Ik moet me weer eens opwinden. Ik kan niet anders. Bij zoveel dommigheid valt mijn mond open en stijgt mijn hartslag. Ik wind me op.
Over de man van één of andere Atomic Kitten. Wie kent ze niet? Je weet wel van die zoete liedjes...eentje begon geloof ik met: Lookin' back on when we first met, I can not escape and I can not forget, beebie you're the one, you still turn me on, you can make me whole again.
Prachtige tekst. Gezongen door prachtige meisjes. En prachtige meisjes krijgen prachtige vriendjes en trouwen daarmee. Zo ook dus een Atomic Kitten. Ze sloeg één of andere eerste klas Kater aan de haak. Als je hem mag geloven, tenminste. Hij vind zichzelf een prijs voor vrouwen en verwacht van zijn meissie dat ze goed voor zichzelf zorgt. Dat zegt ie op internet. Tot zover niet veel aan de hand. Hij mag best een beetje blij met zichzelf zijn en ik vind ook dat je als vrouw goed voor jezelf moet zorgen. Als man trouwens ook.
Maar meneer Kater en ik verschillen kennelijk nogal van mening over wat je onder 'goed voor jezelf zorgen' moet verstaan.
Zijn meissie was namelijk wat aangekomen. Ze had maat 42!!! Shame on you Atomic Pig! En nu was ze niet meer om aan te zien. Een wanstaltig gedrocht dat niet goed voor zichzelf zorgde!!! En tja, dan wordt het dus tijd om de echtscheidingspapieren toe te sturen. Dumpen die hap.
Nou, Meneer Kater is wat mij betreft de loser van de week. Die meid zag er, ook met haar maatje 42, skitterend uit. Echt een hottie. Kan zo nog 10 kilo bij en de mannen blijven hun hoofden voor haar draaien. Maar Meneer Kater vond het niks.
Hopelijk kijkt het Atomic Kitten meisje nooit meer terug naar "when they first met" en kan ze prima "escapen" en "forgetten" dat hij ooit "the one" voor haar leek. Ik weet zeker dat er een andere, echte hunk [mooi van binnen en van buiten] is die haar weer "whole" kan maken.
Femme fatale ('fatale vrouw'): een vrouw die haar schoonheid en seksualiteit gebruikt om mannen te verleiden. Een femme fatale is stijlvol, sterk, seksueel onafhankelijk en intelligent. Ze zal er alles aan doen om de situatie onder controle te houden. Fem Fataal: een brokkenpiloot met een zonnige kijk op het leven die veel lacht, zich vaak verbaast, mannen buitengewoon interessante wezens vindt, de liefde niet begrijpt en voor altijd naief zal blijven.
maandag 27 juli 2009
Rotte vis en verse vis
Ik ben gek op vis. Dus we gingen een visje eten op Texel. Een harinkie om precies te zijn. X ging vast zitten, want hij had een zere knie. Ik bestelde. Met de verste visjes op mijn dienblad liep ik naar buiten. Hij had een mooi plekje uitgezocht. In de zon onder een boompje. Echt vakantie. Heerlijk. De beentjes languit en het visje in de mond. Ik genoot.
Totdat naast ons een gezinnetje ernstig opspeelde. Had ik ze eerder al ergens zien zitten met oma en gedacht aan mijn eigen omaatje, dat ook altijd zo gezellig met ons meeging en ontzettend genoot. Nu lieten ze zich van een andere kant zien. Met name moeder dan. "Godv***, niet aan je broek! Nou zit er weer vet in! Ik had nog zo gezegd dat je een servetje moet gebruiken!" Wat ze verder zei, weet ik niet exact, maar ze had hem net zo goed uit kunnen maken voor rotte vis. Ze ging in ieder geval nog even door. Op volle sterkte. Dus we konden allemaal meegenieten. De zoon, de dader van de vetvlek, probeerde nog wat tegen te sputteren. Maar niets hielp. Moeders was boos. En ze vloekte ook nog! Dan moet je sowiezo niet bij mij zijn, maar dat geheel terzijde.
X merkte droogjes op dat moeders kennelijk net was gearriveerd en nog een beetje moest onthaasten. Ik kon alleen maar bevestigend knikken. Vol verbazing. Alsof het een antropologische studie was, hielden X en ik het gezellige familietafereeltje nog even in de gaten. Moeder trok wat bij. Probeerde haar zoons enthousiast te krijgen voor een roofvogeltochtje ofzo. Nou, al had ze aangeboden naar Disneyworld te gaan, die jongens kreeg je na haar tirade nergens meer enthousiast voor.
Na een poosje begon de vetvlekkenmaker toch nog even over het incident. Hij had namelijk helemaal zijn hand niet aan zijn broek afgeveegd. Gewoon aan de leuning van de stoel. En er zat helemaal geen vlek. Moeders reageerde niet.
X analyseerde dat dat nu ook niet meer kon. Anders zou ze haar autoriteit verliezen. Hij had gelijk. Oma nam nog maar een hapje verse vis en deed net alsof het heel gezellig was.
X vroeg me om later nooit zo'n moeder te worden. Ik beloofde hem dat. En we namen, net als oma, nog maar eens een hapje verse vis. En wij hadden het echt gezellig.
Totdat naast ons een gezinnetje ernstig opspeelde. Had ik ze eerder al ergens zien zitten met oma en gedacht aan mijn eigen omaatje, dat ook altijd zo gezellig met ons meeging en ontzettend genoot. Nu lieten ze zich van een andere kant zien. Met name moeder dan. "Godv***, niet aan je broek! Nou zit er weer vet in! Ik had nog zo gezegd dat je een servetje moet gebruiken!" Wat ze verder zei, weet ik niet exact, maar ze had hem net zo goed uit kunnen maken voor rotte vis. Ze ging in ieder geval nog even door. Op volle sterkte. Dus we konden allemaal meegenieten. De zoon, de dader van de vetvlek, probeerde nog wat tegen te sputteren. Maar niets hielp. Moeders was boos. En ze vloekte ook nog! Dan moet je sowiezo niet bij mij zijn, maar dat geheel terzijde.
X merkte droogjes op dat moeders kennelijk net was gearriveerd en nog een beetje moest onthaasten. Ik kon alleen maar bevestigend knikken. Vol verbazing. Alsof het een antropologische studie was, hielden X en ik het gezellige familietafereeltje nog even in de gaten. Moeder trok wat bij. Probeerde haar zoons enthousiast te krijgen voor een roofvogeltochtje ofzo. Nou, al had ze aangeboden naar Disneyworld te gaan, die jongens kreeg je na haar tirade nergens meer enthousiast voor.
Na een poosje begon de vetvlekkenmaker toch nog even over het incident. Hij had namelijk helemaal zijn hand niet aan zijn broek afgeveegd. Gewoon aan de leuning van de stoel. En er zat helemaal geen vlek. Moeders reageerde niet.
X analyseerde dat dat nu ook niet meer kon. Anders zou ze haar autoriteit verliezen. Hij had gelijk. Oma nam nog maar een hapje verse vis en deed net alsof het heel gezellig was.
X vroeg me om later nooit zo'n moeder te worden. Ik beloofde hem dat. En we namen, net als oma, nog maar eens een hapje verse vis. En wij hadden het echt gezellig.
Genomen door RTL
Ik voel me genomen. Ik zou het liever platter zeggen, maar dat doe ik niet. Niet helemaal mijn stijl. Maar ik voel me genomen dus. Door RTL4 om precies te zijn.
Word ik eerst jaren doodgegooid met Life and Cooking, om vervolgens maanden te vernemen dat ze er bijna mee ophouden (joechei, iedere keer weer een dansje op de bank), lees ik nu dat Carlo en Irene in het nieuwe tv-seizoen gewoon terugkeren op hetzelfde tijdstip. En ik maar denken dat er nu wel iets leuks te zien zou zijn voor Studio Sport.
Met een ander programma. Zeggen ze. Een andere sponsor dan Unilever. Denk ik. Want het zal niet alleen meer gaan over koken. Ging het over koken dan??? Ja, er werd wel eens wat gekookt door een kok, waarvan je je iedere keer weer af kon vragen, istie het wel of istie het niet? Homo, dan hè. Niet dat het mij wat uitmaakt, maar bij hem was het gewoon zo overduidelijk dat je je ging afvragen of je het nou goed zag.
Enniewee, dat koken was volgens mij maar bijzaak.
Het belangrijkste onderdeel van de show was volgens mij de twee uur durende egotrip van Carlo, terwijl hij Irene meesleepte zoals een kind aan één armpje al jengelend meegesleept kan worden richting tandartsstooel of balletles. Een egotrip waarin zijn andere baantje als musicalster/musicaltalent/musicaltopper vaak de boventoon voerde. En als dat niet de boventoon voerde speelde de chagerijnigheid van Carlo vaak op. Je kan op een of andere manier toch merken dat het een moederskindje is. Het valt me nog mee dat ie niet af en toe stond te stampvoeten op momenten dat gasten meer aandacht kregen dan hij.
En dan Irene. Een uit de klei getrokken moeke met een totaal gebrek aan originaliteit of talent... Weet je nog, Telekids. Dat was Irene. Met haar pony, staart en pluizige krulletjes. Een soort razende reporter voor alle rangers van het WNF. Irene is geen showbabe, Irene wil helemaal geen typetjes doen [en is daar nou ook niet bepaald de beste in]. Irene wordt gewoon meegesleept door Carlo, want ja, ze zijn nu eenmaal een duo. En als Carlo wat wil, dramt ie gewoon net zolang door tot Irene zich laat meeslepen. Anders heb je geen duo natuurlijk.
En dus mogen we komend seizoen weer elke zondag genieten van het meest succesvolle duo van de Nederlandse tv. Wat een armoe. Geer en Goor hebben nog meer talent.
Gelukkig heeft mijn tv een uit-knop. Maar helaas moet ie om zeven uur weer aan voor dat andere enorme talent van de Nederlandse tv. Mag ik dat zo sarcastisch zeggen? Ja, dat mag ik zo zeggen. Toch Mart?
Word ik eerst jaren doodgegooid met Life and Cooking, om vervolgens maanden te vernemen dat ze er bijna mee ophouden (joechei, iedere keer weer een dansje op de bank), lees ik nu dat Carlo en Irene in het nieuwe tv-seizoen gewoon terugkeren op hetzelfde tijdstip. En ik maar denken dat er nu wel iets leuks te zien zou zijn voor Studio Sport.
Met een ander programma. Zeggen ze. Een andere sponsor dan Unilever. Denk ik. Want het zal niet alleen meer gaan over koken. Ging het over koken dan??? Ja, er werd wel eens wat gekookt door een kok, waarvan je je iedere keer weer af kon vragen, istie het wel of istie het niet? Homo, dan hè. Niet dat het mij wat uitmaakt, maar bij hem was het gewoon zo overduidelijk dat je je ging afvragen of je het nou goed zag.
Enniewee, dat koken was volgens mij maar bijzaak.
Het belangrijkste onderdeel van de show was volgens mij de twee uur durende egotrip van Carlo, terwijl hij Irene meesleepte zoals een kind aan één armpje al jengelend meegesleept kan worden richting tandartsstooel of balletles. Een egotrip waarin zijn andere baantje als musicalster/musicaltalent/musicaltopper vaak de boventoon voerde. En als dat niet de boventoon voerde speelde de chagerijnigheid van Carlo vaak op. Je kan op een of andere manier toch merken dat het een moederskindje is. Het valt me nog mee dat ie niet af en toe stond te stampvoeten op momenten dat gasten meer aandacht kregen dan hij.
En dan Irene. Een uit de klei getrokken moeke met een totaal gebrek aan originaliteit of talent... Weet je nog, Telekids. Dat was Irene. Met haar pony, staart en pluizige krulletjes. Een soort razende reporter voor alle rangers van het WNF. Irene is geen showbabe, Irene wil helemaal geen typetjes doen [en is daar nou ook niet bepaald de beste in]. Irene wordt gewoon meegesleept door Carlo, want ja, ze zijn nu eenmaal een duo. En als Carlo wat wil, dramt ie gewoon net zolang door tot Irene zich laat meeslepen. Anders heb je geen duo natuurlijk.
En dus mogen we komend seizoen weer elke zondag genieten van het meest succesvolle duo van de Nederlandse tv. Wat een armoe. Geer en Goor hebben nog meer talent.
Gelukkig heeft mijn tv een uit-knop. Maar helaas moet ie om zeven uur weer aan voor dat andere enorme talent van de Nederlandse tv. Mag ik dat zo sarcastisch zeggen? Ja, dat mag ik zo zeggen. Toch Mart?
Opluchting
Hoe is het mogelijk dat iemand anders precies kan opschrijven wat ik heb meegemaakt?
Gisteren ben ik begonnen in een nieuw boek. "Eten, bidden, beminnen." Ik vond het wel eens tijd om dat te doen aangezien ik het een jaar geleden al van een vriendin heb gekregen. Het leek me eerlijk gezegd helemaal geen leuk boek, veel te zweverig... En toen ik op de kaft las dat Oprah vond dat je het aan al je vriendinnen kado moest doen, was alle interesse als sneeuw voor de zon verdwenen.
Maar gisteren dus niet. Ik dacht, "laat ik gewoon eens beginnen". En het was alsof ik mezelf aan het woord las. Onvoorstelbaar. Bijna dezelfde manier van denken en schrijven. En inhoudelijk zo raak. Voor ik het in de gaten had, moest ik door mijn tranen heen lezen.
Geen tranen van verdriet, maar van opluchting ofzo. Want er zijn dus meer mensen die net als ik kiezen en leven. Er zijn dus meer mensen die gigantisch op hun snuitje gaan en toch gewoon weer opkrabbelen en zelfs heel gelukkig worden.
Ik hoop alleen niet dat ik om alles écht te kunnen verwerken, net als de schrijfster, helemaal naar India, Italië en Indonesië hoef te reizen. Ik zoek het maar wat dichter bij huis...
Gisteren ben ik begonnen in een nieuw boek. "Eten, bidden, beminnen." Ik vond het wel eens tijd om dat te doen aangezien ik het een jaar geleden al van een vriendin heb gekregen. Het leek me eerlijk gezegd helemaal geen leuk boek, veel te zweverig... En toen ik op de kaft las dat Oprah vond dat je het aan al je vriendinnen kado moest doen, was alle interesse als sneeuw voor de zon verdwenen.
Maar gisteren dus niet. Ik dacht, "laat ik gewoon eens beginnen". En het was alsof ik mezelf aan het woord las. Onvoorstelbaar. Bijna dezelfde manier van denken en schrijven. En inhoudelijk zo raak. Voor ik het in de gaten had, moest ik door mijn tranen heen lezen.
Geen tranen van verdriet, maar van opluchting ofzo. Want er zijn dus meer mensen die net als ik kiezen en leven. Er zijn dus meer mensen die gigantisch op hun snuitje gaan en toch gewoon weer opkrabbelen en zelfs heel gelukkig worden.
Ik hoop alleen niet dat ik om alles écht te kunnen verwerken, net als de schrijfster, helemaal naar India, Italië en Indonesië hoef te reizen. Ik zoek het maar wat dichter bij huis...
zondag 26 juli 2009
Dierenarts-watje
Ik loop terug van het huis van mijn broer als ik hem hoor voordat ik hem zie.
Miauw. Miauw.
Hij klinkt een beetje boos. Zo van: 'wat ben je vaak weg' of 'waarom mag ik niet alleen in de kamer zijn?'. Misschien zegt ie wel gewoon 'ik heb honger'. Of misschien hoor ik al die dingen wel, juist omdat ik me tekort voel schieten als baasje.
En dan zie ik hem. Hij steekt zijn kop uit een struik en kronkelt zijn lichaam er vloeiend achteraan. Hij loopt me tegemoet en dan zie ik iets. Een dikke bult op zijn kop. De schrik slaat me om het hart. De tranen springen bijna meteen in mijn ogen...
Ik denk meteen dat hij doodgaat. Ik roep hem en aai over zijn kopje om vervolgens met zekerheid vast te stellen dat ie een gigantische bult heeft. Dit kan niet goed zijn. Zoals altijd, wanneer het Veer betreft, schrik ik me wezenloos en ga ik uit van het ergste...een watje voor de poes.
Met hem in mijn kielzog loop ik snel naar huis. Met benepen stem vertel ik X dat Veer ziek is. Het huilen staat me nader dan het lachen. We moeten NU naar de dierenarts. En dat kan gelukkig. We stoppen de kleine man in zijn reismandje en ik verwacht onderweg het nodige protest van meneer te horen. Maar hij is muisstil. En dan weet ik het zeker. Dit is ernstig.
Wat nou als ik hem kwijtraak? Opeens weet ik weer hoe blij ik met hem ben. Hoe hij bij mijn leven hoort. Dat hij de enige getuige is van al mijn rare bokkensprongen, vreugde en verdriet. En dat hij, zoals X terecht opmerkt, nog echt wel moet komen wonen in zijn huis. Natuurlijk kan ik hem ook bij de volgende fase in mijn leven niet missen.
Ik leg X uit dat ik een watje ben bij de dierenarts en dat ik vroeger zelfs huilde bij programmas over dierenartsenpraktijken. X reageert niet, denkt misschien dat het niet zo'n vaart zal lopen. Maar eenmaal ter plaatse ziet hij met eigen ogen dat zijn stoere meissie alles behalve stoer is. Tot drie keer toe houd ik de kleine man niet goed vast bij zijn nekvel en kan hij ontsnappen aan de dierenarts. Ik sta er bedremmeld en sullig bij. Praat met een benepen stemmetje. Bang voor het slechte nieuws.
Als we naar huis rijden is alles anders. Alle goede voornemens over poezenverwennerij ben ik ineens vergeten. Het was maar een abces. Niets ernstigs. Maandag nog even een prikje halen en hij komt er wel weer bovenop.
Maar nu ik hier zit. Met Veertje aan mijn zij. Weet ik heel zeker dat hij nog ontzettend lang bij me moet blijven. Op naar de volgende levensfase. Hij en ik, samen op koers. Hij het watje van de buurt. Ik het watje voor de poes.
Miauw. Miauw.
Hij klinkt een beetje boos. Zo van: 'wat ben je vaak weg' of 'waarom mag ik niet alleen in de kamer zijn?'. Misschien zegt ie wel gewoon 'ik heb honger'. Of misschien hoor ik al die dingen wel, juist omdat ik me tekort voel schieten als baasje.
En dan zie ik hem. Hij steekt zijn kop uit een struik en kronkelt zijn lichaam er vloeiend achteraan. Hij loopt me tegemoet en dan zie ik iets. Een dikke bult op zijn kop. De schrik slaat me om het hart. De tranen springen bijna meteen in mijn ogen...
Ik denk meteen dat hij doodgaat. Ik roep hem en aai over zijn kopje om vervolgens met zekerheid vast te stellen dat ie een gigantische bult heeft. Dit kan niet goed zijn. Zoals altijd, wanneer het Veer betreft, schrik ik me wezenloos en ga ik uit van het ergste...een watje voor de poes.
Met hem in mijn kielzog loop ik snel naar huis. Met benepen stem vertel ik X dat Veer ziek is. Het huilen staat me nader dan het lachen. We moeten NU naar de dierenarts. En dat kan gelukkig. We stoppen de kleine man in zijn reismandje en ik verwacht onderweg het nodige protest van meneer te horen. Maar hij is muisstil. En dan weet ik het zeker. Dit is ernstig.
Wat nou als ik hem kwijtraak? Opeens weet ik weer hoe blij ik met hem ben. Hoe hij bij mijn leven hoort. Dat hij de enige getuige is van al mijn rare bokkensprongen, vreugde en verdriet. En dat hij, zoals X terecht opmerkt, nog echt wel moet komen wonen in zijn huis. Natuurlijk kan ik hem ook bij de volgende fase in mijn leven niet missen.
Ik leg X uit dat ik een watje ben bij de dierenarts en dat ik vroeger zelfs huilde bij programmas over dierenartsenpraktijken. X reageert niet, denkt misschien dat het niet zo'n vaart zal lopen. Maar eenmaal ter plaatse ziet hij met eigen ogen dat zijn stoere meissie alles behalve stoer is. Tot drie keer toe houd ik de kleine man niet goed vast bij zijn nekvel en kan hij ontsnappen aan de dierenarts. Ik sta er bedremmeld en sullig bij. Praat met een benepen stemmetje. Bang voor het slechte nieuws.
Als we naar huis rijden is alles anders. Alle goede voornemens over poezenverwennerij ben ik ineens vergeten. Het was maar een abces. Niets ernstigs. Maandag nog even een prikje halen en hij komt er wel weer bovenop.
Maar nu ik hier zit. Met Veertje aan mijn zij. Weet ik heel zeker dat hij nog ontzettend lang bij me moet blijven. Op naar de volgende levensfase. Hij en ik, samen op koers. Hij het watje van de buurt. Ik het watje voor de poes.
Hollen of stilstaan
Bang voor de stilte
voor mijn hart
hol ik door
door roeien en ruiten
door zomer en zon
door regen en wind
ik stop niet
bang om stil te staan
en mezelf tegen te komen
door lachen en huilen
door liefde en haten
door hitte en kou
om pas stil te staan
als ik alle balast van me heb afgeschud
als ik weet dat ik alleen nog mezelf ben
voor mijn hart
hol ik door
door roeien en ruiten
door zomer en zon
door regen en wind
ik stop niet
bang om stil te staan
en mezelf tegen te komen
door lachen en huilen
door liefde en haten
door hitte en kou
om pas stil te staan
als ik alle balast van me heb afgeschud
als ik weet dat ik alleen nog mezelf ben
Wie ben ik?
Het was ooit een programma, twee afleveringen leuk, daarna was je wel flauw van Andre en Ron met die troelala van een Caroline ertussen in. Maar toch speelt de titel van hun programma zo nu en dan door mijn hoofd. Omdat ik me realiseer dat het de vraag is die ik moet beantwoorden.
Wie ben ik?
Ik weet alleen wie ik was. En wie ik wil zijn. Maar ben ik er al?
Nee. Ik ben de gepokte en gemazelde versie van mezelf. Die met deuken en muren en horten en stoten. En ik baal er van. Ik baal van de chaos in mijn hoofd. Die overal en altijd aanwezig is. Ook als ik sta uit te waaien op het strand. Ook als ik in een heerlijk boek lees. Het is crisis in mijn kop en crisis in de krant.
Net als in de recessie ben ik op zoek naar een nieuwe balans. Een balans tussen vechten en vrijen, een balans tussen toekomst en verleden, tussen meisje en vrouw. Waarom hebben ze me nooit verteld dat opgroeien, volwassen worden, leven, zo ingewikkeld was? Waarom heb ik de verkeerde wegen bewandeld om uiteindelijk zo verdwaald te raken?
Er stonden toch genoeg bakens van licht aan mijn zij, ik had toch best goede gereedschappen en landkaarten van huis uit mee gekregen? Niets van dat al heeft kunnen voorkomen dat ik de weg en mezelf ben kwijt geraakt. En niets lijkt nu te helpen met het vinden van mezelf. Met het plaatsen van de puzzelstukjes van mijn leven.
Maar ik zet stug door. Luctor et emergo! En dan zien we wel welke 'ik' komt bovendrijven. Een leuke versie in ieder geval...dat weet ik zeker.
Wie ben ik?
Ik weet alleen wie ik was. En wie ik wil zijn. Maar ben ik er al?
Nee. Ik ben de gepokte en gemazelde versie van mezelf. Die met deuken en muren en horten en stoten. En ik baal er van. Ik baal van de chaos in mijn hoofd. Die overal en altijd aanwezig is. Ook als ik sta uit te waaien op het strand. Ook als ik in een heerlijk boek lees. Het is crisis in mijn kop en crisis in de krant.
Net als in de recessie ben ik op zoek naar een nieuwe balans. Een balans tussen vechten en vrijen, een balans tussen toekomst en verleden, tussen meisje en vrouw. Waarom hebben ze me nooit verteld dat opgroeien, volwassen worden, leven, zo ingewikkeld was? Waarom heb ik de verkeerde wegen bewandeld om uiteindelijk zo verdwaald te raken?
Er stonden toch genoeg bakens van licht aan mijn zij, ik had toch best goede gereedschappen en landkaarten van huis uit mee gekregen? Niets van dat al heeft kunnen voorkomen dat ik de weg en mezelf ben kwijt geraakt. En niets lijkt nu te helpen met het vinden van mezelf. Met het plaatsen van de puzzelstukjes van mijn leven.
Maar ik zet stug door. Luctor et emergo! En dan zien we wel welke 'ik' komt bovendrijven. Een leuke versie in ieder geval...dat weet ik zeker.
maandag 20 juli 2009
So you think you can...?
We zaten in de auto. Drie uren lang. Wat was het ver.
Ik verveelde me zo nu en dan een beetje. Dus we kletsten wat, oefenden zijn speech en keken wat om ons heen. Maar wat is er nou lekkerder dan heerlijk meezingen, beter gezegd; meeblèèèren met de muziek in de auto? Niets. Dus al gauw stond mijn volume hoog. Ik heb mijn microfoon (gewoon een vuist voor mijn mond) volgens X toch altijd bij me, dus waarom niet?
Op een gegeven moment kwam X ook los en werd er heel wat af ge-woo-hoo-d op Livin on a prair van Jon Bon Jovi. Heerlijk. Wat een lol. De hele verdere weg ben ik niet meer opgehouden met optreden. En op de terugweg ging dat natuurlijk niet anders. Mijn zang werd op een gegeven moment zelfs vergezeld van een dansje. Je moet toch wat onderweg? Deze keer had ik een nieuwe ontwikkeld. Vooral om de chauffeur aan het lachen te maken... Handen naar voren met de palmen omhoog, vingers een beetje bewegen in de trant van 'kom maar, kommaar, komma'. En dan een beetje met je schouders heen en weer teneinde de voorgevel in beweging te krijgen. Dit alles met een jolige kop erboven en ik mijn wereld heb je dan LOL. (let op de hoofdletters) Ik vooral. X keek met stijgende verbazing en een grijns op zijn gezicht toe.
Tot we voor de brug stonden te wachten.
X draaide zijn gezicht naar me toe en zei heel serieus; 'lief, jij kan écht niet zingen hè...' Alsof ik een klap in mijn gezicht kreeg...bijna dan. Want toen zei hij; 'maar ik vind het zó leuk, je moet er nooit mee stoppen'. Om er nog aan toe te voegen dat ik in ieder geval nooit moest denken dat ik wel mee kon doen aan Idols.
Toch lief, dat ie in die zin op me past.
Toen ik zei dat ik dan maar mee ging doen met So you think you can dance, had ie het helemaal niet meer. En dat deed dan toch wel een heel klein beetje zeer...
Aan mijn lachspieren.
Ik verveelde me zo nu en dan een beetje. Dus we kletsten wat, oefenden zijn speech en keken wat om ons heen. Maar wat is er nou lekkerder dan heerlijk meezingen, beter gezegd; meeblèèèren met de muziek in de auto? Niets. Dus al gauw stond mijn volume hoog. Ik heb mijn microfoon (gewoon een vuist voor mijn mond) volgens X toch altijd bij me, dus waarom niet?
Op een gegeven moment kwam X ook los en werd er heel wat af ge-woo-hoo-d op Livin on a prair van Jon Bon Jovi. Heerlijk. Wat een lol. De hele verdere weg ben ik niet meer opgehouden met optreden. En op de terugweg ging dat natuurlijk niet anders. Mijn zang werd op een gegeven moment zelfs vergezeld van een dansje. Je moet toch wat onderweg? Deze keer had ik een nieuwe ontwikkeld. Vooral om de chauffeur aan het lachen te maken... Handen naar voren met de palmen omhoog, vingers een beetje bewegen in de trant van 'kom maar, kommaar, komma'. En dan een beetje met je schouders heen en weer teneinde de voorgevel in beweging te krijgen. Dit alles met een jolige kop erboven en ik mijn wereld heb je dan LOL. (let op de hoofdletters) Ik vooral. X keek met stijgende verbazing en een grijns op zijn gezicht toe.
Tot we voor de brug stonden te wachten.
X draaide zijn gezicht naar me toe en zei heel serieus; 'lief, jij kan écht niet zingen hè...' Alsof ik een klap in mijn gezicht kreeg...bijna dan. Want toen zei hij; 'maar ik vind het zó leuk, je moet er nooit mee stoppen'. Om er nog aan toe te voegen dat ik in ieder geval nooit moest denken dat ik wel mee kon doen aan Idols.
Toch lief, dat ie in die zin op me past.
Toen ik zei dat ik dan maar mee ging doen met So you think you can dance, had ie het helemaal niet meer. En dat deed dan toch wel een heel klein beetje zeer...
Aan mijn lachspieren.
Dat is hem
Daar ging ie. Ik wist dat hij nerveus was. Maar hij deed het toch. Hij ging staan en probeerde de mensen stil te krijgen. Hij zou ook wat zeggen tegen zijn zus en kersverse zwager. Dit was het moment waar hij best wel een beetje tegen op had gekeken. Want het was toch wel wat emotioneel en zijn vader had net zo'n verpletterende speech gegeven, daar kon hij voor zijn gevoel moeilijk tegenop.
Maar hij deed het toch. Zonder papiertje. Met een kleine barst in zijn stem en een blos op zijn wangen. Daar stond ie dan. Mijn man. In pak. Prachtig. Wat was ik trots. Ik glom ervan. Hij maakte ons aan het lachen eb vertederde door zijn hart te laten spreken.
Ik was in het nu. Er waren geen zorgen, geen gedachten aan toen. Er was alleen nu en hij daar, midden in zijn verhaal. En ik wist het gewoon. Dat is hem. Zo sterk en toch zo gevoelig, zo slim en toch zo onhandig, zo grappig en toch zo serieus. Een man uit duizenden. Met hem kan ik alle stormen de baas en alle zeeën over. Een rots in de branding. En ik was even zijn trots in de branding.
Maar hij deed het toch. Zonder papiertje. Met een kleine barst in zijn stem en een blos op zijn wangen. Daar stond ie dan. Mijn man. In pak. Prachtig. Wat was ik trots. Ik glom ervan. Hij maakte ons aan het lachen eb vertederde door zijn hart te laten spreken.
Ik was in het nu. Er waren geen zorgen, geen gedachten aan toen. Er was alleen nu en hij daar, midden in zijn verhaal. En ik wist het gewoon. Dat is hem. Zo sterk en toch zo gevoelig, zo slim en toch zo onhandig, zo grappig en toch zo serieus. Een man uit duizenden. Met hem kan ik alle stormen de baas en alle zeeën over. Een rots in de branding. En ik was even zijn trots in de branding.
Grote kleine broer
Mijn kleine broertje is allang niet meer klein. Hij torent ongeveer een hoofdlengte boven mij uit. En als ik voor hem sta, en jij achter hem, zie je me niet.
Hij is vennoot in het bedrijf van mijn ouders. Hij heeft een mooi huisje, helemaal zelf opgeknapt. Hij koopt een spliksplinternieuwe auto van zijn spaargeld. Hij is goed bezig. En dus niet meer mijn kleine broertje.
Hij voelt als een grote broer. Beer. Ik kan altijd op hem rekenen. Nooit is hij te beroerd om me te helpen of om me iets te geven of te lenen. Alles kan en mag. In zijn ogen ben ik het kleine zusje, dat het pad des levens iets minder stabiel en zeker bewandelt als hij.
Maar nu is hij op vakantie. Alleen. En ineens voelt hij toch gewoon weer een beetje als mijn kleine broertje. Alleen inpakken, alleen in dat grote vliegtuig. Alleen op dat eiland. Als dat maar goed gaat, als hij zich maar vermaakt, als hij zich maar niet alleen voelt. Allemaal zorgen om mijn o zo stoere, maar kleine broertje.
En over twee weken komt hij weer thuis. Met een bruinverbrande snoet en prachtige verhalen. Heeft hij weer een toptijd gehad. Nog mooier dan vorig jaar. En ben ik gewoon weer even het kleine zusje. Dat zich onnodig zorgen heeft gemaakt...waar hij dan weer een beetje voor kan zorgen.
Hij is vennoot in het bedrijf van mijn ouders. Hij heeft een mooi huisje, helemaal zelf opgeknapt. Hij koopt een spliksplinternieuwe auto van zijn spaargeld. Hij is goed bezig. En dus niet meer mijn kleine broertje.
Hij voelt als een grote broer. Beer. Ik kan altijd op hem rekenen. Nooit is hij te beroerd om me te helpen of om me iets te geven of te lenen. Alles kan en mag. In zijn ogen ben ik het kleine zusje, dat het pad des levens iets minder stabiel en zeker bewandelt als hij.
Maar nu is hij op vakantie. Alleen. En ineens voelt hij toch gewoon weer een beetje als mijn kleine broertje. Alleen inpakken, alleen in dat grote vliegtuig. Alleen op dat eiland. Als dat maar goed gaat, als hij zich maar vermaakt, als hij zich maar niet alleen voelt. Allemaal zorgen om mijn o zo stoere, maar kleine broertje.
En over twee weken komt hij weer thuis. Met een bruinverbrande snoet en prachtige verhalen. Heeft hij weer een toptijd gehad. Nog mooier dan vorig jaar. En ben ik gewoon weer even het kleine zusje. Dat zich onnodig zorgen heeft gemaakt...waar hij dan weer een beetje voor kan zorgen.
Trouwen
Ik was bij een bruiloft. Een gezellige, mooie bruiloft die precies paste bij het bruidspaar. En dat zet me dan aan het denken over mijn eigen bruiloft.
Ooit was het bijna zover. De jurk al gekocht, de datum al gepland. Maar ik ging er van tussen. De beste beslissing ooit, al liep ik natuurlijk een mooi feestje mis. En de aanbetaling voor de jurk, maar dat geheel terzijde (ps. nooit bij Queeny's kopen!!).
De trouwlustigheid zat er in ieder geval al jong in. Eerst trouwen, dan kinderen krijgen. Net zoals papa en mama. Lekker ouderwets. En dat idee is overeind gebleven totdat ik vrijdag dus bij die bruiloft was. En niet door de bruiloft, nee, eerder door alle schade en schande die ik inmiddels heb opgelopen in mijn leventje. Opeens, toen het bruidspaar daar zo zat voor de ambtenaar van de burgerlijke stand, viel het me in. Doodeng, trouwen! Je zegt dat je je hele leven met iemand wilt delen, maar hoe kun je dat nou weten?!
Ik dacht immers al eerder dat ik het wist. En toen zat ik er ook nogal dik naast. En hoe weet ik of ik over veertig jaar nog van X houd? Het heeft er wel alle schijn van, maar je weet het natuurlijk nooit...
Op de terugweg naar huis had ik bijna drie uren de tijd om alles eens te laten bezinken en realiseerde ik me, in de lijn van een column van Jeffrey Wijnberg de psycholoog, dat we een ander beeld van de liefde zouden moeten krijgen. Omdat we met zijn allen hebben bedacht dat je op zoek moet naar de liefde voor altijd, zijn we altijd bezig met vragen als 'is dit het nou?', 'ben ik over tig jaren nog gelukkig met hem?' enzovoort. Er ligt zoveel gewicht op de toekomst. Terwijl, als we meer in het nu zouden leven, dat een stuk gemakkelijker zou zijn. En als we het minder erg zouden vinden dat relaties soms maar een beperkte houdbaarheidsdatum hebben, werd het helemaal een makkie. Maar zo zijn we niet. We denken na over de toekomst en dus zijn we bang. Want angst vloeit alleen maar voort uit toekomstige dingen. De kleur die we aan dingen van nu geven met het oog op later.
Het klinkt allemaal mooi. Maar ja, zo zijn we nog niet ingesteld, en ik ook niet. Dus ik denk na. Over nu, over de toekomst. En al lijkt trouwen me ook best een beetje eng...ik zou het zoo leuk doen in een trouwjurk!!! Dat moet er toch maar eens van komen.
(Ook omdat ik het gewoon prachtig vind om de liefde te vieren natuurlijk.)
Ooit was het bijna zover. De jurk al gekocht, de datum al gepland. Maar ik ging er van tussen. De beste beslissing ooit, al liep ik natuurlijk een mooi feestje mis. En de aanbetaling voor de jurk, maar dat geheel terzijde (ps. nooit bij Queeny's kopen!!).
De trouwlustigheid zat er in ieder geval al jong in. Eerst trouwen, dan kinderen krijgen. Net zoals papa en mama. Lekker ouderwets. En dat idee is overeind gebleven totdat ik vrijdag dus bij die bruiloft was. En niet door de bruiloft, nee, eerder door alle schade en schande die ik inmiddels heb opgelopen in mijn leventje. Opeens, toen het bruidspaar daar zo zat voor de ambtenaar van de burgerlijke stand, viel het me in. Doodeng, trouwen! Je zegt dat je je hele leven met iemand wilt delen, maar hoe kun je dat nou weten?!
Ik dacht immers al eerder dat ik het wist. En toen zat ik er ook nogal dik naast. En hoe weet ik of ik over veertig jaar nog van X houd? Het heeft er wel alle schijn van, maar je weet het natuurlijk nooit...
Op de terugweg naar huis had ik bijna drie uren de tijd om alles eens te laten bezinken en realiseerde ik me, in de lijn van een column van Jeffrey Wijnberg de psycholoog, dat we een ander beeld van de liefde zouden moeten krijgen. Omdat we met zijn allen hebben bedacht dat je op zoek moet naar de liefde voor altijd, zijn we altijd bezig met vragen als 'is dit het nou?', 'ben ik over tig jaren nog gelukkig met hem?' enzovoort. Er ligt zoveel gewicht op de toekomst. Terwijl, als we meer in het nu zouden leven, dat een stuk gemakkelijker zou zijn. En als we het minder erg zouden vinden dat relaties soms maar een beperkte houdbaarheidsdatum hebben, werd het helemaal een makkie. Maar zo zijn we niet. We denken na over de toekomst en dus zijn we bang. Want angst vloeit alleen maar voort uit toekomstige dingen. De kleur die we aan dingen van nu geven met het oog op later.
Het klinkt allemaal mooi. Maar ja, zo zijn we nog niet ingesteld, en ik ook niet. Dus ik denk na. Over nu, over de toekomst. En al lijkt trouwen me ook best een beetje eng...ik zou het zoo leuk doen in een trouwjurk!!! Dat moet er toch maar eens van komen.
(Ook omdat ik het gewoon prachtig vind om de liefde te vieren natuurlijk.)
donderdag 16 juli 2009
Van P pour sa femme!
Hij overvalt je in de dag
Met waanbeelden van verliefdheid
Van onzekere verheffing bovenal
Met een dreun die je niet verdient
Hij bevangt je in de nacht
Als je kortsluit in je verdriet
Vervreemd van wat je weet
Met een hart dat nog steeds bloedt
Hij zal er altijd zijn
Ook als je straalt in al je trots
Als het allemaal lijkt te lukken
Met je rots in de branding
Laat hem dat stuk van je hart maar nemen
Jouw hart is groot genoeg
Begeleid hem naar zijn plek en vind
Door alle verdriet ook alle rust
Tijd haalt je in
Tijd is er altijd
Tijd heelt alle wonden
Het is de hoogste tijd voor hij die niet genoemd mag worden.
Met waanbeelden van verliefdheid
Van onzekere verheffing bovenal
Met een dreun die je niet verdient
Hij bevangt je in de nacht
Als je kortsluit in je verdriet
Vervreemd van wat je weet
Met een hart dat nog steeds bloedt
Hij zal er altijd zijn
Ook als je straalt in al je trots
Als het allemaal lijkt te lukken
Met je rots in de branding
Laat hem dat stuk van je hart maar nemen
Jouw hart is groot genoeg
Begeleid hem naar zijn plek en vind
Door alle verdriet ook alle rust
Tijd haalt je in
Tijd is er altijd
Tijd heelt alle wonden
Het is de hoogste tijd voor hij die niet genoemd mag worden.
maandag 13 juli 2009
Gaten in zijn hoofd
Hij heeft gaten in zijn hoofd. Zo voelt het, zegt ie vertwijfeld. En zo ziet het er ook uit op de hersenfoto's die zijn gemaakt. Zwarte vlekken tussen het wit. Zijn geheugen doet het nog maar voor 25%. De rest is hij kwijt.
Dus hij vergeet dat hij niet meer auto mag rijden. Hij wil zelfs een nieuwe auto kopen. En hij vergeet dat hij ziek is. Hij is niet ziek. Ze hebben het mis. Met hem is niks aan de hand. Helemaal niks.
Mijn pake heeft Alzheimer. De diagnose is nog niet zo lang geleden gesteld.
En we wisten wel dat er iets aan de hand was. Maar dat het al zo erg was hadden we niet in de gaten. Hij werd steeds zachtmoediger, liever, bijna vrolijk. En dat was nieuw. Zo kenden we pake niet. Meestal was hij wat norsig en serieus. En bazig. O wat was hij bazig. Hij en beppe hadden onderling zonder woorden een rolverdeling afgesproken en die hadden ze de 55 jaren van hun huwelijk zorgvuldig ingevuld. Beppe als volgzame, rustige, lieve vrouw. Pake als de leider, de baas. En dat beviel ze kennelijk allebei wel, terwijl wij zoiets hadden van, mwah.
En nu is alles anders. Pake lacht, pake bloost. Pake is aardig, knijpt niet meer in je hand als je hem schudt. Pake is de leukste versie van zichzelf. Als wij er zijn. Als we er niet zijn is hij boos en in de war. Snapt hij niet wat er aan de hand is. Hij twijfelt voor het eerst in zijn leven aan zichzelf. En beppe moet opeens aan de rem trekken. Dingen regelen, hem bijsturen. En beppe wil dat helemaal niet. Is er helemaal niet klaar voor om de rollen om te draaien. Alles wat hij, of beter gezegd zijn ziekte zegt, neemt ze serieus. Dus ze is bang en gestresst. En hij is bang en in de war.
Gaten in zijn hoofd. Gaten in zijn karakter. Pake is pake niet meer. Maar wel lief. En samen letten we een beetje op ze. Proberen we nog veel leuke dingen te doen. Want straks kan dat niet meer. Dan weet hij niet meer wie we zijn, wat we doen, hoe we heten. Zoals pake nu is, zo is hij echt, houd ik me maar voor. Dan heb ik straks, als ie echt weg is, nog een paar mooie herinneringen aan hem.
Dus hij vergeet dat hij niet meer auto mag rijden. Hij wil zelfs een nieuwe auto kopen. En hij vergeet dat hij ziek is. Hij is niet ziek. Ze hebben het mis. Met hem is niks aan de hand. Helemaal niks.
Mijn pake heeft Alzheimer. De diagnose is nog niet zo lang geleden gesteld.
En we wisten wel dat er iets aan de hand was. Maar dat het al zo erg was hadden we niet in de gaten. Hij werd steeds zachtmoediger, liever, bijna vrolijk. En dat was nieuw. Zo kenden we pake niet. Meestal was hij wat norsig en serieus. En bazig. O wat was hij bazig. Hij en beppe hadden onderling zonder woorden een rolverdeling afgesproken en die hadden ze de 55 jaren van hun huwelijk zorgvuldig ingevuld. Beppe als volgzame, rustige, lieve vrouw. Pake als de leider, de baas. En dat beviel ze kennelijk allebei wel, terwijl wij zoiets hadden van, mwah.
En nu is alles anders. Pake lacht, pake bloost. Pake is aardig, knijpt niet meer in je hand als je hem schudt. Pake is de leukste versie van zichzelf. Als wij er zijn. Als we er niet zijn is hij boos en in de war. Snapt hij niet wat er aan de hand is. Hij twijfelt voor het eerst in zijn leven aan zichzelf. En beppe moet opeens aan de rem trekken. Dingen regelen, hem bijsturen. En beppe wil dat helemaal niet. Is er helemaal niet klaar voor om de rollen om te draaien. Alles wat hij, of beter gezegd zijn ziekte zegt, neemt ze serieus. Dus ze is bang en gestresst. En hij is bang en in de war.
Gaten in zijn hoofd. Gaten in zijn karakter. Pake is pake niet meer. Maar wel lief. En samen letten we een beetje op ze. Proberen we nog veel leuke dingen te doen. Want straks kan dat niet meer. Dan weet hij niet meer wie we zijn, wat we doen, hoe we heten. Zoals pake nu is, zo is hij echt, houd ik me maar voor. Dan heb ik straks, als ie echt weg is, nog een paar mooie herinneringen aan hem.
Liefdesjunk
Liefde is ingewikkeld. Dat zal ook wel de reden zijn dat we er nooit over uitgeschreven raken. In liedjes, gedichten, boeken. En nu dus ook in mijn blog. Ook vandaag weer gedachten over de liefde die ik graag aan het beeldscherm wil toevertrouwen. Om mijn gedachten te ordenen, en misschien om het eindelijk eens te snappen. Of is dat überhaupt onmogelijk, de liefde begrijpen?
Vriendinnetje, type leuk, heeft een eind gebreid aan haar relatie. Heel slim, als je het mij vraagt. Als je het haar een paar dagen geleden vroeg ook. Nu weet ze het niet meer. Ze mist hem zo, en hij is zo leuk. Of voelt ze zich gewoon alleen???
Lijkt een beetje op mijn verhaal. En dus zette het me [weer eens] aan het denken.
Wanneer weet je nou of je van iemand houdt om wíe hij is? Is het niet gewoon heel vaak zo dat we van iemand houden om wát hij is? De teddybeer, de veilige haven, gezelschap, de man die me het gevoel geeft dat ik mooi ben. Is het niet gewoon heel erg vaak zo dat we iemand geweldig vinden omdat hij ons geweldig vindt en ons daarmee naar een hoger level brengt? In de wolken zeg maar. En ja, met al die wolken in en om je hoofd zie je dan niet meer goed of hij eigenlijk wel zo leuk is.
Ik denk dat ik een duidelijk gevalletje was van -verliefd op de liefde-. De ex vond me geweldig en ik wist niet wat me overkwam. Van lelijk eentje opeens in de spotlights van een knappe man. Prachtig! Heerlijk! Ik kon de hele wereld aan. Ik was verliefd. Maar nu denk ik verliefd te zijn geweest op het gevoel dat hij me gaf. Op zijn aanbidding. En die mis ik dus ook wel eens. Maar verliefd op hem? Dat is de vraag. Ik keek niet tegen hem op, vond het geen geweldige vent. Hij was niet lief, niet zorgzaam, niet gezellig, niet geïnteresseerd. En dat wist ik allemaal al lang. En toch bleef ik. Voor altijd op zoek naar de roes van die verliefdheid. Het gevoel van het begin. Een eeuwige poging om high te worden van zijn aanbidding. En toen die aanbidding normalere vormen aannam, werd mijn hunkering naar een 'shotje' steeds sterker. De momenten dat ik ze kreeg steeds zeldzamer.
En ja, je weet wat ze zeggen, eens verslaafd, altijd verslaafd. En nu ben ik dus nog altijd op zoek naar een shotje aanbidding. Waar en hoe dan ook.
Voordeel is dat ik nu wel heb ontdekt hoe het is om echt verliefd op iemand te zijn, van iemand te houden om de persoon die hij is. Niet om de liefde die hij mij geeft. Heerlijk! En verwarrend. Want af en toe móet ik gewoon een shotje. Een shotje van toen, een shotje van nu. Waarom?
[ja, het eindigt toch weer met een vraag, en dus begrijp ik de liefde nog niet helemaal...wordt vervolgd dus]
Vriendinnetje, type leuk, heeft een eind gebreid aan haar relatie. Heel slim, als je het mij vraagt. Als je het haar een paar dagen geleden vroeg ook. Nu weet ze het niet meer. Ze mist hem zo, en hij is zo leuk. Of voelt ze zich gewoon alleen???
Lijkt een beetje op mijn verhaal. En dus zette het me [weer eens] aan het denken.
Wanneer weet je nou of je van iemand houdt om wíe hij is? Is het niet gewoon heel vaak zo dat we van iemand houden om wát hij is? De teddybeer, de veilige haven, gezelschap, de man die me het gevoel geeft dat ik mooi ben. Is het niet gewoon heel erg vaak zo dat we iemand geweldig vinden omdat hij ons geweldig vindt en ons daarmee naar een hoger level brengt? In de wolken zeg maar. En ja, met al die wolken in en om je hoofd zie je dan niet meer goed of hij eigenlijk wel zo leuk is.
Ik denk dat ik een duidelijk gevalletje was van -verliefd op de liefde-. De ex vond me geweldig en ik wist niet wat me overkwam. Van lelijk eentje opeens in de spotlights van een knappe man. Prachtig! Heerlijk! Ik kon de hele wereld aan. Ik was verliefd. Maar nu denk ik verliefd te zijn geweest op het gevoel dat hij me gaf. Op zijn aanbidding. En die mis ik dus ook wel eens. Maar verliefd op hem? Dat is de vraag. Ik keek niet tegen hem op, vond het geen geweldige vent. Hij was niet lief, niet zorgzaam, niet gezellig, niet geïnteresseerd. En dat wist ik allemaal al lang. En toch bleef ik. Voor altijd op zoek naar de roes van die verliefdheid. Het gevoel van het begin. Een eeuwige poging om high te worden van zijn aanbidding. En toen die aanbidding normalere vormen aannam, werd mijn hunkering naar een 'shotje' steeds sterker. De momenten dat ik ze kreeg steeds zeldzamer.
En ja, je weet wat ze zeggen, eens verslaafd, altijd verslaafd. En nu ben ik dus nog altijd op zoek naar een shotje aanbidding. Waar en hoe dan ook.
Voordeel is dat ik nu wel heb ontdekt hoe het is om echt verliefd op iemand te zijn, van iemand te houden om de persoon die hij is. Niet om de liefde die hij mij geeft. Heerlijk! En verwarrend. Want af en toe móet ik gewoon een shotje. Een shotje van toen, een shotje van nu. Waarom?
[ja, het eindigt toch weer met een vraag, en dus begrijp ik de liefde nog niet helemaal...wordt vervolgd dus]
vrijdag 10 juli 2009
Ik ben blont, ik ben blont, ik ben B-L-O-N-T!
Een van mijn grote, kleine pleziertjes in het leven is mensen een tikkeltje voor de gek houden. En dat kan in mindere of meerdere mate zijn. Maakt niet uit, zodra mensen even door mij op het verkeerde been worden gezet, ben ik in mijn element.
En mensen zijn nogal makkelijk op het verkeerde been te zetten, heb ik gemerkt. Je hoeft alleen maar een bosje blond haar op je hoofd te hebben en een beetje vrolijk in het leven te staan en mensen denken meteen dat je niet ook nog gezegend kunt zijn met een goed stel hersens. En dus zien ze me aan voor secretaresse en als ik geluk heb intercedente. Ook stewardess wordt nog wel eens gedacht. Skitterend vind ik de verwarde blik in hun ogen als ik vertel wat ik werkelijk doe.
Het aantal keren dat mensen dachten dat ik het ter plekke verzon is niet meer op één hand te tellen. Wat daarbij vooral opvalt is dat mijn vriendin, een prachtexemplaar met rood haar, altijd wel geloofd wordt. Maar dat geheel terzijde.
Een terugkerend fenomeen is het moment waarop ik mensen kan schrijven dat een bepaalde aktie veroorzaakt wordt door de haarkleur. "Blont hè" schrijf ik dan. En elke keer reageren mensen alsof ik niet weet dat 'blont' natuurlijk eigenlijk 'blond' moet zijn. Heerlijk! Ze weten allemaal dat ik dag in dag uit met taal bezig ben en toch vragen ze zich allemaal een heel klein momentje af of ik het nou wel of niet met opzet doe.
Er zijn ook gewoon mensen met hersens die er niet uitzien alsof ze hersens hebben. Onthoud dat. Maar wat belangrijker is. Onthoud ook dat heel veel mensen er vele malen slimmer uit zien dan ze zijn. In hun geval geen positieve verassing, maar een tegenvaller. En zelfs mensen mét hersens hebben wel eens iets te lang tijd nodig om daar doorheen te prikken, maar dat is een heel ander verhaal.
En jahaa, ik weet heus wel dat het eigenlijk 'hersenen' moet zijn en niet 'hersens'. Ik noem het 'dichterlijke vrijheid'.
En mensen zijn nogal makkelijk op het verkeerde been te zetten, heb ik gemerkt. Je hoeft alleen maar een bosje blond haar op je hoofd te hebben en een beetje vrolijk in het leven te staan en mensen denken meteen dat je niet ook nog gezegend kunt zijn met een goed stel hersens. En dus zien ze me aan voor secretaresse en als ik geluk heb intercedente. Ook stewardess wordt nog wel eens gedacht. Skitterend vind ik de verwarde blik in hun ogen als ik vertel wat ik werkelijk doe.
Het aantal keren dat mensen dachten dat ik het ter plekke verzon is niet meer op één hand te tellen. Wat daarbij vooral opvalt is dat mijn vriendin, een prachtexemplaar met rood haar, altijd wel geloofd wordt. Maar dat geheel terzijde.
Een terugkerend fenomeen is het moment waarop ik mensen kan schrijven dat een bepaalde aktie veroorzaakt wordt door de haarkleur. "Blont hè" schrijf ik dan. En elke keer reageren mensen alsof ik niet weet dat 'blont' natuurlijk eigenlijk 'blond' moet zijn. Heerlijk! Ze weten allemaal dat ik dag in dag uit met taal bezig ben en toch vragen ze zich allemaal een heel klein momentje af of ik het nou wel of niet met opzet doe.
Er zijn ook gewoon mensen met hersens die er niet uitzien alsof ze hersens hebben. Onthoud dat. Maar wat belangrijker is. Onthoud ook dat heel veel mensen er vele malen slimmer uit zien dan ze zijn. In hun geval geen positieve verassing, maar een tegenvaller. En zelfs mensen mét hersens hebben wel eens iets te lang tijd nodig om daar doorheen te prikken, maar dat is een heel ander verhaal.
En jahaa, ik weet heus wel dat het eigenlijk 'hersenen' moet zijn en niet 'hersens'. Ik noem het 'dichterlijke vrijheid'.
donderdag 9 juli 2009
Zo waar! Texas - In demand
When we were together I was blown away
Just like paper from a fan
But you would act like I was just a kid
Like we were never gonna last
Now I've got someone who cares for me
He wrote my name in silver sands
I think you know you've lost the love of your life
(and you said) I was the best you've ever had
Because I'm in demand
Youre thinking of the way you shoulda held my hand
And all the times you said you didn't understand
You never had our love written in your plans
But now I'm in demand
Don't ever think you saw the best in me
Theres a side you'll never know
Cause love and loving are too different things
Set your sites far too low
Now I've got someone who cares for me
He wrote my name in silver sands
I think you know you've lost the love of your life
(and you said) I was the best you've ever had
Because I'm in demand
Youre thinking of the way you shoulda held my hand
And all the times you said you didnt understand
You never had our love written in your plans
But now I'm in demand
Its only when I fall asleep
I see that winning smile
When my dreams just move along
You've lost the race by miles
You know Im in demand
You see Im in demand
You need me in demand
You want me in demand
Just like paper from a fan
But you would act like I was just a kid
Like we were never gonna last
Now I've got someone who cares for me
He wrote my name in silver sands
I think you know you've lost the love of your life
(and you said) I was the best you've ever had
Because I'm in demand
Youre thinking of the way you shoulda held my hand
And all the times you said you didn't understand
You never had our love written in your plans
But now I'm in demand
Don't ever think you saw the best in me
Theres a side you'll never know
Cause love and loving are too different things
Set your sites far too low
Now I've got someone who cares for me
He wrote my name in silver sands
I think you know you've lost the love of your life
(and you said) I was the best you've ever had
Because I'm in demand
Youre thinking of the way you shoulda held my hand
And all the times you said you didnt understand
You never had our love written in your plans
But now I'm in demand
Its only when I fall asleep
I see that winning smile
When my dreams just move along
You've lost the race by miles
You know Im in demand
You see Im in demand
You need me in demand
You want me in demand
De vierkanten wereld
De wereld is rond. Natuurlijk, dat weten we sinds Copernicus (hij was het toch, of waren de geschiedenislessen echt volslagen nutteloos voor mij?). Maar er bestaat ook een vierkanten wereld. De wereld waar ik iedere dag in zit.
Achter mijn bureau, op het werk of thuis.
Het is een wereld van letters, woorden en zinnen. Een wereld die je zo mooi, spetterend, indrukwekkend of spannend kunt maken als je wilt. Slechts een paar toetsen verwijderd van een nieuw bestaan. Met een druk op de knop verander je alles. Wis je alles. Maak je alles schuin, of dikgedrukt.
Mijn wereld is op het werk wit, vol met zwarte lettertjes die tezamen een lopend verhaal vormen. Hard, kil, strak en logisch, zonder enige franje. Thuis is het een wereld waar altijd muziek op de achtergrond speelt. Een wereld met kleurtjes, mijn beste foto's en alleen opgewekte, lieve en belangstellende berichtjes. De wereld, zoals ik wil dat mensen hem om me heen zien. In die wereld gaat het altijd goed met me, beleef ik leuke dingen, ontmoet ik interessante mensen, verveel ik me nooit. In die wereld heb ik alleen maar leuke vrienden. In die wereld ben ik altijd grappig, mooi, gezellig, lief, vrolijk, oogverblindend en spannend.
In die wereld ben ik een vrouw van de echte, ronde wereld.
De vierkante wereld is de mooie kant van de ronde wereld. De gepimpte versie van mijn echte bestaan.
En ik weet dat het zo is. En zo is dat bij anderen natuurlijk ook. Maar wanneer ik me in de vierkanten wereld terugtrek, vergeet ik dat laatste iets te vaak. Ga ik ineens het leven dat anderen me daar voorspiegelen vergelijken met mijn werkelijke bestaan in de ronde wereld. En voel ik me suf, grijs, oud, lelijk, saai, ongezellig. Gewoon alles wat ik eigenlijk niet ben. Ik laat me intimideren door de vierkanten wereld die anderen hebben gecreëerd.
Het is eigenlijk het verhaal van het groenere gras van de buren. Het wordt tijd dat ik eens écht over de schutting ga kijken en me realiseer dat onze grasmat er op deze ronde wereld toch eigenlijk schitterend bij ligt!
Achter mijn bureau, op het werk of thuis.
Het is een wereld van letters, woorden en zinnen. Een wereld die je zo mooi, spetterend, indrukwekkend of spannend kunt maken als je wilt. Slechts een paar toetsen verwijderd van een nieuw bestaan. Met een druk op de knop verander je alles. Wis je alles. Maak je alles schuin, of dikgedrukt.
Mijn wereld is op het werk wit, vol met zwarte lettertjes die tezamen een lopend verhaal vormen. Hard, kil, strak en logisch, zonder enige franje. Thuis is het een wereld waar altijd muziek op de achtergrond speelt. Een wereld met kleurtjes, mijn beste foto's en alleen opgewekte, lieve en belangstellende berichtjes. De wereld, zoals ik wil dat mensen hem om me heen zien. In die wereld gaat het altijd goed met me, beleef ik leuke dingen, ontmoet ik interessante mensen, verveel ik me nooit. In die wereld heb ik alleen maar leuke vrienden. In die wereld ben ik altijd grappig, mooi, gezellig, lief, vrolijk, oogverblindend en spannend.
In die wereld ben ik een vrouw van de echte, ronde wereld.
De vierkante wereld is de mooie kant van de ronde wereld. De gepimpte versie van mijn echte bestaan.
En ik weet dat het zo is. En zo is dat bij anderen natuurlijk ook. Maar wanneer ik me in de vierkanten wereld terugtrek, vergeet ik dat laatste iets te vaak. Ga ik ineens het leven dat anderen me daar voorspiegelen vergelijken met mijn werkelijke bestaan in de ronde wereld. En voel ik me suf, grijs, oud, lelijk, saai, ongezellig. Gewoon alles wat ik eigenlijk niet ben. Ik laat me intimideren door de vierkanten wereld die anderen hebben gecreëerd.
Het is eigenlijk het verhaal van het groenere gras van de buren. Het wordt tijd dat ik eens écht over de schutting ga kijken en me realiseer dat onze grasmat er op deze ronde wereld toch eigenlijk schitterend bij ligt!
woensdag 8 juli 2009
De club van niet zo slimme meiden
Er is weer een nieuw lid bij de-club-van-niet-zo-slimme-meiden.
Ze is mooi, lief en slim. En ze heeft haar leven ontzettend goed op de rit. Leuk appartement, goede baan, pittig autootje, lieve ouders en broers, leuke vriendinnen. Kortom, een aanwinst voor de club.
Helaas mankeert er ook wat aan, anders kun je natuurlijk niet lid worden van de-club-van-niet-zo-slimme-meiden.
Ikzelf ben al jaren lid. Sinds het moment dat ik het met de ex aanlegde terwijl ik wist over zijn vreemde verleden en zijn escapades gedurende ons prille begin. Daarna ben ik ervaringsdeskundige geworden in het zijn van een 'niet slimme meid'. Hoeveel bagger laat je over je heen komen voordat je zegt: "het is genoeg"?
Nou, héél véél bagger. Ontzettend veel bagger. Zoveel bagger dat als het letterlijk zou zijn gebeurd, de bult bagger hoger zou zijn dan het puntje van de Eiffeltoren.
En je hoeft niet te denken dat de club van niet zo slimme meiden om leden verlegen zit. In tegendeel. We worden overspoeld met aanmeldingen van meiden die doorgaans als slim, mooi en fruitig kunnen worden bestempeld, maar die zich zó níet slim gedragen.
De een is medicus en valt op ontrouwe barmannen. De ander is zo fruitig als de pest en gaat samenwonen met haar tegenpool. En weer een ander komt nooit van de man af waarmee ze nergens zal komen.
En nu dus het nieuwe lid. Ze stortte zich in een relatie met een man die veel vrouwen aanspreekt. Een hottie. Maar een hottie met wat problemen. En ze dacht; die problemen lost hij wel op. Zelfs toen hij vond dat het geen problemen waren, bleef ze geloven dat hij er wel wat aan zou doen. Niet dus.
Kansloze situaties en relaties. En toch blijven we hangen. Tot in den treure [helaas heb ik moeten constateren dat de meeste leden iets sneller van begrip zijn geweest dan ik, maar dat geheel terzijde]. En daarom zijn we dus lid van de club.
Wat is het toch, dat wij, met al onze kracht en oogverblindendheid op alle fronten, niet kunnen stoppen met kerels die ons lichtje langzaam doven? Kerels die de twinkeling uit de ogen halen? Waarom gaan we na de eerste krenking, belediging, kleinering, bedreiging, of zelfs klap, niet gewoon weg???
Omdat we mooie mensen zijn met een goed hart. Omdat we hem dus niet in de steek willen laten. Omdat we hem proberen te begrijpen. Omdat we hopen op verbetering. Omdat we er voor willen gaan. Omdat we vasthouden aan de mooie herinneringen, het leuke begin. Omdat we bang zijn weer alleen te zijn en zelfs over te blijven. Omdat we vrezen dat we het alleen niet redden. En, het is onvoorstelbaar, ook omdat we op één of andere [achterlijke, ja het is gewoon achterlijk] manier denken dat we niet beter verdienen. En dus zijn we absoluut waardige leden van de-club-van-niet-zo-slimme-meiden.
Het lidmaatschap heeft gelukkig een groot voordeel. Je blijft lid. Ook als je wel het heft in eigen handen neemt en je [eindelijk!] gaat gedragen als een slimme meid, die weet wat ze wil en haar eigen geluk creëert. [En gelukkig geldt dat voor alle leden, zelfs voor onze mooie nieuwe aanwinst.] You go girl!
Ze is mooi, lief en slim. En ze heeft haar leven ontzettend goed op de rit. Leuk appartement, goede baan, pittig autootje, lieve ouders en broers, leuke vriendinnen. Kortom, een aanwinst voor de club.
Helaas mankeert er ook wat aan, anders kun je natuurlijk niet lid worden van de-club-van-niet-zo-slimme-meiden.
Ikzelf ben al jaren lid. Sinds het moment dat ik het met de ex aanlegde terwijl ik wist over zijn vreemde verleden en zijn escapades gedurende ons prille begin. Daarna ben ik ervaringsdeskundige geworden in het zijn van een 'niet slimme meid'. Hoeveel bagger laat je over je heen komen voordat je zegt: "het is genoeg"?
Nou, héél véél bagger. Ontzettend veel bagger. Zoveel bagger dat als het letterlijk zou zijn gebeurd, de bult bagger hoger zou zijn dan het puntje van de Eiffeltoren.
En je hoeft niet te denken dat de club van niet zo slimme meiden om leden verlegen zit. In tegendeel. We worden overspoeld met aanmeldingen van meiden die doorgaans als slim, mooi en fruitig kunnen worden bestempeld, maar die zich zó níet slim gedragen.
De een is medicus en valt op ontrouwe barmannen. De ander is zo fruitig als de pest en gaat samenwonen met haar tegenpool. En weer een ander komt nooit van de man af waarmee ze nergens zal komen.
En nu dus het nieuwe lid. Ze stortte zich in een relatie met een man die veel vrouwen aanspreekt. Een hottie. Maar een hottie met wat problemen. En ze dacht; die problemen lost hij wel op. Zelfs toen hij vond dat het geen problemen waren, bleef ze geloven dat hij er wel wat aan zou doen. Niet dus.
Kansloze situaties en relaties. En toch blijven we hangen. Tot in den treure [helaas heb ik moeten constateren dat de meeste leden iets sneller van begrip zijn geweest dan ik, maar dat geheel terzijde]. En daarom zijn we dus lid van de club.
Wat is het toch, dat wij, met al onze kracht en oogverblindendheid op alle fronten, niet kunnen stoppen met kerels die ons lichtje langzaam doven? Kerels die de twinkeling uit de ogen halen? Waarom gaan we na de eerste krenking, belediging, kleinering, bedreiging, of zelfs klap, niet gewoon weg???
Omdat we mooie mensen zijn met een goed hart. Omdat we hem dus niet in de steek willen laten. Omdat we hem proberen te begrijpen. Omdat we hopen op verbetering. Omdat we er voor willen gaan. Omdat we vasthouden aan de mooie herinneringen, het leuke begin. Omdat we bang zijn weer alleen te zijn en zelfs over te blijven. Omdat we vrezen dat we het alleen niet redden. En, het is onvoorstelbaar, ook omdat we op één of andere [achterlijke, ja het is gewoon achterlijk] manier denken dat we niet beter verdienen. En dus zijn we absoluut waardige leden van de-club-van-niet-zo-slimme-meiden.
Het lidmaatschap heeft gelukkig een groot voordeel. Je blijft lid. Ook als je wel het heft in eigen handen neemt en je [eindelijk!] gaat gedragen als een slimme meid, die weet wat ze wil en haar eigen geluk creëert. [En gelukkig geldt dat voor alle leden, zelfs voor onze mooie nieuwe aanwinst.] You go girl!
Mijn Grote Liefde
Ik las ergens dat een BN-ster met haar grote liefde was getrouwd. En opeens viel het kwartje. "Mijn Grote Liefde" is toch eigenlijk de prachtigste manier om je liefde voor een ander te omschrijven.
Het omvat alles. Niet alleen een enorme verliefdheid, maar diepe liefde, herkenning, jezelf kunnen zijn, het beste uit jezelf halen. Maar ook vrijheid, rust, geborgenheid en veiligheid. Als je je grote liefde vindt, ben je binnen.
En zonder enige twijfel realiseerde ik me dat ik mijn grote liefde heb gevonden.
In X.
En ik voelde mijn hart gloeien. Merkte dat mijn ogen weer begonnen te twinkelen. Mijn vertrouwen in de toekomst ging door het dak.
Ik heb gewoon Mijn Grote Liefde gevonden!!!
Natuurlijk wist ik al wel dat ik het ontzettend had getroffen met X. Hij is grappig, slim, charmant, lief, zorgzaam, gezellig, vergevingsgezind, vol inlevingsvermogen, enorm sociaal, een tikkeltje spannend, soms mysterieus, een doorzetter en gewoon een heerlijke man! En nu is hij ook nog eens Mijn Grote Liefde.
Een tijdje was ik bang dat ik de grote liefde al beleefd had. Maar dat was geen grote liefde, weet ik nu. Dat was dodelijke liefde. Het soort liefde waar je aan kapot gaat, alleen maar omdat je hersenen niet de juiste signalen aan je doorgeven doordat je hart je gehele zenuwstelsel lam legt. En al achtervolgt de dodelijke liefde me nog in mijn hoofd. De Grote Liefde zit nu voor altijd in mijn hart. En gelukkig ook in mijn leven. Deze laat ik niet meer lopen.
Vanavond ga ik hem maar eens vertellen dat hij Mijn Grote Liefde is. Ik weet zeker dat hij - zoals vaker - eerst even zal fronsen en daarna zijn allerleukste lachende oogjes zal tonen. Hopelijk bromt hij er even zacht bij, zoals alleen hij dat kan. En slaat hij dan zijn warme, veilige armen om me heen. Mijn Grote Liefde.
Het omvat alles. Niet alleen een enorme verliefdheid, maar diepe liefde, herkenning, jezelf kunnen zijn, het beste uit jezelf halen. Maar ook vrijheid, rust, geborgenheid en veiligheid. Als je je grote liefde vindt, ben je binnen.
En zonder enige twijfel realiseerde ik me dat ik mijn grote liefde heb gevonden.
In X.
En ik voelde mijn hart gloeien. Merkte dat mijn ogen weer begonnen te twinkelen. Mijn vertrouwen in de toekomst ging door het dak.
Ik heb gewoon Mijn Grote Liefde gevonden!!!
Natuurlijk wist ik al wel dat ik het ontzettend had getroffen met X. Hij is grappig, slim, charmant, lief, zorgzaam, gezellig, vergevingsgezind, vol inlevingsvermogen, enorm sociaal, een tikkeltje spannend, soms mysterieus, een doorzetter en gewoon een heerlijke man! En nu is hij ook nog eens Mijn Grote Liefde.
Een tijdje was ik bang dat ik de grote liefde al beleefd had. Maar dat was geen grote liefde, weet ik nu. Dat was dodelijke liefde. Het soort liefde waar je aan kapot gaat, alleen maar omdat je hersenen niet de juiste signalen aan je doorgeven doordat je hart je gehele zenuwstelsel lam legt. En al achtervolgt de dodelijke liefde me nog in mijn hoofd. De Grote Liefde zit nu voor altijd in mijn hart. En gelukkig ook in mijn leven. Deze laat ik niet meer lopen.
Vanavond ga ik hem maar eens vertellen dat hij Mijn Grote Liefde is. Ik weet zeker dat hij - zoals vaker - eerst even zal fronsen en daarna zijn allerleukste lachende oogjes zal tonen. Hopelijk bromt hij er even zacht bij, zoals alleen hij dat kan. En slaat hij dan zijn warme, veilige armen om me heen. Mijn Grote Liefde.
Motorisch debiel
Ik veeg het zweet van mijn voorhoofd, tuur naar de volgende bal die gaat komen. Mijn hele lijf is er klaar voor om hem perfect terug te slaan. In opperste staat van paraatheid. Althans, dat denk ik. Want zodra de bal mijn racket raakt gebeuren er gekke dingen. De bal vliegt alle kanten op, behalve de goede.
Kennelijk was vooral mijn hele breín klaar om de bal met een bloedgang in een lastig hoekje te poeieren... Mijn lichaam denkt er helaas weer eens anders over. Gaat gewoon zijn eigen gang. Zoals wel vaker.
Dus ik slik de teleurstelling weg en maak me klaar voor de volgende bal. Die gaat raak én in. Hoppa! Zo nu en dan gaat het best goed en sla ik mooie balletjes... Opslaan lukt me ook wel. Maar dat is niet talent, geen techniek. Nee, gewoon geluk. En een beetje oefening.
"Motorisch debiel" was ooit het stempel dat ik kreeg opgedrukt door mijn huisarts. Een pijnlijk moment. Tot nu toe dacht ik dat dat vooral met mijn brokkenpiloot-activiteiten te maken had. Hij zei het namelijk na de zoveelste valpartij met de fiets waar ik [niet als kind, gewoon als grote meid] zwaar gedeukt en geschonden uit kwam. Nu denk ik dat zijn opmerking gewoon op de gehele staat van mijn (overigens goddelijke) lichaam slaat. Ik ben gewoon onhandig, klunzig en motorisch zwak. [Het wordt gelukkig ook wel eens voor schattig en charmant aangezien.] Niet voor niets kreeg ik vroeger altijd het slechtste 'rondje' in mijn rapport aangekruisd wanneer het ging over motoriek. Kan me herinneren dat ik nog niet eens wist wat het betekende maar me wel afvroeg waarom dat mijn slechtste vak was.
Inmiddels kan ik er wel om lachen dat ik niet de meest atletische ben. Ik heb andere kwaliteiten gelukkig. Maar ik heb toch maar een andere huisarts genomen [vriend X zei helaas heel terecht dat mijn lichamelijke staat niet zou veranderen en hij had natuurlijk gelijk]. Tennis blijft echter een pijnpunt. Wat zou ik toch graag een toppertje worden. Wie weet. Over twintig jaar in de senioren competitie? Want alles kun je leren. De een alleen wat sneller dan de ander. Toch?
Kennelijk was vooral mijn hele breín klaar om de bal met een bloedgang in een lastig hoekje te poeieren... Mijn lichaam denkt er helaas weer eens anders over. Gaat gewoon zijn eigen gang. Zoals wel vaker.
Dus ik slik de teleurstelling weg en maak me klaar voor de volgende bal. Die gaat raak én in. Hoppa! Zo nu en dan gaat het best goed en sla ik mooie balletjes... Opslaan lukt me ook wel. Maar dat is niet talent, geen techniek. Nee, gewoon geluk. En een beetje oefening.
"Motorisch debiel" was ooit het stempel dat ik kreeg opgedrukt door mijn huisarts. Een pijnlijk moment. Tot nu toe dacht ik dat dat vooral met mijn brokkenpiloot-activiteiten te maken had. Hij zei het namelijk na de zoveelste valpartij met de fiets waar ik [niet als kind, gewoon als grote meid] zwaar gedeukt en geschonden uit kwam. Nu denk ik dat zijn opmerking gewoon op de gehele staat van mijn (overigens goddelijke) lichaam slaat. Ik ben gewoon onhandig, klunzig en motorisch zwak. [Het wordt gelukkig ook wel eens voor schattig en charmant aangezien.] Niet voor niets kreeg ik vroeger altijd het slechtste 'rondje' in mijn rapport aangekruisd wanneer het ging over motoriek. Kan me herinneren dat ik nog niet eens wist wat het betekende maar me wel afvroeg waarom dat mijn slechtste vak was.
Inmiddels kan ik er wel om lachen dat ik niet de meest atletische ben. Ik heb andere kwaliteiten gelukkig. Maar ik heb toch maar een andere huisarts genomen [vriend X zei helaas heel terecht dat mijn lichamelijke staat niet zou veranderen en hij had natuurlijk gelijk]. Tennis blijft echter een pijnpunt. Wat zou ik toch graag een toppertje worden. Wie weet. Over twintig jaar in de senioren competitie? Want alles kun je leren. De een alleen wat sneller dan de ander. Toch?
dinsdag 7 juli 2009
Al gaat het leven nog zo snel
Het verleden achterhaalt me wel.
Zo voelt het. Alsof ik ergens ben gestruikeld terwijl ik zo hard probeerde weg te lopen voor de nare dingen in mijn hart en hoofd. Ik liep in de zon en rende zo hard ik kon. Om de wind te voelen en maar niet stil te hoeven staan bij de zwarte randjes van het leven. De schaduwen van mijn verleden.
En nu ben ik plat op mijn fruitige gezichtje gegaan. Recht in de modder. Geen redden meer aan. Ik probeerde nog op te krabbelen om het verleden voor te blijven, maar het is niet gelukt. En nu heeft het me volledig in zijn greep. Alsof het roept:
NU WIL IK AANDACHT, JE KUNT NIET MEER OM ME HEEN.
En ik voel dat het moet. Ik moet er doorheen. Voelen wat ik niet heb gevoeld. Tranen laten vloeien die ik heb weggestopt. Onder ogen zien wat er was en wat ik kwijt ben. Ik moet verwerken wat me is overkomen. Geen wonder... Het was niet niks. Het was teveel. Teveel voor de vlinder die ik was geworden. De vlinder die nu even vleugellam is.
En dus zit ik stilletjes te huilen in de auto terwijl Trijntje 'On my own' zingt. De tranen blijven maar stromen. Maar voor het eerst hoor ik het einde van het liedje. Het begon zo treurig, maar het loopt goed af!! En zo zal het mij ook vergaan. Over een poosje fladder ik weer, en dit keer zonder ballast, vrolijk in het rond.
Laat het verleden maar komen. De toekomst haalt het wel weer eens in.
Zo voelt het. Alsof ik ergens ben gestruikeld terwijl ik zo hard probeerde weg te lopen voor de nare dingen in mijn hart en hoofd. Ik liep in de zon en rende zo hard ik kon. Om de wind te voelen en maar niet stil te hoeven staan bij de zwarte randjes van het leven. De schaduwen van mijn verleden.
En nu ben ik plat op mijn fruitige gezichtje gegaan. Recht in de modder. Geen redden meer aan. Ik probeerde nog op te krabbelen om het verleden voor te blijven, maar het is niet gelukt. En nu heeft het me volledig in zijn greep. Alsof het roept:
NU WIL IK AANDACHT, JE KUNT NIET MEER OM ME HEEN.
En ik voel dat het moet. Ik moet er doorheen. Voelen wat ik niet heb gevoeld. Tranen laten vloeien die ik heb weggestopt. Onder ogen zien wat er was en wat ik kwijt ben. Ik moet verwerken wat me is overkomen. Geen wonder... Het was niet niks. Het was teveel. Teveel voor de vlinder die ik was geworden. De vlinder die nu even vleugellam is.
En dus zit ik stilletjes te huilen in de auto terwijl Trijntje 'On my own' zingt. De tranen blijven maar stromen. Maar voor het eerst hoor ik het einde van het liedje. Het begon zo treurig, maar het loopt goed af!! En zo zal het mij ook vergaan. Over een poosje fladder ik weer, en dit keer zonder ballast, vrolijk in het rond.
Laat het verleden maar komen. De toekomst haalt het wel weer eens in.
donderdag 2 juli 2009
Terras
Daar zaten we dan. Oud Hof-tutjes, als vanouds op pad. Heerlijk op het terras van de DVD. Drankje en olijfjes voor de neus. Geen wijn, want zij is zwanger en ik aan de lijn.
Maar we hadden lol. En genoeg teksten. Veel te lachen. En heerlijk mensen kijken. Want dat is toch eigenlijk wel het leukste van het terras. Die eindeloze stoet mensen die voorbij trekt. Hoe warmer het wordt in Nederland, hoe moeilijker mensen het vinden om passende kleding aan te trekken. Dus genoeg te zien en te gniffelen.
Al zullen mijn mede terrasbewoners ook wel hebben gegniffeld toen ik richting het toilet ging met de afdruk van de stoel permanent in mijn blote benen gekerfd. Maar goed, er zat een fruitig hoofd op en dat compenseert, hoop ik.
Al mensen kijkend zagen vriendin en ik op links een heel jong meisje stevig lurken aan een sigaret. Ik keek nog eens. Zo jong en dan al roken? En dan al op hakken? En dan al semi-sexy gekleed? Waar gaat het heen met de wereld, dacht ik bejaard.
Toen ik echter beter keek en vriendin me er op wees dat moeders gewoon bij het meisje zat, viel ik bijna van mijn - totaal onconfortabele, in mijn billen prikkende, wiebelige - stoel. Moeder en zuslief rookten gezellig mee met het meiske. ALs ketters de ene met de andere aanstekend. Ze was hooguit veertien. En zuslief hooguit zestien.
Vriendin en ik gingen er maar eens goed voor zitten. Bij nadere observatie bleek moeders te beschikken over een rokersgebit uit de categorie carnavalsartikelen. Het leek wel zo'n nepgebitje of alsof ze met zwarte verf een heksengebitje had geschilderd. Doodeng. En gewoon met open mond lachen hè. Kennelijk geen spiegels in huis.
Maar het ergste van alles was dat moeder en dochter wijntje na wijntje wegtikten. Zestien jaar hè, hooguit. Minstens drie wijntjes per persoon. Ik dacht en zei maar weer eens: waar gaat het heen met de wereld? Vriendin vond het ook. We fronsten en dachten aan onze fijne opvoeding en alle kansen die we daardoor in het leven hadden gekregen.
Ze hadden ook nogal wat geluid, dat drietal op links. Eerst omdat moeders het grappig vond om namens het jongste kind een smsje naar een jongen te sturen. Dochterlief vond dat natuurlijk geen goed idee en dat mochten we allemaal best weten want haar sms-bundel was bijna leeg. Vervolgens kwam er gekibbel omdat moeders vooral met haar oudste gezellig deed en de jongste zich miskend voelde. En tja, toen ging de wijn om. Weer rumoer op links.
Bij het betalen werden we getrakteerd op een knetterend uiteinde. Moeders sprak de serveerster erg boos aan op haar gedrag. Ze voelde zich niet netjes behandeld (ondanks dat ze gewoon een gratis nieuw wijntje had gekregen) en ze liet zich echt niet door een ander zeggen hoe ze zich gedroeg. De wijn aan het woord. En de dochters stonden er schaapachtig bij. Net de boze stiefmoeder met de lelijke stiefzusjes van Assepoester. Hoe is het daar eigenlijk mee afgelopen? Daar hoor je nooit iets over in die sprookjes...
Met deze twee zal het wel niet helemaal goed aflopen, vrees ik. Weinig kansen met zo'n opvoeding en moeder. Treurig. Niet alle sprookjes lopen even mooi af.
Maar we hadden lol. En genoeg teksten. Veel te lachen. En heerlijk mensen kijken. Want dat is toch eigenlijk wel het leukste van het terras. Die eindeloze stoet mensen die voorbij trekt. Hoe warmer het wordt in Nederland, hoe moeilijker mensen het vinden om passende kleding aan te trekken. Dus genoeg te zien en te gniffelen.
Al zullen mijn mede terrasbewoners ook wel hebben gegniffeld toen ik richting het toilet ging met de afdruk van de stoel permanent in mijn blote benen gekerfd. Maar goed, er zat een fruitig hoofd op en dat compenseert, hoop ik.
Al mensen kijkend zagen vriendin en ik op links een heel jong meisje stevig lurken aan een sigaret. Ik keek nog eens. Zo jong en dan al roken? En dan al op hakken? En dan al semi-sexy gekleed? Waar gaat het heen met de wereld, dacht ik bejaard.
Toen ik echter beter keek en vriendin me er op wees dat moeders gewoon bij het meisje zat, viel ik bijna van mijn - totaal onconfortabele, in mijn billen prikkende, wiebelige - stoel. Moeder en zuslief rookten gezellig mee met het meiske. ALs ketters de ene met de andere aanstekend. Ze was hooguit veertien. En zuslief hooguit zestien.
Vriendin en ik gingen er maar eens goed voor zitten. Bij nadere observatie bleek moeders te beschikken over een rokersgebit uit de categorie carnavalsartikelen. Het leek wel zo'n nepgebitje of alsof ze met zwarte verf een heksengebitje had geschilderd. Doodeng. En gewoon met open mond lachen hè. Kennelijk geen spiegels in huis.
Maar het ergste van alles was dat moeder en dochter wijntje na wijntje wegtikten. Zestien jaar hè, hooguit. Minstens drie wijntjes per persoon. Ik dacht en zei maar weer eens: waar gaat het heen met de wereld? Vriendin vond het ook. We fronsten en dachten aan onze fijne opvoeding en alle kansen die we daardoor in het leven hadden gekregen.
Ze hadden ook nogal wat geluid, dat drietal op links. Eerst omdat moeders het grappig vond om namens het jongste kind een smsje naar een jongen te sturen. Dochterlief vond dat natuurlijk geen goed idee en dat mochten we allemaal best weten want haar sms-bundel was bijna leeg. Vervolgens kwam er gekibbel omdat moeders vooral met haar oudste gezellig deed en de jongste zich miskend voelde. En tja, toen ging de wijn om. Weer rumoer op links.
Bij het betalen werden we getrakteerd op een knetterend uiteinde. Moeders sprak de serveerster erg boos aan op haar gedrag. Ze voelde zich niet netjes behandeld (ondanks dat ze gewoon een gratis nieuw wijntje had gekregen) en ze liet zich echt niet door een ander zeggen hoe ze zich gedroeg. De wijn aan het woord. En de dochters stonden er schaapachtig bij. Net de boze stiefmoeder met de lelijke stiefzusjes van Assepoester. Hoe is het daar eigenlijk mee afgelopen? Daar hoor je nooit iets over in die sprookjes...
Met deze twee zal het wel niet helemaal goed aflopen, vrees ik. Weinig kansen met zo'n opvoeding en moeder. Treurig. Niet alle sprookjes lopen even mooi af.
woensdag 1 juli 2009
De vlieger

De zomercolumns in het ochtendjournaal zijn er weer. Meestal een te kort stukje over iets net niet boeiends. Net als vanochtend. Totaal geen nieuwswaarde. Maar goed. De correspondent in China was aan de beurt en hij ging het hebben over vliegers. Saai dacht ik. Tot ik me opeens realiseerde ik me dat ik best iets heb met vliegers.
Vliegers en Texel. Buiten het eiland was er nooit een vlieger in mijn hand. Maar op het eiland heb ik toch best wat uurtjes vliegerplezier beleefd. Het begon met vliegers bouwen op de camping met mijn oom. Van dun papier en stokjes van balsahout. En ze deden het ook nog. Het had altijd iets magisch als die dingen weer aan een touwtje in de lucht bungelden.
Al gauw was één zo'n suf stilhangend vliegertje niet genoeg en kwamen er rijtjes vliegers, gevolgd door kleine deltavliegers, voor in de plaats. Dan kon je ze tenminste heen en weer bewegen en een beetje stunten. Voor zover je dat stunten mag noemen. Wij vonden het in ieder geval leuk. Maar dat kan natuurlijk altijd groot, groter, grootst. En dus kocht mijn broertje enorme "kites". Opeens is een Nederlandse benaming dan niet meer passend. En daar moest dan een "buggy" bij. Ik zou zeggen een wagentje, maar hij zei buggy. Waarmee je achter je vlieger aan kunt racen over het strand enzo. Heel stoer... Ik mocht er niet in. Het vereiste talent.
En dan is er nog het liedje van André Hazes. De vlieger. Ik vind het mooi. Vooral om mee te blèren in mijn zogenaamd Amsterdamse accent. X kan er niet naar luisteren. Niet omdat ik zo vals zing, maar omdat zijn moeder er helaas niet meer is. Het doet hem pijn. En mij dus ook. Dus zing ik niet mee als hij er is. En sla ik mijn arm om hem heen als we er naar luisteren.
In de zomercolumn vertelde de correspondent dat de vlieger uit China komt. En een oud Chinees mannetje legde uit dat de vlieger je dichter bij de hemel brengt. Communicatie met daarboven. Het spirituele element raakte me opeens. Een prachtig idee. André verwoorde dat op zijn manier. En ik voel het nu op mijn manier. X en zijn moeder. Ze is nooit echt weg. Misschien toch eens een vliegertje oplaten... om dichterbij haar te zijn.
dinsdag 30 juni 2009
Broer
Soms, op verjaardagen ofzo, duiken er weer allemaal leuke anekdotes op uit mijn jeugd. Mijn jeugd en die van mijn broer. Mijn broer was net iets minder voorzichtig en verlegen dan ik. En dus zijn er meer leuke anekdotes over hem dan over mij.
Als ik terugdenk aan de momenten dat die anekdotes zich hebben gevormd vervult dat mij standaard met een gelukzalig gevoel. Ik had een leuke jeugd. En hij ook.
Zo kan ik me herinneren dat we met mijn ouders en oom en tante, neef en nicht (oké mijn broer noemde ze in een kaartje kenissen -en dus niet kennissen- omdat ze niet familie waren, maar goed) in de Sluftervallei op Texel waren. Het was prachtig weer en we hadden een heel eind door de schitterende natuur gelopen om ergens vlak bij zee te spelen en te zwemmen. Totdat mijn broer ineens in een roestige spijker stond. En pijn had. Logisch. We moesten terug, want het was best ernstig. Hup, broer bij mijn vader op de rug en wij er in kolonne achteraan. Roept ie, ongeveer 6 jaar oud, ineens: "ik wil met de straaljager naar Wopke toe!".
Het is één van zijn gevleugelde uitspraken geworden. Wopke was namelijk het konijn dat we thuis hadden gelaten. Skitterend.
Eén van zijn andere machtig-mooie uitspraken was: "Au, mijn ribbelkast". Dit prachtexemplaar deden we op toen hij van een duin af was gedonderd. Wederom op Texel.
Voordat het zover kwam was hij al bekend om zijn "Colaslaatjes". Leuk woord als je nog geen "chocolaatjes" kunt zeggen.
Toen hij wat groter werd heb ik vooral gelachen om de idiote situatie waarbij een buurjongen het nodig vond om hem bij een visruzietje de sloot in te meppen. De buurjongen was zo'n echte, uit de klei getrokken boer en mijn broer was nog zo'n scheetje. Belachelijk natuurlijk. Maar wel gelachen.
Echt tranen met tuiten heb ik pas gelachen toen we eens zaten te eten en mijn broer te laat kwam. Al gauw werd duidelijk waarom hij te laat was. Aan het eind van de straat kwam hij aanslenteren met de fiets aan de hand. Lekke band natuurlijk. Maar dat was niet het hilarische aan alles. Nee, dat was zijn kapsel.
Hij had zijn haar laten blonderen. Maar dan niet in het bescheiden soort blond. Nee, peroxide, pisgeel, lichtgevend blond. Werkelijk géén gezicht. En maar stoer kijken. Prachtig. Vooral vanwege de discussie die mijn ouders voerden in de ogenblikken dat hij naderde. Moeders vond het leuk en rebels. Was vroeger ook zo. Vaders flipte zijn behoudende pan uit. Hoe kon die jongen dat nou doen? Wie zou hem nog serieus nemen? Het is toch afschuwelijk enzovoort. En ik maar lachen. Tot huilens aan toe.
Jammer dat er over mij niet zulke heerlijke verhalen te vertellen zijn.
Als ik terugdenk aan de momenten dat die anekdotes zich hebben gevormd vervult dat mij standaard met een gelukzalig gevoel. Ik had een leuke jeugd. En hij ook.
Zo kan ik me herinneren dat we met mijn ouders en oom en tante, neef en nicht (oké mijn broer noemde ze in een kaartje kenissen -en dus niet kennissen- omdat ze niet familie waren, maar goed) in de Sluftervallei op Texel waren. Het was prachtig weer en we hadden een heel eind door de schitterende natuur gelopen om ergens vlak bij zee te spelen en te zwemmen. Totdat mijn broer ineens in een roestige spijker stond. En pijn had. Logisch. We moesten terug, want het was best ernstig. Hup, broer bij mijn vader op de rug en wij er in kolonne achteraan. Roept ie, ongeveer 6 jaar oud, ineens: "ik wil met de straaljager naar Wopke toe!".
Het is één van zijn gevleugelde uitspraken geworden. Wopke was namelijk het konijn dat we thuis hadden gelaten. Skitterend.
Eén van zijn andere machtig-mooie uitspraken was: "Au, mijn ribbelkast". Dit prachtexemplaar deden we op toen hij van een duin af was gedonderd. Wederom op Texel.
Voordat het zover kwam was hij al bekend om zijn "Colaslaatjes". Leuk woord als je nog geen "chocolaatjes" kunt zeggen.
Toen hij wat groter werd heb ik vooral gelachen om de idiote situatie waarbij een buurjongen het nodig vond om hem bij een visruzietje de sloot in te meppen. De buurjongen was zo'n echte, uit de klei getrokken boer en mijn broer was nog zo'n scheetje. Belachelijk natuurlijk. Maar wel gelachen.
Echt tranen met tuiten heb ik pas gelachen toen we eens zaten te eten en mijn broer te laat kwam. Al gauw werd duidelijk waarom hij te laat was. Aan het eind van de straat kwam hij aanslenteren met de fiets aan de hand. Lekke band natuurlijk. Maar dat was niet het hilarische aan alles. Nee, dat was zijn kapsel.
Hij had zijn haar laten blonderen. Maar dan niet in het bescheiden soort blond. Nee, peroxide, pisgeel, lichtgevend blond. Werkelijk géén gezicht. En maar stoer kijken. Prachtig. Vooral vanwege de discussie die mijn ouders voerden in de ogenblikken dat hij naderde. Moeders vond het leuk en rebels. Was vroeger ook zo. Vaders flipte zijn behoudende pan uit. Hoe kon die jongen dat nou doen? Wie zou hem nog serieus nemen? Het is toch afschuwelijk enzovoort. En ik maar lachen. Tot huilens aan toe.
Jammer dat er over mij niet zulke heerlijke verhalen te vertellen zijn.
Tegelbuik
Ik ben een tegelkind. Een kind van een tegelman. Mijn hele leven heb ik aan tafel nooit anders gehoord dan over tegels en tegelzetters. Geen tegels voor buiten, tegels voor binnen. En nee, dat noem je geen plavuizen. Ik niet.
Mijn vader en broer kunnen alles maken met tegels en dat vervult mij met trots. Nou ja, bijna alles.
Vroeger, toen ik net ongesteld was en daar de nodige buikpijn van ondervond, wist mijn vader soms niet wat hij daar mee aan moest. Mijn vader is het type, stoer en sterk maar kom níet aan zijn dochter, dan is het een watje eerste klas. Dus als ik weer eens buikpijn had zocht hij, zoals een echte man betaamt, naar oplossingen.
Ik kan me nog goed herinneren dat hij dan vaak zei; kon ik maar een buik van tegeltjes voor je maken. En dan lachten we even naar elkaar.
Zo lief. Zo'n vader die het liefst een buik van tegeltjes maakt voor zijn kleine meisje. Ik zag het dan ook al helemaal voor me. Een buik met allemaal mozaiekjes en nooit meer pijn. Maar ja, dat kon ie dus net niet voor me regelen.
Een mooie badkamer, een mooie tegelvloer, een mooie keuken. Dat alles heeft hij wel voor me geregeld. En nog veel meer lieve dingen. Ik heb er in ieder geval een tegelhart aan overgehouden.
En als ik nu nog wel eens last heb van de rode vlaggetjes week denk ik aan mijn vader en zijn tegeltjes. Het had toch best handig geweest. Zo'n buik van tegeltjes. Maar gelukkig staat die buikpijn voor iets potentieel moois. Kleinkinderen voor mijn lieve vader. Die vast een geweldige opa zal worden. Opa Tegel.
Mijn vader en broer kunnen alles maken met tegels en dat vervult mij met trots. Nou ja, bijna alles.
Vroeger, toen ik net ongesteld was en daar de nodige buikpijn van ondervond, wist mijn vader soms niet wat hij daar mee aan moest. Mijn vader is het type, stoer en sterk maar kom níet aan zijn dochter, dan is het een watje eerste klas. Dus als ik weer eens buikpijn had zocht hij, zoals een echte man betaamt, naar oplossingen.
Ik kan me nog goed herinneren dat hij dan vaak zei; kon ik maar een buik van tegeltjes voor je maken. En dan lachten we even naar elkaar.
Zo lief. Zo'n vader die het liefst een buik van tegeltjes maakt voor zijn kleine meisje. Ik zag het dan ook al helemaal voor me. Een buik met allemaal mozaiekjes en nooit meer pijn. Maar ja, dat kon ie dus net niet voor me regelen.
Een mooie badkamer, een mooie tegelvloer, een mooie keuken. Dat alles heeft hij wel voor me geregeld. En nog veel meer lieve dingen. Ik heb er in ieder geval een tegelhart aan overgehouden.
En als ik nu nog wel eens last heb van de rode vlaggetjes week denk ik aan mijn vader en zijn tegeltjes. Het had toch best handig geweest. Zo'n buik van tegeltjes. Maar gelukkig staat die buikpijn voor iets potentieel moois. Kleinkinderen voor mijn lieve vader. Die vast een geweldige opa zal worden. Opa Tegel.
De vlinder

Open je ogen maar
En zie wat ik zie
Ik weet hoe mooi je bent
Maar jij weet het zelf nog niet.
Het komt allemaal goed
Wacht nou maar af wat de tijd met je doet
Het is nu nog te vroeg
Alles wat groot is begon ooit klein
Je hoeft niet meteen een vlinder te zijn
Weet dat de tijd zal je helpen, geloof maar gewoon wat ik zeg
Al lijken je kleurrijke vleugels voor eeuwig gevangen
Ja, toch op een dag vlieg je weg
Hoog in de lucht
Zul je de wereld heel anders gaan zien
Voel je de rust
Zul je genieten ook als het maar even is
Adem het in
Durf, dan ontdek je de liefde misschien
En als je haar vindt
Voel je bij iedere slag die je maakt dat je leeft
Als je geduldig bent
Gebeurt het vanzelf
Als je genieten wil
Wil het dan niet te snel
Het komt allemaal goed
Wacht nou maar af wat de tijd met je doet
Het is nu nog te vroeg
Alles wat groot is begon ooit klein
Je hoeft niet meteen een vlinder te zijn.
Vraag van de dag
Fem draait door
De zomer draait door. De zomervariant van De wereld draait door. Elke werkdag op de buis. Met Froukje en de vriend van Sophie Hilbrand. Of met Froukje en de presentator van Peking Express (die zat toch bij Net5?). Heb nog geen aflevering zonder Froukje meegemaakt. Dus misschien beïnvloedt dat mijn 'doordraaien' in negatieve zin.
De zomer draait door. Een soort van ernstig slap aftreksel van DWDD. Kweekvijver voor wannabe Mathijsen. Zomeruitverkoop van de VARA.
Ik draai dus door. Als ik kijk naar De zomer draait door. Wat een triestigheid bij elkaar zeg. De presentatie-popjes kunnen net autocue lezen volgens mij. Het gaat zo hakkelig...je zou bijna denken dat ze pas net hebben leren lezen. Of dat ze een brilletje nodig hebben. Glazig staren ze in de camera...de pupillen heen en weer schietend. Als bange hertjes voor de koplampen van een auto.
Om over het gestotter van 'het vriendje van' maar niet te spreken. Zodra hij moet freestylen, dus gewoon zijn eigen hersentjes moet gebruiken bij het formuleren van zinnen, begint ie te hakkelen. Het zou schattig zijn wanneer hij me op die manier in de kroeg aansprak. Of wanneer hij het gebruikte in één van zijn rollen van sukkeltje in een Nederlandse film. Maar op tv stoort het me mateloos! Als je trillende handen hebt wordt je toch ook geen schilder! Schoenmaker blijf bij je leest. Acteur wordt geen presentator! Niet als je moeite hebt met improvisatie en communicatie.
En dan Froukje. Vond ik haar nog een leuk, schattig en tof wijffie bij SixPack, nu erger ik me kapot. Ten eerste aan haar snee in haar wenkbrauw. Die ziet er zo opgepoetst uit, alsof het een handelsmerk is geworden. Borstel die haartjes er lekker overheen kind. En borstel je gewone haar ook eens. Iedere keer die zichtbare rand in haar bruine lokjes van waar tot voor de uitzending een elastiekje zat. Geen porum.
En dan die eeuwige glimlach van poppetje Frouk. Vol adoratie lijkt ze naar alle gasten te kijken. En je ziet haar onderwijl denken; 'ik moet goede vragen stellen, ik moet scherp zijn, ik moet de schoenen van Mathijs van N vullen'. Nou, dat lukt dus niet helemaal, hè Frouk? Ach...koetsie koetsie koetsie. Tja, bij zo'n klein mensje met zo'n hoog stemmetje krijg ik de neiging om te troosten als ik niet zo lief doe.
En die man van Net5. Ach, het bruist niet van de tv af en is net zo gemaakt als die andere twee, maar het is te verdragen. Vraag niet waarom, maar hij valt mee. Denk ik nu nog. Misschien denk ik daar na twee nieuwe afleveringen anders over. Als ik dat nog red, twee afleveringen kijken...Misschien draai ik dan te ver door.
De zomer draait door. Een soort van ernstig slap aftreksel van DWDD. Kweekvijver voor wannabe Mathijsen. Zomeruitverkoop van de VARA.
Ik draai dus door. Als ik kijk naar De zomer draait door. Wat een triestigheid bij elkaar zeg. De presentatie-popjes kunnen net autocue lezen volgens mij. Het gaat zo hakkelig...je zou bijna denken dat ze pas net hebben leren lezen. Of dat ze een brilletje nodig hebben. Glazig staren ze in de camera...de pupillen heen en weer schietend. Als bange hertjes voor de koplampen van een auto.
Om over het gestotter van 'het vriendje van' maar niet te spreken. Zodra hij moet freestylen, dus gewoon zijn eigen hersentjes moet gebruiken bij het formuleren van zinnen, begint ie te hakkelen. Het zou schattig zijn wanneer hij me op die manier in de kroeg aansprak. Of wanneer hij het gebruikte in één van zijn rollen van sukkeltje in een Nederlandse film. Maar op tv stoort het me mateloos! Als je trillende handen hebt wordt je toch ook geen schilder! Schoenmaker blijf bij je leest. Acteur wordt geen presentator! Niet als je moeite hebt met improvisatie en communicatie.
En dan Froukje. Vond ik haar nog een leuk, schattig en tof wijffie bij SixPack, nu erger ik me kapot. Ten eerste aan haar snee in haar wenkbrauw. Die ziet er zo opgepoetst uit, alsof het een handelsmerk is geworden. Borstel die haartjes er lekker overheen kind. En borstel je gewone haar ook eens. Iedere keer die zichtbare rand in haar bruine lokjes van waar tot voor de uitzending een elastiekje zat. Geen porum.
En dan die eeuwige glimlach van poppetje Frouk. Vol adoratie lijkt ze naar alle gasten te kijken. En je ziet haar onderwijl denken; 'ik moet goede vragen stellen, ik moet scherp zijn, ik moet de schoenen van Mathijs van N vullen'. Nou, dat lukt dus niet helemaal, hè Frouk? Ach...koetsie koetsie koetsie. Tja, bij zo'n klein mensje met zo'n hoog stemmetje krijg ik de neiging om te troosten als ik niet zo lief doe.
En die man van Net5. Ach, het bruist niet van de tv af en is net zo gemaakt als die andere twee, maar het is te verdragen. Vraag niet waarom, maar hij valt mee. Denk ik nu nog. Misschien denk ik daar na twee nieuwe afleveringen anders over. Als ik dat nog red, twee afleveringen kijken...Misschien draai ik dan te ver door.
De roze bril is er nog
Als ik denk aan toen heb ik daar allerlei plaatjes en gevoelens bij. En die gevoelens, die doen het 'em. Die vertroebelen de realiteit en maken het daardoor onmogelijk mijn eigen geschiedenis te begrijpen.
Het is die roze bril waar ik het wel eens over heb. Het uitbannen van negativiteit en het teren op goede herinneringen. In de meeste gevallen ontzettend handig. Maar wanneer je iets naars wilt verwerken, zit die roze bril alleen maar in de weg. Want nare tijden lijken daarmee immers een stuk rooskleuriger. Zo rooskleurig dat je die nare tijden zelfs wel eens mist. En ja, dan wordt het dus echt verwarrend.
Aan de ene kant wil ik heel graag de rasoptimist, de dromer en de positivist blijven die ik ben. Maar aan de andere kant vond ik ook graag het knopje waarmee ik een en ander even uit kon zetten.
De-alles-in-perspectief-plaatser. Waar zit ie? Ik kan hem wel gebruiken want ik ben die geintjes van mijn brein een beetje zat. Doe mij maar de rauwe werkelijkheid. Ik sla me er wel doorheen. Laat me maar wat traantjes plengen om hoe het was. Laat me waar verwerken. Ik ben er klaar voor. En ik wil er klaar mee zijn.
Zo nu en dan heb ik gelukkig het idee dat het begint te komen. Dat ik dingen zie en vooral voel zoals ze zijn. Maar dat is kort en vluchtig. Een gedachte of gevoel. Dat moment probeer ik dan vast te houden, maar telkens glipt het als zand door mijn vingers. Maar ik blijf oefenen. En ooit, als de tijd een beetje meehelpt, lukt het. En dan zie ik toen en hem als hoe het was.
Een harde les. Rauwe werkelijkheid. Vervlogen dromen.
Maar gelukkig droom ik al weer over hele andere dingen.
Dat is dan wel weer handig van die roze bril.
Het is die roze bril waar ik het wel eens over heb. Het uitbannen van negativiteit en het teren op goede herinneringen. In de meeste gevallen ontzettend handig. Maar wanneer je iets naars wilt verwerken, zit die roze bril alleen maar in de weg. Want nare tijden lijken daarmee immers een stuk rooskleuriger. Zo rooskleurig dat je die nare tijden zelfs wel eens mist. En ja, dan wordt het dus echt verwarrend.
Aan de ene kant wil ik heel graag de rasoptimist, de dromer en de positivist blijven die ik ben. Maar aan de andere kant vond ik ook graag het knopje waarmee ik een en ander even uit kon zetten.
De-alles-in-perspectief-plaatser. Waar zit ie? Ik kan hem wel gebruiken want ik ben die geintjes van mijn brein een beetje zat. Doe mij maar de rauwe werkelijkheid. Ik sla me er wel doorheen. Laat me maar wat traantjes plengen om hoe het was. Laat me waar verwerken. Ik ben er klaar voor. En ik wil er klaar mee zijn.
Zo nu en dan heb ik gelukkig het idee dat het begint te komen. Dat ik dingen zie en vooral voel zoals ze zijn. Maar dat is kort en vluchtig. Een gedachte of gevoel. Dat moment probeer ik dan vast te houden, maar telkens glipt het als zand door mijn vingers. Maar ik blijf oefenen. En ooit, als de tijd een beetje meehelpt, lukt het. En dan zie ik toen en hem als hoe het was.
Een harde les. Rauwe werkelijkheid. Vervlogen dromen.
Maar gelukkig droom ik al weer over hele andere dingen.
Dat is dan wel weer handig van die roze bril.
maandag 29 juni 2009
28
"Vrouwen hebben de beste seks als ze 28 zijn."
Het staat op internet en dus moet het wel zo zijn.
Ik denk trouwens wel dat het klopt. Deels. Ik kan het weten als 28-jarige. De beste seks. Tja. Logisch. Je oefent en dus wordt het beter. Dus is het beter dan toen ik 27 was. En dat was weer beter dan toen ik 26 was. Om over mijn 25ste maar niet te spreken. Laat staan over daarvoor.
Maar nu lees ik dus dat ik NU op mijn piek zit. Het kan alleen maar minder worden. Wat een onzin. Alsof je verjaardag ineens alles anders maakt. Omdat de grote, enge 30 meer nadert zeker? Of omdat de barsten er na je verjaardag meteen inspringen. Lariekoek. "Oefening baart kunst" gaat ook na mijn 29ste gewoon op. En dat psychische gedoe over de magische grens van 30 daar doe ik ook niet aan mee. Ik blijf seksueel gewoon altijd 28. Zo is het.
Maar wat nou als het klopt? Mooi balen dat ik nog maar een maandje 28 ben zeg! Ik moet het er geloof ik maar van nemen! Kan ik nu vakantie opnemen? NU?!
Het staat op internet en dus moet het wel zo zijn.
Ik denk trouwens wel dat het klopt. Deels. Ik kan het weten als 28-jarige. De beste seks. Tja. Logisch. Je oefent en dus wordt het beter. Dus is het beter dan toen ik 27 was. En dat was weer beter dan toen ik 26 was. Om over mijn 25ste maar niet te spreken. Laat staan over daarvoor.
Maar nu lees ik dus dat ik NU op mijn piek zit. Het kan alleen maar minder worden. Wat een onzin. Alsof je verjaardag ineens alles anders maakt. Omdat de grote, enge 30 meer nadert zeker? Of omdat de barsten er na je verjaardag meteen inspringen. Lariekoek. "Oefening baart kunst" gaat ook na mijn 29ste gewoon op. En dat psychische gedoe over de magische grens van 30 daar doe ik ook niet aan mee. Ik blijf seksueel gewoon altijd 28. Zo is het.
Maar wat nou als het klopt? Mooi balen dat ik nog maar een maandje 28 ben zeg! Ik moet het er geloof ik maar van nemen! Kan ik nu vakantie opnemen? NU?!
Ti-ta-toverdrank
Het was al laat. Erg laat. En we hadden al best diep in onze, zelf meegebrachte -want traditie-, flessen drank gekeken. De sfeer was goed. De muziek ook.
Hij keek al iets minder helder uit zijn ogen. En ook op hem had de alcohol het effect dat toverdrankjes van Ti-ta-tovenaar kunnen hebben. Een soort waarheids- of eerlijkheidselixer. En ook zeker een melancholicus.
Dus hij werd een klein beetje sentimenteel.
Hij zei dat hij mijn stukjes las en dat hij ze leuk vond.
Hij zei ook dat hij zou willen dat hij een vriendin had zoals ik. Open, spontaan, met tegengas.
En ik bedankte hem voor zo'n lief compliment. En besefte mij, dat de drank bij hem aan het woord was.
Hij zei dat hij zich onze kennismaking nog goed herinnerde.
En dat hij me best interessant had gevonden. "En toen ging die verdomde X er weer mee vandoor." De vraag waarom X wel en hij niet, de vraag wat X had dat hij niet had. Het klonk allemaal door in zijn opmerkingen.
We werden het erover eens dat we nooit bij elkaar zouden passen. En lachten erom.
En we spraken over liefdes, je leven. Zijn passie.
Ik voelde dat hij ook graag een meissie wilde. En dat hij zich afvroeg waarom het niet lukte.
Ik vroeg het me ook af.
Waarom lukt het niet?
Is het zijn fetisjisme voor meisjes in witte leren laarzen?
Nee, natuurlijk niet. Dat is alleen maar leuk en grappig. AL is het ook echt wel ordi hoor, in tegenstelling tot rode teennagels. Dat je het even weet (want je leest dit vast).
Volgens mij mankeert er niks aan hem. Hij is slim. Grappig. Heeft hobbies en passie. Heeft zijn zaakjes goed voor elkaar en is eigenzinnig. Volgens mij is hij ook nog lief en zorgzaam. Wat kan een vrouw zich nog meer wensen?
Niets.
Dus ligt het niet aan hoe hij is. Maar misschien aan wat hij wil.
Ik ken iemand die hem best beter zou willen leren kennen. Maar hij ziet het niet.
Hij zoekt vrouwen die niet bestaan. Of vrouwen die juist net op andere types vallen dan hij is. Kortom, hij is te kritisch. (Ja, jij ja.)
Geef de dames een kans, ook als je niet meteen weggeblazen wordt van WAUW! Ik weet zeker dat je dan heel snel iemand vindt die je kunt vragen of ze witte laarzen zou willen overwegen. En dan zegt ze waarschijnlijk ook nog JA!
Hij keek al iets minder helder uit zijn ogen. En ook op hem had de alcohol het effect dat toverdrankjes van Ti-ta-tovenaar kunnen hebben. Een soort waarheids- of eerlijkheidselixer. En ook zeker een melancholicus.
Dus hij werd een klein beetje sentimenteel.
Hij zei dat hij mijn stukjes las en dat hij ze leuk vond.
Hij zei ook dat hij zou willen dat hij een vriendin had zoals ik. Open, spontaan, met tegengas.
En ik bedankte hem voor zo'n lief compliment. En besefte mij, dat de drank bij hem aan het woord was.
Hij zei dat hij zich onze kennismaking nog goed herinnerde.
En dat hij me best interessant had gevonden. "En toen ging die verdomde X er weer mee vandoor." De vraag waarom X wel en hij niet, de vraag wat X had dat hij niet had. Het klonk allemaal door in zijn opmerkingen.
We werden het erover eens dat we nooit bij elkaar zouden passen. En lachten erom.
En we spraken over liefdes, je leven. Zijn passie.
Ik voelde dat hij ook graag een meissie wilde. En dat hij zich afvroeg waarom het niet lukte.
Ik vroeg het me ook af.
Waarom lukt het niet?
Is het zijn fetisjisme voor meisjes in witte leren laarzen?
Nee, natuurlijk niet. Dat is alleen maar leuk en grappig. AL is het ook echt wel ordi hoor, in tegenstelling tot rode teennagels. Dat je het even weet (want je leest dit vast).
Volgens mij mankeert er niks aan hem. Hij is slim. Grappig. Heeft hobbies en passie. Heeft zijn zaakjes goed voor elkaar en is eigenzinnig. Volgens mij is hij ook nog lief en zorgzaam. Wat kan een vrouw zich nog meer wensen?
Niets.
Dus ligt het niet aan hoe hij is. Maar misschien aan wat hij wil.
Ik ken iemand die hem best beter zou willen leren kennen. Maar hij ziet het niet.
Hij zoekt vrouwen die niet bestaan. Of vrouwen die juist net op andere types vallen dan hij is. Kortom, hij is te kritisch. (Ja, jij ja.)
Geef de dames een kans, ook als je niet meteen weggeblazen wordt van WAUW! Ik weet zeker dat je dan heel snel iemand vindt die je kunt vragen of ze witte laarzen zou willen overwegen. En dan zegt ze waarschijnlijk ook nog JA!
Jurkje
Het is mooi weer en dus is het weer tijd voor jurkjes. Nou verkeer ik in de gelukkige positie dat ik voor elke gelegenheid en elk weertype wel een geschikt jurkje heb. Ik draag ze graag. Lekker vrouwelijk en toch voelt het bijna alsof je gewoon je pyjama aanhebt. En eigenlijk altijd goed. Maar soms zijn er van die kritieke gevalletjes. Kan het wel of niet?
Vandaag was zo'n dag waarop ik me bijna hardop afvroeg of het betreffende jurkje wel geschikt was voor het weertype (warm, veel te warm), het werk (degelijk en niet te uitbundig) en of het wel kon bij mijn huid en haar. Het exemplaar: een wit, romantisch-achtig jurkje met brede bandjes. Errug leuk, maar een kritiek gevalletje.
Maar mijn oordeel was positief. Met een bolerootje was het niet te bloot, maar toch nog lekker frissig met dit weer. Voor het werk moest het ook kunnen, niet teveel kleur. Niet te bloot. Gewoon netjes. En ja, het belangrijkst, staat het ook een beetje? Nou, reken maar! Ik heb mijn pigment-celletjes de laatste weken al aardig aan het werk gezet en beschik over een redelijk gezond kleurtje. Dus wit maakt niet lijkwit. Wit maakt me nu nog bruiner. Helemaal goed dus. En ook leuk dat ik em eindelijk eens aan kon. Zo vaak is de gelegenheid er niet voor wit en skattig.
Kortom, het jurkje aangedaan, met bolero en leuke hakjes. Mooi, maar echt niet té. Dat was de conclusie bij de laatste blik in de spiegel voor ik op de fiets stapte.
MIS dus.
Wel té. Als je tenminste afgaat op de commentaren die mij vanochtend ten deel vielen. "Goh, ga je naar een bal ofzo?" Vroeg collega J van hiernaast. Een beetje een verstrooide man, met altijd erg veel oog voor vrouwelijk schoon. Dus van hem kon ik het hebben. Dat zei allemaal nog niets over mijn inschattingsvermogen.
" Wat ben jij sjiek vandaag!" Was de volgende. Net als "kind wat heb je een mooi jurkje aan", "wat ben je zomers" en "moet je naar een feestje?". Aangezien deze commentaren van iets modegevoeliger collega's kwamen, deden ze toch de vraag rijzen of ik overdressed ben vandaag.
Wat is overdressed? Als je leukere kleren aan hebt dan je collega's? Als je je best doet om er op je mooist uit te zien, ongeacht de gelegenheid? Tja, dan ben ik overdressed.
Maar als het betekent dat je fris en fruitig afsteekt bij je collega's omdat die zelf nogal behoudend zijn, dan vind ik dat niet overdressed. Dan zijn zij underdressed. Ik ben dan gewoon dressed.
To impress, dat wel.
Vandaag was zo'n dag waarop ik me bijna hardop afvroeg of het betreffende jurkje wel geschikt was voor het weertype (warm, veel te warm), het werk (degelijk en niet te uitbundig) en of het wel kon bij mijn huid en haar. Het exemplaar: een wit, romantisch-achtig jurkje met brede bandjes. Errug leuk, maar een kritiek gevalletje.
Maar mijn oordeel was positief. Met een bolerootje was het niet te bloot, maar toch nog lekker frissig met dit weer. Voor het werk moest het ook kunnen, niet teveel kleur. Niet te bloot. Gewoon netjes. En ja, het belangrijkst, staat het ook een beetje? Nou, reken maar! Ik heb mijn pigment-celletjes de laatste weken al aardig aan het werk gezet en beschik over een redelijk gezond kleurtje. Dus wit maakt niet lijkwit. Wit maakt me nu nog bruiner. Helemaal goed dus. En ook leuk dat ik em eindelijk eens aan kon. Zo vaak is de gelegenheid er niet voor wit en skattig.
Kortom, het jurkje aangedaan, met bolero en leuke hakjes. Mooi, maar echt niet té. Dat was de conclusie bij de laatste blik in de spiegel voor ik op de fiets stapte.
MIS dus.
Wel té. Als je tenminste afgaat op de commentaren die mij vanochtend ten deel vielen. "Goh, ga je naar een bal ofzo?" Vroeg collega J van hiernaast. Een beetje een verstrooide man, met altijd erg veel oog voor vrouwelijk schoon. Dus van hem kon ik het hebben. Dat zei allemaal nog niets over mijn inschattingsvermogen.
" Wat ben jij sjiek vandaag!" Was de volgende. Net als "kind wat heb je een mooi jurkje aan", "wat ben je zomers" en "moet je naar een feestje?". Aangezien deze commentaren van iets modegevoeliger collega's kwamen, deden ze toch de vraag rijzen of ik overdressed ben vandaag.
Wat is overdressed? Als je leukere kleren aan hebt dan je collega's? Als je je best doet om er op je mooist uit te zien, ongeacht de gelegenheid? Tja, dan ben ik overdressed.
Maar als het betekent dat je fris en fruitig afsteekt bij je collega's omdat die zelf nogal behoudend zijn, dan vind ik dat niet overdressed. Dan zijn zij underdressed. Ik ben dan gewoon dressed.
To impress, dat wel.
ik-jij-wij
Het is niet ik
Het is niet jij
Het is wij
Ik laat je niet alleen
Sleep je overal doorheen
Samen kunnen we het aan
Ik draag met jou samen
De lasten van het leven
Zodat we ook de lusten
Intenser kunnen delen
Je bent niet meer alleen
Ik ben er
Altijd
Het is niet jij
Het is wij
Ik laat je niet alleen
Sleep je overal doorheen
Samen kunnen we het aan
Ik draag met jou samen
De lasten van het leven
Zodat we ook de lusten
Intenser kunnen delen
Je bent niet meer alleen
Ik ben er
Altijd
Reporter
"Na Gutenabend Leute, hier ist die Fem von Deutsche Fernsehen, ihre Reporter vom TT nacht in Assen."
Tja, zo liep ik er vrijdagavond bij. In mijn beste Duits verslag doende van alle belevenissen en observaties tijdens de TT nacht. Tis de fruitigheid. Die slaat regelmatig op onverwachte momenten toe en dan moet ik gewoon even gek doen.
Zo ook in Assen.
Maar er was dan ook genoeg aanleiding om uitgebreid verslag te doen van alles wat ik zag. Zo heb ik namelijk geconstateerd dat ze in Drenthe geen bh's verkopen. En in de wijde omtrek van Drente kennelijk ook niet. Of zou de vanuit Vlaanderen aangekondigde bh-loze dag toch groots gevolg hebben gekregen? Nog nooit zoveel lellende, wapperende en deinende tieten (borsten, borstjes of tietjes is echt teveel eer) bij elkaar gezien. Schaamteloos in de meest lelijke hemdjes en topjes gepropt.
Ook nog nooit zoveel jonge mannen op klompen gezien. Kan je toch merken dat het nog een beetje achtergebleven gebied is daar, hè... (sorry lief).
Helaas ook nog nooit zo vaak gehoord dat ik vrolijker moest kijken. "NEEHEE, ik kijk niet boos, dat is mijn neutrale stand! Ik heb het wel naar mijn zin!"
Gelukkig ook erg vaak gehoord dat ik er best mocht zijn. Alleen een beetje jammer dat me dat niet keurig werd gezegd, maar dat dat werd geuit door een gegrom of rrrrrrrr.
Ook jammer dat de mannen die 'het woord' verkondigden vaak erg dikke rode ogen hadden, een evenzo dikke tong en niet geheel vast ter been waren. Maar ach, een kniesoor die daar op let.
Nog een tijdje luchtgitaar staan spelen met een bloedfanatieke, verlopen rocker van 40+. Kortom, het was een topnacht in Assen. De Deutsche Fernsehen doet volgend jaar weer uitgebreid verslag. Bis dann!
Tja, zo liep ik er vrijdagavond bij. In mijn beste Duits verslag doende van alle belevenissen en observaties tijdens de TT nacht. Tis de fruitigheid. Die slaat regelmatig op onverwachte momenten toe en dan moet ik gewoon even gek doen.
Zo ook in Assen.
Maar er was dan ook genoeg aanleiding om uitgebreid verslag te doen van alles wat ik zag. Zo heb ik namelijk geconstateerd dat ze in Drenthe geen bh's verkopen. En in de wijde omtrek van Drente kennelijk ook niet. Of zou de vanuit Vlaanderen aangekondigde bh-loze dag toch groots gevolg hebben gekregen? Nog nooit zoveel lellende, wapperende en deinende tieten (borsten, borstjes of tietjes is echt teveel eer) bij elkaar gezien. Schaamteloos in de meest lelijke hemdjes en topjes gepropt.
Ook nog nooit zoveel jonge mannen op klompen gezien. Kan je toch merken dat het nog een beetje achtergebleven gebied is daar, hè... (sorry lief).
Helaas ook nog nooit zo vaak gehoord dat ik vrolijker moest kijken. "NEEHEE, ik kijk niet boos, dat is mijn neutrale stand! Ik heb het wel naar mijn zin!"
Gelukkig ook erg vaak gehoord dat ik er best mocht zijn. Alleen een beetje jammer dat me dat niet keurig werd gezegd, maar dat dat werd geuit door een gegrom of rrrrrrrr.
Ook jammer dat de mannen die 'het woord' verkondigden vaak erg dikke rode ogen hadden, een evenzo dikke tong en niet geheel vast ter been waren. Maar ach, een kniesoor die daar op let.
Nog een tijdje luchtgitaar staan spelen met een bloedfanatieke, verlopen rocker van 40+. Kortom, het was een topnacht in Assen. De Deutsche Fernsehen doet volgend jaar weer uitgebreid verslag. Bis dann!
vrijdag 26 juni 2009
Mam
Moeder zijn is niet makkelijk. Denk ik. Want elke moeder is ook een dochter.
En ooit kom je dan op een leeftijd, een punt in je leven, dat je niet alleen zorgen om je kinderen hebt, maar (vooral) ook om je ouders.
Continue zorgen om je dierbaren. Want ook voor je man moet je er zijn.
Voor mijn moeder is het niet anders. Mijn pake heeft nu Alzheimer. Mijn beppe lijdt eronder. En mijn moeder doet haar best om ze te steunen en alles zo goed mogelijk te regelen.
En dan ook nog mijn broer en ik. Tuurlijk maakt ze zich ook over ons zorgen. Welke moeder doet dat niet? Zelfs als er geen reden voor is, maakt ze zich zorgen. Dus belt ze me vandaag hoe het gisteren was terwijl ze naar haar werk rijdt. Het werk dat ze samen met mijn vader en broer doet.
Waar ze wel eens een beetje tussen de mannen in moet zitten, moet bemiddelen, alles moet aanhoren. Waar ze schoonmaakt en allerlei vrouwenwerk doet. En dat ongeacht haar slechte gezondheid en continue pijn.
Ik vind het knap. Ik heb alleen mezelf om voor te zorgen en heb het daar al zo druk mee. Soms denk ik wel eens dat ik ook graag snel kinderen wil. Maar dan vraag ik me af, zou ik het wel zo goed kunnen? Zorgen, verzorgen, troosten, steunen, opvangen, afpoetsen, sjouwen, duwen...
Als ik maar een beetje de genen van mijn moeder heb, moet ik een heel eind komen. Al hoop ik nooit die genen te hoeven gebruiken voor het zorgen voor mijn ouders. Laat ze alsjeblieft gezond oud worden... Dat hebben ze wel verdiend.
En ooit kom je dan op een leeftijd, een punt in je leven, dat je niet alleen zorgen om je kinderen hebt, maar (vooral) ook om je ouders.
Continue zorgen om je dierbaren. Want ook voor je man moet je er zijn.
Voor mijn moeder is het niet anders. Mijn pake heeft nu Alzheimer. Mijn beppe lijdt eronder. En mijn moeder doet haar best om ze te steunen en alles zo goed mogelijk te regelen.
En dan ook nog mijn broer en ik. Tuurlijk maakt ze zich ook over ons zorgen. Welke moeder doet dat niet? Zelfs als er geen reden voor is, maakt ze zich zorgen. Dus belt ze me vandaag hoe het gisteren was terwijl ze naar haar werk rijdt. Het werk dat ze samen met mijn vader en broer doet.
Waar ze wel eens een beetje tussen de mannen in moet zitten, moet bemiddelen, alles moet aanhoren. Waar ze schoonmaakt en allerlei vrouwenwerk doet. En dat ongeacht haar slechte gezondheid en continue pijn.
Ik vind het knap. Ik heb alleen mezelf om voor te zorgen en heb het daar al zo druk mee. Soms denk ik wel eens dat ik ook graag snel kinderen wil. Maar dan vraag ik me af, zou ik het wel zo goed kunnen? Zorgen, verzorgen, troosten, steunen, opvangen, afpoetsen, sjouwen, duwen...
Als ik maar een beetje de genen van mijn moeder heb, moet ik een heel eind komen. Al hoop ik nooit die genen te hoeven gebruiken voor het zorgen voor mijn ouders. Laat ze alsjeblieft gezond oud worden... Dat hebben ze wel verdiend.
De King is niet meer

Hij is niet meer. De King of Pop.
Vijftig werd ie. En vannacht was het gebeurd. Een hartstilstand, of wat dan ook maar. De complottheorieën zullen wel weer volgen. Ongeacht de oorzaak, het is triest als iemand maar vijftig mag worden. Maar wat het in mijn ogen pas echt triest maakt is het leven dat hij heeft geleid. Een leven dat op mij altijd overkwam als de eeuwige zoektocht naar geluk. Zonder het te vinden.
Nooit kind kunnen zijn. Nooit een eigen identiteit hebben kunnen ontwikkelen. Een karikatuur van zichzelf geworden. Arme man.
En nu is hij dood. Hebben zijn kinderen geen vader meer. Maar misschien wel een kans op een normaler leven.
Hebben fans geen concerten in Londen meer (zo jammer voor M). Maar wel heel erg veel mooie platen om tot in de eeuwigheid van te genieten.
Want zingen kon ie. En mooie dingen bedenken ook. Hij heet niet voor niets de King.
De hele dag komen liedjes voorbij. De één nog mooier en knapper bedacht dan de ander. Jammer dat ik zijn dood nodig heb om dat weer even te beseffen.
Maar Farah is ook dood. En die mist nu de spotlight. Ook al zo tragisch. Net niet getrouwd met Ryan O'neil. Als eerbetoon heb ik vandaag ook wapperende, Charlie's Angels manen. Tis wat.
Maar het leven gaat door. En zij leven voort in de harten en hoofden van hun fans en geliefden. Best mooi toch?
Fatale vrouw
"Fem Fataal". Het heeft toch iets arroganterigs om je site zo te noemen. Zeker als je het voor het eerst leest en de achtergrond van die titel niet kent.
Maar Fem Fataal heeft niets te maken met fatale vrouwen, mannenverslindsters, hotties (al ben ik dat natuurlijk wel, hotter dan hot zelfs) of sloeries uit de slobben. Het gaat gewoon over fataal-achtige gekkigheden. Truukjes van mijn lichaam.
Hoe ben ik ooit aan die naam gekomen?
Het was in de tijd dat ik bij zo'n beetje de meest gehate instantie van Nederland werkte. Het was zomer en ik werd midden in de nacht wakker van een enorme buikpijn. Het voelde echt niet goed, maar ik dacht er helemaal niets ergs van. Ik werd ook nog eens erg misselijk (en dat mag een wonder heten want ik heb een ijzeren maagje). Toch maar midden in de nacht naar de dokterswacht. Daar was er niet echt iets ernstigs want ik had niet overgegeven. Dus weer naar huis, ellendig elk hobbeltje in de weg voelend.
Als ik moest overgeven moest ik maar weer bellen, hadden ze me op het hart gedrukt. Nou, eenmaal thuis kon ik meteen op zoek naar een emmer. Dus de dokter maar weer gebeld. Doorgestuurd naar de Eerste Hulp. Blinde darm ontsteking.
Terwijl ik in mijn operatieschort op de nieuwe dokter lag te wachten doezelde ik eindelijk eens in. Mijn toenmalige lief ging spulletjes halen voor een wat langer ziekenhuisverblijf. Toen hij terug was en de nieuwe dokter kwam kennismaken voelde ik me ineens een beetje beter. Heel gek.
De dokter wilde niet meer opereren. Mijn mooie buikje mocht heel blijven en ik mocht naar huis. Na een week was alle buikpijn over en ik heb nooit geweten wat het was.
Binnen een half jaar lag ik weer op de eerste hulp met een lading plakkers op de buik. Pijn op de borst en gierend benauwd. Een longembolie. Of toch niet? Ik had ergens TBC (jahaa hoe krijg je het voor elkaar) opgeduikeld en slikte daar medicijnen tegen... Géén longembolie. Misschien bijwerkingen van de medicatie. Maar misschien ook niet. Nog een nachtje opgenomen geweest. Maar niets aan het handje. Het ging vanzelf weer over. Nooit geweten wat het was. Alweer niet.
Tja, zulke gekkigheden leveren je dan de bijnaam Fem Fataal op. En die heb ik maar onthouden. De dubbelzinnigheid spreekt me namelijk wel aan. Het past wel bij me.
Fem Fataal staat voor mij voor het onvoorspelbare, zwart-witte in mij. En voor mijn vrolijkheid en levenslust. Waarmee ik heeeel misschien toch wel een woest aantrekkelijke beeb voor het mannelijk geslacht ben. Laten we het hopen!
Maar Fem Fataal heeft niets te maken met fatale vrouwen, mannenverslindsters, hotties (al ben ik dat natuurlijk wel, hotter dan hot zelfs) of sloeries uit de slobben. Het gaat gewoon over fataal-achtige gekkigheden. Truukjes van mijn lichaam.
Hoe ben ik ooit aan die naam gekomen?
Het was in de tijd dat ik bij zo'n beetje de meest gehate instantie van Nederland werkte. Het was zomer en ik werd midden in de nacht wakker van een enorme buikpijn. Het voelde echt niet goed, maar ik dacht er helemaal niets ergs van. Ik werd ook nog eens erg misselijk (en dat mag een wonder heten want ik heb een ijzeren maagje). Toch maar midden in de nacht naar de dokterswacht. Daar was er niet echt iets ernstigs want ik had niet overgegeven. Dus weer naar huis, ellendig elk hobbeltje in de weg voelend.
Als ik moest overgeven moest ik maar weer bellen, hadden ze me op het hart gedrukt. Nou, eenmaal thuis kon ik meteen op zoek naar een emmer. Dus de dokter maar weer gebeld. Doorgestuurd naar de Eerste Hulp. Blinde darm ontsteking.
Terwijl ik in mijn operatieschort op de nieuwe dokter lag te wachten doezelde ik eindelijk eens in. Mijn toenmalige lief ging spulletjes halen voor een wat langer ziekenhuisverblijf. Toen hij terug was en de nieuwe dokter kwam kennismaken voelde ik me ineens een beetje beter. Heel gek.
De dokter wilde niet meer opereren. Mijn mooie buikje mocht heel blijven en ik mocht naar huis. Na een week was alle buikpijn over en ik heb nooit geweten wat het was.
Binnen een half jaar lag ik weer op de eerste hulp met een lading plakkers op de buik. Pijn op de borst en gierend benauwd. Een longembolie. Of toch niet? Ik had ergens TBC (jahaa hoe krijg je het voor elkaar) opgeduikeld en slikte daar medicijnen tegen... Géén longembolie. Misschien bijwerkingen van de medicatie. Maar misschien ook niet. Nog een nachtje opgenomen geweest. Maar niets aan het handje. Het ging vanzelf weer over. Nooit geweten wat het was. Alweer niet.
Tja, zulke gekkigheden leveren je dan de bijnaam Fem Fataal op. En die heb ik maar onthouden. De dubbelzinnigheid spreekt me namelijk wel aan. Het past wel bij me.
Fem Fataal staat voor mij voor het onvoorspelbare, zwart-witte in mij. En voor mijn vrolijkheid en levenslust. Waarmee ik heeeel misschien toch wel een woest aantrekkelijke beeb voor het mannelijk geslacht ben. Laten we het hopen!
donderdag 25 juni 2009
Linkjes knippen
Het einde van de werkdag nadert. Het gebouw loopt al langzaam leeg. De stilte neemt toe. Alleen het geluid van de rubber zolen van de schoonmaakster en de dweil over de vloer van de gang. De klepperende lamellen. Verder stilte.
Hoe stiller en kalmer, hoe voller mijn hoofd. Langzaam gebeurt het weer en stromen de gedachten naar binnen.
Gedachten over toen. Verwarring. Onbegrip. Verdriet. Een knoop in mijn buik. Gedachten die ik best eens wat minder zou willen hebben. Maar op een of andere manier lukt dat nog niet zo best.
Het is zo gek. Het is mijn hoofd en ik ben er niet de baas. Ik wil niet meer stilstaan bij het verleden. Het boek mag dicht en in het onderste laatje. Maar waarom lukt dat niet? Kennelijk roep ik toch steeds dingen op in mezelf. Is het verwerking? Of gewoon zelfkwelling?
Ik zet mijn koptelefoon maar weer eens op en probeer nog wat te werken. Uit de speakers knalt een liedje van The Fray. Beetje sip en somber. Roept gevoelens op. Alweer van toen. Het is overal, in alles zit een herinnering. Of een linkje naar een herinnering. Leuk, van die handige hersens...
Dan zie ik in mijn rechter ooghoek mijn telefoon oplichten. Het is X. Hij laat me weten dat hij trots op me is, dat hij aan me denkt en dat hij er altijd voor me is. Wat heb ik een geluk met zo'n man. Nu is het tijd om dat geluk eens wat bewuster te beleven. Om te leven in het nu.
Vanavond zet ik de eerste stap richting het onderste laatje. Hoop ik de linkjes één voor één door te kunnen knippen. De rugzak te verlichten. Ietsje bang, maar vol vertrouwen stap ik straks op de fiets naar huis.
Hoe stiller en kalmer, hoe voller mijn hoofd. Langzaam gebeurt het weer en stromen de gedachten naar binnen.
Gedachten over toen. Verwarring. Onbegrip. Verdriet. Een knoop in mijn buik. Gedachten die ik best eens wat minder zou willen hebben. Maar op een of andere manier lukt dat nog niet zo best.
Het is zo gek. Het is mijn hoofd en ik ben er niet de baas. Ik wil niet meer stilstaan bij het verleden. Het boek mag dicht en in het onderste laatje. Maar waarom lukt dat niet? Kennelijk roep ik toch steeds dingen op in mezelf. Is het verwerking? Of gewoon zelfkwelling?
Ik zet mijn koptelefoon maar weer eens op en probeer nog wat te werken. Uit de speakers knalt een liedje van The Fray. Beetje sip en somber. Roept gevoelens op. Alweer van toen. Het is overal, in alles zit een herinnering. Of een linkje naar een herinnering. Leuk, van die handige hersens...
Dan zie ik in mijn rechter ooghoek mijn telefoon oplichten. Het is X. Hij laat me weten dat hij trots op me is, dat hij aan me denkt en dat hij er altijd voor me is. Wat heb ik een geluk met zo'n man. Nu is het tijd om dat geluk eens wat bewuster te beleven. Om te leven in het nu.
Vanavond zet ik de eerste stap richting het onderste laatje. Hoop ik de linkjes één voor één door te kunnen knippen. De rugzak te verlichten. Ietsje bang, maar vol vertrouwen stap ik straks op de fiets naar huis.
POK
Word nu lid van POK.
POK = Puur Op Karakter
Pok is het geluid van een badmintonpluimpje wanneer je hem vangt op je racket en wegslaat.
Pok is: ik vang je als je valt.
Pok is een club voor fruitige mensen die graag met andere fruitige mensen, fruitige dingen doen.
Pok staat voor: er zijn voor elkaar.
En Pok is ook een beetje: het geluid van een sukkel die zijn hand tegen zijn hoofd slaat omdat ie zich realiseert dat ie het mooiste meisje van de wereld heeft laten lopen. In dat opzicht verwacht ik veel pokkerdepok pok te horen, de komende tijd.
POK aan de top.
POK = Puur Op Karakter
Pok is het geluid van een badmintonpluimpje wanneer je hem vangt op je racket en wegslaat.
Pok is: ik vang je als je valt.
Pok is een club voor fruitige mensen die graag met andere fruitige mensen, fruitige dingen doen.
Pok staat voor: er zijn voor elkaar.
En Pok is ook een beetje: het geluid van een sukkel die zijn hand tegen zijn hoofd slaat omdat ie zich realiseert dat ie het mooiste meisje van de wereld heeft laten lopen. In dat opzicht verwacht ik veel pokkerdepok pok te horen, de komende tijd.
POK aan de top.
Voor P
Elk eind is een nieuw begin
Maar elk eind doet pijn
Neemt de zin in een begin weg
Maar pijn slijt
En zin groeit
Dan bruist iets in je
Om je
Kansen in overvloed
Geluk op de loer
Een nieuw begin
Eindige pijn
Maar elk eind doet pijn
Neemt de zin in een begin weg
Maar pijn slijt
En zin groeit
Dan bruist iets in je
Om je
Kansen in overvloed
Geluk op de loer
Een nieuw begin
Eindige pijn
Snot
Bij beebies denk ik altijd aan wolken van kindertjes, met plooitjes bij elke scharnier in hun lichaam. Iets te veel vet, rozige wangetjes. Glanzend haar en één en al schattigheid. Ik was vroeger ook zo'n beebie, blijkens mijn foto-albums.
Waarom is de praktijk vandaag de dag dan toch zo anders? Waarom bestaan er geen poezelige beebies meer? Hoe kan het dat de meeste beebies altijd, ja echt altijd, onder het snot en spuug zitten? En waarom willen die kinderen altijd een stukje van dat spuug of snot op mij achterlaten? Op schoot duwen ze ineens hun gezichtje tegen mijn voorgevel. Vlek. Zo'n glanzend slakkespoor...
Als ze kunnen staan proppen ze hun snoet tegen mijn net gewassen legging. Vlek. Nog een slakkespoor.
Ik vind het vies, ik baal er van en snap het niet.
Er bestaan nu toch 'snoetenpoetsers'? Poets die snoetjes dan ook!!!
Die wegwerpdoekjes had je vroeger niet eens. Toen moesten de spuugdoekjes keurig in de wasmachine. Had je er veel meer werk van. En de moeders maar poetsen toen.
De moderne moeder niet hoor... Die vindt het een teken van relaxterigheid dat ze niet continu bezig is om haar kroost in de plooi te houden. Ik vind dat niet. Ik vind het een teken van onverzorgderigheid als je je kind de godganse tijd met een groene snottebel laat rondkruipen. Zo eentje die in en uit gaat bij iedere ademtocht. De arme stakker kan hem zelf toch niet wegpoetsen. Maar kruipt ondertussen wel behoorlijk voor jan-joker door het leven. Leuk ook voor het foto-album.
Maar aan de kwestie van het poetsen gaat nog iets vooraf. Hoe kan het dat alle kinderen altijd, gewoon altijd, ziek zwak en misselijk zijn? Dan zijn het weer de oortjes, dan zijn het weer de oogjes (pus is ook ze vreselijk), dan is het iets met de luchtwegen. Allergieën. Het houdt nooit op. Ze hebben allemaal wat. En dat uit zich standaard in snot. Ik zie hier grond voor een achtergrond onderzoek. Misschien iets voor Alberto Stegeman, dé speurneus van Nederland.
Maar zolang er nog geen duidelijkheid over de oorzaken is zou ik het fijn vinden als alle relaxte moeders gewoon even relaxt een doekje over hun snotkindjes halen. Knuffelt en fotografeert een stuk lekkerder.
Waarom is de praktijk vandaag de dag dan toch zo anders? Waarom bestaan er geen poezelige beebies meer? Hoe kan het dat de meeste beebies altijd, ja echt altijd, onder het snot en spuug zitten? En waarom willen die kinderen altijd een stukje van dat spuug of snot op mij achterlaten? Op schoot duwen ze ineens hun gezichtje tegen mijn voorgevel. Vlek. Zo'n glanzend slakkespoor...
Als ze kunnen staan proppen ze hun snoet tegen mijn net gewassen legging. Vlek. Nog een slakkespoor.
Ik vind het vies, ik baal er van en snap het niet.
Er bestaan nu toch 'snoetenpoetsers'? Poets die snoetjes dan ook!!!
Die wegwerpdoekjes had je vroeger niet eens. Toen moesten de spuugdoekjes keurig in de wasmachine. Had je er veel meer werk van. En de moeders maar poetsen toen.
De moderne moeder niet hoor... Die vindt het een teken van relaxterigheid dat ze niet continu bezig is om haar kroost in de plooi te houden. Ik vind dat niet. Ik vind het een teken van onverzorgderigheid als je je kind de godganse tijd met een groene snottebel laat rondkruipen. Zo eentje die in en uit gaat bij iedere ademtocht. De arme stakker kan hem zelf toch niet wegpoetsen. Maar kruipt ondertussen wel behoorlijk voor jan-joker door het leven. Leuk ook voor het foto-album.
Maar aan de kwestie van het poetsen gaat nog iets vooraf. Hoe kan het dat alle kinderen altijd, gewoon altijd, ziek zwak en misselijk zijn? Dan zijn het weer de oortjes, dan zijn het weer de oogjes (pus is ook ze vreselijk), dan is het iets met de luchtwegen. Allergieën. Het houdt nooit op. Ze hebben allemaal wat. En dat uit zich standaard in snot. Ik zie hier grond voor een achtergrond onderzoek. Misschien iets voor Alberto Stegeman, dé speurneus van Nederland.
Maar zolang er nog geen duidelijkheid over de oorzaken is zou ik het fijn vinden als alle relaxte moeders gewoon even relaxt een doekje over hun snotkindjes halen. Knuffelt en fotografeert een stuk lekkerder.
BH loos
Een Vlaamse vrouwenorganisatie roept de Vlaamse dames via Facebook op om morgen hun BH thuis te laten. Ze vinden de BH een door de commercie opgedrongen seksobject dat je helemaal niet nodig hebt. En dat niet lekker zit.
Tja. Sommige mensen hebben het helemaal niet nodig misschien. Ik denk dan meteen aan de dames met de zogenoemde 'erwtjes op een plankje'. Maar zij zullen daar waarschijnlijk anders over denken. Want in hun geval is een BH juist nodig om het een en ander nog wat volume te geven. Vulling erin, wonderbra, kipfiletjes. Van alles kun je bedenken om de voorgevel te pimpen. Reken maar dat de meeste platte dames liever mét dan zonder BH de deur uitgaan. Dan voel je af en toe maar een bandje. Nemen de platte tantes graag op de koop toe.
Ik behoor tot de categorie vrouwen die redelijk vooraan stond bij het uitdelen van welgevormde bustes. Hoewel ze me regelmatig in de weg zitten als ik op mijn buik wil liggen op het strand of in bed, ben ik aardig tevreden met 'de grote bloemkoluh' zoals André van Duin ze ooit noemde.
Maar je hoeft niet te denken dat ik ze ooit in het wild laat hangen en gewoon naar mijn werk ga. Inpakken die hap! Wat zeg ik, inbinden!
Zodra die dingen wat volume hebben, krijgen ze de neiging om te deinen. En dat doen die van mij dus ook. Rode striemen van bh-bandjes aan het einde van de dag zijn 1000X beter dan deinende tietjes gedurende de dag. Dat je de trap oploopt en ze omstebeurt over je schouders vliegen. Mij niet gezien. En de mensen om me heen ook niet gezien. Tis echt geen verbetering voor de looks als ik ze gewoon vrijlaat. En dat geldt niet alleen voor mij.
Dus die Vlaamse dames doen maar lekker. Ik doe niet mee. Ik ben anti-tietjesbevrijdingsfront.
Behalve op het strand op vakantie. Daar ken ik toch niemand.
Tja. Sommige mensen hebben het helemaal niet nodig misschien. Ik denk dan meteen aan de dames met de zogenoemde 'erwtjes op een plankje'. Maar zij zullen daar waarschijnlijk anders over denken. Want in hun geval is een BH juist nodig om het een en ander nog wat volume te geven. Vulling erin, wonderbra, kipfiletjes. Van alles kun je bedenken om de voorgevel te pimpen. Reken maar dat de meeste platte dames liever mét dan zonder BH de deur uitgaan. Dan voel je af en toe maar een bandje. Nemen de platte tantes graag op de koop toe.
Ik behoor tot de categorie vrouwen die redelijk vooraan stond bij het uitdelen van welgevormde bustes. Hoewel ze me regelmatig in de weg zitten als ik op mijn buik wil liggen op het strand of in bed, ben ik aardig tevreden met 'de grote bloemkoluh' zoals André van Duin ze ooit noemde.
Maar je hoeft niet te denken dat ik ze ooit in het wild laat hangen en gewoon naar mijn werk ga. Inpakken die hap! Wat zeg ik, inbinden!
Zodra die dingen wat volume hebben, krijgen ze de neiging om te deinen. En dat doen die van mij dus ook. Rode striemen van bh-bandjes aan het einde van de dag zijn 1000X beter dan deinende tietjes gedurende de dag. Dat je de trap oploopt en ze omstebeurt over je schouders vliegen. Mij niet gezien. En de mensen om me heen ook niet gezien. Tis echt geen verbetering voor de looks als ik ze gewoon vrijlaat. En dat geldt niet alleen voor mij.
Dus die Vlaamse dames doen maar lekker. Ik doe niet mee. Ik ben anti-tietjesbevrijdingsfront.
Behalve op het strand op vakantie. Daar ken ik toch niemand.
Stomme dag
Wat een stomme dag.
Mijn beste vriendin is verdrietig.
Gebleken is dat mannen ware pracht niet op waarde weten te schatten.
Mijn kantoor staat midden in een bouwput waar wordt geheid.
Mijn beeldscherm trilt bij elke slag.
Vanavond een vervelende afspraak.
Het is bloody hot op mijn werk.
Ik heb puistjes door de zon.
Mijn haar zakt per minuut meer in.
Mijn schoenen zitten niet lekker.
Ik hoor niks van X.
Vriendin die leuk plan voor morgen heeft afgezegd.
Klanten die niet komen.
Ik wil slapen en een nieuwe dag!
Mijn beste vriendin is verdrietig.
Gebleken is dat mannen ware pracht niet op waarde weten te schatten.
Mijn kantoor staat midden in een bouwput waar wordt geheid.
Mijn beeldscherm trilt bij elke slag.
Vanavond een vervelende afspraak.
Het is bloody hot op mijn werk.
Ik heb puistjes door de zon.
Mijn haar zakt per minuut meer in.
Mijn schoenen zitten niet lekker.
Ik hoor niks van X.
Vriendin die leuk plan voor morgen heeft afgezegd.
Klanten die niet komen.
Ik wil slapen en een nieuwe dag!
dinsdag 23 juni 2009
Groot nieuws
Vol verbazing heb ik het volgende stukje gelezen op NU.nl
"Leuk detail is dat er in het vissersdorp (Volendam natuurlijk, F)wordt gesproken over Jans geslacht: ‘Het is algemeen bekend in onze leeftijdsgroep dat hij ‘een grote’ heeft,’ aldus de nicht (met zulke familie heb je geen vijanden meer nodig, F). Ahaa, nú begrijpen we waarom Yolanthe zo’n verdriet heeft van de breuk."
Het is een stukje dat wordt aangehaald in de categorie over de roddelbladen. Nu weet ik dat niet alles wat in roddelbladen staat waar is, maar dit!!! Ongekend.
Vooral dat laatste zinnetje. Natuurlijk is het NU pas duidelijk waarom Yolanthe het zo erg vindt dat Jan haar aan de straat heeft gezegd. NU pas. Natuurlijk was het niet omdat ze gewoon al een paar jaar met hem samen was, niet omdat ze van hem houdt, niet omdat hij zo'n steun voor haar was bij het overlijden van haar vader, niet omdat ze net samen een huis hadden, niet omdat ze haar hele toekomst al met hem had uitgedacht. Het was natuurlijk gewoon zo erg voor haar omdat hij zo groot geschapen is. Ze moet het zonder grote Jan stellen. Uit met de pret. Dat Albert Verlinde niet met dat nieuws kwam. Waarom hoor ík dit nu pas??? Uren voor de tv gezeten om op de hoogte te blijven van dit Nederland-schokkende nieuws. Dan ga je er toch vanuit dat je te horen krijgt (en te zien) waar het werkelijk om gaat? Wat de betrokkenen werkelijk bezighoudt? Dat gezeur over Wesley, allemaal ruis op de lijn, bijzaak!
Gelukkig wordt er nu wel meteen grondig onderzocht wat ze in Wesley ziet. Dat kan natuurlijk niet zijn karakter, lekkere voetbalkontje, zijn dikke portemonnee of bijvoorbeeld zijn levenslust zijn. Yolanthe worden ondertussen wel röntgen-ogen toebedeeld... Dat ze op hem valt móet gewoon met zijn geslacht te maken hebben. Kan niet anders. Daar zal ze ze wel op uitzoeken. En dus doet de roddelpers een oproep om meer informatie over dit onderdeel van Wesley te krijgen.
Ik zou er bijna vanaf zien om in de zomervakantie alle roddelbladen te kopen (en te lezen natuurlijk). Bijna.
"Leuk detail is dat er in het vissersdorp (Volendam natuurlijk, F)wordt gesproken over Jans geslacht: ‘Het is algemeen bekend in onze leeftijdsgroep dat hij ‘een grote’ heeft,’ aldus de nicht (met zulke familie heb je geen vijanden meer nodig, F). Ahaa, nú begrijpen we waarom Yolanthe zo’n verdriet heeft van de breuk."
Het is een stukje dat wordt aangehaald in de categorie over de roddelbladen. Nu weet ik dat niet alles wat in roddelbladen staat waar is, maar dit!!! Ongekend.
Vooral dat laatste zinnetje. Natuurlijk is het NU pas duidelijk waarom Yolanthe het zo erg vindt dat Jan haar aan de straat heeft gezegd. NU pas. Natuurlijk was het niet omdat ze gewoon al een paar jaar met hem samen was, niet omdat ze van hem houdt, niet omdat hij zo'n steun voor haar was bij het overlijden van haar vader, niet omdat ze net samen een huis hadden, niet omdat ze haar hele toekomst al met hem had uitgedacht. Het was natuurlijk gewoon zo erg voor haar omdat hij zo groot geschapen is. Ze moet het zonder grote Jan stellen. Uit met de pret. Dat Albert Verlinde niet met dat nieuws kwam. Waarom hoor ík dit nu pas??? Uren voor de tv gezeten om op de hoogte te blijven van dit Nederland-schokkende nieuws. Dan ga je er toch vanuit dat je te horen krijgt (en te zien) waar het werkelijk om gaat? Wat de betrokkenen werkelijk bezighoudt? Dat gezeur over Wesley, allemaal ruis op de lijn, bijzaak!
Gelukkig wordt er nu wel meteen grondig onderzocht wat ze in Wesley ziet. Dat kan natuurlijk niet zijn karakter, lekkere voetbalkontje, zijn dikke portemonnee of bijvoorbeeld zijn levenslust zijn. Yolanthe worden ondertussen wel röntgen-ogen toebedeeld... Dat ze op hem valt móet gewoon met zijn geslacht te maken hebben. Kan niet anders. Daar zal ze ze wel op uitzoeken. En dus doet de roddelpers een oproep om meer informatie over dit onderdeel van Wesley te krijgen.
Ik zou er bijna vanaf zien om in de zomervakantie alle roddelbladen te kopen (en te lezen natuurlijk). Bijna.
Wilde Wilders
Politiek. Ik word er niet vrolijk van, dus volg ik het niet zo uitgebreid. Natuurlijk hoor en lees ik nieuws. Maar meer dan dat is echt niet nodig wat mij betreft.
Wel merk ik de laatste tijd steeds meer dat de gebeurtenissen in Den Haag zo nu en dan echt effect op mijn leven hebben. Zo staat de toekomst van mijn werkomgeving door Haagse onrust ineens op losse schroeven. Maar ook de opkomst van Wilde Wilders raakt me.
Ik vond het wel even schrikken dat de partij van Wilders het zo goed had gedaan bij de Europese verkiezingen laatst. Toen ik op televisie de commentaren van de Wilders-stemmers hoorde, maakte me dat best een beetje bang. Wij wonen met zijn allen in een land waarin mensen lukraak stemmen en vaak niet eens weten wat het effect van hun stem zal zijn. Dat mag en dat hoort zelfs bij een democratie. Maar dat kan dus zomaar betekenen dat de partij die zich voornamelijk richt op beleid omtrent immigranten en allochtonen straks de dienst uitmaakt in ons ooit zo sociale landje. En dat in tijden waarin we ons over hele andere dingen dan over 'buitenlanders' druk zouden moeten maken. Maar goed, dat zullen we dus wel zien bij de volgende verkiezingen. Ik roep nu alvast alle mensen met een gezond verstand en enige nuance in hun denken, op om te gaan stemmen. Niet stemmen is stemmen voor Wilders.
Naast de kortzichtigheid van veel kiezers is er echter een hele belangrijke andere reden waarom Wilders zo opkomt. Namelijk de houding van politiek Den Haag jegens hem. Zijn ze daar nou zo onnozel of ben ik nou zo slim?
Neem nou eens Harry van Bommel van de SP. Lees ik vandaag weer op een nieuwssite dat hij verkondigt dat Wilders oorlog met Iran wil. Belachelijk.
Wilders wil een spoeddebat over de explosieve situatie in Iran. En daar heeft ie op zich een punt. Zoals uit een andere blog van mijn hand blijkt, ben ik er een groot voorstander van dat we een halt toeroepen aan het bewind aldaar. Wilders wil ook de ambassadeur terughalen en die van Iran terugsturen. Tja, of dat zou moeten, weet ik niet precies. Maar Wilders wil actie. Terecht. En wat maakt Van Bommel ervan? Hij wil Iran bombarderen en dat alles om het paadje schoon te vegen voor Israël. Zou het? Zou Wilders echt zo dom zijn? Het zou natuurlijk kunnen. Zo goed ben ik nou ook weer niet op de hoogte.
Maar het punt dat ik wil maken is dat de Haagse Heren op moeten houden Wilders in de hoek te zetten en af te doen als een idioot. Reageer eens inhoudelijk en ga de discussie aan. Neem hem en zijn enorme aanhang serieus en geef ze een oprecht en duidelijk tegengeluid. Wilders af blijven doen als de aanfluiting die hij is, gaat niet werken. Dat versterkt de afschuw van de burger jegens de arrogantie van de macht en maakt hem een underdog. En voor wie zijn we over het algemeen als het aankomt op winnen of verliezen? Voor de underdog natuurlijk. Den Haag maakt Wilders symphatieker dan hij is door hem dood te zwijgen en te demoniseren.
Wordt wijs en wijs Wilders inhoudelijk op zijn plaats. Degene die dat snapt krijgt mijn stem.
Wel merk ik de laatste tijd steeds meer dat de gebeurtenissen in Den Haag zo nu en dan echt effect op mijn leven hebben. Zo staat de toekomst van mijn werkomgeving door Haagse onrust ineens op losse schroeven. Maar ook de opkomst van Wilde Wilders raakt me.
Ik vond het wel even schrikken dat de partij van Wilders het zo goed had gedaan bij de Europese verkiezingen laatst. Toen ik op televisie de commentaren van de Wilders-stemmers hoorde, maakte me dat best een beetje bang. Wij wonen met zijn allen in een land waarin mensen lukraak stemmen en vaak niet eens weten wat het effect van hun stem zal zijn. Dat mag en dat hoort zelfs bij een democratie. Maar dat kan dus zomaar betekenen dat de partij die zich voornamelijk richt op beleid omtrent immigranten en allochtonen straks de dienst uitmaakt in ons ooit zo sociale landje. En dat in tijden waarin we ons over hele andere dingen dan over 'buitenlanders' druk zouden moeten maken. Maar goed, dat zullen we dus wel zien bij de volgende verkiezingen. Ik roep nu alvast alle mensen met een gezond verstand en enige nuance in hun denken, op om te gaan stemmen. Niet stemmen is stemmen voor Wilders.
Naast de kortzichtigheid van veel kiezers is er echter een hele belangrijke andere reden waarom Wilders zo opkomt. Namelijk de houding van politiek Den Haag jegens hem. Zijn ze daar nou zo onnozel of ben ik nou zo slim?
Neem nou eens Harry van Bommel van de SP. Lees ik vandaag weer op een nieuwssite dat hij verkondigt dat Wilders oorlog met Iran wil. Belachelijk.
Wilders wil een spoeddebat over de explosieve situatie in Iran. En daar heeft ie op zich een punt. Zoals uit een andere blog van mijn hand blijkt, ben ik er een groot voorstander van dat we een halt toeroepen aan het bewind aldaar. Wilders wil ook de ambassadeur terughalen en die van Iran terugsturen. Tja, of dat zou moeten, weet ik niet precies. Maar Wilders wil actie. Terecht. En wat maakt Van Bommel ervan? Hij wil Iran bombarderen en dat alles om het paadje schoon te vegen voor Israël. Zou het? Zou Wilders echt zo dom zijn? Het zou natuurlijk kunnen. Zo goed ben ik nou ook weer niet op de hoogte.
Maar het punt dat ik wil maken is dat de Haagse Heren op moeten houden Wilders in de hoek te zetten en af te doen als een idioot. Reageer eens inhoudelijk en ga de discussie aan. Neem hem en zijn enorme aanhang serieus en geef ze een oprecht en duidelijk tegengeluid. Wilders af blijven doen als de aanfluiting die hij is, gaat niet werken. Dat versterkt de afschuw van de burger jegens de arrogantie van de macht en maakt hem een underdog. En voor wie zijn we over het algemeen als het aankomt op winnen of verliezen? Voor de underdog natuurlijk. Den Haag maakt Wilders symphatieker dan hij is door hem dood te zwijgen en te demoniseren.
Wordt wijs en wijs Wilders inhoudelijk op zijn plaats. Degene die dat snapt krijgt mijn stem.
maandag 22 juni 2009
Idool
Ik houd me eigenlijk nooit zo bezig met vragen als: wie is je idool? Of: wie zou je willen zijn? Maar vandaag, tijdens een rondje nu.nl bekroop me ineens een ietwat jaloers gevoel terwijl ik naar een bekendheid zat te kijken. Die persoon zou ik wel willen zijn.
Wie zou het zijn? Jennifer Lop-ass wegens haar bijzondere ass? Cameron Diaz, wegens haar mooie blauwe kijkers? Paris wegens haar fortuin?
Nee, het is geen stoot uit the a-list. Het is Sacha Baron Cohen. Wie?
Ali G, Borat en nu Brüno. Sacha is goed in typetjes. En hij wordt er wereldberoemd mee. Dacht ik eerst dat Ali G briljant was, kwam ie met Borat. Rep en roer in Kazachstan omdat hij deed alsof incest en inteelt daar de normaalste zaken van de wereld waren. Op zoek naar Pamela reisde hij door Amerika. Skitterende televisie. Zelden iemand gezien die zo goed in zijn rol zat als hij.
En nu is hij Brüno. Hij speelt hem niet, hij is hem. Niet alleen op het doek, maar overal. Een Duitse relnicht in de mode-industrie. Overal lees je stukjes over Brüno en zie je foto's over Brüno. Brüno in Londen, Brüno in een klitteband-pak dat overal aan blijft plakken, Brüno in NY. Je kunt denken dat het humor van een laag niveau is. Dan heb je het mis. Sacha is alles behalve dom. Hij maakt, tussen de briljante grappen door, de hardste, meest rake statements. En hij komt er mee weg. Eerst neemt hij Kazachstan, maar vooral de VS op de hak. Dit keer zag ik de volgende foto.

Briljant. Die Spanjaarden met hun achterlijke stierengevechten. In één keer voor paal. Heerlijk!
Ik wil Sacha zijn. En Brüno en Ali G en Borat.
Wie zou het zijn? Jennifer Lop-ass wegens haar bijzondere ass? Cameron Diaz, wegens haar mooie blauwe kijkers? Paris wegens haar fortuin?
Nee, het is geen stoot uit the a-list. Het is Sacha Baron Cohen. Wie?
Ali G, Borat en nu Brüno. Sacha is goed in typetjes. En hij wordt er wereldberoemd mee. Dacht ik eerst dat Ali G briljant was, kwam ie met Borat. Rep en roer in Kazachstan omdat hij deed alsof incest en inteelt daar de normaalste zaken van de wereld waren. Op zoek naar Pamela reisde hij door Amerika. Skitterende televisie. Zelden iemand gezien die zo goed in zijn rol zat als hij.
En nu is hij Brüno. Hij speelt hem niet, hij is hem. Niet alleen op het doek, maar overal. Een Duitse relnicht in de mode-industrie. Overal lees je stukjes over Brüno en zie je foto's over Brüno. Brüno in Londen, Brüno in een klitteband-pak dat overal aan blijft plakken, Brüno in NY. Je kunt denken dat het humor van een laag niveau is. Dan heb je het mis. Sacha is alles behalve dom. Hij maakt, tussen de briljante grappen door, de hardste, meest rake statements. En hij komt er mee weg. Eerst neemt hij Kazachstan, maar vooral de VS op de hak. Dit keer zag ik de volgende foto.

Briljant. Die Spanjaarden met hun achterlijke stierengevechten. In één keer voor paal. Heerlijk!
Ik wil Sacha zijn. En Brüno en Ali G en Borat.
Iran in Nederland
Het is de dag na de verkiezingen. Heel de nacht is het onrustig geweest in de straten van de grote steden van Nederland. Massa's mensen gingen, met de Nederlandse vlag om hun schouders geslagen, de straat op. Rijen met toeterende auto's. Mensen die het vredesteken maken met twee vingers in de lucht. Kleine kinderen die nooit naar bed hoeven. Op het moment dat een revolutie plaatsvindt, dat geschiedenis wordt geschreven, moet je kind er bij zijn. Dan kan het later zeggen: 'die nacht, de nacht dat alles veranderde, ik was erbij!'
Op straat heerst nog steeds een uitgelaten stemming. Iedereen vertrouwt op een goede afloop. Eindelijk een democratisch gekozen, niet onderdrukkend bestuur in Nederland. Een bestuur dat ruimte zal geven voor vooruitgang, deelname aan de wereld, vrijheid van meningsuiting, religie, seksualiteit. Een bestuur waarin wij Nederlanders kunnen doen wat we willen, wanneer we het willen, zonder te vrezen voor vervolging zonder eerlijk proces. Zonder enige vrees.
Dit is de dag dat het gaat gebeuren. Aan het eind van de avond zijn de stemmen geteld. Onze waardevolle stemmen, die gaan zorgen voor verandering. En dan blijkt ineens dat niet de grote verandering heeft gewonnen, maar het bestaande regime. Twijfel alom. Wij hebben toch allemaal gestemd voor vernieuwing? We willen toch allemaal die dictator kwijt? Er moet gesjoemeld zijn met de stemmen. We willen duidelijkheid. 'Waar is mijn stem gebleven? Ik wil mijn stem terug!'
We gaan de straat op, met angst voor lijf en leden. Maar voor een groter goed. En nee, het is niet een Nederland waar je hardop kunt zeggen, laat staan schreeuwen, dat je tegen de machthebbers bent. Het is een Nederland waar je moet vrezen voor je leven als je zegt wat je denkt. Ik heb een bord gemaakt, waarop ik vraag om mijn stem terug te geven. Ik durf te schreeuwen. Ik besef me dat ik niet wil leven in onderdrukking en dat mijn angst niet in de weg mag staan aan mijn idealen. Ik zoek medestanders. Zou ik ze vinden in Nederland? Zijn we zo dapper om in te gaan tegen de militairen die ons terug willen dringen? Alles voor het grotere goed, de toekomst voor onze kinderen.
Ik sta op de Dam in Amsterdam, met mijn bord in de lucht. Ik schreeuw voor vrijheid. Ik blijf staan als een gewapende militair mij dwingt te vertrekken. Ik steek mijn twee vingers in de lucht voor vrijheid. De angst giert door mijn lichaam, mijn hart knalt uit haar voegen. Ik word gefilmd door omstanders. En dan zien ze hoe ik word neergeschoten. Ik sterf. Voor mijn idealen.
De beelden van mijn bloedige dood gaan de hele wereld over. Ik word een symbool voor de protesten in Nederland. Vanuit de hemel kijk ik naar beneden en hoop ik dat mijn daad, mijn dood, ertoe zal leiden dat wereldleiders hun mond open zullen trekken tegen het regime in Den Haag. Dat er iemand opstaat die een eind maakt aan de onderdrukking en onveiligheid in het land waar ik zo trots op ben en waar ik zo graag in vrijheid had willen leven, net zoals mensen in andere delen van de wereld dat kunnen.
Vanuit de lucht zie ik dat bijna iedereen de andere kant op kijkt. Het hemelse gevoel is verdwenen. Het vertrouwen in de mensheid en de menselijkheid ook.
Op straat heerst nog steeds een uitgelaten stemming. Iedereen vertrouwt op een goede afloop. Eindelijk een democratisch gekozen, niet onderdrukkend bestuur in Nederland. Een bestuur dat ruimte zal geven voor vooruitgang, deelname aan de wereld, vrijheid van meningsuiting, religie, seksualiteit. Een bestuur waarin wij Nederlanders kunnen doen wat we willen, wanneer we het willen, zonder te vrezen voor vervolging zonder eerlijk proces. Zonder enige vrees.
Dit is de dag dat het gaat gebeuren. Aan het eind van de avond zijn de stemmen geteld. Onze waardevolle stemmen, die gaan zorgen voor verandering. En dan blijkt ineens dat niet de grote verandering heeft gewonnen, maar het bestaande regime. Twijfel alom. Wij hebben toch allemaal gestemd voor vernieuwing? We willen toch allemaal die dictator kwijt? Er moet gesjoemeld zijn met de stemmen. We willen duidelijkheid. 'Waar is mijn stem gebleven? Ik wil mijn stem terug!'
We gaan de straat op, met angst voor lijf en leden. Maar voor een groter goed. En nee, het is niet een Nederland waar je hardop kunt zeggen, laat staan schreeuwen, dat je tegen de machthebbers bent. Het is een Nederland waar je moet vrezen voor je leven als je zegt wat je denkt. Ik heb een bord gemaakt, waarop ik vraag om mijn stem terug te geven. Ik durf te schreeuwen. Ik besef me dat ik niet wil leven in onderdrukking en dat mijn angst niet in de weg mag staan aan mijn idealen. Ik zoek medestanders. Zou ik ze vinden in Nederland? Zijn we zo dapper om in te gaan tegen de militairen die ons terug willen dringen? Alles voor het grotere goed, de toekomst voor onze kinderen.
Ik sta op de Dam in Amsterdam, met mijn bord in de lucht. Ik schreeuw voor vrijheid. Ik blijf staan als een gewapende militair mij dwingt te vertrekken. Ik steek mijn twee vingers in de lucht voor vrijheid. De angst giert door mijn lichaam, mijn hart knalt uit haar voegen. Ik word gefilmd door omstanders. En dan zien ze hoe ik word neergeschoten. Ik sterf. Voor mijn idealen.
De beelden van mijn bloedige dood gaan de hele wereld over. Ik word een symbool voor de protesten in Nederland. Vanuit de hemel kijk ik naar beneden en hoop ik dat mijn daad, mijn dood, ertoe zal leiden dat wereldleiders hun mond open zullen trekken tegen het regime in Den Haag. Dat er iemand opstaat die een eind maakt aan de onderdrukking en onveiligheid in het land waar ik zo trots op ben en waar ik zo graag in vrijheid had willen leven, net zoals mensen in andere delen van de wereld dat kunnen.
Vanuit de lucht zie ik dat bijna iedereen de andere kant op kijkt. Het hemelse gevoel is verdwenen. Het vertrouwen in de mensheid en de menselijkheid ook.
Chocolade-bubbels
Voorzichtig liet ik me zakken in het chocolade-sop... Het was afwachten wanneer het er zou komen, niet óf het er zou komen. Maar nu was het er. Chocolade-badschuim. En ik koop dat natuurlijk, chocoladefreak die ik ben. Helemaal lekker als je wat af wilt vallen. Dan heb je toch nog een beetje die choco-kick. Een beetje troela kan daar immers niet zonder.
De fles ziet er helaas niet uit. Vieze bruine smurrie in een doorschijnende verpakking. Als je het in het water gooit, drijft er een vies bruin babypoepje. Maar dat babypoepje verandert al snel in een schuimfestijn dat zijn weerga niet kent. Mét de geur van chocolade natuurlijk.
Bijna misselijk van de zoete lucht overdacht ik mijn zonden, terwijl ik houvast probeerde te vinden in het veel te grote bad van X. Ik staarde naar de grauwe luchten buiten en voelde me gelukkig. Gelukkig omdat ik merkte dat ik goed bezig was, omdat ik voelde dat het goed zat met ons en omdat ik binnen was en niet buiten.
Gelukkig, maar met een bodempje van zorg. Zelfs de gelukzaligheid van chocolade om me heen kon dat stukje zorg niet wegtoveren.
En daar was X. Klaar om zich ook onder te dompelen in de warme weldaad. Plek zat voor twee, dus daar zaten we met zijn twee. In de chocoladedampen. Ik met een gelukkig maar bezwaard hart. Hij met een luisterend oor of twee.
Ik deed mijn verhaal. Over geschiedenis die niet zo zoet en warm was als de plaats waar wij ons bevonden. Over koude fietstochten met tranen in de ogen. Over kille nachten op de bank. Over uitwaaien aan zee en hopen op beter. Over water in mijn gezicht. Over dingen die ik liever niet had meegemaakt. En X luisterde en veegde mijn tranen één voor één geduldig weg.
Langzaam maakten de zorgen plaats voor een gerust gevoel. Ik rook aan X zijn chocoladevelletje terwijl hij me omhelsde. Het schuim bruiste mijn geheugen schoon en alles voelde zoet, zacht en troostrijk als chocola.
De fles ziet er helaas niet uit. Vieze bruine smurrie in een doorschijnende verpakking. Als je het in het water gooit, drijft er een vies bruin babypoepje. Maar dat babypoepje verandert al snel in een schuimfestijn dat zijn weerga niet kent. Mét de geur van chocolade natuurlijk.
Bijna misselijk van de zoete lucht overdacht ik mijn zonden, terwijl ik houvast probeerde te vinden in het veel te grote bad van X. Ik staarde naar de grauwe luchten buiten en voelde me gelukkig. Gelukkig omdat ik merkte dat ik goed bezig was, omdat ik voelde dat het goed zat met ons en omdat ik binnen was en niet buiten.
Gelukkig, maar met een bodempje van zorg. Zelfs de gelukzaligheid van chocolade om me heen kon dat stukje zorg niet wegtoveren.
En daar was X. Klaar om zich ook onder te dompelen in de warme weldaad. Plek zat voor twee, dus daar zaten we met zijn twee. In de chocoladedampen. Ik met een gelukkig maar bezwaard hart. Hij met een luisterend oor of twee.
Ik deed mijn verhaal. Over geschiedenis die niet zo zoet en warm was als de plaats waar wij ons bevonden. Over koude fietstochten met tranen in de ogen. Over kille nachten op de bank. Over uitwaaien aan zee en hopen op beter. Over water in mijn gezicht. Over dingen die ik liever niet had meegemaakt. En X luisterde en veegde mijn tranen één voor één geduldig weg.
Langzaam maakten de zorgen plaats voor een gerust gevoel. Ik rook aan X zijn chocoladevelletje terwijl hij me omhelsde. Het schuim bruiste mijn geheugen schoon en alles voelde zoet, zacht en troostrijk als chocola.
Die-eet
Ik zat in de kantine wat om te prikken in mijn vanochtend zorgvuldig bereide bakje sla. Net zoals in bijna iedere andere pauze was er weer een collega die vragen had bij dat bakje sla van mij. Zoals altijd legde ik - voordat ik kon gaan genieten van de gezonde maaltijd - uit dat ik de salade zelf in elkaar geknutseld had en dat het heerlijk was.
En het is ook heerlijk. Salade met van alles en nog wat. En het fijne is ook nog, dat je er gewoon door afvalt. Dubbel leuk dus.
Toen kwam er een dame binnen die ook wel een bakje sla kon gebruiken. Gevolgd door nog een dame, die misschien een half bakje sla moest nemen. Ze liepen gezamenlijk naar het lunchbuffet en zochten van alles uit. Niet de meest gezonde dingen, maar neem het ze eens kwalijk, er is ook niets gezonds te krijgen.
En toen betrapte ik mezelf op de gedachte dat ze dat misschien beter niet konden doen. Dat iedere te dikke dame gewoon op dieet moest gaan. Dat het eigenlijk heel gek was dat ze niet op dieet waren.
Ik vond het een nare houding van mezelf. Want dat ik niet lekker in mijn velletje zat omdat er wat kilootjes bij waren gekomen is mijn ding. Een ander kan heel gelukkig zijn en tonnetje rond. Toch dacht ik dat ze maar beter mijn voorbeeld konden volgen.
Arrogante troela die ik ben. Alsof ik de waarheid en de wijsheid in pacht heb. Natuurlijk niet. Eigenlijk zijn die dames veel stoerder, want die-eten wel en diëten niet. Dus dames, geniet van al die lekkernijen en wees trots op jezelf. Iedereen is mooi op zijn manier! Ik zal proberen van binnen wat mooier te worden...
En het is ook heerlijk. Salade met van alles en nog wat. En het fijne is ook nog, dat je er gewoon door afvalt. Dubbel leuk dus.
Toen kwam er een dame binnen die ook wel een bakje sla kon gebruiken. Gevolgd door nog een dame, die misschien een half bakje sla moest nemen. Ze liepen gezamenlijk naar het lunchbuffet en zochten van alles uit. Niet de meest gezonde dingen, maar neem het ze eens kwalijk, er is ook niets gezonds te krijgen.
En toen betrapte ik mezelf op de gedachte dat ze dat misschien beter niet konden doen. Dat iedere te dikke dame gewoon op dieet moest gaan. Dat het eigenlijk heel gek was dat ze niet op dieet waren.
Ik vond het een nare houding van mezelf. Want dat ik niet lekker in mijn velletje zat omdat er wat kilootjes bij waren gekomen is mijn ding. Een ander kan heel gelukkig zijn en tonnetje rond. Toch dacht ik dat ze maar beter mijn voorbeeld konden volgen.
Arrogante troela die ik ben. Alsof ik de waarheid en de wijsheid in pacht heb. Natuurlijk niet. Eigenlijk zijn die dames veel stoerder, want die-eten wel en diëten niet. Dus dames, geniet van al die lekkernijen en wees trots op jezelf. Iedereen is mooi op zijn manier! Ik zal proberen van binnen wat mooier te worden...
Gavin
In mijn oren klinkt Gavin DeGraw. Ooit kocht ik zijn eerste cd omdat hij een mooi singeltje had. Samen met de ex luisterde ik vaak naar de cd. We zongen mee en genoten ervan. Het was zo'n cd die nooit saai werd. Mooie stem, goede teksten, lekker muziekje. En er was een liedje dat we deed denken aan de manier waarop we elkaar hadden ontmoet.
Toen ging het over met de ex. En de cd van Gavin lag nog bij hem thuis. Jammer eigenlijk, maar ik wilde niet door het gedoe heen om die cd nog te pakken te krijgen. Dus ik leefde verder zonder Gavin.
Laatst was ik met X in Sneek. We struinden wat rond en stonden in een muziekwinkeltje. Daar lag weer een cd van Gavin. Geen idee wat er op zou staan, maar ik wist zeker dat ik er wel weer van zou genieten. Dus de cd ging mee naar huis. En mee naar mijn werk. Nooit meer naar omgekeken op de een of andere manier. Kennelijk genoeg andere leuke muziekjes om af te spelen.
Maar vandaag was ik wel eens zat van Krezip en ik rommelde wat tussen mijn cd's. Daar lag ie, Gavin. Mijn grote vriend. Vol verwachting zette ik mijn koptelefoon op. Laat maar komen. Zo nu en dan een riedeltje, een klank die me deed denken aan het verleden. En ineens, liedje 11. Neemt me mee naar nu. Sleept me uit het verleden en plant me in het heden. Alsof X tegen me praat (zingen kan ie niet zo goed als Gavin, maar hij heeft andere kwaliteiten).
Let it go.
Settle into me.
Let it go. Let it all go.
Except for me,
I'm the one you've found.
Just hold on. Hold onto me now.
Don't you know you're the one for me.
After all, anyone can see,
Let it go. Let it all go now, let it go.
Loslaten... Ik zal mijn best doen. En als het me is gelukt, laat ik het weer weten. Want bloggen is veel te leuk om te stoppen. Wordt vervolgd dus.
En o ja, X laat ik natuurlijk niet gaan. Veel te leuk!
Toen ging het over met de ex. En de cd van Gavin lag nog bij hem thuis. Jammer eigenlijk, maar ik wilde niet door het gedoe heen om die cd nog te pakken te krijgen. Dus ik leefde verder zonder Gavin.
Laatst was ik met X in Sneek. We struinden wat rond en stonden in een muziekwinkeltje. Daar lag weer een cd van Gavin. Geen idee wat er op zou staan, maar ik wist zeker dat ik er wel weer van zou genieten. Dus de cd ging mee naar huis. En mee naar mijn werk. Nooit meer naar omgekeken op de een of andere manier. Kennelijk genoeg andere leuke muziekjes om af te spelen.
Maar vandaag was ik wel eens zat van Krezip en ik rommelde wat tussen mijn cd's. Daar lag ie, Gavin. Mijn grote vriend. Vol verwachting zette ik mijn koptelefoon op. Laat maar komen. Zo nu en dan een riedeltje, een klank die me deed denken aan het verleden. En ineens, liedje 11. Neemt me mee naar nu. Sleept me uit het verleden en plant me in het heden. Alsof X tegen me praat (zingen kan ie niet zo goed als Gavin, maar hij heeft andere kwaliteiten).
Let it go.
Settle into me.
Let it go. Let it all go.
Except for me,
I'm the one you've found.
Just hold on. Hold onto me now.
Don't you know you're the one for me.
After all, anyone can see,
Let it go. Let it all go now, let it go.
Loslaten... Ik zal mijn best doen. En als het me is gelukt, laat ik het weer weten. Want bloggen is veel te leuk om te stoppen. Wordt vervolgd dus.
En o ja, X laat ik natuurlijk niet gaan. Veel te leuk!
donderdag 18 juni 2009
Zieleroerselen
Ik las je weblog. PUNT. Een hardere punt had ze niet kunnen laten vallen.
Meteen vroeg ik me af waar die punt dan voor stond.
Dat werd al snel duidelijk toen ze zei dat ze verbaasd was dat ik al die persoonlijke dingen het internet opslingerde. "Daar was jij toch nooit van?" vroeg ze.
Ik wist meteen wat ze bedoelde en ik voelde ook meteen de behoefte om me te verantwoorden. Maar dat deed ik niet. Ik lachte het wat weg.
Nu, even na het gesprek, vraag ik me af waarom ik eigenlijk mijn hele hebben en houden op het internet deel met ..., tja met wie eigenlijk?
Ooit had ik een ex en die maakte er de gewoonte van om zijn hele leven te etaleren op internet en zelfs een hele intieme trouwsite te maken. Daar hebben we toen vaak lol om gehad. En we verbaasden ons regelmatig over zoveel openheid en de vele fotos.
En nu doe ik mee aan die poppenkast. Al voelt het anders. Ik noem geen namen, ook niet die van mezelf. Ik plaats geen foto's van mezelf of bekenden. Ik beschrijf geen weekenden etc. Ik probeer een beetje anoniem te blijven. Maar wat is die anonimiteit waard als je bekenden weten van je site en dus ook al je zieleroerselen kunnen lezen?
Ik weet het dus even niet. Waarom doe ik dit ookal weer, wat is er leuk aan?
Ik vind het heerlijk om te schrijven en geniet van de feedback die ik daarop van anderen krijg. Daarnaast voelt het soms als een soort verwerking om dingen op die manier te uiten. Niet alleen voor mezelf, maar gewoon met alles en iedereen. Alleen was het idee dat ik had dat "iedereen" vooral onbekenden zouden zijn.
Dus nu voelt het een beetje alsof ik mezelf teveel laat zien. Halfnakend de containers bij de weg zetten, dat idee.
Ik ga erover nadenken. Wie weet volgen alleen nog oppervlakkiger stukjes. Maar misschien....misschien heb ik gewoon wel 'Scheisse aan alles' en gooi ik alles als vanouds weer op het net.
Wordt vervolgd.
Meteen vroeg ik me af waar die punt dan voor stond.
Dat werd al snel duidelijk toen ze zei dat ze verbaasd was dat ik al die persoonlijke dingen het internet opslingerde. "Daar was jij toch nooit van?" vroeg ze.
Ik wist meteen wat ze bedoelde en ik voelde ook meteen de behoefte om me te verantwoorden. Maar dat deed ik niet. Ik lachte het wat weg.
Nu, even na het gesprek, vraag ik me af waarom ik eigenlijk mijn hele hebben en houden op het internet deel met ..., tja met wie eigenlijk?
Ooit had ik een ex en die maakte er de gewoonte van om zijn hele leven te etaleren op internet en zelfs een hele intieme trouwsite te maken. Daar hebben we toen vaak lol om gehad. En we verbaasden ons regelmatig over zoveel openheid en de vele fotos.
En nu doe ik mee aan die poppenkast. Al voelt het anders. Ik noem geen namen, ook niet die van mezelf. Ik plaats geen foto's van mezelf of bekenden. Ik beschrijf geen weekenden etc. Ik probeer een beetje anoniem te blijven. Maar wat is die anonimiteit waard als je bekenden weten van je site en dus ook al je zieleroerselen kunnen lezen?
Ik weet het dus even niet. Waarom doe ik dit ookal weer, wat is er leuk aan?
Ik vind het heerlijk om te schrijven en geniet van de feedback die ik daarop van anderen krijg. Daarnaast voelt het soms als een soort verwerking om dingen op die manier te uiten. Niet alleen voor mezelf, maar gewoon met alles en iedereen. Alleen was het idee dat ik had dat "iedereen" vooral onbekenden zouden zijn.
Dus nu voelt het een beetje alsof ik mezelf teveel laat zien. Halfnakend de containers bij de weg zetten, dat idee.
Ik ga erover nadenken. Wie weet volgen alleen nog oppervlakkiger stukjes. Maar misschien....misschien heb ik gewoon wel 'Scheisse aan alles' en gooi ik alles als vanouds weer op het net.
Wordt vervolgd.
woensdag 17 juni 2009
Het begin
Het begin. Ik vind het mooi om daarover te vertellen. Dus dat doe ik.
Hoe het begon?
Best gek eigenlijk. Want het begon niet echt.
Ik was op stap met mijn lieve vriendinnetje NM om mijn zinnen te verzetten. Oma was net begraven en de ex had net de relatie beëindigd (min of meer met mijn instemming). Kortom, ik had me wel eens beter gevoeld.
Daar stonden we dan. In één van de kringloopwinkels van mijn stadje. Weer dezelfde mensen als de laatste keer. Iedereen op zoek. Maar ik niet. Ik had mijn buik wel even vol van mannen... Wilde gewoon een leuke tijd hebben. Dus wat doe je dan? Raad het beroep natuurlijk!
NM en ik scanden de kroeg en bedachten bij een man die alleen stond dat hij vast iets creatieverigs moest doen. Wat het precies was, weten we helaas allebei niet meer. Die man bleek X te heten en best creatief te zijn, maar daar niet zijn werk van te hebben gemaakt. Toen we even met hem stonden te praten kwam zijn vriend aanlopen, waarschijnlijk was ie even naar het toilet geweest. We raakten aan de praat en ik raadde zijn beroep helemaal niet goed. Zijn naam had ik bijna goed ;-)
Andersom bakten ze er ook niets van. Secretaresse...dat dachten ze van mij. En als naam had hij bedacht dat ik vast Desiree heette ofzo. DESIREE!!! Hoe kun je het bedenken? Zie ik er zo tuttebollerig-ordinairderig uit? Kennelijk.
We kletsten maar raak. Vooral omdat hij een vriendin had en er dus geen extra lading was. Tenminste dat was de bedoeling. En dat lukte prima. Hij was off-limits. En ik ook. Toen we even gingen snacken deed hij heel kort zijn hand op mijn rug om me een zetje te geven. En heel heel even flitste er door mijn hoofd dat ik misschien best wel met hem wilde zoenen.
Hoe kon ik dat nou denken? Ik had in mijn leven nog maar met 3 (ja maar 3) mannen gezoend, dus zo bedreven was ik niet op het veroveringsterrein. Maar het voelde zo lekker om na de ex te merken dat ik open kon staan voor nieuwe mensen. En dat al na een week! Geen wonder, als je bedenkt dat ik al heel lang probeerde te stoppen met hem, maar dat geheel terzijde.
Maar goed, niets gebeurd die avond. Maar wat was ik al onder de indruk! Ik dacht aan hem. En ik weet niet precies waarom. Was het zijn openheid, stoerigheid, charme, intelligentie, uitstraling, lievigheid? Of gewoon alles tegelijk?
Ik had hem en zijn vriend bij hem thuis afgezet en zag de volgende dag dat er een peuk lag waar hij in de auto had gezeten. De mister X peuk. Die bleef liggen als aandenken aan een hele leuke avond.
Later in de tijd kregen mister X en ik meer en meer contact via internet. Hij was mij ook niet vergeten. Er was iets tussen ons. En hij was niet gelukkig met zijn meisje. Toen hij bij haar weg was hebben we voorzichtig eens afgesproken.
En toen... toen kwam hij met een kleinigheidje naar me toe.
Nadat mijn oma stierf had mijn moeder gezegd dat ze aan oma had gevraagd wat geluk en een leuke man mijn kant op te sturen. En ze wist zeker dat oma dat wel voor me zou regelen. Een heerlijk idee.
Toen mister X met een doosje Merci aan kwam zetten was ik van slag. Oma had nooit meer iets in huis omdat ze nauwelijks at en eten kreeg van het tehuis waar ze woonde...maar altijd had ze Merci. Als je bij oma kwam at je een Merci-tje. En daar stond hij, een stoere, mooie man met Merci.
Een signaaltje van oma. Een knipoog uit de hemel.
Sinds die dag is hij nooit meer uit mijn hoofd en uit mijn leven verdwenen. Een mooi begin van een mooi leven!
Hoe het begon?
Best gek eigenlijk. Want het begon niet echt.
Ik was op stap met mijn lieve vriendinnetje NM om mijn zinnen te verzetten. Oma was net begraven en de ex had net de relatie beëindigd (min of meer met mijn instemming). Kortom, ik had me wel eens beter gevoeld.
Daar stonden we dan. In één van de kringloopwinkels van mijn stadje. Weer dezelfde mensen als de laatste keer. Iedereen op zoek. Maar ik niet. Ik had mijn buik wel even vol van mannen... Wilde gewoon een leuke tijd hebben. Dus wat doe je dan? Raad het beroep natuurlijk!
NM en ik scanden de kroeg en bedachten bij een man die alleen stond dat hij vast iets creatieverigs moest doen. Wat het precies was, weten we helaas allebei niet meer. Die man bleek X te heten en best creatief te zijn, maar daar niet zijn werk van te hebben gemaakt. Toen we even met hem stonden te praten kwam zijn vriend aanlopen, waarschijnlijk was ie even naar het toilet geweest. We raakten aan de praat en ik raadde zijn beroep helemaal niet goed. Zijn naam had ik bijna goed ;-)
Andersom bakten ze er ook niets van. Secretaresse...dat dachten ze van mij. En als naam had hij bedacht dat ik vast Desiree heette ofzo. DESIREE!!! Hoe kun je het bedenken? Zie ik er zo tuttebollerig-ordinairderig uit? Kennelijk.
We kletsten maar raak. Vooral omdat hij een vriendin had en er dus geen extra lading was. Tenminste dat was de bedoeling. En dat lukte prima. Hij was off-limits. En ik ook. Toen we even gingen snacken deed hij heel kort zijn hand op mijn rug om me een zetje te geven. En heel heel even flitste er door mijn hoofd dat ik misschien best wel met hem wilde zoenen.
Hoe kon ik dat nou denken? Ik had in mijn leven nog maar met 3 (ja maar 3) mannen gezoend, dus zo bedreven was ik niet op het veroveringsterrein. Maar het voelde zo lekker om na de ex te merken dat ik open kon staan voor nieuwe mensen. En dat al na een week! Geen wonder, als je bedenkt dat ik al heel lang probeerde te stoppen met hem, maar dat geheel terzijde.
Maar goed, niets gebeurd die avond. Maar wat was ik al onder de indruk! Ik dacht aan hem. En ik weet niet precies waarom. Was het zijn openheid, stoerigheid, charme, intelligentie, uitstraling, lievigheid? Of gewoon alles tegelijk?
Ik had hem en zijn vriend bij hem thuis afgezet en zag de volgende dag dat er een peuk lag waar hij in de auto had gezeten. De mister X peuk. Die bleef liggen als aandenken aan een hele leuke avond.
Later in de tijd kregen mister X en ik meer en meer contact via internet. Hij was mij ook niet vergeten. Er was iets tussen ons. En hij was niet gelukkig met zijn meisje. Toen hij bij haar weg was hebben we voorzichtig eens afgesproken.
En toen... toen kwam hij met een kleinigheidje naar me toe.
Nadat mijn oma stierf had mijn moeder gezegd dat ze aan oma had gevraagd wat geluk en een leuke man mijn kant op te sturen. En ze wist zeker dat oma dat wel voor me zou regelen. Een heerlijk idee.
Toen mister X met een doosje Merci aan kwam zetten was ik van slag. Oma had nooit meer iets in huis omdat ze nauwelijks at en eten kreeg van het tehuis waar ze woonde...maar altijd had ze Merci. Als je bij oma kwam at je een Merci-tje. En daar stond hij, een stoere, mooie man met Merci.
Een signaaltje van oma. Een knipoog uit de hemel.
Sinds die dag is hij nooit meer uit mijn hoofd en uit mijn leven verdwenen. Een mooi begin van een mooi leven!
Abonneren op:
Posts (Atom)



