat vriendinnetje K doodleuk begon uit te leggen dat ze nauwelijks had gedronken en dat die paar roseetjes toch wel heel raar vielen. "Tuurlijk schat!", riepen N en ik in koor. Nadat K bij de benzinepomp even tussen de bosjes was gedoken en omringd door een zurige lucht de auto weer instapte, onderwijl zo bleek als een gothic-rocker, ging ze door met haar verhandeling over de slechte kwaliteit van de drank en haar bescheiden gedrag tijdens de TT-nacht. Een Erika avant la lettre...iets anders kan ik er niet van maken. Grappig, aandoenlijk, ietwat sneu en vooral ernstig in de ontkenningsfase.  

Rompslomp

Het pad der liefde ligt soms bezaaid met rompslomp. Neem nou een verhuizing om voor altijd samen te kunnen zijn met de liefde van je leven. Het klinkt zo romantisch. En als we 's avonds samen in bed liggen en 's ochtends samen weer wakker worden, dan voelt het ook zo.

Maar als de post weer door de brievenbus wordt geduwd, of wordt nabezorgd door mijn lieve postbode-moeder, is de romantiek in geen velden of wegen te bekennen. Elke postbezorging zit er weer een stuk bij dat de nodige aktie vergt. Meterstanden opnemen en doorgeven. Niet alleen voor gas, maar natuurlijk ook voor licht en water. En niet alleen vanwege de verhuizing, maar ook nog even voor de jaarafrekening van 2009. Maar goed, dat is nog tot daar aan toe. Bonter wordt het gemaakt door Essent. Als je ooit gaat verhuizen, houd hem dan te vriend en wees niet, net als ik, zo naief om te denken dat je hem wel even via internet kunt afschepen en aan de kant kunt zetten. Met Essent heb je geen relatie die je zomaar even verbreekt. Essent is in essentie (let op de treffende woordkeus) gewoon een stalker eerste klas.

Ineens krijg ik smsjes van Essent. En niet van die smsjes met gewoon een onbekend nummer in je scherm, nee hoor, mijn mobieltje blijkt Essent gewoon te kennen. Alsof Essent onder de E te vinden is in mijn vriendenlijstje. Ik weet niet hoe Essent het flikt, maar om de haverklap staat zijn naam in mijn scherm. En iedere keer wordt me in niet misverstane bewoordingen te kennen gegeven dat ik hem vooral echt niet moet vergeten. Nou ja, om de meterstanden door te geven voor de sleuteloverdracht. Die overdracht is over twee weken!!! En hij heeft me al vier smsjes gestuurd. Hoezo, aandacht te kort? Als een kerel dat zou doen, zonder een reactie van mijn kant te krijgen, zou ik hem voor eeuwig negeren of woest opbellen dat ie nou eindelijk eens moest kappen met zijn gezeur. Maar heel misschien zou ik ook gewoon denken dat het sneu voor hem is en vriendelijk, doch beslist laten weten dat het niets meer zou worden tussen ons.

Oké Essent weet me dus volhardend via sms te vinden. Maar ook via de post. Natuurlijk! Had ik maar nooit mijn adres aan hem gegeven. En inmiddels heb ik door zijn brieven ontdekt dat Essent niet het buskruit heeft uitgevonden. Eerst krijg ik post dat ik ga verhuizen en dat mijn contract in het oude huis wordt beëindigd. Prima, dat leek vlekkeloos te verlopen. In dezelfde brief laat Essent me echter fijntjes weten dat hij ook in mijn nieuwe huis gewoon voor me klaar zal staan. Dus ik bel hem op en krijg één van zijn secretaresses aan de lijn. Ik leg haar uit dat ik niets meer van Essent wil weten na mijn verhuizing en of ze dat even aan hem door wil geven. Ze zegt dat ze dat zal doen, maar binnen een week ligt het contract voor mijn nieuwe huis al op de mat. Dus ik bel Essent weer op en vertel zijn secretaresse dat hij het verkeerd heeft gedaan en dat ik echt niets meer met hem te maken wil hebben. Ze zegt dat het in orde komt en tot overmaat van ramp moet ik vervolgens moet ik de meterstanden in het nieuwe huis doorgeven. Ondertussen laat Essent zich van zijn ware stalkerskant zien en belt hij zelfs met mijn lief om te vragen of die het goed vindt dat Essent en ik contact houden als X en ik samenwonen. X is resoluut en zegt dat Essent bij me uit de buurt moet blijven. Dat doet Essent natuurlijk niet en ik krijg brief na brief na brief. Normaal val ik wel op doorzetters, volhouders....maar ik heb X al. En X heeft alles wat ik zoek in zijn huis...gas, water en licht. Dus, Essent het is over tussen ons.

De levensboom van Gustav Klimt

Nieuw projectje voor broerlief

woensdag 17 februari 2010

Opgeruimd

Een opgeruimd karakter hebben. Opgeruimd staat netjes.
Twee zinnen met het woord opgeruimd. Opgeruimd in twee betekenissen. En ineens merk ik dat de ene betekenis eigenlijk ook de ander is. Na weken in de verhuisrommel te hebben gezeten, ontdekte ik, nadat mijn vader met een aanhangwagen vol geschiedenis richting vuilstort reed, dat opruimen mij een opgeruimd mens maakt.

Zo sentimenteel als ik soms kan zijn bij de aanblik van een oud krantenartikel met een krabbeltje van oma erop, zo makkelijk kan ik op sommige momenten afscheid nemen van alles wat me ooit zo dierbaar was. Op zo'n moment gaat er een wervelwind door het huis. Een wervelwind met een rol vuilniszakken in de hand en een verwoestende blik in de ogen. Alles wat dan in mijn vizier komt lijkt nutteloos, waardeloos, gevoelloos en verdwijnt pardoes in de vuilniszak. En ja, dan heb je dus al gauw twee aanhangwagens gevuld. Met poppen, oude schriften, suede rokjes (LORD, heb ik daar ooit in gelopen?), een cowboyhoed met zebraprint (leuk op een verkleedfeestje, maar niet meer in mijn nieuwe huis), pleeborstels, bodylotions uit het jaar nul, voetenbadjes en bulten Snoopy-onderbroeken waarbij je heel goed moest kijken waar Snoopy zat voordat hij er in duizend wasbeurten vanaf werd gebleekt.

In mijn nieuwe huis schuilt er geen oude meuk meer achter de vers gepoetste kastdeurtjes. In mijn nieuwe huis schreeuwen er geen dozen op zolder dat ze eindelijk eens uitgeruimd moeten worden. Nee, in mijn nieuwe huis is alles wat er nog wel toe doet heel netjes opgeruimd. En dus loop ik rond met een luchtig gemoed, met rust in het lijf. Een opgeruimd gevoel. Maar toch knaagt er iets.

De wervelwind heeft mijn poppen te pakken gekregen. En zelfs mijn eerste, door oma gebreide knuffel Titi meegesleept richting ondergang. Ook de prachtige Libelle-pop met de lange, bruine krullen, die ineens alle meisjes in de straat, en dus ik ook, van hun moeder kregen, ligt nu te schimmelen tussen sinaasappelschillen, babyluiers en andere viezigheid. En dat terwijl Titi en de pop me altijd zo dierbaar waren. Terwijl ze jaar in jaar uit op mijn zolder hebben gewoond. De wervelwind, die op volle sterkte raasde door de opmerking van mijn vader "dat ik zo ontzettend veel spullen had", waaide mijn haren voor mijn ogen en Titi en de Libelle-pop in een vuilniszak.

Mijn moeder belt. "Papa heeft Titi gered". Oké ik had teveel spullen, maar Titi, die doe je toch niet weg!!!
Het gat in mijn opgeruimde gevoel is gedicht. Niet alleen door het vooruitzicht dat Titi weer bij me terugkomt, maar ook door het besef dat mijn vader het moeilijk vindt om afscheid te nemen van het kleine meisje Fem. Net als ik.

dinsdag 9 februari 2010

Stinky Winky

Sinds vriendlief niet wist dat Tinky Winky van de Teletubbies geen Tinky Winky heet en hem/haar/homo/hetero/lesbo standaard Stinky Winky noemt komt de term Stinky Winky meteen in me op zodra ik met iets onwelriekends geconfronteerd word. En dat is eigenlijk best wel vaak....Vraag me niet waarom ik van X weet hoe hij de Teletubbies noemt, ik kan niet meer terughalen hoe we ooit op dat intellectueel hoogdravende onderwerp zijn gekomen, maar dat geheel terzijde.

De lift is bij uitstek de plaats waar Stinky Winky regelmatig bij me op komt. Want als je ergens met je neus op de dampende feiten wordt gedrukt - letterlijk wel te verstaan - is het wel in de lift naar het rokershok. Daar stikt het dus van de Stinky Winky's. En heeft de klank van die benaming nog iets schattigs over zich, fe geur heeft dat totaal niet! De rokers bij mij op het werk zijn alles behalve schattig. Niet alleen de rookdampen van hun net beëindigde bezoek aan het rokershol dragen ze bij zich. Neehee!!! Ook de rookdampen van weken geleden als je het mij vraagt. Sommige Stinky Winky's ruiken niet alleen alsof ze niet weten hoe hun wasmachine werkt, ze zien er ook zo uit. Muf, verkreukeld en verkleurd. En dan heb ik het niet alleen over hun kleren.

Maar als het nou alleen bij rookdampen zou blijven... Niks is minder waar. Op zich is het opmerkelijk en - als het niet zo vies zou zijn - hoogst interessant dat het menselijk lichaam zoveel Stinky Winky in zich bergt. Nog los van de met scheten en boeren gepaard gaande tijdelijke verstoringen van mijn neusharmonie, presteren mensen het om te stinken op allerlei manieren. Zo is er de Opper Stinky Winky van de schoonmaak. Hij lijkt alles schoon te maken, behalve zichzelf. Als hij de gang door is geweest kun je plakken snijden van de geur van oud zweet. Héél oud zweet. Maar niet alleen zweet kan onaangename gevolgen voor de volksgezondheid hebben. Er zijn ook Stinky Winky's met de eigenschappen van een beerput. En het lijkt wel of ik in een volle lift altijd net tegenover zo'n exemplaar terecht kom. En ja, die moet dus standaard in gesprek gaan met anderen in de lift en mij bedwelmen met de lucht van napalm in de morgen of zijn het de spruitjes van drie dagen geleden?

Overal waar ik ga of sta kom ik Stinky Winky tegen. We zijn vanaf nu onafscheidelijk, vrees ik. Of Den Haag moet deodorant, tandpasta en wasmiddel op willen nemen in het basispakket. Ik ben voor!

maandag 8 februari 2010

Ennnn.....cut!

Een van de pijnlijkste scènes uit de film van mijn leven is die van mezelf op mijn opoefietsje. Stralend in het licht van de lantaarnpalen bij de spoorwegovergang, 's avonds laat. Met een blij hoofd, in mijn beleving zelfs met rozige blosjes op de wangen, en een fietsmand volgepropt met mijn zilveren bloemetjes-tas. Vol verwachting en dus extra hard fietsend, onderweg naar hem.

Niks pijnlijks aan het moment van toen natuurlijk. Toen was alles prachtig en leek mijn blikveld permanent omlijst te worden met een roze waas. Smoorverliefd en vol vertrouwen. Overtuigd dat een schitterende toekomst voor me lag. Helemaal geen pijnlijke scène. Integendeel, destijds zou je er met de kennis van toen (zie hier een prachtige Balkenende-move) een vrolijk muziekje onder hebben gezet. "I feel like dancin', romàààncing" of ziets. Als het maar hoogtonig en zoetsappig was, ieder liefdesliedje had perfect gepast.

En toch heeft het me lange tijd tot tranen geroerd als ik terugdacht aan dat moment. Want met de kennis van nu past er toch beter een muziekje onder als "Those were the days" en dan in de versie van George Michael en Lisa Stansfield.
Net als het liedje staat die scène staat symbool voor alles wat ik toen was. En voor alles wat ik dacht te zijn kwijtgeraakt in mezelf. Ik was blij, vrolijk, heerlijk naief, lief, groen als gras, vol vertrouwen in hem en in de hele wereld. Gewoon een onbeschreven blad dat geen enkel idee had wat er allemaal bijgeschreven zou worden op haar blaadje als ze door bleef fietsen. En dus fietste ik door. En dus volgden er jaren waarin ik dingen zou zien, horen en meemaken die mijn blaadje overvol maakten en me het idee gaven dat er niets meer over was van dat meisje met haar bloemetjestas in haar fietsmandje.

Zaterdag sluit ik de deur van mijn huis voorgoed achter me. Pak ik mijn fiets, met mandje, til ik mijn zilveren bloemetjestas erin en fiets ik, harder dan ooit, de toekomst tegemoet. Weer vol vertrouwen, dit keer geheel terecht. Maar ook vol liefde en met een intens gelukkig gevoel. Oké, misschien iets minder naief...maar nog net zo lief (en met een superstoere bel). De eerste scène van mijn prachtige, nieuwe (romantische) film.

Ennnn....Cut!

Samenwonen

Dachten we eerst nog dat Erik van der Hoff eraan te pas moesten komen als wij ooit zouden gaan samenwonen, inmiddels is de kogel door de kerk en is Erik in geen velden of wegen te bekennen. En dat hoeft ook niet. We blijken Erik helemaal niet nodig te hebben (behalve als opleuker van Wie is de Mol?!).

Mijn nep-Wedgewood servies van de Hema past prima achter de deurtjes van jouw designkeukenkastjes. Mijn antieke tegeltjes blijken juist prachtig uit te komen bij jouw poepiedure Sinaasappelschil-stoeltjes. Mijn studieboeken vinden het erg gezellig om bij jouw intellectualiteiten in de boekenkast te worden opgenomen. Zelfs onze fotoboeken en bijbehorende geschiedenissen staan harmonieus, rug aan rug, in mijn meidenkastje uit het jaar nul. Maar ook mijn bling bling vazen doen het leuk voor jouw ramen. Mijn foto's passen prima in jouw lijstjes. Mijn kroonluchter staat enig boven jouw bed. Mijn rommel lijkt prachtig in jouw garage. Mijn bloemen fleuren harder bij jouw voordeur. En alles matcht als een dolle met elkaar.

Tuttig meets modern. Knussig meets strak. Fem meets X.

Het bewijs dat 1 + 1 gewoon 3 kan zijn. En niet alleen in spullen. Maar ook in gevoel. Samen met jou in één huis maakt 1 + 1 een dikke 11!!!

vrijdag 5 februari 2010

Lieve oma,

Ineens voelde ik de behoefte om je te schrijven oma. Niet omdat het vandaag een bijzondere dag is ofzo. Het had zich denk ik al een beetje opgebouwd toen ik mijn oude agenda tegenkwam onder het verhuizen en zag wanneer je stierf en begraven werd en me ineens alle ellende van die tijd herinnerde. Maar eigenlijk kwam het nu vooral door Dinand. Ik had zijn cd in de speler gedaan en op play gedrukt. En toen, terwijl hij gevoelig begon te zingen dat er geen overgave is, viel mijn oog op jouw foto en voelde ik een enorm gemis en tegelijk zoveel liefde voor jou. Het is die foto waarop je in de rolstoel bij papa en mama in de tuin zit. Je weet wel, die waarop je die mooie grijze omslagdoek draagt en een bosje veldbloemen in je op schoot gevleide handen geklemd houdt. Je ziet er zo lief en breekbaar uit op die foto oma. Als ik naar die foto kijk, zie ik hoe je was op het laatst. Maar gelukkig hebben mijn hart en hoofd niet alleen dat deel van jou opgeslagen. Gelukkig weten ze ook nog hoe ontzettend sterk en pittig je gedurende je hele leven bent geweest. Een warme, exentrieke en geweldige oma.

Ik vertel X wel eens over je, omdat ik het zo jammer vind dat jullie elkaar nooit hebben ontmoet. Ik wil zo graag dat hij weet hoe je was. Dus ik vertel hem dat hij geen GVD mag zeggen omdat je dan eigenlijk God vraagt om je te verdoemen. En ik vertel hem dat ik dat van jou geleerd heb. Ik kan het me nog zo goed herinneren dat je op ons paste en dat we hadden gegeten en dat broerlief zich perongeluk iets van dergelijke onchristelijke strekking liet ontvallen. Je liet het aanrechtdoekje meteen vallen en kroop met schort en al weer aan tafel terwijl je ons vermanend toesprak. Diep beschaamd en doordrongen van de ernst van de zaak staarde ik naar de bloemetjes op het tafelzeil. Ik zie ze nog voor me. Sindsdien heb ik nog zelden gevloekt hoor oma. Ineens voelde dat heel naar en moest ik daarbij altijd aan bloemetjes op de tafel denken.

Maar niet vloeken is natuurlijk niet het enige dat ik van je geleerd heb. Als ik alles op zou schrijven, zou ik veel te veel papier nodig hebben, dus dat doe ik maar niet. Maar dankzij jou weet ik in ieder geval waar het om draait in het leven. Om liefde voor je naasten en gulheid. Om karakter en niet om uiterlijkheden. Om verdraagzaamheid, nieuwsgierigheid, begrip en zorgen. Wat heb je veel gezorgd, voor ons, voor je kinderen, voor iedereen die je zorg maar nodig had. Ik heb maar een streven in mijn leven en dat is dat ik ooit, als ik oud en grijs ben, een kleindochter heb die net zo gek op mij is, als ik voor altijd op jou zal zijn.

Lieve oma, ik hoop dat het goed met je gaat daarboven en dat je het fijn hebt met opa. Ik hoop dat je nog heel lang over mij en mij dierbaren waakt. En ik blijf je voor altijd dankbaar dat je X een duwtje hebt gegeven zodat hij op mijn pad kwam.

Al mijn liefs, met heel mijn hart.
Kus Fem

Nieuw

Alles om me heen is nieuw. Heerlijk, zou je zeggen. Nou, mooi niet! De nieuwe wasbak zat al na een paar dagen klussen onder de onverklaarbare ernstige krassen die nu telkens een doorn in het oog zijn en visioenen oproepen van Fem met een schuursponsje die de hele bak wel even zal matteren. De nieuwe tafel lijkt ons elke dag een nieuwe beschadiging te willen aanwijzen. De nieuw geverfde muren schreeuwen me toe vanaf de plaatsen waar een smerige vingertast of akelig kattengekrab te vinden is. De zenuwen gieren door mijn lijf als er iets opgehangen moet worden en dus een gat in die prachtige, egale muur gemaakt moet worden. Om nog maar niet te spreken van de vloer. "Laminaat kan álles hebben, zo praktisch!". Ik hoor het de woonwinkel-meneer nog zeggen... Waarom is het dan, dat ik vanaf hier zo drie plekken kan aanwijzen waar krassen zitten doordat ik een lullig doosje heb verschoven?

Een nieuwe badkamer. Ook zo heerlijk. De eerste kalkvlekjes rond het doucheputje doen pijn aan mijn ogen en leiden ertoe dat douchen ineens een schoonmaakexercitie is geworden, en dan heb ik het dus niet over het schoonmaken van mijn eigen lichaam. Iedere blonde haar op de badkamervloer verstoort het VT-wonen imago van het geheel en dus kruip ik na elke föhn-beurt zoekend over de vloer. En die blinkende kranen noodzaken mij om na iedere douchebeurt in de weer te gaan met een droogdoek om te voorkomen dat er kalkvlekken en matheid ontstaan.

Het is mooi hoor, nieuw, maar ook ver-slaaf-end want je wilt het nieuwe zo lang mogelijk nieuw houden. En dus poets je, smeer je, werk je bij en sta je om de haverklap je vinger met spuug over een potentiële nieuwe kras te halen, in de hoop dat het alleen maar een kras léék en niet is.

Geef mij maar ouwe meuk. Vol krassen en vol leven. Schoonheid door karakter. Pracht en praal met een verhaal. Veel gevoel maar geen schuldgevoel.

Energie

Daar komt hij voorrijden. Ik ken hem niet, maar zijn auto verraadt dat hij het moet zijn. Een grote Zweed op hoge poten. Type PC Hooft-tractor. Hij stapt uit, mapje onder zijn arm, jasje nonchalant open. Daadkrachtig schudt hij mijn hand en lacht hij zijn frisse gezicht bloot. Hij meet even wat dingetjes op en zegt dat het makkelijk moet kunnen. Dan maakt hij nog wat conversatie, zoals het hoort. Stukje klantenbinding, doet ie leuk.

Als hij weg is, weet ik dat er een raam mag komen waar nu een deur zit. Ik zou blij moeten zijn dat hetgeen ik bedacht heb ook praktisch uitvoerbaar is. Ik zou me kunnen verheugen op een nog prettiger huis. Maar ik ben leeg. Gesloopt. En hij is geen vijf minuten binnen geweest.

Het komt niet door hem. Het is zijn energie. Twee-en-half jaar van mijn leven heb ik doorgebracht met iemand met dezelfde baan, dezelfde dikke bak, dezelfde handige maniertjes, en dezelfde map onder zijn arm. En nee, natuurlijk stond niet hij hier in de kamer. Maar even leek hij heel dichtbij. Als communicerende vaten nam zijn energie toe en daalde die van mij tot rond het vriespunt.

Een paar uurtjes, wat filmpjes van de New Kids, een potje tennis, een blauwe kont (thanks mattie) en een diepe zucht later schuifel ik in ons nieuwe huis de trap op naar X. Hij ligt al lekker in bed en ik kruip in mijn tenniskloffie lekker tegen hem aan. De nare energie is nergens meer te bekennen. Ik kus zijn gezicht plat, stop hem lekker in en sluip weer naar beneden. Vervuld van bakken positieve energie, van hoop, liefde en bergen geluk. Even waaide er een koud briesje uit het verleden door mijn huis en hart, maar nu voelt het gelukkig weer alsof het hartje zomer is.

woensdag 3 februari 2010

Vier jaar

Hij zegt dat hij stiekem nog wel eens hoopt dat er post van haar komt. Ik zeg dat post niet vier jaar onderweg is en voel me gemeen. Iets zeggen wat hij natuurlijk ook wel weet is hard in deze context. Maar ik zeg het niet om hem pijn te doen. Ik zeg het om de stilte te doorbreken, om hem te troosten. Maar ook omdat ik de woorden niet kan vinden om de pijn te verzachten.

Vier jaar geleden stierf zijn moeder. Niet door een nare ziekte, niet door een ongeluk, maar omdat ze dat zelf wilde.

Sindsdien wacht hij op post. Een brief waarin ze vertelt waarom ze niet meer verder kon. Een brief waarin ze schrijft dat het niet aan hem lag en dat ze van hem houdt en trots op hem is. Natuurlijk zit hij niet meer elke dag vol verwachting op de postbode te wachten. Maar net na haar dood was hij er van overtuigd dat die brief zou komen.

Maar die brief kwam niet. En die brief zal ook niet meer komen. Nooit zal hij precies weten wat er in haar omging. Hij heeft zich zoveel afgevraagd, zoveel verklaringen bedacht. Zoveel verzachtende omstandigheden aangedragen. Want de gedachte dat je moeder zo ongelukkig was dat ze niet meer verder kon is verschrikkelijk. Het is een last die hij en zijn zus altijd zullen blijven dragen. Dag in dag uit.

Maar als er dan weer een jaar voorbij is, doet het even extra pijn. Weer een jaar voorbij waarin hij van alles heeft beleefd dat hij niet met haar kon delen. Weer de herinneringen aan die dag van toen. Weer de beelden in je hoofd van haar, zoals je haar kende, mama, zoals ze vroeger was.

Ik slik. Voel de pijn, maar toch ook niet. Ik heb niet de illusie dat ik weet wat het met je doet als je dit meemaakt. Maar ik zie het aan hem en ik weet het van zijn zus.
Ik kende haar niet, maar heel soms ben ik een beetje boos op haar, snap ik er niets van als ik naar X zijn verdriet kijk. Er was zoveel om voor te blijven of op zijn minst voor te schrijven.

Verdraagzaamheid

Ik rijd in mijn auto - met deuk - achter een grijskleurige stationcar. Zo'n typische familiebak. Aan de kinderzitjes te zien is het ook echt een familiebak. We moeten wachten voor het stoplicht en ik staar wat voor me uit, tot mijn oog valt op een sticker achterop de familiebak.
Het is een sticker die me al veel vaker is opgevallen, op allerlei soorten auto's. Een sticker die bij mij zoveel vragen oproept. Maar ook vooroordelen.

Het is de sticker waarbij een grote stoere haai een klein visje op gaat eten. Het Ichtus visje dat Christenen op hun auto plakken. Het Ichtus visje waarvan ik vroeger dacht dat het gebruikt werd door mensen die graag gingen vissen. Maar gelukkig weten moeders meer dan kinderen en leerde ik al snel dat het te maken had met een tijd waarin Christenen vervolgd werden. Ze gebruikten dit teken om te zien of een ander ook christen was. ICHTHUS betekent letterlijk 'vis'. De I staat voor Jezus, de CH voor Christus, de T voor THeou, de U voor Uios, de S voor Soter. Dit is een ruwe vertaling voor Jezus Christus Gods Zoon Verlosser. 

Best leuk allemaal, maar bij mijn weten is het wel behoorlijk gedaan met de vervolging van Christenen in ons koude kikkerlandje en was dat ook al zo toen de eerste auto's de fabriek uit rolden. Dus vraag ik me vaak af waarom een Christen wil laten zien waar hij voor staat als hij in de auto zit. Mogen we er vanuit gaan dat hij zich netjes gedraagt in het verkeer? De Heer in het verkeer, zeg maar? Of wil de Christen daarmee zeggen dat hij hoe dan ook veilig op pad is omdat God over hem waakt onderweg? Ik weet het niet. Maar het zit kennelijk diep. Anders ga je toch niet speciaal naar de winkel om zo'n sticker te kopen? Of krijg je die gratis als je je jaarlijkse bijdrage aan de kerk stort? Zou Halfords ook van die stickers verkopen, of kun je daarvoor alleen bij speciaalzaken terecht? Vragen, vragen, vragen. Maar het geeft niet, al ben ik sinds de ex-schoonfamilie soms best anti-gerefo, van mij mogen de Christenen plakken wat ze willen. Ze doen er tenslotte niemand kwaad mee.

Maar een ander verhaal vind ik de man in de familiebak met de sticker van de haai die het Ichtus-visje opeet. Het is namelijk niet een lief, leuk, schattig natuurplaatje. Het is gewoon een agressief geheel. Wil de familieman daarmee zeggen dat hij niet zo fan is van Christenen? Of zegt hij eigenlijk dat hij ze het liefst wil verorberen, en is het een nieuw staaltje van Christenvervolging, zodat de Christenen een nieuw plaatje moeten bedenken om herkenbaar te zijn voor elkaar? Je moet er als familieman ook nog enige moeite voor doen om zo'n sticker te bemachtigen. Dat en het feit dat je je auto een beetje verminkt, wekt de indruk dat het je aan het hart gaat, familieman. Wil je zo graag je afschuw van het Christendom laten zien dat je er geld, tijd en moeite voor over hebt?

Ik vraag me af of de kindertjes in de kinderzitjes in de familiebak met sticker een lieve papa hebben. En ik denk aan het woord verdraagzaamheid. En stiekem denk ik zeker te weten dat papa op de PVV stemt.

dinsdag 2 februari 2010

Jaloers maar toch ook niet

Ik wilde niet kijken, maar ja, het kwam meteen na de Reünie, dus ik zat er toch al voor. En dus kreeg ik te zien hoe Yo - volledig gemake-upt en gekapt - op haar dure Uggjes in haar prachtig glanzende jurkje door haar schitterend, door Erik Kusters ingerichte, appartement in Milaan hobbelde. Onderweg even achteloos een deur open te gooiend naar haar kleedkamer vol met schoenen in alle kleuren en vormen. AU! Gelukkig zei Ivo dat hij het woongedeelte wilde zien en verdween de droom van iedere vrouw (ze staan niet voor niets zo te gillen in die bierreclame) snel weer uit beeld.
Om vervolgens de mooie woon- en eetkamer te tonen. Vol met de prachtigste foto's van Yo. Yo met het kind van Wes, Yo met haar vriendinnen, Yo met Wes. Alles in zwart-wit en alles even stralend en jaloersmakend. En jaloers werd ik ook. Had ik onlangs nog uren zitten zoeken naar een knappe foto van X en mij om een verhuiskaartje van te maken, zij leek met gemak te kunnen kwartetten met al haar mooie kiekjes. Mag ik in de categorie stralende lach, Wes en Yo op het strand van jou?
Wes kwam ook nog even langs. In zijn trainingspak. En hij was helemaal niet zo dom en leeghoofdig als je zou denken. Hij was zelfs schattig en een beetje nerveus. En rijk. Schathemeltje rijk. Zo rijk dat ie zijn meissie en al hun familie met oudjaar naar Dubai had gevlogen in een gehuurd vliegtuig met hoofdbekleding waarop stond: Yo en Wes partytours (of zoiets). Dus humor had die kleine kabouter (zoals X hem altijd omschreef) ook nog.
En wat waren ze verliefd en wat leek het haar allemaal makkelijk af te gaan. Niks geen verdriet over de breuk met Jan, geen snik in haar stem over de dood van haar vader. Gewoon geweldig gelukkig. Zo leek het. Ik pakte nog maar een chocopinda, wensend dat ik ooit zo mooi op de foto zou staan als zij. Wensend dat ik ooit zo luchtig door het leven zo fladderen als zij. En godsgruwelijk geïrriteerd dat ik niet één negatief puntje over Wes en Yo kon verzinnen. Ze zijn gewoon heel leuk.

Maar X en ik ook...lekker puh. Zonder honderden mooie foto's aan de muur, zonder visagiste, zonder kapper, zonder dure kleren, dure schoenen, dure reisjes en camera op onze snoet. Gewoon geweldig en ook heel erg vaak gelukkig.

Poezenvrouw

Elke maandag zie ik haar. Ze komt nooit bij mij, ik ga altijd naar haar toe. Dan zitten we samen aan tafel tussen haar oranje en paarse muren en honderden boeken en praten we. Over van alles, maar vooral over mij. Of over haar poezen. Vier stuks. Dat ze er gek op is, hoeft ze me niet te vertellen. Dat veraden de enorme krabpaal, de vele nepmuisjes op de vloer en allerlei soorten voerbakjes al. Om nog maar niet te spreken van het plastieken speleding met een balletje erin ter waarde van vijfendertig keiharde euro's.
Vol liefde vertelt ze over de vier die er zijn. Over hun gekkigheden en hoe lief en zacht ze wel niet zijn.
Ik vraag me stiekem af of ze ook zoveel van mensen houdt.

Ze vertelt over haar overleden katten. Een hele rij. De helft is doodgereden. Ze vertelt hoe vreselijk ze het iedere keer weer vindt. En ik zie dat ze het er nog moeilijk mee kan hebben. Maar ze heeft de oplossing, vertelt ze verheugd. Straks, in haar nieuwe huis, maakt ze schrikdraad om haar tuin en gaan ze er nooit meer vandoor. Het wordt één groot poezenparadijs. Zonder platte poezen.

En dan gaat er ineens eentje van haar jonkies vandoor. Om niet meer terug te komen. Ze wilde niet wachten op het poezenparadijs. Ze wilde de wijde wereld in. Op ontdekkingsreis. Maar wat of wie ze ontdekt heeft, we weten het niet. En dus is het gissen. Misschien is ze in een schuur gekropen. Misschien hebben bejaarde mensen haar gezellig binnengelaten. Misschien, o nee toch, misschien is ze onder het ijs gegleden en bevroren.
Ze heeft de flyers al gemaakt. Maar wil er nog niet echt aan om ze uit te delen.

Ik probeer haar op te vrolijken. Zeg dat ik er een goed gevoel over heb en dat ze vast weer terug komt. Ze wil er niet aan. Wil zichzelf niet voor de gek houden en zegt dat ze er juist een slecht gevoel over heeft. Ik slik en weet niet wat ik moet zeggen. Toen mijn Veertje een paar uurtjes van de aardbodem was verdwenen knikten mijn knietjes al...dus wat weet ik er van?

Als het een slimme poes is komt ze in ieder geval terug, want zo'n lief poezenvrouwtje als zij vindt ze nooit meer.

maandag 1 februari 2010

Paniek

Voor D

Als een dief in de nacht sluipt ze naar binnen. Door het kleinste gaatje in mijn verdedigingslinie dringt zij langzaam door tot ze boven me hangt. Ik voel haar aanwezigheid, mijn hart gaat sneller, mijn hoofd draait op volle toeren. Even lijkt er niets meer te bestaan dan alleen zij en ik. Ik wil dit niet. Hoe biedt ik hier weerstand aan, hoe krijg ik haar naar buitengewerkt? Ik weet het niet dus duik ik in jouw sterke armen en hoop ik dat ze weggaat. Maar jouw aaiende armen helpen niet. En ik voel hoe ze langzaam bezit van me neemt. Er is geen ontkomen meer aan...ik moet het ondergaan en wachten tot ze er genoeg van heeft en weggaat. Tot ze weer een ander op zoekt. Hoe naar het ook is, sinds ik weet dat ze niet alleen mij opzoekt is het draaglijker...weet ik dat ik niet echt gek ben, hooguit prettig gestoord. Net als jij.

Nacht

Het is al zo lang geleden. Maar ineens ben je er weer. En je bent zoals ik zou willen dat je was. Zoals ik had bedacht dat je was, voordat ik ontdekte dat mijn mensenkennis me totaal in de steek had gelaten. Je begrijpt me ineens. Je bent eerlijk en zegt dat het niet erg is. Dat jij het zo verkeerd had ingeschat en dat je daar nog iedere dag spijt van hebt. We omhelzen elkaar. Het is goed zoals het is. Jij hebt een nieuw en ander leven. En ik ook. We wilden het ooit zo graag, maar de wil is weg. We weten dat we niet bij elkaar pasten en dat is niet de schuld van één van ons. We nemen afscheid, met een klein steekje in ons hart. We wensen elkaar het allerbeste. Ik voel me gelukkig en loop weg... op weg naar waar ik hoor, op weg naar X.

Dan doe ik mijn ogen open. Verdorie, moet ik alweer plassen?!
Ik loop slaapdronken naar de badkamer en voel me verward. Het was net echt, alsof ik hem een paar seconden geleden nog zag, voelde, rook en hoorde. En nu zit ik hier met halfdichte ogen te plassen in mijn nieuwe huis, met mijn lief in diepe slaap op tien stappen afstand. Hoe kan dat nou? Waarom kwam je ineens tevoorschijn? Waarom nu?
Dromen zijn bedrog. Dat wist ik al voordat Marco B daarover zong. Maar ze hebben natuurlijk wel een functie. Ik voel de laatste tijd al meer en meer dat ik het verleden heel langzaam achter me begin te laten. Dat het leven weer meer om nu draait en minder om toen. Misschien kwam je gewoon even afscheid nemen... Misschien helpt mijn droom me met verwerken. Ik hoop het...nu meer dan ooit. Want het heden is zo leuk... Een heden waarin al mijn meisjesdromen stuk voor stuk uitkomen... Dus ach, als je 's nachts nog eens een stukje droom nodig hebt. Prima...overdag heb ik echt geen plek meer voor je.

Bank

Zo was het.
Ooit zocht ik je uit bij de Trendhopper, samen met de ex en met mijn moeder. Je was één van de eerste grote investeringen die ik moest doen nadat het huis helemaal van mij alleen was. Ik vond het spannend maar ging ervoor. Het duurde langer om jou te krijgen dan de gemiddelde nieuwe auto op zich laat wachten. Maar na twaalf lange weken mocht ik me dan toch in jouw aanwezigheid verheugen. En daar stond je dan. Midden in de kamer. En ik was trots! Mijn eerste, eigenste, echte bank. Helemaal zoals ik hem wilde en niemand anders.
En wat hebben we veel meegemaakt! Ik heb op je liggen slapen, ik heb op je zitten gieren van het lachen, maar ook gierend op je zitten blèèèren. Ik heb ruzie op je gemaakt... maar gelukkig vaker het andere uiterste op de schaal van haat----liefde op je beleefd...hihi.
Ik moest en zou je meenemen. Míjn bank! Er was vast nog wel een plekje over in dat grote, lege huis in het zuidelijkste zuiden. Maar bij nader inzien was dat ietwat overmoedig. Je bent niet grijs, je bent niet superstrak. Je bent gewoon een enorme bank die misschien niet eens door het trapgat past. En dus zette ik je op Marktplaats.
Niet alleen ik zag je schoonheid, binnen twee dagen stonden je nieuwe eigenaars al op de stoep. Met een stapel bankbiljetten en een aanhangwagen. Ze hadden een hoekbank en zaten daardoor nooit meer dichtbij elkaar. Dat kon zo niet langer, hadden ze bedacht. En zo kon het dus gebeuren dat ik je ineens mijn straat uit zag rijden. Weg van mij, weg van het verleden.
Samen, maar apart van elkaar, naar een nieuw begin. Jij gaat mensen dichterbij elkaar brengen. Ik ga dichterbij zijn.

woensdag 27 januari 2010

Wijze raad

Ik zit weer lekker onderuitgezakt in de stoel bij mijn ouders. Papa ligt net als vroeger even languit op de bank voor de televisie. Mama is in de weer met kopjes thee. Ik ben thuis.
Papa vraagt hoe het met me is en ik leg uit dat de dokter me zo goed doorzag toen hij vaststelde dat ik stabiliteit waarschijnlijk nooit zo mijn sterkste punt is geweest. Onder de indruk van zoveel mensenkennis, vertel ik over het gesprek. Hoe kon die man toch weten dat bij mij de pieken tot de hemel rijken en de dalen gitzwart en eindeloos kunnen voelen gedurende een paar minuten? Hoe kon die man weten dat het bij mij nooit kabbelt, maar altijd intens is? Of zou hij slechts gedoeld hebben op het feit dat ik nooit zonder zijwieltjes kon en in die zin ook al de nodige stabiliteit ontbeerde in mijn jonge(re) jaren?
Papa was nooit zo'n prater over gevoelsdingen. Als hij vroeg; "Hoe is het met je?" Beantwoorde hij de vraag altijd al in dezelfde ademtocht met: "Goed natuurlijk!" Niet omdat het hem niets kon schelen hoe het werkelijk met me ging, dat niet. Het was gewoon zelfbescherming, want volgens mij kan mijn vader er helemaal niet tegen als het eens even ietsje minder goed gaat met zijn meissie. Heel lief dus. Het maakte me ook nooit zoveel uit dat hij er niet dieper op in ging. Ik snapte het wel en speelde het spel wel eens mee. Wilde hem niet bezorgd maken en hield me groot op sommige momenten. Uit liefde en omdat ik er ook niet tegen kan als het met hem niet zo goed gaat. Ik snap het.
Nu maakte hij weer even zo'n move door mijn karakter van extremen te omschrijven als: Soms ben je gewoon heel erg vrolijk en op de andere momenten ben je gewoon vrolijk. Mijn moeder lacht als ik reageer door te zeggen dat ik soms ook wel eens heeeeeeel verdrietig ben. Papa fronst.
Maar papa gaat met zijn tijd mee. En hij heeft nagedacht over de dingen die spelen in mijn leven. Over hoe ik in elkaar zit. En als er eentje is die mij kan snappen, dan is hij het wel. Volgens mij lijken we ontzettend op elkaar, alleen is hij er al iets beter in getraind om aan de buitenkant superstabiel te lijken. En hij is er een ster in om zijn leven zodanig in te delen dat er weinig dingen op zijn pad komen die voor instabiliteit zorgen. Vakantie? Altijd naar hetzelfde plekje... Vissen? Altijd op hetzelfde stekje... Net als ik, creëert hij zijn eigen veiligheid.
Nu gaat hij ineens zomaar wat dieper op het onderwerp in. Hij legt me uit dat hij denkt dat ik moet leren accepteren dat ik niet alles (aan)kan. Het gaat om acceptatie. Dat zegt hij. Een zin die ik nooit had verwacht uit zijn mond te horen, maar juist daarom geloof ik hem.
Accepteren dat ik van Himmelhoch jauchztent bis zum Toten Betrübt (als je dat zo schrijft) ga is gelukkig niet zo moeilijk. De Himmel is namelijk wel heel erg hoog en ook heel erg vaak aanwezig de laatste tijd. En ach, dat Betrübte gedoe, dat hoort erbij en kan ook binnen vijf minuten over zijn. Het geeft het leven sjeu...maakt er een woeste wildwaterbaan van en geen saai kabbelend beekje. X houdt van raften... dat komt goed uit.

dinsdag 26 januari 2010

Relatietest

Ze zeggen het. Als je samen een kast van onze bekende Zweedse vrienden in elkaar kunt zetten, dan zit het wel goed. Of nee, eigenlijk zeggen ze, wanneer je vertelt van je voornemen om weer eens een Billy in elkaar te knutselen, dat je het wel kunt vergeten met je relatie.

Eigenwijs als wij zijn waagden we toch een poging. Alhoewel, eigenlijk ging het zo. Ik begon rustig aan het kastje te knutselen. Totaal onder de indruk en overweldigd over de enorme hoeveelheid planken  en schroeven (alsof het feit dat de kast in 2! loeizware dozen zat, niet al een aanwijzing was voor de hoeveelheid ellende die eruit zou komen), legde ik alles keurig op het bed. Soort bij soort, plank bij plank. Een goede voorbereiding is immers het halve werk. Ik las zelfs de gebruiksaanwijzing verder door dan alleen de eerste pagina. En toen ging ik van start. Opeens dook X op, hij wilde wel helpen.

Ik fronste. Ik sputterde. De woorden van de kenners nog vers in mijn geheugen. Ik wilde er graag een leuke zondag van maken en geen herrie in de kast hebben. Na lang wikken en wegen zei ik, dat het wel goed was om het samen te doen, maar dat één van ons dan de leiding moest nemen. Om de zin te vervolgen met: 'dat jij dan zeg maar doet wat ik zeg dat moet gebeuren'. X moest lachen. 'Ja baas!' was zijn reactie. Dus gingen we van start. Vervolgens nam X de rol van ondergeschikte met verve aan en wachtte hij constant op orders van 'de baas'. Het werd zelfs een beetje gezellig door zijn jolige bui. We gingen compleet op in onze rol en ondertussen vorderde het kastje als een tierelier. X ging helemaal op in zijn rol en tekende tussen neus en lippen even op dat de baas natuurlijk de eindverantwoordelijke was voor de kast. Ook moest hij nog even roepen, terwijl ik de spijkertjes keihard in het achterbord mepte, dat het nadeel van die Zweedse kasten is, dat je ze nooit weer uit elkaar kunt halen door al die spijkers.

En alsof hij een vooruitziende blik had, zit deze 'baas' nu met een kast die half af is. Want de baas vond het nodig om de achterkant van de kast op de voorkant te timmeren. En nu zit de baas dus met allemaal spijkertjes die allemaal gaatjes hebben gemaakt in de voorkant van de kast en die daar niet meer uit te krijgen zijn. Zodat de voorkant dichtzit en niet meer open wordt, laat staan mooi. En ja, de baas is eindverantwoordelijk. Gelukkig had de baas de kast zelf gekocht. En gelukkig bleef de sfeer die zondag geweldig. Maar wel jammer van die kast.

Volgende keer is X 'de baas'.

NU

Er is weer een grote stap gezet. Op de dag dat ik nog even kort de waterlanders op voelde borrelen over dingen van vroeger, maak ik een enorme sprong richting toekomst. Verleden en toekomst lopen zovaak door elkaar, dat ik af en toe vergeet dat er ook nog een nu is.
Mijn NU is nu dat ik me net heb ingeschreven op zijn adres. Offiicieel woon ik niet meer op mijn stekkie in Westeinde. Officieel ben ik nu een burger van het Zuidelijkste Zuiden. Als ik er diep over nadenk, dwalen mijn gedachten weer af naar vroeger. Wat was ik trots op jou, mijn mooie huisje. Zelfs toen je innerlijk nog niet de enorme make-over had gehad die jou van een lelijk eendje (waarom heten het eendjes, als ze altijd met zijn tweetjes zijn?) in een prachtige zwaan veranderde. Zelfs toen je nog nooit een borstel door je haren had gehaald en je tanden schots en scheef en ongepoetst in je mond stonden vond ik je prachtig, zag ik de potentie. Zelfs toen je nog nooit had hoeven dienen als vluchtheuvel, als mijn veilige thuishaven, voelde ik me thuis bij jou. Als ik aan kwam fietsen overviel me bij jouw aanblik een gevoel van trots en verliefdheid. Dat ik, dat gewone meisje, zoiets moois bezat. Je was me zo dierbaar.
En nu, nu heeft de toekomst het gewonnen in mijn hoofd en in mijn hart. Ineens gaan mijn gedachten minder naar je uit. Zie ik ook je gebreken. Je bent oud geworden. Het nieuwe is eraf. Het is niet meer spannend. We hebben geen toekomst. Dus ik laat je gaan. Maar niet met wrok in mijn hart, zeker niet. Ik zal altijd met warme gevoelens aan je terug blijven denken. Jij was mijn eerste liefde en ik hoop dat het je goed zal vergaan. Dat er weer iemand vol bewondering naar je zal kijken. Dat er weer iemand in je investeert, tijd en moeite aan je besteedt. Om het beste uit je te halen, om van je te genieten. Zodat je weer die veilige haven kunt zijn, die vriend in mooie en moeilijke tijden. Maar niet voor mij...niet meer.
Toekomst en verleden, dansen door elkaar. Maar NU ga ik X mailen dat ik bij hem woon. En dat het goed is. Toen, nu en later.

maandag 18 januari 2010

Kinderwens

Je ziet haar zo voor je, achter een (überhippe) kinderwagen, met een luiertas van Oilily om het handvat (als je die tenminste nog ergens kunt krijgen) en een enorme glimlach op haar gezicht. Het is geen moedertje om te zien, maar wel echt een moeder die je je zou wensen. Maar ze loopt niet achter een kinderwagen. En ze heeft ook geen dikke buik. Niet omdat ze niet zou willen hoor, het is haar hartewens. Maar het lukt gewoon (nog) niet.
De medische molen heeft ze overleefd, er is niets aan te wijzen waardoor het niet lukt. Maar toch. Geen klein meisje of mannetje dat straks bij haar door haar nieuwbouwhuis aan de rand van de stad scharrelt. Althans nog niet. Want ze houdt natuurlijk hoop. Maar tegelijk zie ik de vertwijfeling. De angst voor als het misschien toch niet lukt en wat dan? En de frustratie omdat het iedereen in de Vinex-wijk om haar heen wel lijkt te lukken. Ze wordt dagelijks omgeven door ooievaars-achtersten die bij buren door de ramen zijn gevlogen. Door ooievaars in het formaat van de Hulk die luid loeiend voor de huizen worden opgeblazen. Door blijde mededelingen voor de ramen: Hoera een meisje, hoera een jongetje.
Vol afgunst en met rammelende eierstokken kijkt ze toe. Waarom zij wel??? En waarom wij niet? Waarom kan iedere halve zool een kind krijgen? Waarom worden meisjes van dertien al zwanger? Waarom zijn er mensen die zo'n mooi geschenk krijgen en het niet weten te waarderen?
Ze lacht en blijft dapper. Ze geeft niet op. Ik kus haar gedag en ze loopt kittig weer naar haar werk. Terwijl ik wegloop hoop ik zo dat ze, de volgende keer dat ik haar zie, goed nieuws zal hebben. Het is haar zo gegund! Terwijl zij wegloopt wordt ze weer eens geconfronteerd met de keiharde werkelijkheid. Een oud-collega die haar in geen eeuwen heeft gezien vraagt na twee tellen: "En ben je nou al eens zwanger?!". Voor het eerst dient ze zo iemand stevig van repliek en geeft ze aan dat het hoogst onbeleefd is om zoiets te vragen. Ze verbergt haar verlangen en houdt haar kin omhoog terwijl er nog wat koetjes en kalfjes de revue passeren. Eenmaal achter haar bureau belt ze me. We wisselen onze verontwaardiging uit en eindigen het gesprek met een lach. Maar ik weet zeker dat ze vanavond in bed nog verdriet heeft over (alweer) zoveel lompigheid.

O, laat het leven voor één keertje wel eerlijk zijn en maak deze lieve, leuke meid een geweldige moeder!

vrijdag 15 januari 2010

Wandeling door de Herrinneringenweg

We trokken de fotoboeken maar eens uit de kast. Opeens was er zo'n collectief verlangen naar vroeger. Misschien omdat we net aan pake hadden gezien dat vroeger echt vroeger is. Misschien omdat we oma misten bij de verjaardag van mijn moeder. Of gewoon om, zoals mijn moeder mijn tante over de telefoon uitlegde: "X weet niets van onze geschiedenis, en dat kan natuurlijk niet!".

Ik zag pake als jonge blakende man. Beppe met ongeverfde haren. En ik zag oma. Met soepjurken in alle soorten en maten. Met haar stevige benen die mijn broer en mij zo goed konden dragen op schoot. Met haar flinke armen, die ons zo heerlijk omhelsden terwijl ze een boek vasthield en voorlas. Met haar veel te grote bril, haar warrige krullen die nog nooit een verfje hadden gezien. Met haar liefdevolle gloed, haar oma-uitstraling. Ik zag mijn vader, nog met snor, als jonge man. Als trotse vader die zijn kleine kindertjes mee in bad nam, mee nam om kievitseieren te zoeken, met ze in het gras zat te vissen. Ik zag mijn moeder als jong meisje met ravenzwart haar en zonder een rimpeltje in haar gezicht. Ik zag mijn broer(tje) als rozige baby met knalblauwe oogjes. Ik zag hem met zijn zelfgeknipte en op zijn gezicht geplakte ridderhelm. Ik zag een bruin interieur en bloemetjesjurken, roezeltjes en witte gebreide (prikkel)sokken bij korte broekjes.

Ik zag mijn jeugd en voelde me melancholisch. Wat heb ik het toch altijd heerlijk gehad. Alle voorwaarden voor een heerlijk, gezegend leven werden geschapen. En even stak het. Want ik heb altijd gezien hoe het moest en kon het op een gegeven moment zelf niet goed nadoen. Maakte er even een zooitje van. Wat zal dat toch pijn hebben gedaan bij de moeder in het roze badpak in Sporthuiscentrum (want zo heette dat toen nog), bij de broer die altijd een oogje in mijn zeil houdt en bij de vader die zich met zijn kinderen verkleedde in oorlogstenue. Liefde was wat ik voelde toen ik naar huis ging. En ik knipperde snel met mijn ogen, maar gelukkig zorgde mijn vader, stoer en grappig, zorgzaam en lief als altijd, voor afleiding en een lach. Een klein sneeuwballengevechtje met X kon best nog even!

Ping Ping

He Ping Ping. Dat stond in het RTL-ontbijtnieuws in het oranje balkje onder zijn hoofd. Hij kwam in het nieuws omdat hij de kleinste man van de wereld is met zijn 75 centimeter. Dus dan ben je de kleinste en heet je ook nog eens He Ping Ping. Toen hij antwoordde op de vragen van de journalist kwam er een heel schattig baby-geluidje uit Ping Ping. Alsof ie Ping Ping Ping Ping Ping Pong zei.
Ik vond Ping Ping stoer. Piepklein, met een muizenstemmetje en totaal niet gezegend met 'the looks' stond hij daar, groots te zijn naast de grootste man van de wereld van 246 cm lang. En wat maakte Ping Ping stoer?
Zijn zwarte glitter pak(je) en zijn kuif(je)/lok(je). Ping Ping had namelijk een pluk haar op zijn overigens kaalgeschoren hoofdje. En die pluk had hij rood geverfd.

Ik vond het skitterend. Het getuigt van zoveel levenskracht. Deze man (mannetje zou beter zijn, maar dat ie klein is, is nu geloof ik wel duidelijk) maakt er wat van. Dat zag je aan alles.
En wat doe ik af en toe? Voor de spiegel staan en mopperen op mijn slappe velletje. Balen van mijn pukkelgezicht. Zeuren over mijn te dikke benen. Over mijn lelijke knieën.
En waarom? Mijn lichaam is toch gezond? Mijn lelijke knieën en te dikke benen brengen me toch overal waar ik wil gaan? Ping Ping maakte een hoop duidelijk. En ik voelde me ineens een beetje dom en oppervlakkig.
1 meter meer lengte, maar 1.75 meter minder wijsheid.

maandag 11 januari 2010

Super-sauna-man

Het is een feit. Ik heb de leukste man van de wereld aan de haak geslagen. Sorry dames, het is niet anders. Er lopen vast wel heel veel goede 'op-één-na-leukste mannen' voor jullie op deze aardkloot rond. Maar de leukste heb ik dus definitief ingepikt.
Ik wist natuurlijk al dat ie leuk was. Maar dit weekend toonde hij een zuiver staaltje van: 'zie mij eens de leukste zijn'. Het begon op vrijdagavond met een briefje op mijn mat (waar ik achteloos overheen stapte omdat ik haast had hem te begroeten) waarop hij had geschreven (vergezeld door mooie plaatjes van al het lekkers dat mij wachtte) dat ik vanwege de pech van de laatste tijd wel eens wat leuks had verdiend en dat hij daarom een heerlijk dagje voor me had geregeld. Een dagje sauna welteverstaan. En dat is toch wel uniek te noemen aangezien meneer tot op heden altijd vol angst en beven over een bezoek aan de sauna sprak. Iedereen in zijn nakie, dat leek hem maar niets! En nu dan toch. Als dat geen liefde is?! Ik vond het zo ontzettend geweldig dat hij zomaar zoiets voor me geregeld had. Dat was natuurlijk al een behoorlijke aanwijzing richting het 'leukste-man-van-de-wereld-schap'. Maar op de dag zelf, bleek toch echt van zijn winnaarskwaliteiten.
Ik heb genoten van de verbaasde blik toen tijdens onze rondleiding door de sauna een man poedeltje nakend voor hem opdook. Lachen moest ik toen hij concludeerde dat 'die man daar in het dagelijks leven een nudist moest zijn', omdat hij zonder badjas van de sauna naar het bubbelbad liep. Allemaal veel te vrij in de ogen van mijn lief... Heerlijk was het om te zien hoe hij ongeveer 60 keer op één dag checkte of zijn badjas wel goed zat en zijn zaakje niet in beeld hing. En toen hij stijl achterover sloeg van het feit dat mensen gewoon in hun blote tokus door de sneeuw liepen, vond ik hem überschattig. Wat is het toch heerlijk om met een man te zijn die nog van dingen onder de indruk kan raken. Die helemaal onrustig is en de hele tijd grapjes maakt om te verbergen dat hij een beetje nerveus is voor de naaktloperij in een sauna. Een genot om naast iemand te staan die niet alles al heeft gezien en gedaan. Gewoon samen, hand in hand de wereld verkennen. Ik heb er zin in en weet zeker dat mijn huis verkopen en samenwonen met X het beste is wat ik kan doen. Waar zo'n dagje sauna al niet goed voor is ;-). 

Achterlijk

Achterlijk. Niet het meest mooie woord om als dame je stukje mee te beginnen. But sometimes life leaves a lady no choice. En dat is nu dus het geval. De laatste week ben ik met zoveel achterlijkheden geconfronteerd. Ik moet het even kwijt. Hoofdrolspelers in dit verhaal zijn mister B (of misschien twee mister B-en) en overbuurvrouw T. De B staat in dit verband voor Boef en de T voor Troela (maar TUTHOLA was misschien een betere keuze).
Ten aanzien van T kan ik zeggen dat ik de eerste keer dat ik haar zag, dacht dat ze geestelijk beperkt was, of moet je tegenwoordig zeggen dat ze een geestelijke uitdaging had? Whatever, ze ziet er heeeeeel vreemd (en achterlijk) uit. Toen ze, op de dag dat ik midden in de dozen zat tijdens de verhuizing, aan de deur kwam om kennis te maken en ik aangaf dat ik aan het verhuizen was, zei ze: "Oooow dat maakt niet uit hoor!". Toen ze daarop meteen mijn kersverse huisje inwalste, had ik al in de gaten dat ze het buskruit niet had uitgevonden, danwel niet zoveel olie in het lampke had. Die briljante inschatting mijnerzijds werd deze week maar weer eens bevestigd.
Mister B had een gat in het raam van mijn voordeur gemaakt. Groot genoeg voor mister B om doorheen te klimmen. En overbuurvrouw T zag dat, maar deed niets. Pas toen de politie voor de deur stond vond ze het nodig om even te melden dat ze het allang had gezien (maar niets had gedaan....hallooooo!!!). Oké, op zich was dit al genoeg om mijn bloed te laten koken, maar dat gevoel ebde al snel weg toen ik het veel te druk had om de troep die mister B had achtergelaten, op te ruimen.
Door alle opruimtoestanden, aangiftetoestanden en frustratie over het feit dat mister B zo onzorgvuldig met de doos van mijn Kolonisten van Catan was omgegaan (hij was er gewoon op gaan staan!!! Achterlijk, zeg ik), ontkwam overbuurvrouw T aan de toorn van mijn woede. Maar niet voor lang. En dat lag dus niet aan mijn heetgebakerde karakter. Nee, overbuurvrouw T werkte dit volledig zelf in de hand.
Overbuurvrouw T werkt namelijk bij de supermarkt achter het huis van de mensen die al weken bezig zijn met biedingen op mijn huis. Kennelijk heeft ze net genoeg olie in het lampke om artikelen te scannen en om uit te vogelen wie mijn huis willen kopen. En dus heeft ze, terwijl ze aan het scannen was, in geuren en kleuren aan de potentiele kopers verteld over de inbraak in hun mogelijk toekomstige huis (multitasken lukt haar dus ook nog!). En ja. Dan komt er dus maar één woord bij me op: ACHTERLIJK!!!

dinsdag 29 december 2009

Stop this train

Ik kijk stiekem even naar hem. Om te kijken of ik zie wat zij over hem zeggen. En is zie het. Helaas.
Zijn oogleden zijn een beetje naar beneden gezakt en hij staart glazig naar de televisie. Hij heeft rode blosjes. Zijn handen liggen ineen gevouwen op zijn schoot. Als ik hem vragend vertel dat hij gisteren bij zijn zoon is geweest, antwoordt hij dat hij dat echt niet meer weet en lacht hij er een beetje bij. Beppe zegt lief: "Ach, jongen, dat kun je ook niet allemaal onthouden". Hij lijkt gerustgesteld en verzinkt weer in gedachten.

Als gedachten flarden van herinneringen worden. Als een doelbewuste pas een voorzichtige schuifeling wordt. Als scherpte vaagheid wordt. Dan worden al zijn angsten werkelijkheid.

En ik kan niks doen. Niemand. We kunnen alleen maar toekijken. Toekijken hoe het leven hem al zijn vaardigheden en waardigheden ontneemt. Een voor een. Stukje bij beetje, terug bij af.

Ik denk aan het liedje van John Mayer. Stop this train.

Mijn pake was conducteur. Ik weet zeker dat hij de trein stil had willen zetten als hij wist dat Alzheimer het volgende station was geweest.

Stop this train. I want to get off and go home again.
I'm so scared of getting older, I'm only good in being young.

maandag 28 december 2009

Ik word oud

Een beetje kromgebogen schuifel ik in mijn badjas naar de wastafel. Mijn haar plakt aan alle kanten aan mijn bezwete, grieperige hoofd. Ik schrik zodra ik in de spiegel kijk. Allemaal vouwen en kreukels. Er is geen ontkennen meer aan. Ik word oud. Het doet me denken aan vorige week. Midden in Oostenrijk. Ik heb me nog nooit zoooo oud gevoeld als daar.
Nou had ik dat heil wel een beetje over mezelf afgeroepen door me te omringen met hoofdzakelijk jongere ski-leraren. Maar ja, wist ik veel!? In mijn hoofd ben ik niet veel veranderd ten opzichte van, pak em beet, tien jaar geleden.
Maar als je dan een week lang wordt omringd door mensen die zich zorgen maken over het opmaken van hun beltegoed, die in een restaurant alleen maar vragen wat het goedkoopste is en die continu, 24/7, praten over seks...tja. Dan is is geen ontkennen meer aan. Ik realiseerde me ineens dat ik wel degelijk ben veranderd ten opzichte van tien jaar geleden. Nee, niet alleen mijn verantwoordelijkheden zijn veranderd. Ik ben ook veranderd. Ik denk na vier uurtjes in den après ski bar aan mijn bedje en aan lekker in mijn boek lezen, terwijl anderen zich afvragen in welke bar ze het feestje zullen voortzetten. Ik maak me zorgen om een kater, terwijl zij zonder kater het gevoel hebben dat ze iets verkeerd hebben gedaan op de voorgaande avond.
Maar een lol dat we hadden. Zo nu en dan kon ik de pijn van het ouder worden even loslaten en gewoon meegaan met de 'flow'. Niet moraliserend doen over het feit dat een van de jongens een foto van de borsten van zijn meisje aan iedereen liet zien. Gewoon concluderen dat dat heel logisch is aangezien ze ook een paar tieten had om trots op te zijn. Dat soort werk. Ik voelde me zowaar weer heerlijk puberaal.
Totdat skileraar J het presteerde om me een MILF te noemen. AU!!! Gelukkig ben ik dan nog wel zodanig bij de tijd dat ik weet wat een MILF is (met dank aan Christina Curry, die haar moeder liefkozend zo omschreef). Maar ik zou dus wel de eerste MILF zonder kinderen zijn!!! Kennelijk ben ik  wel oud genoeg om zo te worden beschouwd door een jongen van 20.
Ik ben maar zo snel als mijn snowboots me na een dag skiën konden dragen, door de sneeuw naar mijn kamer geschuifeld, en heb maar weer een boek opengeslagen... Ik word oud!