Hoe groot moet je ego zijn om aan te kunnen wat ik gisteravond heb doorstaan?
Fris en fruitig stapte ik in mijn autootje om naar de tennisbaan te gaan. Mijn beste tennis-outfit aangetrokken, mijn haar leuk, lipjes gestift, zweetbandjes om de polsen. Gewoon goed bezig en best leuk voor het oog. Ook een beetje nerveus, maar ja, in mijn enthousiasme had ik me opgegeven voor drie avonden clubkampioenschappen, dus ik moest er aan geloven.
Mijn tegenstander bleek Brechtje te heten. Hier en daar een jeugdpuistje, mooi lang blond haar en net iets teveel mascara. Ze leek een beetje ongeïnteresseerd en alsof ze er helemaal geen zin in had.
Ik vroeg of ze al lang tenniste. Maar dat was niet zo. Een half jaartje maar, en daar voor een jaar of twee vanaf haar zesde.
Gerustgesteld liep ik naar het slagveld. Oké, ze had meer getennist, maar dat was al weer zo lang geleden. Oké ze zag er fit uit, maar ik had geoefend. Dit moest goedkomen.
En daar leek het ook wel op. In het begin dan. De eerste set was voor mij. Maar toen ging ze los. Iedere keer de bal precies waar ik niet was. Dus ze won.
En niet in de laatste plaats door de psychologische oorlogvoering van de schat.
Telkens vlak voor het servicevak gaan staan als ik opsloeg, zo van; "ach, die zachte balletjes, scheelt me weer een loopje". En tot overmaat van ramp tussen neus en lippen vertellen dat ze 13 was. DERTIEN!!! Iedere gewonnen punt voelde ineens als een soort treurige overwinning. Stond ik daar als 29-jaar oude troela te juichen omdat een meisje van 13 de bal uitsloeg. Ik zat waarschijnlijk in de Toog toen zij werd geboren. Hoeveel kan een mens aan.
Als je 13 bent is het helemaal niet lang geleden dat je op je 8ste tenniste. Als je 13 bent, kun je gewoon nog ontdekt worden als tennistalent. Als je 13 bent zit je in de tweede van de middelbare school. Als je 13 bent, heb je ook gewoon jeugdpuistjes, want je bent jeugd. Als je 13 bent, kijk je inderdaad ongeinteresseerd, want je bent een puber. Lord, wat had ik het zwaar. Twee uren heeft ze me heen en weer laten rennen. En toen was ik gebroken. Lichamelijk en psychisch. Ingemaakt door een meisje van dertien. Hopelijk wint mijn ego vanavond van het meisje van 17.
Femme fatale ('fatale vrouw'): een vrouw die haar schoonheid en seksualiteit gebruikt om mannen te verleiden. Een femme fatale is stijlvol, sterk, seksueel onafhankelijk en intelligent. Ze zal er alles aan doen om de situatie onder controle te houden. Fem Fataal: een brokkenpiloot met een zonnige kijk op het leven die veel lacht, zich vaak verbaast, mannen buitengewoon interessante wezens vindt, de liefde niet begrijpt en voor altijd naief zal blijven.
dinsdag 8 september 2009
Missie
Boem. En toen was er weer een soldaat gesneuveld in Afghanistan. Nummer 22.
In het nieuws werd een foto getoond van een man met een baard. Waarschijnlijk vader van een paar leuke tieners.
En daarna werd een dringend beroep gedaan op de Nederlandse bevolking om ten behoeve van de soldaten en hun familie de missie in Afghanistan te blijven steunen.
Ik stond mijn haar te föhnen. En steunde de missie niet. Maar realiseerde me, terwijl mijn haar warm om mijn hoofd danste, en mijn vader gewoon lekker in zijn Mercedes op weg was naar zijn bedrijf, dat sterven voor een missie waar niemand het nut van inziet, pas echt erg is. Dus wilde ik de missie steunen. Maar het lukte me niet.Onder het tandenpoetsen wist ik waarom. De Nederlandse overheid heeft me voor het lapje gehouden. Dat idee heb ik bij Afghanistan. We zitten daar om het land op te bouwen, maar er wordt helemaal niets opgebouwd. Het is daar gewoon oorlog. En als mensen me voor het lapje houden, of beter gezegd, doen alsof ik dom ben, steun ik ze niet zo gemakkelijk.Helemaal omdat ik me onder het aankleden realiseerde dat ik het nut van die hele missie niet inzie. Wat hebben wij er nou aan? We sturen een zooitje veel te jonge jongens met namen als Wesley, Nicky en Joey naar een oorlogsgebied, verliezen onderweg een paar van die schatten, en er verandert helemaal niets. Daar niet en hier niet. Behalve dan voor die gezinnen die hun zoon, hun broer, hun vriend en hun vader moeten missen. Voor Nederland maakt het geen fluit uit of het wel of niet oorlog is in Afghanistan. Het kost alleen een hoop levens en een nog grotere hoop geld. Dus laat ze elkaar daar lekker pijn doen. Dacht ik terwijl ik mezelf eens kritisch bekeek in de spiegel. Het kon er mee door voor vandaag.
Toen ik mijn schoenen aan trok, zag ik ineens een lichtpuntje. Ze sterven daar niet bij bosjes voor helemaal niets. Hè gelukkig! Als het er in Nederland net zo aan toe ging als in de woestijn die Afghanistan heet, dan zou ik toch dolgelukkig zijn als de Afghanen hier kwamen om me te helpen, om me te bevrijden van de onderdrukker. Dan zou ik nooit vergeten dat totaal onbekende mannen en vrouwen, hun leven wilden geven voor een beter leven voor ons. En dat klinkt bekend. Hoeveel Amerikanen liggen niet in ons land begraven? Jongens die niet eens wisten waar Nederland lag, voordat ze er in WOII naar toe trokken en er uiteindelijk stierven.
Laten we hopen dat over een paar jaar in Afghanistan vrede heerst en dat de Afghanen kransen leggen bij herdenkingsmonumenten voor al die dappere Nederlanders die zich in hebben gezet voor vrijheid. Net als wij doen op 5 mei.
Ik steun de missie. En ik steun al die helden die daar hun best doen en hun families die ze uitlenen aan defensie.
In het nieuws werd een foto getoond van een man met een baard. Waarschijnlijk vader van een paar leuke tieners.
En daarna werd een dringend beroep gedaan op de Nederlandse bevolking om ten behoeve van de soldaten en hun familie de missie in Afghanistan te blijven steunen.
Ik stond mijn haar te föhnen. En steunde de missie niet. Maar realiseerde me, terwijl mijn haar warm om mijn hoofd danste, en mijn vader gewoon lekker in zijn Mercedes op weg was naar zijn bedrijf, dat sterven voor een missie waar niemand het nut van inziet, pas echt erg is. Dus wilde ik de missie steunen. Maar het lukte me niet.Onder het tandenpoetsen wist ik waarom. De Nederlandse overheid heeft me voor het lapje gehouden. Dat idee heb ik bij Afghanistan. We zitten daar om het land op te bouwen, maar er wordt helemaal niets opgebouwd. Het is daar gewoon oorlog. En als mensen me voor het lapje houden, of beter gezegd, doen alsof ik dom ben, steun ik ze niet zo gemakkelijk.Helemaal omdat ik me onder het aankleden realiseerde dat ik het nut van die hele missie niet inzie. Wat hebben wij er nou aan? We sturen een zooitje veel te jonge jongens met namen als Wesley, Nicky en Joey naar een oorlogsgebied, verliezen onderweg een paar van die schatten, en er verandert helemaal niets. Daar niet en hier niet. Behalve dan voor die gezinnen die hun zoon, hun broer, hun vriend en hun vader moeten missen. Voor Nederland maakt het geen fluit uit of het wel of niet oorlog is in Afghanistan. Het kost alleen een hoop levens en een nog grotere hoop geld. Dus laat ze elkaar daar lekker pijn doen. Dacht ik terwijl ik mezelf eens kritisch bekeek in de spiegel. Het kon er mee door voor vandaag.
Toen ik mijn schoenen aan trok, zag ik ineens een lichtpuntje. Ze sterven daar niet bij bosjes voor helemaal niets. Hè gelukkig! Als het er in Nederland net zo aan toe ging als in de woestijn die Afghanistan heet, dan zou ik toch dolgelukkig zijn als de Afghanen hier kwamen om me te helpen, om me te bevrijden van de onderdrukker. Dan zou ik nooit vergeten dat totaal onbekende mannen en vrouwen, hun leven wilden geven voor een beter leven voor ons. En dat klinkt bekend. Hoeveel Amerikanen liggen niet in ons land begraven? Jongens die niet eens wisten waar Nederland lag, voordat ze er in WOII naar toe trokken en er uiteindelijk stierven.
Laten we hopen dat over een paar jaar in Afghanistan vrede heerst en dat de Afghanen kransen leggen bij herdenkingsmonumenten voor al die dappere Nederlanders die zich in hebben gezet voor vrijheid. Net als wij doen op 5 mei.
Ik steun de missie. En ik steun al die helden die daar hun best doen en hun families die ze uitlenen aan defensie.
Rechtdoor
De regen stroomt over mijn gezicht
Verbergt mijn tranen
Met opgeheven hoofd
Maar van binnen geknakt
Fiets ik naar veiligheid
Bij de rotonde links
Niet wetend dat rechtdoor
De weg naar jou was
Naar echte veiligheid
Nu stromen tranen over mijn gezicht
En droogt de zon ze op
Verdriet omdat ik de weg kwijt was
Geluk nu ik hem heb gevonden
Verbergt mijn tranen
Met opgeheven hoofd
Maar van binnen geknakt
Fiets ik naar veiligheid
Bij de rotonde links
Niet wetend dat rechtdoor
De weg naar jou was
Naar echte veiligheid
Nu stromen tranen over mijn gezicht
En droogt de zon ze op
Verdriet omdat ik de weg kwijt was
Geluk nu ik hem heb gevonden
vrijdag 4 september 2009
Mijn kleine engeltje
Hij is mijn kleine engeltje.
Dat zegt de moeder van Chris Brown over haar schatje-popje-liefje. Je weet wel Chris Brown, die zanger die bekender is van de gratis facelift die hij zijn liefste Rihanna gaf, dan van zijn muzikale talenten. Die. Het kleine engeltje van zijn moeder.
De schat. Ik heb de foto van het verbouwde snoetje van Rihanna nog levendig voor de geest. Het was dat haar haar nog hetzelfde zat als anders, dat ik wist dat zij het was. Maar van haar bevallige gezichtje was even niet zoveel meer over. Daar was niet één voorzichtig, onhandig, onschuldig tikje op terecht gekomen. Nee, daar had het kleine engeltje van zijn moeder hardhandig op om staan timmeren. Hij had haar zelfs gebéten!
Maar volgens zijn moeder is hij niet gewelddadig. Nee, moeder, ik denk het ook niet. Hij is niet geweldadig. Hij slaat en bijt alleen af en toe. Doet ie anders nóóit hoor.
Doet me denken aan een moeder die me ooit vertelde dat haar zoon het allemaal zo ontzettend goed bedoelde en dat hij zo zijn best deed. Een moeder die haar eigen zoon op handen droeg en werkelijk geen benul had van zijn ware aard. Want tegen zijn moeder was hij natuurlijk poeslief, voorkomend, ronduit braaf. Geen wonder ook, want moeders was om het voorzichtig te zeggen, nogal dominant. Misschien is bazig, controlerend, overheersend, dictatoriaal toch een iets betere kwalficatie, maar daar wil ik af zijn.
De eerste vraag die een kennis, psychologe, me ooit stelde toen ik vertelde over de eigenaardigheden van de desbetreffende persoon, was of hij een ziekelijke relatie met zijn moeder had. En daar moest ik aan denken toen ik las dat mama Brown haar zoon een klein engeltje noemde. Zou het zo zijn dat mannen die hun liefjes niet met woorden, maar met daden de les lezen, stiekem een beetje bang zijn voor hun moeder? Zouden ze allemaal van die moeders hebben die totaal niet weten dat hun oogappeltje behoort tot het slijk der aarde en zelfs denken dat ze eigenhandig een kind van God hebben gebaard?
Ik denk het wel. En ik denk dat hun kleine engeltjes doordat zij voortdurend door hun moeder de hemel in worden geprezen, onmogelijke mannen worden voor hun toekomstige liefjes. Van de kleine engeltjes met hele harde vleugels zeg maar. En een hele trieste geest.
Dat zegt de moeder van Chris Brown over haar schatje-popje-liefje. Je weet wel Chris Brown, die zanger die bekender is van de gratis facelift die hij zijn liefste Rihanna gaf, dan van zijn muzikale talenten. Die. Het kleine engeltje van zijn moeder.
De schat. Ik heb de foto van het verbouwde snoetje van Rihanna nog levendig voor de geest. Het was dat haar haar nog hetzelfde zat als anders, dat ik wist dat zij het was. Maar van haar bevallige gezichtje was even niet zoveel meer over. Daar was niet één voorzichtig, onhandig, onschuldig tikje op terecht gekomen. Nee, daar had het kleine engeltje van zijn moeder hardhandig op om staan timmeren. Hij had haar zelfs gebéten!
Maar volgens zijn moeder is hij niet gewelddadig. Nee, moeder, ik denk het ook niet. Hij is niet geweldadig. Hij slaat en bijt alleen af en toe. Doet ie anders nóóit hoor.
Doet me denken aan een moeder die me ooit vertelde dat haar zoon het allemaal zo ontzettend goed bedoelde en dat hij zo zijn best deed. Een moeder die haar eigen zoon op handen droeg en werkelijk geen benul had van zijn ware aard. Want tegen zijn moeder was hij natuurlijk poeslief, voorkomend, ronduit braaf. Geen wonder ook, want moeders was om het voorzichtig te zeggen, nogal dominant. Misschien is bazig, controlerend, overheersend, dictatoriaal toch een iets betere kwalficatie, maar daar wil ik af zijn.
De eerste vraag die een kennis, psychologe, me ooit stelde toen ik vertelde over de eigenaardigheden van de desbetreffende persoon, was of hij een ziekelijke relatie met zijn moeder had. En daar moest ik aan denken toen ik las dat mama Brown haar zoon een klein engeltje noemde. Zou het zo zijn dat mannen die hun liefjes niet met woorden, maar met daden de les lezen, stiekem een beetje bang zijn voor hun moeder? Zouden ze allemaal van die moeders hebben die totaal niet weten dat hun oogappeltje behoort tot het slijk der aarde en zelfs denken dat ze eigenhandig een kind van God hebben gebaard?
Ik denk het wel. En ik denk dat hun kleine engeltjes doordat zij voortdurend door hun moeder de hemel in worden geprezen, onmogelijke mannen worden voor hun toekomstige liefjes. Van de kleine engeltjes met hele harde vleugels zeg maar. En een hele trieste geest.
dinsdag 1 september 2009
Mooi mooi mooi van Don Henley
I got the call today, I didnt wanna hear
But I knew that it would come
An old, true friend of ours was talkin on the phone
She said youd found someone
And I thought of all the bad luck,
And the struggles we went through
And how I lost me and you lost you
What are these voices outside loves open door
Make us throw off our contentment
And beg for something more?
Im learning to live without you now
But I miss you sometimes
The more I know, the less I understand
All the things I thought I knew, Im learning again
Ive been tryin to get down
To the heart of the matter
But my will gets weak
And my thoughts seem to scatter
But I think its about forgiveness
Forgiveness
Even if, even if you dont love me anymore
These times are so uncertain
Theres a yearning undefined
And people filled with rage
We all need a little tenderness
How can love survive in such a graceless age?
The trust and self-assurance that lead to happiness
Theyre the very things - we kill I guess
Pride and competition
Cannot fill these empty arms
And the work I put between us
You know it doesnt keep me warm
Im learning to live without you now
But I miss you, baby
And the more I know, the less I understand
All the things I thought Id figured out
I have to learn again
Ive been trying to get down
To the heart of the matter
But everything changes
And my friends seem to scatter
But I think its about forgiveness
Forgiveness
Even if, even if you dont love me anymore
There are people in your life whove come and gone
They let you down you know they hurt your pride
You better put it all behind you baby; life goes on
You keep carryin that anger; itll eat you up inside, baby
Ive been trying to get down
To the heart of the matter
But my will gets weak
And my thought seem to scatter
But I think its about forgiveness
Forgiveness
Even if, even if you dont love me
Ive been tryin to get down
To the heart of the matter
Because the flesh will get weak
And the ashes will scatter
So Im thinkin about forgiveness
Forgiveness
Even if, even if you dont love me anymore
But I knew that it would come
An old, true friend of ours was talkin on the phone
She said youd found someone
And I thought of all the bad luck,
And the struggles we went through
And how I lost me and you lost you
What are these voices outside loves open door
Make us throw off our contentment
And beg for something more?
Im learning to live without you now
But I miss you sometimes
The more I know, the less I understand
All the things I thought I knew, Im learning again
Ive been tryin to get down
To the heart of the matter
But my will gets weak
And my thoughts seem to scatter
But I think its about forgiveness
Forgiveness
Even if, even if you dont love me anymore
These times are so uncertain
Theres a yearning undefined
And people filled with rage
We all need a little tenderness
How can love survive in such a graceless age?
The trust and self-assurance that lead to happiness
Theyre the very things - we kill I guess
Pride and competition
Cannot fill these empty arms
And the work I put between us
You know it doesnt keep me warm
Im learning to live without you now
But I miss you, baby
And the more I know, the less I understand
All the things I thought Id figured out
I have to learn again
Ive been trying to get down
To the heart of the matter
But everything changes
And my friends seem to scatter
But I think its about forgiveness
Forgiveness
Even if, even if you dont love me anymore
There are people in your life whove come and gone
They let you down you know they hurt your pride
You better put it all behind you baby; life goes on
You keep carryin that anger; itll eat you up inside, baby
Ive been trying to get down
To the heart of the matter
But my will gets weak
And my thought seem to scatter
But I think its about forgiveness
Forgiveness
Even if, even if you dont love me
Ive been tryin to get down
To the heart of the matter
Because the flesh will get weak
And the ashes will scatter
So Im thinkin about forgiveness
Forgiveness
Even if, even if you dont love me anymore
Die jongen
Wie is toch die jongen?
Daar loopt hij. In zijn stoere neger-rapper-gangster-kleren met aan een lijntje zijn konijntje. Het konijntje hipt voor hem uit en hij loopt er voorzichtig en een beetje mank achteraan. Mijn hart vult zich met liefde en zonnestralen.
Ik had hem al eerder gezien. Die jongen.
Op zijn driewieler in de stad.
Een driewieler met op het achterzitje een kussentje.
Rijdt er wel eens iemand met je mee? Ik hoop het, want ik zie je altijd in je eentje.
Die jongen die zo vrolijk lijkt op zijn driewieler. En toch ook zo stoer.
Die driewieler met daarop een kartonnetje met een verwijzing naar de Wu-tang clan van Tupac ofzo. Die driewieler waarop hij wheelies maakt tussen de terrasjes. Die driewieler waarmee hij me al zo vaak aan het lachen heeft gemaakt. Mijn hart heeft verwarmd.
Wie is hij toch? Die jongen, met dat mooie kleurtje. Zijn pet scheef. Dikke brilleglazen in een bril aan een touwtje. Die jongen met dat gekke loopje.
Wat doe je toch bij de rare jongens en in de gevaarlijke steegjes van de stad?
Verwarm mijn hart en maak nog eens een wheelie.
En laat alsjeblieft nog heel vaak je konijntje uit.
Daar loopt hij. In zijn stoere neger-rapper-gangster-kleren met aan een lijntje zijn konijntje. Het konijntje hipt voor hem uit en hij loopt er voorzichtig en een beetje mank achteraan. Mijn hart vult zich met liefde en zonnestralen.
Ik had hem al eerder gezien. Die jongen.
Op zijn driewieler in de stad.
Een driewieler met op het achterzitje een kussentje.
Rijdt er wel eens iemand met je mee? Ik hoop het, want ik zie je altijd in je eentje.
Die jongen die zo vrolijk lijkt op zijn driewieler. En toch ook zo stoer.
Die driewieler met daarop een kartonnetje met een verwijzing naar de Wu-tang clan van Tupac ofzo. Die driewieler waarop hij wheelies maakt tussen de terrasjes. Die driewieler waarmee hij me al zo vaak aan het lachen heeft gemaakt. Mijn hart heeft verwarmd.
Wie is hij toch? Die jongen, met dat mooie kleurtje. Zijn pet scheef. Dikke brilleglazen in een bril aan een touwtje. Die jongen met dat gekke loopje.
Wat doe je toch bij de rare jongens en in de gevaarlijke steegjes van de stad?
Verwarm mijn hart en maak nog eens een wheelie.
En laat alsjeblieft nog heel vaak je konijntje uit.
Komkommertijd
's Ochtends een krantje tijdens de vakantie. Heerlijk. Lekker helemaal weg en toch een beetje op de hoogte van wat er in ons koude kikkerlandje speelt. De krant van ons wakkere Nederland zorgt wel dat ie overal te krijgen is. En wij kochten hem.
Nou, wat was ik blij dat ik meer dan 1000 km van huis toch nog het ontzettend belangrijke nieuws meekreeg over Laura. Het meisje van dertien dat de wereld om wil zeilen. Elke dag een nieuw artikel. Het werd een beetje een soap, met elke dag een lekkere cliffhanger. Spannend. Hoe zou het toch aflopen?
Elke dag zat ik in spanning te wachten tot lief X terugkwam van het winkeltje met de krant. Probeerde ik aan zijn gezicht af te lezen hoe de vlag erbij hing. Zodra hij op roepafstand was riep ik: EN??? Is ze al uitgevaren? Het beheerste de hele vakantie. Dit belangrijke nieuws. Gelukkig kon ik in die klassekrant ook elke dag lezen wat andere Nederlanders dachten van de plannen van Laura. Er ontstonden twee kampen. Zoveel was wel duidelijk. Of je was voor en dan was je ruimdenkend, of je was tegen en dan was je bekrompen en regelgeil. Ik hoorde bij het laatste kamp. En X bij het eerste. Er zijn harde woorden gevallen. Ik heb zelfs een nacht in de andere slaaptent doorgebracht. De sfeer was om te snijden.
Ik was blij dat we weer naar huis konden om het nieuws van nabij te kunnen volgen. Zou het nog goedkomen? Zou ze gaan? Of zou ze blijven? Wie zou gelijk krijgen van de rechter? Hij of ik?
En nu weten we het. Laura blijft thuis. Geen tocht. Nog niet.
Maar de zee roept. Heel hard. En Laura die gaat.
En ik ben blij als ik haar naam en reis nooit meer hoor of lees.
Zal blij zijn als de komkommertijd voorbij is.
Nou, wat was ik blij dat ik meer dan 1000 km van huis toch nog het ontzettend belangrijke nieuws meekreeg over Laura. Het meisje van dertien dat de wereld om wil zeilen. Elke dag een nieuw artikel. Het werd een beetje een soap, met elke dag een lekkere cliffhanger. Spannend. Hoe zou het toch aflopen?
Elke dag zat ik in spanning te wachten tot lief X terugkwam van het winkeltje met de krant. Probeerde ik aan zijn gezicht af te lezen hoe de vlag erbij hing. Zodra hij op roepafstand was riep ik: EN??? Is ze al uitgevaren? Het beheerste de hele vakantie. Dit belangrijke nieuws. Gelukkig kon ik in die klassekrant ook elke dag lezen wat andere Nederlanders dachten van de plannen van Laura. Er ontstonden twee kampen. Zoveel was wel duidelijk. Of je was voor en dan was je ruimdenkend, of je was tegen en dan was je bekrompen en regelgeil. Ik hoorde bij het laatste kamp. En X bij het eerste. Er zijn harde woorden gevallen. Ik heb zelfs een nacht in de andere slaaptent doorgebracht. De sfeer was om te snijden.
Ik was blij dat we weer naar huis konden om het nieuws van nabij te kunnen volgen. Zou het nog goedkomen? Zou ze gaan? Of zou ze blijven? Wie zou gelijk krijgen van de rechter? Hij of ik?
En nu weten we het. Laura blijft thuis. Geen tocht. Nog niet.
Maar de zee roept. Heel hard. En Laura die gaat.
En ik ben blij als ik haar naam en reis nooit meer hoor of lees.
Zal blij zijn als de komkommertijd voorbij is.
Op de camping
De camping. Het is niet mijn natuurlijke habitat geloof ik. Ik val lichtelijk uit de toon met mijn enorme roze beauty-case die tot de nok toe is gevuld met mooi-maak-middeltjes. Helaas word ik, anders dan de Brooks en Laura's in deze wereld niet volledig opgemaakt en gecoiffeerd wakker. Nee, er moet heel wat gebeuren om me een beetje toonbaar te maken. Dus thank God for make-up. En dus de hele toverdoos mee op vakantie.
Thuis ben ik altijd keurig in de plooi. En op de camping gebeurde het ineens dat ik dagen zonder make-up rondliep en me daar heerlijk bij voelde. Zelfs mijn haar heeft de hele vakantie geen fohn gezien. De toverdoos bleef bijna gesloten (niet helemaal natuurlijk, tandenpoetsen deed ik natuurlijk wel, en benen scheren ook hoor). Zou dat misschien komen doordat ik menig tijdelijke buurman voorbij zag fietsen (ja fietsen, niet lopen) in zijn Speedo, op Jezus-nikes en met een net iets te bier-gevulde voorgevel? Of kwam het door al die dames die zich in een bikini wurmden terwijl een badpak eigenlijk al een grote gok was geweest? Misschien kwam het door de genante vertoning van de volwassen vent die in zijn gele badjas, met capuchon (dit is niet gelogen, probeer het te visualiseren) en op oranje Crogs naar de douches liep? Of zat het em in de complete sjeu-loosheid van de gehele camping bevolking? Nog nooit zoveel blubberbillen, lellende vellen en pukkelkonten bij elkaar gezien! Schimmelnagels in slippers, spataderen als complete wegenkaarten, plukken shag uit de bikini, bossen haar onder de oksels, hielkloven noem het maar. Ongeneerd toont het menselijk ras zich op zijn onbehouwendst, op zijn primitiefst. De gene compleet voorbij. Of gaan alleen maar lelijke mensen naar de camping?
Dan moeten we misschien volgend jaar toch eens in een hotelletje?!
Dacht het niet. Het was heerlijk! Vooral het mensen kijken...hihi.
Thuis ben ik altijd keurig in de plooi. En op de camping gebeurde het ineens dat ik dagen zonder make-up rondliep en me daar heerlijk bij voelde. Zelfs mijn haar heeft de hele vakantie geen fohn gezien. De toverdoos bleef bijna gesloten (niet helemaal natuurlijk, tandenpoetsen deed ik natuurlijk wel, en benen scheren ook hoor). Zou dat misschien komen doordat ik menig tijdelijke buurman voorbij zag fietsen (ja fietsen, niet lopen) in zijn Speedo, op Jezus-nikes en met een net iets te bier-gevulde voorgevel? Of kwam het door al die dames die zich in een bikini wurmden terwijl een badpak eigenlijk al een grote gok was geweest? Misschien kwam het door de genante vertoning van de volwassen vent die in zijn gele badjas, met capuchon (dit is niet gelogen, probeer het te visualiseren) en op oranje Crogs naar de douches liep? Of zat het em in de complete sjeu-loosheid van de gehele camping bevolking? Nog nooit zoveel blubberbillen, lellende vellen en pukkelkonten bij elkaar gezien! Schimmelnagels in slippers, spataderen als complete wegenkaarten, plukken shag uit de bikini, bossen haar onder de oksels, hielkloven noem het maar. Ongeneerd toont het menselijk ras zich op zijn onbehouwendst, op zijn primitiefst. De gene compleet voorbij. Of gaan alleen maar lelijke mensen naar de camping?
Dan moeten we misschien volgend jaar toch eens in een hotelletje?!
Dacht het niet. Het was heerlijk! Vooral het mensen kijken...hihi.
Donkere wolken
Donkere wolken pakken zich samen
Heel lokaal
Piet zei er niets over
Donkere wolken waar de bliksem uitslaat
Heel fel en onverwacht
Flitsen ze door mijn hoofd
Donkere wolken storten regen over me heen
Waar geen paraplu tegen bestand is
Doorweekt tot op het bot
Donkere wolken overal
Ik ren om de zon te vinden
Ik ren en val in een plas
Ik sta op en zie jou
Tussen alle regen en bliksemschichten
Een zonnestraal
Heel lokaal
Piet zei er niets over
Donkere wolken waar de bliksem uitslaat
Heel fel en onverwacht
Flitsen ze door mijn hoofd
Donkere wolken storten regen over me heen
Waar geen paraplu tegen bestand is
Doorweekt tot op het bot
Donkere wolken overal
Ik ren om de zon te vinden
Ik ren en val in een plas
Ik sta op en zie jou
Tussen alle regen en bliksemschichten
Een zonnestraal
Stilte in de storm
Ga jij, met mij, naar de stilte in de storm?
Dat punt te midden van alle chaos
Waar het heerlijk toeven is
Waar geluk bestaat
Ben jij, voor mij, de stilte in de storm?
Dat punt waar de wereld omheen raast
Waar ik me schuil kan houden
Waar ik veilig ben
Neem me me naar jouw stilte in de storm
Sla je armen om me heen
Bescherm me tegen de wereld om ons heen
En kietel me dan, heel onverwacht
Dat punt te midden van alle chaos
Waar het heerlijk toeven is
Waar geluk bestaat
Ben jij, voor mij, de stilte in de storm?
Dat punt waar de wereld omheen raast
Waar ik me schuil kan houden
Waar ik veilig ben
Neem me me naar jouw stilte in de storm
Sla je armen om me heen
Bescherm me tegen de wereld om ons heen
En kietel me dan, heel onverwacht
zondag 30 augustus 2009
Recept
Men neme:
12 dagen
ongeveer 3000 km
jij en ik
een handje vol zand
een meer vol water
een bikini en een zwembroek (maar het mag ook meer of minder zijn)
een tent
twee luchtbedden
twee zonnebrillen
bongiorno en ciao zo veel je wilt
een pizza'tje of 4
een lading prachtige boeken
een raadseltje van X
Italiaans ijs in de smaak die je lekker vindt
Meng dit met elkaar tot een zongebruind geheel. Voeg er een snufje liefde aan toe en wees niet te zuinig. Strooi er daarna heel veel kusjes overheen. Laat het even rijzen en maak het deeg af met een flinke scheut humor en lol. Voeg daarna zoveel glimlachen toe als je kunt vinden. Giet het geheel in een hartvorm en bak het af in de Italiaanse zon. En zie daar. Het recept voor de ideale vakantie.
12 dagen
ongeveer 3000 km
jij en ik
een handje vol zand
een meer vol water
een bikini en een zwembroek (maar het mag ook meer of minder zijn)
een tent
twee luchtbedden
twee zonnebrillen
bongiorno en ciao zo veel je wilt
een pizza'tje of 4
een lading prachtige boeken
een raadseltje van X
Italiaans ijs in de smaak die je lekker vindt
Meng dit met elkaar tot een zongebruind geheel. Voeg er een snufje liefde aan toe en wees niet te zuinig. Strooi er daarna heel veel kusjes overheen. Laat het even rijzen en maak het deeg af met een flinke scheut humor en lol. Voeg daarna zoveel glimlachen toe als je kunt vinden. Giet het geheel in een hartvorm en bak het af in de Italiaanse zon. En zie daar. Het recept voor de ideale vakantie.
vrijdag 14 augustus 2009
Vakantie
Cumputerloos
Telefoonloos
Liefdevol
Inspiratievol
Loos + vol = LOL
Dus, over een paar weekjes allemaal nieuwe blogs!
Ciao!
Telefoonloos
Liefdevol
Inspiratievol
Loos + vol = LOL
Dus, over een paar weekjes allemaal nieuwe blogs!
Ciao!
donderdag 13 augustus 2009
Scheiden is hot
Ik voorzie een groot probleem.
In de toekomst heb ik geen hippe vrienden. Ze horen er straks echt niet meer bij.
Mijn vrienden trouwen namelijk niet. Ze latten of wonen samen, krijgen samen kinderen. En dan doen ze daarbij alsof trouwen ouderwets is.
Ik probeer altijd een appèl te doen op de diep in hen weggezonken normen en waarden. Leg uit dat hun kindjes in zonde worden geboren. Bastaards zijn het!
Ik probeer de aanstaande moeders er van te overtuigen dat het toch zwaar belabberd is om naar de school van je kind te moeten bellen en dan, vanwege de veschillende achternamen, uit te moeten leggen van welk kind je de moeder bent. Dat iedereen in het gezin straks net als papa heet, behalve mama. Maar het helpt niet. Er wordt gewoon niet getrouwd.
Dus loop ik allerlei leuke feestjes met gratis hapjes en drankjes mis en heb ik nooit een excuus om me belachelijk duur in het nieuw te hijsen.
Maar het ergste is de toekomst. Als je niet trouwt, kun je ook niet écht scheiden. En scheiden is zo ontzettend hip. Connie en Hans, Adam en Patries, Marc Klein-Essink en een hele rits Hollywood-celebs doen het. Scheiden is hot. Zonder scheiding en bijbehorende littekens op je ziel om mee te koketteren, hoor je er gewoon niet meer bij. En als je niemand kent die door een vuile scheiding is gegaan, dus ook niet.
En het is echt wel makkelijker om je scheidingsstatus te ontlenen aan je vrienden dan om zelf te gaan scheiden. Dat was ik dus ook niet van plan. Maar misschien moet ik het er toch eens met X over hebben. Voor ons imago.
We kunnen altijd voor een tweede keer weer met elkaar trouwen.
Dát is pas hip! Voor de tweede keer met dezelfde trouwen. Ik zie alleen maar voordelen. Je bent én hotter dan hot én je hebt twee keer een heerlijk feestje!
Hilly- en Hollywood, kom maar op! Gescheiden blijven is zoooo juli/augustus 2009.
In de toekomst heb ik geen hippe vrienden. Ze horen er straks echt niet meer bij.
Mijn vrienden trouwen namelijk niet. Ze latten of wonen samen, krijgen samen kinderen. En dan doen ze daarbij alsof trouwen ouderwets is.
Ik probeer altijd een appèl te doen op de diep in hen weggezonken normen en waarden. Leg uit dat hun kindjes in zonde worden geboren. Bastaards zijn het!
Ik probeer de aanstaande moeders er van te overtuigen dat het toch zwaar belabberd is om naar de school van je kind te moeten bellen en dan, vanwege de veschillende achternamen, uit te moeten leggen van welk kind je de moeder bent. Dat iedereen in het gezin straks net als papa heet, behalve mama. Maar het helpt niet. Er wordt gewoon niet getrouwd.
Dus loop ik allerlei leuke feestjes met gratis hapjes en drankjes mis en heb ik nooit een excuus om me belachelijk duur in het nieuw te hijsen.
Maar het ergste is de toekomst. Als je niet trouwt, kun je ook niet écht scheiden. En scheiden is zo ontzettend hip. Connie en Hans, Adam en Patries, Marc Klein-Essink en een hele rits Hollywood-celebs doen het. Scheiden is hot. Zonder scheiding en bijbehorende littekens op je ziel om mee te koketteren, hoor je er gewoon niet meer bij. En als je niemand kent die door een vuile scheiding is gegaan, dus ook niet.
En het is echt wel makkelijker om je scheidingsstatus te ontlenen aan je vrienden dan om zelf te gaan scheiden. Dat was ik dus ook niet van plan. Maar misschien moet ik het er toch eens met X over hebben. Voor ons imago.
We kunnen altijd voor een tweede keer weer met elkaar trouwen.
Dát is pas hip! Voor de tweede keer met dezelfde trouwen. Ik zie alleen maar voordelen. Je bent én hotter dan hot én je hebt twee keer een heerlijk feestje!
Hilly- en Hollywood, kom maar op! Gescheiden blijven is zoooo juli/augustus 2009.
Plaatjes
Hoe komt het toch dat ik geen foto's van mezelf heb waarop ik tussen het hooi lig in en koeienstal en bevallig de camera inloer terwijl mijn tieten bijna uit mijn strakke jurkje puilen, of waarop ik mijn armen omhoog steek om mijn haar, dat door een windmachine alle kant op wordt geblazen, uit mijn snoetje te houden terwijl ik mijn lippen op hun allerpruilerigst tuit?
Dat is de vraag die de laatste tijd vaak in mij opborrelt. En hoe komt het? Door hyves. Nu kan ik een hele verhandeling gaan houden over het al dan niet nuttig of treurig zijn van hyves, maar dat doe ik niet. Ik vind het soms gewoon heerlijk om onbeschaamd bij anderen plaatjes te loeren. Vaak val ik daarbij van de ene verbazing in de andere. Nog nooit zoveel exhibitionisten bij elkaar gezien. Vooral meiden. Menig pornoplaatje komt me tegemoet. Niks naakts, maar wel strakke, korte topjes, tieten, tattoos, wijdopengesperde ogen, billen en dus pruillipjes.
Zo langzamerhand heb ik het idee dat er een complete subcultuur bestaat waar ik totaal geen weet van heb. De subcultuur van de modellenfoto's zonder dat je echt mooi hoeft te zijn. Gaan al die meiden naar een fotograaf en betalen ze zich scheel voor een fotosessie? Toen ik met mijn broertje eens foto's wilde maken voor het 25jarig jubileum van mijn ouders was het een rib uit mijn lijf. En dat was voor maar 2 foto's waarbij ik gewoon steeds hetzelfde aanhield. Snel klaar dus. Maar die meiden op hyves staan in een studio of in een parkje, dragen iedere keer iets anders en nemen talloze pozes aan. Hoe kan dat? Worden tegenwoordig ook minder mooie exemplaren gewoon door fotograven gevraagd? Of hebben ze er gewoon heel lang voor gespaard? Waarom weet ik hier niets van?
Hoe moet dat nou als ik een keertje leuk op de foto wil omdat het vanaf nu (loop nu echt naar de 30) alleen maar down the drain kan gaan? Moet ik dan mijn halve garderobe meeslepen, kipfiletjes in mijn bh stoppen, de ventilator mee voor wat extra wind, een visagiste inhuren voor de schmink, oefenen op de porno-look voor de spiegel en tenslotte photo-shoppen?
Ach, laat maar. Ik sta nu ook al leuk op hyves. Oké geen koeien en hooi, en ook geen windmachine... Gewoon puur natuur en bloedmooi ;-)
Dat is de vraag die de laatste tijd vaak in mij opborrelt. En hoe komt het? Door hyves. Nu kan ik een hele verhandeling gaan houden over het al dan niet nuttig of treurig zijn van hyves, maar dat doe ik niet. Ik vind het soms gewoon heerlijk om onbeschaamd bij anderen plaatjes te loeren. Vaak val ik daarbij van de ene verbazing in de andere. Nog nooit zoveel exhibitionisten bij elkaar gezien. Vooral meiden. Menig pornoplaatje komt me tegemoet. Niks naakts, maar wel strakke, korte topjes, tieten, tattoos, wijdopengesperde ogen, billen en dus pruillipjes.
Zo langzamerhand heb ik het idee dat er een complete subcultuur bestaat waar ik totaal geen weet van heb. De subcultuur van de modellenfoto's zonder dat je echt mooi hoeft te zijn. Gaan al die meiden naar een fotograaf en betalen ze zich scheel voor een fotosessie? Toen ik met mijn broertje eens foto's wilde maken voor het 25jarig jubileum van mijn ouders was het een rib uit mijn lijf. En dat was voor maar 2 foto's waarbij ik gewoon steeds hetzelfde aanhield. Snel klaar dus. Maar die meiden op hyves staan in een studio of in een parkje, dragen iedere keer iets anders en nemen talloze pozes aan. Hoe kan dat? Worden tegenwoordig ook minder mooie exemplaren gewoon door fotograven gevraagd? Of hebben ze er gewoon heel lang voor gespaard? Waarom weet ik hier niets van?
Hoe moet dat nou als ik een keertje leuk op de foto wil omdat het vanaf nu (loop nu echt naar de 30) alleen maar down the drain kan gaan? Moet ik dan mijn halve garderobe meeslepen, kipfiletjes in mijn bh stoppen, de ventilator mee voor wat extra wind, een visagiste inhuren voor de schmink, oefenen op de porno-look voor de spiegel en tenslotte photo-shoppen?
Ach, laat maar. Ik sta nu ook al leuk op hyves. Oké geen koeien en hooi, en ook geen windmachine... Gewoon puur natuur en bloedmooi ;-)
De muur
Hoevaak lees je het niet in van die vrouwenbladen of hoor je het vriendinnen zeggen over hun lief. Als verklaring voor zijn geslotenheid, voor zijn onwil om over gevoelens te praten. Inmiddels weet ik dat mannen gewoon standaard liever niet over hun gevoelens praten en dat is prima! Ladies stel je toch eens voor dat je de diepste zieleroerselen van je man net zo vaak moet aanhoren dat je het idee krijgt dat je zit te theeleuten met een vriendin! Daar zijn wij helemaal niet goed voor toegerust. Ik heb de gereedschappen echt niet in huis. Een man moet stoer zijn, dapper, een sterke schouder bieden. Dat werk. Ik moet er niet aan denken om regelmatig theekransjes met x te houden over zijn gevoelens, mijn gevoelens, tissues erbij, getsie. Maar goed. Ik ging ergens heen met mijn verhaal, namelijk naar: MUURTJES.
"Hij heeft een muurtje om zich heen" en sommige meiden van het type dramaqueen maken er van: "Die jongen heeft zo'n muur om zich heen, stapel de Chinese muur op, doe er nog een paar kilometer bij en dan weet je ongeveer hoe hoog".
Tot voor kort deed ik niet zo mee met het muurtjes-debat. Ik had er niks mee. Kende ook niemand met een muur, of ik zag die muren gewoon niet. Tot voor kort dus. Want nu schijn ik zelf in het bezit te zijn van een muur. Eentje van het stevige soort. Gewoon keiharde bakstenen, dubbelwands met een spau ertussen. Ik kom tenslotte uit een bouwfamilie en dan zet je niet een krakkemikkig muurtje neer, nee, dat moet een stevig en mooi exemplaar zijn. Zo eentje die jaren mee gaat. Ik heb hem aan de binnenkant dan ook prachtig behangen met van dat leuke barokke behang, spiegeltjes aan de muur en hier en daar een foto, aan de buitenkant een mooi laagje stucwerk erop. Die muur van mij. Die mag er zijn.
Alleen een beetje jammer dat het binnen de muur zo stil is. Zo leeg. Misschien moet ik er toch maar eens een raam in maken. En later misschien een deurtje. Met een slot. Dat dan weer wel.
"Hij heeft een muurtje om zich heen" en sommige meiden van het type dramaqueen maken er van: "Die jongen heeft zo'n muur om zich heen, stapel de Chinese muur op, doe er nog een paar kilometer bij en dan weet je ongeveer hoe hoog".
Tot voor kort deed ik niet zo mee met het muurtjes-debat. Ik had er niks mee. Kende ook niemand met een muur, of ik zag die muren gewoon niet. Tot voor kort dus. Want nu schijn ik zelf in het bezit te zijn van een muur. Eentje van het stevige soort. Gewoon keiharde bakstenen, dubbelwands met een spau ertussen. Ik kom tenslotte uit een bouwfamilie en dan zet je niet een krakkemikkig muurtje neer, nee, dat moet een stevig en mooi exemplaar zijn. Zo eentje die jaren mee gaat. Ik heb hem aan de binnenkant dan ook prachtig behangen met van dat leuke barokke behang, spiegeltjes aan de muur en hier en daar een foto, aan de buitenkant een mooi laagje stucwerk erop. Die muur van mij. Die mag er zijn.
Alleen een beetje jammer dat het binnen de muur zo stil is. Zo leeg. Misschien moet ik er toch maar eens een raam in maken. En later misschien een deurtje. Met een slot. Dat dan weer wel.
woensdag 12 augustus 2009
Rare Rudolf
Jan de Hoop tetterde weer mijn slaapkamer in. Zoals elke ochtend wanneer ik mijn televisie volledig op de tast aandruk, in de hoop dat Jan wat zal zeggen waar ik écht wakker van zal worden.
Je kunt van Jan zeggen wat je wilt, maar hij is best grappig en hij klinkt lekker. Vanochtend vertelde hij met zijn prettige stemgeluid over een misdaadverslaggever in Brazilië die voor zijn kijkers over lijken ging. "Letterlijk", zei de voice-over-mevrouw. En ik grinnikte om de taalkundige grap.
Stel je nou toch eens voor. Dat onze über-misdaadreporter Peter R. (wist je trouwens dat die R voor Rudolf staat? dan neem je zo iemand toch ineens een stuk minder serieus, ik krijg altijd meteen het deuntje van Rudolph the rednose reindeer in mijn hoofd, maar dat geheel terzijde) de Vries om smeuïge verhalen verlegen zit en dus zelf maar wat misdaad creëert? Het zou toch het verhaal van de eeuw zijn. Wie heeft Marianne Vaatstra vermoord? Peter R. natuurlijk. Wie heeft Nicky Verstappen van het leven beroofd, en Tanja Groen? Peter R. Alweer. En Nathalie Holoway, die ligt gewoon bij hem in Purmerend in de vriezer. Het land zou te klein zijn (en de wereld trouwens ook) en het nieuws over Jan en Yolanthe zou voorgoed uit ieders gedachten verdwijnen.
Maar zulke dingen gebeuren natuurlijk alleen aan de andere kant van de wereld. Al denk ik dat ik de volgende keer toch met iets andere ogen naar Peter R. zal kijken. Want heeft hij wel een aaa-li-bi?
Je kunt van Jan zeggen wat je wilt, maar hij is best grappig en hij klinkt lekker. Vanochtend vertelde hij met zijn prettige stemgeluid over een misdaadverslaggever in Brazilië die voor zijn kijkers over lijken ging. "Letterlijk", zei de voice-over-mevrouw. En ik grinnikte om de taalkundige grap.
Stel je nou toch eens voor. Dat onze über-misdaadreporter Peter R. (wist je trouwens dat die R voor Rudolf staat? dan neem je zo iemand toch ineens een stuk minder serieus, ik krijg altijd meteen het deuntje van Rudolph the rednose reindeer in mijn hoofd, maar dat geheel terzijde) de Vries om smeuïge verhalen verlegen zit en dus zelf maar wat misdaad creëert? Het zou toch het verhaal van de eeuw zijn. Wie heeft Marianne Vaatstra vermoord? Peter R. natuurlijk. Wie heeft Nicky Verstappen van het leven beroofd, en Tanja Groen? Peter R. Alweer. En Nathalie Holoway, die ligt gewoon bij hem in Purmerend in de vriezer. Het land zou te klein zijn (en de wereld trouwens ook) en het nieuws over Jan en Yolanthe zou voorgoed uit ieders gedachten verdwijnen.
Maar zulke dingen gebeuren natuurlijk alleen aan de andere kant van de wereld. Al denk ik dat ik de volgende keer toch met iets andere ogen naar Peter R. zal kijken. Want heeft hij wel een aaa-li-bi?
maandag 10 augustus 2009
Vlinder
Ik kroop wat rond. Ging gebukt onder een gebrek aan vleugels en aan wind. Voelde me klein, onzeker en treurig. Bang voor weer een aanval, bang voor pijn. En toen, opeens begon die situatie letterlijk aan me te knagen. Ik ontwikkelde een veilig cocon om me heen. Om me te beschermen tegen alle pijn en verdriet die mij ten deel was gevallen. Ik trok me terug uit die wereld. En leefde voor mezelf. Voor mijn ontwikkeling en geluk. Ik moest er het beste van maken.
Even voelde dat goed. Een veilig omhulsel. Maar langzaam maar zeker ontworstel ik me aan mijn cocon. Net als bij een rups duurt het lang voordat ik me van mijn oude huid kan ontdoen. Het knelt, zit me veel te strak. Het beperkt me in mijn vrijheid. Het ontneemt me mijn geluk. Maar het moet eraf. En ik moet elk laagje zelf wegpeuteren. Stapje voor stapje lukt het me. Krijg ik meer lucht. Meer ruimte. Meer geluk.
Over een poosje. Als ik me van alle ballast uit het verleden heb ontdaan, fladder ik als nooit te voren door het leven. De vlinder in mij ontwaakt.
Even voelde dat goed. Een veilig omhulsel. Maar langzaam maar zeker ontworstel ik me aan mijn cocon. Net als bij een rups duurt het lang voordat ik me van mijn oude huid kan ontdoen. Het knelt, zit me veel te strak. Het beperkt me in mijn vrijheid. Het ontneemt me mijn geluk. Maar het moet eraf. En ik moet elk laagje zelf wegpeuteren. Stapje voor stapje lukt het me. Krijg ik meer lucht. Meer ruimte. Meer geluk.
Over een poosje. Als ik me van alle ballast uit het verleden heb ontdaan, fladder ik als nooit te voren door het leven. De vlinder in mij ontwaakt.
Zwerver
We zaten in het kaarslicht op het terras. De kreeft was net op. De wijn nog niet. En onze liefde voor elkaar ook niet.
Naast ons zeeg een lange man met ietwat slordige kleren neer. Hij liet zijn aankomst gepaard gaan met het nodige gezucht en gesteun. Iedereen mocht weten dat hij er was. En dat hij een hele zware dag had gehad en nu écht eerst een heeeel groot glas water met veel ijs nodig had. En een dessertwijntje. Dezelfde als gisteren.
Hij stak een sigaar op en ging luidruchtig zitten bellen. Vervolgens sprak hij ons aan en vertelde over zijn geld, zijn meissie (dat veel jonger was, maar wél uit dezelfde setting), over een gigantisch grachtenpand aan de Amstel en al het geld dat hij aan exen was kwijtgeraakt. Over zijn kleding, over etiquette, over heren en dames. En over zijn kunst. Over zijn zus en haar borduursels, die zei dat hij de meest luxueuze zwerver aller tijden was. Over hofsteden, de crisis, de liefde.
Ik kende hem niet. En hij deed alsof dat heel bijzonder was.
Ik genoot. Van zoveel sjeu en zoveel toneel. En speelde het spel heerlijk mee. Dacht hij nou werkelijk dat X en ik daar niet dwars doorheen prikten? Dat we niet zagen dat hij gewoon een stadsje was, net als wij? En dat we voor geen seconde geloofden dat hij schathemeltje rijk was en uit een enorm gegoede familie kwam?
Misschien dacht hij het. Maar toen een verlopen überhomo die een shaggie draaide naast hem ging zitten en zei: "hé A! Hoe is het?" Moet hij vast begrepen hebben dat wij wel beter wisten.
Naast ons zeeg een lange man met ietwat slordige kleren neer. Hij liet zijn aankomst gepaard gaan met het nodige gezucht en gesteun. Iedereen mocht weten dat hij er was. En dat hij een hele zware dag had gehad en nu écht eerst een heeeel groot glas water met veel ijs nodig had. En een dessertwijntje. Dezelfde als gisteren.
Hij stak een sigaar op en ging luidruchtig zitten bellen. Vervolgens sprak hij ons aan en vertelde over zijn geld, zijn meissie (dat veel jonger was, maar wél uit dezelfde setting), over een gigantisch grachtenpand aan de Amstel en al het geld dat hij aan exen was kwijtgeraakt. Over zijn kleding, over etiquette, over heren en dames. En over zijn kunst. Over zijn zus en haar borduursels, die zei dat hij de meest luxueuze zwerver aller tijden was. Over hofsteden, de crisis, de liefde.
Ik kende hem niet. En hij deed alsof dat heel bijzonder was.
Ik genoot. Van zoveel sjeu en zoveel toneel. En speelde het spel heerlijk mee. Dacht hij nou werkelijk dat X en ik daar niet dwars doorheen prikten? Dat we niet zagen dat hij gewoon een stadsje was, net als wij? En dat we voor geen seconde geloofden dat hij schathemeltje rijk was en uit een enorm gegoede familie kwam?
Misschien dacht hij het. Maar toen een verlopen überhomo die een shaggie draaide naast hem ging zitten en zei: "hé A! Hoe is het?" Moet hij vast begrepen hebben dat wij wel beter wisten.
La dolce vita
Het was donker. En door de wijn leken de lichtjes allemaal van die stralen te hebben. Een beetje zoals het lijkt wanneer je door je wimpers naar een lantaarnpaal kijkt. De stad leek prachtig. Voelde warm aan.
Het koude water verkoelde mijn voetjes. Dat de bodem een beetje bedekt was met algen, mocht de pret niet drukken. De wind liet mijn mooiste jurkje en mijn haar dansen. En ik danste mee. Flirterig naar X, maar voorzichtig. Toch nog een beetje bewust van het risico ontdekt te worden. En ook een beetje bang om om te vallen en als een verzopen katje mijn verjaardag te eindigen.
Ik voelde me gelukkig. Als een jaren-vijftig actrice in een romantische fontein in Rome. La dolce vita. Dat idee. Maar dan gewoon in mijn stadje. In de fontein waar ik al jaren lang, misschien wel duizenden keren langsreed. Daarna met mijn blote voetjes op de fiets naar huis. Het leven is zo mooi.
Het koude water verkoelde mijn voetjes. Dat de bodem een beetje bedekt was met algen, mocht de pret niet drukken. De wind liet mijn mooiste jurkje en mijn haar dansen. En ik danste mee. Flirterig naar X, maar voorzichtig. Toch nog een beetje bewust van het risico ontdekt te worden. En ook een beetje bang om om te vallen en als een verzopen katje mijn verjaardag te eindigen.
Ik voelde me gelukkig. Als een jaren-vijftig actrice in een romantische fontein in Rome. La dolce vita. Dat idee. Maar dan gewoon in mijn stadje. In de fontein waar ik al jaren lang, misschien wel duizenden keren langsreed. Daarna met mijn blote voetjes op de fiets naar huis. Het leven is zo mooi.
vrijdag 7 augustus 2009
woensdag 5 augustus 2009
Het zijn de kleine dingen die het doen
We leven in het groot, we maken veel te veel misbaar,
We praten wel, maar luisteren te zelden naar elkaar.
We kijken naar een punt en veel te weinig om ons heen.
We zien geen kleine dingen en dus blijven wij alleen.
Het zijn de kleine dingen die het doen, die het doen.
Het zijn de kleine dingen die het doen.
Het is een liedje. Wel oud. Maar het klopt nog steeds. Dat besefte ik me zo net. Een lieve oud-collega (ja P ik bedoel jou) kwam net bij me langs. En ze had een cadeautje voor mijn verjaardag. "Een kleinigheidje hoor", zei ze en ze toverde een klein pakje uit haar broekzak. Wat ontzettend lief dat ze aan me dacht en dat ze gewoon wist dat ik jarig ben. Zo attent. Daar wordt een mens blij van. En al had ze me een theezakje gegeven of een spin in een potje. Ik vond het leuk, gewoon omdat ze aan me had gedacht en er een papiertje om had gedaan. Maar toen ik zag wat het echt was, maakte mijn hart helemaal een sprongetje! Een houten clowntje in de vorm van een X. Je weet wel, van die letters die je op deuren van kinderkamers wel eens ziet. "Omdat je altijd over vriendlief schrijft als X en je hem zo altijd een beetje bij me heb", zei ze. Zo leuk bedacht. Wat een mooi gebaar.
Het liedje is dus echt waar. Dit was een klein ding, maar het doet zoveel voor me. Hij én de gedachte aan lieve P krijgen een ereplaatsje. In mijn kamer en in mijn hart.
We praten wel, maar luisteren te zelden naar elkaar.
We kijken naar een punt en veel te weinig om ons heen.
We zien geen kleine dingen en dus blijven wij alleen.
Het zijn de kleine dingen die het doen, die het doen.
Het zijn de kleine dingen die het doen.
Het is een liedje. Wel oud. Maar het klopt nog steeds. Dat besefte ik me zo net. Een lieve oud-collega (ja P ik bedoel jou) kwam net bij me langs. En ze had een cadeautje voor mijn verjaardag. "Een kleinigheidje hoor", zei ze en ze toverde een klein pakje uit haar broekzak. Wat ontzettend lief dat ze aan me dacht en dat ze gewoon wist dat ik jarig ben. Zo attent. Daar wordt een mens blij van. En al had ze me een theezakje gegeven of een spin in een potje. Ik vond het leuk, gewoon omdat ze aan me had gedacht en er een papiertje om had gedaan. Maar toen ik zag wat het echt was, maakte mijn hart helemaal een sprongetje! Een houten clowntje in de vorm van een X. Je weet wel, van die letters die je op deuren van kinderkamers wel eens ziet. "Omdat je altijd over vriendlief schrijft als X en je hem zo altijd een beetje bij me heb", zei ze. Zo leuk bedacht. Wat een mooi gebaar.
Het liedje is dus echt waar. Dit was een klein ding, maar het doet zoveel voor me. Hij én de gedachte aan lieve P krijgen een ereplaatsje. In mijn kamer en in mijn hart.
Er liep een man over het water....
"Arie moet terug naar de kleuterschool en daar moet hij opnieuw leren hoe het eigenlijk moet. Hij moet niet zo met zichzelf bezig zijn."
Arme Arie. Wat krijgt die jongen het toch zwaar te verduren sinds hij onderdeel uitmaakt van de EO-club. Hij mocht niet goddelijk zijn in de l'Homo van Linda. En dit keer was het de oud directeur van de EO die het nodig vond om eens te vertellen wat hij van Arie vond.
Nu zou ik er een hele verhandeling over kunnen gaan houden waarom de opmerkingen van deze meneer niet stroken met de gedachte van het Christelijk geloof en 'oordeel niet' en dat soort dingen. Maar dat is zó makkelijk. Ieder redelijk denkend mens kan wel verzinnen dat het compleet stijlloos is om zo over een ander te praten op televisie en dat zoiets helemáál geen pas heeft als je zogenaamd staat voor de Christelijke normen en waarden. En dan dus wel Christelijk met een G.
Nee, daar ga ik het maar niet over hebben. Wel wil ik even stil staan bij "Er loopt een man over het water..."
Nog daargelaten of het een leuk programma zou worden. Ik zou geloof ik niet eens gaan kijken, maar X en ik hebben besloten dat het een goede titel is voor een programma waarin cabaretiers hun visie op het geloof zullen geven teneinde een dialoog te starten. En dat alles onder de bezielende leiding van onze Arie. Maar er gaat helemaal geen man meer over het water lopen. En Arie zit weer in de penarie. De gehele Gristelijke goegemeente is over hém en de directie van de EO heengedonderd en heeft zijn lidmaatschap van die fijne club opgezegd. En tja, dan zit er niets anders op dan Arie weer aan zijn bevallige haartjes terug te slepen naar de reserve-bank. Dan lopen ze als makke schapen weer in de pas bij de EO.
De mogelijkheid van een persverklaring over het programma waarin ze leden oproepen het programma eerst eens te bekijken voordat ze moord en brand schreeuwen is denk ik niet bij de angsthazen van de EO opgekomen. Dat had ik gedaan. Als één man achter Arie en het programma waar we wel heil in zagen.
Nu zou ik hier natuurlijk een complete verhandeling kunnen gaan houden over....bla bla bla.
Ben ik als enige Christelijke die nooit in de kerk kom dan ook werkelijk de enige die de essentie van het geloof heeft begrepen? Dat God liefde is en dat soort dingen meer? Of begrijp ík er juist helemaal niets van? En moet ik terug naar de kleuterschool om te leren hoe het echt zit?
Arme Arie. Wat krijgt die jongen het toch zwaar te verduren sinds hij onderdeel uitmaakt van de EO-club. Hij mocht niet goddelijk zijn in de l'Homo van Linda. En dit keer was het de oud directeur van de EO die het nodig vond om eens te vertellen wat hij van Arie vond.
Nu zou ik er een hele verhandeling over kunnen gaan houden waarom de opmerkingen van deze meneer niet stroken met de gedachte van het Christelijk geloof en 'oordeel niet' en dat soort dingen. Maar dat is zó makkelijk. Ieder redelijk denkend mens kan wel verzinnen dat het compleet stijlloos is om zo over een ander te praten op televisie en dat zoiets helemáál geen pas heeft als je zogenaamd staat voor de Christelijke normen en waarden. En dan dus wel Christelijk met een G.
Nee, daar ga ik het maar niet over hebben. Wel wil ik even stil staan bij "Er loopt een man over het water..."
Nog daargelaten of het een leuk programma zou worden. Ik zou geloof ik niet eens gaan kijken, maar X en ik hebben besloten dat het een goede titel is voor een programma waarin cabaretiers hun visie op het geloof zullen geven teneinde een dialoog te starten. En dat alles onder de bezielende leiding van onze Arie. Maar er gaat helemaal geen man meer over het water lopen. En Arie zit weer in de penarie. De gehele Gristelijke goegemeente is over hém en de directie van de EO heengedonderd en heeft zijn lidmaatschap van die fijne club opgezegd. En tja, dan zit er niets anders op dan Arie weer aan zijn bevallige haartjes terug te slepen naar de reserve-bank. Dan lopen ze als makke schapen weer in de pas bij de EO.
De mogelijkheid van een persverklaring over het programma waarin ze leden oproepen het programma eerst eens te bekijken voordat ze moord en brand schreeuwen is denk ik niet bij de angsthazen van de EO opgekomen. Dat had ik gedaan. Als één man achter Arie en het programma waar we wel heil in zagen.
Nu zou ik hier natuurlijk een complete verhandeling kunnen gaan houden over....bla bla bla.
Ben ik als enige Christelijke die nooit in de kerk kom dan ook werkelijk de enige die de essentie van het geloof heeft begrepen? Dat God liefde is en dat soort dingen meer? Of begrijp ík er juist helemaal niets van? En moet ik terug naar de kleuterschool om te leren hoe het echt zit?
Feitelijk verrassend
Er zijn mensen die bedenken voor hun werk slogans, reclameteksten, noem het maar op. Lekker creatief. Brainstormen. Ik zie het al helemaal voor me. Met zijn allen om een grote ovale tafel, hip interieurtje, vers cappuchinootje erbij. Hippe brillen, hippe kuiven. En dan maar roepen en bedenken. Laat de ideeën maar komen. De gedachten maar stromen. Hoe zou dat gegaan zijn toen ze voor het Kadaster aan de slag moesten?
Die gedachten namen gisteren onderweg naar huis bezit van mijn hoofd toen ik op een auto van het Kadaster het volgende zag staan: Kadaster - Feitelijk Verrassend.
Ja. Laat dat maar eens even op je inwerken. Feitelijk Verrassend. Zou dat ook door een club van hippe mensen zijn bedacht? Of zijn de suffe topambtenaren op een maandagochtend met een kopje waterige automatenkoffie bij elkaar zijn gaan zitten in hun grijze pakken met verkeerde schoenen (Mephisto's ofzo) op oubollige stoelen onder jaren tachtig verlichting tussen systeemwandjes en dito plafonds? Feitelijk Verrassend. Waarschijnlijk vonden zij het een vondst van jewelste, anders hadden ze het natuurlijk niet op al hun auto's, briefpapier, internetsite en weet ik wat nog meer gezet.
Ik vind het een bijzondere tekst. Eentje die nogal wat vragen bij mij oproept.
Feitelijk Verrassend. Betekent dat dan dat het een feit is dat het Kadaster heel verrassend is? Dus dat je maar moet afwachten of ze hun werk goed doen? Wordt het een verrassing waar de schutting tussen jouw tuin en die van de buren moet staan? Bedenken ze leuke kronkel-erfscheidingen om de Kadastrale kaarten wat op te leuken? Is het maar de vraag hoe laat de man van het Kadaster komt opmeten, of zelfs of hij überhaupt komt meten of gewoon met een vinger in de lucht een inschatting maakt van de oppervlakte van je stukje grond? De rijdende rechter heeft ook vaak iemand van het Kadaster bij zich. Én Frank Visser én een feitelijke verrassing van het Kadaster, als dat maar goed komt!
Of had ik er een punt tussen moeten lezen? Feitelijk. Verrassend. Zo van, wij zijn én feitelijk, maar ook heel verrassend hoor. Het is niet saai om bij het Kadaster te werken. Het is een dynamisch bedrijf, met dynamische mensen. Kom er bij, bij het Kadaster.
Had het niet gewoon Verrassend Feitelijk moeten zijn? Zo van, wat wij doen is zo ontzettend feitelijk, het is gewoon verrassend dat we het zo ontzettend goed weten? "Wij weten wat we doen. Wij maken geen fouten", dat zou ik eruit halen als ik Verrassend Feitelijk zou lezen. Die tekst wekt vertrouwen. Zo'n mannetje dat in zijn kaplaarzen de erfgrens komt uitmeten maakt op mij dan een hele zelfverzekerde indruk. Een capabele man. Kan niet anders, want hij is Verrassend Feitelijk. En dan zou ik heus nog wel aanvoelen dat het allemaal hele leuke frisse en fruitige mensen zijn bij het Kadaster, want het is toch een cluppie dat het woord verrassend gebruikt.
Die gedachten namen gisteren onderweg naar huis bezit van mijn hoofd toen ik op een auto van het Kadaster het volgende zag staan: Kadaster - Feitelijk Verrassend.
Ja. Laat dat maar eens even op je inwerken. Feitelijk Verrassend. Zou dat ook door een club van hippe mensen zijn bedacht? Of zijn de suffe topambtenaren op een maandagochtend met een kopje waterige automatenkoffie bij elkaar zijn gaan zitten in hun grijze pakken met verkeerde schoenen (Mephisto's ofzo) op oubollige stoelen onder jaren tachtig verlichting tussen systeemwandjes en dito plafonds? Feitelijk Verrassend. Waarschijnlijk vonden zij het een vondst van jewelste, anders hadden ze het natuurlijk niet op al hun auto's, briefpapier, internetsite en weet ik wat nog meer gezet.
Ik vind het een bijzondere tekst. Eentje die nogal wat vragen bij mij oproept.
Feitelijk Verrassend. Betekent dat dan dat het een feit is dat het Kadaster heel verrassend is? Dus dat je maar moet afwachten of ze hun werk goed doen? Wordt het een verrassing waar de schutting tussen jouw tuin en die van de buren moet staan? Bedenken ze leuke kronkel-erfscheidingen om de Kadastrale kaarten wat op te leuken? Is het maar de vraag hoe laat de man van het Kadaster komt opmeten, of zelfs of hij überhaupt komt meten of gewoon met een vinger in de lucht een inschatting maakt van de oppervlakte van je stukje grond? De rijdende rechter heeft ook vaak iemand van het Kadaster bij zich. Én Frank Visser én een feitelijke verrassing van het Kadaster, als dat maar goed komt!
Of had ik er een punt tussen moeten lezen? Feitelijk. Verrassend. Zo van, wij zijn én feitelijk, maar ook heel verrassend hoor. Het is niet saai om bij het Kadaster te werken. Het is een dynamisch bedrijf, met dynamische mensen. Kom er bij, bij het Kadaster.
Had het niet gewoon Verrassend Feitelijk moeten zijn? Zo van, wat wij doen is zo ontzettend feitelijk, het is gewoon verrassend dat we het zo ontzettend goed weten? "Wij weten wat we doen. Wij maken geen fouten", dat zou ik eruit halen als ik Verrassend Feitelijk zou lezen. Die tekst wekt vertrouwen. Zo'n mannetje dat in zijn kaplaarzen de erfgrens komt uitmeten maakt op mij dan een hele zelfverzekerde indruk. Een capabele man. Kan niet anders, want hij is Verrassend Feitelijk. En dan zou ik heus nog wel aanvoelen dat het allemaal hele leuke frisse en fruitige mensen zijn bij het Kadaster, want het is toch een cluppie dat het woord verrassend gebruikt.
Hij komt
"Hij komt ongeveer vier keer per nacht" verzucht een collega tegen een andere collega. Beide in het bezit van een kind. En dus ineens ook in het bezit van een nieuwe vocabulaire. Want baby's worden niet wakker, baby's huilen niet, baby's hebben geen honger of een vieze luier. Nee, baby's komen. En ik maar denken dat ze pas na hun eerste levensjaar in staat waren om te lopen, laat staan om de weg naar het bed van pa en moe te vinden.
Ook andere vaders en moeders termen vliegen je bij kersverse ouders om de oren. Hoe kan het toch dat ze zich eerder nooit van dergelijke termen leken te bedienen en nu ineens allemaal op de hoogte zijn van het wij zijn ouders spraakgebruik? Staan er woordenlijsten in die tijdschriften als 'Wij jonge ouders' of de Viva voor moeders? Of leest iedereen die zwanger is hetzelfde boek? Misschien komt de plaag met vader en moeder taal wel van de kraamverzorgsters. Indoctrineren zij langzaamaan ons hele landje met kneuterige taal omdat ze zelf nooit verder zijn gekomen dan Nederlands op basisschool-niveau of omdat ze te lui zijn om volledig, begrijpelijke zinnen te formuleren? Ik weet het niet.
Wat ik wel weet is dat ik het ervaar als een complot. Het complot van kersverse ouders om je buitenspel te zetten. Om te 'bonden' met andere kersverse ouders en je te laten merken dat je er niet bij hoort. Dat je gewoon nog niet zover bent in je leven. Dat je je zaakjes nog niet zo goed op orde hebt. Dat je niet in staat bent om zoveel verantwoordelijkheid te dragen en dat je vooral niet weet hoeveel liefde je ervaart door het krijgen van een kindje. Nou, dan maar niet. Ik weet in ieder geval zeker dat als het eens zover is en ikzelf moeder ben, ik nooit zal zeggen dat mijn kind drie keer per nacht kwam ofzo. Tenzij ik natuurlijk een wonderlijk exemplaar baar dat wel meteen kan lopen.
Ook andere vaders en moeders termen vliegen je bij kersverse ouders om de oren. Hoe kan het toch dat ze zich eerder nooit van dergelijke termen leken te bedienen en nu ineens allemaal op de hoogte zijn van het wij zijn ouders spraakgebruik? Staan er woordenlijsten in die tijdschriften als 'Wij jonge ouders' of de Viva voor moeders? Of leest iedereen die zwanger is hetzelfde boek? Misschien komt de plaag met vader en moeder taal wel van de kraamverzorgsters. Indoctrineren zij langzaamaan ons hele landje met kneuterige taal omdat ze zelf nooit verder zijn gekomen dan Nederlands op basisschool-niveau of omdat ze te lui zijn om volledig, begrijpelijke zinnen te formuleren? Ik weet het niet.
Wat ik wel weet is dat ik het ervaar als een complot. Het complot van kersverse ouders om je buitenspel te zetten. Om te 'bonden' met andere kersverse ouders en je te laten merken dat je er niet bij hoort. Dat je gewoon nog niet zover bent in je leven. Dat je je zaakjes nog niet zo goed op orde hebt. Dat je niet in staat bent om zoveel verantwoordelijkheid te dragen en dat je vooral niet weet hoeveel liefde je ervaart door het krijgen van een kindje. Nou, dan maar niet. Ik weet in ieder geval zeker dat als het eens zover is en ikzelf moeder ben, ik nooit zal zeggen dat mijn kind drie keer per nacht kwam ofzo. Tenzij ik natuurlijk een wonderlijk exemplaar baar dat wel meteen kan lopen.
Lulkoek bingo
Ik kende het niet. Lulkoek bingo. Totdat een collega me er op attent maakte.
Nu werk ik in een vrij professionele omgeving met veel hoogopgeleide en ietwat levensvreemde mensen. Eigenheimers, Eizelgängers, Exentriekelingen, Warhoofden, Studiebollen. You name it, we've got them.
Dus verwacht je niet zo één, twee drie dat een collega je attent maakt op een heerlijk spel. Lulkoek-bingo dus.
Hoe gaat het? Je verzint tien woorden of uitdrukkingen waarvan je verwacht dat ze op de eerstvolgende, totaal nutteloze en dus vreselijk saaie vergadering voorbij zullen komen. En dan ga je tijdens die vergadering de woorden afvinken. En met een beetje mazzel heb je als eerste bingo. Ik weet niet of je dan rap op moet springen en bingo moet zeggen, en wie dan bijhoudt of je wel goed hebt gevinkt. Ook weet ik niet wat de prijzen zijn. Maar ik vind lulkoek-bingo nu al machtig mooi. Vooral omdat we, zonder ook maar ooit echt lulkoek-bingo te hebben gespeeld, al zoveel lol hebben gehad over de veelal compleet loze uitdrukkingen die je kunt verzinnen, die zo vaak worden gezegd dat ze nog inhoudslozer zijn geworden dan ze al waren.
Vaktijdschriften en informatie van hogerhand wordt door mij en mijn mede lulkoekers ineens met een heel ander soort belangstelling gelezen. 'Hoe vaak heb jij het woord 'gremium' voorbij zien komen?' mailen we elkaar dan. Of we proberen zo lang mogelijke zinnen met zoveel mogelijk lulkoek te bedenken. "Is er wel voldoende draagvlak onder de achterban om de pragmatische aanpak van de effectiviteit van de cash-cows te waarborgen?" "Welk gremium binnen onze organisatie heeft de sterkste hands-on mentaliteit om de prognoses rondom de cash-flow efficiënt in kaart te brengen?" Kortom, hoe zeg je zo weinig mogelijk met zoveel mogelijk woorden?
Het is een kunst.
Suggesties zijn welkom.
Nu werk ik in een vrij professionele omgeving met veel hoogopgeleide en ietwat levensvreemde mensen. Eigenheimers, Eizelgängers, Exentriekelingen, Warhoofden, Studiebollen. You name it, we've got them.
Dus verwacht je niet zo één, twee drie dat een collega je attent maakt op een heerlijk spel. Lulkoek-bingo dus.
Hoe gaat het? Je verzint tien woorden of uitdrukkingen waarvan je verwacht dat ze op de eerstvolgende, totaal nutteloze en dus vreselijk saaie vergadering voorbij zullen komen. En dan ga je tijdens die vergadering de woorden afvinken. En met een beetje mazzel heb je als eerste bingo. Ik weet niet of je dan rap op moet springen en bingo moet zeggen, en wie dan bijhoudt of je wel goed hebt gevinkt. Ook weet ik niet wat de prijzen zijn. Maar ik vind lulkoek-bingo nu al machtig mooi. Vooral omdat we, zonder ook maar ooit echt lulkoek-bingo te hebben gespeeld, al zoveel lol hebben gehad over de veelal compleet loze uitdrukkingen die je kunt verzinnen, die zo vaak worden gezegd dat ze nog inhoudslozer zijn geworden dan ze al waren.
Vaktijdschriften en informatie van hogerhand wordt door mij en mijn mede lulkoekers ineens met een heel ander soort belangstelling gelezen. 'Hoe vaak heb jij het woord 'gremium' voorbij zien komen?' mailen we elkaar dan. Of we proberen zo lang mogelijke zinnen met zoveel mogelijk lulkoek te bedenken. "Is er wel voldoende draagvlak onder de achterban om de pragmatische aanpak van de effectiviteit van de cash-cows te waarborgen?" "Welk gremium binnen onze organisatie heeft de sterkste hands-on mentaliteit om de prognoses rondom de cash-flow efficiënt in kaart te brengen?" Kortom, hoe zeg je zo weinig mogelijk met zoveel mogelijk woorden?
Het is een kunst.
Suggesties zijn welkom.
donderdag 30 juli 2009
Wise up
Ik zat in de bioscoop, de film liep op zijn einde en mijn ogen liepen vol.
Ik vocht tegen de tranen, maar er was geen houden meer aan. Vooral doordat Aimee Mann een prachtig liedje zong. Terwijl ik dit typ zingt Aimee weer. Wise up. En ik voel wat ik toen voelde. Wat was ik in de war. Ik wilde niet meer bij mijn jeugdliefde zijn. Wat moest er nou van mij leven worden? Waar moest ik heen?
O wat was ik ook bang. Maar het liedje vertelde me wel een waarheid als een koe. Mijn verwarring zou niet stoppen tot ik wijzer zou worden. Dus dat probeerde ik uit alle macht.
En ik nam de sprong. In het diepe. Op weg naar een beter leven.
Maar ik sprong verkeerd en kwam harder neer dan ik me ooit had kunnen voorstellen.
Wat de beste beslissing van mijn leven was leidde tegelijk tot de slechtste periode in mijn leven. Ik worstel er nog mee, maar kom langzaam boven.
En dat besef ik me des te meer nu ik Aimee hoor en hem op mijn beeldscherm zie.
Ik kijk naar zijn foto, een gelukkige glimlach speelt om mijn mond, en opeens weet ik waar het allemaal goed voor was. De weg was lang, grillig en langs diepe afgronden, maar hij heeft me wel gebracht waar ik nu ben. Bij mezelf. En bij hem.
Ik vocht tegen de tranen, maar er was geen houden meer aan. Vooral doordat Aimee Mann een prachtig liedje zong. Terwijl ik dit typ zingt Aimee weer. Wise up. En ik voel wat ik toen voelde. Wat was ik in de war. Ik wilde niet meer bij mijn jeugdliefde zijn. Wat moest er nou van mij leven worden? Waar moest ik heen?
O wat was ik ook bang. Maar het liedje vertelde me wel een waarheid als een koe. Mijn verwarring zou niet stoppen tot ik wijzer zou worden. Dus dat probeerde ik uit alle macht.
En ik nam de sprong. In het diepe. Op weg naar een beter leven.
Maar ik sprong verkeerd en kwam harder neer dan ik me ooit had kunnen voorstellen.
Wat de beste beslissing van mijn leven was leidde tegelijk tot de slechtste periode in mijn leven. Ik worstel er nog mee, maar kom langzaam boven.
En dat besef ik me des te meer nu ik Aimee hoor en hem op mijn beeldscherm zie.
Ik kijk naar zijn foto, een gelukkige glimlach speelt om mijn mond, en opeens weet ik waar het allemaal goed voor was. De weg was lang, grillig en langs diepe afgronden, maar hij heeft me wel gebracht waar ik nu ben. Bij mezelf. En bij hem.
Helen
Helen. Het is een mooi woord, als je het mij vraagt. Ik krijg er beelden bij van helende handen, ik hoor helende woorden. Er spreekt hoop uit. En de zekerheid dat alles goedkomt.
Ik ben ook aan het helen.
Anderen denken soms dat ik 'er' teveel in blijf hangen. Vragen zich af of ik mezelf misschien eens een psychologische schop onder de kont moet geven. En zeggen daar dan bij dat het niet letterlijk hoeft, omdat ik niet zo lenig ben. Nou dat ben ik dus wel, maar met een letterlijke schop onder mijn o zo leuke kont schiet ik natuurlijk niets op.
Met een psychologische schop onder de kont trouwens ook niet. Want die heb ik mezelf het afgelopen jaar zo vaak gegeven dat ik nu op de blaren moet zitten. De blaren die zoveel etter en pus in zich bergen dat ik mezelf schoon moet wassen, mezelf moet reinigen van de pijn. Verwerken dus. En helen. En alles komt goed.
Ik ben ook aan het helen.
Anderen denken soms dat ik 'er' teveel in blijf hangen. Vragen zich af of ik mezelf misschien eens een psychologische schop onder de kont moet geven. En zeggen daar dan bij dat het niet letterlijk hoeft, omdat ik niet zo lenig ben. Nou dat ben ik dus wel, maar met een letterlijke schop onder mijn o zo leuke kont schiet ik natuurlijk niets op.
Met een psychologische schop onder de kont trouwens ook niet. Want die heb ik mezelf het afgelopen jaar zo vaak gegeven dat ik nu op de blaren moet zitten. De blaren die zoveel etter en pus in zich bergen dat ik mezelf schoon moet wassen, mezelf moet reinigen van de pijn. Verwerken dus. En helen. En alles komt goed.
woensdag 29 juli 2009
Ik vind je lief
Ik vind je lief.
Ik ben blij met je.
Ik heb je nodig.
Zinnen die ik wel kan zeggen tegen X, maar niet tegen iemand anders. Vriendinnen zeggen zulke dingen wel eens tegen me. Ik neem het tot me, voel me verwarmd. Maar terugzeggen kan ik het niet. Ik bedank. Zeg: 'dat is lief van je'. Maar ik zeg het niet terug. Nooit.
En niet omdat ik het niet vind. Ik vind het soms misschien nog wel veel meer dan zij. Maar gewoon omdat ik het niet kan. Niet tegen mijn ouders, niet tegen vriendinnen. Ik heb het gewoon nooit geleerd. Terwijl ik tegen anderen heel goed kan vertellen waarom vriendinnetje die en die zo leuk is en waarom vriendinnetje zus en zo echt geweldig is. Rechtstreeks gebeurt het niet. Wel op kaartjes en in mails of smsjes. Maar live? Vergeet het maar.
Waar ik normaal gesproken (ook volgens de tenenlees-site van de vader van Ferry Somoghi) altijd "aan sta", sla ik dicht op momenten dat het gaat over het hart. Idioot eigenlijk.
Daarom dit stukje. Om iedereen die dit leest (en ik weet wie dat zijn) te laten weten dat jullie belangrijk voor me zijn. Dat jullie mijn leven compleet en meer de moeite waard maken. En ik vind je lief!
Ik ben blij met je.
Ik heb je nodig.
Zinnen die ik wel kan zeggen tegen X, maar niet tegen iemand anders. Vriendinnen zeggen zulke dingen wel eens tegen me. Ik neem het tot me, voel me verwarmd. Maar terugzeggen kan ik het niet. Ik bedank. Zeg: 'dat is lief van je'. Maar ik zeg het niet terug. Nooit.
En niet omdat ik het niet vind. Ik vind het soms misschien nog wel veel meer dan zij. Maar gewoon omdat ik het niet kan. Niet tegen mijn ouders, niet tegen vriendinnen. Ik heb het gewoon nooit geleerd. Terwijl ik tegen anderen heel goed kan vertellen waarom vriendinnetje die en die zo leuk is en waarom vriendinnetje zus en zo echt geweldig is. Rechtstreeks gebeurt het niet. Wel op kaartjes en in mails of smsjes. Maar live? Vergeet het maar.
Waar ik normaal gesproken (ook volgens de tenenlees-site van de vader van Ferry Somoghi) altijd "aan sta", sla ik dicht op momenten dat het gaat over het hart. Idioot eigenlijk.
Daarom dit stukje. Om iedereen die dit leest (en ik weet wie dat zijn) te laten weten dat jullie belangrijk voor me zijn. Dat jullie mijn leven compleet en meer de moeite waard maken. En ik vind je lief!
Pornosjaaltje
Ik heb een pornosjaaltje. Het is eigenlijk gewoon een sjaaltje. Maar voor mij heeft het een hoog porno gehalte. Reden? Het luipaardprintje en de muntachtige versierinkjes die er aan hangen en rinkelen...
Het is een van mijn meest dierbare bezittingen. Het staat symbool voor wat ik ben. En nee, ik ben niet porno. Maar ik ben wel sterk. Eigenzinnig (hoop ik). En ik weet dat ik mezelf prima kan redden. Alleen op de wereld, waar dan ook. Dat alles voel ik bij mijn pornosjaaltje.
Hoe dat komt?
Ooit was ik op mijn favoriete eiland (dat ook gewoon míjn eiland is, ongeacht dat hij daar nu ook naartoe gaat) en werd ik drie dagen door hem genegeerd. Ik ging door een psychische hel. Totaal niet opgewassen tegen zoveel kilte en ontkenning. Diep verdrietig. Toch zat er ergens in mij nog altijd een stroompje levenskracht, vechtlust, realiteitszin. Ik zat op een prachtig eiland en ik wilde er het beste van maken. Ongeacht zijn (achteraf gezien totaal belachelijke, psychopatische) gedrag. Dus ik pakte de bus. En ik reed naar de hoofdstad van mijn eiland.
Ik bezocht de Cathedraal en liet al die religieuze pracht op me inwerken, ik genoot van de rust en de wijsheid die tot mij kwam door het bouwwerk en de religieuze beelden. Ik fotografeerde. Dronk ergens iets. Slenterde door de prachtige stad. Ik genoot met volle teugen en voelde me sterk... Ik shopte, net zolang als ik wilde, waar ik wilde, zonder enig commentaar van hem. Én kocht toen mijn pornosjaaltje.
Het is een van mijn meest dierbare bezittingen. Het staat symbool voor wat ik ben. En nee, ik ben niet porno. Maar ik ben wel sterk. Eigenzinnig (hoop ik). En ik weet dat ik mezelf prima kan redden. Alleen op de wereld, waar dan ook. Dat alles voel ik bij mijn pornosjaaltje.
Hoe dat komt?
Ooit was ik op mijn favoriete eiland (dat ook gewoon míjn eiland is, ongeacht dat hij daar nu ook naartoe gaat) en werd ik drie dagen door hem genegeerd. Ik ging door een psychische hel. Totaal niet opgewassen tegen zoveel kilte en ontkenning. Diep verdrietig. Toch zat er ergens in mij nog altijd een stroompje levenskracht, vechtlust, realiteitszin. Ik zat op een prachtig eiland en ik wilde er het beste van maken. Ongeacht zijn (achteraf gezien totaal belachelijke, psychopatische) gedrag. Dus ik pakte de bus. En ik reed naar de hoofdstad van mijn eiland.
Ik bezocht de Cathedraal en liet al die religieuze pracht op me inwerken, ik genoot van de rust en de wijsheid die tot mij kwam door het bouwwerk en de religieuze beelden. Ik fotografeerde. Dronk ergens iets. Slenterde door de prachtige stad. Ik genoot met volle teugen en voelde me sterk... Ik shopte, net zolang als ik wilde, waar ik wilde, zonder enig commentaar van hem. Én kocht toen mijn pornosjaaltje.
dinsdag 28 juli 2009
Oma en geluk
Oma lag op sterven. Haar armen lagen bewegingloos langs haar zij. Het slappe, oude, craquelé-achtige velletje glom nog van al dat harde werken dat ze in haar leven had gedaan. En daaromheen zat, zoals altijd, haar gouden armband. Ik dacht dat hij haar nu wel pijn zou doen, in haar vel zou drukken. En ze kon hem niet meer zelf aan de kant doen of verplaatsen. Dus ik vroeg mijn moeder of ik hem af mocht doen. En we deden hem samen in haar sieradenkistje.
Toen ging oma dood. En ik was verdrietig. Ook omdat de ex het toen wel een geschikt moment vond om het definitief uit te maken. Maar ik kreeg oma's armband. En dat gaf troost. Zo is ze altijd een beetje bij me. Ik bracht hem naar de juwelier om hem op te laten poetsen en het slotje te versterken. En om er 'oma' in te laten graveren. Ik drukte de juwelier op het hart dat hij er zuinig op moest zijn omdat het mijn meest dierbare sierraad was. En kocht nog een bijpassend ringetje voor mezelf, waar ik 'geluk' in liet graveren.
Toen was ie klaar. 'Oma' en 'geluk' altijd bij me. Nu moest het wel goedkomen, dacht ik. En dat was ook zo. Vanaf dat moment ging alles steeds een beetje beter met me. En nu is de ring stuk (maar die maken ze wel weer en dus komt het geluk vanzelf terug). En de armband ook. Niet gewoon stuk, nee, doorgezaagd.
Opeens wilde hij niet meer af. Wat we ook probeerden, hij zat muurvast. Heel gek, precies rond oma's verjaardag. Alsof het een seintje van boven was. En nu heeft de juwelier hem doorgezaagd. Natuurlijk gaat hij hem wel weer repareren, maar toen ik de winkel uitliep stonden mijn ogen vol tranen. Het voelde net of ik oma geweld had aangedaan... Als ze er nou maar goed op passen... want zonder oma om mijn pols voelt alles net iets minder veilig.
Toen ging oma dood. En ik was verdrietig. Ook omdat de ex het toen wel een geschikt moment vond om het definitief uit te maken. Maar ik kreeg oma's armband. En dat gaf troost. Zo is ze altijd een beetje bij me. Ik bracht hem naar de juwelier om hem op te laten poetsen en het slotje te versterken. En om er 'oma' in te laten graveren. Ik drukte de juwelier op het hart dat hij er zuinig op moest zijn omdat het mijn meest dierbare sierraad was. En kocht nog een bijpassend ringetje voor mezelf, waar ik 'geluk' in liet graveren.
Toen was ie klaar. 'Oma' en 'geluk' altijd bij me. Nu moest het wel goedkomen, dacht ik. En dat was ook zo. Vanaf dat moment ging alles steeds een beetje beter met me. En nu is de ring stuk (maar die maken ze wel weer en dus komt het geluk vanzelf terug). En de armband ook. Niet gewoon stuk, nee, doorgezaagd.
Opeens wilde hij niet meer af. Wat we ook probeerden, hij zat muurvast. Heel gek, precies rond oma's verjaardag. Alsof het een seintje van boven was. En nu heeft de juwelier hem doorgezaagd. Natuurlijk gaat hij hem wel weer repareren, maar toen ik de winkel uitliep stonden mijn ogen vol tranen. Het voelde net of ik oma geweld had aangedaan... Als ze er nou maar goed op passen... want zonder oma om mijn pols voelt alles net iets minder veilig.
maandag 27 juli 2009
Wraak
Eindelijk doe ik het. Ik geef toe aan mijn ware gevoelens. Ik wil wraak. Gewoon om er eindelijk eens wat aan te doen. Om ze een poepie te laten ruiken.
Dus ik ga op pad. In het donker. Want betrapt worden is ook weer niet nodig.
Ik pak mijn fiets en stop de grote stenen die ik in mijn tuin heb opgezocht, in mijn fietstas. Ik trek mijn sjaal nog wat omhoog en mijn muts nog wat omlaag. Mijn haren zitten goed verstopt en ik draag kleren van een vriendin. Als het goed is, ben ik onherkenbaar.
Vol adrenaline ga ik op pad naar de eerste locatie. Een bruidszaak in de buurt, waar ik ooit voor 500 euro het schip in ben gegaan. Nou ja, niet ik, mijn moeder. En dat terwijl de jurk nooit van mij is geweest en de inkoopprijs maar 200 euro bleek te zijn. Wraak wegens mijn moeder. Ik pak de steen en terwijl ik voorbij fiets gooi ik hem keihard tegen de ramen. Rinkeldekinkel....allemaal glasgerinkel. Keihard. De hele buurt zal nu wel wakker zijn, dus onder vluchtig omkijken fiets ik snel weg. Genietend van de zoete smaak van wraak.
Op naar de volgende locatie. Hier geen ramen stuk. Mijn boosheid is al behoorlijk weggezakt. Nee, ik ga alleen eventjes mijn katten aaien en een zakje kattenpoep door de brievenbus duwen. Tja, dan hadden ze maar niet al mijn spullen en katten mee moeten pikken toen het uit raakte. Hij en zijn nieuwe liefje.
Een makkelijke missie en ik ben zo weer weg. Maar toch gewoon heerlijk!
Dan nu het einddoel van mijn rit. Het hoofddoel ook. Zijn huis. Hij die niet genoemd mag worden. Maar wel zovaak in mijn hoofd zit door alle ellende die hij me heeft bezorgd. Soms wens ik dat hij zijn oude hobby motorrijden weer oppakt en zich tegen een boom aanvouwt. Precies datgene waar hij altijd voor vreest. En nee, hij hoeft niet dood. Natuurlijk niet. Maar gewoon voor altijd in de kreukels, dat zou wel lekker zijn. Normaal zou ik me schamen voor zulke gedachten. Ik ben toch een lief meisje? Maar vannacht is alles anders. Vannacht is er niets liefs aan mij. Ik volg mijn primitieve instincten en geniet ervan.
Als ik voor zijn huis sta, stel ik me voor hoe hij daarboven ligt te slapen. Misschien wel met zijn nieuwste aanwinst of gewoon met een liefje voor een nacht. Wat kan mij het schelen. This is the moment. Ik verstop me in de steeg naast zijn huis en wacht op mijn vriendinnen. Ze zouden er bijna moeten zijn. Ah, daar komen ze aansluipen. Allemaal voorzien van muts en steen. Ik moet even lachen. Omdat ze er zo grappig uitzien, omdat ik weet dat ze eigenlijk allemaal heel braaf zijn en omdat ze er voor mij zijn. Nu, in deze nacht.
In de aanslag. Ieder mikt op een ander raam. Ik tel tot drie en dan: Een en al lawaai en glas. De adrenaline giert door mijn lijf. Mijn lach is onuitwisbaar. Wegwezen nu!!!
En dan gaat de wekker.
Het was een droom.
Balen. Of nee, gelukkig maar. Wel de roes van wraak, niet de nare bijsmaak.
Dus ik ga op pad. In het donker. Want betrapt worden is ook weer niet nodig.
Ik pak mijn fiets en stop de grote stenen die ik in mijn tuin heb opgezocht, in mijn fietstas. Ik trek mijn sjaal nog wat omhoog en mijn muts nog wat omlaag. Mijn haren zitten goed verstopt en ik draag kleren van een vriendin. Als het goed is, ben ik onherkenbaar.
Vol adrenaline ga ik op pad naar de eerste locatie. Een bruidszaak in de buurt, waar ik ooit voor 500 euro het schip in ben gegaan. Nou ja, niet ik, mijn moeder. En dat terwijl de jurk nooit van mij is geweest en de inkoopprijs maar 200 euro bleek te zijn. Wraak wegens mijn moeder. Ik pak de steen en terwijl ik voorbij fiets gooi ik hem keihard tegen de ramen. Rinkeldekinkel....allemaal glasgerinkel. Keihard. De hele buurt zal nu wel wakker zijn, dus onder vluchtig omkijken fiets ik snel weg. Genietend van de zoete smaak van wraak.
Op naar de volgende locatie. Hier geen ramen stuk. Mijn boosheid is al behoorlijk weggezakt. Nee, ik ga alleen eventjes mijn katten aaien en een zakje kattenpoep door de brievenbus duwen. Tja, dan hadden ze maar niet al mijn spullen en katten mee moeten pikken toen het uit raakte. Hij en zijn nieuwe liefje.
Een makkelijke missie en ik ben zo weer weg. Maar toch gewoon heerlijk!
Dan nu het einddoel van mijn rit. Het hoofddoel ook. Zijn huis. Hij die niet genoemd mag worden. Maar wel zovaak in mijn hoofd zit door alle ellende die hij me heeft bezorgd. Soms wens ik dat hij zijn oude hobby motorrijden weer oppakt en zich tegen een boom aanvouwt. Precies datgene waar hij altijd voor vreest. En nee, hij hoeft niet dood. Natuurlijk niet. Maar gewoon voor altijd in de kreukels, dat zou wel lekker zijn. Normaal zou ik me schamen voor zulke gedachten. Ik ben toch een lief meisje? Maar vannacht is alles anders. Vannacht is er niets liefs aan mij. Ik volg mijn primitieve instincten en geniet ervan.
Als ik voor zijn huis sta, stel ik me voor hoe hij daarboven ligt te slapen. Misschien wel met zijn nieuwste aanwinst of gewoon met een liefje voor een nacht. Wat kan mij het schelen. This is the moment. Ik verstop me in de steeg naast zijn huis en wacht op mijn vriendinnen. Ze zouden er bijna moeten zijn. Ah, daar komen ze aansluipen. Allemaal voorzien van muts en steen. Ik moet even lachen. Omdat ze er zo grappig uitzien, omdat ik weet dat ze eigenlijk allemaal heel braaf zijn en omdat ze er voor mij zijn. Nu, in deze nacht.
In de aanslag. Ieder mikt op een ander raam. Ik tel tot drie en dan: Een en al lawaai en glas. De adrenaline giert door mijn lijf. Mijn lach is onuitwisbaar. Wegwezen nu!!!
En dan gaat de wekker.
Het was een droom.
Balen. Of nee, gelukkig maar. Wel de roes van wraak, niet de nare bijsmaak.
Muziek
Er bestaat een club mensen die zich er mee bezig houdt om muziek uit winkels en andere openbare gelegenheden te weren. Ik zag eens één van de zuurpruimerige leden op tv. Het was gehoorvervuiling. Dat was het. Ze wilde rust aan haar hoofd.
Ik vond het gezanik en gezeur. Vroeg me af of die mensen niets beters hadden om zich druk over te maken. En ging weer verder met leven.
Tot afgelopen weekend. Ik zat in een heel leuk restaurant met drie van de meest dierbare mensen in mijn leven. Het eten was heerlijk en de sfeer opperbest. Alleen die muziek.
Alle tranentrekkers passeerden de revue. Van Chicago tot The Jacksons. De anderen hebben het misschien niet eens gehoord. Maar bij mij ging elk nummer door merg en been. Precies het repertoire waar ik melancholisch van word, dat me terugsleept naar momenten waar ik niet wil zijn als ik gezellig zit te eten. Mijn gevoelige snaar werd geraakt en het etentje werd anders. Ik wilde huilen. Mijn emotie kwijt.
Maar eigenlijk wilde ik gewoon dat de muziek stopte. Weg met dat gepingel in mijn oor. Geef mijn oren, maar vooral mijn hart en hoofd eens rust. Laat me genieten van de muziek in mijn hoofd. Ik wil mijn eigen deejay zijn.
Ben ik nu net zo'n zuurpruim geworden? Nee, natuurlijk niet. Het was alleen daar en op dat moment. Muziek is essentieel. Muziek is levensvreugde. Zonder muziek geen omlijsting bij alle mooie nieuwe herinneringen die zich elke dag vormen in mijn leven.
Maar soms zou ik willen dat ik overal en altijd de aan- en uit- knop mocht bedienen.
Ik vond het gezanik en gezeur. Vroeg me af of die mensen niets beters hadden om zich druk over te maken. En ging weer verder met leven.
Tot afgelopen weekend. Ik zat in een heel leuk restaurant met drie van de meest dierbare mensen in mijn leven. Het eten was heerlijk en de sfeer opperbest. Alleen die muziek.
Alle tranentrekkers passeerden de revue. Van Chicago tot The Jacksons. De anderen hebben het misschien niet eens gehoord. Maar bij mij ging elk nummer door merg en been. Precies het repertoire waar ik melancholisch van word, dat me terugsleept naar momenten waar ik niet wil zijn als ik gezellig zit te eten. Mijn gevoelige snaar werd geraakt en het etentje werd anders. Ik wilde huilen. Mijn emotie kwijt.
Maar eigenlijk wilde ik gewoon dat de muziek stopte. Weg met dat gepingel in mijn oor. Geef mijn oren, maar vooral mijn hart en hoofd eens rust. Laat me genieten van de muziek in mijn hoofd. Ik wil mijn eigen deejay zijn.
Ben ik nu net zo'n zuurpruim geworden? Nee, natuurlijk niet. Het was alleen daar en op dat moment. Muziek is essentieel. Muziek is levensvreugde. Zonder muziek geen omlijsting bij alle mooie nieuwe herinneringen die zich elke dag vormen in mijn leven.
Maar soms zou ik willen dat ik overal en altijd de aan- en uit- knop mocht bedienen.
Pronte Prontó!
Ik bekijk de foto's op haar hyves. Ze poseert in bikini op een steen.
Voor ieder ander lijkt het misschien een beetje ijdel. Of misschien gewaagd, of juist een hele gewone foto. Maar niet voor ons. Niet voor mij.
Niet lang geleden zat ik nog aan haar bed in het ziekenhuis. Zag ik de slangetjes uit haar lichaam komen. Het bloedige vocht in flessen stromen. Zag ik de pijn op haar gezicht. En voelde ik haar opluchting. Eindelijk weer borsten. En als bonus een platte buik.
En nu was ze in haar favoriete land. In haar favoriete bikini. En had ze haar ziekte overwonnen. De kanker eruit. Het levensgeluk erin.
En wat een pronte tietjes! Prontó! Ze is trots. En ik ook.
Voor ieder ander lijkt het misschien een beetje ijdel. Of misschien gewaagd, of juist een hele gewone foto. Maar niet voor ons. Niet voor mij.
Niet lang geleden zat ik nog aan haar bed in het ziekenhuis. Zag ik de slangetjes uit haar lichaam komen. Het bloedige vocht in flessen stromen. Zag ik de pijn op haar gezicht. En voelde ik haar opluchting. Eindelijk weer borsten. En als bonus een platte buik.
En nu was ze in haar favoriete land. In haar favoriete bikini. En had ze haar ziekte overwonnen. De kanker eruit. Het levensgeluk erin.
En wat een pronte tietjes! Prontó! Ze is trots. En ik ook.
Bijna jarig
De dag dat ik weer een jaartje ouder wordt, qua cijfers dan, nadert met rasse schreden. Het maakt me ervan bewust dat er weer een jaar voorbij is gegaan. Het laat me nadenken over dat jaar. En over mijn vorige verjaardag.
Er is sindsdien zoveel gebeurt en toch lijkt het maar zo kort geleden. Toen was ik op mijn eiland. Mallorca. Dronk een cocktail met NM en wist dat het goed zou komen. Ik keek vooruit naar al het moois dat voor me lag. Een veelbelovend jaar.
En nu kijk ik terug. Het jaar heeft gebracht wat het beloofde. Alles ging goed en zat mee. Ook dit jaar kan ik op mijn verjaardag vooruit kijken naar mooie dingen in het verschiet. Ik ben dus gezegend.
Maar toch voelt het ook alsof ik de tijd niet goed heb gebruikt. Ik snap niet dat verwerking zoveel tijd kost als het goed met je gaat. Ik snap niet dat ik nog verdriet kan hebben over oud zeer. Ik snap niet dat ik nog nadenk over hem. Ik snap niet dat mijn muur nog steeds overeind staat. Ik snap gewoon niks van mezelf.
Ach, gelukkig lacht het nieuwe jaar me toe. Kan ik alle dagen gebruiken om dichter bij het moment te komen dat de verwerking voltooid is. Het moment dat ik het laatste steentje uit mijn rugzak gooi en weer rechtop kan lopen. Als dat moment komt, vier ik meer dan een verjaardag. Dan vier ik het leven.
Er is sindsdien zoveel gebeurt en toch lijkt het maar zo kort geleden. Toen was ik op mijn eiland. Mallorca. Dronk een cocktail met NM en wist dat het goed zou komen. Ik keek vooruit naar al het moois dat voor me lag. Een veelbelovend jaar.
En nu kijk ik terug. Het jaar heeft gebracht wat het beloofde. Alles ging goed en zat mee. Ook dit jaar kan ik op mijn verjaardag vooruit kijken naar mooie dingen in het verschiet. Ik ben dus gezegend.
Maar toch voelt het ook alsof ik de tijd niet goed heb gebruikt. Ik snap niet dat verwerking zoveel tijd kost als het goed met je gaat. Ik snap niet dat ik nog verdriet kan hebben over oud zeer. Ik snap niet dat ik nog nadenk over hem. Ik snap niet dat mijn muur nog steeds overeind staat. Ik snap gewoon niks van mezelf.
Ach, gelukkig lacht het nieuwe jaar me toe. Kan ik alle dagen gebruiken om dichter bij het moment te komen dat de verwerking voltooid is. Het moment dat ik het laatste steentje uit mijn rugzak gooi en weer rechtop kan lopen. Als dat moment komt, vier ik meer dan een verjaardag. Dan vier ik het leven.
Het poesje en de kater
Ik moet me weer eens opwinden. Ik kan niet anders. Bij zoveel dommigheid valt mijn mond open en stijgt mijn hartslag. Ik wind me op.
Over de man van één of andere Atomic Kitten. Wie kent ze niet? Je weet wel van die zoete liedjes...eentje begon geloof ik met: Lookin' back on when we first met, I can not escape and I can not forget, beebie you're the one, you still turn me on, you can make me whole again.
Prachtige tekst. Gezongen door prachtige meisjes. En prachtige meisjes krijgen prachtige vriendjes en trouwen daarmee. Zo ook dus een Atomic Kitten. Ze sloeg één of andere eerste klas Kater aan de haak. Als je hem mag geloven, tenminste. Hij vind zichzelf een prijs voor vrouwen en verwacht van zijn meissie dat ze goed voor zichzelf zorgt. Dat zegt ie op internet. Tot zover niet veel aan de hand. Hij mag best een beetje blij met zichzelf zijn en ik vind ook dat je als vrouw goed voor jezelf moet zorgen. Als man trouwens ook.
Maar meneer Kater en ik verschillen kennelijk nogal van mening over wat je onder 'goed voor jezelf zorgen' moet verstaan.
Zijn meissie was namelijk wat aangekomen. Ze had maat 42!!! Shame on you Atomic Pig! En nu was ze niet meer om aan te zien. Een wanstaltig gedrocht dat niet goed voor zichzelf zorgde!!! En tja, dan wordt het dus tijd om de echtscheidingspapieren toe te sturen. Dumpen die hap.
Nou, Meneer Kater is wat mij betreft de loser van de week. Die meid zag er, ook met haar maatje 42, skitterend uit. Echt een hottie. Kan zo nog 10 kilo bij en de mannen blijven hun hoofden voor haar draaien. Maar Meneer Kater vond het niks.
Hopelijk kijkt het Atomic Kitten meisje nooit meer terug naar "when they first met" en kan ze prima "escapen" en "forgetten" dat hij ooit "the one" voor haar leek. Ik weet zeker dat er een andere, echte hunk [mooi van binnen en van buiten] is die haar weer "whole" kan maken.
Over de man van één of andere Atomic Kitten. Wie kent ze niet? Je weet wel van die zoete liedjes...eentje begon geloof ik met: Lookin' back on when we first met, I can not escape and I can not forget, beebie you're the one, you still turn me on, you can make me whole again.
Prachtige tekst. Gezongen door prachtige meisjes. En prachtige meisjes krijgen prachtige vriendjes en trouwen daarmee. Zo ook dus een Atomic Kitten. Ze sloeg één of andere eerste klas Kater aan de haak. Als je hem mag geloven, tenminste. Hij vind zichzelf een prijs voor vrouwen en verwacht van zijn meissie dat ze goed voor zichzelf zorgt. Dat zegt ie op internet. Tot zover niet veel aan de hand. Hij mag best een beetje blij met zichzelf zijn en ik vind ook dat je als vrouw goed voor jezelf moet zorgen. Als man trouwens ook.
Maar meneer Kater en ik verschillen kennelijk nogal van mening over wat je onder 'goed voor jezelf zorgen' moet verstaan.
Zijn meissie was namelijk wat aangekomen. Ze had maat 42!!! Shame on you Atomic Pig! En nu was ze niet meer om aan te zien. Een wanstaltig gedrocht dat niet goed voor zichzelf zorgde!!! En tja, dan wordt het dus tijd om de echtscheidingspapieren toe te sturen. Dumpen die hap.
Nou, Meneer Kater is wat mij betreft de loser van de week. Die meid zag er, ook met haar maatje 42, skitterend uit. Echt een hottie. Kan zo nog 10 kilo bij en de mannen blijven hun hoofden voor haar draaien. Maar Meneer Kater vond het niks.
Hopelijk kijkt het Atomic Kitten meisje nooit meer terug naar "when they first met" en kan ze prima "escapen" en "forgetten" dat hij ooit "the one" voor haar leek. Ik weet zeker dat er een andere, echte hunk [mooi van binnen en van buiten] is die haar weer "whole" kan maken.
Rotte vis en verse vis
Ik ben gek op vis. Dus we gingen een visje eten op Texel. Een harinkie om precies te zijn. X ging vast zitten, want hij had een zere knie. Ik bestelde. Met de verste visjes op mijn dienblad liep ik naar buiten. Hij had een mooi plekje uitgezocht. In de zon onder een boompje. Echt vakantie. Heerlijk. De beentjes languit en het visje in de mond. Ik genoot.
Totdat naast ons een gezinnetje ernstig opspeelde. Had ik ze eerder al ergens zien zitten met oma en gedacht aan mijn eigen omaatje, dat ook altijd zo gezellig met ons meeging en ontzettend genoot. Nu lieten ze zich van een andere kant zien. Met name moeder dan. "Godv***, niet aan je broek! Nou zit er weer vet in! Ik had nog zo gezegd dat je een servetje moet gebruiken!" Wat ze verder zei, weet ik niet exact, maar ze had hem net zo goed uit kunnen maken voor rotte vis. Ze ging in ieder geval nog even door. Op volle sterkte. Dus we konden allemaal meegenieten. De zoon, de dader van de vetvlek, probeerde nog wat tegen te sputteren. Maar niets hielp. Moeders was boos. En ze vloekte ook nog! Dan moet je sowiezo niet bij mij zijn, maar dat geheel terzijde.
X merkte droogjes op dat moeders kennelijk net was gearriveerd en nog een beetje moest onthaasten. Ik kon alleen maar bevestigend knikken. Vol verbazing. Alsof het een antropologische studie was, hielden X en ik het gezellige familietafereeltje nog even in de gaten. Moeder trok wat bij. Probeerde haar zoons enthousiast te krijgen voor een roofvogeltochtje ofzo. Nou, al had ze aangeboden naar Disneyworld te gaan, die jongens kreeg je na haar tirade nergens meer enthousiast voor.
Na een poosje begon de vetvlekkenmaker toch nog even over het incident. Hij had namelijk helemaal zijn hand niet aan zijn broek afgeveegd. Gewoon aan de leuning van de stoel. En er zat helemaal geen vlek. Moeders reageerde niet.
X analyseerde dat dat nu ook niet meer kon. Anders zou ze haar autoriteit verliezen. Hij had gelijk. Oma nam nog maar een hapje verse vis en deed net alsof het heel gezellig was.
X vroeg me om later nooit zo'n moeder te worden. Ik beloofde hem dat. En we namen, net als oma, nog maar eens een hapje verse vis. En wij hadden het echt gezellig.
Totdat naast ons een gezinnetje ernstig opspeelde. Had ik ze eerder al ergens zien zitten met oma en gedacht aan mijn eigen omaatje, dat ook altijd zo gezellig met ons meeging en ontzettend genoot. Nu lieten ze zich van een andere kant zien. Met name moeder dan. "Godv***, niet aan je broek! Nou zit er weer vet in! Ik had nog zo gezegd dat je een servetje moet gebruiken!" Wat ze verder zei, weet ik niet exact, maar ze had hem net zo goed uit kunnen maken voor rotte vis. Ze ging in ieder geval nog even door. Op volle sterkte. Dus we konden allemaal meegenieten. De zoon, de dader van de vetvlek, probeerde nog wat tegen te sputteren. Maar niets hielp. Moeders was boos. En ze vloekte ook nog! Dan moet je sowiezo niet bij mij zijn, maar dat geheel terzijde.
X merkte droogjes op dat moeders kennelijk net was gearriveerd en nog een beetje moest onthaasten. Ik kon alleen maar bevestigend knikken. Vol verbazing. Alsof het een antropologische studie was, hielden X en ik het gezellige familietafereeltje nog even in de gaten. Moeder trok wat bij. Probeerde haar zoons enthousiast te krijgen voor een roofvogeltochtje ofzo. Nou, al had ze aangeboden naar Disneyworld te gaan, die jongens kreeg je na haar tirade nergens meer enthousiast voor.
Na een poosje begon de vetvlekkenmaker toch nog even over het incident. Hij had namelijk helemaal zijn hand niet aan zijn broek afgeveegd. Gewoon aan de leuning van de stoel. En er zat helemaal geen vlek. Moeders reageerde niet.
X analyseerde dat dat nu ook niet meer kon. Anders zou ze haar autoriteit verliezen. Hij had gelijk. Oma nam nog maar een hapje verse vis en deed net alsof het heel gezellig was.
X vroeg me om later nooit zo'n moeder te worden. Ik beloofde hem dat. En we namen, net als oma, nog maar eens een hapje verse vis. En wij hadden het echt gezellig.
Genomen door RTL
Ik voel me genomen. Ik zou het liever platter zeggen, maar dat doe ik niet. Niet helemaal mijn stijl. Maar ik voel me genomen dus. Door RTL4 om precies te zijn.
Word ik eerst jaren doodgegooid met Life and Cooking, om vervolgens maanden te vernemen dat ze er bijna mee ophouden (joechei, iedere keer weer een dansje op de bank), lees ik nu dat Carlo en Irene in het nieuwe tv-seizoen gewoon terugkeren op hetzelfde tijdstip. En ik maar denken dat er nu wel iets leuks te zien zou zijn voor Studio Sport.
Met een ander programma. Zeggen ze. Een andere sponsor dan Unilever. Denk ik. Want het zal niet alleen meer gaan over koken. Ging het over koken dan??? Ja, er werd wel eens wat gekookt door een kok, waarvan je je iedere keer weer af kon vragen, istie het wel of istie het niet? Homo, dan hè. Niet dat het mij wat uitmaakt, maar bij hem was het gewoon zo overduidelijk dat je je ging afvragen of je het nou goed zag.
Enniewee, dat koken was volgens mij maar bijzaak.
Het belangrijkste onderdeel van de show was volgens mij de twee uur durende egotrip van Carlo, terwijl hij Irene meesleepte zoals een kind aan één armpje al jengelend meegesleept kan worden richting tandartsstooel of balletles. Een egotrip waarin zijn andere baantje als musicalster/musicaltalent/musicaltopper vaak de boventoon voerde. En als dat niet de boventoon voerde speelde de chagerijnigheid van Carlo vaak op. Je kan op een of andere manier toch merken dat het een moederskindje is. Het valt me nog mee dat ie niet af en toe stond te stampvoeten op momenten dat gasten meer aandacht kregen dan hij.
En dan Irene. Een uit de klei getrokken moeke met een totaal gebrek aan originaliteit of talent... Weet je nog, Telekids. Dat was Irene. Met haar pony, staart en pluizige krulletjes. Een soort razende reporter voor alle rangers van het WNF. Irene is geen showbabe, Irene wil helemaal geen typetjes doen [en is daar nou ook niet bepaald de beste in]. Irene wordt gewoon meegesleept door Carlo, want ja, ze zijn nu eenmaal een duo. En als Carlo wat wil, dramt ie gewoon net zolang door tot Irene zich laat meeslepen. Anders heb je geen duo natuurlijk.
En dus mogen we komend seizoen weer elke zondag genieten van het meest succesvolle duo van de Nederlandse tv. Wat een armoe. Geer en Goor hebben nog meer talent.
Gelukkig heeft mijn tv een uit-knop. Maar helaas moet ie om zeven uur weer aan voor dat andere enorme talent van de Nederlandse tv. Mag ik dat zo sarcastisch zeggen? Ja, dat mag ik zo zeggen. Toch Mart?
Word ik eerst jaren doodgegooid met Life and Cooking, om vervolgens maanden te vernemen dat ze er bijna mee ophouden (joechei, iedere keer weer een dansje op de bank), lees ik nu dat Carlo en Irene in het nieuwe tv-seizoen gewoon terugkeren op hetzelfde tijdstip. En ik maar denken dat er nu wel iets leuks te zien zou zijn voor Studio Sport.
Met een ander programma. Zeggen ze. Een andere sponsor dan Unilever. Denk ik. Want het zal niet alleen meer gaan over koken. Ging het over koken dan??? Ja, er werd wel eens wat gekookt door een kok, waarvan je je iedere keer weer af kon vragen, istie het wel of istie het niet? Homo, dan hè. Niet dat het mij wat uitmaakt, maar bij hem was het gewoon zo overduidelijk dat je je ging afvragen of je het nou goed zag.
Enniewee, dat koken was volgens mij maar bijzaak.
Het belangrijkste onderdeel van de show was volgens mij de twee uur durende egotrip van Carlo, terwijl hij Irene meesleepte zoals een kind aan één armpje al jengelend meegesleept kan worden richting tandartsstooel of balletles. Een egotrip waarin zijn andere baantje als musicalster/musicaltalent/musicaltopper vaak de boventoon voerde. En als dat niet de boventoon voerde speelde de chagerijnigheid van Carlo vaak op. Je kan op een of andere manier toch merken dat het een moederskindje is. Het valt me nog mee dat ie niet af en toe stond te stampvoeten op momenten dat gasten meer aandacht kregen dan hij.
En dan Irene. Een uit de klei getrokken moeke met een totaal gebrek aan originaliteit of talent... Weet je nog, Telekids. Dat was Irene. Met haar pony, staart en pluizige krulletjes. Een soort razende reporter voor alle rangers van het WNF. Irene is geen showbabe, Irene wil helemaal geen typetjes doen [en is daar nou ook niet bepaald de beste in]. Irene wordt gewoon meegesleept door Carlo, want ja, ze zijn nu eenmaal een duo. En als Carlo wat wil, dramt ie gewoon net zolang door tot Irene zich laat meeslepen. Anders heb je geen duo natuurlijk.
En dus mogen we komend seizoen weer elke zondag genieten van het meest succesvolle duo van de Nederlandse tv. Wat een armoe. Geer en Goor hebben nog meer talent.
Gelukkig heeft mijn tv een uit-knop. Maar helaas moet ie om zeven uur weer aan voor dat andere enorme talent van de Nederlandse tv. Mag ik dat zo sarcastisch zeggen? Ja, dat mag ik zo zeggen. Toch Mart?
Opluchting
Hoe is het mogelijk dat iemand anders precies kan opschrijven wat ik heb meegemaakt?
Gisteren ben ik begonnen in een nieuw boek. "Eten, bidden, beminnen." Ik vond het wel eens tijd om dat te doen aangezien ik het een jaar geleden al van een vriendin heb gekregen. Het leek me eerlijk gezegd helemaal geen leuk boek, veel te zweverig... En toen ik op de kaft las dat Oprah vond dat je het aan al je vriendinnen kado moest doen, was alle interesse als sneeuw voor de zon verdwenen.
Maar gisteren dus niet. Ik dacht, "laat ik gewoon eens beginnen". En het was alsof ik mezelf aan het woord las. Onvoorstelbaar. Bijna dezelfde manier van denken en schrijven. En inhoudelijk zo raak. Voor ik het in de gaten had, moest ik door mijn tranen heen lezen.
Geen tranen van verdriet, maar van opluchting ofzo. Want er zijn dus meer mensen die net als ik kiezen en leven. Er zijn dus meer mensen die gigantisch op hun snuitje gaan en toch gewoon weer opkrabbelen en zelfs heel gelukkig worden.
Ik hoop alleen niet dat ik om alles écht te kunnen verwerken, net als de schrijfster, helemaal naar India, Italië en Indonesië hoef te reizen. Ik zoek het maar wat dichter bij huis...
Gisteren ben ik begonnen in een nieuw boek. "Eten, bidden, beminnen." Ik vond het wel eens tijd om dat te doen aangezien ik het een jaar geleden al van een vriendin heb gekregen. Het leek me eerlijk gezegd helemaal geen leuk boek, veel te zweverig... En toen ik op de kaft las dat Oprah vond dat je het aan al je vriendinnen kado moest doen, was alle interesse als sneeuw voor de zon verdwenen.
Maar gisteren dus niet. Ik dacht, "laat ik gewoon eens beginnen". En het was alsof ik mezelf aan het woord las. Onvoorstelbaar. Bijna dezelfde manier van denken en schrijven. En inhoudelijk zo raak. Voor ik het in de gaten had, moest ik door mijn tranen heen lezen.
Geen tranen van verdriet, maar van opluchting ofzo. Want er zijn dus meer mensen die net als ik kiezen en leven. Er zijn dus meer mensen die gigantisch op hun snuitje gaan en toch gewoon weer opkrabbelen en zelfs heel gelukkig worden.
Ik hoop alleen niet dat ik om alles écht te kunnen verwerken, net als de schrijfster, helemaal naar India, Italië en Indonesië hoef te reizen. Ik zoek het maar wat dichter bij huis...
zondag 26 juli 2009
Dierenarts-watje
Ik loop terug van het huis van mijn broer als ik hem hoor voordat ik hem zie.
Miauw. Miauw.
Hij klinkt een beetje boos. Zo van: 'wat ben je vaak weg' of 'waarom mag ik niet alleen in de kamer zijn?'. Misschien zegt ie wel gewoon 'ik heb honger'. Of misschien hoor ik al die dingen wel, juist omdat ik me tekort voel schieten als baasje.
En dan zie ik hem. Hij steekt zijn kop uit een struik en kronkelt zijn lichaam er vloeiend achteraan. Hij loopt me tegemoet en dan zie ik iets. Een dikke bult op zijn kop. De schrik slaat me om het hart. De tranen springen bijna meteen in mijn ogen...
Ik denk meteen dat hij doodgaat. Ik roep hem en aai over zijn kopje om vervolgens met zekerheid vast te stellen dat ie een gigantische bult heeft. Dit kan niet goed zijn. Zoals altijd, wanneer het Veer betreft, schrik ik me wezenloos en ga ik uit van het ergste...een watje voor de poes.
Met hem in mijn kielzog loop ik snel naar huis. Met benepen stem vertel ik X dat Veer ziek is. Het huilen staat me nader dan het lachen. We moeten NU naar de dierenarts. En dat kan gelukkig. We stoppen de kleine man in zijn reismandje en ik verwacht onderweg het nodige protest van meneer te horen. Maar hij is muisstil. En dan weet ik het zeker. Dit is ernstig.
Wat nou als ik hem kwijtraak? Opeens weet ik weer hoe blij ik met hem ben. Hoe hij bij mijn leven hoort. Dat hij de enige getuige is van al mijn rare bokkensprongen, vreugde en verdriet. En dat hij, zoals X terecht opmerkt, nog echt wel moet komen wonen in zijn huis. Natuurlijk kan ik hem ook bij de volgende fase in mijn leven niet missen.
Ik leg X uit dat ik een watje ben bij de dierenarts en dat ik vroeger zelfs huilde bij programmas over dierenartsenpraktijken. X reageert niet, denkt misschien dat het niet zo'n vaart zal lopen. Maar eenmaal ter plaatse ziet hij met eigen ogen dat zijn stoere meissie alles behalve stoer is. Tot drie keer toe houd ik de kleine man niet goed vast bij zijn nekvel en kan hij ontsnappen aan de dierenarts. Ik sta er bedremmeld en sullig bij. Praat met een benepen stemmetje. Bang voor het slechte nieuws.
Als we naar huis rijden is alles anders. Alle goede voornemens over poezenverwennerij ben ik ineens vergeten. Het was maar een abces. Niets ernstigs. Maandag nog even een prikje halen en hij komt er wel weer bovenop.
Maar nu ik hier zit. Met Veertje aan mijn zij. Weet ik heel zeker dat hij nog ontzettend lang bij me moet blijven. Op naar de volgende levensfase. Hij en ik, samen op koers. Hij het watje van de buurt. Ik het watje voor de poes.
Miauw. Miauw.
Hij klinkt een beetje boos. Zo van: 'wat ben je vaak weg' of 'waarom mag ik niet alleen in de kamer zijn?'. Misschien zegt ie wel gewoon 'ik heb honger'. Of misschien hoor ik al die dingen wel, juist omdat ik me tekort voel schieten als baasje.
En dan zie ik hem. Hij steekt zijn kop uit een struik en kronkelt zijn lichaam er vloeiend achteraan. Hij loopt me tegemoet en dan zie ik iets. Een dikke bult op zijn kop. De schrik slaat me om het hart. De tranen springen bijna meteen in mijn ogen...
Ik denk meteen dat hij doodgaat. Ik roep hem en aai over zijn kopje om vervolgens met zekerheid vast te stellen dat ie een gigantische bult heeft. Dit kan niet goed zijn. Zoals altijd, wanneer het Veer betreft, schrik ik me wezenloos en ga ik uit van het ergste...een watje voor de poes.
Met hem in mijn kielzog loop ik snel naar huis. Met benepen stem vertel ik X dat Veer ziek is. Het huilen staat me nader dan het lachen. We moeten NU naar de dierenarts. En dat kan gelukkig. We stoppen de kleine man in zijn reismandje en ik verwacht onderweg het nodige protest van meneer te horen. Maar hij is muisstil. En dan weet ik het zeker. Dit is ernstig.
Wat nou als ik hem kwijtraak? Opeens weet ik weer hoe blij ik met hem ben. Hoe hij bij mijn leven hoort. Dat hij de enige getuige is van al mijn rare bokkensprongen, vreugde en verdriet. En dat hij, zoals X terecht opmerkt, nog echt wel moet komen wonen in zijn huis. Natuurlijk kan ik hem ook bij de volgende fase in mijn leven niet missen.
Ik leg X uit dat ik een watje ben bij de dierenarts en dat ik vroeger zelfs huilde bij programmas over dierenartsenpraktijken. X reageert niet, denkt misschien dat het niet zo'n vaart zal lopen. Maar eenmaal ter plaatse ziet hij met eigen ogen dat zijn stoere meissie alles behalve stoer is. Tot drie keer toe houd ik de kleine man niet goed vast bij zijn nekvel en kan hij ontsnappen aan de dierenarts. Ik sta er bedremmeld en sullig bij. Praat met een benepen stemmetje. Bang voor het slechte nieuws.
Als we naar huis rijden is alles anders. Alle goede voornemens over poezenverwennerij ben ik ineens vergeten. Het was maar een abces. Niets ernstigs. Maandag nog even een prikje halen en hij komt er wel weer bovenop.
Maar nu ik hier zit. Met Veertje aan mijn zij. Weet ik heel zeker dat hij nog ontzettend lang bij me moet blijven. Op naar de volgende levensfase. Hij en ik, samen op koers. Hij het watje van de buurt. Ik het watje voor de poes.
Hollen of stilstaan
Bang voor de stilte
voor mijn hart
hol ik door
door roeien en ruiten
door zomer en zon
door regen en wind
ik stop niet
bang om stil te staan
en mezelf tegen te komen
door lachen en huilen
door liefde en haten
door hitte en kou
om pas stil te staan
als ik alle balast van me heb afgeschud
als ik weet dat ik alleen nog mezelf ben
voor mijn hart
hol ik door
door roeien en ruiten
door zomer en zon
door regen en wind
ik stop niet
bang om stil te staan
en mezelf tegen te komen
door lachen en huilen
door liefde en haten
door hitte en kou
om pas stil te staan
als ik alle balast van me heb afgeschud
als ik weet dat ik alleen nog mezelf ben
Wie ben ik?
Het was ooit een programma, twee afleveringen leuk, daarna was je wel flauw van Andre en Ron met die troelala van een Caroline ertussen in. Maar toch speelt de titel van hun programma zo nu en dan door mijn hoofd. Omdat ik me realiseer dat het de vraag is die ik moet beantwoorden.
Wie ben ik?
Ik weet alleen wie ik was. En wie ik wil zijn. Maar ben ik er al?
Nee. Ik ben de gepokte en gemazelde versie van mezelf. Die met deuken en muren en horten en stoten. En ik baal er van. Ik baal van de chaos in mijn hoofd. Die overal en altijd aanwezig is. Ook als ik sta uit te waaien op het strand. Ook als ik in een heerlijk boek lees. Het is crisis in mijn kop en crisis in de krant.
Net als in de recessie ben ik op zoek naar een nieuwe balans. Een balans tussen vechten en vrijen, een balans tussen toekomst en verleden, tussen meisje en vrouw. Waarom hebben ze me nooit verteld dat opgroeien, volwassen worden, leven, zo ingewikkeld was? Waarom heb ik de verkeerde wegen bewandeld om uiteindelijk zo verdwaald te raken?
Er stonden toch genoeg bakens van licht aan mijn zij, ik had toch best goede gereedschappen en landkaarten van huis uit mee gekregen? Niets van dat al heeft kunnen voorkomen dat ik de weg en mezelf ben kwijt geraakt. En niets lijkt nu te helpen met het vinden van mezelf. Met het plaatsen van de puzzelstukjes van mijn leven.
Maar ik zet stug door. Luctor et emergo! En dan zien we wel welke 'ik' komt bovendrijven. Een leuke versie in ieder geval...dat weet ik zeker.
Wie ben ik?
Ik weet alleen wie ik was. En wie ik wil zijn. Maar ben ik er al?
Nee. Ik ben de gepokte en gemazelde versie van mezelf. Die met deuken en muren en horten en stoten. En ik baal er van. Ik baal van de chaos in mijn hoofd. Die overal en altijd aanwezig is. Ook als ik sta uit te waaien op het strand. Ook als ik in een heerlijk boek lees. Het is crisis in mijn kop en crisis in de krant.
Net als in de recessie ben ik op zoek naar een nieuwe balans. Een balans tussen vechten en vrijen, een balans tussen toekomst en verleden, tussen meisje en vrouw. Waarom hebben ze me nooit verteld dat opgroeien, volwassen worden, leven, zo ingewikkeld was? Waarom heb ik de verkeerde wegen bewandeld om uiteindelijk zo verdwaald te raken?
Er stonden toch genoeg bakens van licht aan mijn zij, ik had toch best goede gereedschappen en landkaarten van huis uit mee gekregen? Niets van dat al heeft kunnen voorkomen dat ik de weg en mezelf ben kwijt geraakt. En niets lijkt nu te helpen met het vinden van mezelf. Met het plaatsen van de puzzelstukjes van mijn leven.
Maar ik zet stug door. Luctor et emergo! En dan zien we wel welke 'ik' komt bovendrijven. Een leuke versie in ieder geval...dat weet ik zeker.
maandag 20 juli 2009
So you think you can...?
We zaten in de auto. Drie uren lang. Wat was het ver.
Ik verveelde me zo nu en dan een beetje. Dus we kletsten wat, oefenden zijn speech en keken wat om ons heen. Maar wat is er nou lekkerder dan heerlijk meezingen, beter gezegd; meeblèèèren met de muziek in de auto? Niets. Dus al gauw stond mijn volume hoog. Ik heb mijn microfoon (gewoon een vuist voor mijn mond) volgens X toch altijd bij me, dus waarom niet?
Op een gegeven moment kwam X ook los en werd er heel wat af ge-woo-hoo-d op Livin on a prair van Jon Bon Jovi. Heerlijk. Wat een lol. De hele verdere weg ben ik niet meer opgehouden met optreden. En op de terugweg ging dat natuurlijk niet anders. Mijn zang werd op een gegeven moment zelfs vergezeld van een dansje. Je moet toch wat onderweg? Deze keer had ik een nieuwe ontwikkeld. Vooral om de chauffeur aan het lachen te maken... Handen naar voren met de palmen omhoog, vingers een beetje bewegen in de trant van 'kom maar, kommaar, komma'. En dan een beetje met je schouders heen en weer teneinde de voorgevel in beweging te krijgen. Dit alles met een jolige kop erboven en ik mijn wereld heb je dan LOL. (let op de hoofdletters) Ik vooral. X keek met stijgende verbazing en een grijns op zijn gezicht toe.
Tot we voor de brug stonden te wachten.
X draaide zijn gezicht naar me toe en zei heel serieus; 'lief, jij kan écht niet zingen hè...' Alsof ik een klap in mijn gezicht kreeg...bijna dan. Want toen zei hij; 'maar ik vind het zó leuk, je moet er nooit mee stoppen'. Om er nog aan toe te voegen dat ik in ieder geval nooit moest denken dat ik wel mee kon doen aan Idols.
Toch lief, dat ie in die zin op me past.
Toen ik zei dat ik dan maar mee ging doen met So you think you can dance, had ie het helemaal niet meer. En dat deed dan toch wel een heel klein beetje zeer...
Aan mijn lachspieren.
Ik verveelde me zo nu en dan een beetje. Dus we kletsten wat, oefenden zijn speech en keken wat om ons heen. Maar wat is er nou lekkerder dan heerlijk meezingen, beter gezegd; meeblèèèren met de muziek in de auto? Niets. Dus al gauw stond mijn volume hoog. Ik heb mijn microfoon (gewoon een vuist voor mijn mond) volgens X toch altijd bij me, dus waarom niet?
Op een gegeven moment kwam X ook los en werd er heel wat af ge-woo-hoo-d op Livin on a prair van Jon Bon Jovi. Heerlijk. Wat een lol. De hele verdere weg ben ik niet meer opgehouden met optreden. En op de terugweg ging dat natuurlijk niet anders. Mijn zang werd op een gegeven moment zelfs vergezeld van een dansje. Je moet toch wat onderweg? Deze keer had ik een nieuwe ontwikkeld. Vooral om de chauffeur aan het lachen te maken... Handen naar voren met de palmen omhoog, vingers een beetje bewegen in de trant van 'kom maar, kommaar, komma'. En dan een beetje met je schouders heen en weer teneinde de voorgevel in beweging te krijgen. Dit alles met een jolige kop erboven en ik mijn wereld heb je dan LOL. (let op de hoofdletters) Ik vooral. X keek met stijgende verbazing en een grijns op zijn gezicht toe.
Tot we voor de brug stonden te wachten.
X draaide zijn gezicht naar me toe en zei heel serieus; 'lief, jij kan écht niet zingen hè...' Alsof ik een klap in mijn gezicht kreeg...bijna dan. Want toen zei hij; 'maar ik vind het zó leuk, je moet er nooit mee stoppen'. Om er nog aan toe te voegen dat ik in ieder geval nooit moest denken dat ik wel mee kon doen aan Idols.
Toch lief, dat ie in die zin op me past.
Toen ik zei dat ik dan maar mee ging doen met So you think you can dance, had ie het helemaal niet meer. En dat deed dan toch wel een heel klein beetje zeer...
Aan mijn lachspieren.
Dat is hem
Daar ging ie. Ik wist dat hij nerveus was. Maar hij deed het toch. Hij ging staan en probeerde de mensen stil te krijgen. Hij zou ook wat zeggen tegen zijn zus en kersverse zwager. Dit was het moment waar hij best wel een beetje tegen op had gekeken. Want het was toch wel wat emotioneel en zijn vader had net zo'n verpletterende speech gegeven, daar kon hij voor zijn gevoel moeilijk tegenop.
Maar hij deed het toch. Zonder papiertje. Met een kleine barst in zijn stem en een blos op zijn wangen. Daar stond ie dan. Mijn man. In pak. Prachtig. Wat was ik trots. Ik glom ervan. Hij maakte ons aan het lachen eb vertederde door zijn hart te laten spreken.
Ik was in het nu. Er waren geen zorgen, geen gedachten aan toen. Er was alleen nu en hij daar, midden in zijn verhaal. En ik wist het gewoon. Dat is hem. Zo sterk en toch zo gevoelig, zo slim en toch zo onhandig, zo grappig en toch zo serieus. Een man uit duizenden. Met hem kan ik alle stormen de baas en alle zeeën over. Een rots in de branding. En ik was even zijn trots in de branding.
Maar hij deed het toch. Zonder papiertje. Met een kleine barst in zijn stem en een blos op zijn wangen. Daar stond ie dan. Mijn man. In pak. Prachtig. Wat was ik trots. Ik glom ervan. Hij maakte ons aan het lachen eb vertederde door zijn hart te laten spreken.
Ik was in het nu. Er waren geen zorgen, geen gedachten aan toen. Er was alleen nu en hij daar, midden in zijn verhaal. En ik wist het gewoon. Dat is hem. Zo sterk en toch zo gevoelig, zo slim en toch zo onhandig, zo grappig en toch zo serieus. Een man uit duizenden. Met hem kan ik alle stormen de baas en alle zeeën over. Een rots in de branding. En ik was even zijn trots in de branding.
Grote kleine broer
Mijn kleine broertje is allang niet meer klein. Hij torent ongeveer een hoofdlengte boven mij uit. En als ik voor hem sta, en jij achter hem, zie je me niet.
Hij is vennoot in het bedrijf van mijn ouders. Hij heeft een mooi huisje, helemaal zelf opgeknapt. Hij koopt een spliksplinternieuwe auto van zijn spaargeld. Hij is goed bezig. En dus niet meer mijn kleine broertje.
Hij voelt als een grote broer. Beer. Ik kan altijd op hem rekenen. Nooit is hij te beroerd om me te helpen of om me iets te geven of te lenen. Alles kan en mag. In zijn ogen ben ik het kleine zusje, dat het pad des levens iets minder stabiel en zeker bewandelt als hij.
Maar nu is hij op vakantie. Alleen. En ineens voelt hij toch gewoon weer een beetje als mijn kleine broertje. Alleen inpakken, alleen in dat grote vliegtuig. Alleen op dat eiland. Als dat maar goed gaat, als hij zich maar vermaakt, als hij zich maar niet alleen voelt. Allemaal zorgen om mijn o zo stoere, maar kleine broertje.
En over twee weken komt hij weer thuis. Met een bruinverbrande snoet en prachtige verhalen. Heeft hij weer een toptijd gehad. Nog mooier dan vorig jaar. En ben ik gewoon weer even het kleine zusje. Dat zich onnodig zorgen heeft gemaakt...waar hij dan weer een beetje voor kan zorgen.
Hij is vennoot in het bedrijf van mijn ouders. Hij heeft een mooi huisje, helemaal zelf opgeknapt. Hij koopt een spliksplinternieuwe auto van zijn spaargeld. Hij is goed bezig. En dus niet meer mijn kleine broertje.
Hij voelt als een grote broer. Beer. Ik kan altijd op hem rekenen. Nooit is hij te beroerd om me te helpen of om me iets te geven of te lenen. Alles kan en mag. In zijn ogen ben ik het kleine zusje, dat het pad des levens iets minder stabiel en zeker bewandelt als hij.
Maar nu is hij op vakantie. Alleen. En ineens voelt hij toch gewoon weer een beetje als mijn kleine broertje. Alleen inpakken, alleen in dat grote vliegtuig. Alleen op dat eiland. Als dat maar goed gaat, als hij zich maar vermaakt, als hij zich maar niet alleen voelt. Allemaal zorgen om mijn o zo stoere, maar kleine broertje.
En over twee weken komt hij weer thuis. Met een bruinverbrande snoet en prachtige verhalen. Heeft hij weer een toptijd gehad. Nog mooier dan vorig jaar. En ben ik gewoon weer even het kleine zusje. Dat zich onnodig zorgen heeft gemaakt...waar hij dan weer een beetje voor kan zorgen.
Trouwen
Ik was bij een bruiloft. Een gezellige, mooie bruiloft die precies paste bij het bruidspaar. En dat zet me dan aan het denken over mijn eigen bruiloft.
Ooit was het bijna zover. De jurk al gekocht, de datum al gepland. Maar ik ging er van tussen. De beste beslissing ooit, al liep ik natuurlijk een mooi feestje mis. En de aanbetaling voor de jurk, maar dat geheel terzijde (ps. nooit bij Queeny's kopen!!).
De trouwlustigheid zat er in ieder geval al jong in. Eerst trouwen, dan kinderen krijgen. Net zoals papa en mama. Lekker ouderwets. En dat idee is overeind gebleven totdat ik vrijdag dus bij die bruiloft was. En niet door de bruiloft, nee, eerder door alle schade en schande die ik inmiddels heb opgelopen in mijn leventje. Opeens, toen het bruidspaar daar zo zat voor de ambtenaar van de burgerlijke stand, viel het me in. Doodeng, trouwen! Je zegt dat je je hele leven met iemand wilt delen, maar hoe kun je dat nou weten?!
Ik dacht immers al eerder dat ik het wist. En toen zat ik er ook nogal dik naast. En hoe weet ik of ik over veertig jaar nog van X houd? Het heeft er wel alle schijn van, maar je weet het natuurlijk nooit...
Op de terugweg naar huis had ik bijna drie uren de tijd om alles eens te laten bezinken en realiseerde ik me, in de lijn van een column van Jeffrey Wijnberg de psycholoog, dat we een ander beeld van de liefde zouden moeten krijgen. Omdat we met zijn allen hebben bedacht dat je op zoek moet naar de liefde voor altijd, zijn we altijd bezig met vragen als 'is dit het nou?', 'ben ik over tig jaren nog gelukkig met hem?' enzovoort. Er ligt zoveel gewicht op de toekomst. Terwijl, als we meer in het nu zouden leven, dat een stuk gemakkelijker zou zijn. En als we het minder erg zouden vinden dat relaties soms maar een beperkte houdbaarheidsdatum hebben, werd het helemaal een makkie. Maar zo zijn we niet. We denken na over de toekomst en dus zijn we bang. Want angst vloeit alleen maar voort uit toekomstige dingen. De kleur die we aan dingen van nu geven met het oog op later.
Het klinkt allemaal mooi. Maar ja, zo zijn we nog niet ingesteld, en ik ook niet. Dus ik denk na. Over nu, over de toekomst. En al lijkt trouwen me ook best een beetje eng...ik zou het zoo leuk doen in een trouwjurk!!! Dat moet er toch maar eens van komen.
(Ook omdat ik het gewoon prachtig vind om de liefde te vieren natuurlijk.)
Ooit was het bijna zover. De jurk al gekocht, de datum al gepland. Maar ik ging er van tussen. De beste beslissing ooit, al liep ik natuurlijk een mooi feestje mis. En de aanbetaling voor de jurk, maar dat geheel terzijde (ps. nooit bij Queeny's kopen!!).
De trouwlustigheid zat er in ieder geval al jong in. Eerst trouwen, dan kinderen krijgen. Net zoals papa en mama. Lekker ouderwets. En dat idee is overeind gebleven totdat ik vrijdag dus bij die bruiloft was. En niet door de bruiloft, nee, eerder door alle schade en schande die ik inmiddels heb opgelopen in mijn leventje. Opeens, toen het bruidspaar daar zo zat voor de ambtenaar van de burgerlijke stand, viel het me in. Doodeng, trouwen! Je zegt dat je je hele leven met iemand wilt delen, maar hoe kun je dat nou weten?!
Ik dacht immers al eerder dat ik het wist. En toen zat ik er ook nogal dik naast. En hoe weet ik of ik over veertig jaar nog van X houd? Het heeft er wel alle schijn van, maar je weet het natuurlijk nooit...
Op de terugweg naar huis had ik bijna drie uren de tijd om alles eens te laten bezinken en realiseerde ik me, in de lijn van een column van Jeffrey Wijnberg de psycholoog, dat we een ander beeld van de liefde zouden moeten krijgen. Omdat we met zijn allen hebben bedacht dat je op zoek moet naar de liefde voor altijd, zijn we altijd bezig met vragen als 'is dit het nou?', 'ben ik over tig jaren nog gelukkig met hem?' enzovoort. Er ligt zoveel gewicht op de toekomst. Terwijl, als we meer in het nu zouden leven, dat een stuk gemakkelijker zou zijn. En als we het minder erg zouden vinden dat relaties soms maar een beperkte houdbaarheidsdatum hebben, werd het helemaal een makkie. Maar zo zijn we niet. We denken na over de toekomst en dus zijn we bang. Want angst vloeit alleen maar voort uit toekomstige dingen. De kleur die we aan dingen van nu geven met het oog op later.
Het klinkt allemaal mooi. Maar ja, zo zijn we nog niet ingesteld, en ik ook niet. Dus ik denk na. Over nu, over de toekomst. En al lijkt trouwen me ook best een beetje eng...ik zou het zoo leuk doen in een trouwjurk!!! Dat moet er toch maar eens van komen.
(Ook omdat ik het gewoon prachtig vind om de liefde te vieren natuurlijk.)
donderdag 16 juli 2009
Van P pour sa femme!
Hij overvalt je in de dag
Met waanbeelden van verliefdheid
Van onzekere verheffing bovenal
Met een dreun die je niet verdient
Hij bevangt je in de nacht
Als je kortsluit in je verdriet
Vervreemd van wat je weet
Met een hart dat nog steeds bloedt
Hij zal er altijd zijn
Ook als je straalt in al je trots
Als het allemaal lijkt te lukken
Met je rots in de branding
Laat hem dat stuk van je hart maar nemen
Jouw hart is groot genoeg
Begeleid hem naar zijn plek en vind
Door alle verdriet ook alle rust
Tijd haalt je in
Tijd is er altijd
Tijd heelt alle wonden
Het is de hoogste tijd voor hij die niet genoemd mag worden.
Met waanbeelden van verliefdheid
Van onzekere verheffing bovenal
Met een dreun die je niet verdient
Hij bevangt je in de nacht
Als je kortsluit in je verdriet
Vervreemd van wat je weet
Met een hart dat nog steeds bloedt
Hij zal er altijd zijn
Ook als je straalt in al je trots
Als het allemaal lijkt te lukken
Met je rots in de branding
Laat hem dat stuk van je hart maar nemen
Jouw hart is groot genoeg
Begeleid hem naar zijn plek en vind
Door alle verdriet ook alle rust
Tijd haalt je in
Tijd is er altijd
Tijd heelt alle wonden
Het is de hoogste tijd voor hij die niet genoemd mag worden.
maandag 13 juli 2009
Gaten in zijn hoofd
Hij heeft gaten in zijn hoofd. Zo voelt het, zegt ie vertwijfeld. En zo ziet het er ook uit op de hersenfoto's die zijn gemaakt. Zwarte vlekken tussen het wit. Zijn geheugen doet het nog maar voor 25%. De rest is hij kwijt.
Dus hij vergeet dat hij niet meer auto mag rijden. Hij wil zelfs een nieuwe auto kopen. En hij vergeet dat hij ziek is. Hij is niet ziek. Ze hebben het mis. Met hem is niks aan de hand. Helemaal niks.
Mijn pake heeft Alzheimer. De diagnose is nog niet zo lang geleden gesteld.
En we wisten wel dat er iets aan de hand was. Maar dat het al zo erg was hadden we niet in de gaten. Hij werd steeds zachtmoediger, liever, bijna vrolijk. En dat was nieuw. Zo kenden we pake niet. Meestal was hij wat norsig en serieus. En bazig. O wat was hij bazig. Hij en beppe hadden onderling zonder woorden een rolverdeling afgesproken en die hadden ze de 55 jaren van hun huwelijk zorgvuldig ingevuld. Beppe als volgzame, rustige, lieve vrouw. Pake als de leider, de baas. En dat beviel ze kennelijk allebei wel, terwijl wij zoiets hadden van, mwah.
En nu is alles anders. Pake lacht, pake bloost. Pake is aardig, knijpt niet meer in je hand als je hem schudt. Pake is de leukste versie van zichzelf. Als wij er zijn. Als we er niet zijn is hij boos en in de war. Snapt hij niet wat er aan de hand is. Hij twijfelt voor het eerst in zijn leven aan zichzelf. En beppe moet opeens aan de rem trekken. Dingen regelen, hem bijsturen. En beppe wil dat helemaal niet. Is er helemaal niet klaar voor om de rollen om te draaien. Alles wat hij, of beter gezegd zijn ziekte zegt, neemt ze serieus. Dus ze is bang en gestresst. En hij is bang en in de war.
Gaten in zijn hoofd. Gaten in zijn karakter. Pake is pake niet meer. Maar wel lief. En samen letten we een beetje op ze. Proberen we nog veel leuke dingen te doen. Want straks kan dat niet meer. Dan weet hij niet meer wie we zijn, wat we doen, hoe we heten. Zoals pake nu is, zo is hij echt, houd ik me maar voor. Dan heb ik straks, als ie echt weg is, nog een paar mooie herinneringen aan hem.
Dus hij vergeet dat hij niet meer auto mag rijden. Hij wil zelfs een nieuwe auto kopen. En hij vergeet dat hij ziek is. Hij is niet ziek. Ze hebben het mis. Met hem is niks aan de hand. Helemaal niks.
Mijn pake heeft Alzheimer. De diagnose is nog niet zo lang geleden gesteld.
En we wisten wel dat er iets aan de hand was. Maar dat het al zo erg was hadden we niet in de gaten. Hij werd steeds zachtmoediger, liever, bijna vrolijk. En dat was nieuw. Zo kenden we pake niet. Meestal was hij wat norsig en serieus. En bazig. O wat was hij bazig. Hij en beppe hadden onderling zonder woorden een rolverdeling afgesproken en die hadden ze de 55 jaren van hun huwelijk zorgvuldig ingevuld. Beppe als volgzame, rustige, lieve vrouw. Pake als de leider, de baas. En dat beviel ze kennelijk allebei wel, terwijl wij zoiets hadden van, mwah.
En nu is alles anders. Pake lacht, pake bloost. Pake is aardig, knijpt niet meer in je hand als je hem schudt. Pake is de leukste versie van zichzelf. Als wij er zijn. Als we er niet zijn is hij boos en in de war. Snapt hij niet wat er aan de hand is. Hij twijfelt voor het eerst in zijn leven aan zichzelf. En beppe moet opeens aan de rem trekken. Dingen regelen, hem bijsturen. En beppe wil dat helemaal niet. Is er helemaal niet klaar voor om de rollen om te draaien. Alles wat hij, of beter gezegd zijn ziekte zegt, neemt ze serieus. Dus ze is bang en gestresst. En hij is bang en in de war.
Gaten in zijn hoofd. Gaten in zijn karakter. Pake is pake niet meer. Maar wel lief. En samen letten we een beetje op ze. Proberen we nog veel leuke dingen te doen. Want straks kan dat niet meer. Dan weet hij niet meer wie we zijn, wat we doen, hoe we heten. Zoals pake nu is, zo is hij echt, houd ik me maar voor. Dan heb ik straks, als ie echt weg is, nog een paar mooie herinneringen aan hem.
Liefdesjunk
Liefde is ingewikkeld. Dat zal ook wel de reden zijn dat we er nooit over uitgeschreven raken. In liedjes, gedichten, boeken. En nu dus ook in mijn blog. Ook vandaag weer gedachten over de liefde die ik graag aan het beeldscherm wil toevertrouwen. Om mijn gedachten te ordenen, en misschien om het eindelijk eens te snappen. Of is dat überhaupt onmogelijk, de liefde begrijpen?
Vriendinnetje, type leuk, heeft een eind gebreid aan haar relatie. Heel slim, als je het mij vraagt. Als je het haar een paar dagen geleden vroeg ook. Nu weet ze het niet meer. Ze mist hem zo, en hij is zo leuk. Of voelt ze zich gewoon alleen???
Lijkt een beetje op mijn verhaal. En dus zette het me [weer eens] aan het denken.
Wanneer weet je nou of je van iemand houdt om wíe hij is? Is het niet gewoon heel vaak zo dat we van iemand houden om wát hij is? De teddybeer, de veilige haven, gezelschap, de man die me het gevoel geeft dat ik mooi ben. Is het niet gewoon heel erg vaak zo dat we iemand geweldig vinden omdat hij ons geweldig vindt en ons daarmee naar een hoger level brengt? In de wolken zeg maar. En ja, met al die wolken in en om je hoofd zie je dan niet meer goed of hij eigenlijk wel zo leuk is.
Ik denk dat ik een duidelijk gevalletje was van -verliefd op de liefde-. De ex vond me geweldig en ik wist niet wat me overkwam. Van lelijk eentje opeens in de spotlights van een knappe man. Prachtig! Heerlijk! Ik kon de hele wereld aan. Ik was verliefd. Maar nu denk ik verliefd te zijn geweest op het gevoel dat hij me gaf. Op zijn aanbidding. En die mis ik dus ook wel eens. Maar verliefd op hem? Dat is de vraag. Ik keek niet tegen hem op, vond het geen geweldige vent. Hij was niet lief, niet zorgzaam, niet gezellig, niet geïnteresseerd. En dat wist ik allemaal al lang. En toch bleef ik. Voor altijd op zoek naar de roes van die verliefdheid. Het gevoel van het begin. Een eeuwige poging om high te worden van zijn aanbidding. En toen die aanbidding normalere vormen aannam, werd mijn hunkering naar een 'shotje' steeds sterker. De momenten dat ik ze kreeg steeds zeldzamer.
En ja, je weet wat ze zeggen, eens verslaafd, altijd verslaafd. En nu ben ik dus nog altijd op zoek naar een shotje aanbidding. Waar en hoe dan ook.
Voordeel is dat ik nu wel heb ontdekt hoe het is om echt verliefd op iemand te zijn, van iemand te houden om de persoon die hij is. Niet om de liefde die hij mij geeft. Heerlijk! En verwarrend. Want af en toe móet ik gewoon een shotje. Een shotje van toen, een shotje van nu. Waarom?
[ja, het eindigt toch weer met een vraag, en dus begrijp ik de liefde nog niet helemaal...wordt vervolgd dus]
Vriendinnetje, type leuk, heeft een eind gebreid aan haar relatie. Heel slim, als je het mij vraagt. Als je het haar een paar dagen geleden vroeg ook. Nu weet ze het niet meer. Ze mist hem zo, en hij is zo leuk. Of voelt ze zich gewoon alleen???
Lijkt een beetje op mijn verhaal. En dus zette het me [weer eens] aan het denken.
Wanneer weet je nou of je van iemand houdt om wíe hij is? Is het niet gewoon heel vaak zo dat we van iemand houden om wát hij is? De teddybeer, de veilige haven, gezelschap, de man die me het gevoel geeft dat ik mooi ben. Is het niet gewoon heel erg vaak zo dat we iemand geweldig vinden omdat hij ons geweldig vindt en ons daarmee naar een hoger level brengt? In de wolken zeg maar. En ja, met al die wolken in en om je hoofd zie je dan niet meer goed of hij eigenlijk wel zo leuk is.
Ik denk dat ik een duidelijk gevalletje was van -verliefd op de liefde-. De ex vond me geweldig en ik wist niet wat me overkwam. Van lelijk eentje opeens in de spotlights van een knappe man. Prachtig! Heerlijk! Ik kon de hele wereld aan. Ik was verliefd. Maar nu denk ik verliefd te zijn geweest op het gevoel dat hij me gaf. Op zijn aanbidding. En die mis ik dus ook wel eens. Maar verliefd op hem? Dat is de vraag. Ik keek niet tegen hem op, vond het geen geweldige vent. Hij was niet lief, niet zorgzaam, niet gezellig, niet geïnteresseerd. En dat wist ik allemaal al lang. En toch bleef ik. Voor altijd op zoek naar de roes van die verliefdheid. Het gevoel van het begin. Een eeuwige poging om high te worden van zijn aanbidding. En toen die aanbidding normalere vormen aannam, werd mijn hunkering naar een 'shotje' steeds sterker. De momenten dat ik ze kreeg steeds zeldzamer.
En ja, je weet wat ze zeggen, eens verslaafd, altijd verslaafd. En nu ben ik dus nog altijd op zoek naar een shotje aanbidding. Waar en hoe dan ook.
Voordeel is dat ik nu wel heb ontdekt hoe het is om echt verliefd op iemand te zijn, van iemand te houden om de persoon die hij is. Niet om de liefde die hij mij geeft. Heerlijk! En verwarrend. Want af en toe móet ik gewoon een shotje. Een shotje van toen, een shotje van nu. Waarom?
[ja, het eindigt toch weer met een vraag, en dus begrijp ik de liefde nog niet helemaal...wordt vervolgd dus]
vrijdag 10 juli 2009
Ik ben blont, ik ben blont, ik ben B-L-O-N-T!
Een van mijn grote, kleine pleziertjes in het leven is mensen een tikkeltje voor de gek houden. En dat kan in mindere of meerdere mate zijn. Maakt niet uit, zodra mensen even door mij op het verkeerde been worden gezet, ben ik in mijn element.
En mensen zijn nogal makkelijk op het verkeerde been te zetten, heb ik gemerkt. Je hoeft alleen maar een bosje blond haar op je hoofd te hebben en een beetje vrolijk in het leven te staan en mensen denken meteen dat je niet ook nog gezegend kunt zijn met een goed stel hersens. En dus zien ze me aan voor secretaresse en als ik geluk heb intercedente. Ook stewardess wordt nog wel eens gedacht. Skitterend vind ik de verwarde blik in hun ogen als ik vertel wat ik werkelijk doe.
Het aantal keren dat mensen dachten dat ik het ter plekke verzon is niet meer op één hand te tellen. Wat daarbij vooral opvalt is dat mijn vriendin, een prachtexemplaar met rood haar, altijd wel geloofd wordt. Maar dat geheel terzijde.
Een terugkerend fenomeen is het moment waarop ik mensen kan schrijven dat een bepaalde aktie veroorzaakt wordt door de haarkleur. "Blont hè" schrijf ik dan. En elke keer reageren mensen alsof ik niet weet dat 'blont' natuurlijk eigenlijk 'blond' moet zijn. Heerlijk! Ze weten allemaal dat ik dag in dag uit met taal bezig ben en toch vragen ze zich allemaal een heel klein momentje af of ik het nou wel of niet met opzet doe.
Er zijn ook gewoon mensen met hersens die er niet uitzien alsof ze hersens hebben. Onthoud dat. Maar wat belangrijker is. Onthoud ook dat heel veel mensen er vele malen slimmer uit zien dan ze zijn. In hun geval geen positieve verassing, maar een tegenvaller. En zelfs mensen mét hersens hebben wel eens iets te lang tijd nodig om daar doorheen te prikken, maar dat is een heel ander verhaal.
En jahaa, ik weet heus wel dat het eigenlijk 'hersenen' moet zijn en niet 'hersens'. Ik noem het 'dichterlijke vrijheid'.
En mensen zijn nogal makkelijk op het verkeerde been te zetten, heb ik gemerkt. Je hoeft alleen maar een bosje blond haar op je hoofd te hebben en een beetje vrolijk in het leven te staan en mensen denken meteen dat je niet ook nog gezegend kunt zijn met een goed stel hersens. En dus zien ze me aan voor secretaresse en als ik geluk heb intercedente. Ook stewardess wordt nog wel eens gedacht. Skitterend vind ik de verwarde blik in hun ogen als ik vertel wat ik werkelijk doe.
Het aantal keren dat mensen dachten dat ik het ter plekke verzon is niet meer op één hand te tellen. Wat daarbij vooral opvalt is dat mijn vriendin, een prachtexemplaar met rood haar, altijd wel geloofd wordt. Maar dat geheel terzijde.
Een terugkerend fenomeen is het moment waarop ik mensen kan schrijven dat een bepaalde aktie veroorzaakt wordt door de haarkleur. "Blont hè" schrijf ik dan. En elke keer reageren mensen alsof ik niet weet dat 'blont' natuurlijk eigenlijk 'blond' moet zijn. Heerlijk! Ze weten allemaal dat ik dag in dag uit met taal bezig ben en toch vragen ze zich allemaal een heel klein momentje af of ik het nou wel of niet met opzet doe.
Er zijn ook gewoon mensen met hersens die er niet uitzien alsof ze hersens hebben. Onthoud dat. Maar wat belangrijker is. Onthoud ook dat heel veel mensen er vele malen slimmer uit zien dan ze zijn. In hun geval geen positieve verassing, maar een tegenvaller. En zelfs mensen mét hersens hebben wel eens iets te lang tijd nodig om daar doorheen te prikken, maar dat is een heel ander verhaal.
En jahaa, ik weet heus wel dat het eigenlijk 'hersenen' moet zijn en niet 'hersens'. Ik noem het 'dichterlijke vrijheid'.
donderdag 9 juli 2009
Zo waar! Texas - In demand
When we were together I was blown away
Just like paper from a fan
But you would act like I was just a kid
Like we were never gonna last
Now I've got someone who cares for me
He wrote my name in silver sands
I think you know you've lost the love of your life
(and you said) I was the best you've ever had
Because I'm in demand
Youre thinking of the way you shoulda held my hand
And all the times you said you didn't understand
You never had our love written in your plans
But now I'm in demand
Don't ever think you saw the best in me
Theres a side you'll never know
Cause love and loving are too different things
Set your sites far too low
Now I've got someone who cares for me
He wrote my name in silver sands
I think you know you've lost the love of your life
(and you said) I was the best you've ever had
Because I'm in demand
Youre thinking of the way you shoulda held my hand
And all the times you said you didnt understand
You never had our love written in your plans
But now I'm in demand
Its only when I fall asleep
I see that winning smile
When my dreams just move along
You've lost the race by miles
You know Im in demand
You see Im in demand
You need me in demand
You want me in demand
Just like paper from a fan
But you would act like I was just a kid
Like we were never gonna last
Now I've got someone who cares for me
He wrote my name in silver sands
I think you know you've lost the love of your life
(and you said) I was the best you've ever had
Because I'm in demand
Youre thinking of the way you shoulda held my hand
And all the times you said you didn't understand
You never had our love written in your plans
But now I'm in demand
Don't ever think you saw the best in me
Theres a side you'll never know
Cause love and loving are too different things
Set your sites far too low
Now I've got someone who cares for me
He wrote my name in silver sands
I think you know you've lost the love of your life
(and you said) I was the best you've ever had
Because I'm in demand
Youre thinking of the way you shoulda held my hand
And all the times you said you didnt understand
You never had our love written in your plans
But now I'm in demand
Its only when I fall asleep
I see that winning smile
When my dreams just move along
You've lost the race by miles
You know Im in demand
You see Im in demand
You need me in demand
You want me in demand
De vierkanten wereld
De wereld is rond. Natuurlijk, dat weten we sinds Copernicus (hij was het toch, of waren de geschiedenislessen echt volslagen nutteloos voor mij?). Maar er bestaat ook een vierkanten wereld. De wereld waar ik iedere dag in zit.
Achter mijn bureau, op het werk of thuis.
Het is een wereld van letters, woorden en zinnen. Een wereld die je zo mooi, spetterend, indrukwekkend of spannend kunt maken als je wilt. Slechts een paar toetsen verwijderd van een nieuw bestaan. Met een druk op de knop verander je alles. Wis je alles. Maak je alles schuin, of dikgedrukt.
Mijn wereld is op het werk wit, vol met zwarte lettertjes die tezamen een lopend verhaal vormen. Hard, kil, strak en logisch, zonder enige franje. Thuis is het een wereld waar altijd muziek op de achtergrond speelt. Een wereld met kleurtjes, mijn beste foto's en alleen opgewekte, lieve en belangstellende berichtjes. De wereld, zoals ik wil dat mensen hem om me heen zien. In die wereld gaat het altijd goed met me, beleef ik leuke dingen, ontmoet ik interessante mensen, verveel ik me nooit. In die wereld heb ik alleen maar leuke vrienden. In die wereld ben ik altijd grappig, mooi, gezellig, lief, vrolijk, oogverblindend en spannend.
In die wereld ben ik een vrouw van de echte, ronde wereld.
De vierkante wereld is de mooie kant van de ronde wereld. De gepimpte versie van mijn echte bestaan.
En ik weet dat het zo is. En zo is dat bij anderen natuurlijk ook. Maar wanneer ik me in de vierkanten wereld terugtrek, vergeet ik dat laatste iets te vaak. Ga ik ineens het leven dat anderen me daar voorspiegelen vergelijken met mijn werkelijke bestaan in de ronde wereld. En voel ik me suf, grijs, oud, lelijk, saai, ongezellig. Gewoon alles wat ik eigenlijk niet ben. Ik laat me intimideren door de vierkanten wereld die anderen hebben gecreëerd.
Het is eigenlijk het verhaal van het groenere gras van de buren. Het wordt tijd dat ik eens écht over de schutting ga kijken en me realiseer dat onze grasmat er op deze ronde wereld toch eigenlijk schitterend bij ligt!
Achter mijn bureau, op het werk of thuis.
Het is een wereld van letters, woorden en zinnen. Een wereld die je zo mooi, spetterend, indrukwekkend of spannend kunt maken als je wilt. Slechts een paar toetsen verwijderd van een nieuw bestaan. Met een druk op de knop verander je alles. Wis je alles. Maak je alles schuin, of dikgedrukt.
Mijn wereld is op het werk wit, vol met zwarte lettertjes die tezamen een lopend verhaal vormen. Hard, kil, strak en logisch, zonder enige franje. Thuis is het een wereld waar altijd muziek op de achtergrond speelt. Een wereld met kleurtjes, mijn beste foto's en alleen opgewekte, lieve en belangstellende berichtjes. De wereld, zoals ik wil dat mensen hem om me heen zien. In die wereld gaat het altijd goed met me, beleef ik leuke dingen, ontmoet ik interessante mensen, verveel ik me nooit. In die wereld heb ik alleen maar leuke vrienden. In die wereld ben ik altijd grappig, mooi, gezellig, lief, vrolijk, oogverblindend en spannend.
In die wereld ben ik een vrouw van de echte, ronde wereld.
De vierkante wereld is de mooie kant van de ronde wereld. De gepimpte versie van mijn echte bestaan.
En ik weet dat het zo is. En zo is dat bij anderen natuurlijk ook. Maar wanneer ik me in de vierkanten wereld terugtrek, vergeet ik dat laatste iets te vaak. Ga ik ineens het leven dat anderen me daar voorspiegelen vergelijken met mijn werkelijke bestaan in de ronde wereld. En voel ik me suf, grijs, oud, lelijk, saai, ongezellig. Gewoon alles wat ik eigenlijk niet ben. Ik laat me intimideren door de vierkanten wereld die anderen hebben gecreëerd.
Het is eigenlijk het verhaal van het groenere gras van de buren. Het wordt tijd dat ik eens écht over de schutting ga kijken en me realiseer dat onze grasmat er op deze ronde wereld toch eigenlijk schitterend bij ligt!
woensdag 8 juli 2009
De club van niet zo slimme meiden
Er is weer een nieuw lid bij de-club-van-niet-zo-slimme-meiden.
Ze is mooi, lief en slim. En ze heeft haar leven ontzettend goed op de rit. Leuk appartement, goede baan, pittig autootje, lieve ouders en broers, leuke vriendinnen. Kortom, een aanwinst voor de club.
Helaas mankeert er ook wat aan, anders kun je natuurlijk niet lid worden van de-club-van-niet-zo-slimme-meiden.
Ikzelf ben al jaren lid. Sinds het moment dat ik het met de ex aanlegde terwijl ik wist over zijn vreemde verleden en zijn escapades gedurende ons prille begin. Daarna ben ik ervaringsdeskundige geworden in het zijn van een 'niet slimme meid'. Hoeveel bagger laat je over je heen komen voordat je zegt: "het is genoeg"?
Nou, héél véél bagger. Ontzettend veel bagger. Zoveel bagger dat als het letterlijk zou zijn gebeurd, de bult bagger hoger zou zijn dan het puntje van de Eiffeltoren.
En je hoeft niet te denken dat de club van niet zo slimme meiden om leden verlegen zit. In tegendeel. We worden overspoeld met aanmeldingen van meiden die doorgaans als slim, mooi en fruitig kunnen worden bestempeld, maar die zich zó níet slim gedragen.
De een is medicus en valt op ontrouwe barmannen. De ander is zo fruitig als de pest en gaat samenwonen met haar tegenpool. En weer een ander komt nooit van de man af waarmee ze nergens zal komen.
En nu dus het nieuwe lid. Ze stortte zich in een relatie met een man die veel vrouwen aanspreekt. Een hottie. Maar een hottie met wat problemen. En ze dacht; die problemen lost hij wel op. Zelfs toen hij vond dat het geen problemen waren, bleef ze geloven dat hij er wel wat aan zou doen. Niet dus.
Kansloze situaties en relaties. En toch blijven we hangen. Tot in den treure [helaas heb ik moeten constateren dat de meeste leden iets sneller van begrip zijn geweest dan ik, maar dat geheel terzijde]. En daarom zijn we dus lid van de club.
Wat is het toch, dat wij, met al onze kracht en oogverblindendheid op alle fronten, niet kunnen stoppen met kerels die ons lichtje langzaam doven? Kerels die de twinkeling uit de ogen halen? Waarom gaan we na de eerste krenking, belediging, kleinering, bedreiging, of zelfs klap, niet gewoon weg???
Omdat we mooie mensen zijn met een goed hart. Omdat we hem dus niet in de steek willen laten. Omdat we hem proberen te begrijpen. Omdat we hopen op verbetering. Omdat we er voor willen gaan. Omdat we vasthouden aan de mooie herinneringen, het leuke begin. Omdat we bang zijn weer alleen te zijn en zelfs over te blijven. Omdat we vrezen dat we het alleen niet redden. En, het is onvoorstelbaar, ook omdat we op één of andere [achterlijke, ja het is gewoon achterlijk] manier denken dat we niet beter verdienen. En dus zijn we absoluut waardige leden van de-club-van-niet-zo-slimme-meiden.
Het lidmaatschap heeft gelukkig een groot voordeel. Je blijft lid. Ook als je wel het heft in eigen handen neemt en je [eindelijk!] gaat gedragen als een slimme meid, die weet wat ze wil en haar eigen geluk creëert. [En gelukkig geldt dat voor alle leden, zelfs voor onze mooie nieuwe aanwinst.] You go girl!
Ze is mooi, lief en slim. En ze heeft haar leven ontzettend goed op de rit. Leuk appartement, goede baan, pittig autootje, lieve ouders en broers, leuke vriendinnen. Kortom, een aanwinst voor de club.
Helaas mankeert er ook wat aan, anders kun je natuurlijk niet lid worden van de-club-van-niet-zo-slimme-meiden.
Ikzelf ben al jaren lid. Sinds het moment dat ik het met de ex aanlegde terwijl ik wist over zijn vreemde verleden en zijn escapades gedurende ons prille begin. Daarna ben ik ervaringsdeskundige geworden in het zijn van een 'niet slimme meid'. Hoeveel bagger laat je over je heen komen voordat je zegt: "het is genoeg"?
Nou, héél véél bagger. Ontzettend veel bagger. Zoveel bagger dat als het letterlijk zou zijn gebeurd, de bult bagger hoger zou zijn dan het puntje van de Eiffeltoren.
En je hoeft niet te denken dat de club van niet zo slimme meiden om leden verlegen zit. In tegendeel. We worden overspoeld met aanmeldingen van meiden die doorgaans als slim, mooi en fruitig kunnen worden bestempeld, maar die zich zó níet slim gedragen.
De een is medicus en valt op ontrouwe barmannen. De ander is zo fruitig als de pest en gaat samenwonen met haar tegenpool. En weer een ander komt nooit van de man af waarmee ze nergens zal komen.
En nu dus het nieuwe lid. Ze stortte zich in een relatie met een man die veel vrouwen aanspreekt. Een hottie. Maar een hottie met wat problemen. En ze dacht; die problemen lost hij wel op. Zelfs toen hij vond dat het geen problemen waren, bleef ze geloven dat hij er wel wat aan zou doen. Niet dus.
Kansloze situaties en relaties. En toch blijven we hangen. Tot in den treure [helaas heb ik moeten constateren dat de meeste leden iets sneller van begrip zijn geweest dan ik, maar dat geheel terzijde]. En daarom zijn we dus lid van de club.
Wat is het toch, dat wij, met al onze kracht en oogverblindendheid op alle fronten, niet kunnen stoppen met kerels die ons lichtje langzaam doven? Kerels die de twinkeling uit de ogen halen? Waarom gaan we na de eerste krenking, belediging, kleinering, bedreiging, of zelfs klap, niet gewoon weg???
Omdat we mooie mensen zijn met een goed hart. Omdat we hem dus niet in de steek willen laten. Omdat we hem proberen te begrijpen. Omdat we hopen op verbetering. Omdat we er voor willen gaan. Omdat we vasthouden aan de mooie herinneringen, het leuke begin. Omdat we bang zijn weer alleen te zijn en zelfs over te blijven. Omdat we vrezen dat we het alleen niet redden. En, het is onvoorstelbaar, ook omdat we op één of andere [achterlijke, ja het is gewoon achterlijk] manier denken dat we niet beter verdienen. En dus zijn we absoluut waardige leden van de-club-van-niet-zo-slimme-meiden.
Het lidmaatschap heeft gelukkig een groot voordeel. Je blijft lid. Ook als je wel het heft in eigen handen neemt en je [eindelijk!] gaat gedragen als een slimme meid, die weet wat ze wil en haar eigen geluk creëert. [En gelukkig geldt dat voor alle leden, zelfs voor onze mooie nieuwe aanwinst.] You go girl!
Mijn Grote Liefde
Ik las ergens dat een BN-ster met haar grote liefde was getrouwd. En opeens viel het kwartje. "Mijn Grote Liefde" is toch eigenlijk de prachtigste manier om je liefde voor een ander te omschrijven.
Het omvat alles. Niet alleen een enorme verliefdheid, maar diepe liefde, herkenning, jezelf kunnen zijn, het beste uit jezelf halen. Maar ook vrijheid, rust, geborgenheid en veiligheid. Als je je grote liefde vindt, ben je binnen.
En zonder enige twijfel realiseerde ik me dat ik mijn grote liefde heb gevonden.
In X.
En ik voelde mijn hart gloeien. Merkte dat mijn ogen weer begonnen te twinkelen. Mijn vertrouwen in de toekomst ging door het dak.
Ik heb gewoon Mijn Grote Liefde gevonden!!!
Natuurlijk wist ik al wel dat ik het ontzettend had getroffen met X. Hij is grappig, slim, charmant, lief, zorgzaam, gezellig, vergevingsgezind, vol inlevingsvermogen, enorm sociaal, een tikkeltje spannend, soms mysterieus, een doorzetter en gewoon een heerlijke man! En nu is hij ook nog eens Mijn Grote Liefde.
Een tijdje was ik bang dat ik de grote liefde al beleefd had. Maar dat was geen grote liefde, weet ik nu. Dat was dodelijke liefde. Het soort liefde waar je aan kapot gaat, alleen maar omdat je hersenen niet de juiste signalen aan je doorgeven doordat je hart je gehele zenuwstelsel lam legt. En al achtervolgt de dodelijke liefde me nog in mijn hoofd. De Grote Liefde zit nu voor altijd in mijn hart. En gelukkig ook in mijn leven. Deze laat ik niet meer lopen.
Vanavond ga ik hem maar eens vertellen dat hij Mijn Grote Liefde is. Ik weet zeker dat hij - zoals vaker - eerst even zal fronsen en daarna zijn allerleukste lachende oogjes zal tonen. Hopelijk bromt hij er even zacht bij, zoals alleen hij dat kan. En slaat hij dan zijn warme, veilige armen om me heen. Mijn Grote Liefde.
Het omvat alles. Niet alleen een enorme verliefdheid, maar diepe liefde, herkenning, jezelf kunnen zijn, het beste uit jezelf halen. Maar ook vrijheid, rust, geborgenheid en veiligheid. Als je je grote liefde vindt, ben je binnen.
En zonder enige twijfel realiseerde ik me dat ik mijn grote liefde heb gevonden.
In X.
En ik voelde mijn hart gloeien. Merkte dat mijn ogen weer begonnen te twinkelen. Mijn vertrouwen in de toekomst ging door het dak.
Ik heb gewoon Mijn Grote Liefde gevonden!!!
Natuurlijk wist ik al wel dat ik het ontzettend had getroffen met X. Hij is grappig, slim, charmant, lief, zorgzaam, gezellig, vergevingsgezind, vol inlevingsvermogen, enorm sociaal, een tikkeltje spannend, soms mysterieus, een doorzetter en gewoon een heerlijke man! En nu is hij ook nog eens Mijn Grote Liefde.
Een tijdje was ik bang dat ik de grote liefde al beleefd had. Maar dat was geen grote liefde, weet ik nu. Dat was dodelijke liefde. Het soort liefde waar je aan kapot gaat, alleen maar omdat je hersenen niet de juiste signalen aan je doorgeven doordat je hart je gehele zenuwstelsel lam legt. En al achtervolgt de dodelijke liefde me nog in mijn hoofd. De Grote Liefde zit nu voor altijd in mijn hart. En gelukkig ook in mijn leven. Deze laat ik niet meer lopen.
Vanavond ga ik hem maar eens vertellen dat hij Mijn Grote Liefde is. Ik weet zeker dat hij - zoals vaker - eerst even zal fronsen en daarna zijn allerleukste lachende oogjes zal tonen. Hopelijk bromt hij er even zacht bij, zoals alleen hij dat kan. En slaat hij dan zijn warme, veilige armen om me heen. Mijn Grote Liefde.
Motorisch debiel
Ik veeg het zweet van mijn voorhoofd, tuur naar de volgende bal die gaat komen. Mijn hele lijf is er klaar voor om hem perfect terug te slaan. In opperste staat van paraatheid. Althans, dat denk ik. Want zodra de bal mijn racket raakt gebeuren er gekke dingen. De bal vliegt alle kanten op, behalve de goede.
Kennelijk was vooral mijn hele breín klaar om de bal met een bloedgang in een lastig hoekje te poeieren... Mijn lichaam denkt er helaas weer eens anders over. Gaat gewoon zijn eigen gang. Zoals wel vaker.
Dus ik slik de teleurstelling weg en maak me klaar voor de volgende bal. Die gaat raak én in. Hoppa! Zo nu en dan gaat het best goed en sla ik mooie balletjes... Opslaan lukt me ook wel. Maar dat is niet talent, geen techniek. Nee, gewoon geluk. En een beetje oefening.
"Motorisch debiel" was ooit het stempel dat ik kreeg opgedrukt door mijn huisarts. Een pijnlijk moment. Tot nu toe dacht ik dat dat vooral met mijn brokkenpiloot-activiteiten te maken had. Hij zei het namelijk na de zoveelste valpartij met de fiets waar ik [niet als kind, gewoon als grote meid] zwaar gedeukt en geschonden uit kwam. Nu denk ik dat zijn opmerking gewoon op de gehele staat van mijn (overigens goddelijke) lichaam slaat. Ik ben gewoon onhandig, klunzig en motorisch zwak. [Het wordt gelukkig ook wel eens voor schattig en charmant aangezien.] Niet voor niets kreeg ik vroeger altijd het slechtste 'rondje' in mijn rapport aangekruisd wanneer het ging over motoriek. Kan me herinneren dat ik nog niet eens wist wat het betekende maar me wel afvroeg waarom dat mijn slechtste vak was.
Inmiddels kan ik er wel om lachen dat ik niet de meest atletische ben. Ik heb andere kwaliteiten gelukkig. Maar ik heb toch maar een andere huisarts genomen [vriend X zei helaas heel terecht dat mijn lichamelijke staat niet zou veranderen en hij had natuurlijk gelijk]. Tennis blijft echter een pijnpunt. Wat zou ik toch graag een toppertje worden. Wie weet. Over twintig jaar in de senioren competitie? Want alles kun je leren. De een alleen wat sneller dan de ander. Toch?
Kennelijk was vooral mijn hele breín klaar om de bal met een bloedgang in een lastig hoekje te poeieren... Mijn lichaam denkt er helaas weer eens anders over. Gaat gewoon zijn eigen gang. Zoals wel vaker.
Dus ik slik de teleurstelling weg en maak me klaar voor de volgende bal. Die gaat raak én in. Hoppa! Zo nu en dan gaat het best goed en sla ik mooie balletjes... Opslaan lukt me ook wel. Maar dat is niet talent, geen techniek. Nee, gewoon geluk. En een beetje oefening.
"Motorisch debiel" was ooit het stempel dat ik kreeg opgedrukt door mijn huisarts. Een pijnlijk moment. Tot nu toe dacht ik dat dat vooral met mijn brokkenpiloot-activiteiten te maken had. Hij zei het namelijk na de zoveelste valpartij met de fiets waar ik [niet als kind, gewoon als grote meid] zwaar gedeukt en geschonden uit kwam. Nu denk ik dat zijn opmerking gewoon op de gehele staat van mijn (overigens goddelijke) lichaam slaat. Ik ben gewoon onhandig, klunzig en motorisch zwak. [Het wordt gelukkig ook wel eens voor schattig en charmant aangezien.] Niet voor niets kreeg ik vroeger altijd het slechtste 'rondje' in mijn rapport aangekruisd wanneer het ging over motoriek. Kan me herinneren dat ik nog niet eens wist wat het betekende maar me wel afvroeg waarom dat mijn slechtste vak was.
Inmiddels kan ik er wel om lachen dat ik niet de meest atletische ben. Ik heb andere kwaliteiten gelukkig. Maar ik heb toch maar een andere huisarts genomen [vriend X zei helaas heel terecht dat mijn lichamelijke staat niet zou veranderen en hij had natuurlijk gelijk]. Tennis blijft echter een pijnpunt. Wat zou ik toch graag een toppertje worden. Wie weet. Over twintig jaar in de senioren competitie? Want alles kun je leren. De een alleen wat sneller dan de ander. Toch?
dinsdag 7 juli 2009
Al gaat het leven nog zo snel
Het verleden achterhaalt me wel.
Zo voelt het. Alsof ik ergens ben gestruikeld terwijl ik zo hard probeerde weg te lopen voor de nare dingen in mijn hart en hoofd. Ik liep in de zon en rende zo hard ik kon. Om de wind te voelen en maar niet stil te hoeven staan bij de zwarte randjes van het leven. De schaduwen van mijn verleden.
En nu ben ik plat op mijn fruitige gezichtje gegaan. Recht in de modder. Geen redden meer aan. Ik probeerde nog op te krabbelen om het verleden voor te blijven, maar het is niet gelukt. En nu heeft het me volledig in zijn greep. Alsof het roept:
NU WIL IK AANDACHT, JE KUNT NIET MEER OM ME HEEN.
En ik voel dat het moet. Ik moet er doorheen. Voelen wat ik niet heb gevoeld. Tranen laten vloeien die ik heb weggestopt. Onder ogen zien wat er was en wat ik kwijt ben. Ik moet verwerken wat me is overkomen. Geen wonder... Het was niet niks. Het was teveel. Teveel voor de vlinder die ik was geworden. De vlinder die nu even vleugellam is.
En dus zit ik stilletjes te huilen in de auto terwijl Trijntje 'On my own' zingt. De tranen blijven maar stromen. Maar voor het eerst hoor ik het einde van het liedje. Het begon zo treurig, maar het loopt goed af!! En zo zal het mij ook vergaan. Over een poosje fladder ik weer, en dit keer zonder ballast, vrolijk in het rond.
Laat het verleden maar komen. De toekomst haalt het wel weer eens in.
Zo voelt het. Alsof ik ergens ben gestruikeld terwijl ik zo hard probeerde weg te lopen voor de nare dingen in mijn hart en hoofd. Ik liep in de zon en rende zo hard ik kon. Om de wind te voelen en maar niet stil te hoeven staan bij de zwarte randjes van het leven. De schaduwen van mijn verleden.
En nu ben ik plat op mijn fruitige gezichtje gegaan. Recht in de modder. Geen redden meer aan. Ik probeerde nog op te krabbelen om het verleden voor te blijven, maar het is niet gelukt. En nu heeft het me volledig in zijn greep. Alsof het roept:
NU WIL IK AANDACHT, JE KUNT NIET MEER OM ME HEEN.
En ik voel dat het moet. Ik moet er doorheen. Voelen wat ik niet heb gevoeld. Tranen laten vloeien die ik heb weggestopt. Onder ogen zien wat er was en wat ik kwijt ben. Ik moet verwerken wat me is overkomen. Geen wonder... Het was niet niks. Het was teveel. Teveel voor de vlinder die ik was geworden. De vlinder die nu even vleugellam is.
En dus zit ik stilletjes te huilen in de auto terwijl Trijntje 'On my own' zingt. De tranen blijven maar stromen. Maar voor het eerst hoor ik het einde van het liedje. Het begon zo treurig, maar het loopt goed af!! En zo zal het mij ook vergaan. Over een poosje fladder ik weer, en dit keer zonder ballast, vrolijk in het rond.
Laat het verleden maar komen. De toekomst haalt het wel weer eens in.
donderdag 2 juli 2009
Terras
Daar zaten we dan. Oud Hof-tutjes, als vanouds op pad. Heerlijk op het terras van de DVD. Drankje en olijfjes voor de neus. Geen wijn, want zij is zwanger en ik aan de lijn.
Maar we hadden lol. En genoeg teksten. Veel te lachen. En heerlijk mensen kijken. Want dat is toch eigenlijk wel het leukste van het terras. Die eindeloze stoet mensen die voorbij trekt. Hoe warmer het wordt in Nederland, hoe moeilijker mensen het vinden om passende kleding aan te trekken. Dus genoeg te zien en te gniffelen.
Al zullen mijn mede terrasbewoners ook wel hebben gegniffeld toen ik richting het toilet ging met de afdruk van de stoel permanent in mijn blote benen gekerfd. Maar goed, er zat een fruitig hoofd op en dat compenseert, hoop ik.
Al mensen kijkend zagen vriendin en ik op links een heel jong meisje stevig lurken aan een sigaret. Ik keek nog eens. Zo jong en dan al roken? En dan al op hakken? En dan al semi-sexy gekleed? Waar gaat het heen met de wereld, dacht ik bejaard.
Toen ik echter beter keek en vriendin me er op wees dat moeders gewoon bij het meisje zat, viel ik bijna van mijn - totaal onconfortabele, in mijn billen prikkende, wiebelige - stoel. Moeder en zuslief rookten gezellig mee met het meiske. ALs ketters de ene met de andere aanstekend. Ze was hooguit veertien. En zuslief hooguit zestien.
Vriendin en ik gingen er maar eens goed voor zitten. Bij nadere observatie bleek moeders te beschikken over een rokersgebit uit de categorie carnavalsartikelen. Het leek wel zo'n nepgebitje of alsof ze met zwarte verf een heksengebitje had geschilderd. Doodeng. En gewoon met open mond lachen hè. Kennelijk geen spiegels in huis.
Maar het ergste van alles was dat moeder en dochter wijntje na wijntje wegtikten. Zestien jaar hè, hooguit. Minstens drie wijntjes per persoon. Ik dacht en zei maar weer eens: waar gaat het heen met de wereld? Vriendin vond het ook. We fronsten en dachten aan onze fijne opvoeding en alle kansen die we daardoor in het leven hadden gekregen.
Ze hadden ook nogal wat geluid, dat drietal op links. Eerst omdat moeders het grappig vond om namens het jongste kind een smsje naar een jongen te sturen. Dochterlief vond dat natuurlijk geen goed idee en dat mochten we allemaal best weten want haar sms-bundel was bijna leeg. Vervolgens kwam er gekibbel omdat moeders vooral met haar oudste gezellig deed en de jongste zich miskend voelde. En tja, toen ging de wijn om. Weer rumoer op links.
Bij het betalen werden we getrakteerd op een knetterend uiteinde. Moeders sprak de serveerster erg boos aan op haar gedrag. Ze voelde zich niet netjes behandeld (ondanks dat ze gewoon een gratis nieuw wijntje had gekregen) en ze liet zich echt niet door een ander zeggen hoe ze zich gedroeg. De wijn aan het woord. En de dochters stonden er schaapachtig bij. Net de boze stiefmoeder met de lelijke stiefzusjes van Assepoester. Hoe is het daar eigenlijk mee afgelopen? Daar hoor je nooit iets over in die sprookjes...
Met deze twee zal het wel niet helemaal goed aflopen, vrees ik. Weinig kansen met zo'n opvoeding en moeder. Treurig. Niet alle sprookjes lopen even mooi af.
Maar we hadden lol. En genoeg teksten. Veel te lachen. En heerlijk mensen kijken. Want dat is toch eigenlijk wel het leukste van het terras. Die eindeloze stoet mensen die voorbij trekt. Hoe warmer het wordt in Nederland, hoe moeilijker mensen het vinden om passende kleding aan te trekken. Dus genoeg te zien en te gniffelen.
Al zullen mijn mede terrasbewoners ook wel hebben gegniffeld toen ik richting het toilet ging met de afdruk van de stoel permanent in mijn blote benen gekerfd. Maar goed, er zat een fruitig hoofd op en dat compenseert, hoop ik.
Al mensen kijkend zagen vriendin en ik op links een heel jong meisje stevig lurken aan een sigaret. Ik keek nog eens. Zo jong en dan al roken? En dan al op hakken? En dan al semi-sexy gekleed? Waar gaat het heen met de wereld, dacht ik bejaard.
Toen ik echter beter keek en vriendin me er op wees dat moeders gewoon bij het meisje zat, viel ik bijna van mijn - totaal onconfortabele, in mijn billen prikkende, wiebelige - stoel. Moeder en zuslief rookten gezellig mee met het meiske. ALs ketters de ene met de andere aanstekend. Ze was hooguit veertien. En zuslief hooguit zestien.
Vriendin en ik gingen er maar eens goed voor zitten. Bij nadere observatie bleek moeders te beschikken over een rokersgebit uit de categorie carnavalsartikelen. Het leek wel zo'n nepgebitje of alsof ze met zwarte verf een heksengebitje had geschilderd. Doodeng. En gewoon met open mond lachen hè. Kennelijk geen spiegels in huis.
Maar het ergste van alles was dat moeder en dochter wijntje na wijntje wegtikten. Zestien jaar hè, hooguit. Minstens drie wijntjes per persoon. Ik dacht en zei maar weer eens: waar gaat het heen met de wereld? Vriendin vond het ook. We fronsten en dachten aan onze fijne opvoeding en alle kansen die we daardoor in het leven hadden gekregen.
Ze hadden ook nogal wat geluid, dat drietal op links. Eerst omdat moeders het grappig vond om namens het jongste kind een smsje naar een jongen te sturen. Dochterlief vond dat natuurlijk geen goed idee en dat mochten we allemaal best weten want haar sms-bundel was bijna leeg. Vervolgens kwam er gekibbel omdat moeders vooral met haar oudste gezellig deed en de jongste zich miskend voelde. En tja, toen ging de wijn om. Weer rumoer op links.
Bij het betalen werden we getrakteerd op een knetterend uiteinde. Moeders sprak de serveerster erg boos aan op haar gedrag. Ze voelde zich niet netjes behandeld (ondanks dat ze gewoon een gratis nieuw wijntje had gekregen) en ze liet zich echt niet door een ander zeggen hoe ze zich gedroeg. De wijn aan het woord. En de dochters stonden er schaapachtig bij. Net de boze stiefmoeder met de lelijke stiefzusjes van Assepoester. Hoe is het daar eigenlijk mee afgelopen? Daar hoor je nooit iets over in die sprookjes...
Met deze twee zal het wel niet helemaal goed aflopen, vrees ik. Weinig kansen met zo'n opvoeding en moeder. Treurig. Niet alle sprookjes lopen even mooi af.
woensdag 1 juli 2009
De vlieger

De zomercolumns in het ochtendjournaal zijn er weer. Meestal een te kort stukje over iets net niet boeiends. Net als vanochtend. Totaal geen nieuwswaarde. Maar goed. De correspondent in China was aan de beurt en hij ging het hebben over vliegers. Saai dacht ik. Tot ik me opeens realiseerde ik me dat ik best iets heb met vliegers.
Vliegers en Texel. Buiten het eiland was er nooit een vlieger in mijn hand. Maar op het eiland heb ik toch best wat uurtjes vliegerplezier beleefd. Het begon met vliegers bouwen op de camping met mijn oom. Van dun papier en stokjes van balsahout. En ze deden het ook nog. Het had altijd iets magisch als die dingen weer aan een touwtje in de lucht bungelden.
Al gauw was één zo'n suf stilhangend vliegertje niet genoeg en kwamen er rijtjes vliegers, gevolgd door kleine deltavliegers, voor in de plaats. Dan kon je ze tenminste heen en weer bewegen en een beetje stunten. Voor zover je dat stunten mag noemen. Wij vonden het in ieder geval leuk. Maar dat kan natuurlijk altijd groot, groter, grootst. En dus kocht mijn broertje enorme "kites". Opeens is een Nederlandse benaming dan niet meer passend. En daar moest dan een "buggy" bij. Ik zou zeggen een wagentje, maar hij zei buggy. Waarmee je achter je vlieger aan kunt racen over het strand enzo. Heel stoer... Ik mocht er niet in. Het vereiste talent.
En dan is er nog het liedje van André Hazes. De vlieger. Ik vind het mooi. Vooral om mee te blèren in mijn zogenaamd Amsterdamse accent. X kan er niet naar luisteren. Niet omdat ik zo vals zing, maar omdat zijn moeder er helaas niet meer is. Het doet hem pijn. En mij dus ook. Dus zing ik niet mee als hij er is. En sla ik mijn arm om hem heen als we er naar luisteren.
In de zomercolumn vertelde de correspondent dat de vlieger uit China komt. En een oud Chinees mannetje legde uit dat de vlieger je dichter bij de hemel brengt. Communicatie met daarboven. Het spirituele element raakte me opeens. Een prachtig idee. André verwoorde dat op zijn manier. En ik voel het nu op mijn manier. X en zijn moeder. Ze is nooit echt weg. Misschien toch eens een vliegertje oplaten... om dichterbij haar te zijn.
dinsdag 30 juni 2009
Broer
Soms, op verjaardagen ofzo, duiken er weer allemaal leuke anekdotes op uit mijn jeugd. Mijn jeugd en die van mijn broer. Mijn broer was net iets minder voorzichtig en verlegen dan ik. En dus zijn er meer leuke anekdotes over hem dan over mij.
Als ik terugdenk aan de momenten dat die anekdotes zich hebben gevormd vervult dat mij standaard met een gelukzalig gevoel. Ik had een leuke jeugd. En hij ook.
Zo kan ik me herinneren dat we met mijn ouders en oom en tante, neef en nicht (oké mijn broer noemde ze in een kaartje kenissen -en dus niet kennissen- omdat ze niet familie waren, maar goed) in de Sluftervallei op Texel waren. Het was prachtig weer en we hadden een heel eind door de schitterende natuur gelopen om ergens vlak bij zee te spelen en te zwemmen. Totdat mijn broer ineens in een roestige spijker stond. En pijn had. Logisch. We moesten terug, want het was best ernstig. Hup, broer bij mijn vader op de rug en wij er in kolonne achteraan. Roept ie, ongeveer 6 jaar oud, ineens: "ik wil met de straaljager naar Wopke toe!".
Het is één van zijn gevleugelde uitspraken geworden. Wopke was namelijk het konijn dat we thuis hadden gelaten. Skitterend.
Eén van zijn andere machtig-mooie uitspraken was: "Au, mijn ribbelkast". Dit prachtexemplaar deden we op toen hij van een duin af was gedonderd. Wederom op Texel.
Voordat het zover kwam was hij al bekend om zijn "Colaslaatjes". Leuk woord als je nog geen "chocolaatjes" kunt zeggen.
Toen hij wat groter werd heb ik vooral gelachen om de idiote situatie waarbij een buurjongen het nodig vond om hem bij een visruzietje de sloot in te meppen. De buurjongen was zo'n echte, uit de klei getrokken boer en mijn broer was nog zo'n scheetje. Belachelijk natuurlijk. Maar wel gelachen.
Echt tranen met tuiten heb ik pas gelachen toen we eens zaten te eten en mijn broer te laat kwam. Al gauw werd duidelijk waarom hij te laat was. Aan het eind van de straat kwam hij aanslenteren met de fiets aan de hand. Lekke band natuurlijk. Maar dat was niet het hilarische aan alles. Nee, dat was zijn kapsel.
Hij had zijn haar laten blonderen. Maar dan niet in het bescheiden soort blond. Nee, peroxide, pisgeel, lichtgevend blond. Werkelijk géén gezicht. En maar stoer kijken. Prachtig. Vooral vanwege de discussie die mijn ouders voerden in de ogenblikken dat hij naderde. Moeders vond het leuk en rebels. Was vroeger ook zo. Vaders flipte zijn behoudende pan uit. Hoe kon die jongen dat nou doen? Wie zou hem nog serieus nemen? Het is toch afschuwelijk enzovoort. En ik maar lachen. Tot huilens aan toe.
Jammer dat er over mij niet zulke heerlijke verhalen te vertellen zijn.
Als ik terugdenk aan de momenten dat die anekdotes zich hebben gevormd vervult dat mij standaard met een gelukzalig gevoel. Ik had een leuke jeugd. En hij ook.
Zo kan ik me herinneren dat we met mijn ouders en oom en tante, neef en nicht (oké mijn broer noemde ze in een kaartje kenissen -en dus niet kennissen- omdat ze niet familie waren, maar goed) in de Sluftervallei op Texel waren. Het was prachtig weer en we hadden een heel eind door de schitterende natuur gelopen om ergens vlak bij zee te spelen en te zwemmen. Totdat mijn broer ineens in een roestige spijker stond. En pijn had. Logisch. We moesten terug, want het was best ernstig. Hup, broer bij mijn vader op de rug en wij er in kolonne achteraan. Roept ie, ongeveer 6 jaar oud, ineens: "ik wil met de straaljager naar Wopke toe!".
Het is één van zijn gevleugelde uitspraken geworden. Wopke was namelijk het konijn dat we thuis hadden gelaten. Skitterend.
Eén van zijn andere machtig-mooie uitspraken was: "Au, mijn ribbelkast". Dit prachtexemplaar deden we op toen hij van een duin af was gedonderd. Wederom op Texel.
Voordat het zover kwam was hij al bekend om zijn "Colaslaatjes". Leuk woord als je nog geen "chocolaatjes" kunt zeggen.
Toen hij wat groter werd heb ik vooral gelachen om de idiote situatie waarbij een buurjongen het nodig vond om hem bij een visruzietje de sloot in te meppen. De buurjongen was zo'n echte, uit de klei getrokken boer en mijn broer was nog zo'n scheetje. Belachelijk natuurlijk. Maar wel gelachen.
Echt tranen met tuiten heb ik pas gelachen toen we eens zaten te eten en mijn broer te laat kwam. Al gauw werd duidelijk waarom hij te laat was. Aan het eind van de straat kwam hij aanslenteren met de fiets aan de hand. Lekke band natuurlijk. Maar dat was niet het hilarische aan alles. Nee, dat was zijn kapsel.
Hij had zijn haar laten blonderen. Maar dan niet in het bescheiden soort blond. Nee, peroxide, pisgeel, lichtgevend blond. Werkelijk géén gezicht. En maar stoer kijken. Prachtig. Vooral vanwege de discussie die mijn ouders voerden in de ogenblikken dat hij naderde. Moeders vond het leuk en rebels. Was vroeger ook zo. Vaders flipte zijn behoudende pan uit. Hoe kon die jongen dat nou doen? Wie zou hem nog serieus nemen? Het is toch afschuwelijk enzovoort. En ik maar lachen. Tot huilens aan toe.
Jammer dat er over mij niet zulke heerlijke verhalen te vertellen zijn.
Tegelbuik
Ik ben een tegelkind. Een kind van een tegelman. Mijn hele leven heb ik aan tafel nooit anders gehoord dan over tegels en tegelzetters. Geen tegels voor buiten, tegels voor binnen. En nee, dat noem je geen plavuizen. Ik niet.
Mijn vader en broer kunnen alles maken met tegels en dat vervult mij met trots. Nou ja, bijna alles.
Vroeger, toen ik net ongesteld was en daar de nodige buikpijn van ondervond, wist mijn vader soms niet wat hij daar mee aan moest. Mijn vader is het type, stoer en sterk maar kom níet aan zijn dochter, dan is het een watje eerste klas. Dus als ik weer eens buikpijn had zocht hij, zoals een echte man betaamt, naar oplossingen.
Ik kan me nog goed herinneren dat hij dan vaak zei; kon ik maar een buik van tegeltjes voor je maken. En dan lachten we even naar elkaar.
Zo lief. Zo'n vader die het liefst een buik van tegeltjes maakt voor zijn kleine meisje. Ik zag het dan ook al helemaal voor me. Een buik met allemaal mozaiekjes en nooit meer pijn. Maar ja, dat kon ie dus net niet voor me regelen.
Een mooie badkamer, een mooie tegelvloer, een mooie keuken. Dat alles heeft hij wel voor me geregeld. En nog veel meer lieve dingen. Ik heb er in ieder geval een tegelhart aan overgehouden.
En als ik nu nog wel eens last heb van de rode vlaggetjes week denk ik aan mijn vader en zijn tegeltjes. Het had toch best handig geweest. Zo'n buik van tegeltjes. Maar gelukkig staat die buikpijn voor iets potentieel moois. Kleinkinderen voor mijn lieve vader. Die vast een geweldige opa zal worden. Opa Tegel.
Mijn vader en broer kunnen alles maken met tegels en dat vervult mij met trots. Nou ja, bijna alles.
Vroeger, toen ik net ongesteld was en daar de nodige buikpijn van ondervond, wist mijn vader soms niet wat hij daar mee aan moest. Mijn vader is het type, stoer en sterk maar kom níet aan zijn dochter, dan is het een watje eerste klas. Dus als ik weer eens buikpijn had zocht hij, zoals een echte man betaamt, naar oplossingen.
Ik kan me nog goed herinneren dat hij dan vaak zei; kon ik maar een buik van tegeltjes voor je maken. En dan lachten we even naar elkaar.
Zo lief. Zo'n vader die het liefst een buik van tegeltjes maakt voor zijn kleine meisje. Ik zag het dan ook al helemaal voor me. Een buik met allemaal mozaiekjes en nooit meer pijn. Maar ja, dat kon ie dus net niet voor me regelen.
Een mooie badkamer, een mooie tegelvloer, een mooie keuken. Dat alles heeft hij wel voor me geregeld. En nog veel meer lieve dingen. Ik heb er in ieder geval een tegelhart aan overgehouden.
En als ik nu nog wel eens last heb van de rode vlaggetjes week denk ik aan mijn vader en zijn tegeltjes. Het had toch best handig geweest. Zo'n buik van tegeltjes. Maar gelukkig staat die buikpijn voor iets potentieel moois. Kleinkinderen voor mijn lieve vader. Die vast een geweldige opa zal worden. Opa Tegel.
Abonneren op:
Posts (Atom)
