Daar komt hij voorrijden. Ik ken hem niet, maar zijn auto verraadt dat hij het moet zijn. Een grote Zweed op hoge poten. Type PC Hooft-tractor. Hij stapt uit, mapje onder zijn arm, jasje nonchalant open. Daadkrachtig schudt hij mijn hand en lacht hij zijn frisse gezicht bloot. Hij meet even wat dingetjes op en zegt dat het makkelijk moet kunnen. Dan maakt hij nog wat conversatie, zoals het hoort. Stukje klantenbinding, doet ie leuk.
Als hij weg is, weet ik dat er een raam mag komen waar nu een deur zit. Ik zou blij moeten zijn dat hetgeen ik bedacht heb ook praktisch uitvoerbaar is. Ik zou me kunnen verheugen op een nog prettiger huis. Maar ik ben leeg. Gesloopt. En hij is geen vijf minuten binnen geweest.
Het komt niet door hem. Het is zijn energie. Twee-en-half jaar van mijn leven heb ik doorgebracht met iemand met dezelfde baan, dezelfde dikke bak, dezelfde handige maniertjes, en dezelfde map onder zijn arm. En nee, natuurlijk stond niet hij hier in de kamer. Maar even leek hij heel dichtbij. Als communicerende vaten nam zijn energie toe en daalde die van mij tot rond het vriespunt.
Een paar uurtjes, wat filmpjes van de New Kids, een potje tennis, een blauwe kont (thanks mattie) en een diepe zucht later schuifel ik in ons nieuwe huis de trap op naar X. Hij ligt al lekker in bed en ik kruip in mijn tenniskloffie lekker tegen hem aan. De nare energie is nergens meer te bekennen. Ik kus zijn gezicht plat, stop hem lekker in en sluip weer naar beneden. Vervuld van bakken positieve energie, van hoop, liefde en bergen geluk. Even waaide er een koud briesje uit het verleden door mijn huis en hart, maar nu voelt het gelukkig weer alsof het hartje zomer is.
Femme fatale ('fatale vrouw'): een vrouw die haar schoonheid en seksualiteit gebruikt om mannen te verleiden. Een femme fatale is stijlvol, sterk, seksueel onafhankelijk en intelligent. Ze zal er alles aan doen om de situatie onder controle te houden. Fem Fataal: een brokkenpiloot met een zonnige kijk op het leven die veel lacht, zich vaak verbaast, mannen buitengewoon interessante wezens vindt, de liefde niet begrijpt en voor altijd naief zal blijven.
vrijdag 5 februari 2010
woensdag 3 februari 2010
Vier jaar
Hij zegt dat hij stiekem nog wel eens hoopt dat er post van haar komt. Ik zeg dat post niet vier jaar onderweg is en voel me gemeen. Iets zeggen wat hij natuurlijk ook wel weet is hard in deze context. Maar ik zeg het niet om hem pijn te doen. Ik zeg het om de stilte te doorbreken, om hem te troosten. Maar ook omdat ik de woorden niet kan vinden om de pijn te verzachten.
Vier jaar geleden stierf zijn moeder. Niet door een nare ziekte, niet door een ongeluk, maar omdat ze dat zelf wilde.
Sindsdien wacht hij op post. Een brief waarin ze vertelt waarom ze niet meer verder kon. Een brief waarin ze schrijft dat het niet aan hem lag en dat ze van hem houdt en trots op hem is. Natuurlijk zit hij niet meer elke dag vol verwachting op de postbode te wachten. Maar net na haar dood was hij er van overtuigd dat die brief zou komen.
Maar die brief kwam niet. En die brief zal ook niet meer komen. Nooit zal hij precies weten wat er in haar omging. Hij heeft zich zoveel afgevraagd, zoveel verklaringen bedacht. Zoveel verzachtende omstandigheden aangedragen. Want de gedachte dat je moeder zo ongelukkig was dat ze niet meer verder kon is verschrikkelijk. Het is een last die hij en zijn zus altijd zullen blijven dragen. Dag in dag uit.
Maar als er dan weer een jaar voorbij is, doet het even extra pijn. Weer een jaar voorbij waarin hij van alles heeft beleefd dat hij niet met haar kon delen. Weer de herinneringen aan die dag van toen. Weer de beelden in je hoofd van haar, zoals je haar kende, mama, zoals ze vroeger was.
Ik slik. Voel de pijn, maar toch ook niet. Ik heb niet de illusie dat ik weet wat het met je doet als je dit meemaakt. Maar ik zie het aan hem en ik weet het van zijn zus.
Ik kende haar niet, maar heel soms ben ik een beetje boos op haar, snap ik er niets van als ik naar X zijn verdriet kijk. Er was zoveel om voor te blijven of op zijn minst voor te schrijven.
Vier jaar geleden stierf zijn moeder. Niet door een nare ziekte, niet door een ongeluk, maar omdat ze dat zelf wilde.
Sindsdien wacht hij op post. Een brief waarin ze vertelt waarom ze niet meer verder kon. Een brief waarin ze schrijft dat het niet aan hem lag en dat ze van hem houdt en trots op hem is. Natuurlijk zit hij niet meer elke dag vol verwachting op de postbode te wachten. Maar net na haar dood was hij er van overtuigd dat die brief zou komen.
Maar die brief kwam niet. En die brief zal ook niet meer komen. Nooit zal hij precies weten wat er in haar omging. Hij heeft zich zoveel afgevraagd, zoveel verklaringen bedacht. Zoveel verzachtende omstandigheden aangedragen. Want de gedachte dat je moeder zo ongelukkig was dat ze niet meer verder kon is verschrikkelijk. Het is een last die hij en zijn zus altijd zullen blijven dragen. Dag in dag uit.
Maar als er dan weer een jaar voorbij is, doet het even extra pijn. Weer een jaar voorbij waarin hij van alles heeft beleefd dat hij niet met haar kon delen. Weer de herinneringen aan die dag van toen. Weer de beelden in je hoofd van haar, zoals je haar kende, mama, zoals ze vroeger was.
Ik slik. Voel de pijn, maar toch ook niet. Ik heb niet de illusie dat ik weet wat het met je doet als je dit meemaakt. Maar ik zie het aan hem en ik weet het van zijn zus.
Ik kende haar niet, maar heel soms ben ik een beetje boos op haar, snap ik er niets van als ik naar X zijn verdriet kijk. Er was zoveel om voor te blijven of op zijn minst voor te schrijven.
Verdraagzaamheid
Ik rijd in mijn auto - met deuk - achter een grijskleurige stationcar. Zo'n typische familiebak. Aan de kinderzitjes te zien is het ook echt een familiebak. We moeten wachten voor het stoplicht en ik staar wat voor me uit, tot mijn oog valt op een sticker achterop de familiebak.
Het is een sticker die me al veel vaker is opgevallen, op allerlei soorten auto's. Een sticker die bij mij zoveel vragen oproept. Maar ook vooroordelen.
Het is de sticker waarbij een grote stoere haai een klein visje op gaat eten. Het Ichtus visje dat Christenen op hun auto plakken. Het Ichtus visje waarvan ik vroeger dacht dat het gebruikt werd door mensen die graag gingen vissen. Maar gelukkig weten moeders meer dan kinderen en leerde ik al snel dat het te maken had met een tijd waarin Christenen vervolgd werden. Ze gebruikten dit teken om te zien of een ander ook christen was. ICHTHUS betekent letterlijk 'vis'. De I staat voor Jezus, de CH voor Christus, de T voor THeou, de U voor Uios, de S voor Soter. Dit is een ruwe vertaling voor Jezus Christus Gods Zoon Verlosser.
Best leuk allemaal, maar bij mijn weten is het wel behoorlijk gedaan met de vervolging van Christenen in ons koude kikkerlandje en was dat ook al zo toen de eerste auto's de fabriek uit rolden. Dus vraag ik me vaak af waarom een Christen wil laten zien waar hij voor staat als hij in de auto zit. Mogen we er vanuit gaan dat hij zich netjes gedraagt in het verkeer? De Heer in het verkeer, zeg maar? Of wil de Christen daarmee zeggen dat hij hoe dan ook veilig op pad is omdat God over hem waakt onderweg? Ik weet het niet. Maar het zit kennelijk diep. Anders ga je toch niet speciaal naar de winkel om zo'n sticker te kopen? Of krijg je die gratis als je je jaarlijkse bijdrage aan de kerk stort? Zou Halfords ook van die stickers verkopen, of kun je daarvoor alleen bij speciaalzaken terecht? Vragen, vragen, vragen. Maar het geeft niet, al ben ik sinds de ex-schoonfamilie soms best anti-gerefo, van mij mogen de Christenen plakken wat ze willen. Ze doen er tenslotte niemand kwaad mee.
Maar een ander verhaal vind ik de man in de familiebak met de sticker van de haai die het Ichtus-visje opeet. Het is namelijk niet een lief, leuk, schattig natuurplaatje. Het is gewoon een agressief geheel. Wil de familieman daarmee zeggen dat hij niet zo fan is van Christenen? Of zegt hij eigenlijk dat hij ze het liefst wil verorberen, en is het een nieuw staaltje van Christenvervolging, zodat de Christenen een nieuw plaatje moeten bedenken om herkenbaar te zijn voor elkaar? Je moet er als familieman ook nog enige moeite voor doen om zo'n sticker te bemachtigen. Dat en het feit dat je je auto een beetje verminkt, wekt de indruk dat het je aan het hart gaat, familieman. Wil je zo graag je afschuw van het Christendom laten zien dat je er geld, tijd en moeite voor over hebt?
Ik vraag me af of de kindertjes in de kinderzitjes in de familiebak met sticker een lieve papa hebben. En ik denk aan het woord verdraagzaamheid. En stiekem denk ik zeker te weten dat papa op de PVV stemt.
Het is een sticker die me al veel vaker is opgevallen, op allerlei soorten auto's. Een sticker die bij mij zoveel vragen oproept. Maar ook vooroordelen.
Het is de sticker waarbij een grote stoere haai een klein visje op gaat eten. Het Ichtus visje dat Christenen op hun auto plakken. Het Ichtus visje waarvan ik vroeger dacht dat het gebruikt werd door mensen die graag gingen vissen. Maar gelukkig weten moeders meer dan kinderen en leerde ik al snel dat het te maken had met een tijd waarin Christenen vervolgd werden. Ze gebruikten dit teken om te zien of een ander ook christen was. ICHTHUS betekent letterlijk 'vis'. De I staat voor Jezus, de CH voor Christus, de T voor THeou, de U voor Uios, de S voor Soter. Dit is een ruwe vertaling voor Jezus Christus Gods Zoon Verlosser.
Best leuk allemaal, maar bij mijn weten is het wel behoorlijk gedaan met de vervolging van Christenen in ons koude kikkerlandje en was dat ook al zo toen de eerste auto's de fabriek uit rolden. Dus vraag ik me vaak af waarom een Christen wil laten zien waar hij voor staat als hij in de auto zit. Mogen we er vanuit gaan dat hij zich netjes gedraagt in het verkeer? De Heer in het verkeer, zeg maar? Of wil de Christen daarmee zeggen dat hij hoe dan ook veilig op pad is omdat God over hem waakt onderweg? Ik weet het niet. Maar het zit kennelijk diep. Anders ga je toch niet speciaal naar de winkel om zo'n sticker te kopen? Of krijg je die gratis als je je jaarlijkse bijdrage aan de kerk stort? Zou Halfords ook van die stickers verkopen, of kun je daarvoor alleen bij speciaalzaken terecht? Vragen, vragen, vragen. Maar het geeft niet, al ben ik sinds de ex-schoonfamilie soms best anti-gerefo, van mij mogen de Christenen plakken wat ze willen. Ze doen er tenslotte niemand kwaad mee.
Maar een ander verhaal vind ik de man in de familiebak met de sticker van de haai die het Ichtus-visje opeet. Het is namelijk niet een lief, leuk, schattig natuurplaatje. Het is gewoon een agressief geheel. Wil de familieman daarmee zeggen dat hij niet zo fan is van Christenen? Of zegt hij eigenlijk dat hij ze het liefst wil verorberen, en is het een nieuw staaltje van Christenvervolging, zodat de Christenen een nieuw plaatje moeten bedenken om herkenbaar te zijn voor elkaar? Je moet er als familieman ook nog enige moeite voor doen om zo'n sticker te bemachtigen. Dat en het feit dat je je auto een beetje verminkt, wekt de indruk dat het je aan het hart gaat, familieman. Wil je zo graag je afschuw van het Christendom laten zien dat je er geld, tijd en moeite voor over hebt?
Ik vraag me af of de kindertjes in de kinderzitjes in de familiebak met sticker een lieve papa hebben. En ik denk aan het woord verdraagzaamheid. En stiekem denk ik zeker te weten dat papa op de PVV stemt.
dinsdag 2 februari 2010
Jaloers maar toch ook niet
Ik wilde niet kijken, maar ja, het kwam meteen na de Reünie, dus ik zat er toch al voor. En dus kreeg ik te zien hoe Yo - volledig gemake-upt en gekapt - op haar dure Uggjes in haar prachtig glanzende jurkje door haar schitterend, door Erik Kusters ingerichte, appartement in Milaan hobbelde. Onderweg even achteloos een deur open te gooiend naar haar kleedkamer vol met schoenen in alle kleuren en vormen. AU! Gelukkig zei Ivo dat hij het woongedeelte wilde zien en verdween de droom van iedere vrouw (ze staan niet voor niets zo te gillen in die bierreclame) snel weer uit beeld.
Om vervolgens de mooie woon- en eetkamer te tonen. Vol met de prachtigste foto's van Yo. Yo met het kind van Wes, Yo met haar vriendinnen, Yo met Wes. Alles in zwart-wit en alles even stralend en jaloersmakend. En jaloers werd ik ook. Had ik onlangs nog uren zitten zoeken naar een knappe foto van X en mij om een verhuiskaartje van te maken, zij leek met gemak te kunnen kwartetten met al haar mooie kiekjes. Mag ik in de categorie stralende lach, Wes en Yo op het strand van jou?
Wes kwam ook nog even langs. In zijn trainingspak. En hij was helemaal niet zo dom en leeghoofdig als je zou denken. Hij was zelfs schattig en een beetje nerveus. En rijk. Schathemeltje rijk. Zo rijk dat ie zijn meissie en al hun familie met oudjaar naar Dubai had gevlogen in een gehuurd vliegtuig met hoofdbekleding waarop stond: Yo en Wes partytours (of zoiets). Dus humor had die kleine kabouter (zoals X hem altijd omschreef) ook nog.
En wat waren ze verliefd en wat leek het haar allemaal makkelijk af te gaan. Niks geen verdriet over de breuk met Jan, geen snik in haar stem over de dood van haar vader. Gewoon geweldig gelukkig. Zo leek het. Ik pakte nog maar een chocopinda, wensend dat ik ooit zo mooi op de foto zou staan als zij. Wensend dat ik ooit zo luchtig door het leven zo fladderen als zij. En godsgruwelijk geïrriteerd dat ik niet één negatief puntje over Wes en Yo kon verzinnen. Ze zijn gewoon heel leuk.
Maar X en ik ook...lekker puh. Zonder honderden mooie foto's aan de muur, zonder visagiste, zonder kapper, zonder dure kleren, dure schoenen, dure reisjes en camera op onze snoet. Gewoon geweldig en ook heel erg vaak gelukkig.
Om vervolgens de mooie woon- en eetkamer te tonen. Vol met de prachtigste foto's van Yo. Yo met het kind van Wes, Yo met haar vriendinnen, Yo met Wes. Alles in zwart-wit en alles even stralend en jaloersmakend. En jaloers werd ik ook. Had ik onlangs nog uren zitten zoeken naar een knappe foto van X en mij om een verhuiskaartje van te maken, zij leek met gemak te kunnen kwartetten met al haar mooie kiekjes. Mag ik in de categorie stralende lach, Wes en Yo op het strand van jou?
Wes kwam ook nog even langs. In zijn trainingspak. En hij was helemaal niet zo dom en leeghoofdig als je zou denken. Hij was zelfs schattig en een beetje nerveus. En rijk. Schathemeltje rijk. Zo rijk dat ie zijn meissie en al hun familie met oudjaar naar Dubai had gevlogen in een gehuurd vliegtuig met hoofdbekleding waarop stond: Yo en Wes partytours (of zoiets). Dus humor had die kleine kabouter (zoals X hem altijd omschreef) ook nog.
En wat waren ze verliefd en wat leek het haar allemaal makkelijk af te gaan. Niks geen verdriet over de breuk met Jan, geen snik in haar stem over de dood van haar vader. Gewoon geweldig gelukkig. Zo leek het. Ik pakte nog maar een chocopinda, wensend dat ik ooit zo mooi op de foto zou staan als zij. Wensend dat ik ooit zo luchtig door het leven zo fladderen als zij. En godsgruwelijk geïrriteerd dat ik niet één negatief puntje over Wes en Yo kon verzinnen. Ze zijn gewoon heel leuk.
Maar X en ik ook...lekker puh. Zonder honderden mooie foto's aan de muur, zonder visagiste, zonder kapper, zonder dure kleren, dure schoenen, dure reisjes en camera op onze snoet. Gewoon geweldig en ook heel erg vaak gelukkig.
Poezenvrouw
Elke maandag zie ik haar. Ze komt nooit bij mij, ik ga altijd naar haar toe. Dan zitten we samen aan tafel tussen haar oranje en paarse muren en honderden boeken en praten we. Over van alles, maar vooral over mij. Of over haar poezen. Vier stuks. Dat ze er gek op is, hoeft ze me niet te vertellen. Dat veraden de enorme krabpaal, de vele nepmuisjes op de vloer en allerlei soorten voerbakjes al. Om nog maar niet te spreken van het plastieken speleding met een balletje erin ter waarde van vijfendertig keiharde euro's.
Vol liefde vertelt ze over de vier die er zijn. Over hun gekkigheden en hoe lief en zacht ze wel niet zijn.
Ik vraag me stiekem af of ze ook zoveel van mensen houdt.
Ze vertelt over haar overleden katten. Een hele rij. De helft is doodgereden. Ze vertelt hoe vreselijk ze het iedere keer weer vindt. En ik zie dat ze het er nog moeilijk mee kan hebben. Maar ze heeft de oplossing, vertelt ze verheugd. Straks, in haar nieuwe huis, maakt ze schrikdraad om haar tuin en gaan ze er nooit meer vandoor. Het wordt één groot poezenparadijs. Zonder platte poezen.
En dan gaat er ineens eentje van haar jonkies vandoor. Om niet meer terug te komen. Ze wilde niet wachten op het poezenparadijs. Ze wilde de wijde wereld in. Op ontdekkingsreis. Maar wat of wie ze ontdekt heeft, we weten het niet. En dus is het gissen. Misschien is ze in een schuur gekropen. Misschien hebben bejaarde mensen haar gezellig binnengelaten. Misschien, o nee toch, misschien is ze onder het ijs gegleden en bevroren.
Ze heeft de flyers al gemaakt. Maar wil er nog niet echt aan om ze uit te delen.
Ik probeer haar op te vrolijken. Zeg dat ik er een goed gevoel over heb en dat ze vast weer terug komt. Ze wil er niet aan. Wil zichzelf niet voor de gek houden en zegt dat ze er juist een slecht gevoel over heeft. Ik slik en weet niet wat ik moet zeggen. Toen mijn Veertje een paar uurtjes van de aardbodem was verdwenen knikten mijn knietjes al...dus wat weet ik er van?
Als het een slimme poes is komt ze in ieder geval terug, want zo'n lief poezenvrouwtje als zij vindt ze nooit meer.
Vol liefde vertelt ze over de vier die er zijn. Over hun gekkigheden en hoe lief en zacht ze wel niet zijn.
Ik vraag me stiekem af of ze ook zoveel van mensen houdt.
Ze vertelt over haar overleden katten. Een hele rij. De helft is doodgereden. Ze vertelt hoe vreselijk ze het iedere keer weer vindt. En ik zie dat ze het er nog moeilijk mee kan hebben. Maar ze heeft de oplossing, vertelt ze verheugd. Straks, in haar nieuwe huis, maakt ze schrikdraad om haar tuin en gaan ze er nooit meer vandoor. Het wordt één groot poezenparadijs. Zonder platte poezen.
En dan gaat er ineens eentje van haar jonkies vandoor. Om niet meer terug te komen. Ze wilde niet wachten op het poezenparadijs. Ze wilde de wijde wereld in. Op ontdekkingsreis. Maar wat of wie ze ontdekt heeft, we weten het niet. En dus is het gissen. Misschien is ze in een schuur gekropen. Misschien hebben bejaarde mensen haar gezellig binnengelaten. Misschien, o nee toch, misschien is ze onder het ijs gegleden en bevroren.
Ze heeft de flyers al gemaakt. Maar wil er nog niet echt aan om ze uit te delen.
Ik probeer haar op te vrolijken. Zeg dat ik er een goed gevoel over heb en dat ze vast weer terug komt. Ze wil er niet aan. Wil zichzelf niet voor de gek houden en zegt dat ze er juist een slecht gevoel over heeft. Ik slik en weet niet wat ik moet zeggen. Toen mijn Veertje een paar uurtjes van de aardbodem was verdwenen knikten mijn knietjes al...dus wat weet ik er van?
Als het een slimme poes is komt ze in ieder geval terug, want zo'n lief poezenvrouwtje als zij vindt ze nooit meer.
maandag 1 februari 2010
Paniek
Voor D
Als een dief in de nacht sluipt ze naar binnen. Door het kleinste gaatje in mijn verdedigingslinie dringt zij langzaam door tot ze boven me hangt. Ik voel haar aanwezigheid, mijn hart gaat sneller, mijn hoofd draait op volle toeren. Even lijkt er niets meer te bestaan dan alleen zij en ik. Ik wil dit niet. Hoe biedt ik hier weerstand aan, hoe krijg ik haar naar buitengewerkt? Ik weet het niet dus duik ik in jouw sterke armen en hoop ik dat ze weggaat. Maar jouw aaiende armen helpen niet. En ik voel hoe ze langzaam bezit van me neemt. Er is geen ontkomen meer aan...ik moet het ondergaan en wachten tot ze er genoeg van heeft en weggaat. Tot ze weer een ander op zoekt. Hoe naar het ook is, sinds ik weet dat ze niet alleen mij opzoekt is het draaglijker...weet ik dat ik niet echt gek ben, hooguit prettig gestoord. Net als jij.
Als een dief in de nacht sluipt ze naar binnen. Door het kleinste gaatje in mijn verdedigingslinie dringt zij langzaam door tot ze boven me hangt. Ik voel haar aanwezigheid, mijn hart gaat sneller, mijn hoofd draait op volle toeren. Even lijkt er niets meer te bestaan dan alleen zij en ik. Ik wil dit niet. Hoe biedt ik hier weerstand aan, hoe krijg ik haar naar buitengewerkt? Ik weet het niet dus duik ik in jouw sterke armen en hoop ik dat ze weggaat. Maar jouw aaiende armen helpen niet. En ik voel hoe ze langzaam bezit van me neemt. Er is geen ontkomen meer aan...ik moet het ondergaan en wachten tot ze er genoeg van heeft en weggaat. Tot ze weer een ander op zoekt. Hoe naar het ook is, sinds ik weet dat ze niet alleen mij opzoekt is het draaglijker...weet ik dat ik niet echt gek ben, hooguit prettig gestoord. Net als jij.
Nacht
Het is al zo lang geleden. Maar ineens ben je er weer. En je bent zoals ik zou willen dat je was. Zoals ik had bedacht dat je was, voordat ik ontdekte dat mijn mensenkennis me totaal in de steek had gelaten. Je begrijpt me ineens. Je bent eerlijk en zegt dat het niet erg is. Dat jij het zo verkeerd had ingeschat en dat je daar nog iedere dag spijt van hebt. We omhelzen elkaar. Het is goed zoals het is. Jij hebt een nieuw en ander leven. En ik ook. We wilden het ooit zo graag, maar de wil is weg. We weten dat we niet bij elkaar pasten en dat is niet de schuld van één van ons. We nemen afscheid, met een klein steekje in ons hart. We wensen elkaar het allerbeste. Ik voel me gelukkig en loop weg... op weg naar waar ik hoor, op weg naar X.
Dan doe ik mijn ogen open. Verdorie, moet ik alweer plassen?!
Ik loop slaapdronken naar de badkamer en voel me verward. Het was net echt, alsof ik hem een paar seconden geleden nog zag, voelde, rook en hoorde. En nu zit ik hier met halfdichte ogen te plassen in mijn nieuwe huis, met mijn lief in diepe slaap op tien stappen afstand. Hoe kan dat nou? Waarom kwam je ineens tevoorschijn? Waarom nu?
Dromen zijn bedrog. Dat wist ik al voordat Marco B daarover zong. Maar ze hebben natuurlijk wel een functie. Ik voel de laatste tijd al meer en meer dat ik het verleden heel langzaam achter me begin te laten. Dat het leven weer meer om nu draait en minder om toen. Misschien kwam je gewoon even afscheid nemen... Misschien helpt mijn droom me met verwerken. Ik hoop het...nu meer dan ooit. Want het heden is zo leuk... Een heden waarin al mijn meisjesdromen stuk voor stuk uitkomen... Dus ach, als je 's nachts nog eens een stukje droom nodig hebt. Prima...overdag heb ik echt geen plek meer voor je.
Dan doe ik mijn ogen open. Verdorie, moet ik alweer plassen?!
Ik loop slaapdronken naar de badkamer en voel me verward. Het was net echt, alsof ik hem een paar seconden geleden nog zag, voelde, rook en hoorde. En nu zit ik hier met halfdichte ogen te plassen in mijn nieuwe huis, met mijn lief in diepe slaap op tien stappen afstand. Hoe kan dat nou? Waarom kwam je ineens tevoorschijn? Waarom nu?
Dromen zijn bedrog. Dat wist ik al voordat Marco B daarover zong. Maar ze hebben natuurlijk wel een functie. Ik voel de laatste tijd al meer en meer dat ik het verleden heel langzaam achter me begin te laten. Dat het leven weer meer om nu draait en minder om toen. Misschien kwam je gewoon even afscheid nemen... Misschien helpt mijn droom me met verwerken. Ik hoop het...nu meer dan ooit. Want het heden is zo leuk... Een heden waarin al mijn meisjesdromen stuk voor stuk uitkomen... Dus ach, als je 's nachts nog eens een stukje droom nodig hebt. Prima...overdag heb ik echt geen plek meer voor je.
Bank
Zo was het.
Ooit zocht ik je uit bij de Trendhopper, samen met de ex en met mijn moeder. Je was één van de eerste grote investeringen die ik moest doen nadat het huis helemaal van mij alleen was. Ik vond het spannend maar ging ervoor. Het duurde langer om jou te krijgen dan de gemiddelde nieuwe auto op zich laat wachten. Maar na twaalf lange weken mocht ik me dan toch in jouw aanwezigheid verheugen. En daar stond je dan. Midden in de kamer. En ik was trots! Mijn eerste, eigenste, echte bank. Helemaal zoals ik hem wilde en niemand anders.
En wat hebben we veel meegemaakt! Ik heb op je liggen slapen, ik heb op je zitten gieren van het lachen, maar ook gierend op je zitten blèèèren. Ik heb ruzie op je gemaakt... maar gelukkig vaker het andere uiterste op de schaal van haat----liefde op je beleefd...hihi.
Ik moest en zou je meenemen. Míjn bank! Er was vast nog wel een plekje over in dat grote, lege huis in het zuidelijkste zuiden. Maar bij nader inzien was dat ietwat overmoedig. Je bent niet grijs, je bent niet superstrak. Je bent gewoon een enorme bank die misschien niet eens door het trapgat past. En dus zette ik je op Marktplaats.
Niet alleen ik zag je schoonheid, binnen twee dagen stonden je nieuwe eigenaars al op de stoep. Met een stapel bankbiljetten en een aanhangwagen. Ze hadden een hoekbank en zaten daardoor nooit meer dichtbij elkaar. Dat kon zo niet langer, hadden ze bedacht. En zo kon het dus gebeuren dat ik je ineens mijn straat uit zag rijden. Weg van mij, weg van het verleden.
Samen, maar apart van elkaar, naar een nieuw begin. Jij gaat mensen dichterbij elkaar brengen. Ik ga dichterbij zijn.
woensdag 27 januari 2010
Wijze raad
Ik zit weer lekker onderuitgezakt in de stoel bij mijn ouders. Papa ligt net als vroeger even languit op de bank voor de televisie. Mama is in de weer met kopjes thee. Ik ben thuis.
Papa vraagt hoe het met me is en ik leg uit dat de dokter me zo goed doorzag toen hij vaststelde dat ik stabiliteit waarschijnlijk nooit zo mijn sterkste punt is geweest. Onder de indruk van zoveel mensenkennis, vertel ik over het gesprek. Hoe kon die man toch weten dat bij mij de pieken tot de hemel rijken en de dalen gitzwart en eindeloos kunnen voelen gedurende een paar minuten? Hoe kon die man weten dat het bij mij nooit kabbelt, maar altijd intens is? Of zou hij slechts gedoeld hebben op het feit dat ik nooit zonder zijwieltjes kon en in die zin ook al de nodige stabiliteit ontbeerde in mijn jonge(re) jaren?
Papa was nooit zo'n prater over gevoelsdingen. Als hij vroeg; "Hoe is het met je?" Beantwoorde hij de vraag altijd al in dezelfde ademtocht met: "Goed natuurlijk!" Niet omdat het hem niets kon schelen hoe het werkelijk met me ging, dat niet. Het was gewoon zelfbescherming, want volgens mij kan mijn vader er helemaal niet tegen als het eens even ietsje minder goed gaat met zijn meissie. Heel lief dus. Het maakte me ook nooit zoveel uit dat hij er niet dieper op in ging. Ik snapte het wel en speelde het spel wel eens mee. Wilde hem niet bezorgd maken en hield me groot op sommige momenten. Uit liefde en omdat ik er ook niet tegen kan als het met hem niet zo goed gaat. Ik snap het.
Nu maakte hij weer even zo'n move door mijn karakter van extremen te omschrijven als: Soms ben je gewoon heel erg vrolijk en op de andere momenten ben je gewoon vrolijk. Mijn moeder lacht als ik reageer door te zeggen dat ik soms ook wel eens heeeeeeel verdrietig ben. Papa fronst.
Maar papa gaat met zijn tijd mee. En hij heeft nagedacht over de dingen die spelen in mijn leven. Over hoe ik in elkaar zit. En als er eentje is die mij kan snappen, dan is hij het wel. Volgens mij lijken we ontzettend op elkaar, alleen is hij er al iets beter in getraind om aan de buitenkant superstabiel te lijken. En hij is er een ster in om zijn leven zodanig in te delen dat er weinig dingen op zijn pad komen die voor instabiliteit zorgen. Vakantie? Altijd naar hetzelfde plekje... Vissen? Altijd op hetzelfde stekje... Net als ik, creëert hij zijn eigen veiligheid.
Nu gaat hij ineens zomaar wat dieper op het onderwerp in. Hij legt me uit dat hij denkt dat ik moet leren accepteren dat ik niet alles (aan)kan. Het gaat om acceptatie. Dat zegt hij. Een zin die ik nooit had verwacht uit zijn mond te horen, maar juist daarom geloof ik hem.
Accepteren dat ik van Himmelhoch jauchztent bis zum Toten Betrübt (als je dat zo schrijft) ga is gelukkig niet zo moeilijk. De Himmel is namelijk wel heel erg hoog en ook heel erg vaak aanwezig de laatste tijd. En ach, dat Betrübte gedoe, dat hoort erbij en kan ook binnen vijf minuten over zijn. Het geeft het leven sjeu...maakt er een woeste wildwaterbaan van en geen saai kabbelend beekje. X houdt van raften... dat komt goed uit.
Papa vraagt hoe het met me is en ik leg uit dat de dokter me zo goed doorzag toen hij vaststelde dat ik stabiliteit waarschijnlijk nooit zo mijn sterkste punt is geweest. Onder de indruk van zoveel mensenkennis, vertel ik over het gesprek. Hoe kon die man toch weten dat bij mij de pieken tot de hemel rijken en de dalen gitzwart en eindeloos kunnen voelen gedurende een paar minuten? Hoe kon die man weten dat het bij mij nooit kabbelt, maar altijd intens is? Of zou hij slechts gedoeld hebben op het feit dat ik nooit zonder zijwieltjes kon en in die zin ook al de nodige stabiliteit ontbeerde in mijn jonge(re) jaren?
Papa was nooit zo'n prater over gevoelsdingen. Als hij vroeg; "Hoe is het met je?" Beantwoorde hij de vraag altijd al in dezelfde ademtocht met: "Goed natuurlijk!" Niet omdat het hem niets kon schelen hoe het werkelijk met me ging, dat niet. Het was gewoon zelfbescherming, want volgens mij kan mijn vader er helemaal niet tegen als het eens even ietsje minder goed gaat met zijn meissie. Heel lief dus. Het maakte me ook nooit zoveel uit dat hij er niet dieper op in ging. Ik snapte het wel en speelde het spel wel eens mee. Wilde hem niet bezorgd maken en hield me groot op sommige momenten. Uit liefde en omdat ik er ook niet tegen kan als het met hem niet zo goed gaat. Ik snap het.
Nu maakte hij weer even zo'n move door mijn karakter van extremen te omschrijven als: Soms ben je gewoon heel erg vrolijk en op de andere momenten ben je gewoon vrolijk. Mijn moeder lacht als ik reageer door te zeggen dat ik soms ook wel eens heeeeeeel verdrietig ben. Papa fronst.
Maar papa gaat met zijn tijd mee. En hij heeft nagedacht over de dingen die spelen in mijn leven. Over hoe ik in elkaar zit. En als er eentje is die mij kan snappen, dan is hij het wel. Volgens mij lijken we ontzettend op elkaar, alleen is hij er al iets beter in getraind om aan de buitenkant superstabiel te lijken. En hij is er een ster in om zijn leven zodanig in te delen dat er weinig dingen op zijn pad komen die voor instabiliteit zorgen. Vakantie? Altijd naar hetzelfde plekje... Vissen? Altijd op hetzelfde stekje... Net als ik, creëert hij zijn eigen veiligheid.
Nu gaat hij ineens zomaar wat dieper op het onderwerp in. Hij legt me uit dat hij denkt dat ik moet leren accepteren dat ik niet alles (aan)kan. Het gaat om acceptatie. Dat zegt hij. Een zin die ik nooit had verwacht uit zijn mond te horen, maar juist daarom geloof ik hem.
Accepteren dat ik van Himmelhoch jauchztent bis zum Toten Betrübt (als je dat zo schrijft) ga is gelukkig niet zo moeilijk. De Himmel is namelijk wel heel erg hoog en ook heel erg vaak aanwezig de laatste tijd. En ach, dat Betrübte gedoe, dat hoort erbij en kan ook binnen vijf minuten over zijn. Het geeft het leven sjeu...maakt er een woeste wildwaterbaan van en geen saai kabbelend beekje. X houdt van raften... dat komt goed uit.
dinsdag 26 januari 2010
Relatietest
Ze zeggen het. Als je samen een kast van onze bekende Zweedse vrienden in elkaar kunt zetten, dan zit het wel goed. Of nee, eigenlijk zeggen ze, wanneer je vertelt van je voornemen om weer eens een Billy in elkaar te knutselen, dat je het wel kunt vergeten met je relatie.
Eigenwijs als wij zijn waagden we toch een poging. Alhoewel, eigenlijk ging het zo. Ik begon rustig aan het kastje te knutselen. Totaal onder de indruk en overweldigd over de enorme hoeveelheid planken en schroeven (alsof het feit dat de kast in 2! loeizware dozen zat, niet al een aanwijzing was voor de hoeveelheid ellende die eruit zou komen), legde ik alles keurig op het bed. Soort bij soort, plank bij plank. Een goede voorbereiding is immers het halve werk. Ik las zelfs de gebruiksaanwijzing verder door dan alleen de eerste pagina. En toen ging ik van start. Opeens dook X op, hij wilde wel helpen.
Ik fronste. Ik sputterde. De woorden van de kenners nog vers in mijn geheugen. Ik wilde er graag een leuke zondag van maken en geen herrie in de kast hebben. Na lang wikken en wegen zei ik, dat het wel goed was om het samen te doen, maar dat één van ons dan de leiding moest nemen. Om de zin te vervolgen met: 'dat jij dan zeg maar doet wat ik zeg dat moet gebeuren'. X moest lachen. 'Ja baas!' was zijn reactie. Dus gingen we van start. Vervolgens nam X de rol van ondergeschikte met verve aan en wachtte hij constant op orders van 'de baas'. Het werd zelfs een beetje gezellig door zijn jolige bui. We gingen compleet op in onze rol en ondertussen vorderde het kastje als een tierelier. X ging helemaal op in zijn rol en tekende tussen neus en lippen even op dat de baas natuurlijk de eindverantwoordelijke was voor de kast. Ook moest hij nog even roepen, terwijl ik de spijkertjes keihard in het achterbord mepte, dat het nadeel van die Zweedse kasten is, dat je ze nooit weer uit elkaar kunt halen door al die spijkers.
En alsof hij een vooruitziende blik had, zit deze 'baas' nu met een kast die half af is. Want de baas vond het nodig om de achterkant van de kast op de voorkant te timmeren. En nu zit de baas dus met allemaal spijkertjes die allemaal gaatjes hebben gemaakt in de voorkant van de kast en die daar niet meer uit te krijgen zijn. Zodat de voorkant dichtzit en niet meer open wordt, laat staan mooi. En ja, de baas is eindverantwoordelijk. Gelukkig had de baas de kast zelf gekocht. En gelukkig bleef de sfeer die zondag geweldig. Maar wel jammer van die kast.
Volgende keer is X 'de baas'.
Eigenwijs als wij zijn waagden we toch een poging. Alhoewel, eigenlijk ging het zo. Ik begon rustig aan het kastje te knutselen. Totaal onder de indruk en overweldigd over de enorme hoeveelheid planken en schroeven (alsof het feit dat de kast in 2! loeizware dozen zat, niet al een aanwijzing was voor de hoeveelheid ellende die eruit zou komen), legde ik alles keurig op het bed. Soort bij soort, plank bij plank. Een goede voorbereiding is immers het halve werk. Ik las zelfs de gebruiksaanwijzing verder door dan alleen de eerste pagina. En toen ging ik van start. Opeens dook X op, hij wilde wel helpen.
Ik fronste. Ik sputterde. De woorden van de kenners nog vers in mijn geheugen. Ik wilde er graag een leuke zondag van maken en geen herrie in de kast hebben. Na lang wikken en wegen zei ik, dat het wel goed was om het samen te doen, maar dat één van ons dan de leiding moest nemen. Om de zin te vervolgen met: 'dat jij dan zeg maar doet wat ik zeg dat moet gebeuren'. X moest lachen. 'Ja baas!' was zijn reactie. Dus gingen we van start. Vervolgens nam X de rol van ondergeschikte met verve aan en wachtte hij constant op orders van 'de baas'. Het werd zelfs een beetje gezellig door zijn jolige bui. We gingen compleet op in onze rol en ondertussen vorderde het kastje als een tierelier. X ging helemaal op in zijn rol en tekende tussen neus en lippen even op dat de baas natuurlijk de eindverantwoordelijke was voor de kast. Ook moest hij nog even roepen, terwijl ik de spijkertjes keihard in het achterbord mepte, dat het nadeel van die Zweedse kasten is, dat je ze nooit weer uit elkaar kunt halen door al die spijkers.
En alsof hij een vooruitziende blik had, zit deze 'baas' nu met een kast die half af is. Want de baas vond het nodig om de achterkant van de kast op de voorkant te timmeren. En nu zit de baas dus met allemaal spijkertjes die allemaal gaatjes hebben gemaakt in de voorkant van de kast en die daar niet meer uit te krijgen zijn. Zodat de voorkant dichtzit en niet meer open wordt, laat staan mooi. En ja, de baas is eindverantwoordelijk. Gelukkig had de baas de kast zelf gekocht. En gelukkig bleef de sfeer die zondag geweldig. Maar wel jammer van die kast.
Volgende keer is X 'de baas'.
NU
Er is weer een grote stap gezet. Op de dag dat ik nog even kort de waterlanders op voelde borrelen over dingen van vroeger, maak ik een enorme sprong richting toekomst. Verleden en toekomst lopen zovaak door elkaar, dat ik af en toe vergeet dat er ook nog een nu is.
Mijn NU is nu dat ik me net heb ingeschreven op zijn adres. Offiicieel woon ik niet meer op mijn stekkie in Westeinde. Officieel ben ik nu een burger van het Zuidelijkste Zuiden. Als ik er diep over nadenk, dwalen mijn gedachten weer af naar vroeger. Wat was ik trots op jou, mijn mooie huisje. Zelfs toen je innerlijk nog niet de enorme make-over had gehad die jou van een lelijk eendje (waarom heten het eendjes, als ze altijd met zijn tweetjes zijn?) in een prachtige zwaan veranderde. Zelfs toen je nog nooit een borstel door je haren had gehaald en je tanden schots en scheef en ongepoetst in je mond stonden vond ik je prachtig, zag ik de potentie. Zelfs toen je nog nooit had hoeven dienen als vluchtheuvel, als mijn veilige thuishaven, voelde ik me thuis bij jou. Als ik aan kwam fietsen overviel me bij jouw aanblik een gevoel van trots en verliefdheid. Dat ik, dat gewone meisje, zoiets moois bezat. Je was me zo dierbaar.
En nu, nu heeft de toekomst het gewonnen in mijn hoofd en in mijn hart. Ineens gaan mijn gedachten minder naar je uit. Zie ik ook je gebreken. Je bent oud geworden. Het nieuwe is eraf. Het is niet meer spannend. We hebben geen toekomst. Dus ik laat je gaan. Maar niet met wrok in mijn hart, zeker niet. Ik zal altijd met warme gevoelens aan je terug blijven denken. Jij was mijn eerste liefde en ik hoop dat het je goed zal vergaan. Dat er weer iemand vol bewondering naar je zal kijken. Dat er weer iemand in je investeert, tijd en moeite aan je besteedt. Om het beste uit je te halen, om van je te genieten. Zodat je weer die veilige haven kunt zijn, die vriend in mooie en moeilijke tijden. Maar niet voor mij...niet meer.
Toekomst en verleden, dansen door elkaar. Maar NU ga ik X mailen dat ik bij hem woon. En dat het goed is. Toen, nu en later.
Mijn NU is nu dat ik me net heb ingeschreven op zijn adres. Offiicieel woon ik niet meer op mijn stekkie in Westeinde. Officieel ben ik nu een burger van het Zuidelijkste Zuiden. Als ik er diep over nadenk, dwalen mijn gedachten weer af naar vroeger. Wat was ik trots op jou, mijn mooie huisje. Zelfs toen je innerlijk nog niet de enorme make-over had gehad die jou van een lelijk eendje (waarom heten het eendjes, als ze altijd met zijn tweetjes zijn?) in een prachtige zwaan veranderde. Zelfs toen je nog nooit een borstel door je haren had gehaald en je tanden schots en scheef en ongepoetst in je mond stonden vond ik je prachtig, zag ik de potentie. Zelfs toen je nog nooit had hoeven dienen als vluchtheuvel, als mijn veilige thuishaven, voelde ik me thuis bij jou. Als ik aan kwam fietsen overviel me bij jouw aanblik een gevoel van trots en verliefdheid. Dat ik, dat gewone meisje, zoiets moois bezat. Je was me zo dierbaar.
En nu, nu heeft de toekomst het gewonnen in mijn hoofd en in mijn hart. Ineens gaan mijn gedachten minder naar je uit. Zie ik ook je gebreken. Je bent oud geworden. Het nieuwe is eraf. Het is niet meer spannend. We hebben geen toekomst. Dus ik laat je gaan. Maar niet met wrok in mijn hart, zeker niet. Ik zal altijd met warme gevoelens aan je terug blijven denken. Jij was mijn eerste liefde en ik hoop dat het je goed zal vergaan. Dat er weer iemand vol bewondering naar je zal kijken. Dat er weer iemand in je investeert, tijd en moeite aan je besteedt. Om het beste uit je te halen, om van je te genieten. Zodat je weer die veilige haven kunt zijn, die vriend in mooie en moeilijke tijden. Maar niet voor mij...niet meer.
Toekomst en verleden, dansen door elkaar. Maar NU ga ik X mailen dat ik bij hem woon. En dat het goed is. Toen, nu en later.
maandag 18 januari 2010
Kinderwens
Je ziet haar zo voor je, achter een (überhippe) kinderwagen, met een luiertas van Oilily om het handvat (als je die tenminste nog ergens kunt krijgen) en een enorme glimlach op haar gezicht. Het is geen moedertje om te zien, maar wel echt een moeder die je je zou wensen. Maar ze loopt niet achter een kinderwagen. En ze heeft ook geen dikke buik. Niet omdat ze niet zou willen hoor, het is haar hartewens. Maar het lukt gewoon (nog) niet.
De medische molen heeft ze overleefd, er is niets aan te wijzen waardoor het niet lukt. Maar toch. Geen klein meisje of mannetje dat straks bij haar door haar nieuwbouwhuis aan de rand van de stad scharrelt. Althans nog niet. Want ze houdt natuurlijk hoop. Maar tegelijk zie ik de vertwijfeling. De angst voor als het misschien toch niet lukt en wat dan? En de frustratie omdat het iedereen in de Vinex-wijk om haar heen wel lijkt te lukken. Ze wordt dagelijks omgeven door ooievaars-achtersten die bij buren door de ramen zijn gevlogen. Door ooievaars in het formaat van de Hulk die luid loeiend voor de huizen worden opgeblazen. Door blijde mededelingen voor de ramen: Hoera een meisje, hoera een jongetje.
Vol afgunst en met rammelende eierstokken kijkt ze toe. Waarom zij wel??? En waarom wij niet? Waarom kan iedere halve zool een kind krijgen? Waarom worden meisjes van dertien al zwanger? Waarom zijn er mensen die zo'n mooi geschenk krijgen en het niet weten te waarderen?
Ze lacht en blijft dapper. Ze geeft niet op. Ik kus haar gedag en ze loopt kittig weer naar haar werk. Terwijl ik wegloop hoop ik zo dat ze, de volgende keer dat ik haar zie, goed nieuws zal hebben. Het is haar zo gegund! Terwijl zij wegloopt wordt ze weer eens geconfronteerd met de keiharde werkelijkheid. Een oud-collega die haar in geen eeuwen heeft gezien vraagt na twee tellen: "En ben je nou al eens zwanger?!". Voor het eerst dient ze zo iemand stevig van repliek en geeft ze aan dat het hoogst onbeleefd is om zoiets te vragen. Ze verbergt haar verlangen en houdt haar kin omhoog terwijl er nog wat koetjes en kalfjes de revue passeren. Eenmaal achter haar bureau belt ze me. We wisselen onze verontwaardiging uit en eindigen het gesprek met een lach. Maar ik weet zeker dat ze vanavond in bed nog verdriet heeft over (alweer) zoveel lompigheid.
O, laat het leven voor één keertje wel eerlijk zijn en maak deze lieve, leuke meid een geweldige moeder!
De medische molen heeft ze overleefd, er is niets aan te wijzen waardoor het niet lukt. Maar toch. Geen klein meisje of mannetje dat straks bij haar door haar nieuwbouwhuis aan de rand van de stad scharrelt. Althans nog niet. Want ze houdt natuurlijk hoop. Maar tegelijk zie ik de vertwijfeling. De angst voor als het misschien toch niet lukt en wat dan? En de frustratie omdat het iedereen in de Vinex-wijk om haar heen wel lijkt te lukken. Ze wordt dagelijks omgeven door ooievaars-achtersten die bij buren door de ramen zijn gevlogen. Door ooievaars in het formaat van de Hulk die luid loeiend voor de huizen worden opgeblazen. Door blijde mededelingen voor de ramen: Hoera een meisje, hoera een jongetje.
Vol afgunst en met rammelende eierstokken kijkt ze toe. Waarom zij wel??? En waarom wij niet? Waarom kan iedere halve zool een kind krijgen? Waarom worden meisjes van dertien al zwanger? Waarom zijn er mensen die zo'n mooi geschenk krijgen en het niet weten te waarderen?
Ze lacht en blijft dapper. Ze geeft niet op. Ik kus haar gedag en ze loopt kittig weer naar haar werk. Terwijl ik wegloop hoop ik zo dat ze, de volgende keer dat ik haar zie, goed nieuws zal hebben. Het is haar zo gegund! Terwijl zij wegloopt wordt ze weer eens geconfronteerd met de keiharde werkelijkheid. Een oud-collega die haar in geen eeuwen heeft gezien vraagt na twee tellen: "En ben je nou al eens zwanger?!". Voor het eerst dient ze zo iemand stevig van repliek en geeft ze aan dat het hoogst onbeleefd is om zoiets te vragen. Ze verbergt haar verlangen en houdt haar kin omhoog terwijl er nog wat koetjes en kalfjes de revue passeren. Eenmaal achter haar bureau belt ze me. We wisselen onze verontwaardiging uit en eindigen het gesprek met een lach. Maar ik weet zeker dat ze vanavond in bed nog verdriet heeft over (alweer) zoveel lompigheid.
O, laat het leven voor één keertje wel eerlijk zijn en maak deze lieve, leuke meid een geweldige moeder!
vrijdag 15 januari 2010
Wandeling door de Herrinneringenweg
We trokken de fotoboeken maar eens uit de kast. Opeens was er zo'n collectief verlangen naar vroeger. Misschien omdat we net aan pake hadden gezien dat vroeger echt vroeger is. Misschien omdat we oma misten bij de verjaardag van mijn moeder. Of gewoon om, zoals mijn moeder mijn tante over de telefoon uitlegde: "X weet niets van onze geschiedenis, en dat kan natuurlijk niet!".
Ik zag pake als jonge blakende man. Beppe met ongeverfde haren. En ik zag oma. Met soepjurken in alle soorten en maten. Met haar stevige benen die mijn broer en mij zo goed konden dragen op schoot. Met haar flinke armen, die ons zo heerlijk omhelsden terwijl ze een boek vasthield en voorlas. Met haar veel te grote bril, haar warrige krullen die nog nooit een verfje hadden gezien. Met haar liefdevolle gloed, haar oma-uitstraling. Ik zag mijn vader, nog met snor, als jonge man. Als trotse vader die zijn kleine kindertjes mee in bad nam, mee nam om kievitseieren te zoeken, met ze in het gras zat te vissen. Ik zag mijn moeder als jong meisje met ravenzwart haar en zonder een rimpeltje in haar gezicht. Ik zag mijn broer(tje) als rozige baby met knalblauwe oogjes. Ik zag hem met zijn zelfgeknipte en op zijn gezicht geplakte ridderhelm. Ik zag een bruin interieur en bloemetjesjurken, roezeltjes en witte gebreide (prikkel)sokken bij korte broekjes.
Ik zag mijn jeugd en voelde me melancholisch. Wat heb ik het toch altijd heerlijk gehad. Alle voorwaarden voor een heerlijk, gezegend leven werden geschapen. En even stak het. Want ik heb altijd gezien hoe het moest en kon het op een gegeven moment zelf niet goed nadoen. Maakte er even een zooitje van. Wat zal dat toch pijn hebben gedaan bij de moeder in het roze badpak in Sporthuiscentrum (want zo heette dat toen nog), bij de broer die altijd een oogje in mijn zeil houdt en bij de vader die zich met zijn kinderen verkleedde in oorlogstenue. Liefde was wat ik voelde toen ik naar huis ging. En ik knipperde snel met mijn ogen, maar gelukkig zorgde mijn vader, stoer en grappig, zorgzaam en lief als altijd, voor afleiding en een lach. Een klein sneeuwballengevechtje met X kon best nog even!
Ik zag pake als jonge blakende man. Beppe met ongeverfde haren. En ik zag oma. Met soepjurken in alle soorten en maten. Met haar stevige benen die mijn broer en mij zo goed konden dragen op schoot. Met haar flinke armen, die ons zo heerlijk omhelsden terwijl ze een boek vasthield en voorlas. Met haar veel te grote bril, haar warrige krullen die nog nooit een verfje hadden gezien. Met haar liefdevolle gloed, haar oma-uitstraling. Ik zag mijn vader, nog met snor, als jonge man. Als trotse vader die zijn kleine kindertjes mee in bad nam, mee nam om kievitseieren te zoeken, met ze in het gras zat te vissen. Ik zag mijn moeder als jong meisje met ravenzwart haar en zonder een rimpeltje in haar gezicht. Ik zag mijn broer(tje) als rozige baby met knalblauwe oogjes. Ik zag hem met zijn zelfgeknipte en op zijn gezicht geplakte ridderhelm. Ik zag een bruin interieur en bloemetjesjurken, roezeltjes en witte gebreide (prikkel)sokken bij korte broekjes.
Ik zag mijn jeugd en voelde me melancholisch. Wat heb ik het toch altijd heerlijk gehad. Alle voorwaarden voor een heerlijk, gezegend leven werden geschapen. En even stak het. Want ik heb altijd gezien hoe het moest en kon het op een gegeven moment zelf niet goed nadoen. Maakte er even een zooitje van. Wat zal dat toch pijn hebben gedaan bij de moeder in het roze badpak in Sporthuiscentrum (want zo heette dat toen nog), bij de broer die altijd een oogje in mijn zeil houdt en bij de vader die zich met zijn kinderen verkleedde in oorlogstenue. Liefde was wat ik voelde toen ik naar huis ging. En ik knipperde snel met mijn ogen, maar gelukkig zorgde mijn vader, stoer en grappig, zorgzaam en lief als altijd, voor afleiding en een lach. Een klein sneeuwballengevechtje met X kon best nog even!
Ping Ping
He Ping Ping. Dat stond in het RTL-ontbijtnieuws in het oranje balkje onder zijn hoofd. Hij kwam in het nieuws omdat hij de kleinste man van de wereld is met zijn 75 centimeter. Dus dan ben je de kleinste en heet je ook nog eens He Ping Ping. Toen hij antwoordde op de vragen van de journalist kwam er een heel schattig baby-geluidje uit Ping Ping. Alsof ie Ping Ping Ping Ping Ping Pong zei.
Ik vond Ping Ping stoer. Piepklein, met een muizenstemmetje en totaal niet gezegend met 'the looks' stond hij daar, groots te zijn naast de grootste man van de wereld van 246 cm lang. En wat maakte Ping Ping stoer?
Zijn zwarte glitter pak(je) en zijn kuif(je)/lok(je). Ping Ping had namelijk een pluk haar op zijn overigens kaalgeschoren hoofdje. En die pluk had hij rood geverfd.
Ik vond het skitterend. Het getuigt van zoveel levenskracht. Deze man (mannetje zou beter zijn, maar dat ie klein is, is nu geloof ik wel duidelijk) maakt er wat van. Dat zag je aan alles.
En wat doe ik af en toe? Voor de spiegel staan en mopperen op mijn slappe velletje. Balen van mijn pukkelgezicht. Zeuren over mijn te dikke benen. Over mijn lelijke knieën.
En waarom? Mijn lichaam is toch gezond? Mijn lelijke knieën en te dikke benen brengen me toch overal waar ik wil gaan? Ping Ping maakte een hoop duidelijk. En ik voelde me ineens een beetje dom en oppervlakkig.
1 meter meer lengte, maar 1.75 meter minder wijsheid.
Ik vond Ping Ping stoer. Piepklein, met een muizenstemmetje en totaal niet gezegend met 'the looks' stond hij daar, groots te zijn naast de grootste man van de wereld van 246 cm lang. En wat maakte Ping Ping stoer?
Zijn zwarte glitter pak(je) en zijn kuif(je)/lok(je). Ping Ping had namelijk een pluk haar op zijn overigens kaalgeschoren hoofdje. En die pluk had hij rood geverfd.
Ik vond het skitterend. Het getuigt van zoveel levenskracht. Deze man (mannetje zou beter zijn, maar dat ie klein is, is nu geloof ik wel duidelijk) maakt er wat van. Dat zag je aan alles.
En wat doe ik af en toe? Voor de spiegel staan en mopperen op mijn slappe velletje. Balen van mijn pukkelgezicht. Zeuren over mijn te dikke benen. Over mijn lelijke knieën.
En waarom? Mijn lichaam is toch gezond? Mijn lelijke knieën en te dikke benen brengen me toch overal waar ik wil gaan? Ping Ping maakte een hoop duidelijk. En ik voelde me ineens een beetje dom en oppervlakkig.
1 meter meer lengte, maar 1.75 meter minder wijsheid.
maandag 11 januari 2010
Super-sauna-man
Het is een feit. Ik heb de leukste man van de wereld aan de haak geslagen. Sorry dames, het is niet anders. Er lopen vast wel heel veel goede 'op-één-na-leukste mannen' voor jullie op deze aardkloot rond. Maar de leukste heb ik dus definitief ingepikt.
Ik wist natuurlijk al dat ie leuk was. Maar dit weekend toonde hij een zuiver staaltje van: 'zie mij eens de leukste zijn'. Het begon op vrijdagavond met een briefje op mijn mat (waar ik achteloos overheen stapte omdat ik haast had hem te begroeten) waarop hij had geschreven (vergezeld door mooie plaatjes van al het lekkers dat mij wachtte) dat ik vanwege de pech van de laatste tijd wel eens wat leuks had verdiend en dat hij daarom een heerlijk dagje voor me had geregeld. Een dagje sauna welteverstaan. En dat is toch wel uniek te noemen aangezien meneer tot op heden altijd vol angst en beven over een bezoek aan de sauna sprak. Iedereen in zijn nakie, dat leek hem maar niets! En nu dan toch. Als dat geen liefde is?! Ik vond het zo ontzettend geweldig dat hij zomaar zoiets voor me geregeld had. Dat was natuurlijk al een behoorlijke aanwijzing richting het 'leukste-man-van-de-wereld-schap'. Maar op de dag zelf, bleek toch echt van zijn winnaarskwaliteiten.
Ik heb genoten van de verbaasde blik toen tijdens onze rondleiding door de sauna een man poedeltje nakend voor hem opdook. Lachen moest ik toen hij concludeerde dat 'die man daar in het dagelijks leven een nudist moest zijn', omdat hij zonder badjas van de sauna naar het bubbelbad liep. Allemaal veel te vrij in de ogen van mijn lief... Heerlijk was het om te zien hoe hij ongeveer 60 keer op één dag checkte of zijn badjas wel goed zat en zijn zaakje niet in beeld hing. En toen hij stijl achterover sloeg van het feit dat mensen gewoon in hun blote tokus door de sneeuw liepen, vond ik hem überschattig. Wat is het toch heerlijk om met een man te zijn die nog van dingen onder de indruk kan raken. Die helemaal onrustig is en de hele tijd grapjes maakt om te verbergen dat hij een beetje nerveus is voor de naaktloperij in een sauna. Een genot om naast iemand te staan die niet alles al heeft gezien en gedaan. Gewoon samen, hand in hand de wereld verkennen. Ik heb er zin in en weet zeker dat mijn huis verkopen en samenwonen met X het beste is wat ik kan doen. Waar zo'n dagje sauna al niet goed voor is ;-).
Ik wist natuurlijk al dat ie leuk was. Maar dit weekend toonde hij een zuiver staaltje van: 'zie mij eens de leukste zijn'. Het begon op vrijdagavond met een briefje op mijn mat (waar ik achteloos overheen stapte omdat ik haast had hem te begroeten) waarop hij had geschreven (vergezeld door mooie plaatjes van al het lekkers dat mij wachtte) dat ik vanwege de pech van de laatste tijd wel eens wat leuks had verdiend en dat hij daarom een heerlijk dagje voor me had geregeld. Een dagje sauna welteverstaan. En dat is toch wel uniek te noemen aangezien meneer tot op heden altijd vol angst en beven over een bezoek aan de sauna sprak. Iedereen in zijn nakie, dat leek hem maar niets! En nu dan toch. Als dat geen liefde is?! Ik vond het zo ontzettend geweldig dat hij zomaar zoiets voor me geregeld had. Dat was natuurlijk al een behoorlijke aanwijzing richting het 'leukste-man-van-de-wereld-schap'. Maar op de dag zelf, bleek toch echt van zijn winnaarskwaliteiten.
Ik heb genoten van de verbaasde blik toen tijdens onze rondleiding door de sauna een man poedeltje nakend voor hem opdook. Lachen moest ik toen hij concludeerde dat 'die man daar in het dagelijks leven een nudist moest zijn', omdat hij zonder badjas van de sauna naar het bubbelbad liep. Allemaal veel te vrij in de ogen van mijn lief... Heerlijk was het om te zien hoe hij ongeveer 60 keer op één dag checkte of zijn badjas wel goed zat en zijn zaakje niet in beeld hing. En toen hij stijl achterover sloeg van het feit dat mensen gewoon in hun blote tokus door de sneeuw liepen, vond ik hem überschattig. Wat is het toch heerlijk om met een man te zijn die nog van dingen onder de indruk kan raken. Die helemaal onrustig is en de hele tijd grapjes maakt om te verbergen dat hij een beetje nerveus is voor de naaktloperij in een sauna. Een genot om naast iemand te staan die niet alles al heeft gezien en gedaan. Gewoon samen, hand in hand de wereld verkennen. Ik heb er zin in en weet zeker dat mijn huis verkopen en samenwonen met X het beste is wat ik kan doen. Waar zo'n dagje sauna al niet goed voor is ;-).
Achterlijk
Achterlijk. Niet het meest mooie woord om als dame je stukje mee te beginnen. But sometimes life leaves a lady no choice. En dat is nu dus het geval. De laatste week ben ik met zoveel achterlijkheden geconfronteerd. Ik moet het even kwijt. Hoofdrolspelers in dit verhaal zijn mister B (of misschien twee mister B-en) en overbuurvrouw T. De B staat in dit verband voor Boef en de T voor Troela (maar TUTHOLA was misschien een betere keuze).
Ten aanzien van T kan ik zeggen dat ik de eerste keer dat ik haar zag, dacht dat ze geestelijk beperkt was, of moet je tegenwoordig zeggen dat ze een geestelijke uitdaging had? Whatever, ze ziet er heeeeeel vreemd (en achterlijk) uit. Toen ze, op de dag dat ik midden in de dozen zat tijdens de verhuizing, aan de deur kwam om kennis te maken en ik aangaf dat ik aan het verhuizen was, zei ze: "Oooow dat maakt niet uit hoor!". Toen ze daarop meteen mijn kersverse huisje inwalste, had ik al in de gaten dat ze het buskruit niet had uitgevonden, danwel niet zoveel olie in het lampke had. Die briljante inschatting mijnerzijds werd deze week maar weer eens bevestigd.
Mister B had een gat in het raam van mijn voordeur gemaakt. Groot genoeg voor mister B om doorheen te klimmen. En overbuurvrouw T zag dat, maar deed niets. Pas toen de politie voor de deur stond vond ze het nodig om even te melden dat ze het allang had gezien (maar niets had gedaan....hallooooo!!!). Oké, op zich was dit al genoeg om mijn bloed te laten koken, maar dat gevoel ebde al snel weg toen ik het veel te druk had om de troep die mister B had achtergelaten, op te ruimen.
Door alle opruimtoestanden, aangiftetoestanden en frustratie over het feit dat mister B zo onzorgvuldig met de doos van mijn Kolonisten van Catan was omgegaan (hij was er gewoon op gaan staan!!! Achterlijk, zeg ik), ontkwam overbuurvrouw T aan de toorn van mijn woede. Maar niet voor lang. En dat lag dus niet aan mijn heetgebakerde karakter. Nee, overbuurvrouw T werkte dit volledig zelf in de hand.
Overbuurvrouw T werkt namelijk bij de supermarkt achter het huis van de mensen die al weken bezig zijn met biedingen op mijn huis. Kennelijk heeft ze net genoeg olie in het lampke om artikelen te scannen en om uit te vogelen wie mijn huis willen kopen. En dus heeft ze, terwijl ze aan het scannen was, in geuren en kleuren aan de potentiele kopers verteld over de inbraak in hun mogelijk toekomstige huis (multitasken lukt haar dus ook nog!). En ja. Dan komt er dus maar één woord bij me op: ACHTERLIJK!!!
Ten aanzien van T kan ik zeggen dat ik de eerste keer dat ik haar zag, dacht dat ze geestelijk beperkt was, of moet je tegenwoordig zeggen dat ze een geestelijke uitdaging had? Whatever, ze ziet er heeeeeel vreemd (en achterlijk) uit. Toen ze, op de dag dat ik midden in de dozen zat tijdens de verhuizing, aan de deur kwam om kennis te maken en ik aangaf dat ik aan het verhuizen was, zei ze: "Oooow dat maakt niet uit hoor!". Toen ze daarop meteen mijn kersverse huisje inwalste, had ik al in de gaten dat ze het buskruit niet had uitgevonden, danwel niet zoveel olie in het lampke had. Die briljante inschatting mijnerzijds werd deze week maar weer eens bevestigd.
Mister B had een gat in het raam van mijn voordeur gemaakt. Groot genoeg voor mister B om doorheen te klimmen. En overbuurvrouw T zag dat, maar deed niets. Pas toen de politie voor de deur stond vond ze het nodig om even te melden dat ze het allang had gezien (maar niets had gedaan....hallooooo!!!). Oké, op zich was dit al genoeg om mijn bloed te laten koken, maar dat gevoel ebde al snel weg toen ik het veel te druk had om de troep die mister B had achtergelaten, op te ruimen.
Door alle opruimtoestanden, aangiftetoestanden en frustratie over het feit dat mister B zo onzorgvuldig met de doos van mijn Kolonisten van Catan was omgegaan (hij was er gewoon op gaan staan!!! Achterlijk, zeg ik), ontkwam overbuurvrouw T aan de toorn van mijn woede. Maar niet voor lang. En dat lag dus niet aan mijn heetgebakerde karakter. Nee, overbuurvrouw T werkte dit volledig zelf in de hand.
Overbuurvrouw T werkt namelijk bij de supermarkt achter het huis van de mensen die al weken bezig zijn met biedingen op mijn huis. Kennelijk heeft ze net genoeg olie in het lampke om artikelen te scannen en om uit te vogelen wie mijn huis willen kopen. En dus heeft ze, terwijl ze aan het scannen was, in geuren en kleuren aan de potentiele kopers verteld over de inbraak in hun mogelijk toekomstige huis (multitasken lukt haar dus ook nog!). En ja. Dan komt er dus maar één woord bij me op: ACHTERLIJK!!!
dinsdag 29 december 2009
Stop this train
Ik kijk stiekem even naar hem. Om te kijken of ik zie wat zij over hem zeggen. En is zie het. Helaas.
Zijn oogleden zijn een beetje naar beneden gezakt en hij staart glazig naar de televisie. Hij heeft rode blosjes. Zijn handen liggen ineen gevouwen op zijn schoot. Als ik hem vragend vertel dat hij gisteren bij zijn zoon is geweest, antwoordt hij dat hij dat echt niet meer weet en lacht hij er een beetje bij. Beppe zegt lief: "Ach, jongen, dat kun je ook niet allemaal onthouden". Hij lijkt gerustgesteld en verzinkt weer in gedachten.
Als gedachten flarden van herinneringen worden. Als een doelbewuste pas een voorzichtige schuifeling wordt. Als scherpte vaagheid wordt. Dan worden al zijn angsten werkelijkheid.
En ik kan niks doen. Niemand. We kunnen alleen maar toekijken. Toekijken hoe het leven hem al zijn vaardigheden en waardigheden ontneemt. Een voor een. Stukje bij beetje, terug bij af.
Ik denk aan het liedje van John Mayer. Stop this train.
Mijn pake was conducteur. Ik weet zeker dat hij de trein stil had willen zetten als hij wist dat Alzheimer het volgende station was geweest.
Stop this train. I want to get off and go home again.
I'm so scared of getting older, I'm only good in being young.
Zijn oogleden zijn een beetje naar beneden gezakt en hij staart glazig naar de televisie. Hij heeft rode blosjes. Zijn handen liggen ineen gevouwen op zijn schoot. Als ik hem vragend vertel dat hij gisteren bij zijn zoon is geweest, antwoordt hij dat hij dat echt niet meer weet en lacht hij er een beetje bij. Beppe zegt lief: "Ach, jongen, dat kun je ook niet allemaal onthouden". Hij lijkt gerustgesteld en verzinkt weer in gedachten.
Als gedachten flarden van herinneringen worden. Als een doelbewuste pas een voorzichtige schuifeling wordt. Als scherpte vaagheid wordt. Dan worden al zijn angsten werkelijkheid.
En ik kan niks doen. Niemand. We kunnen alleen maar toekijken. Toekijken hoe het leven hem al zijn vaardigheden en waardigheden ontneemt. Een voor een. Stukje bij beetje, terug bij af.
Ik denk aan het liedje van John Mayer. Stop this train.
Mijn pake was conducteur. Ik weet zeker dat hij de trein stil had willen zetten als hij wist dat Alzheimer het volgende station was geweest.
Stop this train. I want to get off and go home again.
I'm so scared of getting older, I'm only good in being young.
maandag 28 december 2009
Ik word oud
Een beetje kromgebogen schuifel ik in mijn badjas naar de wastafel. Mijn haar plakt aan alle kanten aan mijn bezwete, grieperige hoofd. Ik schrik zodra ik in de spiegel kijk. Allemaal vouwen en kreukels. Er is geen ontkennen meer aan. Ik word oud. Het doet me denken aan vorige week. Midden in Oostenrijk. Ik heb me nog nooit zoooo oud gevoeld als daar.
Nou had ik dat heil wel een beetje over mezelf afgeroepen door me te omringen met hoofdzakelijk jongere ski-leraren. Maar ja, wist ik veel!? In mijn hoofd ben ik niet veel veranderd ten opzichte van, pak em beet, tien jaar geleden.
Maar als je dan een week lang wordt omringd door mensen die zich zorgen maken over het opmaken van hun beltegoed, die in een restaurant alleen maar vragen wat het goedkoopste is en die continu, 24/7, praten over seks...tja. Dan is is geen ontkennen meer aan. Ik realiseerde me ineens dat ik wel degelijk ben veranderd ten opzichte van tien jaar geleden. Nee, niet alleen mijn verantwoordelijkheden zijn veranderd. Ik ben ook veranderd. Ik denk na vier uurtjes in den après ski bar aan mijn bedje en aan lekker in mijn boek lezen, terwijl anderen zich afvragen in welke bar ze het feestje zullen voortzetten. Ik maak me zorgen om een kater, terwijl zij zonder kater het gevoel hebben dat ze iets verkeerd hebben gedaan op de voorgaande avond.
Maar een lol dat we hadden. Zo nu en dan kon ik de pijn van het ouder worden even loslaten en gewoon meegaan met de 'flow'. Niet moraliserend doen over het feit dat een van de jongens een foto van de borsten van zijn meisje aan iedereen liet zien. Gewoon concluderen dat dat heel logisch is aangezien ze ook een paar tieten had om trots op te zijn. Dat soort werk. Ik voelde me zowaar weer heerlijk puberaal.
Totdat skileraar J het presteerde om me een MILF te noemen. AU!!! Gelukkig ben ik dan nog wel zodanig bij de tijd dat ik weet wat een MILF is (met dank aan Christina Curry, die haar moeder liefkozend zo omschreef). Maar ik zou dus wel de eerste MILF zonder kinderen zijn!!! Kennelijk ben ik wel oud genoeg om zo te worden beschouwd door een jongen van 20.
Ik ben maar zo snel als mijn snowboots me na een dag skiën konden dragen, door de sneeuw naar mijn kamer geschuifeld, en heb maar weer een boek opengeslagen... Ik word oud!
Nou had ik dat heil wel een beetje over mezelf afgeroepen door me te omringen met hoofdzakelijk jongere ski-leraren. Maar ja, wist ik veel!? In mijn hoofd ben ik niet veel veranderd ten opzichte van, pak em beet, tien jaar geleden.
Maar als je dan een week lang wordt omringd door mensen die zich zorgen maken over het opmaken van hun beltegoed, die in een restaurant alleen maar vragen wat het goedkoopste is en die continu, 24/7, praten over seks...tja. Dan is is geen ontkennen meer aan. Ik realiseerde me ineens dat ik wel degelijk ben veranderd ten opzichte van tien jaar geleden. Nee, niet alleen mijn verantwoordelijkheden zijn veranderd. Ik ben ook veranderd. Ik denk na vier uurtjes in den après ski bar aan mijn bedje en aan lekker in mijn boek lezen, terwijl anderen zich afvragen in welke bar ze het feestje zullen voortzetten. Ik maak me zorgen om een kater, terwijl zij zonder kater het gevoel hebben dat ze iets verkeerd hebben gedaan op de voorgaande avond.
Maar een lol dat we hadden. Zo nu en dan kon ik de pijn van het ouder worden even loslaten en gewoon meegaan met de 'flow'. Niet moraliserend doen over het feit dat een van de jongens een foto van de borsten van zijn meisje aan iedereen liet zien. Gewoon concluderen dat dat heel logisch is aangezien ze ook een paar tieten had om trots op te zijn. Dat soort werk. Ik voelde me zowaar weer heerlijk puberaal.
Totdat skileraar J het presteerde om me een MILF te noemen. AU!!! Gelukkig ben ik dan nog wel zodanig bij de tijd dat ik weet wat een MILF is (met dank aan Christina Curry, die haar moeder liefkozend zo omschreef). Maar ik zou dus wel de eerste MILF zonder kinderen zijn!!! Kennelijk ben ik wel oud genoeg om zo te worden beschouwd door een jongen van 20.
Ik ben maar zo snel als mijn snowboots me na een dag skiën konden dragen, door de sneeuw naar mijn kamer geschuifeld, en heb maar weer een boek opengeslagen... Ik word oud!
vrijdag 11 december 2009
Flink
Hij staat een beetje vertwijfeld te wachten. Met een bosje bloemen en een ballon in zijn hand. Lieve ogen, zachte wangen die nog niet zijn aangetast door de puberteit. Zodra ik hem zie, heb ik met hem te doen. Alsof ik meteen aanvoel hoe hij zich voelt. Best een beetje gek, aangezien er een televisiescherm tussen ons in zit en misschien ook wel maanden in de tijd.
Hij vertelt dat hij twaalf jaar is en dat hij op zijn vader staat te wachten. En dat hij gek is op Lego. Hij heeft wel twaalf dozen vol. Hij kiest altijd een poppetje en dat is hij dan zelf. Dat poppetje is nooit eenzaam, want hij heeft ook een hondje van Lego. De tranen beginnen langzaam te prikken achter mijn ogen.
Hij vertelt dat zijn vader naar Canada is geweest en dat hij daar waarschijnlijk gaat werken. Hij wil best emigreren naar Canada. Het lijkt hem leuk. Dan wordt duidelijk waarom ik voel wat ik voel. Hij wordt vaak gepest. Door de kinderen op school. Hij zegt dat hij te snel huilt. Ja, natuurlijk niet zomaar, maar omdat hij niet goed tegen de dingen kan die andere kinderen tegen hem zeggen. En dat die kinderen hem dan weer pesten omdat hij huilt.
Terwijl hij vecht tegen zijn tranen, stromen ze bij mij al lang over mijn wangen. Hij zegt dat hij hoopt dat de kinderen in Canada hem niet zullen pesten en dat hij hoopt dat hij daar dan wel gelukkig wordt. Terwijl ik mijn wangen droog, constateert hij vol trots dat hij deze keer niet gehuild heeft. Ik constateer dat ik even baal van de wereld waarin ik leef. Een wereld waarin kleine jongetjes van twaalf het liefst naar het andere eind van de wereld verhuizen omdat ze hier gepest worden door andere kinderen van twaalf.
Tegelijk voel ik me blij. Omdat hij niet gehuild heeft en zichzelf nu heel flink vindt. Omdat ik hem heel flink vind dat hij zijn verhaal vertelt. En omdat ik weet dat hij heel gelukkig gaat worden. Hier of in Canada. Zo'n lieve, stoere, flinke jongen vindt zijn weg wel.
Hij vertelt dat hij twaalf jaar is en dat hij op zijn vader staat te wachten. En dat hij gek is op Lego. Hij heeft wel twaalf dozen vol. Hij kiest altijd een poppetje en dat is hij dan zelf. Dat poppetje is nooit eenzaam, want hij heeft ook een hondje van Lego. De tranen beginnen langzaam te prikken achter mijn ogen.
Hij vertelt dat zijn vader naar Canada is geweest en dat hij daar waarschijnlijk gaat werken. Hij wil best emigreren naar Canada. Het lijkt hem leuk. Dan wordt duidelijk waarom ik voel wat ik voel. Hij wordt vaak gepest. Door de kinderen op school. Hij zegt dat hij te snel huilt. Ja, natuurlijk niet zomaar, maar omdat hij niet goed tegen de dingen kan die andere kinderen tegen hem zeggen. En dat die kinderen hem dan weer pesten omdat hij huilt.
Terwijl hij vecht tegen zijn tranen, stromen ze bij mij al lang over mijn wangen. Hij zegt dat hij hoopt dat de kinderen in Canada hem niet zullen pesten en dat hij hoopt dat hij daar dan wel gelukkig wordt. Terwijl ik mijn wangen droog, constateert hij vol trots dat hij deze keer niet gehuild heeft. Ik constateer dat ik even baal van de wereld waarin ik leef. Een wereld waarin kleine jongetjes van twaalf het liefst naar het andere eind van de wereld verhuizen omdat ze hier gepest worden door andere kinderen van twaalf.
Tegelijk voel ik me blij. Omdat hij niet gehuild heeft en zichzelf nu heel flink vindt. Omdat ik hem heel flink vind dat hij zijn verhaal vertelt. En omdat ik weet dat hij heel gelukkig gaat worden. Hier of in Canada. Zo'n lieve, stoere, flinke jongen vindt zijn weg wel.
zondag 6 december 2009
Inspiratiebron
Een blog-schrijver met een writers-block hoeft voor inspiratie niet in een depressie te raken of liefdesverdriet te ervaren. Ik weet het tovermiddel... Een bezoekje aan de sauna.
Afgelopen vrijdag was het zover. En niet om inspiratie op te doen, maar gewoon om lekker te tutten, te zweten en bij te komen. Heerlijk! Maar ja, als je daar dan toch bent, dient het inspirerende materiaal zich aan op een presenteerblaadje.
Zal ik gaan schrijven over alle situaties in je leven waar je beter niet teveel bij na kunt denken? Ik kwam zomaar op dat onderwerp toen ik mezelf aantrof in een Turks stoombad tussen allemaal (oude) naakte mensen die zichzelf (en ook ongevraagd anderen) insmeerden met Bildtse klei (die de overbuurman van de sauna-mevrouw van zijn boerenland haalde) en daarbij nét iets te dicht bij mijn nakende lichaam in de buurt kwamen.
Of zal ik het eens gaan hebben over gène? Of het gebrek daaraan? Toen een naakte vrouw met ongeveer 20 kilogram teveel aan lichaamsgewicht zich op nog geen 2 meter afstand zo diep bukte om een vriendin plagerig door het koude doorloopbad te loodsen dat ik haar amandelen bijna kon zien zitten terwijl ze me echt niet aankeek... werd ik me des te bewuster van mijn eige huivering bij het uittrekken van mijn badjas. Genant en ongegeneerd. Interessante woorden om eens nader op in te gaan... wie weet komt het er nog eens van in een volgend blogje.
Een onderwerp van heel andere orde zou kunnen zijn; schaamhaar. Altijd al een onderwerp dat me in meer of mindere mate heeft geboeid. En na mijn laatste sauna-bezoek vraag ik me daarover toch weer het een en ander af. Vooral omdat een vrouw, met de engste schaamhaar-dracht aller tijden, het ineens nodig vond om pardoes mijn gezichtsveld in te lopen terwijl ik rozig in een bubbelbadje hing. Ik kon er niet omheen... en vraag me nu toch echt af of je ook last van haaruitval kunt hebben in de schaamstreek. Wie het weet, mag het zeggen.
Tja, om dan nog maar te zwijgen over het interieur van deze sauna. Zelden een plaats gezien waar ik zo ontzettend graag mijn badjas áán had willen houden. Hoe verzin je het, overal spiegels!?
Ach, het was een heerlijk uitje. Met genoeg stof tot nadenken. En misschien stof tot schrijven...
Afgelopen vrijdag was het zover. En niet om inspiratie op te doen, maar gewoon om lekker te tutten, te zweten en bij te komen. Heerlijk! Maar ja, als je daar dan toch bent, dient het inspirerende materiaal zich aan op een presenteerblaadje.
Zal ik gaan schrijven over alle situaties in je leven waar je beter niet teveel bij na kunt denken? Ik kwam zomaar op dat onderwerp toen ik mezelf aantrof in een Turks stoombad tussen allemaal (oude) naakte mensen die zichzelf (en ook ongevraagd anderen) insmeerden met Bildtse klei (die de overbuurman van de sauna-mevrouw van zijn boerenland haalde) en daarbij nét iets te dicht bij mijn nakende lichaam in de buurt kwamen.
Of zal ik het eens gaan hebben over gène? Of het gebrek daaraan? Toen een naakte vrouw met ongeveer 20 kilogram teveel aan lichaamsgewicht zich op nog geen 2 meter afstand zo diep bukte om een vriendin plagerig door het koude doorloopbad te loodsen dat ik haar amandelen bijna kon zien zitten terwijl ze me echt niet aankeek... werd ik me des te bewuster van mijn eige huivering bij het uittrekken van mijn badjas. Genant en ongegeneerd. Interessante woorden om eens nader op in te gaan... wie weet komt het er nog eens van in een volgend blogje.
Een onderwerp van heel andere orde zou kunnen zijn; schaamhaar. Altijd al een onderwerp dat me in meer of mindere mate heeft geboeid. En na mijn laatste sauna-bezoek vraag ik me daarover toch weer het een en ander af. Vooral omdat een vrouw, met de engste schaamhaar-dracht aller tijden, het ineens nodig vond om pardoes mijn gezichtsveld in te lopen terwijl ik rozig in een bubbelbadje hing. Ik kon er niet omheen... en vraag me nu toch echt af of je ook last van haaruitval kunt hebben in de schaamstreek. Wie het weet, mag het zeggen.
Tja, om dan nog maar te zwijgen over het interieur van deze sauna. Zelden een plaats gezien waar ik zo ontzettend graag mijn badjas áán had willen houden. Hoe verzin je het, overal spiegels!?
Ach, het was een heerlijk uitje. Met genoeg stof tot nadenken. En misschien stof tot schrijven...
vrijdag 4 december 2009
Er is hoop
Bij de titel van deze blog weet ik zeker dat je niet verwacht dat mijn hoop bestaat in de persoon van: Patricia Paay.
Tot voor kort had ik zelf ook nooit gedacht dat Patries mij hoop zou kunnen bezorgen. Het leek een contradictio interminae. Onmogelijk: Hoop en Patries in één zin. Behalve als het woord hoop een hele andere, ietwat minder positieve en bruine betekenis zou krijgen en het zou gaan over de bak ellende die Patries na haar scheiding van Adam over zich heen kreeg. Maar dat geheel terzijde.
Patries geeft mij hoop. Zij komt tenslotte met haar zestigjarige lichaam in de Playboy. ZESTIG JAAR! Toen mijn oma zestig jaar was, was ik al veertien! Ik kan me niet anders herinneren dan dat zij altijd al een seksloos wezen is geweest. Een oma. Gewoon oud, grijs, met suffe kleren, te zwarte thee en antimakassertjes op haar stoelen. Een oma die mij op mijn dertiende een cassettebandje op mijn verjaardag gaf met het liedje: "Meisjes van dertien". Niet bepaald de tophit van die tijd, maar wist zij veel. Mijn oma is niet hip, nooit geweest ook. En ze houdt niet van popmuziek, laat staan dat ze met haar blote borsten in een boekje zou poseren.
Maar terug naar Patries. Want zij doet dat dus gewoon lekker wel! En wat kan haar het schelen? Volgens mij kan ze het hebben. Haar benen heb ik al vaak kunnen zien (Patries houdt kennelijk van korte rokjes) en daar mankeerde niets aan. Inmiddels weet ook de gehele natie al dat haar tietjes (nou ja, -tjes....) nog pront genoeg zijn. Die hingen immers bijna geheel uit haar jurkje toen ze vorige week op de bank van Jensen plaatsnam. Waarbij ik ten overvloede even wil opmerken dat deze blog gaat over de hoop die haar uiterlijk geeft en ab-so-luut niet over de 'hoop' stront die zij uitstorte over haar ex. Sjezus Patries, wat verloor je daar je waardigheid! Maar ook dat geheel terzijde.
Terug naar de Playboy. Zelfs voor mij, met mijn 29 lentes, is het een utopie om te denken dat ik ooit door Jan Heemskerk himself wordt gebeld met de vraag of ik nakend in zijn boekje wil. De vaste lezers van mijn hersenkronkels zijn er inmiddels van op de hoogte dat ik mijn uiterlijk ook niet zodanig beoordeel als dat het geschikt zou zijn om te eindigen met een nietje in mijn buik op de bodem van de kattenbak. Alhoewel, een echt nietje hier en daar, zou misschien best een positief effect op mijn zelfbeeld kunnen hebben, maar zover zou ik toch niet willen gaan voor mijn 15 minutes of fame.
Maarrrrr, er is dus gewoon nog hoop!!! Ik heb nog 31 jaar om me suf te trainen, om de boel op te poetsen en wel in de Playboy te komen!!! Ik ben nog niet eens op de helft. En lord!!! Als ik uitga van de vooruitgang die ik de laatste 5 jaar al heb geboekt op het uiterlijke vlak.... Patries, eat your heart out.
ps. Jan H, als je mijn nummer nodig hebt....reageer gerust ;-)
Tot voor kort had ik zelf ook nooit gedacht dat Patries mij hoop zou kunnen bezorgen. Het leek een contradictio interminae. Onmogelijk: Hoop en Patries in één zin. Behalve als het woord hoop een hele andere, ietwat minder positieve en bruine betekenis zou krijgen en het zou gaan over de bak ellende die Patries na haar scheiding van Adam over zich heen kreeg. Maar dat geheel terzijde.
Patries geeft mij hoop. Zij komt tenslotte met haar zestigjarige lichaam in de Playboy. ZESTIG JAAR! Toen mijn oma zestig jaar was, was ik al veertien! Ik kan me niet anders herinneren dan dat zij altijd al een seksloos wezen is geweest. Een oma. Gewoon oud, grijs, met suffe kleren, te zwarte thee en antimakassertjes op haar stoelen. Een oma die mij op mijn dertiende een cassettebandje op mijn verjaardag gaf met het liedje: "Meisjes van dertien". Niet bepaald de tophit van die tijd, maar wist zij veel. Mijn oma is niet hip, nooit geweest ook. En ze houdt niet van popmuziek, laat staan dat ze met haar blote borsten in een boekje zou poseren.
Maar terug naar Patries. Want zij doet dat dus gewoon lekker wel! En wat kan haar het schelen? Volgens mij kan ze het hebben. Haar benen heb ik al vaak kunnen zien (Patries houdt kennelijk van korte rokjes) en daar mankeerde niets aan. Inmiddels weet ook de gehele natie al dat haar tietjes (nou ja, -tjes....) nog pront genoeg zijn. Die hingen immers bijna geheel uit haar jurkje toen ze vorige week op de bank van Jensen plaatsnam. Waarbij ik ten overvloede even wil opmerken dat deze blog gaat over de hoop die haar uiterlijk geeft en ab-so-luut niet over de 'hoop' stront die zij uitstorte over haar ex. Sjezus Patries, wat verloor je daar je waardigheid! Maar ook dat geheel terzijde.
Terug naar de Playboy. Zelfs voor mij, met mijn 29 lentes, is het een utopie om te denken dat ik ooit door Jan Heemskerk himself wordt gebeld met de vraag of ik nakend in zijn boekje wil. De vaste lezers van mijn hersenkronkels zijn er inmiddels van op de hoogte dat ik mijn uiterlijk ook niet zodanig beoordeel als dat het geschikt zou zijn om te eindigen met een nietje in mijn buik op de bodem van de kattenbak. Alhoewel, een echt nietje hier en daar, zou misschien best een positief effect op mijn zelfbeeld kunnen hebben, maar zover zou ik toch niet willen gaan voor mijn 15 minutes of fame.
Maarrrrr, er is dus gewoon nog hoop!!! Ik heb nog 31 jaar om me suf te trainen, om de boel op te poetsen en wel in de Playboy te komen!!! Ik ben nog niet eens op de helft. En lord!!! Als ik uitga van de vooruitgang die ik de laatste 5 jaar al heb geboekt op het uiterlijke vlak.... Patries, eat your heart out.
ps. Jan H, als je mijn nummer nodig hebt....reageer gerust ;-)
Allergische reactie
Heel soms gebeurt het me dat ik iemand voor het eerst ontmoet en spontaan een allergische reactie krijg. Dat alle interne alarmbellen bij de aanblik van die persoon al beginnen te rinkelen. Zonder dat ik op dat moment weet waarom. Het zit hem niet in uiterlijk, want het gebeurt bij mooie en minder mooie mensen. Maar waar het nou wel in zit?
Vorige week gebeurde het weer eens. We hadden eenmalig een andere tennisleraar en mijn nekharen sprongen bij de aanblik van het mannetje spontaan overeind. Ik vond hem gewoon meteen stom, onbetrouwbaar en stiekem. Geen idee waarom, want eigenlijk zag hij er juist heel gezellig uit. De eerste dikke tennisleraar van Nederland (hoe kan dat als je zoveel sport???). Net een rozig varkentje eigenlijk. Misschien zat het em in zijn kleine, geniepige varkensoogjes? Geen idee! Ik hield de mogelijkheid dat ik me zwaar vergiste en te vooringenomen was daarom nog keurig open.
Maar wat ik inmiddels weet, is dat die alarmbellen niet voor niets rinkelen. Die nekharen hebben wel degelijk en belangrijke functie. Ik ga ze niet meer negeren. Mijn intuïtie is kennelijk een hele goede raadgever. Want wat bleek? Meneer was ook gewoon stom. Toen hij mijn afkeer totaal niet aanvoelde en zijn varkenstokus op de barkruk naast de mijne parkeerde, kon ik het niet nalaten om de proef op de som te nemen. De voorzet gaf hij zelf door aan te kondigen dat hij een vriendin had. Zijn collega's keken verbaasd en leken dit nieuws voor het eerst te horen. Op eentje na. Die zei; "Ik hoorde dat je ook iets had gedaan om haar een dikke buik te bezorgen".
Kraaloogje lachte trots en sloeg zichzelf, nog net niet roffelend, op de borst toen hij aankondigde dat dit juist was. Hij, de grote, stoere tennisleraar, had iemand bezwangerd!
De barvrouw (die kennelijk al vaker met het bijltje van bijdehande mannen had gehakt) voegde daar droog aan toe; "En wat heeft zij dan gedaan waardoor jij zo'n dikke buik hebt gekregen?"
Ik onderdrukte mijn glimlach, want dik zijn is niet iets om debiel over te doen, en vroeg wanneer de kleine het levenslicht zou zien.
Hij draaide zijn varkenskop naar me toe en knorde doodleuk: "Ze heeft het weg laten halen."
Nou ben ik niet per definitie tegen abortus. Iedereen mag over zijn eigen lijf en leven beslissen. Maar ik was wel verbaasd dat hij dit nogal private feit pardoes in de groep gooide. Ik stamelde voorzichtig; "Goh, eeeeh, eeeh, jeetje. Dat is nogal wat zeg!"
En kraaloogje legde uit dat hij nog maar 23 was en geen vader wilde worden. Ja, zij wel. Zij wilde heel graag kinderen en had het ook best willen houden. Maar kraaloogje had gezegd dat ze hem dan kwijt zou raken en dus had miss P ervoor gekozen haar zwangerschap te beëindigen.
Het was maar goed dat mijn racket op de grond lag, buiten handbereik. Want misschien, heel misschien, had ik het anders tussen zijn kraaloogjes geparkeerd.
In plaats daarvan zweeg ik. Het gebeurt niet vaak, maar ik was sprakeloos. Door zoveel machismo, door zoveel domheid, door zoveel arrogantie en hardheid. En ik vroeg me af of het waar was.
Knorretje had het door. En probeerde er nog een sociaal wenselijke uitleg voor te geven. "Ze hadden het in goed overleg besloten, echt waar hoor". Maar mijn nekharen waren inmiddels al zover overeind gaan staan dat mijn oren bedekt werden. Ik hoorde niets meer. En nam me voor om voortaan uit de buurt te blijven van mensen waar ik allergisch op reageer. Sommige dingen wil je niet weten, en sommige mensen wil je niet kennen.
Vorige week gebeurde het weer eens. We hadden eenmalig een andere tennisleraar en mijn nekharen sprongen bij de aanblik van het mannetje spontaan overeind. Ik vond hem gewoon meteen stom, onbetrouwbaar en stiekem. Geen idee waarom, want eigenlijk zag hij er juist heel gezellig uit. De eerste dikke tennisleraar van Nederland (hoe kan dat als je zoveel sport???). Net een rozig varkentje eigenlijk. Misschien zat het em in zijn kleine, geniepige varkensoogjes? Geen idee! Ik hield de mogelijkheid dat ik me zwaar vergiste en te vooringenomen was daarom nog keurig open.
Maar wat ik inmiddels weet, is dat die alarmbellen niet voor niets rinkelen. Die nekharen hebben wel degelijk en belangrijke functie. Ik ga ze niet meer negeren. Mijn intuïtie is kennelijk een hele goede raadgever. Want wat bleek? Meneer was ook gewoon stom. Toen hij mijn afkeer totaal niet aanvoelde en zijn varkenstokus op de barkruk naast de mijne parkeerde, kon ik het niet nalaten om de proef op de som te nemen. De voorzet gaf hij zelf door aan te kondigen dat hij een vriendin had. Zijn collega's keken verbaasd en leken dit nieuws voor het eerst te horen. Op eentje na. Die zei; "Ik hoorde dat je ook iets had gedaan om haar een dikke buik te bezorgen".
Kraaloogje lachte trots en sloeg zichzelf, nog net niet roffelend, op de borst toen hij aankondigde dat dit juist was. Hij, de grote, stoere tennisleraar, had iemand bezwangerd!
De barvrouw (die kennelijk al vaker met het bijltje van bijdehande mannen had gehakt) voegde daar droog aan toe; "En wat heeft zij dan gedaan waardoor jij zo'n dikke buik hebt gekregen?"
Ik onderdrukte mijn glimlach, want dik zijn is niet iets om debiel over te doen, en vroeg wanneer de kleine het levenslicht zou zien.
Hij draaide zijn varkenskop naar me toe en knorde doodleuk: "Ze heeft het weg laten halen."
Nou ben ik niet per definitie tegen abortus. Iedereen mag over zijn eigen lijf en leven beslissen. Maar ik was wel verbaasd dat hij dit nogal private feit pardoes in de groep gooide. Ik stamelde voorzichtig; "Goh, eeeeh, eeeh, jeetje. Dat is nogal wat zeg!"
En kraaloogje legde uit dat hij nog maar 23 was en geen vader wilde worden. Ja, zij wel. Zij wilde heel graag kinderen en had het ook best willen houden. Maar kraaloogje had gezegd dat ze hem dan kwijt zou raken en dus had miss P ervoor gekozen haar zwangerschap te beëindigen.
Het was maar goed dat mijn racket op de grond lag, buiten handbereik. Want misschien, heel misschien, had ik het anders tussen zijn kraaloogjes geparkeerd.
In plaats daarvan zweeg ik. Het gebeurt niet vaak, maar ik was sprakeloos. Door zoveel machismo, door zoveel domheid, door zoveel arrogantie en hardheid. En ik vroeg me af of het waar was.
Knorretje had het door. En probeerde er nog een sociaal wenselijke uitleg voor te geven. "Ze hadden het in goed overleg besloten, echt waar hoor". Maar mijn nekharen waren inmiddels al zover overeind gaan staan dat mijn oren bedekt werden. Ik hoorde niets meer. En nam me voor om voortaan uit de buurt te blijven van mensen waar ik allergisch op reageer. Sommige dingen wil je niet weten, en sommige mensen wil je niet kennen.
Zelfbeeld
Ik sta voor de spiegel. Irriteer me kapot aan mijn dubbele kin. Probeer de boel met mijn vingers strak te trekken om het resultaat van een verzonnen bezoekje aan de plastisch chirurg in te schatten. En ik zie dat ze hangen (20 kilo afvallen is best leuk, maar réken maar dat het pronte eraf gaat). En dan zakken mijn ogen af naar mijn onderstel. Die knieën! Ineens snap ik wel dat Nicole Kidman wat aan die van haar heeft laten doen. Een kleine 'lipo' zou ook mij niet misstaan. Al weet ik zeker dat die van haar voor de ingreep vast al mooier en bevalliger waren dan die van mij.
De conclusie van mijn kritische evaluatie? Het is niet best. Zeg maar gerust, het is hopeloos. Ik ben lelijk.
Maar tegelijk weet ik dat anderen daar toch een ietwat positievere kijk op hebben. Vriendlief vind me prachtig. En ook vriendinnetje A roept zo nu en dan zoiets. Laatst in de kroeg hoorde ik ze trouwens ook niet klagen. Maar iedereen ziet het verkeerd. Ik ben best dik en ook best lelijk. Misschien ben ik soms handig in het camoufleren. Dat zal het zijn. Of dat mensen gewoon niet te hard voor me willen zijn.
Dus maar weer op dieet. Als er een kilo af is, voel ik me meteen knapper. Goddelijk bijna. En dat is heus niet omdat ik er in het echt zoveel beter uit ben gaan zien. Dat zit van binnen. Naarmate de weegschaal een dalende waarde aangeeft stijgt mijn zelfvertrouwen. Kortom: mijn zelfbeeld is totaal verknipt.
Maar ik ben niet de enige.
Zo ken ik een prachtig meisje. Pronte tieten (ja, zij wel), superslanke benen inclusief móóie knieën, prachtig velletje. En die ogen. Dat kind heeft alles mee. Nou ja, bijna. Ongeveer 25 vierkante centimeter (dat is dus gewoon maar 5 bij 5 centimeter) is iets minder goed gelukt. Vind ze vooral zelf. En dus is ze lelijk. Als je haar over haarzelf hoort praten nemen haar littekens bijna freak-achtige proporties aan. Er is gewoon niets moois aan haar. Mensen vinden haar lelijk. Probeert ze me te overtuigen. Niemand wil iets met haar beginnen. Mannen dan. Zegt ze. Ze heeft al besloten haar 'shot at love' maar gewoon te laten schieten. Ze is toch volkomen kansloos. Om 25 vierkante centimeter! De rest weegt daar écht niet tegen op, verzekert ze me.
Dus daar zitten we dan. Twee prachtige meiden. Maar allebei met het idee dat het niks is en dus ook niks zal worden. En niet denken dat we op ons achterhoofdje gevallen zijn. Nee hoor, er zit ook gewoon nog wel iets van intellectueel vermogen aan de binnenkant. Maar ja, daar koop je geen brood voor. En dat we een leuk karakter hebben, zorgzaam zijn, lol maken en onze zaakjes buitengewoon goed op orde hebben, dat telt natuurlijk niet mee. We willen eigenlijk gewoon de looks hebben om ergens in het midden van de Panorama in een ieniemienie bikini-tje verleidelijk de lezers toe te lachen. En hordes mannen achter ons aan hebben. Not gonna happen! Zolang wij niet blij zijn met onszelf zal een ander dat ook nooit kunnen worden. Uitstraling. Dat is het toverwoord.
De conclusie van mijn kritische evaluatie? Het is niet best. Zeg maar gerust, het is hopeloos. Ik ben lelijk.
Maar tegelijk weet ik dat anderen daar toch een ietwat positievere kijk op hebben. Vriendlief vind me prachtig. En ook vriendinnetje A roept zo nu en dan zoiets. Laatst in de kroeg hoorde ik ze trouwens ook niet klagen. Maar iedereen ziet het verkeerd. Ik ben best dik en ook best lelijk. Misschien ben ik soms handig in het camoufleren. Dat zal het zijn. Of dat mensen gewoon niet te hard voor me willen zijn.
Dus maar weer op dieet. Als er een kilo af is, voel ik me meteen knapper. Goddelijk bijna. En dat is heus niet omdat ik er in het echt zoveel beter uit ben gaan zien. Dat zit van binnen. Naarmate de weegschaal een dalende waarde aangeeft stijgt mijn zelfvertrouwen. Kortom: mijn zelfbeeld is totaal verknipt.
Maar ik ben niet de enige.
Zo ken ik een prachtig meisje. Pronte tieten (ja, zij wel), superslanke benen inclusief móóie knieën, prachtig velletje. En die ogen. Dat kind heeft alles mee. Nou ja, bijna. Ongeveer 25 vierkante centimeter (dat is dus gewoon maar 5 bij 5 centimeter) is iets minder goed gelukt. Vind ze vooral zelf. En dus is ze lelijk. Als je haar over haarzelf hoort praten nemen haar littekens bijna freak-achtige proporties aan. Er is gewoon niets moois aan haar. Mensen vinden haar lelijk. Probeert ze me te overtuigen. Niemand wil iets met haar beginnen. Mannen dan. Zegt ze. Ze heeft al besloten haar 'shot at love' maar gewoon te laten schieten. Ze is toch volkomen kansloos. Om 25 vierkante centimeter! De rest weegt daar écht niet tegen op, verzekert ze me.
Dus daar zitten we dan. Twee prachtige meiden. Maar allebei met het idee dat het niks is en dus ook niks zal worden. En niet denken dat we op ons achterhoofdje gevallen zijn. Nee hoor, er zit ook gewoon nog wel iets van intellectueel vermogen aan de binnenkant. Maar ja, daar koop je geen brood voor. En dat we een leuk karakter hebben, zorgzaam zijn, lol maken en onze zaakjes buitengewoon goed op orde hebben, dat telt natuurlijk niet mee. We willen eigenlijk gewoon de looks hebben om ergens in het midden van de Panorama in een ieniemienie bikini-tje verleidelijk de lezers toe te lachen. En hordes mannen achter ons aan hebben. Not gonna happen! Zolang wij niet blij zijn met onszelf zal een ander dat ook nooit kunnen worden. Uitstraling. Dat is het toverwoord.
donderdag 3 december 2009
Gevoel en verstand
Soms lijkt het net of het leven een eeuwige strijd tussen gevoel en verstand is. En niet alleen mijn leven, ook dat van mijn vriendinnen.
Ons gevoel roept dat we ons volledig in een relatie moeten storten. Ons verstand zegt dat we eerst een appartementje moeten regelen om vervolgens daar nog geen week te slapen en maandelijks een bak geld over de balk te smijten aan woonruimte die we niet gebruiken.
Ons gevoel roept dat we willen gaan samenwonen. Ons verstand zegt dat je dan al je zekerheden kwijt bent en dus beter nog een tijdje kan wachten met de verkoop van ons huis. Om vervolgens maanden in ons huis te wonen met het idee dat we er wel vanaf willen.
Ons gevoel roept dat we weer bij die foute kerel in zijn armen op de bank willen kruipen. Ons verstand schreeuwt dat we dat nooit meer moeten doen omdat we daarmee de beste jaren van ons leven verdoen aan een relatie waar geen heil in zit. Om vervolgens maanden bij ieder liefdesliedje en iedere romantische film weg te zappen zodat we niet jaloers worden op alle liefde in de wereld en onszelf zielig en alleen voelen.
Ons gevoel roept dat het heerlijk zou zijn om een klein baby'tje van onszelf in de armen te houden. Ons verstand roept dat we eerst moeten trouwen, sparen en psychisch 100% stabiel moeten zijn voordat we daadwerkelijk kunnen gaan voortplanten. Om vervolgens bij ieder geboortekaartje of iedere dikke buik een klein steekje van jaloezie te voelen.
Ons gevoel roept dat het heerlijk zou zijn om een eigen koffiehuisje te beginnen en de hele dag taarten te bakken. Ons verstand roept dat we lekker onze baan moeten houden omdat je dan tenminste financiële zekerheid hebt en we tenslotte niet voor niks zo lang gestudeerd hebben.
Ons gevoel schreeuwt dat we die chocoladeletter in één keer moeten verorberen. Ons verstand dwingt ons hele kleine stukjes te nemen en ons vervolgens schuldig en dik te voelen.
Het leven is één grote innerlijke strijd. Maar gelukkig zijn gevoel en verstand het zo nu en dan met elkaar eens. Komen ze bij elkaar en omarmen ze elkaar in een gevoel van tevredenheid. Zoals met X. Gevoel en verstand zijn het er helemaal over eens dat elke sprong in het diepe met hem de juiste is. Dus ach, die andere innerlijke oorlogen maken niet zoveel uit. Misschien maakt dat ons juist wel zo leuk. Zwart-wit, Duo Penotti, nooit saai en altijd in de war!!!
Ons gevoel roept dat we ons volledig in een relatie moeten storten. Ons verstand zegt dat we eerst een appartementje moeten regelen om vervolgens daar nog geen week te slapen en maandelijks een bak geld over de balk te smijten aan woonruimte die we niet gebruiken.
Ons gevoel roept dat we willen gaan samenwonen. Ons verstand zegt dat je dan al je zekerheden kwijt bent en dus beter nog een tijdje kan wachten met de verkoop van ons huis. Om vervolgens maanden in ons huis te wonen met het idee dat we er wel vanaf willen.
Ons gevoel roept dat we weer bij die foute kerel in zijn armen op de bank willen kruipen. Ons verstand schreeuwt dat we dat nooit meer moeten doen omdat we daarmee de beste jaren van ons leven verdoen aan een relatie waar geen heil in zit. Om vervolgens maanden bij ieder liefdesliedje en iedere romantische film weg te zappen zodat we niet jaloers worden op alle liefde in de wereld en onszelf zielig en alleen voelen.
Ons gevoel roept dat het heerlijk zou zijn om een klein baby'tje van onszelf in de armen te houden. Ons verstand roept dat we eerst moeten trouwen, sparen en psychisch 100% stabiel moeten zijn voordat we daadwerkelijk kunnen gaan voortplanten. Om vervolgens bij ieder geboortekaartje of iedere dikke buik een klein steekje van jaloezie te voelen.
Ons gevoel roept dat het heerlijk zou zijn om een eigen koffiehuisje te beginnen en de hele dag taarten te bakken. Ons verstand roept dat we lekker onze baan moeten houden omdat je dan tenminste financiële zekerheid hebt en we tenslotte niet voor niks zo lang gestudeerd hebben.
Ons gevoel schreeuwt dat we die chocoladeletter in één keer moeten verorberen. Ons verstand dwingt ons hele kleine stukjes te nemen en ons vervolgens schuldig en dik te voelen.
Het leven is één grote innerlijke strijd. Maar gelukkig zijn gevoel en verstand het zo nu en dan met elkaar eens. Komen ze bij elkaar en omarmen ze elkaar in een gevoel van tevredenheid. Zoals met X. Gevoel en verstand zijn het er helemaal over eens dat elke sprong in het diepe met hem de juiste is. Dus ach, die andere innerlijke oorlogen maken niet zoveel uit. Misschien maakt dat ons juist wel zo leuk. Zwart-wit, Duo Penotti, nooit saai en altijd in de war!!!
woensdag 2 december 2009
Junk
"Chocoladeverslaving bestaat niet". Het staat voor mijn neus, gedrukt op papier. Ik lees het nog maar eens. Niet? Denk ik terwijl ik mijn wenkbrauwen in opperste staat van paraatheid frons. Het staat er, dus het zal wel waar zijn.
Huh!? Ik als totaal verslavingsongevoelig persoon verkeerde toch echt in de veronderstelling dat ik zwaar verslaafd was aan het bruine goud. Een wijntje doet me niks, de Owasikmaarzolammetjes schreeuwen nooit vanuit hun doosje dat ik ze moet slikken, in mijn hele leven geen sigaret gerookt, laat staan geblowd. Maar chocola! Ik krijg spontaan knikkende knietjes als ik langs het chocolade-schap loop in de supermarkt. Kan geen weerstand bieden aan de bruine gloed die me vanuit de schappen toestraalt en lijkt te roepen: "Koop ons, koop ons!"
En nadat ik de doosjes/zakjes genot uit het winkelwagentje in mijn tas heb geladen en vervolgens in de kast heb gelegd, blijft het roepen: "Eet me, eet me!"
Als er chocola in de kast ligt, ga ik voor de bijl. Vaak sta ik er eerst nog vol wilskracht en pak ik een klein stukje. Onder de belofte dat dit echt het enige is dat ik neem. Om vervolgens binnen een minuut weer naar de keuken te lopen en een nieuw stukje te pakken. Echt het laatste stukje hoor! Waarna het uiteindelijk helemaal gedaan is met de wilskracht en ik als een junk geen weerstand kan bieden aan de behoefte. Het is ook zooooo lekker! De hele verpakking wordt meegesleept naar de bank en vaak helaas ook geheel verorberd. Onder het idee, dat ik het dan morgen niet meer heb en het dus ook niet meer kan eten. Heel vreemd gedacht, maar dat lijkt op dat moment het enige juiste.
Tja en morgen? Morgen loop ik dan weer door de supermarkt en moet ik me wederom schrap zetten. De verleiding weerstaan. Niet toegeven aan mijn impulsen. Geen chocola!
En als het me dan lukt om de schappen te passeren, de kassa te bereiken en dapper alleen avondeten te kopen, liggen die rakkers ineens bij de kassa. Het is tenslotte december. Dan breekt mijn verzet. Voel ik bijna de heerlijke structuur op mijn tong, proef ik de smaak van geluk....
Dus ik gooi achteloos een letter op de loopband en zwicht. Wederom. Wetend dat toch echt niets lekkerder smaakt dan slank zijn. Hoezo, chocoladeverslaving bestaat niet?!!!
Huh!? Ik als totaal verslavingsongevoelig persoon verkeerde toch echt in de veronderstelling dat ik zwaar verslaafd was aan het bruine goud. Een wijntje doet me niks, de Owasikmaarzolammetjes schreeuwen nooit vanuit hun doosje dat ik ze moet slikken, in mijn hele leven geen sigaret gerookt, laat staan geblowd. Maar chocola! Ik krijg spontaan knikkende knietjes als ik langs het chocolade-schap loop in de supermarkt. Kan geen weerstand bieden aan de bruine gloed die me vanuit de schappen toestraalt en lijkt te roepen: "Koop ons, koop ons!"
En nadat ik de doosjes/zakjes genot uit het winkelwagentje in mijn tas heb geladen en vervolgens in de kast heb gelegd, blijft het roepen: "Eet me, eet me!"
Als er chocola in de kast ligt, ga ik voor de bijl. Vaak sta ik er eerst nog vol wilskracht en pak ik een klein stukje. Onder de belofte dat dit echt het enige is dat ik neem. Om vervolgens binnen een minuut weer naar de keuken te lopen en een nieuw stukje te pakken. Echt het laatste stukje hoor! Waarna het uiteindelijk helemaal gedaan is met de wilskracht en ik als een junk geen weerstand kan bieden aan de behoefte. Het is ook zooooo lekker! De hele verpakking wordt meegesleept naar de bank en vaak helaas ook geheel verorberd. Onder het idee, dat ik het dan morgen niet meer heb en het dus ook niet meer kan eten. Heel vreemd gedacht, maar dat lijkt op dat moment het enige juiste.
Tja en morgen? Morgen loop ik dan weer door de supermarkt en moet ik me wederom schrap zetten. De verleiding weerstaan. Niet toegeven aan mijn impulsen. Geen chocola!
En als het me dan lukt om de schappen te passeren, de kassa te bereiken en dapper alleen avondeten te kopen, liggen die rakkers ineens bij de kassa. Het is tenslotte december. Dan breekt mijn verzet. Voel ik bijna de heerlijke structuur op mijn tong, proef ik de smaak van geluk....
Dus ik gooi achteloos een letter op de loopband en zwicht. Wederom. Wetend dat toch echt niets lekkerder smaakt dan slank zijn. Hoezo, chocoladeverslaving bestaat niet?!!!
Bouwkind
Mijn beeldscherm trilt. De vloer lijkt bij elke dreun van de heistelling een sprongetje te maken. Ik voel het binnenin mij. Een doffe dreun, elke 1,5 seconde.
Collega's mopperen, voelen zich afgeleid. Ik geniet. Door het raam zie ik een enorme bouwput, mannen in oranje pakken die de regen trotseren en graven, heien en slopen. Een prachtig gezicht.
Ik zou willen dat ik daar was. Dat ik in die keet zat en meedacht over al dat moois dat uit de grond gestampt moest worden.
Ik ben een bouwkind. Een kind dat haar hele leven aan tafel niets anders heeft gehoord dan verhalen over de bouw. Over de mannen van de bouw, over hun humor, over hun versleten lichamen. Een kind dat altijd heeft gekeken naar de foto's van alle mooie dingen die gemaakt werden. Een kind dat graag rondliep tussen de materialen, dat genoot van de geur van stof, tegels en opkeek tegen de grote bouwmeneren.
Ik ben ook dat kind dat ooit dacht ook in de bouw te kunnen gaan werken en toen werd aangekeken alsof ze gek was. Dat kind dat te slim zou zijn voor zulk werk. En nu doet dat kind dus zogenaamd slim werk. Schrijft ze letter na letter, woord na woord, zin na zin. Maar echt iets wezenlijks komt er niet uit mijn handen. Ik heb nog nooit bijgedragen aan iets dat je op de foto kon zetten. Ik heb nog nooit met de mannen in de keet gezeten en gelachen om hun heerlijke droge humor. Ik heb nog nooit "trippel, trippel, trippel trap" gezongen van een steiger.
En het geeft allemaal niks. Maar zodra ik uit het raam kijk, kriebelt het soms een klein beetje.
Net genoeg om heel erg te hopen dat de bouw vertraging oploopt en ik nog heel lang naar buiten kan kijken en kan dromen van de bouw.
Collega's mopperen, voelen zich afgeleid. Ik geniet. Door het raam zie ik een enorme bouwput, mannen in oranje pakken die de regen trotseren en graven, heien en slopen. Een prachtig gezicht.
Ik zou willen dat ik daar was. Dat ik in die keet zat en meedacht over al dat moois dat uit de grond gestampt moest worden.
Ik ben een bouwkind. Een kind dat haar hele leven aan tafel niets anders heeft gehoord dan verhalen over de bouw. Over de mannen van de bouw, over hun humor, over hun versleten lichamen. Een kind dat altijd heeft gekeken naar de foto's van alle mooie dingen die gemaakt werden. Een kind dat graag rondliep tussen de materialen, dat genoot van de geur van stof, tegels en opkeek tegen de grote bouwmeneren.
Ik ben ook dat kind dat ooit dacht ook in de bouw te kunnen gaan werken en toen werd aangekeken alsof ze gek was. Dat kind dat te slim zou zijn voor zulk werk. En nu doet dat kind dus zogenaamd slim werk. Schrijft ze letter na letter, woord na woord, zin na zin. Maar echt iets wezenlijks komt er niet uit mijn handen. Ik heb nog nooit bijgedragen aan iets dat je op de foto kon zetten. Ik heb nog nooit met de mannen in de keet gezeten en gelachen om hun heerlijke droge humor. Ik heb nog nooit "trippel, trippel, trippel trap" gezongen van een steiger.
En het geeft allemaal niks. Maar zodra ik uit het raam kijk, kriebelt het soms een klein beetje.
Net genoeg om heel erg te hopen dat de bouw vertraging oploopt en ik nog heel lang naar buiten kan kijken en kan dromen van de bouw.
25 jarig
Drie gemiste oproepen van B. Zou er iets ergs zijn? Heel even denk ik dat haar relatie misschien over is, maar die gedachte vervliegt meteen wanneer ik bedenk hoe positief ze over hem sprak. Totdat ik haar stem hoor. Het is over. "En nu ben ik morgen jarig", prevelt ze er achteraan.
25 wordt ze. Het lijkt voor mij alweer een eeuwigheid geleden dat ik mocht vieren dat ik een kwart eeuw op deze aarde rondliep. Toen was alles nog anders. Toen kende ik de ex nog niet. Toen wist ik niet wat paniek was, of angst. Geen idee van ontrouw, leugens, negeren, en alle andere idiote dingen die geliefden elkaar aan kunnen doen. Toen had ik nog geen kennisgemaakt met de gekte van de huidige vrouw van mijn eerste vriendje. Ik werd 25 en had geen idee van wat komen ging.
En nu komt de dertig langzaamaan dichtbij. Ik denk even dat ik graag terug had gewild naar 25. Weet bijna zeker dat het dan anders had gedaan. Zou willen dat ik de tijd terug kon draaien. Maar ik bedenk me. Het is goed zoals het is. Ondanks alles. Ik ben nu waar ik altijd had willen zijn. En ik ga naar waar ik uit wil komen.
Ze wordt 25 en denkt dat het niet meer goed komt. Dat ze haar kans heeft gehad. Als een ouwe taart vertel ik haar dat alles nog openligt. Dat niets kansloos is. Dat ze nog wel honderd keer de ware tegen kan komen. En dat het echt niet erg is als dat nog vijf jaar duurt. Ze luistert en lijkt me te geloven. Ik hoop dat ze dat nog steeds doet bij iedere volgende verjaardag. En dat ze, op haar 30ste, terug kan kijken en kan lachen om haar eigen, gekke zorgen en haar verdriet.
25 wordt ze. Het lijkt voor mij alweer een eeuwigheid geleden dat ik mocht vieren dat ik een kwart eeuw op deze aarde rondliep. Toen was alles nog anders. Toen kende ik de ex nog niet. Toen wist ik niet wat paniek was, of angst. Geen idee van ontrouw, leugens, negeren, en alle andere idiote dingen die geliefden elkaar aan kunnen doen. Toen had ik nog geen kennisgemaakt met de gekte van de huidige vrouw van mijn eerste vriendje. Ik werd 25 en had geen idee van wat komen ging.
En nu komt de dertig langzaamaan dichtbij. Ik denk even dat ik graag terug had gewild naar 25. Weet bijna zeker dat het dan anders had gedaan. Zou willen dat ik de tijd terug kon draaien. Maar ik bedenk me. Het is goed zoals het is. Ondanks alles. Ik ben nu waar ik altijd had willen zijn. En ik ga naar waar ik uit wil komen.
Ze wordt 25 en denkt dat het niet meer goed komt. Dat ze haar kans heeft gehad. Als een ouwe taart vertel ik haar dat alles nog openligt. Dat niets kansloos is. Dat ze nog wel honderd keer de ware tegen kan komen. En dat het echt niet erg is als dat nog vijf jaar duurt. Ze luistert en lijkt me te geloven. Ik hoop dat ze dat nog steeds doet bij iedere volgende verjaardag. En dat ze, op haar 30ste, terug kan kijken en kan lachen om haar eigen, gekke zorgen en haar verdriet.
Kroegtijger
Alleen de muziek is anders. En de barman heeft iets donkerder kringen onder zijn ogen.
Maar verder? Verder is er niets veranderd. Ik zie nog dezelfde mensen, met dezelfde zoekende blik, dezelfde te lage decolletés, dezelfde te foute achterovergesmeerde lange lokken.
Weer sta ik met een overjarige makelaar te praten die thuis vrouw en kinderen heeft, maar mij voor vanavond het meest interessante schepsel op deze aarde lijkt te vinden. Weer worstel ik mij een weg door de warme lichamen richting het toilet. Weer kom ik die restauranteigenaar tegen die het thuis kennelijk niet meer kan vinden. Weer is het buiten gezelliger met alle rokers onder de terrasverwarmers. En weer kijk ik af en toe angstvallig naar de deur of hij niet binnenkomt.
Het is anderhalf jaar geleden dat ik in de kroeg stond. De kringloopwinkel, de occassionhal. Zouden al die wanhopige dames en hitsige mannen inmiddels derdehands zijn geworden in plaats van tweedehands? Zou deze makelaar zijn vrouw wel trouw zijn? Zou de barman echt niets beters kunnen en willen dan dit? Een kroeg roept bij mij zoveel vragen op. Het is net een antropologische studiereis.
En dan komt R binnen. Samen met P. Jongens die ken vanaf de basisschool. Een feest der herkenning. Uiterlijk niet veel veranderd. Innerlijk, zo blijkt wanneer R nog steeds alleen maar over seks kan praten, ook niet. Maar de vader van R is wel dood. En de moeder van P ook.
En ineens realiseer ik me dat het lijkt alsof de tijd heeft stilgestaan terwijl er zoveel schokkende dingen zijn gebeurd. En ook ik ben niet meer dezelfde als toen. Maar in de kroeg pakken we gewoon allemaal onze oude rol weer op. Acteren we mee in het geheel. Spelen we onze glansrol. Vandaar dat het net is als met een soap. Je kunt zo een jaar niet kijken, maar je zit er na één keer weer middenin.
Maar verder? Verder is er niets veranderd. Ik zie nog dezelfde mensen, met dezelfde zoekende blik, dezelfde te lage decolletés, dezelfde te foute achterovergesmeerde lange lokken.
Weer sta ik met een overjarige makelaar te praten die thuis vrouw en kinderen heeft, maar mij voor vanavond het meest interessante schepsel op deze aarde lijkt te vinden. Weer worstel ik mij een weg door de warme lichamen richting het toilet. Weer kom ik die restauranteigenaar tegen die het thuis kennelijk niet meer kan vinden. Weer is het buiten gezelliger met alle rokers onder de terrasverwarmers. En weer kijk ik af en toe angstvallig naar de deur of hij niet binnenkomt.
Het is anderhalf jaar geleden dat ik in de kroeg stond. De kringloopwinkel, de occassionhal. Zouden al die wanhopige dames en hitsige mannen inmiddels derdehands zijn geworden in plaats van tweedehands? Zou deze makelaar zijn vrouw wel trouw zijn? Zou de barman echt niets beters kunnen en willen dan dit? Een kroeg roept bij mij zoveel vragen op. Het is net een antropologische studiereis.
En dan komt R binnen. Samen met P. Jongens die ken vanaf de basisschool. Een feest der herkenning. Uiterlijk niet veel veranderd. Innerlijk, zo blijkt wanneer R nog steeds alleen maar over seks kan praten, ook niet. Maar de vader van R is wel dood. En de moeder van P ook.
En ineens realiseer ik me dat het lijkt alsof de tijd heeft stilgestaan terwijl er zoveel schokkende dingen zijn gebeurd. En ook ik ben niet meer dezelfde als toen. Maar in de kroeg pakken we gewoon allemaal onze oude rol weer op. Acteren we mee in het geheel. Spelen we onze glansrol. Vandaar dat het net is als met een soap. Je kunt zo een jaar niet kijken, maar je zit er na één keer weer middenin.
woensdag 25 november 2009
Gekke, heerlijke wandeling
Madeliefjes in november
Modder aan mijn laarzen
Blosjes op je wangen
Liefde in je blik
Je broekspijpen tuttig omhoog getrokken
Wind waait een lach om mijn mond en tranen in mijn ogen
Haren dansen om mijn hoofd
Dansend voor je uit
Bang voor honden
Veilig in elkaars armen
Modder aan mijn laarzen
Blosjes op je wangen
Liefde in je blik
Je broekspijpen tuttig omhoog getrokken
Wind waait een lach om mijn mond en tranen in mijn ogen
Haren dansen om mijn hoofd
Dansend voor je uit
Bang voor honden
Veilig in elkaars armen
Papa
Papa, ik lijk steeds meer op jou.
Een zin uit een prachtig, en vooral erg gevoelig liedje van Stef Bos. Het komt ineens bij me op als ik aan mijn vader denk. De laatste tijd realiseer ik me steeds meer dat ik niet alleen zijn ogen en scoliose heb geërfd, maar ook een flinke dosis karakter. Als er problemen zijn dan wil ik ze, net als hij, meteen oplossen. Als een dierbare niet helemaal blij is, doe ik net of het meevalt omdat ik het, net als hij, niet aankan en me veel te veel zorgen maak. Hij is rechtlijnig en ook over mij wordt vaak gezegd dat ik geen grijstinten ken. Genoeg voorbeelden van onze gelijkenissen.
Maar gisteravond werd het me toch nog eens extra duidelijk dat ik absoluut niet van de melkboer kan zijn. Mijn vader had duidelijk de riedel in de kont. Voor mensen die de riedel niet kennen; dat houdt ongeveer in dat je even geen rust in je lijf hebt, dat je niet weet wat je moet en dat je in de ogen van anderen onbenullige dingen doet die je zelf op dat moment heel belangrijk vindt. Dat dus. It takes one to know one, en ik knowde wel wat ik zag.
Hij moest en zou wat doen. Deze keer was het noodzakelijk om zijn nieuwe visjas te showen. Inclusief de nieuwe vishandschoenen. Na de modeshow en demonstratie van de capuchon met ingebouwde klep en de handschoentjes met afneembare topjes vanwege gepriegel met vishaakjes, verdween mijn vader even uit het gezichtsveld. We keuvelden rustig verder zonder ons verder af te vragen wat hij deed. Toen hij weer in de kamer kwam zei hij; 'er komt geen zuchtje wind doorheen'. Hij was maar even naar de supermarkt gefietst om het pak te testen. Waarom naar de supermarkt? Niet om iets te kopen, maar omdat het daar meer waaide. Logisch toch? Hij had er over nagedacht. Dat zou ik ook doen. En weg was hij weer. Naar boven. Toen hij weer beneden kwam had hij zijn sjieke pak aangetrokken. Hij moest even testen of het nog wel paste want hij was uitgenodigd voor een kerstdiner. Tja, zulke dingen kun je niet tijdig genoeg doen. Vind ik ook. En ja, dat moet je dan ook even showen natuurlijk. Zou ik ook doen. In je eentje is er niks aan. Logisch allemaal. Wel bij ons thuis.
Toch grappig, toen ik naar huis liep realiseerde ik me dat ik me nergens meer thuis voel dan bij mijn ouders. Omringd door mijn eigen genen. Niet bewust van al onze eigenaardigheden, zelfs een regendans in je blote kont in de tuin kan op een zeker moment heel normaal lijken. Alles zoals het altijd was en zoals het altijd zal zijn. De tekst moet niet zijn: papa ik lijk steeds meer op jou. Nee; "Papa, ik merk steeds meer hoeveel ik op je lijk" is veel toepaslijker. Het is een zinnetje dat me vervult met trots.
Een zin uit een prachtig, en vooral erg gevoelig liedje van Stef Bos. Het komt ineens bij me op als ik aan mijn vader denk. De laatste tijd realiseer ik me steeds meer dat ik niet alleen zijn ogen en scoliose heb geërfd, maar ook een flinke dosis karakter. Als er problemen zijn dan wil ik ze, net als hij, meteen oplossen. Als een dierbare niet helemaal blij is, doe ik net of het meevalt omdat ik het, net als hij, niet aankan en me veel te veel zorgen maak. Hij is rechtlijnig en ook over mij wordt vaak gezegd dat ik geen grijstinten ken. Genoeg voorbeelden van onze gelijkenissen.
Maar gisteravond werd het me toch nog eens extra duidelijk dat ik absoluut niet van de melkboer kan zijn. Mijn vader had duidelijk de riedel in de kont. Voor mensen die de riedel niet kennen; dat houdt ongeveer in dat je even geen rust in je lijf hebt, dat je niet weet wat je moet en dat je in de ogen van anderen onbenullige dingen doet die je zelf op dat moment heel belangrijk vindt. Dat dus. It takes one to know one, en ik knowde wel wat ik zag.
Hij moest en zou wat doen. Deze keer was het noodzakelijk om zijn nieuwe visjas te showen. Inclusief de nieuwe vishandschoenen. Na de modeshow en demonstratie van de capuchon met ingebouwde klep en de handschoentjes met afneembare topjes vanwege gepriegel met vishaakjes, verdween mijn vader even uit het gezichtsveld. We keuvelden rustig verder zonder ons verder af te vragen wat hij deed. Toen hij weer in de kamer kwam zei hij; 'er komt geen zuchtje wind doorheen'. Hij was maar even naar de supermarkt gefietst om het pak te testen. Waarom naar de supermarkt? Niet om iets te kopen, maar omdat het daar meer waaide. Logisch toch? Hij had er over nagedacht. Dat zou ik ook doen. En weg was hij weer. Naar boven. Toen hij weer beneden kwam had hij zijn sjieke pak aangetrokken. Hij moest even testen of het nog wel paste want hij was uitgenodigd voor een kerstdiner. Tja, zulke dingen kun je niet tijdig genoeg doen. Vind ik ook. En ja, dat moet je dan ook even showen natuurlijk. Zou ik ook doen. In je eentje is er niks aan. Logisch allemaal. Wel bij ons thuis.
Toch grappig, toen ik naar huis liep realiseerde ik me dat ik me nergens meer thuis voel dan bij mijn ouders. Omringd door mijn eigen genen. Niet bewust van al onze eigenaardigheden, zelfs een regendans in je blote kont in de tuin kan op een zeker moment heel normaal lijken. Alles zoals het altijd was en zoals het altijd zal zijn. De tekst moet niet zijn: papa ik lijk steeds meer op jou. Nee; "Papa, ik merk steeds meer hoeveel ik op je lijk" is veel toepaslijker. Het is een zinnetje dat me vervult met trots.
dinsdag 24 november 2009
Dirk
Ik had net een paar dagen geleden met open mond en vol verbazing en afschuw naar de documentaire "Sweety, Maja Braderic" gekeken. Het nare gevoel was nog niet helemaal weg. In mijn hoofd en buik bleef het ontredderende idee van 'In wat voor wereld leven wij?' lang hangen. Natuurlijk weet ik als geen ander hoeveel narigheid er in de wereld te koop is en wat mensen elkaar wel niet allemaal aandoen. Ik lees ten slotte al vanaf mijn 10e Baantjer boeken, gevolgd door massa's literaire thrillers, om over mijn werk als verwonderingsbron nog maar niet te spreken. Maar als ik dan zie dat een groepje tieners een meisje van zestien wurgen, in de brand steken en gewoon achterlaten bij een bosje, zonder dat er echt een motief is, dan weet ik het niet meer. Dan voel ik me oud en denk ik, net als oude omaatjes, dat we in een rare wereld leven.
Met het nare gevoel over Maja nog in mijn systeem lees ik ineens iets over Dirk. Dirk uit Urk. Veertien jaar en doodgeslagen met een honkbalknuppel en achtergelaten in een bos. Weer een tiener dood achtergelaten in de natuur. Ik kijk naar zijn foto. Een lieve, bolle toet met roze wangetjes, omlijst door een mooi bos donkere krullen. Duidelijk veertien. Duidelijk nog een kind. Hij kroop vast nog wel eens lekker tegen zijn moeder aan op de bank. En misschien speelde hij stiekem ook nog wel met Lego. En nu is hij er dus niet meer.
Dacht ik eerst nog dat er misschien sprake was van een toevallige moord, één of andere gek die nou net Dirk als slachtoffer koos. Nu lijkt niets minder waar. Er zijn jongetjes van 13 tot 15 jaar aangehouden. Jongetjes van zijn school. De hoofdverdachte was verliefd op het zelfde meisje als Dirk. Dat schrijft de krant. Ik denk aan Maja. Ik denk weer eens dat we toch echt in een rare wereld leven. Ik maak me zorgen. Kan het niet bevatten. Op je 15e iemand doodknuppelen omdat hij met jouw Nellie had afgesproken.
Zou de vader van Dirk over een paar jaar ook op zijn brommertje naar de gedenkplaats in het bos rijden en kusjes geven aan de foto's van Dirk? Kijken we dan weer met een brok in onze keel naar een documentaire over de weerzinwekkende dood van een kind? Vegen we dan ook snel onze tranen weg om over te gaan tot de orde van de dag en de pijn niet te voelen? Houden we onszelf dan ook voor de gek dat zoiets alleen ver weg gebeurt? Of zijn we dan al zo gewend aan kinderen die kinderen vermoorden dat we liever zappen naar Baantjer, CSI of Law and Order?
Met het nare gevoel over Maja nog in mijn systeem lees ik ineens iets over Dirk. Dirk uit Urk. Veertien jaar en doodgeslagen met een honkbalknuppel en achtergelaten in een bos. Weer een tiener dood achtergelaten in de natuur. Ik kijk naar zijn foto. Een lieve, bolle toet met roze wangetjes, omlijst door een mooi bos donkere krullen. Duidelijk veertien. Duidelijk nog een kind. Hij kroop vast nog wel eens lekker tegen zijn moeder aan op de bank. En misschien speelde hij stiekem ook nog wel met Lego. En nu is hij er dus niet meer.
Dacht ik eerst nog dat er misschien sprake was van een toevallige moord, één of andere gek die nou net Dirk als slachtoffer koos. Nu lijkt niets minder waar. Er zijn jongetjes van 13 tot 15 jaar aangehouden. Jongetjes van zijn school. De hoofdverdachte was verliefd op het zelfde meisje als Dirk. Dat schrijft de krant. Ik denk aan Maja. Ik denk weer eens dat we toch echt in een rare wereld leven. Ik maak me zorgen. Kan het niet bevatten. Op je 15e iemand doodknuppelen omdat hij met jouw Nellie had afgesproken.
Zou de vader van Dirk over een paar jaar ook op zijn brommertje naar de gedenkplaats in het bos rijden en kusjes geven aan de foto's van Dirk? Kijken we dan weer met een brok in onze keel naar een documentaire over de weerzinwekkende dood van een kind? Vegen we dan ook snel onze tranen weg om over te gaan tot de orde van de dag en de pijn niet te voelen? Houden we onszelf dan ook voor de gek dat zoiets alleen ver weg gebeurt? Of zijn we dan al zo gewend aan kinderen die kinderen vermoorden dat we liever zappen naar Baantjer, CSI of Law and Order?
donderdag 19 november 2009
Geen meisje meer
Ik sta onder de douche en denk na. Op een of andere manier kan ik onder de douche altijd erg helder denken. Misschien omdat mijn hersenpan dan lekker afgespoeld wordt? Ik denk aan P, ze vindt het liedje Woman van Anouk zo mooi. Ik ook. Heb net nog heerlijk mee zitten blèèèren in de auto. Het doet haar erg denken aan haar eigen situatie. Mijn hersenen draaien op volle toeren en opeens valt me een vreselijk besef in. P is een woman, een vrouw. En ik eigenlijk ook. Ik kijk omlaag naar mijn lijf en moet met enige weemoed constateren dat ik een vrouwenlichaam zie. Niks meisjesachtigs meer aan. Ik heb zwaaiarmen, borsten die al heel lang weten wat zwaartekracht is, rimpelknietjes en stoppeloksels. Scheisse! Wanneer ben ik een vrouw geworden?! Ik heb het niet gemerkt, en nu is het gewoon al zover!
Ik probeer te bedenken wanneer de GROTE VERANDERING is opgetreden. Natuurlijk werd ik al op mijn 15e mevrouw genoemd bij McDonald's en zeggen kleine (netjes opgevoede) kinderen al jaren U tegen me. Maar dat zegt niks. Toen was ik gewoon nog een meisje wanneer het me uitkwam. Maar nu kan ik met goed fatsoen niet meer beweren dat ik écht een meisje ben. Oh, bij X is het natuurlijk geen probleem om op de bank, onder zijn arm te kruipen en me een meisje te voelen. En gelukkig blijf ik bij mijn ouders ook altijd een beetje kind en gewoon lekker papa's meisje. Maar de overgrote meerderheid van de Nederlandse (en ik vrees de wereldbevolking) zal mij inmiddels aanduiden als een vrouw.
Als ik vroeger in de krant las dat een 'vrouw' van achttien om het leven was gekomen, dacht ik altijd...."Een vrouw? dat is toch gewoon nog een meisje!?" Maar als ze mij nu dood in een greppel zouden vinden (bij wijze van spreken, ik word natuurlijk gewoon 96 jaar), zou in de krant staan: VROUW VAN 29 GEVONDEN IN GREPPEL, en ze zouden nog gelijk hebben ook! Er is geen ontkennen meer aan. Maar sinds waneer is dat zo?
Van sommige momenten weet ik nog zeker dat ik een meisje was, zoals op het moment dat ik met mijn bloemetjestas in mijn fietsmandje - midden in de nacht - en vol verwachting naar de ex toefietste. Smoorverliefd en zo groen als gras. Echt nog een meisje. En het moment dat hij me mee uit nam met zijn vrienden en die alles behalve groen als gras bleken. Ook het moment dat ik met een dronken hoofd (ja, eenmalig, iedereen vergist zich wel eens) op mijn knietjes voor de wc van een discotheek hing was een typisch geval van: meisje.
Wanneer het is gebeurd, ach ik heb een flauw vermoeden, maar zeker weten doe ik het natuurlijk niet. Wat ik wel zeker weet is dat ik nu dus een vrouw ben. Tja, misschien voor de buitenwereld. Maar de binnenwereld? Die blijft meisje. Tot haar 96ste!
Ik probeer te bedenken wanneer de GROTE VERANDERING is opgetreden. Natuurlijk werd ik al op mijn 15e mevrouw genoemd bij McDonald's en zeggen kleine (netjes opgevoede) kinderen al jaren U tegen me. Maar dat zegt niks. Toen was ik gewoon nog een meisje wanneer het me uitkwam. Maar nu kan ik met goed fatsoen niet meer beweren dat ik écht een meisje ben. Oh, bij X is het natuurlijk geen probleem om op de bank, onder zijn arm te kruipen en me een meisje te voelen. En gelukkig blijf ik bij mijn ouders ook altijd een beetje kind en gewoon lekker papa's meisje. Maar de overgrote meerderheid van de Nederlandse (en ik vrees de wereldbevolking) zal mij inmiddels aanduiden als een vrouw.
Als ik vroeger in de krant las dat een 'vrouw' van achttien om het leven was gekomen, dacht ik altijd...."Een vrouw? dat is toch gewoon nog een meisje!?" Maar als ze mij nu dood in een greppel zouden vinden (bij wijze van spreken, ik word natuurlijk gewoon 96 jaar), zou in de krant staan: VROUW VAN 29 GEVONDEN IN GREPPEL, en ze zouden nog gelijk hebben ook! Er is geen ontkennen meer aan. Maar sinds waneer is dat zo?
Van sommige momenten weet ik nog zeker dat ik een meisje was, zoals op het moment dat ik met mijn bloemetjestas in mijn fietsmandje - midden in de nacht - en vol verwachting naar de ex toefietste. Smoorverliefd en zo groen als gras. Echt nog een meisje. En het moment dat hij me mee uit nam met zijn vrienden en die alles behalve groen als gras bleken. Ook het moment dat ik met een dronken hoofd (ja, eenmalig, iedereen vergist zich wel eens) op mijn knietjes voor de wc van een discotheek hing was een typisch geval van: meisje.
Wanneer het is gebeurd, ach ik heb een flauw vermoeden, maar zeker weten doe ik het natuurlijk niet. Wat ik wel zeker weet is dat ik nu dus een vrouw ben. Tja, misschien voor de buitenwereld. Maar de binnenwereld? Die blijft meisje. Tot haar 96ste!
maandag 16 november 2009
Wannabe
Hij nodigt me uit om zijn 'vriend' te worden op hyves. Zijn naam komt me niet bekend voor en het fotootje is te klein om hem al dan niet te herkennen. Dus ik bekijk zijn uitnodiging en zie dat hij niet zijn best heeft gedaan er een persoonlijk tintje aan te geven. En er rinkelen nog steeds geen belletjes.
Hij is niet de eerste die me uitnodigt en die ik niet blijk te kennen. Toen ik een groentje was op hyves-gebied accepteerde ik gewoon elke uitnodiging om later pas te ontdekken dat mijn foto en naam in een soort 'sloerie-galerij' terecht waren gekomen. Kennelijk zijn er mannen die er een gewoonte van maken lukraak dames uit te nodigen. Een schot hagel...er is altijd wel eentje raak.
Was ik eerst nog gevleid door dergelijke verzoekjes...dat ging snel over toen ik mocht aanschouwen wat de doelgroep was. Meiden met de voorgevel half uit de blouse, met rokjes die minder stof hebben dan mijn washandjes. Ben ik geblondeerd, daar zag ik dat het vele malen erger kon, als we het hebben over onnatuurlijke haarkleuren. Spierwit gepermanente pruikjes flankeerden opeens mijn met zorg uitgekozen profielfoto. Een foto waar ik voor mijn eigen gevoel natuurlijk erg gunstig op sta. Beetje lief, beetje roze, beetje blij, beetje sjiek. Echt niet ordi, en al zeker niet alsof ik een makkelijke prooi ben. Maar daar heeft het manvolk kennenlijk lak aan. Niet geschoten, altijd mis, zullen ze wel denken.
Laatst werd ik uitgenodigd door iemand die zichzelf trendymodeman noemde. Hoe verzin je het? En weet je wel zeker dat je dan dames moet uitnodigen? Ik zou zijn doelgroep ietsje anders inschatten. Trendymodeman had als achtergrondje een foto van een opengeslagen bed, versierd met rozenblaadjes en een rood lingerie-setje. Op het nachtkastje een fles champagne... Ik twijfelde nog even of ik hem zou accepteren, want dat was natuurlijk errug aanlokkelijk, NOT.
Vandaag kwam de uitnodiging van iemand die zichzelf behoorlijk bloot geeft op het wereldwijde web. Naam, woonplaats, werk, kids, alles passeerde de revue. En ja hoor, wederom een uitgebreide trofeeën galerij met dames van allerlei allooi. Enigzins nieuwsgierig nam ik even een kijkje tussen zijn foto's. Leek het eerst gewoon nog een leuke Fries die zijn levenspad wat onzeker bewandelde, de foto's maakten alles duidelijk. Zat ik bij foto drie vertederd te kijken hoe hij zijn dochtertje lief omarmde, bij foto drie keek ik ineens recht bij een shirtje naar binnen. Borsten met een schattig jong katje en dat alles onder de naam: zo lief en zacht. Treurig hoor. Vooral omdat de foto's van zijn kids zich bleven afwisselen met foto's van dames en blote toestanden. En dan die akelige commentaren erbij. Zielig. Ik kon er geen andere naam voor bedenken.
Gelukkig staat bij elke uitnodiging: 'weiger gerust wannabe friends'. Die keus was dus snel gemaakt. Jammer alleen dat de mensen van hyves zo lief zijn om de wannabe daar geen bericht van te sturen. Anders kreeg meneer nu een mailtje met de boodschap: FemFataal wil geen vrienden met je zijn omdat ze je een wannabe van de bovenste plank vindt.
Hij is niet de eerste die me uitnodigt en die ik niet blijk te kennen. Toen ik een groentje was op hyves-gebied accepteerde ik gewoon elke uitnodiging om later pas te ontdekken dat mijn foto en naam in een soort 'sloerie-galerij' terecht waren gekomen. Kennelijk zijn er mannen die er een gewoonte van maken lukraak dames uit te nodigen. Een schot hagel...er is altijd wel eentje raak.
Was ik eerst nog gevleid door dergelijke verzoekjes...dat ging snel over toen ik mocht aanschouwen wat de doelgroep was. Meiden met de voorgevel half uit de blouse, met rokjes die minder stof hebben dan mijn washandjes. Ben ik geblondeerd, daar zag ik dat het vele malen erger kon, als we het hebben over onnatuurlijke haarkleuren. Spierwit gepermanente pruikjes flankeerden opeens mijn met zorg uitgekozen profielfoto. Een foto waar ik voor mijn eigen gevoel natuurlijk erg gunstig op sta. Beetje lief, beetje roze, beetje blij, beetje sjiek. Echt niet ordi, en al zeker niet alsof ik een makkelijke prooi ben. Maar daar heeft het manvolk kennenlijk lak aan. Niet geschoten, altijd mis, zullen ze wel denken.
Laatst werd ik uitgenodigd door iemand die zichzelf trendymodeman noemde. Hoe verzin je het? En weet je wel zeker dat je dan dames moet uitnodigen? Ik zou zijn doelgroep ietsje anders inschatten. Trendymodeman had als achtergrondje een foto van een opengeslagen bed, versierd met rozenblaadjes en een rood lingerie-setje. Op het nachtkastje een fles champagne... Ik twijfelde nog even of ik hem zou accepteren, want dat was natuurlijk errug aanlokkelijk, NOT.
Vandaag kwam de uitnodiging van iemand die zichzelf behoorlijk bloot geeft op het wereldwijde web. Naam, woonplaats, werk, kids, alles passeerde de revue. En ja hoor, wederom een uitgebreide trofeeën galerij met dames van allerlei allooi. Enigzins nieuwsgierig nam ik even een kijkje tussen zijn foto's. Leek het eerst gewoon nog een leuke Fries die zijn levenspad wat onzeker bewandelde, de foto's maakten alles duidelijk. Zat ik bij foto drie vertederd te kijken hoe hij zijn dochtertje lief omarmde, bij foto drie keek ik ineens recht bij een shirtje naar binnen. Borsten met een schattig jong katje en dat alles onder de naam: zo lief en zacht. Treurig hoor. Vooral omdat de foto's van zijn kids zich bleven afwisselen met foto's van dames en blote toestanden. En dan die akelige commentaren erbij. Zielig. Ik kon er geen andere naam voor bedenken.
Gelukkig staat bij elke uitnodiging: 'weiger gerust wannabe friends'. Die keus was dus snel gemaakt. Jammer alleen dat de mensen van hyves zo lief zijn om de wannabe daar geen bericht van te sturen. Anders kreeg meneer nu een mailtje met de boodschap: FemFataal wil geen vrienden met je zijn omdat ze je een wannabe van de bovenste plank vindt.
vrijdag 13 november 2009
Aorta
Ja, ik ben een voorstander van kneuterigheid. Ik houd van wandelen, lezen in bad, waxine-lichtjes en eten met het bord op schoot voor Everybody loves Raymond. Ik draai mijn hand niet om voor een potje kaarten met mijn ouders, voor zelf kerstkaarten maken of het beschilderen van servies. Ik geniet van pottenbak-les en mag graag stiekem nog eens blokfluit spelen. Maar zelfs voor deze über-kneuteraar zijn er toch nog dingen die te ver gaan op de schaal van Kneuter.
Ik zeg: Domino Day.
Het welbekende, jaarlijks terugkerende kijkcijferkanon van SBS6, gepresenteerd door vedetten als Hans Kraaij jr. (met wie ik ooit heel treurig op het vliegveld van Palma de Mallorca voor een foto heb geposeerd) en Nance (wie heet er nou zo?).
Daar heeft de schaal van Kneuter geen maat voor. Als breien op de bank, wat overigens ontzettend leuk is, 9 punten op de schaal van Kneuter is, is Domino Day 685 punten. En helaas voor Robin Paul Weijers, zo ver gaat de schaal niet. En alles wat buiten deze schaal valt, valt in de categorie SNEU. Ja, met hoofdletters.
De halve natie zit fris gedouchet, in de pyjama en met een plastic bakje vol paprika-chips op schoot toe te kijken hoe Robin Paul Weijers als een bezetene de aorta volgt. De AORTA! Weer zo'n verzinsel van mister Domino himself. Laat die akelige aorta het alsjeblieft begeven! Geef toe, het enige leuke aan dat hele programma is toch te zien hoeveel steentjes blijven staan? Heerlijk als de voice-over meedeelt dat er nu een enorm veld aankomt van 425.000 steentjes in de vorm van de cirkel des levens (jahaa, Robin Peewee bedenkt het liefst de meest hoogdravende thema's voor het spelletje dat wij op ons 5e in de huiskamer speelden uit een kartonnen doos). Het veld móet om, zegt de voice-over, want anders komt het wereldrecord in gevaar. En dan? Dan blijven de blokjes staan. Niks cirkel des levens, gewoon domme domino-steentjes die nergens heen gaan. Heerlijke televisie...in gedachten reken ik al uit hoe moeilijk het wordt om het record te verbreken. Maar helaas is er dan altijd nog die akelige aorta van RPW. "Ik hoor de aorta', zegt de voice-over met lichte hysterie in zijn stem. De cameraman zoemt doortrapt in op de ogen van RPW, die als een bang hertje in de koplampen kijken en koortsachtig de aorta zoeken. Heerlijke televisie, maar dat zei ik al.
X en ik gaan volgend jaar infiltreren. We doen dan net alsof we sneue studentjes zijn die drie maanden van hun leven niets beters hebben te doen dan dag in dag uit in de kreukels liggen op de vloer van het FEC in Leeuwarden. Om vervolgens drie maanden relatief keurig in de pas te lopen en heel veel mooie steentjes neer te zetten. Dat alles om op de dag des oordeels, de dag van de uitzending, heeeeeeeeeeeel per ongeluk drie steentjes tussen de aorta uit te vissen. Net op het moment dat niemand kijkt. Fuck de aorta. Wij zorgen voor een aneurisma!
Ik zeg: Domino Day.
Het welbekende, jaarlijks terugkerende kijkcijferkanon van SBS6, gepresenteerd door vedetten als Hans Kraaij jr. (met wie ik ooit heel treurig op het vliegveld van Palma de Mallorca voor een foto heb geposeerd) en Nance (wie heet er nou zo?).
Daar heeft de schaal van Kneuter geen maat voor. Als breien op de bank, wat overigens ontzettend leuk is, 9 punten op de schaal van Kneuter is, is Domino Day 685 punten. En helaas voor Robin Paul Weijers, zo ver gaat de schaal niet. En alles wat buiten deze schaal valt, valt in de categorie SNEU. Ja, met hoofdletters.
De halve natie zit fris gedouchet, in de pyjama en met een plastic bakje vol paprika-chips op schoot toe te kijken hoe Robin Paul Weijers als een bezetene de aorta volgt. De AORTA! Weer zo'n verzinsel van mister Domino himself. Laat die akelige aorta het alsjeblieft begeven! Geef toe, het enige leuke aan dat hele programma is toch te zien hoeveel steentjes blijven staan? Heerlijk als de voice-over meedeelt dat er nu een enorm veld aankomt van 425.000 steentjes in de vorm van de cirkel des levens (jahaa, Robin Peewee bedenkt het liefst de meest hoogdravende thema's voor het spelletje dat wij op ons 5e in de huiskamer speelden uit een kartonnen doos). Het veld móet om, zegt de voice-over, want anders komt het wereldrecord in gevaar. En dan? Dan blijven de blokjes staan. Niks cirkel des levens, gewoon domme domino-steentjes die nergens heen gaan. Heerlijke televisie...in gedachten reken ik al uit hoe moeilijk het wordt om het record te verbreken. Maar helaas is er dan altijd nog die akelige aorta van RPW. "Ik hoor de aorta', zegt de voice-over met lichte hysterie in zijn stem. De cameraman zoemt doortrapt in op de ogen van RPW, die als een bang hertje in de koplampen kijken en koortsachtig de aorta zoeken. Heerlijke televisie, maar dat zei ik al.
X en ik gaan volgend jaar infiltreren. We doen dan net alsof we sneue studentjes zijn die drie maanden van hun leven niets beters hebben te doen dan dag in dag uit in de kreukels liggen op de vloer van het FEC in Leeuwarden. Om vervolgens drie maanden relatief keurig in de pas te lopen en heel veel mooie steentjes neer te zetten. Dat alles om op de dag des oordeels, de dag van de uitzending, heeeeeeeeeeeel per ongeluk drie steentjes tussen de aorta uit te vissen. Net op het moment dat niemand kijkt. Fuck de aorta. Wij zorgen voor een aneurisma!
Ja of Nee
Er zijn van die dingen waar ik me heel druk om maak. Al heel lang en waarschijnlijk nog heel lang. Echt van die Fem-dingen. Lekker zwart-wit, even geen grijs. Ik noem mijn anti-bont-lobby, die onder andere een brief naar de koningin en een mail naar Mart Visser inhield. Ik noem mijn anti-doodstraf-lobby, die tot meerdere felle discussies/ruzies heeft geleid met voorstanders van dit prehistorische, barbarische, achterlijke fenomeen. En vergeet ook niet mijn gepassioneerde strijd tegen roken, die onder meer inhield dat ik zowel de sigaretten van mijn vader als de pijptabak van de buurman door de plee spoelde. Waarbij ik overigens verheugd ben te melden dat inmiddels zowel mijn vader, als de buurman en gelukkig ook X zijn gestopt met die smerige, kankerverwekkende, hersenverwekende bezigheid.
Op dit moment wordt mijn overschot aan aandacht opgeëist door een postbus51 campagne. Overal zie ik advertenties, aanplakbiljetten en berichten op internet. Voor een zaak waar ik vierkant achtersta. Donorschap.
Dus dit blogje bevat een stichtelijke boodschap. Word allen donor mensen!!!
Tot nu toe heeft mijn passie voor deze goede zaak al tot 2 nieuwe donoren geleid. X en moeders. Maar dat is natuurlijk maar een druppel op een gloeiende plaat. Vooral omdat zij allebei heel erg oud gaan worden en we er op korte termijn niets aan hebben. Dus word allen donor en liefst ook heel oud...Dan spreken we gewoon af dat alleen volslagen onbekenden te jong sterven en hun kersverse orgaantjes afstaan aan anderen.
Om mijn missie wat extra kracht te geven nog even dit. Als je geen donor bent, hoef je ook niet op andermans organen te rekenen wat mij betreft. Dat is immers hetzelfde als met verjaardagen geen kadootjes geven en wel iets leuks verwachten op je eigen verjaardag. Zo werkt het niet.
Dus zeg Ja op JaofNee.nl en word donor! (of had ik dat al gezegd?)
ps. Af en toe bloed geven is ook geen ramp hoor...je krijgt er heerlijke koekjes, soep en andere lekkernijen bij...dus als je rond lunch-tijd gaat scheelt het ook nog bammetjes.
Op dit moment wordt mijn overschot aan aandacht opgeëist door een postbus51 campagne. Overal zie ik advertenties, aanplakbiljetten en berichten op internet. Voor een zaak waar ik vierkant achtersta. Donorschap.
Dus dit blogje bevat een stichtelijke boodschap. Word allen donor mensen!!!
Tot nu toe heeft mijn passie voor deze goede zaak al tot 2 nieuwe donoren geleid. X en moeders. Maar dat is natuurlijk maar een druppel op een gloeiende plaat. Vooral omdat zij allebei heel erg oud gaan worden en we er op korte termijn niets aan hebben. Dus word allen donor en liefst ook heel oud...Dan spreken we gewoon af dat alleen volslagen onbekenden te jong sterven en hun kersverse orgaantjes afstaan aan anderen.
Om mijn missie wat extra kracht te geven nog even dit. Als je geen donor bent, hoef je ook niet op andermans organen te rekenen wat mij betreft. Dat is immers hetzelfde als met verjaardagen geen kadootjes geven en wel iets leuks verwachten op je eigen verjaardag. Zo werkt het niet.
Dus zeg Ja op JaofNee.nl en word donor! (of had ik dat al gezegd?)
ps. Af en toe bloed geven is ook geen ramp hoor...je krijgt er heerlijke koekjes, soep en andere lekkernijen bij...dus als je rond lunch-tijd gaat scheelt het ook nog bammetjes.
woensdag 11 november 2009
Huis te koop
Ik loop naar de voordeur en kijk nog een keertje achterom. Scan met mijn ogen de kamer. Probeer me in te leven in de mensen die hier straks binnenkomen. Geen stoorzenders in mijn gezichtsveld? Check, check, dubbel-check. Met een gerust hart sluit ik de deur achter me en stap ik op de fiets om naar mijn werk te gaan.
Maar er knaagt iets van binnen. Heel klein. Het is het gekke idee dat er straks mensen in mijn huis lopen zonder dat ik er bij ben. Het lot van de verkopende partij treft me ineens.
Het begon met een idee: ik zet mijn huis te koop! Maar toen ik dat idee in de praktijk ging brengen kwamen er allemaal kleine hobbeltjes op de weg. Hobbeltjes in de vorm van gebeurtenissen, gesprekken, handelingen, die ik allemaal niet had voorzien toen ik bedacht dat het heerlijk zou zijn om bij X te wonen.
Was het eerst al raar dat de makelaar mijn paleisje op de foto en op internet ging zetten, nu lopen er al vreemden tussen mijn snuisterijtjes. Zouden ze ook in de koelkast loeren? Vinden ze de zolder wel netjes opgeruimd? Wat zouden ze vinden van mijn meubels? Zien ze wel hoe mooi het eigenlijk is? Houden ze wel van tegels op de vloer? De mooie tegels die mijn broer er hoogstpersoonlijk in heeft gelegd...
Mijn huis wordt langzaamaan steeds minder van mij. Zelfs mijn ex mailde er al over... Het wordt een beetje publiek bezit. En misschien is dat maar goed ook. Want er komt natuurlijk een dag dat mijn moeder vertelt dat 'die nieuwen' een akelige laminaatvloer over die prachtige tegels hebben gelegd. Of dat ze de tuin, die pas is aangelegd, helemaal overhoop hebben gehaald. Misschien hangen er over een tijdje wel afschuwelijke siergordijnen voor mijn ramen. Of zijn het van die paradijsvogels die over het prachtige, witte schilderwerk in de weer gaan met knalkleuren. Je weet het maar nooit.
Het knaagt en het schuurt van binnen. Maar gelukkig niet te hard en niet te vaak. Want mijn spulletjes gaan met me mee, mijn lief wacht op me en zo'n tegelvloer.... Ach, die wil mijn broer er misschien wel weer eens inleggen. ;-)
Maar er knaagt iets van binnen. Heel klein. Het is het gekke idee dat er straks mensen in mijn huis lopen zonder dat ik er bij ben. Het lot van de verkopende partij treft me ineens.
Het begon met een idee: ik zet mijn huis te koop! Maar toen ik dat idee in de praktijk ging brengen kwamen er allemaal kleine hobbeltjes op de weg. Hobbeltjes in de vorm van gebeurtenissen, gesprekken, handelingen, die ik allemaal niet had voorzien toen ik bedacht dat het heerlijk zou zijn om bij X te wonen.
Was het eerst al raar dat de makelaar mijn paleisje op de foto en op internet ging zetten, nu lopen er al vreemden tussen mijn snuisterijtjes. Zouden ze ook in de koelkast loeren? Vinden ze de zolder wel netjes opgeruimd? Wat zouden ze vinden van mijn meubels? Zien ze wel hoe mooi het eigenlijk is? Houden ze wel van tegels op de vloer? De mooie tegels die mijn broer er hoogstpersoonlijk in heeft gelegd...
Mijn huis wordt langzaamaan steeds minder van mij. Zelfs mijn ex mailde er al over... Het wordt een beetje publiek bezit. En misschien is dat maar goed ook. Want er komt natuurlijk een dag dat mijn moeder vertelt dat 'die nieuwen' een akelige laminaatvloer over die prachtige tegels hebben gelegd. Of dat ze de tuin, die pas is aangelegd, helemaal overhoop hebben gehaald. Misschien hangen er over een tijdje wel afschuwelijke siergordijnen voor mijn ramen. Of zijn het van die paradijsvogels die over het prachtige, witte schilderwerk in de weer gaan met knalkleuren. Je weet het maar nooit.
Het knaagt en het schuurt van binnen. Maar gelukkig niet te hard en niet te vaak. Want mijn spulletjes gaan met me mee, mijn lief wacht op me en zo'n tegelvloer.... Ach, die wil mijn broer er misschien wel weer eens inleggen. ;-)
Vriendschap
Ze zeggen over vriendschappen dat ze veranderen. Dat de ene komt en de ander gaat. Dat je vrienden hebt omdat ze op dat moment in je leven passen. Het klopt. En tot op heden maakte die wetenschap het mogelijk om zonder al teveel pijn te merken dat bepaalde vriendschappen doodbloedden.
Maar soms is het anders. Dan verandert mijn leven niet zo veel, maar juist het leven van de ander. Dan merk je dat de prioriteiten veranderen, dat je steeds meer naar de achtergrond verdwijnt. Zag je elkaar eerst nog wekelijks, ineens lukt het niet meer om een gaatje in de beide agendas te vinden. Belde je eerst nog dagelijks, ineens weet je het nummer niet meer goed te herinneren. Voelde je eerst nog grote liefde voor de ander, ineens word je een beetje boos.
Nou ja, boos? Teleurgesteld is een beter woord, al vond ik het vroeger emotionele chantage als mijn moeder zoiets zei.
Maar het is zo jammer... Er zijn twee mensen die me langzaam door de vingers glippen. Die me juist ontzettend dierbaar zijn. Ooit beschouwde ik ze misschien wel een beetje als soulmates, en nu....het worden langzaamaan kennissen. Als we elkaar zien moeten we eerst helemaal bijpraten.
Maar terwijl ik ze als zand door mijn handen voel gaan, merk ik ook dat mijn greep verslapt. Ik probeer niet krampachtig een afspraak te maken, bel ze niet meer zo vaak op. Ik wacht af. En waarom? Doet het te pijn om ze te spreken, omdat ik dan merk hoe groot de kloof is geworden? Of is het trots? Ben ik te trots om mezelf aan te blijven bieden? Ik weet het niet.
Ik houd het er maar op dat het een fase is. Dat straks alles weer bij het oude wordt en dat het beter is om ondertussen rustig af te wachten en niet te pushen of te pullen. En ondertussen, wonder boven wonder, dienen zich voorzichtig nieuwe vriendschappen aan... vriendschappen die misschien horen bij de fase waarin andere vriendschappen verdwijnen.
Maar soms is het anders. Dan verandert mijn leven niet zo veel, maar juist het leven van de ander. Dan merk je dat de prioriteiten veranderen, dat je steeds meer naar de achtergrond verdwijnt. Zag je elkaar eerst nog wekelijks, ineens lukt het niet meer om een gaatje in de beide agendas te vinden. Belde je eerst nog dagelijks, ineens weet je het nummer niet meer goed te herinneren. Voelde je eerst nog grote liefde voor de ander, ineens word je een beetje boos.
Nou ja, boos? Teleurgesteld is een beter woord, al vond ik het vroeger emotionele chantage als mijn moeder zoiets zei.
Maar het is zo jammer... Er zijn twee mensen die me langzaam door de vingers glippen. Die me juist ontzettend dierbaar zijn. Ooit beschouwde ik ze misschien wel een beetje als soulmates, en nu....het worden langzaamaan kennissen. Als we elkaar zien moeten we eerst helemaal bijpraten.
Maar terwijl ik ze als zand door mijn handen voel gaan, merk ik ook dat mijn greep verslapt. Ik probeer niet krampachtig een afspraak te maken, bel ze niet meer zo vaak op. Ik wacht af. En waarom? Doet het te pijn om ze te spreken, omdat ik dan merk hoe groot de kloof is geworden? Of is het trots? Ben ik te trots om mezelf aan te blijven bieden? Ik weet het niet.
Ik houd het er maar op dat het een fase is. Dat straks alles weer bij het oude wordt en dat het beter is om ondertussen rustig af te wachten en niet te pushen of te pullen. En ondertussen, wonder boven wonder, dienen zich voorzichtig nieuwe vriendschappen aan... vriendschappen die misschien horen bij de fase waarin andere vriendschappen verdwijnen.
De fout der fouten
Mannen....grrr. Ik kan best mét, maar ook best wel eens zonder. Zoals gisteren. De vaste lezers van mijn gedachtenkronkels weten dat ik eigenlijk altijd lyrisch ben over X. Zoniet vandaag. Want gisteren beging hij de fout der fouten, maakte hij de opmerking der opmerkingen. Het was genant en het ging zo:
We zaten even bij mijn ouders nadat we lekker een stuk hadden gelopen. Bakje thee, leuke film. Altijd gezellig. Totdat mijn vader constateerde dat eíndelijk mijn eigen haarkleur weer eens opdook. Hij heeft gelijk, want ik had de uitgroei weken geleden al bij moeten werken, maar toch. Eindelijk....dat klinkt mij in de oren als: 'Dat blonde staat je niet, ik ben blij dat je weer een brunette wordt.' Lekker is dat! Als het nou voor het eerst was dat er dergelijke geluiden uit mijn vader kwamen, ach, dan had ik me daar makkelijk overheen gezet. Maar sinds ik met de peroxide in de weer ben, en dat is toch al zo'n zes jaar, moet ik horen dat het andere mooier was. En daar word je wel eens flauw van. Toch dames? Als je daar dan bij optelt dat ik de nacht tevoren geen oog dicht had gedaan, kun je je ongeveer voorstellen hoe mijn reactie was. Ik sputterde, pruttelde en beet van me af. Een toeschouwer zou me misschien chagerijnig noemen.
Mijn X noemt dat een prikkelbare reactie. Weet ik nu. Nou en als ik dat nog niet was, werd ik het spontaan... Want wat presteerde X op dat moment? Hij zei zachtjes woorden in de strekking van: 'Je moet zeker ongesteld worden?!'.
KlaBoem!!!!! Ik vloog nog net niet op, maar het scheelde niet alles. Mijn lontje brandde op tot in het kruidvat en zorgde voor een explosie die zijn weerga niet kende. Neem hierbij dan nog even in ogenschouw dat meneer het niet zo netjes zei als ik het hier herhaal. Het was nog erger, maar uit loyaliteit en bescherming laat ik de letterlijke woorden maar achterwege. PRIKKELBAAR met hoofdletters was ik op dat moment! Dus. Mannen. Ik kan soms best even zonder hoor...
We zaten even bij mijn ouders nadat we lekker een stuk hadden gelopen. Bakje thee, leuke film. Altijd gezellig. Totdat mijn vader constateerde dat eíndelijk mijn eigen haarkleur weer eens opdook. Hij heeft gelijk, want ik had de uitgroei weken geleden al bij moeten werken, maar toch. Eindelijk....dat klinkt mij in de oren als: 'Dat blonde staat je niet, ik ben blij dat je weer een brunette wordt.' Lekker is dat! Als het nou voor het eerst was dat er dergelijke geluiden uit mijn vader kwamen, ach, dan had ik me daar makkelijk overheen gezet. Maar sinds ik met de peroxide in de weer ben, en dat is toch al zo'n zes jaar, moet ik horen dat het andere mooier was. En daar word je wel eens flauw van. Toch dames? Als je daar dan bij optelt dat ik de nacht tevoren geen oog dicht had gedaan, kun je je ongeveer voorstellen hoe mijn reactie was. Ik sputterde, pruttelde en beet van me af. Een toeschouwer zou me misschien chagerijnig noemen.
Mijn X noemt dat een prikkelbare reactie. Weet ik nu. Nou en als ik dat nog niet was, werd ik het spontaan... Want wat presteerde X op dat moment? Hij zei zachtjes woorden in de strekking van: 'Je moet zeker ongesteld worden?!'.
KlaBoem!!!!! Ik vloog nog net niet op, maar het scheelde niet alles. Mijn lontje brandde op tot in het kruidvat en zorgde voor een explosie die zijn weerga niet kende. Neem hierbij dan nog even in ogenschouw dat meneer het niet zo netjes zei als ik het hier herhaal. Het was nog erger, maar uit loyaliteit en bescherming laat ik de letterlijke woorden maar achterwege. PRIKKELBAAR met hoofdletters was ik op dat moment! Dus. Mannen. Ik kan soms best even zonder hoor...
dinsdag 10 november 2009
Hoge thee
Picture this: alle meiden uit mijn familie aan tafel voor een high-tea. Vooral om onze lieve beppe te vermaken nu ze een moeilijke tijd heeft met pake die aan Alzheimer lijdt.
Iedereen in zijn leukste, tuttigste goed, lekker opgedirkt en vol verwachting over de lekkernijen die komen gaan. En wat waren het een lekkernijen! De riem kon aan het eind van de middag wel een gaatje losser.
Tja, en waar gaat het dan over als zoveel vrouwvolk zich verzamelt? Over mannen? Nee hoor. Over make-up? Niets daarvan. Over kleding, sieraden, eten, familie of andere heerlijke onderwerpen? Uh-uh. Fout. Het gaat over kinderen. Over baby's, over peuters, poepluiers, tandjes, grote monden, onderbroken nachten, opvoedingsproblemen. Alle onderwerpen ten aanzien van het kleine grut van mijn nichtjes passeerden de revue.
Dus daar zat ik dan. Met mijn lijf dat nog nooit een kind had gedragen. Met mijn borsten waar nog nooit tepelkloven in hadden gezeten. Met mijn handen die nog nooit een snotneus zonder zakdoek hadden weggeveegd. Met mijn mond die nog nooit een speen had schoongesabbeld nadat ie op de grond was gevallen. Ik zat daar, moederrol-loos, kinderkennis-loos. En volslagen ongeïnteresseerd. Er zijn toch zat andere onderwerpen om over te praten? Ook als je kinderen hebt...toch? Of zou ik ook zo worden?
Ik probeerde het tij nog een beetje te keren door, tussen een brownie en een scone door, over een vriendin te klagen dat zij het altijd alléén maar over haar kind kon hebben. Ik benadrukte dat het me niet zoveel kon schelen hoe vaak haar kind 's nachts 'kwam'. (Kinderen van een paar maanden komen niet!!! Ze kunnen toch niet lopen?!) Gooide mijn hele hebben en houden in de strijd om te laten merken dat ik het wel eens over iets anders wilde hebben de de kids van mijn nichtjes. Begrijp me niet verkeerd, ze zijn schattig en hartstikke gezellig en vermakelijk. ALS ZE ERBIJ ZIJN! Niet om over te praten... Het is net als met voetbal. Dat mannen er naar kijken snap ik nog net, maar die eeuwige lulverhalen van zogenaamde experts, dat is toch vre-se-lijk!
Toen mijn nichtje na een snikje van haar baby mij veelbetekenend aankeek en pruttelde: Weet waar je aan begint hoor', brak mijn klomp helemaal....Het was gedaan met het fatsoen. Ik werd chagerijnig. Bedoelt ze dan te zeggen dat het vreselijk is? Dat ze er nooit aan had moeten beginnen? Probeerde ze me op die manier te behoeden voor de grootste fout van mijn leven?
Ik snap het niet. Waarom heeft ze dan een tweede kind gekregen? En waarom gaat het ALTIJD over die kinderen als ze zo verschrikkelijk zijn en je je nog maar eens af moet vragen of je er wel aan moet beginnen... Pfff... Doe mij nog maar een brownie.
Iedereen in zijn leukste, tuttigste goed, lekker opgedirkt en vol verwachting over de lekkernijen die komen gaan. En wat waren het een lekkernijen! De riem kon aan het eind van de middag wel een gaatje losser.
Tja, en waar gaat het dan over als zoveel vrouwvolk zich verzamelt? Over mannen? Nee hoor. Over make-up? Niets daarvan. Over kleding, sieraden, eten, familie of andere heerlijke onderwerpen? Uh-uh. Fout. Het gaat over kinderen. Over baby's, over peuters, poepluiers, tandjes, grote monden, onderbroken nachten, opvoedingsproblemen. Alle onderwerpen ten aanzien van het kleine grut van mijn nichtjes passeerden de revue.
Dus daar zat ik dan. Met mijn lijf dat nog nooit een kind had gedragen. Met mijn borsten waar nog nooit tepelkloven in hadden gezeten. Met mijn handen die nog nooit een snotneus zonder zakdoek hadden weggeveegd. Met mijn mond die nog nooit een speen had schoongesabbeld nadat ie op de grond was gevallen. Ik zat daar, moederrol-loos, kinderkennis-loos. En volslagen ongeïnteresseerd. Er zijn toch zat andere onderwerpen om over te praten? Ook als je kinderen hebt...toch? Of zou ik ook zo worden?
Ik probeerde het tij nog een beetje te keren door, tussen een brownie en een scone door, over een vriendin te klagen dat zij het altijd alléén maar over haar kind kon hebben. Ik benadrukte dat het me niet zoveel kon schelen hoe vaak haar kind 's nachts 'kwam'. (Kinderen van een paar maanden komen niet!!! Ze kunnen toch niet lopen?!) Gooide mijn hele hebben en houden in de strijd om te laten merken dat ik het wel eens over iets anders wilde hebben de de kids van mijn nichtjes. Begrijp me niet verkeerd, ze zijn schattig en hartstikke gezellig en vermakelijk. ALS ZE ERBIJ ZIJN! Niet om over te praten... Het is net als met voetbal. Dat mannen er naar kijken snap ik nog net, maar die eeuwige lulverhalen van zogenaamde experts, dat is toch vre-se-lijk!
Toen mijn nichtje na een snikje van haar baby mij veelbetekenend aankeek en pruttelde: Weet waar je aan begint hoor', brak mijn klomp helemaal....Het was gedaan met het fatsoen. Ik werd chagerijnig. Bedoelt ze dan te zeggen dat het vreselijk is? Dat ze er nooit aan had moeten beginnen? Probeerde ze me op die manier te behoeden voor de grootste fout van mijn leven?
Ik snap het niet. Waarom heeft ze dan een tweede kind gekregen? En waarom gaat het ALTIJD over die kinderen als ze zo verschrikkelijk zijn en je je nog maar eens af moet vragen of je er wel aan moet beginnen... Pfff... Doe mij nog maar een brownie.
zaterdag 31 oktober 2009
Zonneschijn
Ik zit weer eens even alleen in het design-huis van X. Opeens overvalt me een gelukzalig gevoel van tevredenheid, rust en stilte. Ik realiseer me opeens dat dit is hoe het moet zijn. Geluk zit hem in de kleine, alledaagse dingen. En ik heb het gevonden. Terwijl ik me de laatste keer dat ik me gewóón gelukkig voelde bijna niet kan herinneren. Ruim een jaar geleden leefde ik zelfs in de overtuiging dat ik dit nooit meer mee zou maken. Ik maakte mezelf toen nog wijs dat ik groot en meeslepend wilde leven, dat pieken en dalen het leven de mooite waard maakten.
Mooi gedacht natuurlijk. Vooral omdat mijn leven er toen ook uitzag als een achtbaan. Ik had geen keus en probeerde mezelf voor de gek te houden met gezwets over passie.
Passie is geweldig. Maar het zit niet in aantrekken en afstoten, het zit niet in ruzie en goedmaken. Passie zit hem in jezelf. Het is de kunst om je kracht uit het alledaagse te kunnen halen. De kunst om te genieten van de gewone dingen des levens. En ik heb dat kunstje dus eindelijk weer onder de knie!
Dat blijkt vandaag wel. Lekker uitgeslapen, in mijn pyjama met een aangeklede X taarten gebakken, ondertussen koffie gedronken met mijn moeder en broer en daarna genoten van een leuke voetbalwedstrijd van Heerenveen met een lief vriendinnetje. En nu zit ik tussen kaarsjes en slingers te wachten tot X terugkomt van de wedstrijd van zijn cluppie en voel ik me dus heerlijk. Blij, kalm en vol verwachting. Om hem, om de liefde en om alle lieve mensen die er morgen zullen zijn. Wat is het leven toch mooi, ook bij mij komt na regen dus gewoon heel veel zonneschijn!!!
Mooi gedacht natuurlijk. Vooral omdat mijn leven er toen ook uitzag als een achtbaan. Ik had geen keus en probeerde mezelf voor de gek te houden met gezwets over passie.
Passie is geweldig. Maar het zit niet in aantrekken en afstoten, het zit niet in ruzie en goedmaken. Passie zit hem in jezelf. Het is de kunst om je kracht uit het alledaagse te kunnen halen. De kunst om te genieten van de gewone dingen des levens. En ik heb dat kunstje dus eindelijk weer onder de knie!
Dat blijkt vandaag wel. Lekker uitgeslapen, in mijn pyjama met een aangeklede X taarten gebakken, ondertussen koffie gedronken met mijn moeder en broer en daarna genoten van een leuke voetbalwedstrijd van Heerenveen met een lief vriendinnetje. En nu zit ik tussen kaarsjes en slingers te wachten tot X terugkomt van de wedstrijd van zijn cluppie en voel ik me dus heerlijk. Blij, kalm en vol verwachting. Om hem, om de liefde en om alle lieve mensen die er morgen zullen zijn. Wat is het leven toch mooi, ook bij mij komt na regen dus gewoon heel veel zonneschijn!!!
vrijdag 30 oktober 2009
Jarig
Hij is bijna jarig. De eerste verjaardag die ik met hem beleef. Het is zijn 35ste al. Ik wil er een bijzondere dag van maken. Wil dat hij zich bijzonder voelt. Echt jarig. Hij wil niks bijzonders. Vind het al genoeg dat ik er ben. En dat meent hij ook nog.
Zo sentimenteel als ik altijd word rondom mijn eigen verjaardag, zo nuchter ben ik nu. Maar toch merk ik dat mijn gedachten het afgelopen jaar in vogelvlucht beschouwen. Vorig jaar was ik niet bij hem op zijn verjaardag. Toen was het nog te pril, was ik nog een beetje geheim. Ik vond het maar niets. Wilde hem verwennen, vertroetelen en overladen met kadootjes, maar vooral met liefde. Maar hij was daar en ik was hier. Toch heb ik hem natuurlijk een mooi kado gegeven, althans, dat moet haast wel. Maar wat? Geen idee meer, ik zal het hem eens vragen...
Gelukkig kan ik me de rest van het jaar wat beter herinneren. 365 dagen geleden was ik nog geheim en moet je ons nu zien. Ik hoor er al helemaal bij in zijn familie. Zijn vrienden beginnen zowaar wat aan me te wennen...En zondag zit het huis vol met een mengelmoes van zijn vrienden en familie en mijn vrienden en familie. En dan drinken we er eentje.
Op het vinden van de liefde van je leven. Op een roerig jaar. Op toekomstdromen. En op nog heel veel verjaardagen samen!
Zo sentimenteel als ik altijd word rondom mijn eigen verjaardag, zo nuchter ben ik nu. Maar toch merk ik dat mijn gedachten het afgelopen jaar in vogelvlucht beschouwen. Vorig jaar was ik niet bij hem op zijn verjaardag. Toen was het nog te pril, was ik nog een beetje geheim. Ik vond het maar niets. Wilde hem verwennen, vertroetelen en overladen met kadootjes, maar vooral met liefde. Maar hij was daar en ik was hier. Toch heb ik hem natuurlijk een mooi kado gegeven, althans, dat moet haast wel. Maar wat? Geen idee meer, ik zal het hem eens vragen...
Gelukkig kan ik me de rest van het jaar wat beter herinneren. 365 dagen geleden was ik nog geheim en moet je ons nu zien. Ik hoor er al helemaal bij in zijn familie. Zijn vrienden beginnen zowaar wat aan me te wennen...En zondag zit het huis vol met een mengelmoes van zijn vrienden en familie en mijn vrienden en familie. En dan drinken we er eentje.
Op het vinden van de liefde van je leven. Op een roerig jaar. Op toekomstdromen. En op nog heel veel verjaardagen samen!
donderdag 29 oktober 2009
Man - vrouw - vriendschap
Ik wist het altijd zeker. Vriendschap tussen een man en een vrouw - kansloos. Dat kan gewoon niet zonder enige bijgeluiden richting relatie, onderlinge spanning, aantrekkingskracht, noem het maar. En dat was tot dat moment ook mijn ervaring. Die paar keer dat ik had geprobeerd gewoon vrienden te zijn met een mens van het andere geslacht mislukte dat jammerlijk omdat er altijd wel het punt kwam waarop moest worden gesproken over 'meer'.
Maar toen kwam X. En X had een vriendin. Gewoon een vriendin zonder bijsmaak zeg maar. Nou, ik geloofde er helemaal niets van. Maar X hield vol en ik kan niet anders dan hem geloven. Anders had ie tenslotte niets met mij en wel iets met haar. De vraag of zij er net als hij over denkt speelt nog wel eens door mijn hoofd (vooral toen ze langs kwam en totaal langs me heen keek, sprak en deed) maar dat geheel ter zijde.
In de voetsporen van X dacht ik dat ik best vriendschappelijk om kon gaan met een niet nader te noemen persoon (van het mannelijk geslacht dus). Ik was duidelijk over de liefde voor X (mijn huis staat nota bene te koop om bij hem in te trekken, hoe duidelijk kan het zijn?!) en wekte geen enkele keer de indruk dat er meer in zat. En we hadden het gezellig. We spraken zelfs vooral over zijn ex en over hoe hij haar nog miste. Keurig, niets aan de hand. Ik dacht nog: 'goh, zou X dan toch gelijk hebben? Kan het toch?'. Tot de niet nader te noemen persoon later smste: 'Vond het gezellig. Helaas moet het daar bij blijven.'
Scheisse. Wat moet ik dáááár nou weer mee? Wat bedoelt ie? Waar moet het bij blijven? En waarom helaas?
Ik zag het al voor me. Gewoon een leuke vriend erbij. Ik mag hem graag, kan om hem lachen, best leuk met hem praten. En ik ken hem al jaren en onze ouders kennen elkaar ook nog een beetje. X en hij zouden het ook best met elkaar kunnen vinden. Wat wil je nog meer? Als vriend dan. Want meer dan dat zit er echt niet in. Overduidelijk. Wat mij betreft dan. Maar wat bedoelt ie nou weer met zijn smsje? Vriendinnen zeggen dat je heus wel vrienden kunt zijn. Ook als één van de twee misschien meer zou willen. Heus wel. Als je maar duidelijk bent.
Nou mooi niet. Duidelijker kan ik niet worden en ik heb geen zin in zulk gehannes en ge-emmer. Ik wil helemaal niet hoeven praten over zulke dingen. Het is duidelijk of het is dat niet. Maar geen gedoe. Dat heb ik met vriendinnen ook niet. Dus meer dan vage kennissen zal er wel niet in zitten, helaas dus... Ik had dus weer gelijk (dat is dan wel weer lekker).
Maar toen kwam X. En X had een vriendin. Gewoon een vriendin zonder bijsmaak zeg maar. Nou, ik geloofde er helemaal niets van. Maar X hield vol en ik kan niet anders dan hem geloven. Anders had ie tenslotte niets met mij en wel iets met haar. De vraag of zij er net als hij over denkt speelt nog wel eens door mijn hoofd (vooral toen ze langs kwam en totaal langs me heen keek, sprak en deed) maar dat geheel ter zijde.
In de voetsporen van X dacht ik dat ik best vriendschappelijk om kon gaan met een niet nader te noemen persoon (van het mannelijk geslacht dus). Ik was duidelijk over de liefde voor X (mijn huis staat nota bene te koop om bij hem in te trekken, hoe duidelijk kan het zijn?!) en wekte geen enkele keer de indruk dat er meer in zat. En we hadden het gezellig. We spraken zelfs vooral over zijn ex en over hoe hij haar nog miste. Keurig, niets aan de hand. Ik dacht nog: 'goh, zou X dan toch gelijk hebben? Kan het toch?'. Tot de niet nader te noemen persoon later smste: 'Vond het gezellig. Helaas moet het daar bij blijven.'
Scheisse. Wat moet ik dáááár nou weer mee? Wat bedoelt ie? Waar moet het bij blijven? En waarom helaas?
Ik zag het al voor me. Gewoon een leuke vriend erbij. Ik mag hem graag, kan om hem lachen, best leuk met hem praten. En ik ken hem al jaren en onze ouders kennen elkaar ook nog een beetje. X en hij zouden het ook best met elkaar kunnen vinden. Wat wil je nog meer? Als vriend dan. Want meer dan dat zit er echt niet in. Overduidelijk. Wat mij betreft dan. Maar wat bedoelt ie nou weer met zijn smsje? Vriendinnen zeggen dat je heus wel vrienden kunt zijn. Ook als één van de twee misschien meer zou willen. Heus wel. Als je maar duidelijk bent.
Nou mooi niet. Duidelijker kan ik niet worden en ik heb geen zin in zulk gehannes en ge-emmer. Ik wil helemaal niet hoeven praten over zulke dingen. Het is duidelijk of het is dat niet. Maar geen gedoe. Dat heb ik met vriendinnen ook niet. Dus meer dan vage kennissen zal er wel niet in zitten, helaas dus... Ik had dus weer gelijk (dat is dan wel weer lekker).
dinsdag 27 oktober 2009
Huis te koop
Ik scroll met de muis door mijn huis. De woonkamer, de keuken, de wc, de slaapkamer, mijn schilderkamer, mijn zolder, langs de wasmachine, de badkamer en het kamertje waar ik niets in doe. Ik neem een kijkje in de tuin, zie het nieuwe schilderwerk, schuil onder de carport en scroll met de muis weer omhoog. Naar de tekst van de makelaar. De tekst waarmee hij mijn huis wil verkopen.
Ineens is mijn thuis, mijn paleisje, mijn veilige haven, mijn trots, niets meer dan een advertentie. Als ik de foto's zo bekijk kan ik me bijna niet voorstellen dat het ooit niet meer van mij is. Dat ik de schilderijtjes van de muur zal halen. Dat ik de foto's voorzichtig in dozen stop, dat ik mijn douchegordijn in de container gooi, mijn boeken voorzichtig opberg. Dat ik mijn sloffen niet meer richting de kapstok schop, mijn knuffeltje niet meer achter het bed vandaan vis, niet meer voorzichtig een sprongetje maak van het gladde afstapje in de douche, niet meer zittend in de douchebak kan douchen, dat ik niet meer in de badjas de container bij de weg zet en niet meer 15 keer moet insteken om mijn scootertje in de schuur te zetten. Er komt een dag waarop ik de deur voor het laatst achter me dichttrek. Dan draai ik de zoveelste kromgebogen sleutel om en loop ik weg, om nooit meer terug te keren.
Die dag lijkt nog ver weg. Maar als ik goed naar de foto's kijk en bedenk dat er niets aan mijn huis hoeft te gebeuren, vrees ik dat het ook snel kan gaan. Die gedachte beangstigt me enigszins.
Afscheid nemen, veranderingen doormaken, het zijn nooit mijn sterkste kanten geweest.
Maar gelukkig heb ik ook een andere kant. De kant van 'no guts no glory', de kant van doorzetten, positief zijn en ergens voor gaan. En gelukkig heb ik nu ook echt iets om voor te gaan. Want de andere kant van afscheid is een nieuw begin. En waar ik de deur sluit van mijn eigen huuske, open ik de deur naar een toekomst met X in zijn mooie huis. Een huis waar ik me ongetwijfeld thuis ga voelen. Waar ik in bad kan zitten, mijn sloffen ergens anders naar toe kan schoppen, mijn knuffeltje niet meer nodig heb, mijn scootertje met gemak in de garage kan parkeren en heerlijk kan kokerellen in de prachtige keuken. Maar vooral het huis waarin we samen zullen zijn. Aan de toekomst gaan bouwen, gaan lachen, huilen, gek doen, serieuze gesprekken gaan hebben, suf op de bank gaan hangen, hard in de tuin gaan werken, wijntjes zullen drinken, sinaasappels zullen persen, dansjes zullen doen, zullen leven - met een rotgang. Waar we misschien wel heel oud gaan worden, of misschien maar kort wonen. We zien het wel. Ik ben er klaar voor, hoe dan ook.
Ineens is mijn thuis, mijn paleisje, mijn veilige haven, mijn trots, niets meer dan een advertentie. Als ik de foto's zo bekijk kan ik me bijna niet voorstellen dat het ooit niet meer van mij is. Dat ik de schilderijtjes van de muur zal halen. Dat ik de foto's voorzichtig in dozen stop, dat ik mijn douchegordijn in de container gooi, mijn boeken voorzichtig opberg. Dat ik mijn sloffen niet meer richting de kapstok schop, mijn knuffeltje niet meer achter het bed vandaan vis, niet meer voorzichtig een sprongetje maak van het gladde afstapje in de douche, niet meer zittend in de douchebak kan douchen, dat ik niet meer in de badjas de container bij de weg zet en niet meer 15 keer moet insteken om mijn scootertje in de schuur te zetten. Er komt een dag waarop ik de deur voor het laatst achter me dichttrek. Dan draai ik de zoveelste kromgebogen sleutel om en loop ik weg, om nooit meer terug te keren.
Die dag lijkt nog ver weg. Maar als ik goed naar de foto's kijk en bedenk dat er niets aan mijn huis hoeft te gebeuren, vrees ik dat het ook snel kan gaan. Die gedachte beangstigt me enigszins.
Afscheid nemen, veranderingen doormaken, het zijn nooit mijn sterkste kanten geweest.
Maar gelukkig heb ik ook een andere kant. De kant van 'no guts no glory', de kant van doorzetten, positief zijn en ergens voor gaan. En gelukkig heb ik nu ook echt iets om voor te gaan. Want de andere kant van afscheid is een nieuw begin. En waar ik de deur sluit van mijn eigen huuske, open ik de deur naar een toekomst met X in zijn mooie huis. Een huis waar ik me ongetwijfeld thuis ga voelen. Waar ik in bad kan zitten, mijn sloffen ergens anders naar toe kan schoppen, mijn knuffeltje niet meer nodig heb, mijn scootertje met gemak in de garage kan parkeren en heerlijk kan kokerellen in de prachtige keuken. Maar vooral het huis waarin we samen zullen zijn. Aan de toekomst gaan bouwen, gaan lachen, huilen, gek doen, serieuze gesprekken gaan hebben, suf op de bank gaan hangen, hard in de tuin gaan werken, wijntjes zullen drinken, sinaasappels zullen persen, dansjes zullen doen, zullen leven - met een rotgang. Waar we misschien wel heel oud gaan worden, of misschien maar kort wonen. We zien het wel. Ik ben er klaar voor, hoe dan ook.
zaterdag 24 oktober 2009
De vlaggetjesweek
Ik heb het nooit willen weten en ik zal het live ook nooit toegeven... Maar ik ben een vreselijke versie van mezelf als het weer rode vlaggetjesweek is.
En nee, dan doel ik niet op de kortingsaktie van de C&A. Ik heb het over het maandelijkse ongenoegen dat menstruatie heet. Maar je kunt natuurlijk ook spreken over ongesteldheid, de rode feestweek, het hebben van een rode poes (ja er zijn dus gewoon echt mensen die zoiets denigrerends zeggen), de maandstonde, en weet ik wat nog meer. Ik kies voor de rode vlaggetjesweek, het is tenslotte al ellendig genoeg, daar hoef ik dan niet ook nog eens een naam aan te geven waar je nekharen spontaan van overeind gaan staan. En met rode vlaggetjesweek kan ik toch net doen of het totaal niet ongemakkelijk, pijnlijk en vervelend is. Om van de emotionele ongein nog maar te zwijgen.
Het is dus geen vlaggetjesweek en al helemaal geen feestje. En ik schrijf het nu één keer op om het daarna voor altijd te ontkennen. Ik ben een draak van een meid als de hormonen door mijn lijf gieren. Ik wordt nog wispelturiger dan anders. Chagerijnig op een manier waar je U tegen zegt. Ik jank om niks en om alles. Vind mezelf zielig en klaag over buikpijn. Ik heb zo'n kort lontje dat ik spontaan vlam vat. Vind mezelf ineens vreselijk dik en lelijk en denk iedere maand weer dat ik helemaal niks leuks in de kast heb. Ik wil chocolade om vervolgens te mekkeren over de kilo's en de puistjes. Ik zeur. En tot overmaat van ramp heb ik altijd pas door hoeveel de hormonen met me doen op het moment dat ik alle akelige kanten van mezelf - zonder enige nuttige aanleiding - aan mijn lief heb getoond.
Kortom, de vlaggetjes wapperen niet alleen tot mijn irritatie, het is ook rampzalig voor de man in mijn leven. Dus die heeft zich nu veilig terug getrokken met een boek aan de andere kant van de, gelukkig grote, woonkamer. Hij hult zich in stilzwijgen en wacht rustig af tot het over gaat. Want hoe vervelend het ook is, het gaat gelukkig altijd weer over. Om volgende maand in volle hevigheid terug te keren. Ik weet het, hij weet het. Maar we spreken het niet uit, ik waarschuw hem niet van te voren met een soort PMS-alert en hij wijst mij niet op mijn narigheid. Allemaal om te voorkomen dat de hormonale duivel in mij ontwaakt en haar staart roert. Gelukkig is er één voordeel, ook voor mij, het is niet besmettelijk!
En nee, dan doel ik niet op de kortingsaktie van de C&A. Ik heb het over het maandelijkse ongenoegen dat menstruatie heet. Maar je kunt natuurlijk ook spreken over ongesteldheid, de rode feestweek, het hebben van een rode poes (ja er zijn dus gewoon echt mensen die zoiets denigrerends zeggen), de maandstonde, en weet ik wat nog meer. Ik kies voor de rode vlaggetjesweek, het is tenslotte al ellendig genoeg, daar hoef ik dan niet ook nog eens een naam aan te geven waar je nekharen spontaan van overeind gaan staan. En met rode vlaggetjesweek kan ik toch net doen of het totaal niet ongemakkelijk, pijnlijk en vervelend is. Om van de emotionele ongein nog maar te zwijgen.
Het is dus geen vlaggetjesweek en al helemaal geen feestje. En ik schrijf het nu één keer op om het daarna voor altijd te ontkennen. Ik ben een draak van een meid als de hormonen door mijn lijf gieren. Ik wordt nog wispelturiger dan anders. Chagerijnig op een manier waar je U tegen zegt. Ik jank om niks en om alles. Vind mezelf zielig en klaag over buikpijn. Ik heb zo'n kort lontje dat ik spontaan vlam vat. Vind mezelf ineens vreselijk dik en lelijk en denk iedere maand weer dat ik helemaal niks leuks in de kast heb. Ik wil chocolade om vervolgens te mekkeren over de kilo's en de puistjes. Ik zeur. En tot overmaat van ramp heb ik altijd pas door hoeveel de hormonen met me doen op het moment dat ik alle akelige kanten van mezelf - zonder enige nuttige aanleiding - aan mijn lief heb getoond.
Kortom, de vlaggetjes wapperen niet alleen tot mijn irritatie, het is ook rampzalig voor de man in mijn leven. Dus die heeft zich nu veilig terug getrokken met een boek aan de andere kant van de, gelukkig grote, woonkamer. Hij hult zich in stilzwijgen en wacht rustig af tot het over gaat. Want hoe vervelend het ook is, het gaat gelukkig altijd weer over. Om volgende maand in volle hevigheid terug te keren. Ik weet het, hij weet het. Maar we spreken het niet uit, ik waarschuw hem niet van te voren met een soort PMS-alert en hij wijst mij niet op mijn narigheid. Allemaal om te voorkomen dat de hormonale duivel in mij ontwaakt en haar staart roert. Gelukkig is er één voordeel, ook voor mij, het is niet besmettelijk!
Oohoo cherie!
Het is zover, ik begin een ouwe doos te worden.
Opeens zie ik doembeelden voor me van mezelf als sherry-teutende-leutende troelala op de bank met een tijdschrift op schoot of met As the world turns op tv. En leken die doembeelden vorige week nog onrealistisch of op zijn minst ver weg... Inmiddels ben ik me er van bewust dat het een realiteit is die ik binnen nu en een minuut zou kunnen creëeren. Zonder enig schuldgevoel of enige gene. Ik kan nu opstaan, drie stappen zetten, de kurkentrekker tevoorschijn toveren, het glas oppoetsen, de fles ontkurken en een sherrietje voor mezelf inschenken. De Linda ligt op tafel...dus ik kan mijn gevreesde toekomst in no time omzetten in keiharde (in dit geval mierzoete, tongstrelend zachte) realiteit.
Vandaag heb ik mijn eerste flesje sherry (van ongetwijfeld vele volgende) gekocht.
Maar ik kan het niet helpen. H en G hebben het gedaan, mij verpest... Vorige week, na een heerlijk maaltje boden ze me een drankje aan. Niet wetende dat het om het ouwe-vrijsters-die-graag-een-sjekkie-roken-vocht ging, stonk ik er met open ogen in.
Zelden een vloeibaar goedje met zo'n goddelijke smaak geproefd. De engeltjes piesten op mijn tong. Ik kon een zachte kreun van genot nog net onderdrukken toen ik vroeg wat voor zaligs dit was....om me bijna in het tweede slokje te verslikken toen ik hoorde dat het om sherry ging.
Na van de eerste schrik te zijn bekomen liet ik mij graag nog eens bijschenken en zette ik me al snel over de naam van het beestje heen. Zoiets lekkers laat ik niet lopen vanwege een imago-probleempje of eigen vooroordelen. Ik moest en zou er meer van hebben.
Dus vandaag, met de naam in mijn hoofd - Pedro Ximenez zong het in mijn brein - de wijnhandel binnengestapt en toegeslagen. En nu ben ik dus officieel een sherry liefhebber. Alleen de zoete natuurlijk...maar het is toch echt sherry. Sherry, mon cherie. Ach, wat zit ik hier nog!??? Ik schenk eens in. Je leeft maar één keer. En dan liever als sherrytroel dan als appelsaptut. Proost!
Opeens zie ik doembeelden voor me van mezelf als sherry-teutende-leutende troelala op de bank met een tijdschrift op schoot of met As the world turns op tv. En leken die doembeelden vorige week nog onrealistisch of op zijn minst ver weg... Inmiddels ben ik me er van bewust dat het een realiteit is die ik binnen nu en een minuut zou kunnen creëeren. Zonder enig schuldgevoel of enige gene. Ik kan nu opstaan, drie stappen zetten, de kurkentrekker tevoorschijn toveren, het glas oppoetsen, de fles ontkurken en een sherrietje voor mezelf inschenken. De Linda ligt op tafel...dus ik kan mijn gevreesde toekomst in no time omzetten in keiharde (in dit geval mierzoete, tongstrelend zachte) realiteit.
Vandaag heb ik mijn eerste flesje sherry (van ongetwijfeld vele volgende) gekocht.
Maar ik kan het niet helpen. H en G hebben het gedaan, mij verpest... Vorige week, na een heerlijk maaltje boden ze me een drankje aan. Niet wetende dat het om het ouwe-vrijsters-die-graag-een-sjekkie-roken-vocht ging, stonk ik er met open ogen in.
Zelden een vloeibaar goedje met zo'n goddelijke smaak geproefd. De engeltjes piesten op mijn tong. Ik kon een zachte kreun van genot nog net onderdrukken toen ik vroeg wat voor zaligs dit was....om me bijna in het tweede slokje te verslikken toen ik hoorde dat het om sherry ging.
Na van de eerste schrik te zijn bekomen liet ik mij graag nog eens bijschenken en zette ik me al snel over de naam van het beestje heen. Zoiets lekkers laat ik niet lopen vanwege een imago-probleempje of eigen vooroordelen. Ik moest en zou er meer van hebben.
Dus vandaag, met de naam in mijn hoofd - Pedro Ximenez zong het in mijn brein - de wijnhandel binnengestapt en toegeslagen. En nu ben ik dus officieel een sherry liefhebber. Alleen de zoete natuurlijk...maar het is toch echt sherry. Sherry, mon cherie. Ach, wat zit ik hier nog!??? Ik schenk eens in. Je leeft maar één keer. En dan liever als sherrytroel dan als appelsaptut. Proost!
Abonneren op:
Posts (Atom)
