donderdag 29 oktober 2009

Man - vrouw - vriendschap

Ik wist het altijd zeker. Vriendschap tussen een man en een vrouw - kansloos. Dat kan gewoon niet zonder enige bijgeluiden richting relatie, onderlinge spanning, aantrekkingskracht, noem het maar. En dat was tot dat moment ook mijn ervaring. Die paar keer dat ik had geprobeerd gewoon vrienden te zijn met een mens van het andere geslacht mislukte dat jammerlijk omdat er altijd wel het punt kwam waarop moest worden gesproken over 'meer'.
Maar toen kwam X. En X had een vriendin. Gewoon een vriendin zonder bijsmaak zeg maar. Nou, ik geloofde er helemaal niets van. Maar X hield vol en ik kan niet anders dan hem geloven. Anders had ie tenslotte niets met mij en wel iets met haar. De vraag of zij er net als hij over denkt speelt nog wel eens door mijn hoofd (vooral toen ze langs kwam en totaal langs me heen keek, sprak en deed) maar dat geheel ter zijde.
In de voetsporen van X dacht ik dat ik best vriendschappelijk om kon gaan met een niet nader te noemen persoon (van het mannelijk geslacht dus). Ik was duidelijk over de liefde voor X (mijn huis staat nota bene te koop om bij hem in te trekken, hoe duidelijk kan het zijn?!) en wekte geen enkele keer de indruk dat er meer in zat. En we hadden het gezellig. We spraken zelfs vooral over zijn ex en over hoe hij haar nog miste. Keurig, niets aan de hand. Ik dacht nog: 'goh, zou X dan toch gelijk hebben? Kan het toch?'. Tot de niet nader te noemen persoon later smste: 'Vond het gezellig. Helaas moet het daar bij blijven.'
Scheisse. Wat moet ik dáááár nou weer mee? Wat bedoelt ie? Waar moet het bij blijven? En waarom helaas?
Ik zag het al voor me. Gewoon een leuke vriend erbij. Ik mag hem graag, kan om hem lachen, best leuk met hem praten. En ik ken hem al jaren en onze ouders kennen elkaar ook nog een beetje. X en hij zouden het ook best met elkaar kunnen vinden. Wat wil je nog meer? Als vriend dan. Want meer dan dat zit er echt niet in. Overduidelijk. Wat mij betreft dan. Maar wat bedoelt ie nou weer met zijn smsje? Vriendinnen zeggen dat je heus wel vrienden kunt zijn. Ook als één van de twee misschien meer zou willen. Heus wel. Als je maar duidelijk bent.
Nou mooi niet. Duidelijker kan ik niet worden en ik heb geen zin in zulk gehannes en ge-emmer. Ik wil helemaal niet hoeven praten over zulke dingen. Het is duidelijk of het is dat niet. Maar geen gedoe. Dat heb ik met vriendinnen ook niet. Dus meer dan vage kennissen zal er wel niet in zitten, helaas dus... Ik had dus weer gelijk (dat is dan wel weer lekker).

dinsdag 27 oktober 2009

Huis te koop

Ik scroll met de muis door mijn huis. De woonkamer, de keuken, de wc, de slaapkamer, mijn schilderkamer, mijn zolder, langs de wasmachine, de badkamer en het kamertje waar ik niets in doe. Ik neem een kijkje in de tuin, zie het nieuwe schilderwerk, schuil onder de carport en scroll met de muis weer omhoog. Naar de tekst van de makelaar. De tekst waarmee hij mijn huis wil verkopen.
Ineens is mijn thuis, mijn paleisje, mijn veilige haven, mijn trots, niets meer dan een advertentie. Als ik de foto's zo bekijk kan ik me bijna niet voorstellen dat het ooit niet meer van mij is. Dat ik de schilderijtjes van de muur zal halen. Dat ik de foto's voorzichtig in dozen stop, dat ik mijn douchegordijn in de container gooi, mijn boeken voorzichtig opberg. Dat ik mijn sloffen niet meer richting de kapstok schop, mijn knuffeltje niet meer achter het bed vandaan vis, niet meer voorzichtig een sprongetje maak van het gladde afstapje in de douche, niet meer zittend in de douchebak kan douchen, dat ik niet meer in de badjas de container bij de weg zet en niet meer 15 keer moet insteken om mijn scootertje in de schuur te zetten. Er komt een dag waarop ik de deur voor het laatst achter me dichttrek. Dan draai ik de zoveelste kromgebogen sleutel om en loop ik weg, om nooit meer terug te keren.
Die dag lijkt nog ver weg. Maar als ik goed naar de foto's kijk en bedenk dat er niets aan mijn huis hoeft te gebeuren, vrees ik dat het ook snel kan gaan. Die gedachte beangstigt me enigszins.
Afscheid nemen, veranderingen doormaken, het zijn nooit mijn sterkste kanten geweest.
Maar gelukkig heb ik ook een andere kant. De kant van 'no guts no glory', de kant van doorzetten, positief zijn en ergens voor gaan. En gelukkig heb ik nu ook echt iets om voor te gaan. Want de andere kant van afscheid is een nieuw begin. En waar ik de deur sluit van mijn eigen huuske, open ik de deur naar een toekomst met X in zijn mooie huis. Een huis waar ik me ongetwijfeld thuis ga voelen. Waar ik in bad kan zitten, mijn sloffen ergens anders naar toe kan schoppen, mijn knuffeltje niet meer nodig heb, mijn scootertje met gemak in de garage kan parkeren en heerlijk kan kokerellen in de prachtige keuken. Maar vooral het huis waarin we samen zullen zijn. Aan de toekomst gaan bouwen, gaan lachen, huilen, gek doen, serieuze gesprekken gaan hebben, suf op de bank gaan hangen, hard in de tuin gaan werken, wijntjes zullen drinken, sinaasappels zullen persen, dansjes zullen doen, zullen leven - met een rotgang. Waar we misschien wel heel oud gaan worden, of misschien maar kort wonen. We zien het wel. Ik ben er klaar voor, hoe dan ook.

zaterdag 24 oktober 2009

De vlaggetjesweek

Ik heb het nooit willen weten en ik zal het live ook nooit toegeven... Maar ik ben een vreselijke versie van mezelf als het weer rode vlaggetjesweek is.

En nee, dan doel ik niet op de kortingsaktie van de C&A. Ik heb het over het maandelijkse ongenoegen dat menstruatie heet. Maar je kunt natuurlijk ook spreken over ongesteldheid, de rode feestweek, het hebben van een rode poes (ja er zijn dus gewoon echt mensen die zoiets denigrerends zeggen), de maandstonde, en weet ik wat nog meer. Ik kies voor de rode vlaggetjesweek, het is tenslotte al ellendig genoeg, daar hoef ik dan niet ook nog eens een naam aan te geven waar je nekharen spontaan van overeind gaan staan. En met rode vlaggetjesweek kan ik toch net doen of het totaal niet ongemakkelijk, pijnlijk en vervelend is. Om van de emotionele ongein nog maar te zwijgen.

Het is dus geen vlaggetjesweek en al helemaal geen feestje. En ik schrijf het nu één keer op om het daarna voor altijd te ontkennen. Ik ben een draak van een meid als de hormonen door mijn lijf gieren. Ik wordt nog wispelturiger dan anders. Chagerijnig op een manier waar je U tegen zegt. Ik jank om niks en om alles. Vind mezelf zielig en klaag over buikpijn. Ik heb zo'n kort lontje dat ik spontaan vlam vat. Vind mezelf ineens vreselijk dik en lelijk en denk iedere maand weer dat ik helemaal niks leuks in de kast heb. Ik wil chocolade om vervolgens te mekkeren over de kilo's en de puistjes. Ik zeur. En tot overmaat van ramp heb ik altijd pas door hoeveel de hormonen met me doen op het moment dat ik alle akelige kanten van mezelf - zonder enige nuttige aanleiding - aan mijn lief heb getoond.

Kortom, de vlaggetjes wapperen niet alleen tot mijn irritatie, het is ook rampzalig voor de man in mijn leven. Dus die heeft zich nu veilig terug getrokken met een boek aan de andere kant van de, gelukkig grote, woonkamer. Hij hult zich in stilzwijgen en wacht rustig af tot het over gaat. Want hoe vervelend het ook is, het gaat gelukkig altijd weer over. Om volgende maand in volle hevigheid terug te keren. Ik weet het, hij weet het. Maar we spreken het niet uit, ik waarschuw hem niet van te voren met een soort PMS-alert en hij wijst mij niet op mijn narigheid. Allemaal om te voorkomen dat de hormonale duivel in mij ontwaakt en haar staart roert. Gelukkig is er één voordeel, ook voor mij, het is niet besmettelijk!

Oohoo cherie!

Het is zover, ik begin een ouwe doos te worden.
Opeens zie ik doembeelden voor me van mezelf als sherry-teutende-leutende troelala op de bank met een tijdschrift op schoot of met As the world turns op tv. En leken die doembeelden vorige week nog onrealistisch of op zijn minst ver weg... Inmiddels ben ik me er van bewust dat het een realiteit is die ik binnen nu en een minuut zou kunnen creëeren. Zonder enig schuldgevoel of enige gene. Ik kan nu opstaan, drie stappen zetten, de kurkentrekker tevoorschijn toveren, het glas oppoetsen, de fles ontkurken en een sherrietje voor mezelf inschenken. De Linda ligt op tafel...dus ik kan mijn gevreesde toekomst in no time omzetten in keiharde (in dit geval mierzoete, tongstrelend zachte) realiteit.

Vandaag heb ik mijn eerste flesje sherry (van ongetwijfeld vele volgende) gekocht.
Maar ik kan het niet helpen. H en G hebben het gedaan, mij verpest... Vorige week, na een heerlijk maaltje boden ze me een drankje aan. Niet wetende dat het om het ouwe-vrijsters-die-graag-een-sjekkie-roken-vocht ging, stonk ik er met open ogen in.
Zelden een vloeibaar goedje met zo'n goddelijke smaak geproefd. De engeltjes piesten op mijn tong. Ik kon een zachte kreun van genot nog net onderdrukken toen ik vroeg wat voor zaligs dit was....om me bijna in het tweede slokje te verslikken toen ik hoorde dat het om sherry ging.
Na van de eerste schrik te zijn bekomen liet ik mij graag nog eens bijschenken en zette ik me al snel over de naam van het beestje heen. Zoiets lekkers laat ik niet lopen vanwege een imago-probleempje of eigen vooroordelen. Ik moest en zou er meer van hebben.

Dus vandaag, met de naam in mijn hoofd - Pedro Ximenez zong het in mijn brein - de wijnhandel binnengestapt en toegeslagen. En nu ben ik dus officieel een sherry liefhebber. Alleen de zoete natuurlijk...maar het is toch echt sherry. Sherry, mon cherie. Ach, wat zit ik hier nog!??? Ik schenk eens in. Je leeft maar één keer. En dan liever als sherrytroel dan als appelsaptut. Proost!

vrijdag 9 oktober 2009

Die-zijn-thuis

Ik nip aan mijn revolution-thee van een speciaalzaakje in de stad uit een designkopje terwijl mijn billen rusten op een designstoel die ik bij de aanblik van het prijskaartje meteen voorbij zou zijn gelopen, laat staan dat ik er 6! van zou hebben gekocht. Ondertussen schalt mijn favoriiete muziek uit de mediabox van de veel te grote televisie en worden mijn blote voetjes verwarmd door de zon die binnenvalt door de grote openslaande deuren. Mjn vingers glijden onwennig over het toetsenbord (vandaar de tikfouten) van de minilaptop (met draadloos internet natuurlijk) en opeens vraag ik me af hoe ik hier terecht ben gekomen. Hier in de grote keuken met kookeiland en allerlei designspullen, waaronder zelfs een design-messenset....(Hoe verzinnen ze het? Elke keer zoek ik weer in de la om de messen om ze vervolgens uit een obscuur plastic mannetje te moeten trekken.)
Anderhalf jaar geleden dacht ik nog jaren in mijn eigen kneuterige huis te zullen wonen. Mijn huis, waar geen designmeubel, designkopje, laat staan designmes te vinden is. Mijn huis met de paneeldeurtjes in de keuken, met het nep-wedgewood servies, met de douchebak waarin ik bij gebrek aan een bad menig douchebeurt zittend in heb doorgebracht (hier kun je met zijn tweetjes riant in bad zitten en in je eentje bijna verzuipen bij gebrek aan houvast), met de enorme computer met nul tempo, met de wc-brillen die je boos nog lekker hard naar beneden kunt smijten (hier hebben ze vertraging), met de barokke badkamerspiegel van de Xenos die je gewoon met een haal van je hand schoonveegt als ie beslagen is (hier is dat niet nodig, want de spiegel is natuurlijk verwarmd, duh!), waar ik gewoon zelf de ramen doe terwijl hier elke twee maanden een mannetje langkomt... Wat heb ik daar toch een hoop beleefd. Van glimmend trotse eigenaar op mijn 22ste via uit te kopen en uitkledende ex naar veilige thuishaven in roerige tijden. Van thuiskomen op mijn fietsje en me bij de aanblik van mijn thuis vol verbazing realiseren dat dat hele huis gewoon van mij was tot midden in de nacht in tranen mijn auto onder de carport parkeren en me weer eventjes veilig te voelen.
En nu zit ik hier, dat meisje in haar Hema-pyjama met het warrige haar en de slaap nog in de ogen, dat zich nog nooit voor design had geïnteresseerd en zich nu helemaal thuis én veilig voelt tussen al die overbodige luxe. Niet om de luxe, maar om hem. Waar hij woont is mijn thuis.

donderdag 8 oktober 2009

Gemengde signalen

Normaal gesproken durf ik toch wel te stellen dat ik over een flinke dosis mensenkennis beschik. De mensen die mij (denken te) kennen (hihi, ik trek even een mysterieus rookgordijntje op) trekken nu hun wenkbrauw omhoog omdat ze weten dat ik met tenminste één keer behoorlijk vergist heb (gedurende 2,5 jaar... dat wel). Fouten maken is menselijk, zeg ik dan.
Ook nu raak ik nog wel eens in de war. Weet ik het gewoon even niet.
Zoals gisteren. Ineens was ik omringd door drie mannen die allemaal mijn vader hadden kunnen zijn en kon ik geen van hen duiden. Ik kreeg zoveel gemengde signalen dat mijn mensenkennisradar op tilt sloeg.
Man 1 had ooit een leidinggevende functie maar deed nu gewoon weer mee met de rest van het intellectuele gepeupel binnen de organisatie. Vanwege gezondheid en omdat de inhoud zo leuk is. Hij riep continu dat hij al 35 jaar gelukkig getrouwd was (waarom doet iemand dat, na 1x snap ik ook wel dat hij dan toch echt dik ouder dan mijn vader is) en gaf tegelijkertijd aan dat trouwen zo'n beetje het domste is wat je kunt doen. "Marriage is a prison", had ie zelfs op een kaartje gezet voor een collega die ging trouwen. Nee, hij wist niets van relatieproblemen en zijn vrouw vond alles prima. Maar toch belde ze op een gegeven moment waar hij bleef. Lekker huwelijk heb je dan, als je niet even aan je vrouw doorgeeft dat je niet komt eten maar lekker uren in de kroeg gaat hangen. Dat dacht ik dan weer wel. Maar de man doorgronden? Niks daarvan.
Man 2 was net gescheiden maar het ging zo goed met hem, zei hij. Oké, hij had eindelijk weer wat vet op de botten doordat ie elke dag bij zijn moeder at, maar om nou te zeggen dat ik hem geloofde... Hij wilde volgens mij zelf heel graag geloven dat het goed met hem ging. Maar ik twijfelde en wederom liet mijn menselijke radar me in de steek.
Man 3 was helemaal een bijzonder exemplaar. Twintig jaar ouder dan ik, maar dat zou je hem niet geven. Een topbaan in mijn richting én daarnaast ook nog gewoon een enorme titel op een totaal ander vlak. Hij heeft de baan die ik wil en switcht nu naar de baan die me ook fantastisch lijkt, maar die onbereikbaar is (tenzij ik nog minstens 10 jaar de boeken induik, no thank you). Maar hij was niet gelukkig en kon het nergens vinden in het leven. En neem van mij aan dat ie óveral gezocht heeft. Letterlijk. Tja, ik snapte er helemaal niks meer van.
Gooi er dan nog twee wijntjes in en mijn x-ray eyes laten het afweten en ik snap niks meer van de medemens. Heerlijk verwarrend en stof tot nadenken.
Zou ik ook zo mysterieus lijken, of heb ik dat verprutst door vol enthousiasme de foto's op mijn telefoon met mijn hele levensverhaal te tonen?

woensdag 7 oktober 2009

Assertlief

Assertief; zelfbewust, zelfverzekerd.
Assertief zijn houdt in dat iemand zijn eigen mening respecteert en voor zichzelf opkomt.
Lijkt me een mooie omschrijving die op al mijn vriendinnen van toepassing is.
Althans, dat dacht ik tot vandaag. Zelf denken ze daar anders over.
Dat bleek toen ik zag wie deelnamen aan de cursus. Stuk voor stuk - in mijn beleving - hele zelfbewuste meiden die voor zichzelf opkomen en hun eigen mening respecteren.
Maar, zeiden ze, we komen wel voor onszelf op, maar vragen ons daarna altijd nog af of hoe men over ons denkt en of ze ons dan nog wel mogen.
Tja, dat herken ik wel. Zodra je voor jezelf op moet komen houdt dat natuurlijk in dat iemand anders te weinig met jouw belangen rekening heeft gehouden en dat hij (meestal een hij natuurlijk) daarop aangesproken moet worden. En dat vind niemand leuk. Op 'fouten' aangesproken te worden. Zou je denken.
Maar de meeste mensen houden toch gewoon van duidelijkheid en beschikken wel over enige redelijkheid. Dus die denken hooguit; wat een zeur, wat een bitch. Om vervolgens over te gaan tot de orde van de dag en zich realiseren dat je best wel gelijk had. En je dus geen bitch meer te vinden.
En wat doen mijn assert-lieve vriendinnen? Die blijven malen over de vraag of ze het wel goed hebben aangepakt. Das dan weer niet zo zelfverzekerd. Maar wel lief. Assert-lief. En daarom zijn ze mijn vriendinnetjes.

maandag 5 oktober 2009

Zo ist maar net

Maak je niet druk om de mensen uit je verleden
Er bestaat een goede reden waarom ze je toekomst niet gehaald hebben

Valkuil

Er zijn van die uitspraken, waarvan je op het moment dat je ze doet al weet dat het ooit tegen je gebruikt gaat worden. Of niet ooit, maar heel erg vaak.
Ook ik trap wel eens in die valkuil. En ja, als je dan een X hebt, dan kun je je vingers er op natellen dat hij daar wel raad mee weet.
Het ging zo.
Ik zing graag en veel. Vooral in de auto. Dus toen we een lange rit naar Roosendaal maakten kon ik los. En dat deed ik. Mijn repertoire is namelijk nogal breed, dus wat er ook voorbij komt, ik kan zowiezo het refrein meeblèèèren, maar een coupletje kan er ook meestal wel af. Op de terugweg, toen we al bijna thuis waren (dus na ruim 4 uren van mijn prachtige gezang), stonden we voor de brug te wachten terwijl ik weer even losging op een niet nader te noemen nummer. X draaide zich naar me toe, keek me lief aan en zei: 'jij kunt echt niet zingen hè meis". Dat was het eerste moment dat me duidelijk werd dat manlief niet geheel enthousiast was over mijn riedeltjes (en dat ie errug verdraagzaam was). Helaas voor X zit het zingen er nu eenmaal ingebakken en ging ik ook daarna vrolijk door (zij het met een iets lager volume).
Maar eerlijk is eerlijk. Ik zing niet alleen voor mezelf, maar ook omdat ik het toch wel erg leuk vind om te bewijzen dat ik de songteksten allemaal woord voor woord kan onthouden (tja, je wordt er niet rijk mee, maar het is toch best knap, toch?!). Dus toen X weer eens begon te morrelen over mijn keelcapriolen zonder enig respect te tonen voor mijn extreem goede (teiltje!) geheugen voor liedjes, viel ik in de valkuil. En naar later bleek viel ik hard, diep én plat op mijn gezichtje. "Anything you say can ánd will be used against you...."
Ik zei namelijk dat als X van me af wilde zijn, hij alleen maar hoefde op te merken dat ik de tekst goed kende. Tja, sindsdien heb ik dat natuurlijk menig maal gehoord.
Maar de klap op de vuurpijl was dit weekend. We lagen zaterdagochtend nog wat duf in bed en ik vertelde over het bedrijfsfeestje van die avond daarvoor. Do had voor ons gezongen. Je weet wel, Do, van dat liedje van Brian Adams, Do die eigenlijk gewoon Dominique heet, die verder geen noemenswaardige hits heeft gezongen en alleen maar covers van anderen deed, die Do dus. Om mijn verhaal enige luister bij te zetten, begon ik...
"Ooohoooo, once in you life you find someone..." En ik deed echt mijn best richting de rug van X die nog op zijn zij lag (oké misschien was de timing beroerd, de man was nét wakker, maar je bent jong en je wilt wat). Zonder beweging bromde hij met zijn nog niet gesmeerde ochtendstem; "Wat ken je de tekst toch goed, poppie". Geen ironie, geen glimlach in zijn stem. Gewoon gortdroog. Ik kreeg het punt. Stoppen, mond dicht, ssssst. En heeeeel hard lachen. Om mijn altijd adremme en scherpe X (met wie ik overigens ga samenwonen als mijn huis verkocht is!!!!)

vrijdag 25 september 2009

Ik ben het zat

Ik ben het zat. In één week worden er zoveel proefballonnetjes opgelaten door Wilde Wilders, dat ik het niet meer kan en ook niet meer wíl bolwerken. Het is gewoon te idioot voor woorden geworden.
Belasting over hoofddoekjes.
Een avondklok voor moslims rondom het Suikerfeest.
En nu weer ge-emmer over een kinderprogramma van Teleac dat aandacht besteed aan de Islam. Dat heet ineens Islam-propaganda.
Telkens als je denkt dat het niet gekker kan worden, wordt het nóg véél gekker met onze geperoxideerde vriend. Zelf ben ik ook aardig van de bleek en zodra ik eens iets doms doe of zeg, roep ik wel eens dat de peroxide naar binnen is geslagen en de nodige schade heeft aangericht.
Tot vandaag dacht ik dat ik gewoon een leuk grapje had bedacht. Nooit geweten dat ik zo dicht bij de waarheid zat. Ik kan echt geen andere verklaring voor zoveel achterlijkheid en enge discriminatie bedenken dan dat zijn kapper iets te scheutig is geweest met het bleekmiddel.
En ik ben het nu gewoon zat.
Hoe komt zo'n enge man zo ver? Gaan we straks in grote getale op hem stemmen en ons land om zeep helpen? Waarom wordt niet eens wat vaker getrokken met een andere man met enge ideeën die in de vorige eeuw een grote stempel op de Europese geschiedenis heeft gedrukt? Gaan we straks ook aparte bussen en treinstellen voor moslims krijgen, mogen ze straks nog wel naar dezelfde restaurants als wij? Moeten we straks allemaal blonderen om ons te onderscheiden? Je kunt het zo gek niet bedenken of Wilders komt er mee. Ik houd mijn hart vast. Maar ik ben het wel heel erg zat. Laat zijn kapper alsjeblieft nog eens uitschieten, maar dan met iets anders...

vrijdag 11 september 2009

30

Morgen wordt ze dertig. En ze vindt er niks aan.
Ik snap het. Negenentwintig worden was al lastig. Ik dacht daarbij aan alle dingen die ik nog niet had gedaan en niet had bereikt, terwijl ik dat vroeger toch echt allemaal al lang in de planning had. Dus ik stelde haar gerust door te zeggen dat ze trots kon zijn op alles wat ze al heeft gedaan en bereikt.
Maar zij denkt niet aan wat ze allemaal niet heeft of had moeten hebben. Zij baalt dat ze alles al heeft verwezenlijk wat een beetje wezenlijk leek. Ze heeft prachtige kids, een leuke man, een trouwring. Ze is klaar. Dus is dertig worden ineens: dus dit is het.
"Jij hebt tenminste nog van alles om naar toe te leven" tettert ze in de telefoon. "Ik heb alles al!".
Tja, zo had ik het nog niet bekeken.
Beetje van het glas is half vol of half leeg.
Voor mij is het glas half leeg omdat ik het idee heb achter de feiten aan te hobbelen. Voor haar is het glas juist half leeg omdat ze al mijn fictie al tot feiten heeft gemaakt.
Troela's, dat zijn we. Elkaar een beetje benijden om hetgeen de ander heeft of doet. Toch lekker om er eens door elkaars ogen naar te kijken.
Mijn glas is nu echt wel half vol! Ik heb alles gewoon nog lekker in het vooruitzicht en ach, het is ook weer niet zo dat ik tot nu toe mijn tijd heb zitten verklooien.
Ik zeg: Proost! Op de jarige!

Acht jaar

Vandaag is het acht jaar geleden dat er mensen van tientallen meters hoogte uit gebouwen sprongen. Acht jaar geleden hoorde ik het geluid van hun lichamen die te pletter vielen op het glazen dak van waaronder werd gefilmd. Acht jaar geleden zat ik gebiologeerd naar de televisie te kijken terwijl de tranen over mijn gezicht stroomden door dat geluid.

Terrorisme was tot acht jaar geleden voor mij zo nu en dan eens een berichtje over een aanslag van de IRA of de ETA. Ook met doden tot gevolg en dramatisch. Maar vergeleken met 9/11 was dat kinderspel. De IRA en ETA lijken bijna brei- en punnikclubjes vergeleken met de moslimterroristen die tegenwoordig bijna standaard onderdeel uitmaken van de dagelijkse nieuwsbulletins.

Acht jaar later is The War on Terror nog niet gewonnen en is Bush geen president meer. Misschien bestaat die War niet eens meer en vechten we nog gewoon in Irak en Aghanistan omdat daar nou eenmaal veel olie in de grond zit. Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat moslims nog altijd een aparte groep vormen in ons land. Wat ik ook weet is dat acht jaar na zo'n vreselijk drama in Nederland wordt gediscusseerd over de vraag wat een Turk of Marrokaan kost.
Ik ben geen Turk of Marrokaan, ik ben geen moslim, maar ik ben wel een mens. Een logisch denkend mens.

Denk eens met me mee. Wanneer verzet jij je tegen de rest? Op de momenten dat 'de rest' jou apart zet. Zodra mensen mij raar vinden of anders, voel ik me anders. Voel ik me buitengesloten. Dan is de wil om nog redelijk met de ander te praten ineens ver te zoeken, al ben ik nog zo'n redelijk mens. Dan verzet ik me, dan vind ik de ander ineens minder leuk of aardig. Dan ontstaat strijd. En dan gaat het bij mij over kleine dingen als de verkeerde kleren, de verkeerde mening over Gerard Joling of het meisje van 13 dat wil zeilen. Bij moslims gaat het over hun zijn. Over hun geloof, opvattingen, levenshouding. Zo elementair, geen wonder dat een aantal van hen zich heftiger afzetten tegen 'de rest'. En helemaal geen wonder dat er geen open, constructieve dialoog tot stand komt met de niet-extremisten.

We moeten, met de beelden van acht jaar geleden in ons hoofd, misschien eens proberen iets minder te denken in 'wij' en 'zij'. Natuurlijk zeg ik daarmee niets nieuws, maar iets vaak horen, maakt misschien toch dat het beter blijft hangen. Zodat we ooit met zijn allen, moslims en niet-moslims, de oorlog tegen de terroristen kunnen aangaan. En winnen.

65.000 mensen

65.000 mensen om me heen. Het kunnen een paar meer of minder zijn geweest.
Maar Coldplay zong voor mij. Fix you. Recht mijn hart in. Het liedje dat me de afgelopen jaren troost biedt, waar ik vaak op meeblèèèr, soms om huil of gewoon heerlijk rustig naar luister.

Ik klom op de rug van mijn broer om het te kunnen zien. Terwijl ik mijn armen stevig om zijn nek hield en mijn benen om zijn zij klemde, probeerde ik uit alle macht de mannen van Coldplay te zien terwijl ze mijn liedje speelden. Dat was nog niet zo makkelijk. Er stonden ongeveer 65.000 mensen voor. Maar de muziek horen, dat was geen probleem. Keihard kwam het binnen en het raakte me diep. Met trillende stem brulde ik mee. Diep geluk, diep geroerd. Hopend dat het moment nooit zou stoppen.

Vervuld van de muziek en van zoveel talent stond ik daar. Alleen tussen 65.000 mensen. Helemaal trots op mijn grote, sterke broertje. Want op hem kan ik altijd rekenen. Hij is er altijd. Soms mopperig, maar altijd zoals ik hem ken. Altijd vertrouwd. Als niemand me fixt en ik mezelf even niet kan fixen, dan is hij er altijd nog. En dat is een fijn besef.

dinsdag 8 september 2009

Ego

Hoe groot moet je ego zijn om aan te kunnen wat ik gisteravond heb doorstaan?
Fris en fruitig stapte ik in mijn autootje om naar de tennisbaan te gaan. Mijn beste tennis-outfit aangetrokken, mijn haar leuk, lipjes gestift, zweetbandjes om de polsen. Gewoon goed bezig en best leuk voor het oog. Ook een beetje nerveus, maar ja, in mijn enthousiasme had ik me opgegeven voor drie avonden clubkampioenschappen, dus ik moest er aan geloven.
Mijn tegenstander bleek Brechtje te heten. Hier en daar een jeugdpuistje, mooi lang blond haar en net iets teveel mascara. Ze leek een beetje ongeïnteresseerd en alsof ze er helemaal geen zin in had.
Ik vroeg of ze al lang tenniste. Maar dat was niet zo. Een half jaartje maar, en daar voor een jaar of twee vanaf haar zesde.
Gerustgesteld liep ik naar het slagveld. Oké, ze had meer getennist, maar dat was al weer zo lang geleden. Oké ze zag er fit uit, maar ik had geoefend. Dit moest goedkomen.
En daar leek het ook wel op. In het begin dan. De eerste set was voor mij. Maar toen ging ze los. Iedere keer de bal precies waar ik niet was. Dus ze won.
En niet in de laatste plaats door de psychologische oorlogvoering van de schat.
Telkens vlak voor het servicevak gaan staan als ik opsloeg, zo van; "ach, die zachte balletjes, scheelt me weer een loopje". En tot overmaat van ramp tussen neus en lippen vertellen dat ze 13 was. DERTIEN!!! Iedere gewonnen punt voelde ineens als een soort treurige overwinning. Stond ik daar als 29-jaar oude troela te juichen omdat een meisje van 13 de bal uitsloeg. Ik zat waarschijnlijk in de Toog toen zij werd geboren. Hoeveel kan een mens aan.
Als je 13 bent is het helemaal niet lang geleden dat je op je 8ste tenniste. Als je 13 bent, kun je gewoon nog ontdekt worden als tennistalent. Als je 13 bent zit je in de tweede van de middelbare school. Als je 13 bent, heb je ook gewoon jeugdpuistjes, want je bent jeugd. Als je 13 bent, kijk je inderdaad ongeinteresseerd, want je bent een puber. Lord, wat had ik het zwaar. Twee uren heeft ze me heen en weer laten rennen. En toen was ik gebroken. Lichamelijk en psychisch. Ingemaakt door een meisje van dertien. Hopelijk wint mijn ego vanavond van het meisje van 17.

Missie

Boem. En toen was er weer een soldaat gesneuveld in Afghanistan. Nummer 22.
In het nieuws werd een foto getoond van een man met een baard. Waarschijnlijk vader van een paar leuke tieners.
En daarna werd een dringend beroep gedaan op de Nederlandse bevolking om ten behoeve van de soldaten en hun familie de missie in Afghanistan te blijven steunen.
Ik stond mijn haar te föhnen. En steunde de missie niet. Maar realiseerde me, terwijl mijn haar warm om mijn hoofd danste, en mijn vader gewoon lekker in zijn Mercedes op weg was naar zijn bedrijf, dat sterven voor een missie waar niemand het nut van inziet, pas echt erg is. Dus wilde ik de missie steunen. Maar het lukte me niet.Onder het tandenpoetsen wist ik waarom. De Nederlandse overheid heeft me voor het lapje gehouden. Dat idee heb ik bij Afghanistan. We zitten daar om het land op te bouwen, maar er wordt helemaal niets opgebouwd. Het is daar gewoon oorlog. En als mensen me voor het lapje houden, of beter gezegd, doen alsof ik dom ben, steun ik ze niet zo gemakkelijk.Helemaal omdat ik me onder het aankleden realiseerde dat ik het nut van die hele missie niet inzie. Wat hebben wij er nou aan? We sturen een zooitje veel te jonge jongens met namen als Wesley, Nicky en Joey naar een oorlogsgebied, verliezen onderweg een paar van die schatten, en er verandert helemaal niets. Daar niet en hier niet. Behalve dan voor die gezinnen die hun zoon, hun broer, hun vriend en hun vader moeten missen. Voor Nederland maakt het geen fluit uit of het wel of niet oorlog is in Afghanistan. Het kost alleen een hoop levens en een nog grotere hoop geld. Dus laat ze elkaar daar lekker pijn doen. Dacht ik terwijl ik mezelf eens kritisch bekeek in de spiegel. Het kon er mee door voor vandaag.
Toen ik mijn schoenen aan trok, zag ik ineens een lichtpuntje. Ze sterven daar niet bij bosjes voor helemaal niets. Hè gelukkig! Als het er in Nederland net zo aan toe ging als in de woestijn die Afghanistan heet, dan zou ik toch dolgelukkig zijn als de Afghanen hier kwamen om me te helpen, om me te bevrijden van de onderdrukker. Dan zou ik nooit vergeten dat totaal onbekende mannen en vrouwen, hun leven wilden geven voor een beter leven voor ons. En dat klinkt bekend. Hoeveel Amerikanen liggen niet in ons land begraven? Jongens die niet eens wisten waar Nederland lag, voordat ze er in WOII naar toe trokken en er uiteindelijk stierven.
Laten we hopen dat over een paar jaar in Afghanistan vrede heerst en dat de Afghanen kransen leggen bij herdenkingsmonumenten voor al die dappere Nederlanders die zich in hebben gezet voor vrijheid. Net als wij doen op 5 mei.
Ik steun de missie. En ik steun al die helden die daar hun best doen en hun families die ze uitlenen aan defensie.

Rechtdoor

De regen stroomt over mijn gezicht
Verbergt mijn tranen

Met opgeheven hoofd
Maar van binnen geknakt
Fiets ik naar veiligheid

Bij de rotonde links
Niet wetend dat rechtdoor
De weg naar jou was
Naar echte veiligheid

Nu stromen tranen over mijn gezicht
En droogt de zon ze op
Verdriet omdat ik de weg kwijt was
Geluk nu ik hem heb gevonden

vrijdag 4 september 2009

Mijn kleine engeltje

Hij is mijn kleine engeltje.
Dat zegt de moeder van Chris Brown over haar schatje-popje-liefje. Je weet wel Chris Brown, die zanger die bekender is van de gratis facelift die hij zijn liefste Rihanna gaf, dan van zijn muzikale talenten. Die. Het kleine engeltje van zijn moeder.

De schat. Ik heb de foto van het verbouwde snoetje van Rihanna nog levendig voor de geest. Het was dat haar haar nog hetzelfde zat als anders, dat ik wist dat zij het was. Maar van haar bevallige gezichtje was even niet zoveel meer over. Daar was niet één voorzichtig, onhandig, onschuldig tikje op terecht gekomen. Nee, daar had het kleine engeltje van zijn moeder hardhandig op om staan timmeren. Hij had haar zelfs gebéten!

Maar volgens zijn moeder is hij niet gewelddadig. Nee, moeder, ik denk het ook niet. Hij is niet geweldadig. Hij slaat en bijt alleen af en toe. Doet ie anders nóóit hoor.

Doet me denken aan een moeder die me ooit vertelde dat haar zoon het allemaal zo ontzettend goed bedoelde en dat hij zo zijn best deed. Een moeder die haar eigen zoon op handen droeg en werkelijk geen benul had van zijn ware aard. Want tegen zijn moeder was hij natuurlijk poeslief, voorkomend, ronduit braaf. Geen wonder ook, want moeders was om het voorzichtig te zeggen, nogal dominant. Misschien is bazig, controlerend, overheersend, dictatoriaal toch een iets betere kwalficatie, maar daar wil ik af zijn.

De eerste vraag die een kennis, psychologe, me ooit stelde toen ik vertelde over de eigenaardigheden van de desbetreffende persoon, was of hij een ziekelijke relatie met zijn moeder had. En daar moest ik aan denken toen ik las dat mama Brown haar zoon een klein engeltje noemde. Zou het zo zijn dat mannen die hun liefjes niet met woorden, maar met daden de les lezen, stiekem een beetje bang zijn voor hun moeder? Zouden ze allemaal van die moeders hebben die totaal niet weten dat hun oogappeltje behoort tot het slijk der aarde en zelfs denken dat ze eigenhandig een kind van God hebben gebaard?

Ik denk het wel. En ik denk dat hun kleine engeltjes doordat zij voortdurend door hun moeder de hemel in worden geprezen, onmogelijke mannen worden voor hun toekomstige liefjes. Van de kleine engeltjes met hele harde vleugels zeg maar. En een hele trieste geest.

dinsdag 1 september 2009

Mooi mooi mooi van Don Henley

I got the call today, I didnt wanna hear
But I knew that it would come
An old, true friend of ours was talkin on the phone
She said youd found someone

And I thought of all the bad luck,
And the struggles we went through
And how I lost me and you lost you
What are these voices outside loves open door
Make us throw off our contentment
And beg for something more?

Im learning to live without you now
But I miss you sometimes
The more I know, the less I understand
All the things I thought I knew, Im learning again

Ive been tryin to get down
To the heart of the matter
But my will gets weak
And my thoughts seem to scatter
But I think its about forgiveness
Forgiveness
Even if, even if you dont love me anymore

These times are so uncertain
Theres a yearning undefined
And people filled with rage
We all need a little tenderness
How can love survive in such a graceless age?
The trust and self-assurance that lead to happiness
Theyre the very things - we kill I guess

Pride and competition
Cannot fill these empty arms
And the work I put between us
You know it doesnt keep me warm

Im learning to live without you now
But I miss you, baby
And the more I know, the less I understand
All the things I thought Id figured out
I have to learn again

Ive been trying to get down
To the heart of the matter
But everything changes
And my friends seem to scatter
But I think its about forgiveness
Forgiveness
Even if, even if you dont love me anymore

There are people in your life whove come and gone
They let you down you know they hurt your pride
You better put it all behind you baby; life goes on
You keep carryin that anger; itll eat you up inside, baby

Ive been trying to get down
To the heart of the matter
But my will gets weak
And my thought seem to scatter
But I think its about forgiveness
Forgiveness
Even if, even if you dont love me
Ive been tryin to get down
To the heart of the matter
Because the flesh will get weak
And the ashes will scatter
So Im thinkin about forgiveness
Forgiveness
Even if, even if you dont love me anymore

Die jongen

Wie is toch die jongen?
Daar loopt hij. In zijn stoere neger-rapper-gangster-kleren met aan een lijntje zijn konijntje. Het konijntje hipt voor hem uit en hij loopt er voorzichtig en een beetje mank achteraan. Mijn hart vult zich met liefde en zonnestralen.

Ik had hem al eerder gezien. Die jongen.
Op zijn driewieler in de stad.
Een driewieler met op het achterzitje een kussentje.
Rijdt er wel eens iemand met je mee? Ik hoop het, want ik zie je altijd in je eentje.

Die jongen die zo vrolijk lijkt op zijn driewieler. En toch ook zo stoer.
Die driewieler met daarop een kartonnetje met een verwijzing naar de Wu-tang clan van Tupac ofzo. Die driewieler waarop hij wheelies maakt tussen de terrasjes. Die driewieler waarmee hij me al zo vaak aan het lachen heeft gemaakt. Mijn hart heeft verwarmd.

Wie is hij toch? Die jongen, met dat mooie kleurtje. Zijn pet scheef. Dikke brilleglazen in een bril aan een touwtje. Die jongen met dat gekke loopje.
Wat doe je toch bij de rare jongens en in de gevaarlijke steegjes van de stad?
Verwarm mijn hart en maak nog eens een wheelie.
En laat alsjeblieft nog heel vaak je konijntje uit.

Komkommertijd

's Ochtends een krantje tijdens de vakantie. Heerlijk. Lekker helemaal weg en toch een beetje op de hoogte van wat er in ons koude kikkerlandje speelt. De krant van ons wakkere Nederland zorgt wel dat ie overal te krijgen is. En wij kochten hem.

Nou, wat was ik blij dat ik meer dan 1000 km van huis toch nog het ontzettend belangrijke nieuws meekreeg over Laura. Het meisje van dertien dat de wereld om wil zeilen. Elke dag een nieuw artikel. Het werd een beetje een soap, met elke dag een lekkere cliffhanger. Spannend. Hoe zou het toch aflopen?

Elke dag zat ik in spanning te wachten tot lief X terugkwam van het winkeltje met de krant. Probeerde ik aan zijn gezicht af te lezen hoe de vlag erbij hing. Zodra hij op roepafstand was riep ik: EN??? Is ze al uitgevaren? Het beheerste de hele vakantie. Dit belangrijke nieuws. Gelukkig kon ik in die klassekrant ook elke dag lezen wat andere Nederlanders dachten van de plannen van Laura. Er ontstonden twee kampen. Zoveel was wel duidelijk. Of je was voor en dan was je ruimdenkend, of je was tegen en dan was je bekrompen en regelgeil. Ik hoorde bij het laatste kamp. En X bij het eerste. Er zijn harde woorden gevallen. Ik heb zelfs een nacht in de andere slaaptent doorgebracht. De sfeer was om te snijden.

Ik was blij dat we weer naar huis konden om het nieuws van nabij te kunnen volgen. Zou het nog goedkomen? Zou ze gaan? Of zou ze blijven? Wie zou gelijk krijgen van de rechter? Hij of ik?

En nu weten we het. Laura blijft thuis. Geen tocht. Nog niet.
Maar de zee roept. Heel hard. En Laura die gaat.
En ik ben blij als ik haar naam en reis nooit meer hoor of lees.
Zal blij zijn als de komkommertijd voorbij is.

Op de camping

De camping. Het is niet mijn natuurlijke habitat geloof ik. Ik val lichtelijk uit de toon met mijn enorme roze beauty-case die tot de nok toe is gevuld met mooi-maak-middeltjes. Helaas word ik, anders dan de Brooks en Laura's in deze wereld niet volledig opgemaakt en gecoiffeerd wakker. Nee, er moet heel wat gebeuren om me een beetje toonbaar te maken. Dus thank God for make-up. En dus de hele toverdoos mee op vakantie.

Thuis ben ik altijd keurig in de plooi. En op de camping gebeurde het ineens dat ik dagen zonder make-up rondliep en me daar heerlijk bij voelde. Zelfs mijn haar heeft de hele vakantie geen fohn gezien. De toverdoos bleef bijna gesloten (niet helemaal natuurlijk, tandenpoetsen deed ik natuurlijk wel, en benen scheren ook hoor). Zou dat misschien komen doordat ik menig tijdelijke buurman voorbij zag fietsen (ja fietsen, niet lopen) in zijn Speedo, op Jezus-nikes en met een net iets te bier-gevulde voorgevel? Of kwam het door al die dames die zich in een bikini wurmden terwijl een badpak eigenlijk al een grote gok was geweest? Misschien kwam het door de genante vertoning van de volwassen vent die in zijn gele badjas, met capuchon (dit is niet gelogen, probeer het te visualiseren) en op oranje Crogs naar de douches liep? Of zat het em in de complete sjeu-loosheid van de gehele camping bevolking? Nog nooit zoveel blubberbillen, lellende vellen en pukkelkonten bij elkaar gezien! Schimmelnagels in slippers, spataderen als complete wegenkaarten, plukken shag uit de bikini, bossen haar onder de oksels, hielkloven noem het maar. Ongeneerd toont het menselijk ras zich op zijn onbehouwendst, op zijn primitiefst. De gene compleet voorbij. Of gaan alleen maar lelijke mensen naar de camping?
Dan moeten we misschien volgend jaar toch eens in een hotelletje?!

Dacht het niet. Het was heerlijk! Vooral het mensen kijken...hihi.

Donkere wolken

Donkere wolken pakken zich samen
Heel lokaal
Piet zei er niets over

Donkere wolken waar de bliksem uitslaat
Heel fel en onverwacht
Flitsen ze door mijn hoofd

Donkere wolken storten regen over me heen
Waar geen paraplu tegen bestand is
Doorweekt tot op het bot

Donkere wolken overal
Ik ren om de zon te vinden
Ik ren en val in een plas
Ik sta op en zie jou
Tussen alle regen en bliksemschichten
Een zonnestraal

Stilte in de storm

Ga jij, met mij, naar de stilte in de storm?
Dat punt te midden van alle chaos
Waar het heerlijk toeven is
Waar geluk bestaat

Ben jij, voor mij, de stilte in de storm?
Dat punt waar de wereld omheen raast
Waar ik me schuil kan houden
Waar ik veilig ben

Neem me me naar jouw stilte in de storm
Sla je armen om me heen
Bescherm me tegen de wereld om ons heen
En kietel me dan, heel onverwacht

zondag 30 augustus 2009

Recept

Men neme:

12 dagen
ongeveer 3000 km
jij en ik
een handje vol zand
een meer vol water
een bikini en een zwembroek (maar het mag ook meer of minder zijn)
een tent
twee luchtbedden
twee zonnebrillen
bongiorno en ciao zo veel je wilt
een pizza'tje of 4
een lading prachtige boeken
een raadseltje van X
Italiaans ijs in de smaak die je lekker vindt

Meng dit met elkaar tot een zongebruind geheel. Voeg er een snufje liefde aan toe en wees niet te zuinig. Strooi er daarna heel veel kusjes overheen. Laat het even rijzen en maak het deeg af met een flinke scheut humor en lol. Voeg daarna zoveel glimlachen toe als je kunt vinden. Giet het geheel in een hartvorm en bak het af in de Italiaanse zon. En zie daar. Het recept voor de ideale vakantie.

vrijdag 14 augustus 2009

Vakantie

Cumputerloos
Telefoonloos
Liefdevol
Inspiratievol
Loos + vol = LOL

Dus, over een paar weekjes allemaal nieuwe blogs!
Ciao!

donderdag 13 augustus 2009

Scheiden is hot

Ik voorzie een groot probleem.
In de toekomst heb ik geen hippe vrienden. Ze horen er straks echt niet meer bij.
Mijn vrienden trouwen namelijk niet. Ze latten of wonen samen, krijgen samen kinderen. En dan doen ze daarbij alsof trouwen ouderwets is.
Ik probeer altijd een appèl te doen op de diep in hen weggezonken normen en waarden. Leg uit dat hun kindjes in zonde worden geboren. Bastaards zijn het!
Ik probeer de aanstaande moeders er van te overtuigen dat het toch zwaar belabberd is om naar de school van je kind te moeten bellen en dan, vanwege de veschillende achternamen, uit te moeten leggen van welk kind je de moeder bent. Dat iedereen in het gezin straks net als papa heet, behalve mama. Maar het helpt niet. Er wordt gewoon niet getrouwd.
Dus loop ik allerlei leuke feestjes met gratis hapjes en drankjes mis en heb ik nooit een excuus om me belachelijk duur in het nieuw te hijsen.
Maar het ergste is de toekomst. Als je niet trouwt, kun je ook niet écht scheiden. En scheiden is zo ontzettend hip. Connie en Hans, Adam en Patries, Marc Klein-Essink en een hele rits Hollywood-celebs doen het. Scheiden is hot. Zonder scheiding en bijbehorende littekens op je ziel om mee te koketteren, hoor je er gewoon niet meer bij. En als je niemand kent die door een vuile scheiding is gegaan, dus ook niet.
En het is echt wel makkelijker om je scheidingsstatus te ontlenen aan je vrienden dan om zelf te gaan scheiden. Dat was ik dus ook niet van plan. Maar misschien moet ik het er toch eens met X over hebben. Voor ons imago.
We kunnen altijd voor een tweede keer weer met elkaar trouwen.
Dát is pas hip! Voor de tweede keer met dezelfde trouwen. Ik zie alleen maar voordelen. Je bent én hotter dan hot én je hebt twee keer een heerlijk feestje!
Hilly- en Hollywood, kom maar op! Gescheiden blijven is zoooo juli/augustus 2009.

Plaatjes

Hoe komt het toch dat ik geen foto's van mezelf heb waarop ik tussen het hooi lig in en koeienstal en bevallig de camera inloer terwijl mijn tieten bijna uit mijn strakke jurkje puilen, of waarop ik mijn armen omhoog steek om mijn haar, dat door een windmachine alle kant op wordt geblazen, uit mijn snoetje te houden terwijl ik mijn lippen op hun allerpruilerigst tuit?
Dat is de vraag die de laatste tijd vaak in mij opborrelt. En hoe komt het? Door hyves. Nu kan ik een hele verhandeling gaan houden over het al dan niet nuttig of treurig zijn van hyves, maar dat doe ik niet. Ik vind het soms gewoon heerlijk om onbeschaamd bij anderen plaatjes te loeren. Vaak val ik daarbij van de ene verbazing in de andere. Nog nooit zoveel exhibitionisten bij elkaar gezien. Vooral meiden. Menig pornoplaatje komt me tegemoet. Niks naakts, maar wel strakke, korte topjes, tieten, tattoos, wijdopengesperde ogen, billen en dus pruillipjes.
Zo langzamerhand heb ik het idee dat er een complete subcultuur bestaat waar ik totaal geen weet van heb. De subcultuur van de modellenfoto's zonder dat je echt mooi hoeft te zijn. Gaan al die meiden naar een fotograaf en betalen ze zich scheel voor een fotosessie? Toen ik met mijn broertje eens foto's wilde maken voor het 25jarig jubileum van mijn ouders was het een rib uit mijn lijf. En dat was voor maar 2 foto's waarbij ik gewoon steeds hetzelfde aanhield. Snel klaar dus. Maar die meiden op hyves staan in een studio of in een parkje, dragen iedere keer iets anders en nemen talloze pozes aan. Hoe kan dat? Worden tegenwoordig ook minder mooie exemplaren gewoon door fotograven gevraagd? Of hebben ze er gewoon heel lang voor gespaard? Waarom weet ik hier niets van?
Hoe moet dat nou als ik een keertje leuk op de foto wil omdat het vanaf nu (loop nu echt naar de 30) alleen maar down the drain kan gaan? Moet ik dan mijn halve garderobe meeslepen, kipfiletjes in mijn bh stoppen, de ventilator mee voor wat extra wind, een visagiste inhuren voor de schmink, oefenen op de porno-look voor de spiegel en tenslotte photo-shoppen?
Ach, laat maar. Ik sta nu ook al leuk op hyves. Oké geen koeien en hooi, en ook geen windmachine... Gewoon puur natuur en bloedmooi ;-)

De muur

Hoevaak lees je het niet in van die vrouwenbladen of hoor je het vriendinnen zeggen over hun lief. Als verklaring voor zijn geslotenheid, voor zijn onwil om over gevoelens te praten. Inmiddels weet ik dat mannen gewoon standaard liever niet over hun gevoelens praten en dat is prima! Ladies stel je toch eens voor dat je de diepste zieleroerselen van je man net zo vaak moet aanhoren dat je het idee krijgt dat je zit te theeleuten met een vriendin! Daar zijn wij helemaal niet goed voor toegerust. Ik heb de gereedschappen echt niet in huis. Een man moet stoer zijn, dapper, een sterke schouder bieden. Dat werk. Ik moet er niet aan denken om regelmatig theekransjes met x te houden over zijn gevoelens, mijn gevoelens, tissues erbij, getsie. Maar goed. Ik ging ergens heen met mijn verhaal, namelijk naar: MUURTJES.

"Hij heeft een muurtje om zich heen" en sommige meiden van het type dramaqueen maken er van: "Die jongen heeft zo'n muur om zich heen, stapel de Chinese muur op, doe er nog een paar kilometer bij en dan weet je ongeveer hoe hoog".

Tot voor kort deed ik niet zo mee met het muurtjes-debat. Ik had er niks mee. Kende ook niemand met een muur, of ik zag die muren gewoon niet. Tot voor kort dus. Want nu schijn ik zelf in het bezit te zijn van een muur. Eentje van het stevige soort. Gewoon keiharde bakstenen, dubbelwands met een spau ertussen. Ik kom tenslotte uit een bouwfamilie en dan zet je niet een krakkemikkig muurtje neer, nee, dat moet een stevig en mooi exemplaar zijn. Zo eentje die jaren mee gaat. Ik heb hem aan de binnenkant dan ook prachtig behangen met van dat leuke barokke behang, spiegeltjes aan de muur en hier en daar een foto, aan de buitenkant een mooi laagje stucwerk erop. Die muur van mij. Die mag er zijn.

Alleen een beetje jammer dat het binnen de muur zo stil is. Zo leeg. Misschien moet ik er toch maar eens een raam in maken. En later misschien een deurtje. Met een slot. Dat dan weer wel.

woensdag 12 augustus 2009

Rare Rudolf

Jan de Hoop tetterde weer mijn slaapkamer in. Zoals elke ochtend wanneer ik mijn televisie volledig op de tast aandruk, in de hoop dat Jan wat zal zeggen waar ik écht wakker van zal worden.
Je kunt van Jan zeggen wat je wilt, maar hij is best grappig en hij klinkt lekker. Vanochtend vertelde hij met zijn prettige stemgeluid over een misdaadverslaggever in Brazilië die voor zijn kijkers over lijken ging. "Letterlijk", zei de voice-over-mevrouw. En ik grinnikte om de taalkundige grap.
Stel je nou toch eens voor. Dat onze über-misdaadreporter Peter R. (wist je trouwens dat die R voor Rudolf staat? dan neem je zo iemand toch ineens een stuk minder serieus, ik krijg altijd meteen het deuntje van Rudolph the rednose reindeer in mijn hoofd, maar dat geheel terzijde) de Vries om smeuïge verhalen verlegen zit en dus zelf maar wat misdaad creëert? Het zou toch het verhaal van de eeuw zijn. Wie heeft Marianne Vaatstra vermoord? Peter R. natuurlijk. Wie heeft Nicky Verstappen van het leven beroofd, en Tanja Groen? Peter R. Alweer. En Nathalie Holoway, die ligt gewoon bij hem in Purmerend in de vriezer. Het land zou te klein zijn (en de wereld trouwens ook) en het nieuws over Jan en Yolanthe zou voorgoed uit ieders gedachten verdwijnen.
Maar zulke dingen gebeuren natuurlijk alleen aan de andere kant van de wereld. Al denk ik dat ik de volgende keer toch met iets andere ogen naar Peter R. zal kijken. Want heeft hij wel een aaa-li-bi?

maandag 10 augustus 2009

Vlinder

Ik kroop wat rond. Ging gebukt onder een gebrek aan vleugels en aan wind. Voelde me klein, onzeker en treurig. Bang voor weer een aanval, bang voor pijn. En toen, opeens begon die situatie letterlijk aan me te knagen. Ik ontwikkelde een veilig cocon om me heen. Om me te beschermen tegen alle pijn en verdriet die mij ten deel was gevallen. Ik trok me terug uit die wereld. En leefde voor mezelf. Voor mijn ontwikkeling en geluk. Ik moest er het beste van maken.

Even voelde dat goed. Een veilig omhulsel. Maar langzaam maar zeker ontworstel ik me aan mijn cocon. Net als bij een rups duurt het lang voordat ik me van mijn oude huid kan ontdoen. Het knelt, zit me veel te strak. Het beperkt me in mijn vrijheid. Het ontneemt me mijn geluk. Maar het moet eraf. En ik moet elk laagje zelf wegpeuteren. Stapje voor stapje lukt het me. Krijg ik meer lucht. Meer ruimte. Meer geluk.

Over een poosje. Als ik me van alle ballast uit het verleden heb ontdaan, fladder ik als nooit te voren door het leven. De vlinder in mij ontwaakt.

Zwerver

We zaten in het kaarslicht op het terras. De kreeft was net op. De wijn nog niet. En onze liefde voor elkaar ook niet.
Naast ons zeeg een lange man met ietwat slordige kleren neer. Hij liet zijn aankomst gepaard gaan met het nodige gezucht en gesteun. Iedereen mocht weten dat hij er was. En dat hij een hele zware dag had gehad en nu écht eerst een heeeel groot glas water met veel ijs nodig had. En een dessertwijntje. Dezelfde als gisteren.
Hij stak een sigaar op en ging luidruchtig zitten bellen. Vervolgens sprak hij ons aan en vertelde over zijn geld, zijn meissie (dat veel jonger was, maar wél uit dezelfde setting), over een gigantisch grachtenpand aan de Amstel en al het geld dat hij aan exen was kwijtgeraakt. Over zijn kleding, over etiquette, over heren en dames. En over zijn kunst. Over zijn zus en haar borduursels, die zei dat hij de meest luxueuze zwerver aller tijden was. Over hofsteden, de crisis, de liefde.
Ik kende hem niet. En hij deed alsof dat heel bijzonder was.
Ik genoot. Van zoveel sjeu en zoveel toneel. En speelde het spel heerlijk mee. Dacht hij nou werkelijk dat X en ik daar niet dwars doorheen prikten? Dat we niet zagen dat hij gewoon een stadsje was, net als wij? En dat we voor geen seconde geloofden dat hij schathemeltje rijk was en uit een enorm gegoede familie kwam?
Misschien dacht hij het. Maar toen een verlopen überhomo die een shaggie draaide naast hem ging zitten en zei: "hé A! Hoe is het?" Moet hij vast begrepen hebben dat wij wel beter wisten.

La dolce vita

Het was donker. En door de wijn leken de lichtjes allemaal van die stralen te hebben. Een beetje zoals het lijkt wanneer je door je wimpers naar een lantaarnpaal kijkt. De stad leek prachtig. Voelde warm aan.
Het koude water verkoelde mijn voetjes. Dat de bodem een beetje bedekt was met algen, mocht de pret niet drukken. De wind liet mijn mooiste jurkje en mijn haar dansen. En ik danste mee. Flirterig naar X, maar voorzichtig. Toch nog een beetje bewust van het risico ontdekt te worden. En ook een beetje bang om om te vallen en als een verzopen katje mijn verjaardag te eindigen.

Ik voelde me gelukkig. Als een jaren-vijftig actrice in een romantische fontein in Rome. La dolce vita. Dat idee. Maar dan gewoon in mijn stadje. In de fontein waar ik al jaren lang, misschien wel duizenden keren langsreed. Daarna met mijn blote voetjes op de fiets naar huis. Het leven is zo mooi.

vrijdag 7 augustus 2009

Ouder

Het deed toch minder pijn dan ik dacht...
Of was het de wijn die de boel heeft verzacht?

woensdag 5 augustus 2009

Het zijn de kleine dingen die het doen

We leven in het groot, we maken veel te veel misbaar,
We praten wel, maar luisteren te zelden naar elkaar.
We kijken naar een punt en veel te weinig om ons heen.
We zien geen kleine dingen en dus blijven wij alleen.
Het zijn de kleine dingen die het doen, die het doen.
Het zijn de kleine dingen die het doen.

Het is een liedje. Wel oud. Maar het klopt nog steeds. Dat besefte ik me zo net. Een lieve oud-collega (ja P ik bedoel jou) kwam net bij me langs. En ze had een cadeautje voor mijn verjaardag. "Een kleinigheidje hoor", zei ze en ze toverde een klein pakje uit haar broekzak. Wat ontzettend lief dat ze aan me dacht en dat ze gewoon wist dat ik jarig ben. Zo attent. Daar wordt een mens blij van. En al had ze me een theezakje gegeven of een spin in een potje. Ik vond het leuk, gewoon omdat ze aan me had gedacht en er een papiertje om had gedaan. Maar toen ik zag wat het echt was, maakte mijn hart helemaal een sprongetje! Een houten clowntje in de vorm van een X. Je weet wel, van die letters die je op deuren van kinderkamers wel eens ziet. "Omdat je altijd over vriendlief schrijft als X en je hem zo altijd een beetje bij me heb", zei ze. Zo leuk bedacht. Wat een mooi gebaar.

Het liedje is dus echt waar. Dit was een klein ding, maar het doet zoveel voor me. Hij én de gedachte aan lieve P krijgen een ereplaatsje. In mijn kamer en in mijn hart.

Er liep een man over het water....

"Arie moet terug naar de kleuterschool en daar moet hij opnieuw leren hoe het eigenlijk moet. Hij moet niet zo met zichzelf bezig zijn."

Arme Arie. Wat krijgt die jongen het toch zwaar te verduren sinds hij onderdeel uitmaakt van de EO-club. Hij mocht niet goddelijk zijn in de l'Homo van Linda. En dit keer was het de oud directeur van de EO die het nodig vond om eens te vertellen wat hij van Arie vond.

Nu zou ik er een hele verhandeling over kunnen gaan houden waarom de opmerkingen van deze meneer niet stroken met de gedachte van het Christelijk geloof en 'oordeel niet' en dat soort dingen. Maar dat is zó makkelijk. Ieder redelijk denkend mens kan wel verzinnen dat het compleet stijlloos is om zo over een ander te praten op televisie en dat zoiets helemáál geen pas heeft als je zogenaamd staat voor de Christelijke normen en waarden. En dan dus wel Christelijk met een G.

Nee, daar ga ik het maar niet over hebben. Wel wil ik even stil staan bij "Er loopt een man over het water..."
Nog daargelaten of het een leuk programma zou worden. Ik zou geloof ik niet eens gaan kijken, maar X en ik hebben besloten dat het een goede titel is voor een programma waarin cabaretiers hun visie op het geloof zullen geven teneinde een dialoog te starten. En dat alles onder de bezielende leiding van onze Arie. Maar er gaat helemaal geen man meer over het water lopen. En Arie zit weer in de penarie. De gehele Gristelijke goegemeente is over hém en de directie van de EO heengedonderd en heeft zijn lidmaatschap van die fijne club opgezegd. En tja, dan zit er niets anders op dan Arie weer aan zijn bevallige haartjes terug te slepen naar de reserve-bank. Dan lopen ze als makke schapen weer in de pas bij de EO.

De mogelijkheid van een persverklaring over het programma waarin ze leden oproepen het programma eerst eens te bekijken voordat ze moord en brand schreeuwen is denk ik niet bij de angsthazen van de EO opgekomen. Dat had ik gedaan. Als één man achter Arie en het programma waar we wel heil in zagen.
Nu zou ik hier natuurlijk een complete verhandeling kunnen gaan houden over....bla bla bla.

Ben ik als enige Christelijke die nooit in de kerk kom dan ook werkelijk de enige die de essentie van het geloof heeft begrepen? Dat God liefde is en dat soort dingen meer? Of begrijp ík er juist helemaal niets van? En moet ik terug naar de kleuterschool om te leren hoe het echt zit?

Feitelijk verrassend

Er zijn mensen die bedenken voor hun werk slogans, reclameteksten, noem het maar op. Lekker creatief. Brainstormen. Ik zie het al helemaal voor me. Met zijn allen om een grote ovale tafel, hip interieurtje, vers cappuchinootje erbij. Hippe brillen, hippe kuiven. En dan maar roepen en bedenken. Laat de ideeën maar komen. De gedachten maar stromen. Hoe zou dat gegaan zijn toen ze voor het Kadaster aan de slag moesten?
Die gedachten namen gisteren onderweg naar huis bezit van mijn hoofd toen ik op een auto van het Kadaster het volgende zag staan: Kadaster - Feitelijk Verrassend.
Ja. Laat dat maar eens even op je inwerken. Feitelijk Verrassend. Zou dat ook door een club van hippe mensen zijn bedacht? Of zijn de suffe topambtenaren op een maandagochtend met een kopje waterige automatenkoffie bij elkaar zijn gaan zitten in hun grijze pakken met verkeerde schoenen (Mephisto's ofzo) op oubollige stoelen onder jaren tachtig verlichting tussen systeemwandjes en dito plafonds? Feitelijk Verrassend. Waarschijnlijk vonden zij het een vondst van jewelste, anders hadden ze het natuurlijk niet op al hun auto's, briefpapier, internetsite en weet ik wat nog meer gezet.
Ik vind het een bijzondere tekst. Eentje die nogal wat vragen bij mij oproept.
Feitelijk Verrassend. Betekent dat dan dat het een feit is dat het Kadaster heel verrassend is? Dus dat je maar moet afwachten of ze hun werk goed doen? Wordt het een verrassing waar de schutting tussen jouw tuin en die van de buren moet staan? Bedenken ze leuke kronkel-erfscheidingen om de Kadastrale kaarten wat op te leuken? Is het maar de vraag hoe laat de man van het Kadaster komt opmeten, of zelfs of hij überhaupt komt meten of gewoon met een vinger in de lucht een inschatting maakt van de oppervlakte van je stukje grond? De rijdende rechter heeft ook vaak iemand van het Kadaster bij zich. Én Frank Visser én een feitelijke verrassing van het Kadaster, als dat maar goed komt!
Of had ik er een punt tussen moeten lezen? Feitelijk. Verrassend. Zo van, wij zijn én feitelijk, maar ook heel verrassend hoor. Het is niet saai om bij het Kadaster te werken. Het is een dynamisch bedrijf, met dynamische mensen. Kom er bij, bij het Kadaster.
Had het niet gewoon Verrassend Feitelijk moeten zijn? Zo van, wat wij doen is zo ontzettend feitelijk, het is gewoon verrassend dat we het zo ontzettend goed weten? "Wij weten wat we doen. Wij maken geen fouten", dat zou ik eruit halen als ik Verrassend Feitelijk zou lezen. Die tekst wekt vertrouwen. Zo'n mannetje dat in zijn kaplaarzen de erfgrens komt uitmeten maakt op mij dan een hele zelfverzekerde indruk. Een capabele man. Kan niet anders, want hij is Verrassend Feitelijk. En dan zou ik heus nog wel aanvoelen dat het allemaal hele leuke frisse en fruitige mensen zijn bij het Kadaster, want het is toch een cluppie dat het woord verrassend gebruikt.

Hij komt

"Hij komt ongeveer vier keer per nacht" verzucht een collega tegen een andere collega. Beide in het bezit van een kind. En dus ineens ook in het bezit van een nieuwe vocabulaire. Want baby's worden niet wakker, baby's huilen niet, baby's hebben geen honger of een vieze luier. Nee, baby's komen. En ik maar denken dat ze pas na hun eerste levensjaar in staat waren om te lopen, laat staan om de weg naar het bed van pa en moe te vinden.
Ook andere vaders en moeders termen vliegen je bij kersverse ouders om de oren. Hoe kan het toch dat ze zich eerder nooit van dergelijke termen leken te bedienen en nu ineens allemaal op de hoogte zijn van het wij zijn ouders spraakgebruik? Staan er woordenlijsten in die tijdschriften als 'Wij jonge ouders' of de Viva voor moeders? Of leest iedereen die zwanger is hetzelfde boek? Misschien komt de plaag met vader en moeder taal wel van de kraamverzorgsters. Indoctrineren zij langzaamaan ons hele landje met kneuterige taal omdat ze zelf nooit verder zijn gekomen dan Nederlands op basisschool-niveau of omdat ze te lui zijn om volledig, begrijpelijke zinnen te formuleren? Ik weet het niet.
Wat ik wel weet is dat ik het ervaar als een complot. Het complot van kersverse ouders om je buitenspel te zetten. Om te 'bonden' met andere kersverse ouders en je te laten merken dat je er niet bij hoort. Dat je gewoon nog niet zover bent in je leven. Dat je je zaakjes nog niet zo goed op orde hebt. Dat je niet in staat bent om zoveel verantwoordelijkheid te dragen en dat je vooral niet weet hoeveel liefde je ervaart door het krijgen van een kindje. Nou, dan maar niet. Ik weet in ieder geval zeker dat als het eens zover is en ikzelf moeder ben, ik nooit zal zeggen dat mijn kind drie keer per nacht kwam ofzo. Tenzij ik natuurlijk een wonderlijk exemplaar baar dat wel meteen kan lopen.

Lulkoek bingo

Ik kende het niet. Lulkoek bingo. Totdat een collega me er op attent maakte.
Nu werk ik in een vrij professionele omgeving met veel hoogopgeleide en ietwat levensvreemde mensen. Eigenheimers, Eizelgängers, Exentriekelingen, Warhoofden, Studiebollen. You name it, we've got them.
Dus verwacht je niet zo één, twee drie dat een collega je attent maakt op een heerlijk spel. Lulkoek-bingo dus.
Hoe gaat het? Je verzint tien woorden of uitdrukkingen waarvan je verwacht dat ze op de eerstvolgende, totaal nutteloze en dus vreselijk saaie vergadering voorbij zullen komen. En dan ga je tijdens die vergadering de woorden afvinken. En met een beetje mazzel heb je als eerste bingo. Ik weet niet of je dan rap op moet springen en bingo moet zeggen, en wie dan bijhoudt of je wel goed hebt gevinkt. Ook weet ik niet wat de prijzen zijn. Maar ik vind lulkoek-bingo nu al machtig mooi. Vooral omdat we, zonder ook maar ooit echt lulkoek-bingo te hebben gespeeld, al zoveel lol hebben gehad over de veelal compleet loze uitdrukkingen die je kunt verzinnen, die zo vaak worden gezegd dat ze nog inhoudslozer zijn geworden dan ze al waren.
Vaktijdschriften en informatie van hogerhand wordt door mij en mijn mede lulkoekers ineens met een heel ander soort belangstelling gelezen. 'Hoe vaak heb jij het woord 'gremium' voorbij zien komen?' mailen we elkaar dan. Of we proberen zo lang mogelijke zinnen met zoveel mogelijk lulkoek te bedenken. "Is er wel voldoende draagvlak onder de achterban om de pragmatische aanpak van de effectiviteit van de cash-cows te waarborgen?" "Welk gremium binnen onze organisatie heeft de sterkste hands-on mentaliteit om de prognoses rondom de cash-flow efficiënt in kaart te brengen?" Kortom, hoe zeg je zo weinig mogelijk met zoveel mogelijk woorden?
Het is een kunst.
Suggesties zijn welkom.

donderdag 30 juli 2009

Wise up

Ik zat in de bioscoop, de film liep op zijn einde en mijn ogen liepen vol.
Ik vocht tegen de tranen, maar er was geen houden meer aan. Vooral doordat Aimee Mann een prachtig liedje zong. Terwijl ik dit typ zingt Aimee weer. Wise up. En ik voel wat ik toen voelde. Wat was ik in de war. Ik wilde niet meer bij mijn jeugdliefde zijn. Wat moest er nou van mij leven worden? Waar moest ik heen?
O wat was ik ook bang. Maar het liedje vertelde me wel een waarheid als een koe. Mijn verwarring zou niet stoppen tot ik wijzer zou worden. Dus dat probeerde ik uit alle macht.
En ik nam de sprong. In het diepe. Op weg naar een beter leven.
Maar ik sprong verkeerd en kwam harder neer dan ik me ooit had kunnen voorstellen.
Wat de beste beslissing van mijn leven was leidde tegelijk tot de slechtste periode in mijn leven. Ik worstel er nog mee, maar kom langzaam boven.
En dat besef ik me des te meer nu ik Aimee hoor en hem op mijn beeldscherm zie.
Ik kijk naar zijn foto, een gelukkige glimlach speelt om mijn mond, en opeens weet ik waar het allemaal goed voor was. De weg was lang, grillig en langs diepe afgronden, maar hij heeft me wel gebracht waar ik nu ben. Bij mezelf. En bij hem.

Helen

Helen. Het is een mooi woord, als je het mij vraagt. Ik krijg er beelden bij van helende handen, ik hoor helende woorden. Er spreekt hoop uit. En de zekerheid dat alles goedkomt.
Ik ben ook aan het helen.
Anderen denken soms dat ik 'er' teveel in blijf hangen. Vragen zich af of ik mezelf misschien eens een psychologische schop onder de kont moet geven. En zeggen daar dan bij dat het niet letterlijk hoeft, omdat ik niet zo lenig ben. Nou dat ben ik dus wel, maar met een letterlijke schop onder mijn o zo leuke kont schiet ik natuurlijk niets op.
Met een psychologische schop onder de kont trouwens ook niet. Want die heb ik mezelf het afgelopen jaar zo vaak gegeven dat ik nu op de blaren moet zitten. De blaren die zoveel etter en pus in zich bergen dat ik mezelf schoon moet wassen, mezelf moet reinigen van de pijn. Verwerken dus. En helen. En alles komt goed.

woensdag 29 juli 2009

Ik vind je lief

Ik vind je lief.
Ik ben blij met je.
Ik heb je nodig.

Zinnen die ik wel kan zeggen tegen X, maar niet tegen iemand anders. Vriendinnen zeggen zulke dingen wel eens tegen me. Ik neem het tot me, voel me verwarmd. Maar terugzeggen kan ik het niet. Ik bedank. Zeg: 'dat is lief van je'. Maar ik zeg het niet terug. Nooit.
En niet omdat ik het niet vind. Ik vind het soms misschien nog wel veel meer dan zij. Maar gewoon omdat ik het niet kan. Niet tegen mijn ouders, niet tegen vriendinnen. Ik heb het gewoon nooit geleerd. Terwijl ik tegen anderen heel goed kan vertellen waarom vriendinnetje die en die zo leuk is en waarom vriendinnetje zus en zo echt geweldig is. Rechtstreeks gebeurt het niet. Wel op kaartjes en in mails of smsjes. Maar live? Vergeet het maar.
Waar ik normaal gesproken (ook volgens de tenenlees-site van de vader van Ferry Somoghi) altijd "aan sta", sla ik dicht op momenten dat het gaat over het hart. Idioot eigenlijk.
Daarom dit stukje. Om iedereen die dit leest (en ik weet wie dat zijn) te laten weten dat jullie belangrijk voor me zijn. Dat jullie mijn leven compleet en meer de moeite waard maken. En ik vind je lief!

Pornosjaaltje

Ik heb een pornosjaaltje. Het is eigenlijk gewoon een sjaaltje. Maar voor mij heeft het een hoog porno gehalte. Reden? Het luipaardprintje en de muntachtige versierinkjes die er aan hangen en rinkelen...
Het is een van mijn meest dierbare bezittingen. Het staat symbool voor wat ik ben. En nee, ik ben niet porno. Maar ik ben wel sterk. Eigenzinnig (hoop ik). En ik weet dat ik mezelf prima kan redden. Alleen op de wereld, waar dan ook. Dat alles voel ik bij mijn pornosjaaltje.
Hoe dat komt?
Ooit was ik op mijn favoriete eiland (dat ook gewoon míjn eiland is, ongeacht dat hij daar nu ook naartoe gaat) en werd ik drie dagen door hem genegeerd. Ik ging door een psychische hel. Totaal niet opgewassen tegen zoveel kilte en ontkenning. Diep verdrietig. Toch zat er ergens in mij nog altijd een stroompje levenskracht, vechtlust, realiteitszin. Ik zat op een prachtig eiland en ik wilde er het beste van maken. Ongeacht zijn (achteraf gezien totaal belachelijke, psychopatische) gedrag. Dus ik pakte de bus. En ik reed naar de hoofdstad van mijn eiland.
Ik bezocht de Cathedraal en liet al die religieuze pracht op me inwerken, ik genoot van de rust en de wijsheid die tot mij kwam door het bouwwerk en de religieuze beelden. Ik fotografeerde. Dronk ergens iets. Slenterde door de prachtige stad. Ik genoot met volle teugen en voelde me sterk... Ik shopte, net zolang als ik wilde, waar ik wilde, zonder enig commentaar van hem. Én kocht toen mijn pornosjaaltje.

dinsdag 28 juli 2009

Happiness is a yourney
not a destination

Oma en geluk

Oma lag op sterven. Haar armen lagen bewegingloos langs haar zij. Het slappe, oude, craquelé-achtige velletje glom nog van al dat harde werken dat ze in haar leven had gedaan. En daaromheen zat, zoals altijd, haar gouden armband. Ik dacht dat hij haar nu wel pijn zou doen, in haar vel zou drukken. En ze kon hem niet meer zelf aan de kant doen of verplaatsen. Dus ik vroeg mijn moeder of ik hem af mocht doen. En we deden hem samen in haar sieradenkistje.
Toen ging oma dood. En ik was verdrietig. Ook omdat de ex het toen wel een geschikt moment vond om het definitief uit te maken. Maar ik kreeg oma's armband. En dat gaf troost. Zo is ze altijd een beetje bij me. Ik bracht hem naar de juwelier om hem op te laten poetsen en het slotje te versterken. En om er 'oma' in te laten graveren. Ik drukte de juwelier op het hart dat hij er zuinig op moest zijn omdat het mijn meest dierbare sierraad was. En kocht nog een bijpassend ringetje voor mezelf, waar ik 'geluk' in liet graveren.
Toen was ie klaar. 'Oma' en 'geluk' altijd bij me. Nu moest het wel goedkomen, dacht ik. En dat was ook zo. Vanaf dat moment ging alles steeds een beetje beter met me. En nu is de ring stuk (maar die maken ze wel weer en dus komt het geluk vanzelf terug). En de armband ook. Niet gewoon stuk, nee, doorgezaagd.
Opeens wilde hij niet meer af. Wat we ook probeerden, hij zat muurvast. Heel gek, precies rond oma's verjaardag. Alsof het een seintje van boven was. En nu heeft de juwelier hem doorgezaagd. Natuurlijk gaat hij hem wel weer repareren, maar toen ik de winkel uitliep stonden mijn ogen vol tranen. Het voelde net of ik oma geweld had aangedaan... Als ze er nou maar goed op passen... want zonder oma om mijn pols voelt alles net iets minder veilig.

maandag 27 juli 2009

Wraak

Eindelijk doe ik het. Ik geef toe aan mijn ware gevoelens. Ik wil wraak. Gewoon om er eindelijk eens wat aan te doen. Om ze een poepie te laten ruiken.
Dus ik ga op pad. In het donker. Want betrapt worden is ook weer niet nodig.

Ik pak mijn fiets en stop de grote stenen die ik in mijn tuin heb opgezocht, in mijn fietstas. Ik trek mijn sjaal nog wat omhoog en mijn muts nog wat omlaag. Mijn haren zitten goed verstopt en ik draag kleren van een vriendin. Als het goed is, ben ik onherkenbaar.

Vol adrenaline ga ik op pad naar de eerste locatie. Een bruidszaak in de buurt, waar ik ooit voor 500 euro het schip in ben gegaan. Nou ja, niet ik, mijn moeder. En dat terwijl de jurk nooit van mij is geweest en de inkoopprijs maar 200 euro bleek te zijn. Wraak wegens mijn moeder. Ik pak de steen en terwijl ik voorbij fiets gooi ik hem keihard tegen de ramen. Rinkeldekinkel....allemaal glasgerinkel. Keihard. De hele buurt zal nu wel wakker zijn, dus onder vluchtig omkijken fiets ik snel weg. Genietend van de zoete smaak van wraak.

Op naar de volgende locatie. Hier geen ramen stuk. Mijn boosheid is al behoorlijk weggezakt. Nee, ik ga alleen eventjes mijn katten aaien en een zakje kattenpoep door de brievenbus duwen. Tja, dan hadden ze maar niet al mijn spullen en katten mee moeten pikken toen het uit raakte. Hij en zijn nieuwe liefje.
Een makkelijke missie en ik ben zo weer weg. Maar toch gewoon heerlijk!

Dan nu het einddoel van mijn rit. Het hoofddoel ook. Zijn huis. Hij die niet genoemd mag worden. Maar wel zovaak in mijn hoofd zit door alle ellende die hij me heeft bezorgd. Soms wens ik dat hij zijn oude hobby motorrijden weer oppakt en zich tegen een boom aanvouwt. Precies datgene waar hij altijd voor vreest. En nee, hij hoeft niet dood. Natuurlijk niet. Maar gewoon voor altijd in de kreukels, dat zou wel lekker zijn. Normaal zou ik me schamen voor zulke gedachten. Ik ben toch een lief meisje? Maar vannacht is alles anders. Vannacht is er niets liefs aan mij. Ik volg mijn primitieve instincten en geniet ervan.

Als ik voor zijn huis sta, stel ik me voor hoe hij daarboven ligt te slapen. Misschien wel met zijn nieuwste aanwinst of gewoon met een liefje voor een nacht. Wat kan mij het schelen. This is the moment. Ik verstop me in de steeg naast zijn huis en wacht op mijn vriendinnen. Ze zouden er bijna moeten zijn. Ah, daar komen ze aansluipen. Allemaal voorzien van muts en steen. Ik moet even lachen. Omdat ze er zo grappig uitzien, omdat ik weet dat ze eigenlijk allemaal heel braaf zijn en omdat ze er voor mij zijn. Nu, in deze nacht.
In de aanslag. Ieder mikt op een ander raam. Ik tel tot drie en dan: Een en al lawaai en glas. De adrenaline giert door mijn lijf. Mijn lach is onuitwisbaar. Wegwezen nu!!!

En dan gaat de wekker.
Het was een droom.
Balen. Of nee, gelukkig maar. Wel de roes van wraak, niet de nare bijsmaak.

Muziek

Er bestaat een club mensen die zich er mee bezig houdt om muziek uit winkels en andere openbare gelegenheden te weren. Ik zag eens één van de zuurpruimerige leden op tv. Het was gehoorvervuiling. Dat was het. Ze wilde rust aan haar hoofd.

Ik vond het gezanik en gezeur. Vroeg me af of die mensen niets beters hadden om zich druk over te maken. En ging weer verder met leven.

Tot afgelopen weekend. Ik zat in een heel leuk restaurant met drie van de meest dierbare mensen in mijn leven. Het eten was heerlijk en de sfeer opperbest. Alleen die muziek.

Alle tranentrekkers passeerden de revue. Van Chicago tot The Jacksons. De anderen hebben het misschien niet eens gehoord. Maar bij mij ging elk nummer door merg en been. Precies het repertoire waar ik melancholisch van word, dat me terugsleept naar momenten waar ik niet wil zijn als ik gezellig zit te eten. Mijn gevoelige snaar werd geraakt en het etentje werd anders. Ik wilde huilen. Mijn emotie kwijt.

Maar eigenlijk wilde ik gewoon dat de muziek stopte. Weg met dat gepingel in mijn oor. Geef mijn oren, maar vooral mijn hart en hoofd eens rust. Laat me genieten van de muziek in mijn hoofd. Ik wil mijn eigen deejay zijn.

Ben ik nu net zo'n zuurpruim geworden? Nee, natuurlijk niet. Het was alleen daar en op dat moment. Muziek is essentieel. Muziek is levensvreugde. Zonder muziek geen omlijsting bij alle mooie nieuwe herinneringen die zich elke dag vormen in mijn leven.
Maar soms zou ik willen dat ik overal en altijd de aan- en uit- knop mocht bedienen.

Pronte Prontó!

Ik bekijk de foto's op haar hyves. Ze poseert in bikini op een steen.
Voor ieder ander lijkt het misschien een beetje ijdel. Of misschien gewaagd, of juist een hele gewone foto. Maar niet voor ons. Niet voor mij.

Niet lang geleden zat ik nog aan haar bed in het ziekenhuis. Zag ik de slangetjes uit haar lichaam komen. Het bloedige vocht in flessen stromen. Zag ik de pijn op haar gezicht. En voelde ik haar opluchting. Eindelijk weer borsten. En als bonus een platte buik.

En nu was ze in haar favoriete land. In haar favoriete bikini. En had ze haar ziekte overwonnen. De kanker eruit. Het levensgeluk erin.

En wat een pronte tietjes! Prontó! Ze is trots. En ik ook.

Bijna jarig

De dag dat ik weer een jaartje ouder wordt, qua cijfers dan, nadert met rasse schreden. Het maakt me ervan bewust dat er weer een jaar voorbij is gegaan. Het laat me nadenken over dat jaar. En over mijn vorige verjaardag.

Er is sindsdien zoveel gebeurt en toch lijkt het maar zo kort geleden. Toen was ik op mijn eiland. Mallorca. Dronk een cocktail met NM en wist dat het goed zou komen. Ik keek vooruit naar al het moois dat voor me lag. Een veelbelovend jaar.

En nu kijk ik terug. Het jaar heeft gebracht wat het beloofde. Alles ging goed en zat mee. Ook dit jaar kan ik op mijn verjaardag vooruit kijken naar mooie dingen in het verschiet. Ik ben dus gezegend.

Maar toch voelt het ook alsof ik de tijd niet goed heb gebruikt. Ik snap niet dat verwerking zoveel tijd kost als het goed met je gaat. Ik snap niet dat ik nog verdriet kan hebben over oud zeer. Ik snap niet dat ik nog nadenk over hem. Ik snap niet dat mijn muur nog steeds overeind staat. Ik snap gewoon niks van mezelf.

Ach, gelukkig lacht het nieuwe jaar me toe. Kan ik alle dagen gebruiken om dichter bij het moment te komen dat de verwerking voltooid is. Het moment dat ik het laatste steentje uit mijn rugzak gooi en weer rechtop kan lopen. Als dat moment komt, vier ik meer dan een verjaardag. Dan vier ik het leven.

Het poesje en de kater

Ik moet me weer eens opwinden. Ik kan niet anders. Bij zoveel dommigheid valt mijn mond open en stijgt mijn hartslag. Ik wind me op.
Over de man van één of andere Atomic Kitten. Wie kent ze niet? Je weet wel van die zoete liedjes...eentje begon geloof ik met: Lookin' back on when we first met, I can not escape and I can not forget, beebie you're the one, you still turn me on, you can make me whole again.
Prachtige tekst. Gezongen door prachtige meisjes. En prachtige meisjes krijgen prachtige vriendjes en trouwen daarmee. Zo ook dus een Atomic Kitten. Ze sloeg één of andere eerste klas Kater aan de haak. Als je hem mag geloven, tenminste. Hij vind zichzelf een prijs voor vrouwen en verwacht van zijn meissie dat ze goed voor zichzelf zorgt. Dat zegt ie op internet. Tot zover niet veel aan de hand. Hij mag best een beetje blij met zichzelf zijn en ik vind ook dat je als vrouw goed voor jezelf moet zorgen. Als man trouwens ook.
Maar meneer Kater en ik verschillen kennelijk nogal van mening over wat je onder 'goed voor jezelf zorgen' moet verstaan.
Zijn meissie was namelijk wat aangekomen. Ze had maat 42!!! Shame on you Atomic Pig! En nu was ze niet meer om aan te zien. Een wanstaltig gedrocht dat niet goed voor zichzelf zorgde!!! En tja, dan wordt het dus tijd om de echtscheidingspapieren toe te sturen. Dumpen die hap.
Nou, Meneer Kater is wat mij betreft de loser van de week. Die meid zag er, ook met haar maatje 42, skitterend uit. Echt een hottie. Kan zo nog 10 kilo bij en de mannen blijven hun hoofden voor haar draaien. Maar Meneer Kater vond het niks.
Hopelijk kijkt het Atomic Kitten meisje nooit meer terug naar "when they first met" en kan ze prima "escapen" en "forgetten" dat hij ooit "the one" voor haar leek. Ik weet zeker dat er een andere, echte hunk [mooi van binnen en van buiten] is die haar weer "whole" kan maken.

Rotte vis en verse vis

Ik ben gek op vis. Dus we gingen een visje eten op Texel. Een harinkie om precies te zijn. X ging vast zitten, want hij had een zere knie. Ik bestelde. Met de verste visjes op mijn dienblad liep ik naar buiten. Hij had een mooi plekje uitgezocht. In de zon onder een boompje. Echt vakantie. Heerlijk. De beentjes languit en het visje in de mond. Ik genoot.

Totdat naast ons een gezinnetje ernstig opspeelde. Had ik ze eerder al ergens zien zitten met oma en gedacht aan mijn eigen omaatje, dat ook altijd zo gezellig met ons meeging en ontzettend genoot. Nu lieten ze zich van een andere kant zien. Met name moeder dan. "Godv***, niet aan je broek! Nou zit er weer vet in! Ik had nog zo gezegd dat je een servetje moet gebruiken!" Wat ze verder zei, weet ik niet exact, maar ze had hem net zo goed uit kunnen maken voor rotte vis. Ze ging in ieder geval nog even door. Op volle sterkte. Dus we konden allemaal meegenieten. De zoon, de dader van de vetvlek, probeerde nog wat tegen te sputteren. Maar niets hielp. Moeders was boos. En ze vloekte ook nog! Dan moet je sowiezo niet bij mij zijn, maar dat geheel terzijde.

X merkte droogjes op dat moeders kennelijk net was gearriveerd en nog een beetje moest onthaasten. Ik kon alleen maar bevestigend knikken. Vol verbazing. Alsof het een antropologische studie was, hielden X en ik het gezellige familietafereeltje nog even in de gaten. Moeder trok wat bij. Probeerde haar zoons enthousiast te krijgen voor een roofvogeltochtje ofzo. Nou, al had ze aangeboden naar Disneyworld te gaan, die jongens kreeg je na haar tirade nergens meer enthousiast voor.

Na een poosje begon de vetvlekkenmaker toch nog even over het incident. Hij had namelijk helemaal zijn hand niet aan zijn broek afgeveegd. Gewoon aan de leuning van de stoel. En er zat helemaal geen vlek. Moeders reageerde niet.
X analyseerde dat dat nu ook niet meer kon. Anders zou ze haar autoriteit verliezen. Hij had gelijk. Oma nam nog maar een hapje verse vis en deed net alsof het heel gezellig was.

X vroeg me om later nooit zo'n moeder te worden. Ik beloofde hem dat. En we namen, net als oma, nog maar eens een hapje verse vis. En wij hadden het echt gezellig.

Genomen door RTL

Ik voel me genomen. Ik zou het liever platter zeggen, maar dat doe ik niet. Niet helemaal mijn stijl. Maar ik voel me genomen dus. Door RTL4 om precies te zijn.
Word ik eerst jaren doodgegooid met Life and Cooking, om vervolgens maanden te vernemen dat ze er bijna mee ophouden (joechei, iedere keer weer een dansje op de bank), lees ik nu dat Carlo en Irene in het nieuwe tv-seizoen gewoon terugkeren op hetzelfde tijdstip. En ik maar denken dat er nu wel iets leuks te zien zou zijn voor Studio Sport.

Met een ander programma. Zeggen ze. Een andere sponsor dan Unilever. Denk ik. Want het zal niet alleen meer gaan over koken. Ging het over koken dan??? Ja, er werd wel eens wat gekookt door een kok, waarvan je je iedere keer weer af kon vragen, istie het wel of istie het niet? Homo, dan hè. Niet dat het mij wat uitmaakt, maar bij hem was het gewoon zo overduidelijk dat je je ging afvragen of je het nou goed zag.
Enniewee, dat koken was volgens mij maar bijzaak.

Het belangrijkste onderdeel van de show was volgens mij de twee uur durende egotrip van Carlo, terwijl hij Irene meesleepte zoals een kind aan één armpje al jengelend meegesleept kan worden richting tandartsstooel of balletles. Een egotrip waarin zijn andere baantje als musicalster/musicaltalent/musicaltopper vaak de boventoon voerde. En als dat niet de boventoon voerde speelde de chagerijnigheid van Carlo vaak op. Je kan op een of andere manier toch merken dat het een moederskindje is. Het valt me nog mee dat ie niet af en toe stond te stampvoeten op momenten dat gasten meer aandacht kregen dan hij.

En dan Irene. Een uit de klei getrokken moeke met een totaal gebrek aan originaliteit of talent... Weet je nog, Telekids. Dat was Irene. Met haar pony, staart en pluizige krulletjes. Een soort razende reporter voor alle rangers van het WNF. Irene is geen showbabe, Irene wil helemaal geen typetjes doen [en is daar nou ook niet bepaald de beste in]. Irene wordt gewoon meegesleept door Carlo, want ja, ze zijn nu eenmaal een duo. En als Carlo wat wil, dramt ie gewoon net zolang door tot Irene zich laat meeslepen. Anders heb je geen duo natuurlijk.

En dus mogen we komend seizoen weer elke zondag genieten van het meest succesvolle duo van de Nederlandse tv. Wat een armoe. Geer en Goor hebben nog meer talent.

Gelukkig heeft mijn tv een uit-knop. Maar helaas moet ie om zeven uur weer aan voor dat andere enorme talent van de Nederlandse tv. Mag ik dat zo sarcastisch zeggen? Ja, dat mag ik zo zeggen. Toch Mart?

Sjeu

Sjeu is als jus
de kers op de taart
Sjeu maakt dat je nét iets meer opzien baart

Opluchting

Hoe is het mogelijk dat iemand anders precies kan opschrijven wat ik heb meegemaakt?
Gisteren ben ik begonnen in een nieuw boek. "Eten, bidden, beminnen." Ik vond het wel eens tijd om dat te doen aangezien ik het een jaar geleden al van een vriendin heb gekregen. Het leek me eerlijk gezegd helemaal geen leuk boek, veel te zweverig... En toen ik op de kaft las dat Oprah vond dat je het aan al je vriendinnen kado moest doen, was alle interesse als sneeuw voor de zon verdwenen.

Maar gisteren dus niet. Ik dacht, "laat ik gewoon eens beginnen". En het was alsof ik mezelf aan het woord las. Onvoorstelbaar. Bijna dezelfde manier van denken en schrijven. En inhoudelijk zo raak. Voor ik het in de gaten had, moest ik door mijn tranen heen lezen.

Geen tranen van verdriet, maar van opluchting ofzo. Want er zijn dus meer mensen die net als ik kiezen en leven. Er zijn dus meer mensen die gigantisch op hun snuitje gaan en toch gewoon weer opkrabbelen en zelfs heel gelukkig worden.

Ik hoop alleen niet dat ik om alles écht te kunnen verwerken, net als de schrijfster, helemaal naar India, Italië en Indonesië hoef te reizen. Ik zoek het maar wat dichter bij huis...

zondag 26 juli 2009

Dierenarts-watje

Ik loop terug van het huis van mijn broer als ik hem hoor voordat ik hem zie.
Miauw. Miauw.
Hij klinkt een beetje boos. Zo van: 'wat ben je vaak weg' of 'waarom mag ik niet alleen in de kamer zijn?'. Misschien zegt ie wel gewoon 'ik heb honger'. Of misschien hoor ik al die dingen wel, juist omdat ik me tekort voel schieten als baasje.

En dan zie ik hem. Hij steekt zijn kop uit een struik en kronkelt zijn lichaam er vloeiend achteraan. Hij loopt me tegemoet en dan zie ik iets. Een dikke bult op zijn kop. De schrik slaat me om het hart. De tranen springen bijna meteen in mijn ogen...
Ik denk meteen dat hij doodgaat. Ik roep hem en aai over zijn kopje om vervolgens met zekerheid vast te stellen dat ie een gigantische bult heeft. Dit kan niet goed zijn. Zoals altijd, wanneer het Veer betreft, schrik ik me wezenloos en ga ik uit van het ergste...een watje voor de poes.

Met hem in mijn kielzog loop ik snel naar huis. Met benepen stem vertel ik X dat Veer ziek is. Het huilen staat me nader dan het lachen. We moeten NU naar de dierenarts. En dat kan gelukkig. We stoppen de kleine man in zijn reismandje en ik verwacht onderweg het nodige protest van meneer te horen. Maar hij is muisstil. En dan weet ik het zeker. Dit is ernstig.

Wat nou als ik hem kwijtraak? Opeens weet ik weer hoe blij ik met hem ben. Hoe hij bij mijn leven hoort. Dat hij de enige getuige is van al mijn rare bokkensprongen, vreugde en verdriet. En dat hij, zoals X terecht opmerkt, nog echt wel moet komen wonen in zijn huis. Natuurlijk kan ik hem ook bij de volgende fase in mijn leven niet missen.

Ik leg X uit dat ik een watje ben bij de dierenarts en dat ik vroeger zelfs huilde bij programmas over dierenartsenpraktijken. X reageert niet, denkt misschien dat het niet zo'n vaart zal lopen. Maar eenmaal ter plaatse ziet hij met eigen ogen dat zijn stoere meissie alles behalve stoer is. Tot drie keer toe houd ik de kleine man niet goed vast bij zijn nekvel en kan hij ontsnappen aan de dierenarts. Ik sta er bedremmeld en sullig bij. Praat met een benepen stemmetje. Bang voor het slechte nieuws.

Als we naar huis rijden is alles anders. Alle goede voornemens over poezenverwennerij ben ik ineens vergeten. Het was maar een abces. Niets ernstigs. Maandag nog even een prikje halen en hij komt er wel weer bovenop.

Maar nu ik hier zit. Met Veertje aan mijn zij. Weet ik heel zeker dat hij nog ontzettend lang bij me moet blijven. Op naar de volgende levensfase. Hij en ik, samen op koers. Hij het watje van de buurt. Ik het watje voor de poes.

Hollen of stilstaan

Bang voor de stilte
voor mijn hart
hol ik door

door roeien en ruiten
door zomer en zon
door regen en wind

ik stop niet
bang om stil te staan
en mezelf tegen te komen

door lachen en huilen
door liefde en haten
door hitte en kou

om pas stil te staan
als ik alle balast van me heb afgeschud
als ik weet dat ik alleen nog mezelf ben

Wie ben ik?

Het was ooit een programma, twee afleveringen leuk, daarna was je wel flauw van Andre en Ron met die troelala van een Caroline ertussen in. Maar toch speelt de titel van hun programma zo nu en dan door mijn hoofd. Omdat ik me realiseer dat het de vraag is die ik moet beantwoorden.

Wie ben ik?
Ik weet alleen wie ik was. En wie ik wil zijn. Maar ben ik er al?
Nee. Ik ben de gepokte en gemazelde versie van mezelf. Die met deuken en muren en horten en stoten. En ik baal er van. Ik baal van de chaos in mijn hoofd. Die overal en altijd aanwezig is. Ook als ik sta uit te waaien op het strand. Ook als ik in een heerlijk boek lees. Het is crisis in mijn kop en crisis in de krant.

Net als in de recessie ben ik op zoek naar een nieuwe balans. Een balans tussen vechten en vrijen, een balans tussen toekomst en verleden, tussen meisje en vrouw. Waarom hebben ze me nooit verteld dat opgroeien, volwassen worden, leven, zo ingewikkeld was? Waarom heb ik de verkeerde wegen bewandeld om uiteindelijk zo verdwaald te raken?

Er stonden toch genoeg bakens van licht aan mijn zij, ik had toch best goede gereedschappen en landkaarten van huis uit mee gekregen? Niets van dat al heeft kunnen voorkomen dat ik de weg en mezelf ben kwijt geraakt. En niets lijkt nu te helpen met het vinden van mezelf. Met het plaatsen van de puzzelstukjes van mijn leven.

Maar ik zet stug door. Luctor et emergo! En dan zien we wel welke 'ik' komt bovendrijven. Een leuke versie in ieder geval...dat weet ik zeker.

maandag 20 juli 2009

So you think you can...?

We zaten in de auto. Drie uren lang. Wat was het ver.
Ik verveelde me zo nu en dan een beetje. Dus we kletsten wat, oefenden zijn speech en keken wat om ons heen. Maar wat is er nou lekkerder dan heerlijk meezingen, beter gezegd; meeblèèèren met de muziek in de auto? Niets. Dus al gauw stond mijn volume hoog. Ik heb mijn microfoon (gewoon een vuist voor mijn mond) volgens X toch altijd bij me, dus waarom niet?

Op een gegeven moment kwam X ook los en werd er heel wat af ge-woo-hoo-d op Livin on a prair van Jon Bon Jovi. Heerlijk. Wat een lol. De hele verdere weg ben ik niet meer opgehouden met optreden. En op de terugweg ging dat natuurlijk niet anders. Mijn zang werd op een gegeven moment zelfs vergezeld van een dansje. Je moet toch wat onderweg? Deze keer had ik een nieuwe ontwikkeld. Vooral om de chauffeur aan het lachen te maken... Handen naar voren met de palmen omhoog, vingers een beetje bewegen in de trant van 'kom maar, kommaar, komma'. En dan een beetje met je schouders heen en weer teneinde de voorgevel in beweging te krijgen. Dit alles met een jolige kop erboven en ik mijn wereld heb je dan LOL. (let op de hoofdletters) Ik vooral. X keek met stijgende verbazing en een grijns op zijn gezicht toe.

Tot we voor de brug stonden te wachten.
X draaide zijn gezicht naar me toe en zei heel serieus; 'lief, jij kan écht niet zingen hè...' Alsof ik een klap in mijn gezicht kreeg...bijna dan. Want toen zei hij; 'maar ik vind het zó leuk, je moet er nooit mee stoppen'. Om er nog aan toe te voegen dat ik in ieder geval nooit moest denken dat ik wel mee kon doen aan Idols.

Toch lief, dat ie in die zin op me past.
Toen ik zei dat ik dan maar mee ging doen met So you think you can dance, had ie het helemaal niet meer. En dat deed dan toch wel een heel klein beetje zeer...
Aan mijn lachspieren.

Dat is hem

Daar ging ie. Ik wist dat hij nerveus was. Maar hij deed het toch. Hij ging staan en probeerde de mensen stil te krijgen. Hij zou ook wat zeggen tegen zijn zus en kersverse zwager. Dit was het moment waar hij best wel een beetje tegen op had gekeken. Want het was toch wel wat emotioneel en zijn vader had net zo'n verpletterende speech gegeven, daar kon hij voor zijn gevoel moeilijk tegenop.

Maar hij deed het toch. Zonder papiertje. Met een kleine barst in zijn stem en een blos op zijn wangen. Daar stond ie dan. Mijn man. In pak. Prachtig. Wat was ik trots. Ik glom ervan. Hij maakte ons aan het lachen eb vertederde door zijn hart te laten spreken.

Ik was in het nu. Er waren geen zorgen, geen gedachten aan toen. Er was alleen nu en hij daar, midden in zijn verhaal. En ik wist het gewoon. Dat is hem. Zo sterk en toch zo gevoelig, zo slim en toch zo onhandig, zo grappig en toch zo serieus. Een man uit duizenden. Met hem kan ik alle stormen de baas en alle zeeën over. Een rots in de branding. En ik was even zijn trots in de branding.

Grote kleine broer

Mijn kleine broertje is allang niet meer klein. Hij torent ongeveer een hoofdlengte boven mij uit. En als ik voor hem sta, en jij achter hem, zie je me niet.
Hij is vennoot in het bedrijf van mijn ouders. Hij heeft een mooi huisje, helemaal zelf opgeknapt. Hij koopt een spliksplinternieuwe auto van zijn spaargeld. Hij is goed bezig. En dus niet meer mijn kleine broertje.

Hij voelt als een grote broer. Beer. Ik kan altijd op hem rekenen. Nooit is hij te beroerd om me te helpen of om me iets te geven of te lenen. Alles kan en mag. In zijn ogen ben ik het kleine zusje, dat het pad des levens iets minder stabiel en zeker bewandelt als hij.

Maar nu is hij op vakantie. Alleen. En ineens voelt hij toch gewoon weer een beetje als mijn kleine broertje. Alleen inpakken, alleen in dat grote vliegtuig. Alleen op dat eiland. Als dat maar goed gaat, als hij zich maar vermaakt, als hij zich maar niet alleen voelt. Allemaal zorgen om mijn o zo stoere, maar kleine broertje.

En over twee weken komt hij weer thuis. Met een bruinverbrande snoet en prachtige verhalen. Heeft hij weer een toptijd gehad. Nog mooier dan vorig jaar. En ben ik gewoon weer even het kleine zusje. Dat zich onnodig zorgen heeft gemaakt...waar hij dan weer een beetje voor kan zorgen.

Trouwen

Ik was bij een bruiloft. Een gezellige, mooie bruiloft die precies paste bij het bruidspaar. En dat zet me dan aan het denken over mijn eigen bruiloft.

Ooit was het bijna zover. De jurk al gekocht, de datum al gepland. Maar ik ging er van tussen. De beste beslissing ooit, al liep ik natuurlijk een mooi feestje mis. En de aanbetaling voor de jurk, maar dat geheel terzijde (ps. nooit bij Queeny's kopen!!).

De trouwlustigheid zat er in ieder geval al jong in. Eerst trouwen, dan kinderen krijgen. Net zoals papa en mama. Lekker ouderwets. En dat idee is overeind gebleven totdat ik vrijdag dus bij die bruiloft was. En niet door de bruiloft, nee, eerder door alle schade en schande die ik inmiddels heb opgelopen in mijn leventje. Opeens, toen het bruidspaar daar zo zat voor de ambtenaar van de burgerlijke stand, viel het me in. Doodeng, trouwen! Je zegt dat je je hele leven met iemand wilt delen, maar hoe kun je dat nou weten?!

Ik dacht immers al eerder dat ik het wist. En toen zat ik er ook nogal dik naast. En hoe weet ik of ik over veertig jaar nog van X houd? Het heeft er wel alle schijn van, maar je weet het natuurlijk nooit...

Op de terugweg naar huis had ik bijna drie uren de tijd om alles eens te laten bezinken en realiseerde ik me, in de lijn van een column van Jeffrey Wijnberg de psycholoog, dat we een ander beeld van de liefde zouden moeten krijgen. Omdat we met zijn allen hebben bedacht dat je op zoek moet naar de liefde voor altijd, zijn we altijd bezig met vragen als 'is dit het nou?', 'ben ik over tig jaren nog gelukkig met hem?' enzovoort. Er ligt zoveel gewicht op de toekomst. Terwijl, als we meer in het nu zouden leven, dat een stuk gemakkelijker zou zijn. En als we het minder erg zouden vinden dat relaties soms maar een beperkte houdbaarheidsdatum hebben, werd het helemaal een makkie. Maar zo zijn we niet. We denken na over de toekomst en dus zijn we bang. Want angst vloeit alleen maar voort uit toekomstige dingen. De kleur die we aan dingen van nu geven met het oog op later.

Het klinkt allemaal mooi. Maar ja, zo zijn we nog niet ingesteld, en ik ook niet. Dus ik denk na. Over nu, over de toekomst. En al lijkt trouwen me ook best een beetje eng...ik zou het zoo leuk doen in een trouwjurk!!! Dat moet er toch maar eens van komen.

(Ook omdat ik het gewoon prachtig vind om de liefde te vieren natuurlijk.)

donderdag 16 juli 2009

Van P pour sa femme!

Hij overvalt je in de dag
Met waanbeelden van verliefdheid
Van onzekere verheffing bovenal
Met een dreun die je niet verdient

Hij bevangt je in de nacht
Als je kortsluit in je verdriet
Vervreemd van wat je weet
Met een hart dat nog steeds bloedt

Hij zal er altijd zijn
Ook als je straalt in al je trots
Als het allemaal lijkt te lukken
Met je rots in de branding

Laat hem dat stuk van je hart maar nemen
Jouw hart is groot genoeg
Begeleid hem naar zijn plek en vind
Door alle verdriet ook alle rust

Tijd haalt je in
Tijd is er altijd
Tijd heelt alle wonden

Het is de hoogste tijd voor hij die niet genoemd mag worden.

maandag 13 juli 2009

Gaten in zijn hoofd

Hij heeft gaten in zijn hoofd. Zo voelt het, zegt ie vertwijfeld. En zo ziet het er ook uit op de hersenfoto's die zijn gemaakt. Zwarte vlekken tussen het wit. Zijn geheugen doet het nog maar voor 25%. De rest is hij kwijt.

Dus hij vergeet dat hij niet meer auto mag rijden. Hij wil zelfs een nieuwe auto kopen. En hij vergeet dat hij ziek is. Hij is niet ziek. Ze hebben het mis. Met hem is niks aan de hand. Helemaal niks.

Mijn pake heeft Alzheimer. De diagnose is nog niet zo lang geleden gesteld.
En we wisten wel dat er iets aan de hand was. Maar dat het al zo erg was hadden we niet in de gaten. Hij werd steeds zachtmoediger, liever, bijna vrolijk. En dat was nieuw. Zo kenden we pake niet. Meestal was hij wat norsig en serieus. En bazig. O wat was hij bazig. Hij en beppe hadden onderling zonder woorden een rolverdeling afgesproken en die hadden ze de 55 jaren van hun huwelijk zorgvuldig ingevuld. Beppe als volgzame, rustige, lieve vrouw. Pake als de leider, de baas. En dat beviel ze kennelijk allebei wel, terwijl wij zoiets hadden van, mwah.

En nu is alles anders. Pake lacht, pake bloost. Pake is aardig, knijpt niet meer in je hand als je hem schudt. Pake is de leukste versie van zichzelf. Als wij er zijn. Als we er niet zijn is hij boos en in de war. Snapt hij niet wat er aan de hand is. Hij twijfelt voor het eerst in zijn leven aan zichzelf. En beppe moet opeens aan de rem trekken. Dingen regelen, hem bijsturen. En beppe wil dat helemaal niet. Is er helemaal niet klaar voor om de rollen om te draaien. Alles wat hij, of beter gezegd zijn ziekte zegt, neemt ze serieus. Dus ze is bang en gestresst. En hij is bang en in de war.

Gaten in zijn hoofd. Gaten in zijn karakter. Pake is pake niet meer. Maar wel lief. En samen letten we een beetje op ze. Proberen we nog veel leuke dingen te doen. Want straks kan dat niet meer. Dan weet hij niet meer wie we zijn, wat we doen, hoe we heten. Zoals pake nu is, zo is hij echt, houd ik me maar voor. Dan heb ik straks, als ie echt weg is, nog een paar mooie herinneringen aan hem.

Liefdesjunk

Liefde is ingewikkeld. Dat zal ook wel de reden zijn dat we er nooit over uitgeschreven raken. In liedjes, gedichten, boeken. En nu dus ook in mijn blog. Ook vandaag weer gedachten over de liefde die ik graag aan het beeldscherm wil toevertrouwen. Om mijn gedachten te ordenen, en misschien om het eindelijk eens te snappen. Of is dat überhaupt onmogelijk, de liefde begrijpen?

Vriendinnetje, type leuk, heeft een eind gebreid aan haar relatie. Heel slim, als je het mij vraagt. Als je het haar een paar dagen geleden vroeg ook. Nu weet ze het niet meer. Ze mist hem zo, en hij is zo leuk. Of voelt ze zich gewoon alleen???
Lijkt een beetje op mijn verhaal. En dus zette het me [weer eens] aan het denken.
Wanneer weet je nou of je van iemand houdt om wíe hij is? Is het niet gewoon heel vaak zo dat we van iemand houden om wát hij is? De teddybeer, de veilige haven, gezelschap, de man die me het gevoel geeft dat ik mooi ben. Is het niet gewoon heel erg vaak zo dat we iemand geweldig vinden omdat hij ons geweldig vindt en ons daarmee naar een hoger level brengt? In de wolken zeg maar. En ja, met al die wolken in en om je hoofd zie je dan niet meer goed of hij eigenlijk wel zo leuk is.

Ik denk dat ik een duidelijk gevalletje was van -verliefd op de liefde-. De ex vond me geweldig en ik wist niet wat me overkwam. Van lelijk eentje opeens in de spotlights van een knappe man. Prachtig! Heerlijk! Ik kon de hele wereld aan. Ik was verliefd. Maar nu denk ik verliefd te zijn geweest op het gevoel dat hij me gaf. Op zijn aanbidding. En die mis ik dus ook wel eens. Maar verliefd op hem? Dat is de vraag. Ik keek niet tegen hem op, vond het geen geweldige vent. Hij was niet lief, niet zorgzaam, niet gezellig, niet geïnteresseerd. En dat wist ik allemaal al lang. En toch bleef ik. Voor altijd op zoek naar de roes van die verliefdheid. Het gevoel van het begin. Een eeuwige poging om high te worden van zijn aanbidding. En toen die aanbidding normalere vormen aannam, werd mijn hunkering naar een 'shotje' steeds sterker. De momenten dat ik ze kreeg steeds zeldzamer.
En ja, je weet wat ze zeggen, eens verslaafd, altijd verslaafd. En nu ben ik dus nog altijd op zoek naar een shotje aanbidding. Waar en hoe dan ook.

Voordeel is dat ik nu wel heb ontdekt hoe het is om echt verliefd op iemand te zijn, van iemand te houden om de persoon die hij is. Niet om de liefde die hij mij geeft. Heerlijk! En verwarrend. Want af en toe móet ik gewoon een shotje. Een shotje van toen, een shotje van nu. Waarom?

[ja, het eindigt toch weer met een vraag, en dus begrijp ik de liefde nog niet helemaal...wordt vervolgd dus]